CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

24 Stg. NMF 24-0025913 (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 19 maart 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Ingekomen brieven7.620 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

limburg 7 federatie

natuur en milieu

ili

De

gemeenteraad

t.a.v. Team

van

Horst

aan

je

(geanonimiseerd) (geanonimise rd) @nmflimburg.nl

de Maas

Omgeving

Limburg

Postbus 6005 5960 AA Horst

20

januari 2024 Onderwerp Zienswijze ontwerp bestemmingsplan Toverland Datum

Bijlage Bijlage Bijlage

1. Wetenschappelijk 2. Wetenschappelijk 3. Wetenschappelijk

Geachte

Raadsleden

onderzoek onderzoek onderzoek

van

Horst

aan

naar naar

naar

en

MER

de negatieve effecten de negatieve effecten de negatieve effecten

geluid van nachtelijk licht van

van

vuurwerk

de Maas,

Limburg werken we al decennialang op een constructieve wijze samen met de provincie Limburg, gemeenten en vele andere partners. Wij zetten ons daarbij in voor een aantrekkelijk, natuurrijk, milieuvriendelijk en toekomstbestendig Limburg. Een leefbare provincie, voor mens, plant en dier. Met deze zienswijze willen wij onze bezorgdheid uiten over het voorgestelde bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. De voorgestelde ontwikkelingen, waaronder een flexibele uitbreiding van het themapark en toevoegingen van verblijfsrecreatie, roepen kritische vragen op, die wij hieronder zullen

Als Natuur

en

Milieufederatie

toelichten. Cumulatieve

effecten

van

diverse

grootschalige ontwikkelingen

Wij maken ons zorgen over het cumulatieve effect van diverse in de regio zoals: -__De reactivering van vliegbasis de Peel

in de

regio onderbelicht grootschalie ontwikkelingen

Ontwikkeling 60Seven Uitbreiding Grandorse Uitbreiding recreatiepark de Schatberg Realisatie truck parking nabij de op-afrit van de A67 -__De intentie van de gemeente om meer woningen te gaan bouwen (ook in Sevenum) Zoekgebieden voor duurzame energieopwek

-__

-

-__

-_

-_

ontwikkelingen hebben cumulatieve (milieu) effecten, zowel in relatie tot de leefomgeving als de natuur. In het MER vinden wij de cumulatieve effectieve effecten

Al deze

onvoldoende

belicht.

Commissie MER moet worden betrokken De Commissie MER is een cruciaal onderdeel

milieueffectrapportageproces. Deze commissie speelt een sleutelrol bij het waarborgen van de kwaliteit en objectiviteit van milieueffectrapporten (MER's) die worden ingediend voor uiteenlopende projecten. Door haar expertise en onafhankelijke beoordeling draagt de Commissie MER bij aan een zorgvuldige afweging van milieueffecten, waardoor de besluitvorming rond projecten beter van

het

geïnformeerd en evenwichtiger wordt. Bij een grootschalige ontwikkeling als die van Toverland, vinden wij het van groot belang dat Comissie MER een langere termijn krijgt om dit onderzoek te beoordelen. Staan jullie als gemeenteraad opnieuw open om de onderzoeken voor te leggen aan de Commissie MER?

Er moet een voorkeursalternatief worden uitgesproken In het MER zijn diverse varianten onderzocht, maar wordt geen keuze gemaakt voor een voorkeursalternatief, waardoor de ondernemer de vrijheid krijgt om te beslissen. De Commissie MER heeft bij het beoordelen van andere plannen vaker als kritiek geuít dat het MER een sterke focus heeft op het ontwikkelplan van de ondernemer, maar dat een MER over een bestemmingsplan tot doel heeft om de maximale milieueffecten van dat bestemmingsplan in beeld te brengen: het is een plan-MER [en geen project-MER, waarbij de locatie al vastligt] De gemeenteraad maakt vervolgens een brede afweging op basis van de informatie uit het plan-MER, met het oog op de goede ruimtelijke ordening. Is de gemeenteraad voornemens om de Commissie MER te vragen zich uit te spreken voor een voorkeursalternatief? .

Hoe past deze ontwikkeling in de ruimtelijke opgaves

van

de gemeente?

Het plangebied is voor een groot deel omgeven door Goudgroene natuur [zie de figuur op de volgende blz. uit de rapportage Natuurnetwerk Nederland van Kragten) De uitbreiding van Toverland, maar ook de hierboven genoemde andere grootschalige ontwikkelingen in de regio, zullen negatieve effecten hebben op natuur. We gaan later op deze effecten in. In Limburg en ook in de gemeente Horst aan de Maas spelen diverse opgaven die allemaal beslag leggen op de al schaarse ruimte. Denk aan de transitie naar een duurzame voedselproductie met extensievere landbouw, waar meer ruimte voor nodig is; de energietransitie; de benodigde realisatie van 3. 500 ha extra bos in Limburg in het kader van de Nationale Bossenstrategie, maar ook het bestrijden van de klimaat- en biodiversiteitscrisis. De ruimte in en rondom het plangebied zou ook voor deze opgaven ingezet kunnen worden. Vindt de gemeenteraad dat een uitbreiding van Toverland nog wel in deze ruimtelijke opgaves past? .

Bestaat er noodzaak

om

uit te breiden?

Daarnaast vragen we kritisch aandacht voor de omvang van het beoogde bezoekersaantal van 3. 74 miljoen per jaar. In vergelijking met de Efteling, die 5. 4 miljoen bezoekers ontvangt, en in 2030 wil groeien naar 7 miljoen bezoekers, rijst de vraag of 1] de omgeving van de Peel dergelijke aantallen wel kan dragen? En 2) of er met maar liefst 8 attractieparken in de nabijheid er überhaupt een noodzaak is om uit te breiden? [de Efteling ligt op 130 kilometer afstand, Phantasialand [95 kilometer) Bobbejaanland [80 kilometer) Movie Park Germany (80 kilometer) Walibi Belgium (150 kilometer) Walibi Holland (120 kilometer) Plopsa Indoor Hasselt (120 kilometer) en Attractiepark Slagharen (140 kilometer) ,

,

,

,

,

.

■ LOTIRlja

natuuren milieuFlimburg

federatie

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

Afbeelding 19. Ligging van hel plangebied Irood omlijndl len opzichte van de diverse beschermde gebieden binnen de provincie Limburg /bron: Ñatuurbeheerplan Limburg) .

Prognoseperiode

van

20 jaar is onrealistisch (gewijzigd 20-2)

Op bladzijde 7 van de toelichting BPVR staat " Bij uitnodigingsplanologie wordt dit systeem (dit is de traditionele toelatingsplanologie] in feite volledig omgedraaid: niet van tevoren limitatief benoemen wat mag en wat niet, maar op voorhand zo min mogelijk uitsluiten. " Deze zin geeft de kern van het probleem weer voor ons. Het vooruitzien over een periode van 20 jaar lijkt onrealistisch en erg onzeker. Een beperking van deze prognoseperiode tot maximaal 5 jaar lijkt meer in lijn te zijn met duurzaam en adaptief beleid, zoals bij vergelijkbare casussen als Greenport Venlo. Wij vragen de gemeenteraad de prognoseperiode voor het bestemmingsplan te beperken tot maximaal 5 jaar.

