24.0004840 AAA - Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Omdat geen sprake is van ruimtelijke wijzigingen zal geen sprake zijn van een mogelijke aantasting van de waardevolle lijnelementen en/of de cultuurlandschappen. Gezien het voorgaande zullen met de voorgenomen ontwikkeling geen cultuurhistorisch waardevolle elementen worden aangetast.
4. 3. 3
Aardkundig waardevolle gebieden Het doel van het beleid met betrekking tot aardkundige waarden is om de ontstaansgeschiedenis van het aardoppervlak zichtbaar, beleefbaar en begrijpelijk te houden. Om aardkundige waarden te beschermen zijn aardkundig waardevolle gebieden aangewezen. De locatie is niet in een aardkundig waardevol gebied gelegen. Gezien de locatie niet in een aardkundig waardevol gebied is gelegen zal met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van aantasting van aardkundige waarden.
4. 4.
Verkeer en parkeren
Een onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeers- en infrastructuur. Hierbij is het van belang of de voorgenomen ontwikkeling grote veranderingen ten aanzien van verkeer en infrastructuur teweeg brengt.
44
4. 4. 1
Infrastructuur en parkeren Een goede ontsluiting is gerealiseerd op Veld-Oostenrijk. De locatie is voorzien van meerdere inritten welke aansluiten op de openbare weg. Gezien de geografische ligging van het bedrijf is het aannemelijk dat de vrachtwagens gebruik maken van de rechtstreekse aansluiting op de Venrayseweg (noordzijde). De Venrayseweg is een doorgaande weg met een regionale functie met vrijliggende fietspaden. Gebruik van de Lindweg aan de zuidzijde is niet gewenst in verband met drukke school-thuisroute voor fietsers nabij het Dendron College. Het inkomend en vertrekkend verkeer voldoende ruimte om het bedrijf te betreden en verlaten, waardoor geen onnodige verkeershinder op de openbare weg zal plaatsvinden. Op het terrein zelf is voldoende gelegenheid om te keren. Hierbij hoeft niet op de openbare weg alsnog gekeerd te worden, waardoor geen achteruit rijdende voertuigen de openbare weg op hoeven rijden. Dit bevordert de verkeersveiligheid. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal uitsluitend gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur. Hierbij zal rekening worden gehouden met de capaciteit van de ontsluitingsweg, zodat geen situatie ontstaat waarbij meer verkeer over de ontsluitingsweg rijdt dan dat deze kan verwerken. Hiermee zal geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de bestaande infrastructuur.
In de huidige situatie vindt het parkeren geheel op eigen terrein plaats. Bij de voorgenomen ontwikkeling is het vereist dat het parkeren ook na realisatie van het project geheel op eigen terrein plaatsvindt. Ook na realisatie van het project zal er op eigen terrein voldoende gelegenheid zijn om te kunnen parkeren. Hiermee zal parkeren, ook na realisatie van het project, geheel op eigen terrein plaatsvinden.
4. 4. 2
Verkeersbewegingen Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van het gebruiken van een bestaande installatie voor het co-vergisten en bewerken van mest voor het eveneens co-vergisten en bewerken van mest die niet afkomstig is van het eigen bedrijf (mest van derden). De vergunde capaciteit van de installatie zal daarbij niet toenemen. Momenteel is sprake van een vergunde capaciteit van 61. 000 ton per jaar aan mest die wordt co-vergist en bewerkt. Daarvan is sprake van gemiddeld 31. 000 ton per jaar aan mest afkomstig van het eigen bedrijf en gemiddeld 30. 000 ton per jaar aan aangevoerde co-substraten. In de gewenste situatie zal sprake zijn van gemiddeld 23. 500 ton per jaar aan eigen mest die wordt co-vergist en bewerkt en zal minimaal 7. 500 en maximaal 19. 200 ton per jaar aan mest van derden worden aangevoerd. De hoeveelheid aangevoerde co-substraten is afhankelijk van de hoeveelheid aan te voeren mest van derden. Dus wanneer sprake is van meer mest van derden dan zal de hoeveelheid boven de 7. 500 ton per jaar in mindering worden gebracht op de aangevoerde co-substraten. De totale capaciteit blijft daarmee dus 61. 000 ton per jaar. In de worst-case situatie zal sprake zijn van 210 mogelijke extra vrachtwagens per jaar (dus 420 extra verkeersbewegingen met vrachtverkeer per jaar).
Dit betreft slechts gemiddeld 1,12 extra verkeersbewegingen per dag (gemiddeld ongeveer 1 vrachtwagen per 2 dagen extra).
Gemiddeld per dag zal het aantal verkeersbewegingen daarmee niet of nauwelijks toenemen. De toename van het aantal verkeersbewegingen per dag past daarnaast ook binnen het vergunde aantal verkeersbewegingen per dag en binnen het aantal verkeersbewegingen per dag dat in de verschillende onderzoeken die eerder zijn uitgevoerd voor de uitbreiding van de capaciteit van de installatie zijn meegenomen en berekend.
Gezien het voorgaande zal daarmee geen sprake zijn van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen en zal geen sprake zijn van een mogelijk toenemende overlast als gevolg van het verkeer van en naar de locatie.
45
4. 5.
Wateraspecten
Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e. a. ) voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Met ingang van 3 juli 2003 is een watertoets in de vorm van een waterparagraaf en de toelichting hierop een verplicht onderdeel voor ruimtelijke plannen en projecten van provincies, regionale openbare lichamen en gemeenten. De watertoets is verankerd in de Waterwet (Wtw). Dit houdt in dat de toelichting bij het ruimtelijk plan of project een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Dit beleid is voortgezet in het huidige Besluit ruimtelijke ordening
(Bro). In dit besluit wordt het begrip " waterhuishouding " breed opgevat. Aangesloten wordt bij de definitie zoals die is opgenomen in de Wtw. Zowel het oppervlaktewater als het grondwater valt onder de zorg voor de waterhuishouding. Bij de voorbereiding van een waterparagraaf dienen alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten beoordeeld te worden. De locatie valt onder het werkgebied van het Waterschap Limburg (hierna: het waterschap). Het waterschap Limburg heeft ten aanzien van de watertoets een handboek opgesteld waarin het beleid ten aanzien van de waterhuishouding is omschreven en waarin de nomen voor de waterbergingscompensatie staan genoemd. Het doel van de watertoets is te waarborgen dat water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen van zowel Rijk, provincies als gemeenten. Dit betekent in de praktijk dat in beeld gebracht dient te worden welke weg het water aflegt binnen een ruimtelijk plan. Hierbij is het doel 'waterneutraal bouwen in ruimte en tijd', waarvoor de initiatiefnemer verantwoordelijk is. De beoordeling van de waterhuishoudkundige relevantie vindt plaats voor zowel regionale wateren, grondwater, als rijkswateren en kan betrekking hebben op alle mogelijke wateraspecten.
Binnen een bestemmingsplanwijziging of bij een afwijking van het bestemmingsplan heeft het waterschap verschillende rollen, namelijk die van informateur, adviseur, controleur en vergunningverlener. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidsuitgangspunten van het waterschap, mits deze in acht worden genomen bij de ontwikkeling.
4. 5. 1
Voorgenomen activiteit Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van het wijzigen van het gebruik van een bestaande installatie van mest voor het co-vergisten en bewerken van mest, waarbij in plaats van uitsluitend mest vanuit de eigen inrichting eveneens mest van derden wordt co-vergist en bewerkt. Er vinden geen bouw- of sloopwerkzaamheden plaats en geen ruimtelijke ingrepen op het erf. Er is geen sprake van nieuwe bebouwing en/of verharding. Tevens is geen sprake van een uitbreiding van de vergunde capaciteit van de installatie en er vinden geen wijzigingen plaats aan de gehouden dieren en/of het stalsysteem. Er is daarmee geen sprake van een toename van het verharde oppervlak ter plaatse.
Afkoppeling van het hemelwater vindt plaats middels een gescheiden stelsel. Hierbij wordt het hemelwater afkomstig van het verhard oppervlak niet op het riool afgevoerd, maar middels straatkolken en dakgoten afgevoerd naar bestaande infiltratie- en/of bergingsvoorzieningen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld. Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar de watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang (waterbergingscompensatie). Voor de mate van compensatie hanteert het waterschap de volgende richtlijnen: Het waterschap maakt onderscheid in een situatie voor maatgevende buien eens in de 10 jaar (T=10) en eens in de 100 jaar (T=100). Bij een situatie T=10 dient de buffer 44 millimeter groot te zijn. Bij een situatie T=100 moet de buffer 100 millimeter bedragen. 46
Een situatie T=100 is een uitzonderlijke situatie waarbij het terrein gedurende één dag onder water mag staan (inundatie). Voorwaarde hierbij is dat de situatie geen overlast aan de omliggende percelen mag veroorzaken. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal het verhard oppervlak niet toenemen. Hiermee is geen aanvullende compensatie vereist en zal met de voorgenomen ontwikkeling sprake zijn van een hydrologisch neutrale ontwikkeling.
