2911 RvS 24-0196704 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Raad
.
.
van
Postbus 5960
de gemeente 6005
AA
-
es
ee:
Afdeling bestuursrechtspraak
vanState
Raad
ee
Horst
elkaa
ne
de Maas
aan
HORST
Datum
Ons
30 oktober 2024
202302990/1/R1
Uw
nummer
kenmerk
afdeling Omgeving
Inlichtingen
Onderwerp Horst aan de Maas Bp “Kortenbos 1 Meerlo”
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | Procedure
Beroep
Geachte In
heer/mevrouw,
bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure is
daarmee beëindigd. Een kopie van deze
uitspraak treft u hierbij
aan.
Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier
4228608(CAO)
Postbus 20019
-
2500 EA Den
Bij correspondentie
de datum
en
Haag
-
T 070
het nummer
F 070 365 426 44 26 van deze brief vermelden -
13 80
—
www.raadvanstate.nl
Raad
vanState 202302990/1/R1. Datum
uitspraak:
30
oktober
de
Maas,
2024
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak
in het
geding
(geanonimiseerd) B.
tussen:
wonend
in Meerlo,
gemeente
anderen,
appellanten, en
de
raad
van
verweerder.
de gemeente
Horst
aan
de
Maas,
Horst
aan
en
202302990/1/R1
2
30 oktober
2024
Procesverloop Bij besluit
van
7 maart
2023
“Kortenbos
1
Meerlo”
vastgesteld.
heeft de
raad
het
bestemmingsplan
Tegen dit besluit hebben (geanonimiseerd) MM en anderen beroep ingesteld. De raad
heeft
een
verweerschrift
ingediend.
(geanonimiseerd) hebben (geanonimiseerd) cn NN EN
een
schriftelijke uiteenzetting
gegeven.
(geanonimiseerd) en B
anderen
hebben
nadere
stukken
ingediend.
De
Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 september 2024, waar en de raad. vertegenwoordigd door (geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) EN EN ir. (geanonimiseerd) en zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting (geanonimiseerd) B. NN als door ing. MEN. partij gehoord. (geanonimiseerd) vertegenwoordigd (geanonimiseerd) B. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1
Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 22 maart 2019 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding (geanonimiseerd) en anderen zijn de eigenaren van de percelen (geanonimiseerd) B GN. 9 in BM 5,7 (geanonimiseerd) Op alle percelen staat een woning. De percelen 5 en 7 grenzen aan het perceel Kortenbos 1, waarvan (geanonimiseerd) BEN de eigenaar is. 2,
en
Daarop
bevindt zich
een
productie-
en
gebruiksgerichte paardenhouderij.
(geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) EN NN viien de paardenhouderij een professionelere uitstraling geven door enkele bouwwerken op het perceel te plaatsen. Om deze
ontwikkelingen mogelijk te maken heeft de raad een nieuw bestemmingsplan voor Kortenbos 1 vastgesteld. (geanonimiseerd) BN en anderen zijn het niet eens met het nieuwe bestemmingsplan. Zij vrezen geluidsoverlast door een nieuw bijgebouw en de stapmolen, overlast van stank, stof en vliegen door de paddocks en aantasting van het uitzicht vanuit de woning aan
Megelsum
7.
202302990/1/R1
30 oktober
3
2024
Toetsingskader JS
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. Conclusie 4,
De
Afdeling
is
oordeel
van
zal
dat
motiveren
het
beroep ongegrond
dit oordeel hierna Afdeling van appellanten. Dat doet zij in deze volgorde: Bijgebouw naast Megelsum 7; Geluidsoverlast door de stapmolen; aan
de
hand
van
de
is. De
beroepsgronden
-
-
-
-
Paddocks;
Buitenopslag.