Draagvlak

voor

de uitbreiding van Toverland getoetst bij inwoners?

Het opvallende ontbreken van vermeldingen van inwoners in de onderzoeken roept vragen op over de mate waarin de belangen en zorgen van de inwoners zijn meegenomen. De gemeenteraad dient juist het algemene belang van haar inwoners en dient inwoners te beschermen tegen overlast. Is draagvlak getoetst in de informatiebijeenkomsten en wat is er met de input van omwonenden gedaan?

Hoe is duurzaam energieverbruik

natuur inclusief bouwen geborgd? In het MER-rapport (blz. 20] staat: " Zowel de gemeente als Toverland streven naar duurzame ontwikkelingen, mits deze in het bedrijfsconcept van Toverland passen. ” Deze nadruk op het woord " mits " legt de voorwaardelijke aard van het streven naar duurzaamheid bloot. Wij maken ons hier zorgen over en vragen ons af wanneer Toverland zegt dat zonnepanelen niet haalbaar zijn, dat de gemeenteraad hier dan zomaar mee akkoord gaat? en

CBF

Erkend

CsvdOont

ilieu Flimb natuur en milieu V limburg federatie

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

y

Met de voorgestelde ontwikkelingen en uitbreiding vragen wij ons af wat de implicaties voor de energietransitie van de gemeente zijn. Is het mogelijk voor Toverland om uit te breiden en tegelijkertijd minder energie te verbruiken om aan de duurzaamheidsdoelstellingen te voldoen? Of wordt het extra energieverbruik alleen maar gecompenseerd met door Toverland zelf opgewekte energie, en is dit voldoende?

Toverland wil naast de uitbreiding van het attractiepark 800 hotelkamers realiseren, 710 overige verblijfsaccomodaties en een aantal camperplaatsen. Hoe wordt geborgd dat al deze verblijfsaccomodaties natuur inclusief en duurzaam gebouwd gaan worden?

Negatieve effecten op beschermde diersoorten In het rapport wordt vastgesteld dat er een aantal beschermde soorten voorkomen in het plangebied en in het rapport wordt gesteld dat door mitigerende maatregelen te treffen deze soort minder negatieve effecten ervaren. Wij vragen ons echter af of het treffen van maatregelen wel een goed uitgangspunt is. Kun je geen vraagtekens stellen bij het plan als je voor zoveel soorten maatregelen moet treffen zodat het plan aan de wet voldoet? Immers, deze maatregelen dienen ook voor de langere termijn (planologisch) geborgd te worden (inclusief toezicht en handhaving) .

Verstoring door geluid In de bijlage Rapportage beschermde soorten van Kragten wordt aangegeven dat voor diverse beschermde soorten in en in de nabijheid van het plangebied nog nader onderzoek nodig is, als bekend is welke ontwikkelingen er precies gaan plaatsvinden. Kragten concludeert dat " Gelet op de uitkomsten van het jaarrond soortenonderzoek en de grootte van het plangebied is het mogelijk om, indien een specifieke ontwikkeling daartoe leidt, effecten op beschermde soorten te mitigeren of compenseren." Alsnog niet bekend is welke ontwikkelingen er zullen plaatsvinden, is ook niet op voorhand te zeggen dat effecten te mitigeren ofte compenseren zijn, ook gelet op de cumulatieve effecten van grootschalige ontwikkelingen in de nabijheid van Toverland, zoals de uitbreiding van Grandorse. In de rapportage wordt gekeken naar de meest ‘verstorende’ ontwikkelingen, namelijk oppervlakteverlies, versnippering, verdroging/vernatting, geluid, licht en optische verstoring. Er wordt niet beargumenteerd waarom voor deze verstoringsfactoren is gekozen en waarom bijvoorbeeld verstoring door trilling, beweging, verzuring en vermesting niet is meegenomen.

Kragten geeft in paragraaf 5. 1. 1. 4 aan dat er weinig onderzoek is gedaan naar de effecten van geluid op beschermde soorten en gaat uit van onderzoeken van Rijnen et al. Van 1991, 1992 en 1995. Dit zijn wel hele oude onderzoeken; er hebben sindsdien diverse studies plaatsgevonden naar de effecten van geluid op diersoorten. In bijlage 1 beschrijven we diverse wetenschappelijke onderzoeken naar de negatieve effecten van geluid op dieren. Volgens de NMF Limburg wordt de impact van geluid op dieren sterk onderschat in de rapporten van Kragten. Het geluid van schreeuwende en gillende mensen is niet meegenomen. Daarnaast geeft Kragten aan dat het geluid van muziek en attracties binnen de geluidsnormen vallen. Kragten constateert echter wel dat er geluidshinder plaatsvindt voor dieren wanneer en vuurwerk wordt afgestoken. Maar dat ook andere piekgeluiden een schrikreactie kunnen veroorzaken. De uiteindelijke conclusie van Kragten is uiteindelijk wel dat de toename aan verstoord gebied dermate groot is dat een nadere effectbeoordeling, toegespitst op de concreet te ondernemen activiteit in de toekomst, noodzakelijk is om te kunnen beoordelen hoe effecten op beschermde soorten voorkomen kunnen worden. Gaat de gemeente deze aanbeveling ter harte nemen?

natuur en milieu Flimburg federatie

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

Gezien het overvloedige empirische bewijs zoals genoemd in bijlage 1, zouden wetgevende instanties een robuust wettelijk kader moeten ontwikkelen om soorten effectief te beschermen tegen toenemend door de mens veroorzaakt geluid (Kunc en Schmidt, 2019) Is de gemeenteraad bereid om een voorbeeldfunctie hierin te nemen door in dit bestemmingsplan kaders op te stellen waarbij de dieren geen geluidshinder ervaren door Toverland? Daarnaast vragen we ons af of de gemeenteraad het onderzoek opnieuw wil laten uitvoeren door deze keer ook de effecten van schreeuwende mensen in de attracties .

mee

te nemen.

Verstoring door licht Wat betreft lichtverstoring gaat Kragten uit van een verlichtingsniveau van 0, 1 lux in de richtlijn Lichthinder van de NSW als de meest kritische drempelwaarde voor flora en fauna. Uit onderzoek blijkt dat de lichtuitstraling bij een worst case benadering op een aantal punten langs de rand van het plangebied het drempelniveau van 0, 1 lux overschrijdt. Door beperkte maatregelen kan de lichtuitstraling naar verwachting worden teruggebracht tot enkel het attractiepark zelf.

Uit recent onderzoek is echter gebleken dat zelfs lichten op de grond met een lage intensiteit het gedrag van overvliegende trekvogels beïnvloeden (www. eoswetenschap. eu/natuurmilieu/lichtvervuiling-beinvloedt-trekvogels) In bijlage 2 worden diverse wetenschappelijke studies aangehaald, die negatieve effecten op dieren beschrijven. Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat het licht vanuit Toverland geen verstorende effecten op vogels en andere dieren heeft? .