Om negatieve effecten op de huidige goede waterkwaliteit te voorkomen en waterbesparing te bereiken worden: zoveel mogelijk maatregelen getroffen om het waterverbruik zo gering mogelijk te laten zijn en verontreiniging van het regenwater en oppervlaktewater te voorkomen; duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen toegepast. De projectlocatie is voorzien van riolering, waar het afvalwater van de bedrijfswoning op wordt geloosd. Het bedrijfsafvalwater (afvalwater, reinigingswater stallen en het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard) wordt opgevangen in de binnen de inrichting aanwezige mestkelders onder de stallen. De mestkelders beschikken over voldoende capaciteit hiervoor. In de voorgenomen activiteit wordt geen afvalwater geloosd. Al het opgevangen afvalwater wordt tegelijk met de mest afgevoerd en verwerkt. Hiermee zal met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van onevenredige aantasting van de waterhuishouding ter plaatse.
4. 5. 2
Compenserende waterberging
Ter compensatie van de toename van het verharde oppervlak bij ruimtelijke ontwikkelingen dient compenserende waterberging plaats te vinden om wateroverlast te voorkomen. Zoals nader aangetoond in de paragraaf " Voorgenomen activiteit " (paragraaf 4. 5. 1) is voor de voorgenomen ontwikkeling geen compenserende waterberging nodig.
47
Hoofdstuk 5 5. 1.
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een nieuwe ruimtelijk project dient op grond van artikel 3. 1. 6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het project. Onderdeel daarvan is een onderzoek naar de financiële haalbaar van het project. Een tweede bepaling omtrent het financiële aspect is het eventueel verhalen van projectkosten. In principe dient bij vaststelling van het ruimtelijke besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van projectkosten zeker te stellen.
Op basis van artikel 6. 12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeente een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6. 2. 1 van het Bro zijn deze bouwplannen nader omschreven:
" Artikel 6. 2. 1 Als bouwplan als bedoeld in artikel 6. 12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1. 000 m 2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1. 500 m 2 bruto-vloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1. 000 m 2 bruto-vloeroppervlakte. " Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een in het betreffende artikel genoemde bouwplan, waarmee geen exploitatieplan nodig is. Kosten voor het uitvoeren en doorlopen van de procedure zijn daarnaast voor rekening van de initiatiefnemer. Gemaakte kosten door de gemeente worden middels het heffen van leges op de initiatiefnemer verhaald, zoals is opgenomen in de legesverordening van de gemeente Horst aan de Maas. Hiermee wordt het project financieel haalbaar geacht.
5. 2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het voorliggend project betreft een afwijking met omgevingsvergunning op de bepalingen uit het bestemmingsplan " Bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas " van gemeente Horst aan de Maas conform de procedure zoals is opgenomen in artikel 2. 12, lid 1, onder a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In het kader van deze procedure wordt de ontwerp omgevingsvergunning voor eenieder ter inzage gelegd. Tijdens deze terinzage termijn wordt eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen. Wanneer het besluit en de vergunning met bijbehorende onderbouwing ter inzage ligt wordt gepubliceerd op de gebruikelijke wijze.
5. 3.
Handhaving
Een bestemmingsplan en/of een omgevingsvergunning is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de regels in de omgevingsvergunning ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Horst aan de Maas vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. 48
Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van een ruimtelijk project heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet. Bij overtreding van deze regels kan gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van een bestemmingsplan of een vrijstelling.
49
Bijlagen
50
Bijlage 1
Geuronderzoeken (inclusief aanvullingen)
51
Geuronderzoek Ashorst BV t. b. v. omgevingsvergunning
ASBV18A2, mei 2018 Olfasense B. V.
olfasense ::: titel:
_Geuronderzoek
Ashorst
t.b.v.
BV
omgevingsvergunning rapportnummer:
ASBV18A2
vervangt rapport:
ASBV18A1
projectcode:
ASBV18A
trefwoorden:
vergisting, mest, co-substraten, droger, luchtwasser, biofilter, geuremissie, geurbelasting
opdrachtgever:
DLV
Kerksedijk 6029
RS
1
STERKSEL
Nederland
contactpersoon:
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
opdrachtnemer:
_Olfasense
B.V,
Zekeringstraat 1014
48
BT Amsterdam
Nederland +31
20
6255104
telefoon
nl@olfasense.com auteur(s): goedgekeurd:
(geanonimiseerd) Anouk | voor
Snik
Olfasense
-
van
B.V.
den
Burg
door
(geanonimise rd) ecteur (geanonimiseerd) DE (geanonimiseerd) EN
(geanonimiseerd) EN
«
datum:
29
mei
copyright:
©
2018,
AsBV18A2
«29
mei
2018 Olfasense
2018
B.V,
pagina
2 van
81
olfasense ::: Inhoudsopgave 1
Inleiding
2
Situatiebeschrijving 2.1
De
2.2
Onderzoeksopzet
2.3
De
A
onderzoeksopzet
en
NO
A
bedrijfsactiviteiten
omgeving
Uitvoering
de
van
metingen
®
3.1
Kwaliteit
3.2
Geuremissiemetingen
10
3.2.1
Geurmonstername
10
3.2.2
Afgasdebiet
10
3.3
Geuranalyse
3.4
Hedonische
metingen
11
3.5
Berekening
geuremissie
11
3.6
Bedrijfsomstandigheden
12
11
Meetresultaten
13
4,1
Geuremissie
4.2
Resultaten
4.3
Ammoniak
4.4
Bespreking
Berekening 5.1
13 hedonische
metingen
14 14
de resultaten
van
15
geuremissie
16
Sleufsilo’s
16
5.1.1
16
Kengetallen Berekening emissie
5.1.2 5.2
Geopende
5.3
WKK's
5.4
Biofilter
5.5
Gaswasser
5.6
Opslag digestaat
5.7
Overzicht
meng-
en
16
hydrolysering
17 18
meng-
en
hydrolysering
18
digestaatdroger
18 18
berekende
emissies
19
Toetsingskader
20
6.1
Landelijk geurbeleid
20
6.2
Gebruikelijke toetsingswaarden
20
6.3
Voorgesteld
21
(geanonimiseerd) N
-
toetsingskader
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
pagina
3 van
81
olfasense ::: 7
8
De
geurbelasting
de
van
omgeving
23
7.1
Verspreidingsmodel
23
7.2
Invoergegevens
23
7.3
Resultaten
van
de
7.4
Bespreking
van
de resultaten
Samenvatting
en
verspreidingsberekeningen
25 28
conclusies
29
Bijlagen
30
Bijlage
A
Meetomstandigheden
31
Bijlage
B
Certificaten
geuranalyses
32
Bijlage
C
Certificaten
monstername
36
Bijlage
D
Rapportage ammoniakmetingen
51
Bijlage
E
Fluctuerende
72
Bijlage
F
Bepaling
Bijlage
G
Scenariobestand
(geanonimiseerd) N
-
bronnen
omrekenfactor
AsBv18Aa2
«29
hogere percentielen
73
verspreidingsberekeningen
74
mei
2018
pagina
4
van
81
olfasense ::: 1
Inleiding
een opdracht van DLV is door (geanonimiseerd) geuronderzoek uitgevoerd bij het bedrijf, gelegen B Veld Oostenrijk 50 te Horst aan de Maas. Het bedrijf bestaat uit een varkenshouderij met covergistingsinstallatie, Er wordt een vergunning aangevraagd in verband met enkele wijzigingen in de bedrijfsvoering en de samenstelling van het te verwerken materiaal. De doorzet op jaarbasis van de vergistingsinstallatie wijzigt niet.
In
aan
Middels
het
onderzoek
is de
geurbelasting in beeld gebracht als gevolg van de co-vergistingsinstallatie. Bij geurrelevante activiteiten inpandig plaats, waarbij de lucht wordt gereinigd alvorens het wordt geëmitteerd via een biofilter en een luchtwasser. Ook de WKK's kunnen worden gezien als geurrelevante bronnen. Daarnaast worden de sleufsilo's eveneens in het geuronderzoek betrokken. geuremissie
de
installatie
en
de
vinden
Het rapport
is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 worden de bedrijfsactiviteiten beschreven en de geurbronnen geïdentificeerd. De meetmethoden voor de geurmetingen worden in hoofdstuk 3 beschreven, waarna de resultaten van de metingen in hoofdstuk 4 worden gepresenteerd. De geuremissie wordt vervolgens in hoofdstuk 5 berekend. Het toetsingskader voor beoordeling van de geurbelasting wordt afgeleid in hoofdstuk 6, waarna de resultaten van de verspreidingsberekeningen in hoofdstuk 7 worden gepresenteerd. Hoofdstuk 8 besluit met de samenvatting en conclusies. relevante
(geanonimiseerd) N
-
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
pagina
5 van
81
2
Situatiebeschrijving
2.1
De
bedrijfsactiviteiten
Onderstaand
wordt
beknopte beschrijving
een
bijvoorbeeld
gegevens, In
onderzoeksopzet
en
type wasser,
over
de
van
wordt
situatie
verwezen
gedetailleerde beschrijving bij de aanvraag.
gegeven; de
naar
voor
de
co-vergistingsinstallatie worden mest en co-substraten omgezet in biogas. Het gas wordt in twee WKK's, waarmee energie en warmte wordt opgewekt. Het digestaat wordt in een scheidingsinstallatie (decanteercentrifuge) gescheiden in een rulle en een vloeibare fractie. De rulle fractie wordt door middel van een drooginstallatie gedroogd. De dunne fractie wordt in de mestkelder opgeslagen en afgevoerd. verbrand
Er worden
vaste
worden
een
in
en
vloeibare
sleufsilo
co-substraten de
opgeslagen;
vloeibare
en
vloeibare
mest
aangevoerd.
co-substraten
en
De
vloeibare
vaste
co-substraten
worden
mest
in
silo's
gelost. gezien als geurrelevante bron, bij aanvoer en uithalen van het materiaal en als gevolg van de open opslag. De opslagsilo's voor vloeibare producten zijn Deze afgezogen lucht wordt gereinigd gekoppeld aan de afzuiging van de meng- en hydrolysering in een gecombineerd reinigingssysteem bestaande uit onder meer een biofilter. Alleen wanneer de meng- en hydrolysering geopend is voor toevoer, zou er mogelijk sprake kunnen zijn van enige emissie direct uit de ring, hoewel er ook dan sprake is van afzuiging. Zekerheidshalve wordt de geopende mengring als geurbron meegenomen in het onderzoek. De
opslag
in sleufsilo’s
kan
worden
.
