260348 gem. Horst a.d. Maas Jaarrekening 2025 incl. CV
Tekst van het document
Bij het aantrekken van financieringen voor langer dan een jaar zijn uitsluitend geldleningen toegestaan. De vlotte schuld wordt afgezet tegen de norm van de kasgeldlimiet. De kwartaalrapportages zijn belangrijk voor het signaleren van mogelijke overschrijdingen. Als dit structureel is en er sprake is van een overschrijding van drie opeenvolgende kwartalen, moet de gemeente met de provincie in overleg
88
over een beëindiging van de overschrijding. De gemeente wordt dan verplicht een vaste geldlening af te sluiten (consolideren). Uit onderstaand overzicht blijkt dat we in 2025 de kasgeldlimiet niet hebben overschreden. De hoogte van de vlottende schuld is sterk afhankelijk van de mate en het tempo van uitvoering van geraamde investeringen en grondverkopen. Kasgeldlimiet
1e kw
2e kw
3e kw
4e kw
Omschrijving Vlottende korte schulden Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende korte schulden Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen Totaal netto vlottende schuld (1-2) Kasgeldlimiet Begrotingstotaal (oorspronkelijke begroting) Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage Kasgeldlimiet: (4 X 5 / 100) Ruimte onder kasgeldlimiet (4-3) Overschrijding van de kasgeldlimiet (3-4)
2025
2025
2025
2025
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
4 31.844 0 31.848 -31.848
4 39.974 0 39.978 -39.978
2 29.763 0 29.765 -29.765
160.925
160.925
160.925
160.925
8,5% 13.679 40.990 0
8,5% 13.679 45.527 0
8,5% 13.679 53.657 0
8,5% 13.679 43.444 0
.
. 0 0 0 0 0
.
. 13 27.298 0 27.311 -27.311
.
.
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft betrekking op financieringen met een rentetypische looptijd van langer dan 1 jaar. De gemeente loopt renterisico over: • dat deel van de leningenportefeuille dat in een jaar in aanmerking komt voor herfinanciering of renteherziening en; • nieuw aan te trekken langlopende leningen. De risiconorm wordt berekend op basis van een percentage (20%) van het begrotingstotaal. Doel is het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Jaarlijks mogen de verplichte aflossingen en de renteherziening niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het schema hieronder laat zien dat we ruim onder de renterisiconorm zijn gebleven. De provincie toetst de renterisiconorm uit hoofde van haar financiële toezicht.
89
,
Renterisiconorm en renterisico's vaste schuld , Omschrijving 1a Renteherziening op vaste schuld opgenomen gelden (o/g) 1b Renteherziening op vaste schuld uitgeleende gelden u/g 2 Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3 Betaalde aflossingen 4 Renterisico op vaste schuld (2+3) . Renterisiconorm 5 Begrotingstotaal 6 Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 7 Renterisiconorm . Toets renterisiconorm 8 Renterisiconorm (7) 9 Renterisico op vaste schuld (4) 10 Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
, 0 0 0 12.334 12.334 , 160.925 20% 32.185 . 32.185 12.334 19.851
Richtlijnen Rente BBV algemeen Om ervoor te zorgen dat in de begroting en verantwoording de totale rentelasten en de daaraan gekoppelde financieringsbehoefte inzichtelijk zijn, wordt in de BBV voorgeschreven dat de paragraaf financiering voortaan ook in ieder geval inzicht geeft in • de rentelasten; • het renteresultaat; • de financieringsbehoefte; • en de manier waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. De commissie BBV adviseert hiervoor een renteschema op te nemen in de paragraaf financiering. Onderstaande schema voldoet aan het genoemde advies. Renteschema: Jaarrekening 2025 a. b. , c.1. c.2. c.3.
, d.1. d.2. , e. f.
Omschrijving De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend , Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over het eigen vermogen Rente over de voorzieningen (die tegen CW gewaardeerd zijn) Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury
1.576 -1.256 321 23 -194
419 248 568 568 576 8
De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente wordt vervolgens op consistente en eenduidige wijze toegerekend aan de individuele activa. Daarbij is differentiatie per investering of taakveld niet toegestaan. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,50% worden afgerond. Wijken de werkelijke 90
rentelasten die (over een jaar) aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast meer dan 25% af van de rentelasten die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden is toegerekend, dan is een correctie verplicht. Dit is gerelateerd aan de fluctuaties van de rentetarieven op de geldmarkt. Richtlijnen Rente BBV 2023 In 2023 is er een nieuwe BBV notitie rente in werking getreden. In deze notitie wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en - baten in de begroting en jaarstukken. Doelstelling van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door de gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). De belangrijkste wijziging betreft de toerekening aan de grondexploitaties. Vanaf 2016 was in verband met de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) voor grondexploitaties de rentetoerekening gebaseerd op het gemiddelde rentepercentage over het vreemde vermogen. In de praktijk hanteert de Belastingdienst een andere toerekening van rente aan de grondexploitaties.