Verstoring door vuurwerk Kragten haalt in hun rapport het Het Kennisdocument Vuurwerk en Wet natuurbescherming (Tauw, 2018) aan: dit Kennisdocument gaat in op de effecten die mogelijk op kunnen treden op beschermde soorten in de nabije omgeving van de afsteekplaats van het vuurwerk. In het onderzoek van Tauw is echter alleen gelet op geluid- en lichteffecten van het vuurwerk en niet op effecten als emissies van zware metalen en andere milieuvervuiling, geur van het vuurwerk, trillingen enz. Kragten geeft aan dat vuurwerk een tijdelijke activiteit is en dat een tijdelijke verstoring zonder blijvend effect, geen verstoring is in de zin van de Wet natuurbescherming. Recent onderzoek laat echter zien dat de verstoring van vogels wel degelijk langdurig kan zijn: https: //conbio. onlinelibrarv. wilev. com/doi/10. llll /conl. 12927. Zie ook https: //www. naturetodav. com/intl/nl/nature-reports/message/? msg=30066■

Volgens Kragten worden negatieve effecten op broedende vogels voorkomen door vuurwerk niet af te steken tijdens het broedseizoen. En dat het afsteken van vuurwerk redelijkerwijs niet zal leiden een significant negatief effect op de aanwezige soorten. In bijlage 3 staan diverse wetenschappelijke onderzoeken beschreven, die negatieve effecten van vuurwerk beschrijven. Waarom staat de gemeente nog steeds, het steeds meer omstreden afsteken van vuurwerk toe?

natuur en milieu V limburg federatie

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

Jaarrond beschermde nesten behouden Op het erf van Schorvenweg 10 bevinden zich jaarrond beschermde nesten van boerenzwaluwen en huismussen. Dit perceel zal worden omgevormd naar camperplaats waarvoor de aanwezige bebouwing verwijderd wordt en de aanwezige nesten verloren gaan. Daarnaast geeft Kragten aan dat dit erf in de toekomst mogelijk een nestplaats gaat bieden voor de kerkuil en de steenuil [beiden eveneens jaarrond beschermd] Waarom vraagt de gemeente niet - gezien het belang van deze locatie voor een aantal vogels met jaarrond beschermde nesten - dat de camperplaats elders gelokaliseerd wordt om de sloop van de hier aanwezige gebouwen te voorkomen? .

Cumulatieve negatieve effecten

voor

de das

Wat betreft de das die rondom het plangebied voorkomt, geeft Kragten aan dat de verblijfplaatsen buiten het plangebied geen negatieve effecten van de ontwikkelingen binnen het plangebied ondervinden. En dat de omgeving van het plangebied [primair foerageerbiotoop van dassen) ook geen negatieve effecten ondervindt. In de directe omgeving van Toverland vinden echter nog andere grootschalige ontwikkelingen plaats, zoals de uitbreiding van Grandorse aan de noordzijde van Toverland, waardoor de das zeer waarschijnlijk te maken krijgt met cumulatieve effecten.

Niet onnodig bomen kappen In de bijlage Rapportage beschermde houtopstanden van Kragten wordt aangegeven dat er voor de kap van bomen binnen het plangebied een meldingsplicht bestaat in het kader van de Wet natuurbescherming en dat hierbij rekening moet worden gehouden met de bijbehorende herplantplicht van de te kappen bomen. Volgens Kragten voorziet de in de ontwikkelmodellen groen/blauwe dooradering in ruime mate aan nieuwe houtopstanden, waarmee ruimschoots voldaan kan worden aan een eventuele herplantplicht als gevolg van de kap van bomen rondom het erf van Schorfvenweg 10. De NMF Limburg vindt dat gezien de klimaat- en biodiversiteitscrisis en de waarde van bestaande bomen, uiterst terughoudend omgegaan moet worden met de kap van bomen. Gaat de gemeente aandringen op mogelijkheden om de houtopstanden in het plangebied zoveel mogelijk te behouden?

Negatieve effecten

op

het Natuurnetwerk Nederland

In de bijlage Rapportage Natuurnetwerk Nederland van Kragten staat dat binnen het plangebied twee delen Goudgroene Natuurzone [GGN] zijn gelegen, namelijk het bosperceel direct ten oosten van de facilitaire gebouwen en de strook ter hoogte van de Helenaveenseweg. In een ambtelijk overleg is afgesproken dat de provincie het bosperceel uit de GGN zal halen bij de eerstvolgende POL-herziening. Uit de huidige verbeelding van het POL2014 te raadplegen via de Atlas Limburg blijkt dat dit nog niet aangepast is. Kragten concludeert dat er binnen het plangebied geen sprake is van een directe aantasting van de GGN, maar dat is alleen zoals het bosperceel uit de GGN is gehaald én deze oppervlakte elders aangewezen is als GGN. Kan de gemeente aangeven of dit is gebeurd? Als het bosperceel namelijk nog steeds GGN is, geldt op basis van de Omgevingsverordening Limburg 2014 dat externe effecten zoals geluid- en lichtverstoring wel degelijk beschouwd moeten worden en indirecte effecten kunnen leiden tot een beperking van de voorgenomen activiteiten of een compensatie opgave in het kader van provinciaal beschermde gebieden. Kragten heeft ten behoeve van de MER wel gekeken naar eventueel optredende effecten op de omliggende gebieden: indirecte effecten betreffen hier m. n. veranderingen in (grond) waterstanden, lichtverstoring en geluidsverstoring.

Aangezien voor veranderingen in waterstanden een aanvullende vergunning nodig is, zijn negatieve effecten als gevolg van

natuur en milieu Vlimburg federatie

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

verdroging of vernatting volgens Kragten uitgesloten. Dat er een vergunning nodig is, betekent echter niet dat er geen negatieve gevolgen zijn voor grondwater. Hier is ook een cumulatief effect van toepassing: een op zichzelf staande ontwikkeling heeft misschien geen invloed op het grondwater, maar allerlei ontwikkelingen samen wellicht wel. Ook zouden effecten als gevolg van licht niet optreden als de in het lichtonderzoek beschreven maatregelen om lichtverstoring buiten het plangebied te voorkomen getroffen worden. Volgens Kragten valt niet uit te sluiten dat er een toename aan geluidsverstoring optreedt: het aspect geluid heeft een indirect negatief effect op de omliggende GGN. Kragten gaat ervan uit dat bezoekers van Toverland enkel en alleen het park zelf bezoeken en aldaar verblijven, omdat Toverland bezoekers niet actief stimuleert om gebruik te maken van de omliggende natuur, door bv het uitdelen van wandelroutes. Naast de uitbreiding van het attractiepark zullen er echter ook verblijfsaccomodaties (hotel, vakantiepark, camping én camperplaatsenĵ gebouwd worden. Als mensen meerdere dagen in een dergelijke accommodatie verblijven, is het naïef te veronderstellen dat deze mensen alleen het attractiepark zullen bezoeken en niet de omliggende natuur intrekken.

Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat de gewenste 3, 74 miljoen bezoekers per jaar geen negatieve effecten hebben op het omliggende Natuurnetwerk Nederland en de overige natuur?

Negatieve effecten

op

leefbaarheid

In onze ogen worden de mogelijke gevolgen voor de leefbaarheid van de inwoners van Kronenberg, Sevenum en Evertsoord maar met name voor de flora en fauna onvoldoende belicht. We gaan hierna in op de volgende aspecten: kosten-batenanalyse, fijnstof, lichtvervuiling, en verkeerhinder.