De
vergistingsinstallatie is volledig gesloten en is daardoor geen relevante geurbron. Het ontstane biogas wordt verbrand in twee WKK's, welke worden aangemerkt als geurrelevante bronnen. De
lucht
digestaatdroger wordt nabehandeld in een gaswasser. De lucht in de (voor en na droging) wordt opgeslagen en gehygieniseerd, wordt afgezogen en gebruikt in de droger en vervolgens nabehandeld in de wasser. Daarmee kan worden gesteld dat in de aangevraagde situatie buiten de eerdergenoemde bronnen er geen emissie op andere manieren zal plaatsvinden. ruimtes
De
afkomstig
van
de dikke
waar
de
fractie
wijzigingen
voornaamste
in de
aangevraagde
situatie ten
opzichte
van
de
vergunde
situatie
zijn: .
Het type
vast co-substraat die
producten Meststoffenwet, Voorde het
worden
opslag
feit dat
(geanonimiseerd) N
-
van
deze
hydrolysering
waar
dat
geaccepteerd wordt uitgebreid. Het betreft genoemd in Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling het eerder een beperkt aantal producten betrof.
vloeibaar
silo's
heeft dit
AsBv18Aa2
kan
worden
co-substraat
zijn aangesloten voor
«29
geur
mei
geen
2018
en
vloeibare
mest
is
een
silo
extra
op de luchtreinigingsinstallatie verdere consequenties.
van
nu
voorzien;
de meng-
pagina
6 van
en
81
alle
gezien
olfasense ::: Samengevat kunnen geïdentificeerd: *
_ Sleufsilo’s
*
Geopende
.
WKK's _Biofilter
«
Van
en
en
aangevraagde
de
situatie
volgende
relevante
geurbronnen
worden
hydrolysering
hydrolysering
drogerinstallatie
Wasser
2.2
meng-
meng-
de
in
Onderzoeksopzet de
voor
geur
meest
relevante
bronnen
is de
geuremissie
middels
metingen vastgesteld.
De
droger is momenteel niet in gebruik, en kan pas geschikt gemaakt worden voor het drogen vast digestaat na vergunningverlening, waardoor aan deze bron geen geurmetingen konden worden uitgevoerd. De
WKK's
meting Naast
konden
één
aan
wel
van
gemeten
worden.
De
WKK's
zijn identiek,
waardoor
is volstaan
met
van
een
de WKK's,
de
WKK's
is ook de
gemeten,
omdat
het
emissie als gevolg van de afzuiging van de meng- en hydrolysering luchtbehandelingssysteem van deze bron nieuw is (bestaande uit meerdere stappen met als laatste stap een biofilter). Naast geur is voor deze bron ook ammoniak gemeten en is het verwijderingsrendement (geur en ammoniak) bepaald. De resultaten van deze metingen zijn ook gebruikt om de geuremissie te bepalen als gevolg van het openen van de meng- en hydrolysering.
Op het
meetdag zijn de niet-bemonsterde Bevoegd Gezag beoordeeld.
De
volgende geurbronnen
.
WKK
*
_Ongereinigde afgasstroom
*
_Gereinigde afgasstroom
2.3
de
De
zijn
derhalve
meng-
meng-
en
bronnen
door
de
medewerkers
van
samen (geanonimiseerd) BM
met
bemeten:
en
hydrolysering
hydrolysering
(uitgaand
biofilter)
omgeving
Figuur a op de volgende pagina geeft de ligging van het bedrijf weer (blauw omrand); de biogasinstallatie is gerealiseerd aan de zuidwestzijde van het terrein. De meest nabij het bedrijf gelegen geurgevoelige bestemmingen zijn rood gemarkeerd. De dichtstbij gelegen aaneengesloten woonbebouwing ligt op circa 850 m ten noorden van de inrichting (Castenray).
(geanonimiseerd) N
-
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
pagina
7 van
81
olfasense ::: Oppervlaktebronnen Schoorstenen Grids
Toetspunten Gebouwen
Figuur
a
De
ligging
van
Ashorst
BV
te
Horst
aan
de
Maas
‘ (geanonimiseerd) N
-
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
pagina
8
van
81
olfasense ::: 3
Uitvoering
3.1
Kwaliteit
de
van
's geaccrediteerd (geanonimiseerd) BN
ISO/IEC
17025
uitvoering
voor
accreditatienummer
L403.
metingen
door
de
Raad
In onderstaande
Accreditatie
voor
verschillende
van
tabel
verrichtingen is
overzicht
een
basis
op
NEN-EN-
van
geregistreerd
staat
en
gegeven
de
van
onder
toegepaste
geaccrediteerde verrichtingen. Tabel
1:
Overzicht
(geanonimiseerd) (1403) GN
geaccrediteerde verrichtingen
Verrichtingen
Bepaling
Norm
Intern referentienummer
Monsterneming
Monsterneming op basis van ‘delayed sampling for olfactometry’ ten behoeve van het bepalen van de geurconcentratie en hedonische waarde; monsterneming met behulp van de methode voor puntbronnen,
geur
de
afdekmethode
EN
13725
87.2
87.3 NEN-EN
QDO1
en
QD22
en
en
15259
de
en
Lindvalldoosmethode
Afgaskarakteristieken
Geurconcentratie
Hedonische
Het bepalen van de afgaskarakteristieken (temperatuur, luchtsnelheid, statische druk, drukverschil en vocht)
bepalen van de geurconcentratie (forced choice mode); olfactometrie (geuranalyse)
waarde
Het
bepalen van
van
wordt
dat
bepaling
onderdeel
uit
van
Het uitvoeren
de
als
hedonische
conform
EN
13725
QDO1
2818
QD20
88.1.3
Conform
onderdeel
de
en van
de
mogelijk
daaruit
NVN
de
voortvloeiende
conclusies
en
accreditatie.
van de monsterneming voorverdunning. Het bepalen geaccrediteerde verrichtingen. van
NEN-EN
(geïntegreerde methode)
interpretatie van de meetgegevens aanbevelingen vormen geen onderdeel
ter
conform
en
geur
De
gemeten,
de
QD23
aan
16911
15259
Het
waarde
Opgemerkt
gelijkwaardig NEN-EN
ook
het
van
het
zuurstofgehalte zuurstofgehalte
wordt maakt
geen
ammoniakbemonsteringen maakt geen onderdeel uit van de geaccrediteerde Deze metingen zijn derhalve uitbesteed aan KW3 B.V, die de (geanonimiseerd) BN accreditatie heeft uitgevoerd.
van
verrichtingen metingen onder
van
Bij de presentatie van de meetwaarden worden niet-afgeronde waarden gebruikt, waarbij geen rekening wordt gehouden met de meetonzekerheid. Daardoor worden meer significante cijfers gerapporteerd dan op basis van de meetonzekerheid reëel is.
(geanonimiseerd) N
-
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
pagina
9
van
81
3.2
Geuremissiemetingen
De
geuremissie Europese odour 3.2.1
wordt
berekend
units per
uit de
geurconcentratie
en
het
afgasdebiet
uitgedrukt
en
in
tijdseenheid.
Geurmonstername
De
geurmonstername
is
van
veldblanco
genomen.
uitgevoerd conform interne procedure ‘QD22 Procedure for Sampling’ die afgeleid geldende richtlijnen in de NEN-EN 13725! en NTA 9065, Per meetpunt bemonsterd drievoud is in gedurende minimaal 30 minuten per monster. Om te controleren of de gebruikte monsternameapparatuur voldoende geurvrij was, is bovendien per meetset een
Elk
monster
reacties
is
de daartoe
is opgevangen in een monsterzak van Nalophan, een materiaal dat niet makkelijk met andere stoffen. De monsterzak is voor gebruik geurvrij gemaakt. Een
aangaat
monsterzak
kan
monsterzak
circa
40
voorgespoeld
| lucht
bevatten. de te
met
Voorafgaand aan de daadwerkelijke bemonstering afgassen.
is elke
bemonsteren
bepaling van het geurverwijderingsrendement van de luchtbehandelingsinstallatie van meng- en hydrolysering zijn de ongereinigde en de gereinigde afgasstromen gelijktijdig
de
Ter
bemonsterd.
3.2.2
Afgasdebiet
Het
afgasdebiet wordt bepaald parameters’, die gelijkwaardig Pitot buis.
resultaten
De
EN
16911.