Hiermee is de noodzaak voor een afwijkend rentepercentage voor grondexploitaties vervallen en ligt het voor de hand de renteomslag ook te gebruiken voor de rente aan de grondexploitaties. In het publiekrechtelijke kostenverhaal bij faciliterende grondexploitaties moet overeenkomstig de Omgevingswet voor de rentetoerekening wel een ander rentepercentage worden gehanteerd. Bij kostenverhaal op basis van een overeenkomst kunnen uiteraard ook afspraken worden gemaakt over het verrekenen van rente. De hoogte van het rentepercentage is dan onderdeel van de afspraken in de overeenkomst en kan afwijken van de omslagrente. De bepalingen en richtlijnen van deze notitie treden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2025. Hier is binnen onze gemeente invulling aangegeven.
E. Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling In 2025 zijn we de ontwikkeling van onze organisatie blijven afstemmen op wat de buitenwereld van ons vraagt. Daarom hebben we ingezet op een drietal verbetersporen: 1. Dienstverlening; 2. Vitale en professionele medewerkers; 3. Bestuurlijk – ambtelijke samenwerking. Wat we in 2025 op deze verbetersporen hebben gerealiseerd lichten we toe in programma 7. Digitalisering als motor voor vernieuwing In 2025 is de digitale transformatie van de dienstverlening en de bedrijfsvoering verder vorm gegeven en hebben we onder andere de volgende resultaten bereikt: procesoptimalisatie en digitalisering van generieke diensten als bijvoorbeeld WOOverzoeken, opstellen beleidsplannen, klachtafhandeling en het voorbereiden van Bestuurlijke Besluitvorming, het gebruik van Microsoft 365 als centrale digitale werkplek ten behoeve van opslag, raadpleging en verwerking van documenten en gegevens en om eenvoudig samen te werken, de inzet van AI op diverse terreinen, zoals bijvoorbeeld het opstellen van Leefzorgplannen, het verwerken van wijzigingen in objecten in de openbare ruimte en het automatisch inlezen van bezwaren WOZ, het verder ontwikkelen van een veilige omgeving om AI toe te passen en verder te werken aan digitale autonomie, het aanbieden van (verplichte) opleidingen voor het verbeteren van de digitale vaardigheden en het omgaan met
digitale informatie voor alle medewerkers, het ontwikkelen en verbeteren van dashboards om data in te zetten voor sturing van dienstverlening en het ondersteunen van beleidsontwikkeling.
91
Sturen met vertrouwen: bouwen aan een koersvaste organisatie Conform de in 2024 door de gemeenteraad vastgestelde notitie planning & control 2024 zijn we aan de slag gegaan met de afdelingsplannen. Voor het Directieteam hebben we in 2025 de mijlpalenplanning als sturingsinstrument geïntroduceerd. In de mijlpalenplanning staan de belangrijkste activiteiten uit de afdelingsplannen gebundeld die in 2025 opgepakt worden. De voortgang van deze activiteiten hebben we op basis van de mijlpalenplanning gemonitord. 2025 is ook het eerste jaar dat we geen 2 maar 1 bijstelling van de begroting aan de raad hebben voorgelegd. Dit heeft samen met de afdelingsplannen en mijlpalenplanning bijgedragen aan een koersvastere organisatie. In het voorjaar van 2025 hebben we laten onderzoeken hoe onze personeelsinzet en apparaatskosten zich verhouden tot andere, vergelijkbare gemeenten. Uit de benchmark blijkt dat we relatief veel taken met eigen personeel uitvoeren. Daardoor zijn onze personeelskosten hoger, maar daar staat tegenover dat we minder uitbesteden. Per saldo liggen onze apparaatskosten ongeveer 11% boven het gemiddelde. Dit verschil komt deels door bewuste keuzes: we hebben een hoger ambitieniveau, een specifieke inrichting van onze organisatie en een actieve rol in de regio.