Maatschappelijke Kosten Baten Analyse ontbreekt Er is geen Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) uitgevoerd. Dit is een methodologie die wordt gebruikt om de voordelen van een beslissing of project af te wegen tegen de kosten ervan. Wij vragen jullie om inzichtelijk te maken of de maatschappelijke waarden voor de uitbreiding van Toverland in verhouding staan tot de hinder voor de omgeving en de milieuoverlast?

Meer fijnstof Ondanks de geruststellende bevindingen van Bureau Kragten, werpen wij een kritische blik op fijnstof en luchtkwaliteit. Hoewel hun onderzoek aangeeft dat fijnstof op zichzelf geen groot probleem wordt, gaat er wel een toename van fijnstof plaatsvinden in een van de regio's die door de GGD erkend wordt als regio met een zorgelijke luchtkwaliteit. Zo berekende de GGD dat " in Limburg mensen gemiddeld bijna 11 maanden korter leven door luchtverontreiniging." De GGD roept op tot actie in lijn met het Schone Lucht Akkoord, dat de Gemeente Horst aan de Maas op 8 juli 2020 ondertekende. Hierin dienen de advieswaarden van de World Health Organization (WHO) als leidraad. Nederland staat achter het onlangs gelanceerde Zero Pollution Action Plan van de Europese Commissie in 2021, waarin ook de WHO-advieswaarden centraal staan. Het is zeer aannemelijk dat in de nabije toekomst de WHO-normen overgenomen zijn in de Nederlandse wet milieubeheer (zeker in de tijdsperiode dat Toverland wil gaan uitbreiden) Als we de gehanteerde waarden van Kragten naast de WHO-advieswaarden leggen, zien we een aanzienlijke overschrijding aan fijnstof.

Overweegt de Gemeente Horst aan de Maas, ondanks het vooruitzicht van strengere normen in de toekomst en het feit dat haar inwoners zich reeds bevinden in een van de meest vervuilde gebieden, nog steeds om haar medewerking te verlenen aan een plan dat de adviezen van de World Health Organization negeert, evenals haar toewijding aan het Schone Lucht Akkoord? .

natuur en milieu W limburg federatie

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

Het waarborgen

schone lucht valt binnen de essentiële verantwoordelijkheden een gemeente om het welzijn van haar inwoners te beschermen. Het is niet alleen een milieu-initiatief, maar ook een investering in de volksgezondheid en het welzijn van de gemeenschap als geheel. van een

Lichtvervuiling: effecten

voor mensen

en

van

dieren

In het rapport staat dat lichtstraling vanuit Toverland op een groot aantal punten langs de rand van het plangebied niet wordt overschreden. Ook wordt benoemd dat planologisch hoge attracties gebouwd zouden mogen worden en dat dit wel voor een overschrijding kan zorgen. Daarnaast verwachten wij dat de negatieve effecten van lichtvervuiling bij een potentiële uitbreiding zullen toenemen, omdat er wordt uitgebreid dichterbij natuurgebied. Lichtvervuiling is een groeiend probleem voor zowel mensen als dieren: in bijlage 1 noemen we diverse wetenschappelijk onderzoeken die negatieve effecten aantonen van nachtelijk licht. In het bestemmingsplan worden geen duidelijke richtlijnen opgenomen over het gebruik van licht door Toverland. Daarom vragen wij of de gemeenteraad er alles aan wil doen om lichtvervuiling rondom Toverland te beperken door regels vast te leggen in het bestemmingsplan? Het instellen van beleid om lichten op bepaalde tijden te dimmen of uit te schakelen kan bijvoorbeeld helpen om de negatieve effecten te verminderen. Ook houdt dit bijvoorbeeld in dat reclameborden in de omgeving het beste niet meer verlicht kunnen worden wanneer het donker is. Tot slot kan in het bestemmingsplan worden opgenomen dat er geen hoge attracties geplaatst worden zodat lichtvervuiling wordt beperkt.

Verkeersopstoppingen Het MER-rapport lijkt geruststellend te zijn over de verkeersstroom, waarbij geen problemen worden verwacht en er geen noodzaak is voor verkeerskundige aanpassingen. Echter, het concept bestemmingsplan van Grandorse werpt enkele kritische vragen op. Het suggereert dat verkeersproblemen kunnen ontstaan, vooral bij meerdere evenementen. Een zorgwekkende observatie in het bestemmingsplan is dat de huidige verkeersstroom nu al tot files op de A67 en de Middenpeelweg naar Toverland leidt, zoals door verschillende inwoners en bezoekers is opgemerkt. Met de plannen van zowel Toverland als Grandorse om fors uit te breiden, maar ook alle andere uitbreidingen zoals van recreatiepark De Schatberg en de ontwikkeling van óOSeven, is het niet adequaat om de verkeersproblematiek van alle activiteiten in De Peelbergen afzonderlijk te bekijken. Is de gemeenteraad bereid om een nieuw verkeersonderzoek te laten uitvoeren voor alle ontwikkelingen die momenteel spelen in de regio? Ook Rijkswaterstaat Zuid-Nederland heeft aangegeven dat de verschillende plannen en hun verkeerseffecten meer in samenhang beschouwd moeten worden.

Ook vragen wij de gemeenteraad om in overweging te nemen of het beoogde bezoekersaantal van 3. 74 miljoen per jaar voor Toverland, naast alle andere geplande ontwikkelingen, niet een vergelijkbare situatie zou kunnen creëren als bij de Efteling. Zouden we ons zorgen moeten maken dat mensen ontmoedigd worden om de regio te bezoeken vanwege onhoudbare verkeersopstoppingen, waardoor ze eerder geneigd zijn om thuis te blijven? Ook Rijkswaterstaat Zuid-Nederland maakt zich zorgen dat de ontwikkelingen in De Peelbergen leiden tot doorstromingsproblemen op (de aansluiting van de N277Ĵ op de A67.

natuur en milieu

federatie

w

limburg

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

Impact vuurwerk In het onderzoek wordt aangegeven dat de mate waarin Toverland vuurwerk gaat gebruiken, behalve geluid geen problemen zal veroorzaken voor mens en dier. Wij trekken deze uitspraak zwaar in twijfel en uiten onze bezorgdheid over het toestaan van vuurwerk. Bijlage 3 geeft aan de hand van wetenschappelijk onderzoek weer wat de lange en korte termijneffecten zijn van vuurwerk op onze leefomgeving. De NMF Limburg vraagt de gemeenteraad of zij het in een tijd van milieubewustzijn nog wel maatschappelijk verantwoord vindt dat Toverland vuurwerk afsteekt? En of de gemeenteraad Toverland niet kan voorzien van alternatieven dat ook tijdens de jaarwisseling steeds meer een onderwerp wordt?

Delta Rhine Corridor In de stukken van Kragten staat kort wat vermeld over de Delta Rhine Corridor, dat Toverland in gesprek is met het consortium en dat de afwijkingsregels voor bouw- en aanlegactiviteiten binnen het buisleidingentracé intact worden gelaten. Het Barro biedt die ruimte echter niet. Volgens Rijkswaterstaat Zuid-Nederland kan de minister van Binnenlandse Zaken op aanvraag van het college van Burgemeester en Wethouders een ontheffing van het Barro verlenen, indien de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die bepalingen te dienen nationale belangen. Wat zijn de gevolgen voor de veiligheid van de bezoekers en de effecten op de omgeving wanneer Toverland uitbreidt terwijl daar ook de buisleidingen gerealiseerd moeten worden? Gaat de gemeente het bestemmingsplan op dit punt aanpassen?