De
temperatuur
van
conform is
de
eigen procedure ‘QD23
Procedure
BEM
de
NEN-EN
aan
16911.
(geanonimiseerd) meet
metingen zijn gelijkwaardig
aan
measuring physical afgassnelheid met een
resultaten
for
gemeten
conform
NEN
-
van de afgassen wordt gemeten met een type K thermokoppel. De vochtigheid afgasstromen wordt middels de psychrometrische methode bepaald. Voor de WKK is het vochtgehalte gravimetrisch bepaald, omdat de temperatuur van de afgassen hoger is dan het meetbereik van de psychrometrische methode. Opgemerkt wordt dat de gravimetrische methode
de
van
geen
onderdeel
uitmaakt
van
de
accreditatie.
Afwijking van de eisen uit NEN-EN 16911 kan tot gevolg hebben dat de nauwkeurigheid meting ongunstig wordt beïnvloed, In bijlage C is per meetpunt opgenomen in hoeverre de norm gestelde voorwaarden wordt voldaan. De
getalswaarde
1
‘Bepaling
van
13725:2003 Nederlandse
13.040.99,
vochtgehalte.
en
concentration
van
debiet
hangt
de
aan
de
Het debiet
de
Determination of odour geurconcentratie door dynamische olfactometrie’ / ‘Air quality by dynamic olfactometry’, Europese norm NEN-EN 13725, april 2003 (referentienummer EN E) —
Technische Afspraak, december 2012
(geanonimiseerd) N
mede
in
af van de omstandigheden voor wat betreft druk, bij de actuele druk, temperatuur en het vochtgehalte tijdens monstername wordt het bedrijfsdebiet genoemd. Het debiet omgerekend naar een druk van 1.013 hPa, een temperatuur van 0°C en droog afgas wordt het normaaldebiet genoemd. Voor het debiet omgerekend naar de omstandigheden waarbij geuranalyses plaatsvinden, te weten een druk die gelijk is aan 1.013 hPa, een temperatuur van 20°C en vochtig afgas wordt vaak de term standaarddebiet gebruikt.
temperatuur
het
van
-
AsBv18Aa2
«29
mei
NTA
9065,
2018
Luchtkwaliteit
—
Geurmetingen
—
Meten
en
rekenen
pagina
10
van
Geur.
81
ICS
olfasense ::: 3.3 De
Geuranalyse geurmonsters zijn geanalyseerd
De
analyses zijn uitgevoerd L403). Het analyseresultaat
in
conform
de
NEN-EN
13725° volgens
de
Forced
Choice
mode.
geurlaboratorium van (geanonimiseerd) (accreditatienummer WN uitgedrukt als de geurconcentratie in Europese odour units:
het
wordt
oue/m?. 3.4 Om
Hedonische
metingen
inzicht te
krijgen in de (on)aangenaamheid van de geëmitteerde geur is, naast de geurconcentratie, ook de hedonische waarde bepaald van de geur afkomstig van het biofilter WKK. Hedonische waarden kunnen dienen als basis voor een toetsingskader voor de geurconcentratie op leefniveau.
de
en
Bij een hedonische analyse wordt de relatie tussen bovendrempelige (waarneembare) geurconcentratie en de mate van (on)aangenaamheid bepaald conform NVN 2818%, De hedonische meting maakt gebruik volgende ijkpunten heeft: +4
ä
uiterst aangenaam,
0
E
noch
-4
H
uiterst onaangenaam.
noch
aangenaam,
van
9-puntsschaal
een
die
loopt
van
—-4 tot
+4
en
de
onaangenaam,
geurconcentratie, uitgezet op een logaritmische schaal”, en de hedonische als een logaritmische rechte. Uit de regressievergelijking worden de geurconcentraties berekend waarbij de hedonische waarden gelijk zijn aan H= -1 en H=-2. Het verband
waarde
3.5
tussen
wordt
de
benaderd
Berekening
geuremissie
De geuremissie [our/h] is het product van de geurconcentratie [oue/m°] en het afgasdebiet [m°/h] bij 20°C, 1.013 hPa, vochtig afgas. Er wordt gerekend met het geometrisch gemiddelde van de gemeten geurconcentraties en het afgasdebiet bij 20°C, 1.013 hPa, vochtig afgas (de condities waarbij de geurconcentraties zijn gemeten). Het
verwijderingsrendement voor geur wordt uitgaande luchtstromen volgens de formule: n=(1-Cit/
Cin)
*
berekend
uit de
gemeten
concentraties
100%
de
in-
formule
i
van
waarin:
2
n
[%]
=
geurverwijderingsrendement
Cut
[our/m*]
=
geurconcentratie
van
de
gereinigde
Ein
[our/m?]
=
geurconcentratie
van
de
ongereinigde
‘Bepaling
Determination of odour geurconcentratie door dynamische olfactometrie’ / ‘Air quality by dynamic olfactometry’, Europese norm NEN-EN 13725, april 2003 (referentienummer EN E)
13725:2003
*_‘Geurkwaliteit 5
De
2818, relatie
—
—
Sensorische
oktober tussen
(geanonimiseerd) N
luchtstroom
de
van
concentration
NVN
luchtstroom
-
bepaling
van
de
hedonische
waarde
van
een
geur met
olfactometer’,
een
2005.
concentratie
AsBv18Aa2
«29
hedonische
en
mei
2018
waarde
is voor geur
—
net
als voor
geluid
-
logaritmisch.
pagina
11
van
81
en
olfasense ::: 3.6
Bedrijfsomstandigheden
Volgens
bedrijfssituatie tijdens de metingen representatief voor normale bedrijfsvoering. Er deden zich gedurende de metingen geen storingen of onregelmatigheden voor die invloed gehad kunnen hebben op de metingen. In bijlage A is een overzicht gegeven van de materialen die de dag van de meting en de dagen daarvoor in de vergistingsinstallatie werden gevoed. opgave
(geanonimiseerd) N
-
van
het
AsBv18Aa2
bedrijf
«29
was
mei
de
2018
pagina
12
van
81
een
Meetresultaten
4 4.1 In
Geuremissie
onderstaande
geurmetingen opgenomen. Tijdens de meting aan de WKK op 5 april werd er een verhoogde geurconcentratie gemeten aan het blanco monster, waardoor het resultaat conform NTA9065 moet worden verworpen. Deze meting is derhalve opnieuw uitgevoerd op 19 april. De resultaten van beide metingen zijn volledigheidshalve in de
opgenomen
Het certificaat
van
meetresultaten Tabel
2:
Meetpunt
tabellen
zijn
uitkomsten
van
de
tabel. de
geuranalyses
is weergegeven
Resultaten
van
de
5
en
de
Maas
op
de 19
en
in
is als
bijlage
bijlage
B
bijgevoegd.
geuremissiemetingen april 2018
Debiet
meting
(1.013 hPa,
20°C,
De
gedetailleerde uitwerking
de
van
C. aan
de WKK
bij
Ashorst
BV
te
Horst
Geurconcentratie
Geuremissie
[oue/m°]
[10° ouc/h]
aan
vochtig)
[m°/h] WKK „
„
„
meting meting meting
1
9.296
2
4.123
3
3.031
Gemiddeld
5.100
4.879
25
WKK „
„
„
meting meting meting
1
7.347
2
6.339
3
3.652
gemiddeld
Tabel
3:
4.800
Resultaten meng-
Meetpunt
en
en
5.540
van de metingen aan het geurverwijderingsrendement n van de hydrolysering bij Ashorst BV te Horst aan de Maas op 5 april 2018
meting
Debiet
Geurconcentratie
(1.013 hPa, 209C, vochtig)
ongereinigd
gereinigd
[m°/h]
[oue/m?]
[oue/m?]
„
438.043
21.320
„
351.167
16.609
„
311.228
10.446
363.109
15.465
Meng- en hydrolysering meting 1 meting 2 meting 3
gemiddeld
(geanonimiseerd) N
2.700
-
27
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
Geuremissie
n
gereinigd [%]
[10° our/h]
96%
42
pagina
13
van
81
4.2
Resultaten
De
resultaten
resultaten Tabel
hedonische
de
van
hedonische
zijn gepresenteerd Resultaten
4:
april
in
metingen
metingen zijn samengevat bijlage B.
hedonische
metingen
bij
Ashorst
in
tabel
BV
te
4.
De
Horst
gedetailleerde
aan
de
Meetpunt
Geurconcentratie
„
e
„
meting meting meting 2 meting 3
5
„
„
meting meting meting 2 meting 3
19
5 „
e
„
meng-
april meting meting meting
21,3 20,9 14,0 18,4
‚9 ‚ ‚8 ‚9
7,1 71 5,9 6,7
hydrolysering
en
3
gemiddeld 1)
Deze
waarde
4.3 In
niet
Br
8,07
2,1 ‚9 ‚5 ‚8
2
derhalve
11,2
(21,9)P
april
gemiddeld Biofilter
werd
gebruikt
middels
is niet
voor
extrapolatie verkregen. Dit berekening van de gemiddelde
waarde.
toegestaan volgens NVN2818,
deze
waarde
Ammoniak
tabel
5
KW3
B.V.
Tabel
5:
zijn de
uitkomsten
is weergegeven Resultaten
van
de
bijlage
in
ammoniakmetingen samengevat.