De uitkomsten van het onderzoek zijn meegenomen in het traject van zerobased begroten en hebben samen met andere inzichten de basis gevormd voor de meerjarenbegroting 2026–2029. Zo zorgen we ervoor dat onze inzet en middelen passen bij onze ambities én bij wat inwoners van ons mogen verwachten. Samen bouwen aan trots en vertrouwen In het college en de gemeenteraad lagen diverse besluiten voor met maatschappelijke impact, waarbij communicatie met de inwoners een belangrijke rol speelde. Zo hebben we inwoners uitgelegd wat we gingen doen, wat onze rol is als gemeente en welke besluiten we - waarom - namen. Ook hebben we de participatie mede bevorderd en het gesprek met inwoners gefaciliteerd. Denk aan de communicatie rondom de omgevingsvisie, NLW/Onze Loods, nieuwe afvalinzamelaar. We brachten continu in beeld wat er leeft in de gemeenschap, duidden dat en namen actie waar nodig. Zoals bijvoorbeeld bij vogelgriep, hebben we ingespeeld op de behoefte van de inwoners en de communicatie hierop afgestemd. We zagen verder dat de inwoners vooral geïnteresseerd zijn in praktische informatie van de gemeente (zoals afvalkalenders en openingstijden), toekomstplannen van de gemeente en informatie over de aanleg van wegen, pleinen en fietspaden. Apps zoals de Afvalwijzer en de Buiten Beter hebben een goed bereik.
Net als de digitale nieuwsbrief die we per e-mail verspreiden en de versie die we op tekst-tv van Omroep Horst aan de Maas laten uitzenden. De communicatiemiddelen van de gemeente zijn toegankelijk en herkenbaar. We hebben verbeteringen aangebracht in de vindbaarheid en actualiteit van informatie van de gemeente, door de website en nieuwsbrief centraal te zetten. En we hebben de online dienstverlening uitgebreid. De interne communicatie is verbeterd, vooral de managementinformatie, dankzij extra inzet in 2024 en 2025. Klachten en bemiddeling als bouwstenen voor vertrouwen In 2025 is de klachtcoördinatie versterkt met een nieuwe coördinator en is gestart met de evaluatie van de klachtenregeling. Er zijn 50 klachten ontvangen, vooral over niet-tijdige of onduidelijke communicatie of onvrede over besluitvorming. Iedere klacht is opgepakt met het doel de dienstverlening en het vertrouwen van inwoners te verbeteren. De samenwerking met MOOI op het gebied van mediation is gecontinueerd en er is gewerkt aan betere signalering en analyse van klachten voor kwaliteitsverbetering. Vastgoed dat klaar is voor de toekomst De gemeente Horst aan de Maas heeft divers vastgoed in haar bezit. Dit vastgoed wordt ingezet voor bepaalde doeleinden. Daarbij gaat het om: 1. Eigen gebruik 2. Verhuur aan verenigingen / organisaties voor hun activiteiten 3. Overige eigendommen (rest)
92
In 2025 is een integrale vastgoedinspectie (schouw) uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn vertaald naar onderhouds- en investeringsmaatregelen en financieel verwerkt in het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) en het meerjarig investeringsplan (MIP). Hiermee heeft de gemeente verdere stappen gezet in het verkrijgen van meer inzicht en regie op haar vastgoedportefeuille. In december 2025 heeft de gemeenteraad het MJOP) en MIP voor de periode 2026-2030 vastgesteld. Deze plannen zijn opgesteld binnen de vastgestelde financiële kaders en vormen het fundament voor een planmatige en toekomstbestendige instandhouding van het gemeentelijk vastgoed. Beheerplannen Kwaliteitsniveau MJOP gebouwen 2026-2030 Basis (RgdBOEI conditie 3) MIP gebouwen 2026-2030 Functionele en Duurzame gebouwen, verbetering van energielabels richting A en waar mogelijk voldoen aan BENG-ambities bij ingrijpende renovaties Alle gemeentelijke gebouwen bezitten minimaal het gewenste kwaliteitsniveau Basis, of er zijn in het MJOP passende maatregelen opgenomen om hier naar toe te werken. Fraude en integriteitsmeldingen Het college heeft een verantwoordelijkheid met betrekking tot fraude in het kader van de controle van de jaarrekening.