Stikstof (toegevoegd 20-2) Uitgangspunt referentiesituatie

Uitgangspunt is dat reeds beëindigde activiteiten ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan niet mogen worden meegenomen in het kader van interne saldering ten behoeve van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Voor Toverland wordt intern gesaldeerd met de stikstofruimte in de WNB-vergunning voor een agrarisch bedrijf aan de Schorfvenweg 10, terwijl er reden is te twijfelen tot wanneer de agrarische activiteiten nog feítelijk plaatsvonden. Uit de stukken valt hier niets over af te leiden, vanuit de omgeving horen we dat de activiteiten al geruime tijd gestaakt zijn. Uitgangspunten beoogde situatie (bouw en realisatie) Het rapport stelt dat: 'Op basis van het bestaande gasverbruik is rekening houdend met eventuele fluctuaties van de warmtevraag in verband met weersverwachtingen en het aantal

-

-

-

bezoekers is het beoogde aardgasverbruik voor de bedrijfsvoering van Toverland worst-case ingeschat op maximaal 400. 000 Nm 3'; Op aangeven van de opdrachtgever bedraagt het propaanverbruik 600 flessen propaan met een totale ínhoud van 6. 480 kg propaan; Om de NOx- en NH3-emissie van de mobiele werktuigen te bepalen wordt gebruik gemaakt van de draaiuren van de mobiele werktuigen; Ten behoeve van de gewenste uitbreidingen van Toverland zullen tevens diverse bouwwerkzaamheden plaatsvinden. De exacte uitvoeringswijze is ten tijde van het uitvoeren van dit onderzoek nog niet bekend. De gehanteerde uitgangspunten zijn op basis van expert judgement bepaald voor een gemiddelde bouw.

CBF/ÍV natuur en milieu W limburg

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

Het is echter niet herleidbaar voor derden welke berekeningen, rekening houdend met de uitbreiding van het park en de bezoekersaantallen, ten grondslag liggen aan deze schattingen van aardgas- en propaanverbruik en draaiuren van mobiele werktuigen. Daarvoor is het van belang om te weten wat deze zijn in de huidige situatie en welke extrapolatie gemaakt is. Ook is voor de controleerbaarheid van de berekeningen nodig om inzicht te krijgen in de achterliggende documentatie van de expert judgement voor wat betreft de bouwwerkzaamheden, specifiek de onderbouwing van de [aantallen en soorten) bouwwerktuigen. Het aantal gebruikte werktuigen lijkt in verhouding tot de ambitieuze uitbreidingen erg laag. Voor wat betreft de verkeersbewegingen wordt gesteld dat 'om invulling te geven aan de maximaal planologische situatie vanwege de indelingsvrijheid [de varianten) die het bestemmingsplan verbrede reikwijdte biedt, ervoor gekozen is om al het verkeer worst-case middels een lijnbron tot het uiterste deel van het plangebied te beschouwen. Hiermee is de gemiddelde afgelegde weg van het verkeer gemaximaliseerd en is een worst-case situatie inzichtelijk gemaakt.

’ Gegeven de uitbreidingsplannen voor Toverland [richting de helft van het huidige van de Efteling) in combinatie met overige uitbreidingsactiviteiten in de omgeving [zoals eerder benoemd in de NMF Limburg zienswijze) voorzien wij op piekmomenten filevorming tot ver buiten het plangebied en beschouwen we de huidige Aerius modellering niet als worst-case.

Watertoets (toegevoegd 20-2) Uitgangspunt Referentiesituatie Er wordt verondersteld dat de ontwikkelingen zoals óOSeven, Heerlijkheid Sevenum en Grandorse geen invloed zullen hebben op de wateraspecten in relatie tot de uitbreiding van

Toverland. Hoewel individuele grondwateronttrekkingen bij deze projecten minimaal lijken, kan er cumulatief wel degelijk een effect ontstaan op Natura 2000-gebieden in de omgeving, vooral als alle ontwikkelingen meer gaan onttrekken bij de uitbreiding. Hoe wordt dit geëvalueerd? Verhard oppervlak Er wordt een schatting gemaakt van de toename van verhard oppervlak in percentages. Deze percentages kunnen echter in werkelijkheid afwijken en groter zijn. Hoe wordt dit

geverifieerd, in acht genomen of achteraf gecontroleerd

en

gehandhaafd?

Verleggen Wertemer en Steegbergheide Op dit moment hebben de tracés weinig ecologische waarde. Bij het verleggen van de Wertemer en de Steegbergheide moeten biodiversiteit en ecologische waarden worden meegenomen, niet alleen berging en grondwaterstanden. Er moet voldoende ruimte en meandering aan de rivier worden gegeven voor ecologische ontwikkeling, in lijn met het manifest 'Ruimte voor de levende rivier'. Is de raad bekend met dit manifest en ziet de raad kansen om dit bij de verlegging van Wertemer en Steegbergheide toe te passen? Afvoer Vuilwater

Toverland heeft als doelstelling om het proceswater van watervoerende attracties niet te lozen als afvalwater. Gezien deze doelstelling wordt er momenteel niet gerekend met een hoeveelheid afvalwater afkomstig van deze bedrijfsprocessen. Deze doelstelling is echter niet juridisch vastgelegd. Wat als Toverland deze doelstelling niet haalt of nastreeft? Hoe ziet de raad dat? Het niet meenemen van dit afvalwater geeft daarnaast een vertekend beeld. Het

natuur en milieu V līmburg federatie

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

belang van bufferputten wordt als mogelijke oplossing genoemd, geborgd of verankerd in de plannen.

maar

ook dit is niet

Analyse modellen Het verleggen van primaire watergangen wordt afzonderlijk besproken en heeft een negatief effect op de grondwaterstanden. Bij overmatige neerslag stroomt opgeslagen oppervlaktewater het terrein in en loopt het over in de Wertemer. Wat zijn de ecologische gevolgen hiervan voor fauna en flora? De vijvers in het park staan in verbinding met het

grondwater, waarin een verhoogde concentratie zware metalen aanwezig is. Dit geldt ook voor het leidingtracé, wat een negatief effect heeft op hemelwater. Doordat geen inflltratieen/of bergingsvoorzieningen mogen worden aangelegd, wordt de ruimte voor het opvangen en infiltreren van hemelwater beperkt door de aanwezigheid van de leidingstrook. Ook de bluswatervoorzieningen worden apart behandeld in de modellen, die negatieve gevolgen hebben voor de grondwaterkwaliteit en oppervlaktewaterkwaliteit. Er wordt echter niet gesproken over of aanbevolen om opvangbekkens voor bluswater te voorzien. Waarom is dit niet het geval? Bij de toekomstige inrichting van het park worden de percentages verharding van het huidige park aangehouden, hoewel dit in de praktijk sterk kan afwijken. Bij uitbreiding wordt de vraag naar meer waterattracties duidelijk belicht. Voor deze attracties wordt grondwater onttrokken en gebruikt. Zijn er geen alternatieven beschikbaar? De onttrekkingen mogen in geen geval plaatsvinden in de bufferzones van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden naar onze mening. Zijn er mogelijkheden voor waterzuivering en hergebruik op de locatie zelf? Wordt hier rekening mee gehouden bij de beoogde uitbreiding? Grondwater Voor bepaalde ontwikkelingen is een verhoging van het maaiveld vereist in deelgebied 3. Wij