De
rapportage
van
D.
ammoniakmetingen
bij
Ashorst
BV
te
Horst
aan
de
Maas
op
5
april
2018 Bron
Normaaldebiet
NHs-
NHs-
id
concentratie
concentratie
IN
UIT
[mo°/h] Meng- en hydrolysering meting 1 meting 2 meting 3 gemiddeld
[mg
„
„
0®
C,
1
NHs/mo®]
3,9 3,9 4,8 4,2
„
1)
2.400
[mg
Verwijderingsrendement (n)
NHsemissie
[%]
NH2/mo°]
0,07 0,07 <0,04 0,06
[g/h]
99%
0,2
bar, droog
(geanonimiseerd) N
-
19
april
gemiddeld «
en
H=-2
2,1 ‚9 ‚8 2,2
WKK
5
op
[oue/m?] waarbij:
H=-1 WKK
Maas
2018
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
pagina
14
van
81
is
olfasense ::: 4.4 Uit
Bespreking
van
de
resultaten
de
metingen blijkt dat de geuremissie van de WKK op beide dagen een vergelijkbare geuremissie liet zien. Deze emissie is lager dan eerder werd berekend, toen werd uitgegaan een tweemaal hogere geurconcentratie van de afgassen dan nu gemeten.
het luchtbehandelingssysteem is met Tijdens de metingen is het debiet zowel voor de wasser als vlak voor het biofilter gemeten, waar er een aanzienlijk verschil werd waargenomen. Het debiet na de ventilator voor het biofilter is aanzienlijk hoger dan bij de wasser. Voor berekening van de emissies is (uiteraard) gebruik gemaakt van de hogere gemeten waarde. Het geur-
en
ammoniakverwijderingsrendement
van
respectievelijk
(geanonimiseerd) N
96
-
en
99%
AsBv18Aa2
uitstekend
«29
mei
2018
te
van
noemen.
pagina
15
van
81
Berekening geuremissie
5 5.1
Sleufsilo’s
Vaste
co-substraten
genoemd tijde van de rondgang rond de sleufsilo’s lagen er diverse stromen, waaronder graanresten, petfood en bierborstel. Petfood wordt opgeslagen onder een overkapping, de overige producten zijn niet afgedekt. Er kon nauwelijks geur worden waargenomen, alleen bij het afgraven was een geringe geur in
Bijlage Aa,
worden
onderdeel
IV
opgeslagen in sleufsilo’s. van de Uitvoeringsregeling
Het
betreft
producten
Meststoffenwet.
die
worden
Ten
waarneembaar. Relevante
kan
emissie
opslag
halen
51.1
Kengetallen
van
het
plaatsvinden
als
gevolg
van
de
aanvoer,
de open
opslag
het
en
uit de
materiaal.
Kengetallen voor handelingen met en opslag van droge co-substraten zijn niet voorhanden. Het weinig geurend materiaal zoals ook uit de waarnemingen bleek, waardoor bij aanvoer van het verse materiaal nagenoeg geen geuremissie zal plaatsvinden. Voor groenafval geldt bijvoorbeeld ook dat de aanvoer hiervan in het brancheonderzoek voor groencomposteringen® niet als geurrelevant wordt beschouwd. Pas wanneer het verkleind wordt en op de composthoop wordt gezet, vindt er relevante geuremissie plaats. In de berekeningen zal voor handelingen met droge co-substraten zekerheidshalve worden uitgegaan van het emissiekengetal voor het op de composthoop zetten van verkleind groenafval van 0,44 «10° our/ton. Hiermee wordt een veilige benadering gekozen. betreft
De
sleufsilo’s worden
de
emissie
niet
afgedekt; na enige tijd vormt zich een korst op het materiaal waardoor is. Op het moment dat de sleufsilo’s worden afgegraven om materiaal halen kan ook als eruit te gevolg van de opslag enige geuremissie plaatsvinden. In de berekeningen zal voor de opslag zekerheidshalve een vergelijking worden gemaakt met de opslag van GFT, waarvoor in de voormalige NeR een kengetal van 0,5 «10° our/m?/h werd gegeven. Buiten deze periode van afgraven zal de emissie zeer gering zijn. In de berekeningen zal worden uitgegaan van een emissie die 10% van de emissie bedraagt wanneer er activiteit is bij de sleufsilo’s. Dit is een zeer veilige benadering, omdat er nauwelijks geur waarneembaar was bij de verwaarloosbaar
sleufsilo’s. Voor
GFT
blijkt dat het verschil tussen de geuremissie als gevolg van handelingen en de geuremissie als gevolg van de opslag een factor 3 bedraagt (met kengetallen van respectievelijk 1,5 +10 our/ton en 0,5 „10° our/m?/h). Op deze wijze kan voor handelingen met mest een kengetal worden berekend van (3 * 0,87) 2,6 «10° our/ton. =
5.1.2
Berekening
5.12.1
Aanvoer
Van
emissie
de
aangevoerde vaste co-substraten wordt jaarlijks opgeslagen. De vaste co-substraten worden aangevoerd 360 vrachten worden gelost. (9.000 / 25)
9.000
ton
materiaal
in vrachten
van
in de
25
ton,
in
sleufsilo's
waardoor
er
totaal
=
dat
Aangenomen uur (60 / 10 8
het
*
25)
‘Compostering
van
MDN
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) N
-
=
lossen 150
ton
van
een
vracht
totaal
gelost.
De
worden
N0-mer,
ongeveer
momentane
10
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
neemt
kan
er
het
lossen
van
vaste
opdracht
van
de
geuremissie
groenafval (geen GFT-afval) Branche-geuronderzoek referentienummer 94-202, juni 1994. -
beslag van
minuten
in
pagina
16
BVOR’, (geanonimiseerd) |
van
81
per
co-substraten
bedraagt dan (150 * 0,44) 392 „10° our/h. Deze bron (150 2,6) E voor een (zie bijlage toelichting). *
kan
=
«10° our/h
66
=
echter
en
worden
gevolg
van
het
lossen
beschouwd
als
als
een
fluctuerende
van
mest bron
gemiddeld één vracht per uur worden gelost, bedraagt de uurfractie met (10/60) 0,17. De uurgemiddelde geuremissie bij lossen van vaste co-substraten bedraagt dan (66 * 0,174?) 27 «10° our/h. De emissieduur komt overeen met het aantal vrachten, ofwel 360 uur per jaar. Er vanuit
gaande
losduur
een
dat
10
van
er
minuten
=
=
Opslag
5.1.2.2
Gedurende
het jaar zal er steeds wat uit de sleufsilo's worden gehaald om de vergistingsinstallatie Dagelijks zal er gedurende maximaal 3 uur materiaal uit de sleufsilo’s worden gehaald. Het gedeelte dat wordt beroerd heeft een geuremitterend oppervlak van circa 75 m°. De geuremissie kan dan worden berekend op (75 * 0,5) 37,5 «10° our/h. te voeden.
=
De
activiteiten
worden nog
vinden
3
uur
van
een
emissie
als
3
uur
sprake
van
een
emissie
gehanteerd
uitgegaan periode van h/jr.
maximaal
een
2.184
Buiten deze
5.1.2.3
tijd
wordt
dag plaats. In de berekeningen zal zekerheidshalve gevolg van dit oppervlak van 6 uur, ofwel na uitkuilen is er dit verhoogde emissieniveau. De emissieduur bedraagt zo per
3,75 +10° our/h,
van
10%
van
deze
emissie.
Uitkuilen
Het materiaal
wordt gedurende het jaar ingevoerd in het vergistingsproces gedurende maximaal 8 ton per uur dag (1.092 h/jr). Daarmee wordt er gemiddeld (9.000 / 1.092) «10° uitgekuild. De geuremissie kan zo worden berekend op (8 * 0,44) our/h. 2,7 3
uur
per
=
=
5.2
Geopende
Wanneer
meng-
hydrolysering
en
de
meng- en hydrolysering geopend is om deze te voeden, kan er mogelijk enige emissie plaatsvinden. Het systeem wordt echter afgezogen (gemeten: 300 m?/h), waardoor de emissie
verwachting gering is, in combinatie ook met het relatief kleine oppervlak dat geopend is en periode dat de ring geopend is. Tijdens de periode van het vullen (3 uur) is de meng- en hydrolysering alleen geopend wanneer de shovel de lading inbrengt; daarna sluit het deksel weer. De tijd dat deze deksel geopend is, is daarmee zeer kort, ongeveer 1 minuut. naar
de
korte
Tijdens
de
rondgang
waargenomen. worden
uitgegaan zou
van
bij
geopende
een
de onderdruk
zal
dat
25%
van
300
m?/h,
mengring
hoeveelheid
van
100
van een
de
m°/h
lucht
zeer
korte
een
de
hoeveelheid
een
betekenen
zijn. Dit afgezogen hoeveeheid zou
kon
Gezien
wanneer
diffuus
periode geur worden vrijkomt gering zijn. Er zal de klep een volledig uur geopend
lucht die
vrij zou komen veilige benadering.
aanvullend
op
de
De geurconcentratie van deze stroom komt overeen met de gemeten geurconcentratie voor het luchtbehandelingssysteem en bedraagt gemiddeld 363.000 our/m?. De geuremissie kan dan worden berekend op (100 * 363.000) 36,3 +10° our/h. De mengring is slechts beperkt geopend een uur en kan daarmee worden gedurende gezien als fluctuerende bron. Gemiddeld zal de maal een circa 20 minuut geopend zijn, waardoor de uurfractie 20/60 bedraagt. De mengring kan zo worden berekend op (36,3 * 20/60?) 21 «10° ouc/h uurgemiddelde geuremissie gedurende 1.092 h/jr. =
=
(geanonimiseerd) N
-
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
pagina
17
van
81
5.3
WKK's
De
geuremissie
motoren
5.4 De
als
gevolg van de WKK's is gemeten en bedraagt (afgerond) maximaal 8.500 uur per jaar.
draaien
Biofilter
meng-
5.5
Gaswasser
In
de
In
het
+10° our/h
WKK.
per
De
hydrolysering
en
geuremissie als gevolg van het biofilter «10° our/h (continu, ofwel 8.760 h/jr).