Bijgebouw
Megelsum
naast
7
(geanonimiseerd) en anderen betogen dat het bijgebouw te dicht bij de woning B aan Megelsum 7 mag worden gebouwd. (geanonimiseerd) BM en anderen vrezen dat daardoor het uitzicht vanuit de woning wordt aangetast. Daarbij merken zij op dat het bijgebouw maximaal 6 m hoog mag worden. Daarnaast vrezen (geanonimiseerd) en anderen geluidsoverlast wanneer voertuigen in het bijgebouw B worden geparkeerd. B (geanonimiseerd) en anderen wijzen in dit verband op de motor, sportauto en Amerikaanse bus van BEN (geanonimiseerd) en NN (geanonimiseerd) cie volgens hen veel geluid maken. 5,
5.1.
De
raad
stelt
standpunt dat het verlies van uitzicht niet in de weg staat aan de bouwmogelijkheden op het perceel Kortenbos 1. Verder stelt de raad zich op het standpunt dat de gevolgen van het geluid voor de omgeving aanvaardbaar zijn en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 52
De
raad
heeft zich
standpunt zwaarder
Daarbij
mogen
weegt
stelt de
zich
stellen dan
het
Afdeling
leefklimaat.
het
dat
op
naar
het
behoud
voorop Verder is
het oordeel
belang bij van
dat
van
het bouwen
uitzicht geen
Afdeling
de
vanuit
recht
bestaat
van
woning
op
bij
de
en
van
er
een
op
ongewijzigd haag staat
een
wintervaste
nummer
belang perceelgrens van Megelsum 7 en Kortenbos 1. Het bestaande uitzicht aan de oostzijde van de woning wordt op dit moment dus al behoorlijk geblokkeerd. BM (geanonimiseerd) en anderen hebben ter zitting aangegeven dat de haag en anderen de haag laten staan op het perceel Megelsum 7 staat. Als (geanonimiseerd) B verandert het uitzicht vanuit de woning dus nauwelijks. Daarnaast blijft er vrij uitzicht aan de zuidzijde van de woning aan Megelsum 7. Verder oordeelt de Afdeling dat de raad de hoeveelheid geluid van woon-
dat
de
op het het bijgebouw 7.
202302990/1/R1
het parkeren
4
in het dat
30 oktober
2024
bijgebouw aanvaardbaar heeft mogen achten. Daarbij
in het
is
belang bijgebouw privévoertuigen geparkeerd mogen Langs de perceelgrens met Megelsum 7 mag namelijk geen bedrijfsgebouw worden gebouwd. Dit volgt uit de aanduiding “geen bedrijfsgebouwen toegestaan” langs de perceelgrens met Megelsum 7. Het van
alleen
worden.
bijgebouw mag dus alleen voor privédoeleinden worden gebruikt. Verder is van belang dat de privévoertuigen van (geanonimiseerd) ecn (geanonimiseerd) BN NN … worden geparkeerd op het terrein van Kortenbos 1. Het betoog slaagt niet. Geluidsoverlast door de en (geanonimiseerd) B
6.
stapmolen
betogen dat de hoeven van de paarden in de veroorzaken. De stapmolen staat langs de stapmolen geluidsoverlast perceelgrens van Megelsum 5 en Kortenbos 1. (geanonimiseerd) BM en anderen stellen dat de
stapmolen per dag
harde ondergrond heeft en dat de stapmolen voor langere tijd wordt gebruikt.
een
keren 6,1.
anderen
De raad
stelt zich
op
het
standpunt dat de gevolgen van het geluid zijn en dat er sprake is van een goede verwijst in dit verband naar het op
omgeving ruimtelijke ordening. De raad 25 februari 2022 uitgebrachte rapport “Akoestisch onderzoek” dat in en (geanonimiseerd) verricht door HMB B.V. (hierna: opdracht van (geanonimiseerd) HN Ns voor
de
meerdere
aanvaardbaar
akoestisch
6.2.
het
onderzoek).
De
raad
heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het geluid, hoeven van de paarden in de stapmolen, aanvaardbaar is afkomstig voor de omgeving. (geanonimiseerd) BEN en (geanonimiseerd) AN hebben ter zitting een foto laten zien van de ondergrond. Aan de hand daarvan hebben zij toegelicht dat de de
van
ondergrond
bestaat uit rubberen matten met daarop zand. Deze ondergrond zal het geluid van de hoeven van de paarden voor een groot deel absorberen. Dat
de stapmolen een zachte, geluidsabsorberende ondergrond heeft, volgt ook uit het akoestisch onderzoek. In het licht daarvan komt geen doorslaggevende betekenis toe aan het precieze aantal uren dat de
stapmolen
per
Het
dag
wordt
gebruikt. betoog slaagt niet.