Dit type fraude bevat het opzettelijk handelen door één of meerdere personen binnen de gemeente, waarbij gebruik wordt gemaakt van opzettelijke misleiding om onrechtmatig of onwettig voordeel te behalen. Een voorbeeld is het betalen van valse facturen waarbij één of meerdere personen binnen de gemeente betrokken zijn. Jaarlijks actualiseren we de inventarisatie van de frauderisico's. Hierbij nemen we ook beheersmaatregelen op die fraude voorkomt. Daarnaast is er bij de interne controle per proces aandacht voor mogelijke fraude. Conform de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen wordt het college in kennis gesteld van de geactualiseerde frauderisico's inclusief de beheersmaatregelen. Integriteitsmelding: Eind 2024 zijn er vragen gesteld over een grondtransactie waarbij er een mogelijke integriteitskwestie aan de orde was. Dit heeft in maart 2025 een vervolg gekregen met een signaal dat er sprake was van financiële bevoordeling betrekking hebbende op deze grondtransactie. Onderzoek is inmiddels afgerond en het rapport is tijdens een raadsavond behandeld. De adviezen vanuit het onderzoek worden door de gemeente overgenomen waaronder het opstellen van het handelingsprotocol integriteitsmeldingen. Rechtmatigheidsverantwoording Afwijkingen boven de rapporteringsgrens van 2% lasten excl reserves per programma met minimum van € 150.000
x € 1.000 + voordeel
Lasten per programma PROG-7 Gezonde, duurzame en ondernemende organisatie
€ 4.287
Overschrijding lasten bij kredieten meer dan € 150.000 Er zijn geen overschrijdingen van kredieten van meer dan € 150.000 waar geen baten tegen over staan
€-
Toevoegingen en onttrekkingen reserves x € 1.000 R.2.02.05 Reserve I&A, meer onttrokken dan begroot
€ -271
R.2.02.24 Reserve opvang ontheemden, minder onttrokken dan begroot
€ 610
R.2.02.19 Reserve Programma energiebesparing, meer onttrokken dan begroot R.2.01.02 Reserve strategische aan- en verkopen, minder toegevoegd dan begroot R.2.02.22 Reserve transformatie sociaal domein, minder toegeveogd dan begroot R.2.02.22 Reserve transformatie sociaal domein, minder onttrokken dan begroot
€ -1.323 € -750 € -326 € 166 93
Afwijkingen per programma boven de 2% van de lasten exclusief reserves met een minimum van € 150.000 Alleen bij programma 7 is er sprake van een lastenoverschrijding, deze is toegelicht bij de programmaverantwoording op programma 7 onder het kopje "wat heeft het gekost?". Overschrijding kredieten boven de € 150.000 Er zijn geen kredietoverschrijdingen van meer dan € 150.000 waarvoor geldt dat er geen baten tegenover staan. Afwijkingen mutaties reserves boven de € 150.000 De afwijkingen van de mutaties reserves zijn acceptabel. Het betreft mutaties die voortvloeien uit het gemeentelijk beleid dat is bepaald in de Nota Reserves en voorzieningen. Afwijkingen zijn met name ontstaan doordat bij de jaarrekening blijkt dat de benodigde onttrekkingen en/of toevoegingen van reserves lager zijn dan begroot omdat betreffende projecten pas later worden uitgevoerd dan gepland of doordat er uit andere financieringsbronnen gelden zijn ontvangen. M&O beleid Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) is niet als apart overkoepelend beleid vastgesteld. In de diverse verordeningen van de gemeente Horst aan de Maas zijn regels vastgesteld om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Daarmee voorkomen we dat een overkoepelend M&O-beleid steeds moet worden aangepast aan nieuwe verordeningen die voor de verschillende terreinen worden vastgesteld.
Door de controle op de verschillende processen en de daaronder liggende verordeningen hebben we een duidelijk beeld of er wel of geen sprake is van misbruik en oneigenlijk gebruik. Wij hebben geen constateringen op dit onderdeel gehad. Aanbestedingswet Conform het vastgestelde normenkader beperkt de interne controle zich tot de Europese aanbestedingen. De normen die gelden voor de Europese aanbestedingen zijn: Voor werken: € 5.538.000 Voor leveringen en diensten € 221.000 Voor sociale en specifieke diensten € 750.000 Via een spendanalyse is voor alle crediteuren voor de jaren 2022 tot en met 2025 onderzocht in hoeverre er Europese aanbesteding aan de orde is. Uit deze spendanalyse blijkt dat er twee fouten zijn geconstateerd. Het gaat hierbij om een fout van € 1,04 miljoen voor Crisisnoodopvang Oekraïners (CNO) in Swolgen. De gemeente Horst aan de Maas vindt het belangrijk om de vluchtelingen uit Oekraïne een tijdelijke (max. 48 uur) opvang te bieden. Na een kort verblijf gaan de vluchtelingen naar permanente opvang. Deze opvanglocatie is in augustus 2025 afgebrand en er is geen nieuwe locatie beschikbaar gesteld. Voor deze opvang is geen Europese aanbestedingsprocedure gestart omdat niet duidelijk is en was voor hoe lang deze opvang nog nodig was.
Vanuit de Europese wetgeving is bepaald dat deze opvang voor de jaren 2022 en 2023 nog als crisis mag worden gezien en dus niet aanbesteed hoefde te worden. Vanaf 2024 geldt deze “crisis” in het kader van Europese aanbesteding niet meer. Daarnaast is er een Europese aanbestedingsfout van € 71.265 bij aanbesteding van reiniging riolering en stortkosten slib. Inmiddels is gestart met een Europese aanbesteding waarbij de het contract vanaf 1 januari 2027 zal in gaan en daarmee deze fout in de toekomst wordt voorkomen. Wet fido, schatkistbankieren, Ufdo en Ruddo De Wet financiering decentrale overheden (fido) en onderliggende regelingen in de vorm van Regeling schatkistbankieren decentrale overheden, Uitvoeringsregel financiering decentrale overheden (Ufdo) en Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), bevatten regels die de risico’s voor gemeenten moeten beperken bij lenen en beleggen. Conform de aanbeveling in de kadernota rechtmatigheid 2025 wordt hierover gerapporteerd in de paragraaf bedrijfsvoering. De interne controle heeft géén onrechtmatigheden geconstateerd voor deze onderdelen.