42
27
van
de meng-
en
hydrolysering
is gemeten
bedraagt
en
digestaatdroger
digestaatdroger wordt op jaarbasis 12.000 ton dikke fractie digestaat gedroogd gedurende 6.000 h/jr. De verwerkingscapaciteit bedraagt daarmee 2.000 kg/h ingaand materiaal, resulterend in 792 kg product. verleden
metingen uitgevoerd aan de droger, destijds was echter sprake van digestaat, waar in de vergunde en aangevraagde situatie de dikke fractie zal worden gedroogd. Dit betekent dat minder vocht en daarmee geur uit het materiaal wordt onttrokken. Het betekent ook dat de resultaten van de eerdere metingen op locatie niet bruikbaar zijn. De installatie is momenteel nog niet geschikt voor het drogen van de dikke fractie, waardoor er geen geurmetingen konden worden uitgevoerd. het
van
drogen
werden
van
meerdere
de
totaalfractie
—
Bij
—
bedrijf in Oirschot, waar in een vergelijkbare installatie eveneens de dikke fractie digestaat wordt gedroogd met eenzelfde uurcapaciteit, zijn metingen uitgevoerd’, De afgassen van het droogproces werden door een combinatie van een gaswasser en een biofilter gereinigd, waar de geuremissie werd gereduceerd van 132 naar 52 „10° our/h, met een rendement van het luchtwassysteem van 61%. een
Ashorst
sprake van een aanvullend nageschakeld gaswasser mogelijk lager zijn dan de in Oirschot de zal zekerheidshalve worden 61%. In gemeten berekeningen uitgegaan van een gering van waarmee de verwijderingsrendement 20%, gereinigde geuremissie 106 «+10° our/h bedraagt. Bij
biofilter.
wordt
een
gaswasser
Het
rendement
van
de
droger
in
ingezet,
de
er
is geen
zal
daardoor
is, zijn er nog wel andere activiteiten in de loods, waaronder hygieniseren. De wasser is daardoor langer in werking dan het droogproces. Het drogen vindt 6.000 h/jr plaats, de wasser is 8.000 h/jr in werking. In de berekeningen wordt voor de volledige bedrijfsduur uitgegaan van de berekende waarde, waar dit voor de situatie dat de droger niet in werking is kan worden gezien als een zeer veilige benadering. Wanneer
5.6 In
niet
werking
Opslag digestaat
de
vergunde situatie wordt dikke fractie digestaat buiten in een tweetal containers opgeslagen. In aangevraagde situatie vindt de opslag inpandig plaats, met afzuiging van de lucht via de drogerinstallatie. Hiermee komt deze bron te vervallen. de
7_
‘Rapportage gaswasser
betreffende
bij Rijen
(geanonimiseerd) N
-
te
ammoniakPro
Oirschot’,
AsBv18Aa2
«29
mei
geurrendementsmetingen aan mestdrooginstallatie met nageschakelde Monitoring B.V., rapportnummer r01104iea, juni 2014. en
2018
pagina
18
van
81
olfasense ::: 5.7 In
Overzicht
onderstaande
berekende
tabel
is
situatie, waarbij tevens meng- en hydrolysering Tabel
6:
overzicht
een
Sleufsilo
gegeven
van
de
berekende
de
jaarlijkse geuremissie
is berekend.
en
de
droger zijn de
gaswasser
Overzicht
geuremissie aangevraagde situatie
Bron
Aanvoer
emissies
de
van
Ashorst
BV
te Horst
aan
De
emissies
WKK's,
in
het
Maas
-—
aangevraagde
biofilter
de
van
geurbronnen.
voornaamste de
de
biogasinstallatie
Emissie
Emissieduur
Jaaremissie
Bijdrage
[10° our/h]
[h/jr]
[10° ouc/jr]
[%]
27
360
9,7
0,5%
opslag tijdens
37,5
2.184
81,9
4,5%
opslag
3,75
7.668
24,7
1,4%
sleufsilo
2,7
1.092
3,0
0,2%
21,0
1.092
22,9
1,3%
53
8.500
452,8
25,0%
42
8.760
372,0
20,5%
106
8.000
844,8
46,6%
1.812
100%
co-substraten
vaste —
afgraven Sleufsilo
—
Afgraven
Geopende menghydrolysering
en
WKK's Biofilter
meng-
en
hydrolysering Gaswasser
digestaatdroger
TOTAAL
(geanonimiseerd) N
-
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
pagina
19
van
81
—
6
Toetsingskader
6.1
Landelijk geurbeleid
artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit® wordt ingegaan op het toetsingskader voor geur. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder. Het bevoegd gezag beoordeelt welke mate van geurhinder nog aanvaardbaar is. In
Handleiding geur’ is uitgewerkt hoe het aanvaardbaar hinderniveau voor geur van bedrijfsmatige activiteiten anders dan veehouderij kan worden bepaald. Voor bepaalde bedrijfstakken zijn in het Activiteitenbesluit specifieke geurvoorschriften opgenomen (bijvoorbeeld voor composteren). In
de
6.2 De
Gebruikelijke toetsingswaarden kans
geurhinder wordt vaak beoordeeld aan de hand van geurcontouren. Een geurcontour geeft geurimmissieconcentratie in combinatie met een bepaalde overschrijdingsfrequentie (uitgedrukt als percentielwaarde) weer. Bijvoorbeeld: de contour van 1 our/m° als 98-percentiel vormt de begrenzing van het gebied waarbinnen een geurconcentratie van 1 oue/m? méér dan 2% van de tijd (175 h/jr) wordt overschreden. op
een
de diverse
richtlijnen en lokaal beleid blijkt dat geurconcentraties gebruikelijk zijn: Uit
de
volgende overschrijdingsfrequenties
en
Geurconcentratie
geurconcentratie van 1 our/m? is gedefinieerd als de geurconcentratie waarbij van een groep met een gemiddeld reukvermogen (panel geselecteerd volgens NEN-EN 13725) de helft van de mensen de geur nog net kan onderscheiden van geurvrije lucht. Doorgaans liggen de toetsingswaarden in een bereik van 0,5 tot 5 our/m’ als 98-percentielwaarde. Een
mensen
Doorgaans geldt 0,5 our/m® als 98-percentielwaarde als strengste toetsingswaarde. Deze waarde doorgaans op nieuwe inrichtingen van toepassing geacht, voor bestaande inrichtingen wordt in het algemeen een ruimere grenswaarde toegepast. Van de normering van 0,5 our/m° als 98percentielwaarde kan onderbouwd worden afgeweken, bijvoorbeeld op basis van de verwachte hinderlijkheid van de geur. De hinderlijkheid kan worden gekwantificeerd door middel van hedonische metingen. wordt
Overschrijdingsfrequentie Voor continue
wordt
doorgaans
volstaan
emissies
kunnen
leiden
kortdurende
Kortdurende
bronnen
bronnen
tot
toetsing maar
aan
hoge
8 9
onvoldoende
de
_nttp://wetten.overheid.nl/BWBRO022762/2016-01-01#Hoofdstuk2
98-percentielwaarde.
immissies.
geeft toetsing 98-percentielwaarde omgeving en is het gebruikelijk om hogere percentielen (99,5-, 99,9te brengen. aan
de
met
inzicht en
Afdeling2.3
Voor
dergelijke geurbelasting van de 99,99-percentiel) in beeld
in de
Artikel2.7a
Handleiding geur: bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen), http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/geur/handleiding-geur/
zie
(geanonimiseerd) N
-
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
pagina
20
van
81
6.3
Voorgesteld toetsingskader
Het
bevoegd toetsing. Voor de
stelt het
gezag
(geanonimiseerd) doet onderstaand BM
vast.
een
voorstel
voor
biogasinstallatie, waar de gaswasser van de droger-installatie en de zijn, is geen specifiek toetsingskader (in de vorm van normen in bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit) voorhanden. Voor het bepalen van het aanvaardbaar geurhinderniveau wordt daarom aansluiting gezocht bij de hedonische waarde. De hedonische waarde is een maat voor de onaangenaamheid van een geur en wordt vaak voor vaststelling van de toetsingswaarden gebruikt. WKK's
De
bronnen
toetsingskader
de
van
de voornaamste
hedonische
bronnen
waarden
kunnen
percentielwaarde) waarbij percentielwaarde) waarbij percentielwaarde) waarbij
als
volgt
geïnterpreteerd: bij geurconcentraties (als 98H op -1, gering; bij geurconcentraties (als 98-1 < H < -2, is hinder mogelijk; bij geurconcentraties (als 98H > -2, is hinder zeer waarschijnlijk en is ernstige hinder mogelijk. is de
<
worden
kans
hinder
Als
grenswaarde wordt dan vaak die geurconcentratie gebruikt waarbij een hedonische waarde 2 optreedt; de hedonische waarde H -1 wordt dan als richtwaarde gezien. Een gelijk aan waarde van 0,5 our/m’ kan worden gezien als streefwaarde. H
De
=
-
drie
voornaamste
bronnen
de
betreffen
droger-installatie. beschouwing gelaten.
