3311 Doen 24-0196564
Tekst van het document
Aan de griffier van de gemeenteraad van Horst aan de Maas, Beste Ruud, Kun je deze vragen door geleiden naar het college van B en W, waarbij ik overweeg een motie in te dienen in de komende Raadsvergadering om dit beleid met onmiddellijke ingang op te schorten en eerst de effecten en de al dan niet wenselijkheid op een rijtje te zetten waarbij ik van mening ben dat in de gegeven situatie buitenproportionele effecten optreden in de richting van de bewoners van ons omvangrijke buitengebied. Als het na afweging toch noodzaak zou zijn, dan geef ik de voorkeur aan het onder punt 9 gestelde. Mag ik je verzoeken om het hiervoor gestelde in een motie om te zetten? Mvg. Alex Janssen, Doen, De afgelopen periode worden onze inwoners die een woning in het buitengebied willen omzetten van bedrijfswoning naar burgerwoning of die een nieuwe burgerwoning willen realiseren of verplaatsen door de gemeente erop gewezen, dat een spuitvrije zone aanwezig moet zijn van 50 meter (afstand waarvan, kavel voordeur, achtertuin of……..?).-> afstand van rand bestemming Wonen tot agrarische gronden Geconstateerd wordt dat bouw-/ bestemmingsplannen die voor 1 januari 2024 ter visie hebben gelegen de gemeente momenteel gesprekken voert met de boodschap dat de spuitvrije zone in het bestemmingsplan moet worden ingevoerd. Dat geldt ook voor plannen, waarop geen zienswijzen zijn ingediend.
Dit leidt bij mij tot de volgende vragen: 1. Sinds wanneer heeft de gemeente de lijn gekozen om spuitvrije zones voor burgerwoningen in het buitengebied aan te wijzen terwijl de jurisprudentie met betrekking tot de spuitzoneproblematiek sinds de uitspraak van ABRvS 19 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3023 niet is gewijzigd? 2. Hoeveel bestemmingsplannen/bouwplannen hebben hiermee te maken, welke ter inzage hebben gelegen voor 31-12-2023 en tegen hoeveel van deze bestemmingsplannen zijn zienswijzen ingediend? 3. Wat is de achterliggende redengeving om dat nu in te voeren? 4. Heeft de gemeente de keuze vrijheid om deze spuitvrije zones al dan niet in de bestemmingsplannen op te nemen en waarom wordt er geen overgangsregeling gehanteerd voor procedures welke al vergevorderd zijn? 5. Uitgaande van de vooronderstelling dat het gezondheidsaspect in deze benadering bij u vooropstaat, waarom worden bedrijfswoningen van derden dan uitgesloten van deze beschermingszones? Bewoners van een bedrijfswoning en burgers in het buitengebied zouden op dezelfde wijze beschermd dienen te worden tegen gewasbeschermingsmiddelen. 6. Bent u niet bezig in plaats van minder regeltjes meer en meer onnodige regeltjes te maken, waardoor in elke situatie waar burger en boer aan elkaar grenzen het risico ontstaat tot burenconflicten? 7.
Hebt u over een dergelijk ingrijpend beleid advies ingewonnen bij de stands- en vakorganisaties van de land- en tuinbouw en zo ja wat waren de reacties hierop, zo nee hebt u een analyse gemaakt met de effecten die dit beleid heeft indien dit straks in het omgevingsplan moet worden vertaald? 8. Waarom nu meer op detailniveau regelen, bestemmingsplannen nog langer ophouden en waarom kunnen we niet uit gaan van het principe van eigen verantwoordelijkheid, temeer daar spuiten steeds efficiënter wordt en het gewasbeschermingsbeleid door nationaal beleid steeds strikter van het voorzorgsprincipe wordt voorzien?
9. Zijn er ook mogelijkheden dat de gemeente op een eenvoudige wijze bijvoorbeeld via een veegplan of parapluplan de teelt van bepaalde gewassen, bijvoorbeeld bollenteelt waarbij veel en schadelijke gewasbeschermingsmiddelen worden verbruikt in de buurt van woningen te verbieden? 10. Slotvraag: bent u bereid het verplicht stellen van het opnemen van een spuitvrije zone bij burgerwoningen in het buitengebied op te schorten, totdat nader inzicht bestaat in noodzaak, in wenselijkheid, zowel vanuit de agrarische hoek als de bewoners van burgerwoningen in het buitengebied en totdat het breed gedragen beleid is opgesteld, de vergevorderde procedures waarbij geen zienswijzen zijn ingediend, af te ronden?