Paddocks
(geanonimiseerd) en B
7
betogen dat de paddocks tussen Megelsum 5 en 7 niet in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening. Zij stellen dat de paddocks overlast door onder meer geur, stof vliegen veroorzaken. As
De raad
paddocks
voor
Tds
De
het
anderen
stelt zich op woon-
en
het standpunt dat de gevolgen leefklimaat aanvaardbaar zijn.
van
en
de
Afdeling stelt voorop dat de paddocks al aanwezig waren en vorige bestemmingsplan waren toegestaan en dus legaal bestaand gebruik zijn. In beginsel moet legaal bestaand gebruik als zodanig in het bestemmingsplan worden bestemd. De raad hoefde in wat (geanonimiseerd) BM en anderen onder
in
het
beroep hebben aangevoerd redelijkerwijs
geen
aanleiding
te
zien
om
de
neen
202302990/1/R1
6
30
oktober
2024
paddocks niet langer als zodanig te bestemmen. Daarbij is van belang dat (geanonimiseerd) en anderen ter zitting hebben aangegeven dat op dit moment geen B sprake is van overlast. Die verwachten zij pas over een aantal jaren. Verder is van belang dat tussen de paddocks en Megelsum 7 een haag staat die bescherming zal bieden tegen stofoverlast. Bovendien heeft de raad in paragraaf 5.2.3 van de plantoelichting toegelicht dat de grond van de paddocks wordt besproeid om overlast van stof te voorkomen. (geanonimiseerd) en BEN (geanonimiseerd) hebben dit bevestigd in hun schriftelijke reactie. Ook hebben en ON (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) ter zitting toegelicht dat in iedere paddock slechts EN één paard staat en dat mest dagelijks uit de paddocks wordt verwijderd. Daarom is niet aannemelijk dat in de toekomst ernstige overlast van geur, stof en vliegen ontstaat. Het betoog slaagt niet. Buitenopslag (geanonimiseerd) BN en anderen stellen dat een gedeelte van Kortenbos gebruikt als buitenopslag van bouwmaterialen. Deze opslag bevindt langs de perceelgrens met Megelsum 5. (geanonimiseerd) BM en anderen betogen 8.
niet
is toegestaan.
81,
De
1
wordt zich
dat
dit
raad
wijst erop dat tegen vermeende overtredingen altijd een handhavingsverzoek kan worden ingediend. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat buitenopslag van materialen bij de agrarische bestemming moet passen, anders is de opslag niet toegestaan. (geanonimiseerd) en anderen niet kan Afdeling oordeelt dat het betoog van BM van het vernietiging bestemmingsplan. Op grond van het bestemmingsplan heeft Kortenbos 1 de bestemming “Agrarisch met waarden”. Vast staat dat het gebruik van het perceel voor opslag van goederen, anders dan opslag ten behoeve van de agrarische bestemming van het perceel, in strijd is met het bestemmingsplan. Tegen opslag in strijd met het bestemmingsplan kan handhavend worden opgetreden. Dat is een kwestie die los staat van het bestemmingsplan dat in deze procedure wordt 8,2,
leiden
De
tot
getoetst. Proceskosten
9.
De
raad
hoeft geen proceskosten
te
vergoeden.
|
ee
202302990/1/R1
6
30
oktober
2024
kamer,
in
Beslissing De
Afdeling bestuursrechtspraak
verklaart Aldus
het
van
de
Raad
vastgesteld
door van
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EE MEN. io ven de enkelvoudige (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) ortie. EN MN.
(geanonimiseerd) van
de
(geanonimiseerd)
enkelvoudige
Uitgesproken
in het
kamer
openbaar
7703-1126 Verzonden:
State:
beroep ongegrond.
tegenwoordigheid
lid
van
30
oktober
2024
griffier
op
30
oktober
2024