Deze
Voor de
biofilter wordt
WKK's
het
bronnen
de
WKK's,
zullen
worden
het
biofilter
beschouwd,
van
de
de meng- en hydrolysering en andere bronnen worden buiten
uitgegaan van de gemeten waarden, waarbij voor de WKK wordt uitgegaan van de tweede (valide) meting. Aan de drogerinstallatie zijn eerder wel ook hedonische metingen uitgevoerd, maar deze meetwaarden zijn niet bruikbaar omdat de werkwijze anders zal zijn dan waaraan destijds is gemeten. Er is bij onderzoek naar vergiste mest een hedonische waarde vastgesteld aan verse en vergiste mest!®, waar de hedonische waarde H -1 en H -2 voor vergiste mest werden vastgesteld op respectievelijk 2,3 en 6 our/m®. In de berekeningen zal uitgegaan worden van deze waarden. en
=
=
Om
gemiddelde te berekenen van deze hedonische waarden van zowel de WKK's als de drogerinstallatie, is een gewogen gemiddelde berekend aan de hand van de jaarlijkse emissie (voor de aangevraagde situatie). De berekeningen zijn weergegeven in onderstaande tabellen. een
Tabel
7:
Berekening gewogen biogasinstallatie
Inrichtingen
gemiddelde
hedonische
Jaaremissie
waarde
H
=
-1
voor
de
H=-1
Jaaremissie
[+10° ouz/jr]
[oue/m?]
Grenswaarde
453
1,8
815
en
372
1,9
707
Droger-installatie
845
2,3
1.943
Totaal
1.670
2,1
3.465
WKK's Biofilter
meng-
x
[-10°]
hydrolysering
10
‘Onderzoek
naar
de
2021-02-22-03-004,
(geanonimiseerd) N
-
geuremissie bij (gebruik van) vergiste september 2003.
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
mest
en
onvergiste mest’, Novem, projectnummer
pagina
21
van
81
olfasense ::: Tabel
Berekening gewogen biogasinstallatie
8:
Inrichtingen
gemiddelde
hedonische
waarde
H
-2
=
voor
de
Jaaremissie
H=-2
Jaaremissie
[+10° ouz/jrl
[oue/m?]
Grenswaarde
453
18,4
8.332
en
372
6,7
2.492
Droger-installatie
845
6,0
5.069
Totaal
1.670
9,5
15.893
WKK's Biofilter
meng-
x
[-10°]
hydrolysering
De
gemiddelde hedonische waarde H gemiddelde hedonische waarde van H (=15.893/1.670). Op
basis
e
Streefwaarde
e
e
van
deze
_ Richtwaarde _Grenswaarde
Omdat
0,5 our/m’°
van
van
2,1 our/m®
bronnen
bedraagt
-2
kan
zo
zo
2,1 oue/m?
worden
(=3.465/1.670} op 9,5 our /m?
berekend
volgende geurcontouren
in beeld
en
de
gebracht:
98-percentielwaarde 98-percentielwaarde
our/m° als 98-percentielwaarde
9,5
van
de
als als
=
zijn, zijn bovendien de hogere percentielwaarden in beeld gebracht (99,5- en 99,9-percentielwaarde). Aan de hand van de voor het rekengebied bepaalde omrekenfactoren* worden daardoor aanvullend de volgende contouren in beeld gebracht: «
enkele
berekeningen zij
-1
=
Streefwaarde
van
kortdurend
actief
0,9
our/m’° als 99,5-percentielwaarde
3,6
our/m® als 99,5-percentielwaarde
1,4
our/m° als 99,9-
5,9
our/m® als 99,9-
en
percentielwaarde «
_Richtwaarde
van
en
percentielwaarde «
_Grenswaarde
van
our/m’ als 99,5-percentielwaarde
16,2
en
26,6
our/m? als 99,9-
Bijlage
F van
het
percentielwaarde
1
Bepaald
ten
(geanonimiseerd) N
behoeve
-
van
AsBv18Aa2
de
vorige aanvraag
«29
mei
2018
en
opgenomen
in
rapport.
pagina
22
van
81
7
geurbelasting
De
7.1
de
van
omgeving
Verspreidingsmodel
De
geurbelasting van de omgeving rondom de bronnen wordt berekend met behulp van een verspreidingsmodel. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het Nieuw Nationaal Model (NNM). De gebruikte pc-applicatie is Geomilieu V4,30. beschrijft het transport en de verdunning van stoffen in de atmosfeer pluimmodel. Het betreft een ‘lange termijn’ berekening en de beschouwde periode bedraagt daarom tenminste een jaar. De gebruikte meteorologische gegevens bestaan uit uurgemiddelde gegevens van onder meer de windrichting, de windsnelheid, de zonneinstraling en de temperatuur. Het NNM berekent op verschillende roosterpunten de immissieconcentratie voor elk afzonderlijk uur van de beschouwde periode. Hieruit wordt berekend gedurende welk percentage van de jaarlijkse uren (de overschrijdingsfrequentie) een bepaalde uurgemiddelde immissieconcentratie wordt overschreden. Het resultaat wordt weergegeven in de Het
op
Nationaal
Nieuw
basis
het
van
Model
Gaussisch
geurcontouren.
vorm
van
7.2
Invoergegevens verspreidingsmodel zijn omgevingskenmerken.
Invoergegevens emissieduur Tabel
9
Tabel
geeft 9:
voor
en
het
overzicht
een
de te
van
bronkenmerken
gebruiken brongegevens.
Na
Brongegevens voor de verspreidingsberekeningen toekomstige situatie
Bronomschrijving
zoals
de
de tabel
—
geuremissie
volgt
de
en
toelichting.
een
biogasinstallatie
—
X
Y
H
Q
Emissie
Emissieduur
[m]
[m]
[m]
(geanonimiseerd) MM
coue/s)
[h/jr]
co-substraten
200.235
387.900
2
0
7.485
417
opslag tijdens afgraven
200.235
387.900
2
0
10.417
2.184
opslag
200.235
387.900
2
0
1.042
6.567
Afgraven
sleufsilo
200.235
387.900
2
0
755
1.095
Geopende
meng-
200.286
387.932
15
0
5.823
1.095
Aanvoer
vaste
Sleufsilo
—
Sleufsilo
—
en
hydrolysering
WKK
1
200.200
387.938
10
0,2
7.399
8.760
WKK
2
200.200
387.933
10
0,2
7.399
8.760
5 locaties
8,7
0
29.333
8.030
387.890
d
0
11.796
8.760
Gaswasser
droger-installatie
Verdeeld
Biofilter
over
200.302
Er is
rekening gehouden met gebouwinvloed door de loods waarin de digestaatdroger staat opgeteld in te voeren als gebouw. Voor de mengring is geen rekening gehouden met gebouwinvloed, omdat deze bron mogelijk beïnvloed zal worden door de tanks en silo's rondom mengring. In dat geval is het niet goedmogelijk om in het model rekening te houden met gebouwinvloed en is de bron met een relatief lage hoogte (1,5 m) ingevoerd. Emissie en
1
m
verdelen
de
wasser
van
breedte
het
dak.
van
(geanonimiseerd) N
op 5
over
-
de
emissiepunten
AsBv18Aa2
droger
Hiermee
«29
vindt
(invoeren
mei
plaats
is in het
2018
van
rechthoekig vlak van circa 20 m lengte rekening gehouden door de emissie te dergelijke bron is in het model niet mogelijk),
over
een
model een
de
pagina
23
van
81
elk
met
diameter
een
de
De
met
een
van
vaste
bronnen De
*
zijn
aanvoer
Het uitkuilen
«
m
feitelijke
13:00-14:00,
en
1
van
overeenkomstig
en
bij
dusdanig debiet
een
co-substraten 417
h/jr,
de sleufsilo's
de
dan
wel
en
de
afgassnelheid
als
exclusief
woensdagen h/jr).
mengring zijn ingevoerd
Voor de 15:00 De
*
tussen
10:00-11:00
360
dagelijks
tussen
9:00
12:00,
en
*
is,
volgt:
berekende
geopende
1,8 m/s
circa
m°/h.
130.000
werkdagen,
op
ruimer
en
dat de van
emissiepatroon ingevoerd,
totaal
van
flux
een
situatie
opslag in sleufsilo’s zijn twee emissieniveau's geïdentificeerd: (bij werkzaamheden) en daarbuiten.
WKK's
zijn ondervangen,
actief
gedurende omdat bij 23 uur
emissieduur.
Er is
voor
deze
8.500
h/jr.