94
F. Verbonden partijen In deze paragraaf geven we inzicht in de verbonden partijen. Een verbonden partij is een privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft (artikel 1 BBV). Er is sprake van een bestuurlijk belang als er zeggenschap is op basis van stemrecht of vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. Er is sprake van een financieel belang wanneer een beschikbaar gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement of wanneer er financiële aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Verbonden partijen voeren publieke taken uit die een relatie hebben met het bereiken van de doelstellingen van het programmaplan en de daaraan gekoppelde beleidsvoornemens. Meer informatie vindt u bij de partijen zelf. Verbonden partijen Er is op dit moment sprake van de volgende verbonden partijen, waarbij vermeld staat wat dit de gemeente Horst aan de Maas per inwoner kost:
Nr
Verbonden partij
Bijdrage per inwoner 2024
Bijdrage per inwoner 2025
Gemeenschappelijke regelingen met eigen rechtspersoonlijkheid 1
Veiligheidsregio Limburg-Noord
€ 129,11
€ 127,25
2
Euregio Rijn-Maas-Noord
€
€
3
Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningschap NoordLimburg West (NLW)
€ 11,64
€ 11,50
4
Modulaire Gemeenschappelijke Regeling
€
7,41
€
7,89
5
Regionale uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD) (Vanaf 2026 Omgevingsdienst Noord en Midden-Limburg (OD NML))
€
3,88
€
3,97
6
Omnibuzz
€ 15,52
€ 17,74
7
Reinigingsdienst Maasland (RD Maasland)
€ 40,25
€ 57,32
0,16
0,16
Coöperaties/ vennootschappen 8
Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo
€
0,00
€
0,00
9
Dimpact
€
6,35
€
4,70
10
Waterleidingsmaatschappij Limburg (WML)
€
0,00
€
0,00
11
Bank Nederlandse gemeenten (BNG)
€
0,00
€
0,00
95
12
Bodemzorg Limburg
€
0,00
€
0,27
13
Enexis N.V. (Netwerkbedrijf)
€
0,00
€
0,00
14
CSV Amsterdam B.V. (voorheen claim staat vennootschap BV)
€
0,00
€
0,00
€ 0, 30
€
0,30
Stichtingen en Verenigingen 15
ASL (Afvalsamenwerking Limburg)
Overige verbonden partijen (incl. partijen zonder rechtspersoonlijkheid) 16
Gemeenschappelijke Regeling Maasveren Limburg Noord
€
0,00
€
0,00
17
Regio Noord-Limburg
€
6,06
€
6,28
18
Banenplein Limburg
€
0,00
€
0,00
19
Zorg- en Veiligheidshuis Noord-Limburg
€
1,71
€
1,61
20
Regionaal Mobiliteitsoverleg Noord-Limburg - Trendsportal (RMO)
€
1,43
€
3,27
21
Waterpanel Noord
€
0,98
€
1,20
22
Centrumregeling Regionale Energie Strategie Noord- en Midden Limburg (RES NML)
€
2,60
€
2,60
23
Samenwerking gemeenschappelijke informatievoorziening VTH Limburg (SGIV)
€
0,51
€
0,55
Totaal per inwoner
€ 195,69
€ 246,60
Verbonden partijen
Gemeenschappelijke regelingen met eigen rechtspersoonlijkheid Naam Verbonden Partij
Veiligheidsregio Limburg Noord
Vestigingsplaats
Venlo
Doel (openbaar belang)
Behartiging van de belangen van de 15 gemeenten binnen het gebied van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN), handelend vanuit de taken en verantwoordelijkheden zoals opgenomen in de Wet Veiligheidsregio's en de Wet Publieke gezondheid.Behartiging van de belangen van de 15 gemeenten binnen het gebied van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN), handelend vanuit de taken en verantwoordelijkheden zoals opgenomen in de Wet Veiligheidsregio's en de Wet Publieke gezondheid.