vinden grondwaterverlaging echter in geen enkel geval acceptabel, vooral niet in de nabijheid van bufferzones van Natura 2000-gebieden. Beoordeling: De grondwaterstand en stromingsrichting worden negatief beïnvloed in elk model. Afval- en proceswater scoren ook negatief in elk model. Hoewel klimaatadaptatie overal positief scoort, is dit sterk afhankelijk van hoe Toverland de plannen uitvoert en is het zeer subjectief, aangezien de plannen nergens formeel zijn vastgelegd. De conclusie dat alle grondwaterputten binnen Toverland geen negatieve externe effecten veroorzaken in het watervoerende pakket en het freatisch pakket, en dat er dus geen negatieve effecten zijn op de omgeving, lijkt zeer voorbarig. Deze conclusie geldt alleen voor de B-modellen waar de uitbreiding kleiner is, en geeft een zeer vertekend beeld. Het verlagen van het grondwater baart ons grote zorgen: onderschrijft de raad onze zorgen? Hotel Area In deze context wordt vermeld dat de bouw zal plaatsvinden met materialen die geen

uitloging veroorzaken en dus geen negatieve impact hebben op de waterkwaliteit. Dit wordt echter gepresenteerd als een aanname en niet als een bestaand feit. De vraag die dan opkomt is: hoe wordt dit gecontroleerd? Opnieuw worden de grondwaterstand en het proceswater hier negatief beoordeeld. Ook hier wordt ophoging als oplossing gezien, maar dit is nergens formeel vastgelegd en blijft dus onzeker.

natuur en milieu rlimburg federatie

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

Hoewel klimaatadaptatie opnieuw als positief wordt beoordeeld, roept dit opnieuw de vraag op over de feítelijke uitvoering, zoals eerder besproken. Camping,

camp

resort, camperplaatsen en vakantiepark

Vergelijkbare zorgen die gelden voor de hotel area, hebben wij ook voor de camping en het vakantiepark. Het huidige rioolsysteem zal naar verwachting niet in staat zijn om de extra waterafvoer te verwerken. Het is essentieel om hierover in overleg te gaan met de gemeente, omdat er een risico bestaat op overstort. Het is zorgwekkend dat dit aspect nergens in kaart wordt gebracht. Hoe kijkt de raad aan tegen het risico op overstort? Parkeren De resultaten zijn hier deels niet zichtbaar. Wat is hier de verklaring voor? Tabel 24

Beoordeling effecten van de uitbreiding van her parkeren voor de referentiesituatie

Voor grondwaterkwaliteit zijn er negatieve effecten zichtbaar, mogelijk ook.

voor

de grondwaterstand

Logistiek

Hier scoren grondwaterstand, kwaliteit en proceswater in de meerderheid opnieuw negatief en worden geen concrete oplossingen geboden.

van

de modellen

MER-beoordeling -

-

-

Grondwaterstanden: Over het algemeen laten de meeste modellen een negatieve beoordeling zien van de grondwaterstanden, waarbij een daling wordt waargenomen. Dit is bijzonder verontrustend, vooral omdat er juist een verhoging van de grondwaterstanden nodig is in de omliggende Natura 2000-gebieden in de Peel. Deze tegenstelling lijkt te worden geminimaliseerd door nuances in de modellen. Grond- en oppervlaktewaterkwaliteit: De ontwikkelingen hebben over het algemeen een beperkt negatieve invloed op de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit in alle modellen. Dit staat echter in contrast met de KRW-doelen die tegen 2027 moeten worden behaald. Hoewel de effecten in de modellen worden afgezwakt, kan de daadwerkelijke uitvoering ervan ernstiger zijn. Bovendien voldoen omliggende waterlichamen momenteel al niet aan de KRW-normen: een verdere achteruitgang kan juridische consequenties hebben en mag niet worden toegestaan. Afval-/proceswater: De gevolgen van de ontwikkelingen op het bestaande rioolstelsel scoren negatief in alle modellen. Met de nieuwe ontwikkelingen zal er aanzienlijk meer proceswater nodig zijn, dat allemaal uit grondwater zal worden gehaald, wat zorgwekkend is. Er wordt ook verondersteld dat dit grondwater niet zal worden geloosd.

natuur en milieu " limburg federatie

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

Algemene conclusie De watertoets maakt enkele aannames die niet voldoende zijn gewaarborgd in de praktijk,

waardoor de betrouwbaarheid van de resultaten in twijfel kan worden getrokken. Bijvoorbeeld, er wordt verondersteld dat proceswater niet zal worden geloosd, dat bij ontwikkelingen in eerste instantie ophoging zal worden overwogen, gevolgd door eventuele verlaging van het grondpeil indien nodig, en dat alle maatregelen klimaatadaptief zullen zijn. Ondanks deze aannames zijn er nog steeds potentiële negatieve gevolgen. Deze zijn echter niet juridisch geborgd en de daadwerkelijke uitvoering kan dus afwijken van de toets resultaten. Verscheidene aspecten worden vrijwel consistent negatief beoordeeld in elke evaluatie, waaronder de grondwaterstand, grondwaterkwaliteit en proceswater. Dit staat haaks op waterbeheerplannen op zowel provinciaal als gemeentelijk niveau, en ook op de KRWnormen en maatregelen die tegen 2027 moeten worden bereikt. Er worden ook geen adequate alternatieven voorgesteld om deze negatieve beoordelingen daadwerkelijk aan te pakken. De cumulatieve effecten van verschillende ontwikkelingen die zullen gaan plaatsvinden naast de uitbreiding van Toverland (zoals de ontwikkeling van Grandorseĵ, worden niet duidelijk genoeg beschreven. Tot slot wordt er ook onvoldoende aandacht besteed aan de uiterst gevoelige Natura 2000gebieden in de omgeving en het effect van veranderingen in de grondwaterstand op deze gebieden.

Samenvatting van onze bezwaren De hiervoor genoemde bezwaren zijn als volgt samen te vatten: -

-

Cumulatieve effecten van diverse grootschalige ontwikkelingen in de regio onderbelicht Commissie MER moet worden betrokken Er moet een voorkeursalternatief worden uitgesproken Hoe past deze ontwikkeling in de ruimtelijke opgaves van de gemeente? Bestaat er noodzaak om uit te breiden? Prognoseperiode van 20 jaar is onrealistisch (gewijzigd 20. 2) Draagvlak voor de uitbreiding van Toverland getoetst bij inwoners? Hoe is duurzaam energieverbruik en natuurinclusief bouwen geborgd? Negatieve effecten op beschermde diersoorten * Verstoring door geluid » Verstoring door licht * Verstoring door vuurwerk * Jaarrond beschermde nesten behouden * Cumulatieve negatieve effecten voor de das Niet onnodig bomen kappen Negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland Negatieve effecten op leefbaarheid « Maatschappelijke Kosten Baten Analyse ontbreekt « Meer fijnstof » Lichtvervuiling: effecten voor mensen en dieren

natuur en milieu W limburg federatie

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

Verkeersopstoppingen Impact vuurwerk

e

e

-

-

-

Delta Rhine Corridor

(toegevoegd 20-2) Watertoets (toegevoegd 20-2)