In
het
model
is dit niet
emissie
dagelijks
goed lager
met
tussen
een
9:00
patroon
en
te
is dan de werkelijke per dag de emissieduur al dan ook gekozen voor een continue emissieduur (veilige
bronnen
benadering). drogerinstallatie is 8.000 h/jr in werking, voor deze bron is daarvoor twee verondersteld, in dit geval tussen 6:00-7:00 en 18:00-19:00. De totale emissieduur bedraagt daarmee 8.030 h/jr, iets ruimer dan de werkelijke emissieduur en daarmee een veilige benadering.
*
De
wasser
uur
per
.
van
de
dag
geen
emissie
Het biofilter
heeft
een
continue
emissieduur.
Opgemerkt wordt dat dit slechts een modelmatige benadering van de praktijk betreft, en de gekozen uren als willekeurig dienen te worden beschouwd. De werkelijke situatie kan afwijken het hierboven geschetste beeld, maar de uren op jaarbasis komen wel overeen.
De
overige invoerparameters zijn weergegeven
Tabel
10:
Invoerparameters
voor
de
periode
1995
Ruwheidslengte
zo
0,22 m®
Roosterafstand
150
Aantal
700
Receptorhoogte 1)
De
de
aan
10. met
het
NNM
2004
—
m
1,5
ruwheidslengte is bepaald coördinaten).
tabel
verspreidingsberekening
Meteorologische
roosterpunten
in
van
m
hand
van
de
KNMI
ruwheidsfile
(op
basis
van
de
gridcoördinaten
in
Amersfoortse
Gezien
het feit
aantal
roosterpunten
met De
de
gekozen
dat
de
-
700
roosterafstand
uitvoerbestanden
(geanonimiseerd) N
geurbelasting met
van
AsBv18Aa2
ruim
150
van
Geomilieu
«29
mei
op de boven
wordt
het
400
minimale
aantal
van
berekend
ligt,
kan
en
het toaal
worden
volstaan
m.
(voor
2018
specifieke emissiepunten
zover
relevant) zijn
opgenomen
in
bijlage (| geanonimise rd)
pagina
24
van
81
olfasense ::: 7.3
Resultaten
Onderstaand
zijn
van
de verspreidingsberekeningen
de contouren
van
de toetswaarden
weergegeven.
Oppervlaktebronnen Schoorstenen Grids
Figuur b Geurcontouren van 0,5, 2,1 en 9,4 ou;/m? als 98-percentielwaarde als gevolg van Ashorst BV te Horst aan de Maas in de aangevraagde situatie
(geanonimiseerd) N
-
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
pagina
25
van
81
olfasense ::: Oppervlaktebronnen Schoorstenen Grids
Toetspunten B
Meteo
data
1995
-
2004
99,50%
“waarde: oe 36 162
Figuur c Geurcontouren van 0,9, 3,6 en 16,2 ou;/m? als 99,5-percentielwaarde als gevolg van Ashorst BV te Horst aan de Maas in de aangevraagde situatie
(geanonimiseerd) N
-
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
pagina
26
van
81
olfasense ::: Oppervlaktebronnen Schoorstenen Grids
Toetspunten
Figuur d Geurcontouren van 1,4, 5,9 en 26,6 ou;/m? als 99,9-percentielwaarde als gevolg van Ashorst BV te Horst aan de Maas in de aangevraagde situatie
‘ (geanonimiseerd) N
-
AsBv18Aa2
«29
mei
2018
pagina
27
van
81
olfasense ::: 7.4 Uit
Bespreking
de
van
resultaten
de
verspreidingsberekeningen blijkt dat er binnen de contouren van de grenswaarden woningen gelegen zijn. Enkele van de meest nabij gelegen woningen zijn gelegen binnen contouren Binnen
de
van
Tussen
de
contouren In
richtwaarde,
de streefwaarde
woonbebouwing
is
een
is ruimschoots
verschillende als
gevolg
onderstaande
van
tabel
van
de
buiten de
bebouwde
kom
richtwaarde
is de
specifieke geurbelasting
van
Castenray,
maar
op
in grootte
te
zien,
met
omliggende woningen
voor
ASBV18A ASBV18A
model:
Omschrijving
98%
[ouE/m3]
[ouE/M?]
99.90%
13.8
9.9
16.6
T03
Dil
9.9
15.9
T04
Venrayseweg
134b
Dil
92
14.5
T05
Venrayseweg
136
4,5
8.0
12.7
T06
33
5.8
9,9
29
53
9.1
T08
Venrayseweg 140 Venrayseweg 142 Venrayseweg 143a
5.8
11.5
20.9
T09
Venrayseweg
144
2.6
4.8
8.4
T10
Venrayseweg
147
4.5
78
12.6
Ti1
253
4.4
8.2
3.8
6.9
11.6
2.2
41
7,4
TZ
Venrayseweg 148 Venrayseweg 151 Venrayseweg 153 Venrayseweg 155
1.9
3
6.9
T18
Venrayseweg
156
47
82
5.8
T19
Veld
5.0
9.2
Veld
22
52
9.4
T21
Veld
3.6
8.1
14.1
T22
Veld
Oostenrijk 22 Oostenrijk 24 Oostenrijk 26 Oostenrijk 28
2.1
T20
6.7
13.3
20.9
T23
Bebouwde
kom Horst
0.3
0.9
1.7
T24
_Bebouwde
kom Castenray
1.2
2.4
4,8
De
grootste
weergegeven.
[ouE/m?]
5.3
T16
130
99.50%
Venrayseweg Venrayseweg 134 Venrayseweg 134a
T12
de
aanvraag
6.6
T07
aaneengesloten
aanvraag
3.0
T02
de
gelegen.
Resultatentabel
Resultaten Naam
deel
percentielwaarden is enig verschil de 99,9-percentielwaarde.
Rapport: Model:
TO1
geen de
maximale
geurbelasting ter plaatse van de aaneengesloten woonbebouwing bedraagt 98-percentielwaarde, ruim lager dan de richtwaarde van 2,1 our/m° als 981,2 our/m*° percentielwaarde. Ook de maximale belasting van 4,8 our/m’ als 99,9-percentielwaarde is ruimschoots lager dan de richtwaarde. als
plaatse van de meest nabij gelegen woningen bedraagt de maximale geurbelasting 6,7 our/m? 98-percentielwaarde (Veld Oostenrijk 28), ruim onder de grenswaarde van 9,5 our/m? als 98percentielwaarde. Met een piekbelasting van 20,9 oue/m? als 99,9-percentielwaarde (Venrayseweg 143a en Veld Oostenrijk 28) is ook deze belasting ruimschoots lager dan de als 99,9-percentielwaarde. grenswaarde van 26,6 oug/m® (geano im se rd) Ter als
(geanonimiseerd) BN BV.
+
ASBV18A2
e
29
mei
2018
pagina
28
van
81
8
Samenvatting
en
conclusies
een opdracht van DLV is door (geanonimiseerd) geuronderzoek uitgevoerd bij Ashorst BV, gelegen B Veld Oostenrijk 50 te Horst aan de Maas. Het bedrijf bestaat uit een varkenshouderij met co vergistingsinstallatie. Er wordt een vergunning aangevraagd in verband met enkele wijzigingen in de bedrijfsvoering en de samenstelling van het te verwerken materiaal. De doorzet op jaarbasis van de vergistingsinstallatie wijzigt niet.
In
aan
Middels
het
onderzoek
is de
gebracht als gevolg van de covergistingsinstallatie, Bij geurrelevante activiteiten inpandig plaats, waarbij de lucht wordt gereinigd alvorens het wordt geëmitteerd via een biofilter en een luchtwasser. Ook de WKK's kunnen worden gezien als geurrelevante bronnen. Daarnaast worden de sleufsilo’s eveneens in het geuronderzoek betrokken. Op basis emissiemetingen ter plaatse en van berekeningen op basis van kengetallen kan het volgende emissieoverzicht worden berekend, zoals weergegeven in onderstaande tabel. De WKK's, het biofilter van de meng- en hydrolysering en gaswasser van de droger zijn de voornaamste geurbronnen. de
Tabel
11:
Overzicht
Sleufsilo
Ashorst
BV
te
Horst
aan
de
Maas
—
biogasinstallatie
situatie
Bron
Aanvoer
in beeld
vinden
geuremissie
aangevraagde
—
geurbelasting
installatie
Emissie
Emissieduur
Jaaremissie
Bijdrage
[10° our/h]
[h/jr]
[10° ouc/jr]
[%]
27
360
9,7
0,5%
opslag tijdens
37,5
2.184
81,9
4,5%
opslag
3,75
7.668
24,7
1,4%
sleufsilo
2,7
1.092
3,0
0,2%
21,0
1.092
22,9
1,3%
53
8.500
452,8
25,0%
42
8.760
372,0
20,5%
106
8.000
844,8
46,6%
1.812
100%
vaste —
co-substraten
afgraven Sleufsilo
—
Afgraven
Geopende menghydrolysering
en
WKK's Biofilter
meng-
en
hydrolysering Gaswasser
digestaatdroger
TOTAAL
van deze emissiegegevens is vervolgens de geurbelasting in de omgeving berekend. Uit berekeningen blijkt dat de maximale geurbelasting ter plaatse van de aaneengesloten woonbebouwing gelegen is tussen de streef- en de richtwaarde; de geurbelasting ter plaatse van de meest nabij gelegen woningen is gelegen tussen de richt- en de grenswaarden. Daarmee is de kans op geurhinder beperkt.