Relatie met programma
Programma 7 Een gezonde, duurzame en ondernemende gemeentelijke organisatie
Bestuurlijk en financieel belang
Een groot deel van de gemeentelijke verantwoordelijkheden op het terrein van Veiligheid en Publieke Gezondheid zijn conform de geldende wetgeving
96
belegd bij de VRLN. Hiervoor betaalt Horst aan de Maas een gemeentelijke bijdrage. Voor 2025 was deze bijdrage € 5.629.904 De Jaarverantwoording 2025 is nog niet gereed. Wel zijn er al een aantal Ontwikkelingen (Voortgang, risico's ontwikkelingen te melden. Het Algemeen Bestuur heeft op 5 september 2025 het versterkingsplan en beleidsvoornemens) ‘Samen borgen van Publieke Gezondheid in Noord- en Midden-Limburg’ goedgekeurd. Het plan betreft de versterking op de continuïteit en kwaliteit van de wettelijke taken van de GGD. Daarnaast is in het Algemeen Bestuur van 5 december 2025 een voorgenomen besluit genomen om per 1-1-2026 over te gaan tot regionalisering van de FLO-kosten en daarmee de kosten op te nemen in de gemeentelijke bijdrage. Hiervoor is de vorming van een voorziening nodig. Definitieve besluitvorming vindt plaats nadat de gemeenteraden van de 15 deelnemende gemeenten hierop hun zienswijzen hebben gegeven. 01-01-2025
31-12-2025
Eigen vermogen
€ 11.268.000
€ 5.271.000
Vreemd vermogen
€ 40.725.000
€ 48.649.000
Resultaat boekjaar
€0
Toelichting op de financiën
De definitieve jaarcijfers 2025 zijn nog niet bekend. Het eigen en vreemd vermogen per 31-12-2025 is afkomstig uit de begroting.
Naam Verbonden Partij
Euregio Rijn-Maas-Noord
Vestigingsplaats
Mönchengladbach en Venlo
Doel (openbaar belang)
Stimuleren, ondersteunen en coördineren van de regionale grensoverschrijdende samenwerking tussen de leden, in het bijzonder op de volgende gebieden: economische ontwikkeling, opleiding en onderwijs, arbeidsmarkt, verkeer en vervoer, technologie en innovatie, ruimtelijke ordening, cultuur en sport, toerisme en recreatie, milieubescherming en afvalverwerking, natuurbehoud, rampenbestrijding, communicatie, openbare orde en veiligheid
Relatie met programma
Programma 5 Een toekomstbestendige en innovatieve economie
Van de euregio rijn-maas-noord maken tegenwoordig 32 leden deel uit. In het Nederlandse deel van de euregio zijn dat de gemeenten Beesel, EchtSusteren, Horst aan de Maas, Leudal, Nederweert, Peel en Maas, Maasgouw, Roerdalen, Roermond, Sittard-Geleen, Venlo, Venray, Weert en de Limburgse wewrkgevers vereniging. Aan de Duitse kant gaat het naast de Landeshauptstadt Düsseldorf om de steden Mönchengladbach en Krefeld, het zuidelijk deel van de Kreis Kleve, de gemeenten Brüggen, Niederkrüchten, Straelen, Geldern, Schwalmtal, Nettetal, Wassenberg en Wegberg, Selfkant, de Kreis Viersen, de Rhein-Kreis Neuss, de Kreis Heinsberg, de Industrieund Handelskammer Mittlerer Niederrhein en de Niederrheinische Industrieund Handelskammer zu Duisburg. De jaarlijkse contributie/bijdrage is € 6.880 (€ 3.440 per stem). Naast de periodieke Algemene ledenvergaderingen bestaat de Euregio RijnOntwikkelingen (Voortgang, risico's Maas-Noord uit verschillende commissies: en commissie Government-to-Government, beleidsvoornemens) commissie Business-to-Business, commissie People-to-People en commissie INTERREG. Bestuurlijk en financieel belang
97
INTERREG stimuleert innovatieve en duurzame projecten die zich richten op het sterker maken van Europa. Denk aan meer innovatiekracht, een beter milieu en het verkleinen van de economische verschillen tussen regio’s en lidstaten onderling. De INTERREG periode V (2014-2020) biedt vooral kansen op regionaal en bovenregionaal niveau onder andere vanwege het gevraagde schaalniveau van projecten en initiatieven. De taak en opdracht van onze subsidiecoördinator is erop gericht aansluiting te vinden met de regio Venlo en kansen en mogelijkheden voor Horst aan de Maas te benutten. Ook wordt waar mogelijk de verbinding gemaakt met de bestuursopdracht over een nieuw afsprakenkader voor Internationale Zaken. Op basis van dit afsprakenkader wordt de regio Noord en Midden-Limburg ondersteund en geadviseerd over onze internationale positionering en het verkleinen van grensbarrières. De gemeente Venlo vult de ambtelijke ondersteuning hiervoor wordt ingevuld door gemeente Venlo. 01-01-2025 Eigen vermogen
€ 423.960
Vreemd vermogen
€ 491.343
31-12-2025
Resultaat boekjaar Toelichting op de financiën
De jaarcijfers 2025 zijn nog niet bekend, dus EV en VV per 31-12 en het resultaat 2025 is nog niet ingevuld.