Stikstof

Met deze Met

zienswijze werken

we

aan

natuurrijk, milieuvriendelijk

een

en

circulair

Limburg.

vriendelijke groet,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Plaatsvervangend

mf

natuur en milieu

directeur

P limburg

Natuur

en

Milieufederatie

Limburg

CBF

Zer

(Ene) Samen en

vooreen

duurzaam

mooi

Limburg

erder

HO

BIJLAGE 1: WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK NAAR DE NEGATIEVE GELUID

EFFECTEN VAN

Dieren vertrouwen sterk op hun vermogen om de subtiele geluiden van de natuur te horen - de beweging van roofdieren, het gekabbel van een beek. Die geluiden kunnen worden overstemd door geluidsoverlast, wat wilde dieren in gevaar brengt. Geluid van menselijke activiteit (zoals schreeuwende mensen in een attractie) is ook angstaanjagend en afleidend; het kan het gedrag van dieren veranderen met gevolgen voor het hele ecosysteem. Volgens een studie van Chan en Blumstein (2011) kan door de mens veroorzaakt geluid de aandacht trekken en daardoor dieren afleiden. Dit komt doordat dieren over het algemeen reageren op een zeer beperkt scala aan stimuli. Doordat menselijk geluid hun aandacht trekt, zijn ze minder in staat om aandacht te schenken aan een stimulus die belangrijk is voor overleving of reproductief succes. Dit wordt weerspiegeld in een experiment dat laat zien hoe een continu geluid het vermogen van Noorse ratten om een visuele onderscheidende taak uit te voeren, belemmerde, wat impliceert dat door de mens veroorzaakte stimuli breed invloed kunnen hebben op de visuele taken van een dier, zelfs als de stimuli niet alleen visueel zijn. Stijgende geluidsniveaus kunnen ook direct negatieve gevolgen hebben voor vogels.

Studies hebben namelijk aangetoond dat veel vogelsoorten minder overvloedig zijn in de buurt van snelwegen, als gevolg van verminderd reproductief succes in lawaaierige territoria (Slabbekoorn en Ripmeester, 2008) .

Het is ook de moeite waard op te merken dat het aandachtsvermogen taxonomisch wijdverspreid is, wat betekent dat geluidsoverlast een brede groep soorten kan beïnvloeden. Door de mens veroorzaakt geluid kan ook planten beïnvloeden, voornamelijk omdat sommige planten sterk afhankelijk zijn van dieren voor bestuiving en het verspreiden van hun zaden. Bijvoorbeeld, een onderzoek uitgevoerd door Francis et al. (2012) ontdekte dat een gaaiensoort lawaaierige gebieden vermeed en daarom stopten met bijdragen aan de bestuiving van de zaden van de piñon-dennenboom. Als gevolg daarvan werden de zaden gegeten door muizen, en de overleving van de piñon-dennenboomsoort zou verstoord kunnen worden. Dit laat zien dat hoewel geluidsoverlast bepaalde diersoorten direct beïnvloedt wat betreft hun gedrag, er zich kettingreacties kunnen voordoen in het hele ecosysteem, en grootschalige veranderingen kunnen optreden als gevolg van de reacties van enkele belangrijke soorten (Sohn, 2012) Kunc en Schmidt (2019) concludeerden daarom dat door de mens veroorzaakt geluid moet worden beschouwd als een ernstige vorm van milieuverandering en vervuiling, aangezien het alle soorten dieren beïnvloedt. .

Bronnen: Chan, A. and Blumstein, D. 2011. Attention, noise, and implications for wildlife conservation and management. Applied Animal Behaviour Science, 131 (1-2) pp. 1-7. Kunc, H. and Schmidt, R. 2019. The Effects Of Anthropogenic Noise On Animals: A Meta­ Analysis. Biology Letters. Francis, C. Kleist, N. Ortega, C. and Cruz, A. 2012. Noise pollution alters ecological services: enhanced pollination and disrupted seed dispersal. Proceedings of the Royal Society B: Biological Sciences, 279 (1739) pp. 2727-2735. Slabbekoorn, H. and Ripmeester, E. 2008. Birdsong and anthropogenic noise: implications and applications for conservation. Molecular Ecology, 17 (1) pp. 72-83. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

BIJLAGE 2: WETENSCHAPPELIJK NACHTELIJK LICHT

ONDERZOEK

NAAR DE NEGATIEVE EFFECTEN VAN

De meest bekende ongewenste effecten van nachtelijk licht zijn gerelateerd aan de aantrekking of afstoting van dieren door licht. Een veelvoorkomend beeld is de zwerm insecten rond felverlichte gebouwen, waarbij iedereen wel de beelden herkent van insecten die zich rondom krachtige lampen verzamelen. Een ander voorbeeld is te zien bij vogels die 's nachts over de donkere zee trekken en worden aangetrokken tot verlichte boorplatforms, cbf/tvV

Erkend

natuur en milieu V limburg federatie

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

* ~y

„

pc

bí.

eindeloos lijken te cirkelen. De gevolgen van deze aantrekkingskracht zijn vaak direct schadelijk, soms zelfs fataal: uitputting kan vogels beletten hun beoogde bestemming te bereiken, terwijl insecten ten prooi vallen aan spinnen en vleermuizen. waar ze

Licht heeft ook invloed op het dagelijkse activiteitspatroon van dieren. Een opvallend voorbeeld is dat bepaalde vogelsoorten eerder beginnen met zingen wanneer hun territorium 's nachts wordt verlicht. Het aantrekkingsmechanisme van straatverlichting op nachtvlinders kan zelfs leiden tot lagere aantallen rupsen, waardoor vogels in het daaropvolgende voorjaar minder prooidieren hebben om hun jongen mee te voeden (NIOOKNAW, 2016Ĵ. Ook kunnen nachtelijke dieren bijvoorbeeld moeite hebben met jagen of zich verstoppen voor roofdieren, waardoor hun overlevingskansen afnemen. Deze ongewenste effecten van nachtelijk licht, die variëren van verstoring van vliegroutes tot veranderingen in activiteitspatronen tot overlevingskans, illustreren de impact van menselijke verlichting op het gedrag en de overleving van diverse diersoorten in de natuur. Voor meer gedetailleerde informatie, zie https: //www. rivm. nl/sites/default/files/201811/ThemaLicht. pdf. In dit kennisdocument van de RIVM wordt benadrukt dat overmatige blootstelling aan kunstlicht in de avonduren kan leiden tot verstoring van de natuurlijke slaap-waakcyclus. Het lichaam produceert melatonine, een hormoon dat het slaap-waakritme reguleert, in reactie op duisternis. Kunstmatige verlichting, vooral fel licht, kan de melatonineproductie remmen, wat leidt tot slaapstoornissen en een verminderde slaapkwaliteit.