Naam Verbonden Partij
Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Noord-Limburg West (NLW)
Vestigingsplaats
Venray
Doel (openbaar belang)
Het uitvoeren van de (voormalige) Wet sociale werkvoorziening voor de gemeenten Peel en Maas, Horst aan de Maas en Venray. Sinds 1 januari 2015 is de NLW één van de professionele partners bij het uitvoeren van de Participatiewet.
Relatie met programma
Programma 2 Een sterke sociale basis
De gemeente heeft als bestuurder van het werkvoorzieningsschap zeggenschap over de inhoudelijke dienstverlening van de NLW-Groep NV en als aandeelhouder zeggenschap over de bedrijfseconomische aspecten van de NLW-groep NV. Voor 2025 bedroeg de bijdrage van de gemeente aan de NLW € 508.672. De gemeenten Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venray hebben Ontwikkelingen (Voortgang, risico's gezamenlijk besloten per 1 januari 2027 de samenwerking binnen NLW N.V. en de Gemeenschappelijke Regeling NLW te beëindigen. Dit om lokaal meer en beleidsvoornemens) regie te kunnen voeren over ondersteuning aan inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt. Voor een zorgvuldige overgang is in totaal een budget van circa €12 miljoen gereserveerd voor de drie gemeenten, voornamelijk voor reintegratie, contractbeëindiging en ontmanteling. Tot 1 januari 2027 blijft de NLW operationeel onder leiding van een interim-directeur, om continuïteit voor medewerkers (zowel doelgroep- als regulier personeel) te waarborgen. Bestuurlijk en financieel belang
01-01-2025
31-12-2025
Eigen vermogen
€ 61.000
€ 39.000
Vreemd vermogen
€ 5.419.000
€ 5.448.000
Resultaat boekjaar
€0
Toelichting op de financiën
De definitieve jaarcijfers 2025 zijn nog niet bekend. Het eigen en vreemd vermogen per 31-12-2025 is afkomstig uit de begroting.
98
Naam Verbonden Partij
Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein Limburg Noord (MGR)
Vestigingsplaats
Venray
Doel (openbaar belang)
De MGR is in 2014 opgericht om de samenwerking rond inkoop en contractering in het sociaal domein in Noord-Limburg vorm te geven. Er zijn twee modules. Module 1 is gericht op het gezamenlijk inkopen van de maatwerkvoorzieningen in het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet). Module 2 gaat over Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Preventie & Bemoeizorg.
Relatie met programma
Programma 2 Een sterke sociale basis
Aan module 1 van de MGR doen de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo en Venray mee. Aan Module 2 doen naast de gemeenten van Noord-Limburg ook de gemeenten uit MiddenLimburg mee (Leudal, Nederweert, Weert, Roermond, Roerdalen, EchtSusteren en Maasgouw). De MGR is een uitvoerende organisatie die haar opdrachten ontvangt van de deelnemende gemeenten. Deelnemende gemeenten zijn verantwoordelijk voor beleid en toegang tot de zorg. De MGR is verantwoordelijk voor contractering, contractmanagement, regionale monitoring en (op onderdelen) financiering van gecontracteerde zorgaanbieders (bijvoorbeeld bij Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen). De invulling van werkzaamheden en taakverdeling vindt in nauwe samenspraak met de gemeenten plaats (onder meer op basis van een driejaarlijks uitvoeringsplan dat MGR en gemeenten samen opstellen). De wethouder Sociaal Domein maakt deel uit van het Algemeen Bestuur van de MGR. De begroting van de MGR bevat bij module 1 uitsluitend bedrijfsvoeringskosten, voornamelijk personeelskosten. De deelnemende gemeenten betalen jaarlijks een bijdrage naar rato van het inwoneraantal op 1 januari van het jaar t-1. De bijdrage van Horst aan de Maas voor 2025 aan de uitvoeringskosten van module 1 bedroeg afgerond € 349.000.
De begroting bij module 2 bevat zowel uitvoeringslasten (deze komen voor Horst aan de Maas in 2025 uit op € 33.000) als de programmalasten van BW, MO en B&P. Deze programmalasten worden bekostigd uit de rijksbijdragen die de gemeenten voor BW, MO en B&P ontvangen. Na aftrek van de lasten wordt het positieve saldo uitbetaald aan gemeenten ten behoeve van investeringen in de lokale sociale basis. Voor Horst aan de Maas was dit positieve saldo voor 2025 € 1.338.000. In 2025 hebben we het project inkoop jeugd 2026 uitgevoerd. Dit heeft geleid Ontwikkelingen (Voortgang, risico's tot nieuwe overeenkomsten met jeugdhulpaanbieders per 1 januari 2026. Er is sprake van een open house inkoopprocedure zodat ook in 2026 en daarna en beleidsvoornemens) jeugdhulpaanbieders een overeenkomst kunnen krijgen (als zij voldoen aan de kwaliteitseisen). Verder heeft de MGR de huidige taken gevoerd zoals structureel contractmanagement, het samenspel met het lokale toegangsmanagement, het leren en verbeteren op basis van de regionale en lokale monitoring, financieel beheer en (waar afgesproken) het verrichten van de betalingen aan gecontracteerde zorgaanbieders. Daarnaast heeft de MGR de regionale begroting voor BW MO B&P beheerd en het positieve saldo over de 14 deelnemende gemeenten verdeeld.
Ook heeft de MGR met inbreng van de deelnemende gemeenten in 2025 een nieuw uitvoeringsprogramma voor de periode 2026 - 2028 opgeleverd. Tot slot is in 2025 de gemeenschappelijke regeling aangepast zodat per 1 januari 2026 de gemeenten van Midden-Limburg ook volledig en volwaardig deelnemen aan Module 1. Bestuurlijk en financieel belang
99
01-01-2025
31-12-2025
Eigen vermogen
€ 270.000
€ 270.000
Vreemd vermogen
€ 10.701.315
€ 11.632.220
Resultaat boekjaar
€0
Toelichting op de financiën
De MGR zelf heeft geen weerstandsvermogen en heeft geen reserves om risico’s af te dekken. De begroting is taakstellend, dreigen er overschrijdingen dan wordt in eerste instantie gezocht naar een oplossing binnen de begroting. Het rekeningsaldo van de MGR wordt afgerekend met de deelnemende gemeenten. Wanneer er sprake is van een overschot, dan wordt dat terugbetaald aan de gemeenten. Bij een tekort moeten de deelnemende gemeenten dit aanzuiveren.
Naam Verbonden Partij
Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (vanaf 2026 Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (OD NML))
Vestigingsplaats
Venlo
Doel (openbaar belang)
Het doel is uitvoering te geven aan: omgevingsvergunningen milieu en toezicht en handhaving op het gebied van milieu.
Relatie met programma
Programma 7 Een gezonde, duurzame en ondernemende gemeentelijke organisatie
Het Bestuurlijk Overleg (BO), waarin alle gemeenten en de provincie zijn vertegenwoordigd, vormt het bestuur van de RUD Limburg-Noord. Namens Horst aan de Maas is de portefeuillehouder Handhaving lid van het bestuur. Het bestuur stelt het regionaal uitvoeringsprogramma (RUP), de bestuursovereenkomst (BO) en de dienstverlenings-overeenkomst (DVO) op. Ambtelijke afstemming vindt plaats in het platform gemeentesecretarissen. De bijdrage aan de RUD bedroeg in 2025 € 175.451,-. De RUD Limburg-Noord is in 2013 opgericht als netwerkorganisatie, Ontwikkelingen (Voortgang, risico's gebaseerd op een bestuursovereenkomst. Per 1 december 2017 is deze structuur vervangen door een Gemeenschappelijke Regeling. en beleidsvoornemens) Naar aanleiding van het rapport Van Aartsen is er in 2024 een plan van aanpak vastgesteld om te ontwikkelen naar een robuuste omgevingsdienst. Dit plan voorziet in de ombouw van de netwerkorganisatie naar een fysieke dienst waarbij de medewerkers in dienst komen (waar ze nu nog in dienst zijn van de gemeente Venray). Er is in juni 2025 door het Algemeen bestuur van de RUD een bedrijfsplan vastgesteld waarmee uitvoering wordt gegeven aan de vorming van de nieuwe omgevingsdienst per 1 april 2026 Deze transitie brengt ingrijpende gevolgen met zich mee, niet alleen op personeelsgebied, maar ook financieel.
Er vindt een verschuiving plaats van menskracht en middelen van de deelnemende gemeenten naar de omgevingsdienst. Bovendien vereist deze transitie naar een reguliere (fysieke) omgevingsdienst een volledige herziening van de begroting van de omgevingsdienst. Bestuurlijk en financieel belang
01-01-2025
31-12-2025
Eigen vermogen
€ 1.038.000
€ 716.000
Vreemd vermogen
€ 2.075.000
€ 1.327.000
Resultaat boekjaar
€0
Toelichting op de financiën
De definitieve jaarcijfers 2025 zijn nog niet bekend. Het eigen en vreemd vermogen per 31-12-2025 is afkomstig uit de begroting.
100