Mensen die in gebieden wonen waar attracties tot laat verlicht zijn, kunnen dus vatbaarder zijn voor slaapproblemen.

natuur en milieu V limburg federatie

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

BIJLAGE 3: WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK VUURWERK

NAAR DE NEGATIEVE EFFECTEN VAN

Allereerst in een tijd waarin duurzaamheid en milieubewustzijn centraal staan, roept het gebruik van vuurwerk vragen op over de relevantie ervan in de moderne samenleving. Het heroverwegen van de noodzaak van vuurwerk als onderdeel van vieringen is een stap in de richting van een meer milieuvriendelijke en gezondheidsbewuste gemeenschap. Vuurwerkevenementen - die zich intermitterend voordoen en bestaan uit onvoorspelbare uitbarstingen van licht en geluid - lijken negatieve effecten te hebben op veel soorten wilde dieren. Gegevens van 3 jaar weerradar in Nederland toonden aan dat duizenden vogels kort vuurwerk om middernacht op oudejaarsavond opvlogen (Shamounna het aansteken van Baranes et al. 2011) Honderdduizenden vogels worden op deze manier verstoord, waardoor ze wegvliegen uit wetlands waar ze rusten. Vergelijkbare voorbeelden zijn wereldwijd te vinden: in Polen roesten stads- Euraziatische eksters (Pica pica) samen in grotere gemeenschappelijke roestplaatsen dan in buitenstedelijke gebieden, maar de omvang van de roestplaats neemt scherp en plotseling af op oudejaarsavond als gevolg van vuurwerk (Karolewski et al.

2014) Aan het Meer van Zürich in Zwitserland kunnen Nieuwjaarsvuurwerk een daling van 26-350Zo veroorzaken in het aantal zwanen, ganzen en eenden 's nachts, waarbij de aantallen zich over 3-10 dagen herstellen (Weggier 2015) Aan het Bodenmeer in Duitsland veroorzaakte een vuurwerkshow op 13 september 2010 extreme vluchtreacties bij meerdere soorten watervogels, waardoor meer dan 4000 watervogels bijna onmiddellijk uit het gebied vluchtten. Veel watervogelsoorten ruien rond deze tijd van het jaar, dus het is significant dat zelfs tijdelijk niet-vliegende vogels het gebied verlieten en meer dan 2 dagen afwezig bleven. Omdat het Bodenmeer een erkend toevluchtsoord is voor ruiende watervogels, is deze vuurwerkshow vervolgens verboden (Werner 2015) In Beebe, Arkansas, VS, veroorzaakten twee krachtige vuurwerkshows met Nieuwjaar in 2011 en 2012 de dood van duizenden roodvleugelige merels (Agelaius phoeniceus) die 's nachts werden gestoord van hun winterroestplaatsen en in hun vlucht 2012) met elkaar botsten (Chilson et al. .

.

.

.

.

Vuurwerk veroorzaakt vervuiling door het vrijkomen van zwaveldioxide, koolstofdioxide, koolmonoxide, zwevende deeltjes, aluminium, mangaan, enz. in een zwarte rook van kaliumnitraat, houtskool en zwavel (Sijimol en Mohan 2014) De uitgestoten deeltjes hebben een diepgaand en onmiddellijk negatief effect op de luchtkwaliteit, maar nemen snel af gedurende de volgende 24 uur (Singh et al. 2019) Na vuurwerkshows kunnen de uitgestoten deeltjes vijf keer hoger zijn dan de achtergrondniveaus (Cao et al. 2018) In Nieuw-Zeeland is een sterke stijging van de concentratie zwevende deeltjes gemeld na vuurwerk (Rindelaub et al. 2021) Dangi en Bhise (2020) meldden meervoudige ademhalings- en allergische reacties bij bewoners op een locatie na het vieren van Diwali. De toxiciteit van de uitgestoten zwevende deeltjes is hoog, zoals blijkt uit tests met muizen en menselijke celculturen, waarbij hoge inflammatoire reacties en nadelige effecten op cellen en longweefsel werden waargenomen (Hickey et al. 2020) ,

.

.

.

.

.

de aanwezigheid van het anorganische anion perchloraat (als kaliumperchloraat en ammoniumperchloraat) is zorgwekkend, omdat het bijdraagt aan de explosies en het licht geassocieerd met vuurwerk (Wu et al. 2011) Perchloraten zijn in wateroplosbaar, lekken in waterlichamen en worden opgenomen door planten na de uitstoot, en komen terecht in insecten, zoogdieren, amfibieën en vissen (besproken in Sijimol en Mohan 2014) Perchloraat is een grote zorg voor de gezondheid, omdat het de schildklierfunctie remt bij amfibieën, reptielen en zoogdieren, wat resulteert in een afname van de productie van Met

name

.

.

CBF/TV

ļ Erkend

'wi*Kl Dow

natuur en milieu

federatie

limburg

Samen voor een mooi en duurzaam Limburg

y

speelt ook een rol bij het veroorzaken van reproductieve, neuroontwikkelings-, ontwikkelings-, immunotoxische problemen (Utley 2002). Veel publicaties geven de wijdverbreide aanwezigheid van perchloraat aan in water, gewassen, melk en vis et ai. 2013; MN (geanonimiseerd) ct 21. 20053; (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) et a. 2020; BN BN et 21. 2007; Park ct al. 2007; (geanonimiseerd) B (geanonimiseerd) EN 2020). Hoewel perchioraten niet accumuleren en er bewijs is dat ze soms snel uit het lichaam kunnen worden uitgescheiden (Park et al. 2007), kunnen ze nog steeds in de voedselketen terechtkomen en bij mensen. schildklierhormonen.

Het

bodem, lucht en water uit, soms in grote hoeveelheden (geanonimiseerd) BN et ai. 2010; Rindelaub et al. 2021). Deze metalen uit vuurwerk kunnen mensen inademen zijn en vormen daardoor een onmiddellijk gezondheidsrisico (geanonimiseerd) OE «: 21. 2007; Fu et al. 2021), maar ze kunnen ook accumuleren, bijvoorbeeld in Vuurwerk

stoot

bodembacteriën

ook verschillende

zware

metalen

in de

(geanonimiseerd) : <1. 2012), mos MN (geanonimiseerd) «: …. 2021). vis en zoogdieren BEN

(geanonimiseerd) <t 21. 2010). BN Tuurlijk bestaat

‘milieuvriendelijker’ vuurwerk, zoals Kragten aangeeft dat lagere niveau's van zware metalen (nitraat, zwavel en houtskool) bevat (Fan et al, 2021). Enkele negatieve effecten zijn hiermee gemitigeerd maar zeker niet allen. Daarnaast zijn de (geanonimiseerd) cn NN (geanonimiseerd) 2012). De NMF Limburg productiekosten ontzettend hoog BN vraagt de gemeenteraad of zij het in een tijd van milieubewustzijn nog wel maatschappelijk verantwoord vindt dat Toverland vuurwerk afsteekt? En of de gemeenteraad Toverland niet kan voorzien van alternatieven dat ook tijdens de jaarwisseling steeds meer een onderwerp er

ook

wordt? Bron:

https://www.publish.csiro.au/pc/pdf/PC22040

nf

natuur en milieu

federatie

P limburg

CBF a le) î 8

@ |

Samen voor en

duurzaam

een

mooi

Limburg

Ng

R

|

Kapellerpoort ï (geanonimiseerd) mn Roermond

inn NL

AANGETEKEND ny Frankering betaald eos

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13912800/1