CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

24.0004825 AAA - Besluit vormvrije MER beoodeling (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 19 november 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen bij Vvgb5.387 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

15

OKT £% d

ZuidLimburg DLV Bouw,

Milieu

en

Techniek B.V.

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) A Postbus 511 5400 AM

UDEN

Afdeling

Vergunningen

Behandeld

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) nn

Zaaknummer

Z2023-00003185

Telefoon

+31

Ons kenmerk

D2023-00026061-P

E-mail

(geanonimiseerd)

Maastricht

23 oktober 2023

Verzonden

23 oktober 2023

Uw

kenmerk

_B180369

Bijlage(n)

-

(geanonimiseerd) rudzl.n

Onderwerp

beoordelingsbesluit vormvrije m.e.r.-beoordeling

Toezenden

OI

Geachte (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

bepaalde in artikel 7.17 eerste lid van de Wet milieubeheer doen wij u, naar aanleiding de op 21 september 2023 ingediende aanmeldnotitie, het beoordelingsbesluit in het kader van de vormvrije m.e.r-beoordeling toekomen. Ingevolge

het

van

Op grond van artikel 7.28, tweede lid van de Wet milieubeheer dient u bij de voorgenomen aanvraag van de omgevingsvergunning tevens een afschrift van het beoordelingsbesluit in te dienen. Indien dit afschrift geen onderdeel uit maakt van de aanvraag, zal uw aanvraag buiten behandeling worden gelaten. Indien +31

bereikbaar onder telefoonnummer WN (geanonimiseerd) MN vragen heeft, kunt u zich wenden tot (geanonimiseerd) U kunt ook een e-mail sturen naar (geanonimiseerd)

u

BWM @rudzi.nl.

(geanonimiseerd) TN

Een afschrift

van

Veld-Oostenrijk

50, 5961

NW

aan

Ashorst

BV, (geanonimiseerd) GE (geanonimiseerd)

Horst.

PV, vankimburg>

Staten) dezen,”

Gedeputeerde namens

wij verzonden

deze brief hebben

i

e

ermabs, Vergunningen

GH

waeingpfor RUD

Züid-Limburg

Postadres: RUD

Zuid-Limburg

Postbus

5700

(geanonimiseerd) Maastricht BN

+31

43 389

73 30

www.rudzuidlimburg.nl info@rudzi.nl

IBAN: NL53BNGH0285159127

Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie

www.rudzuidlimburg.nl/privacy+en+ proclaimer.

Besluit van

Gedeputeerde

Staten

van

Limburg

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Ashorst B.V. te Horst

Zaaknummer:

Kenmerk: Verzonden:

de

Maas

Z2023-00003185

D2023-00025291-P 23 oktober

aan

2023

d.d:

19 oktober 2023

INHOUD INHOUD. 1.

_ BESLUIT

2.

PROCEDURE

3

naor

…

vennenonvenseerenoevencenservanserenveoorsvoreneeiven

nde

nod

sans

ns enen

sonen

ann

3

nn

vonnoronsornsnvsovenvonnoenonnenensevoonsenaenennonrennensersonsenoevenveroenvensensensevonvenneneanvennenveonen

neven

21

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING

2.2

VOORGENOMEN

2.3

HUIDIGE VERGUNNINGSITUATIE

24

BEVOEGD GEZAG.……

2.5

PROCEDURE

_ BEOORDELING

aaron

„5

.

…

…5

ACTIVITEITEN

…

anna

senso

5

venseenseenersneenseenseennsenneersnversveenvendnrenneenseenvenevensvenseersvensensvensvenssensvenmennvenseennevenseensenn

nonsense

ooenverssoorseeronseenneeven

aanan

ade

nae

nanne

nnen

vennen daon nende 8

waamaennsaaaneeeensensdttdnndennseensesenoe

3.1

DE KENMERKEN VAN HET PROJECT

„9

3.1.1

DE OMVANG VAN

KS]

HET

PROJECT

eneen

3.1.2

DE CUMULATIE

3.1.3

HET GEBRUIK VAN NATUURLIJKE HULPBRONNEN

3.1.4

DE PRODUCTIE VAN AFVALSTOFFEN

3.2

DE PLAATS

3.2.1

HET BESTAANDE GRONDGEBRUIK

3.2.2

NATUUR

VAN

MET

HET

…..nannne

ANDERE

PROJECTEN

PROJECT

enn

nana

…

„9

….

M:)

nonevoneneneeonerenerensvennversnversvenseensvenerensvenvenseenveensnensnenvennvenneenseenvenneenneerneeenen

vensensevenenveneneenenesenneneenenenveneneneenenvenensenemenenennvenenenveneenen

11

erenneneensesreneevenneerenverenenevevennnenennnnnreneneverensrvennsrvensnevensnenensreenvereentevennnevenmerennenvennneneennnn

14

nenenveneneenenenvenenvenvenenerersveneveneenenenvenenenmenenennenvenemensenenenvenenvenensenensmenvenennenvenenee

14

vene

3.2.3

_ FLORAEN FAUNA

3.3.

DE KENMERKEN

3.3.1

HET BEREIK VAN HET EFFECT

3.3.2

HET GRENSOVERSCHRIJDENDE KARAKTER VAN HET EFFECT

3.3.3

DE WAARSCHIJNLIJKHEID

3.3.4

DE

VAN

nnen

HET POTENTIËLE EFFECT

VAN

ana

nnn

erenevenneenneenevensennenssereneensennveneeenenenneennenneennneenvennnennmen

vonnvonenerevenerenvenvenvenvenneenvensenvenennvnvensenvenvenvenvenvenvensnnvensnnvenenvenseenvenvennenen

HET EFFECT

…

DUUR, FREQUENTIE EN OMKEERBAARHEID

En VAN

HET

EFFECT.

15

1.

Besluit

Onderwerp

Gedeputeerde Staten van Limburg hebben op 21 september 2023 een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ontvangen van Ashorst B.V. in verband met een ingediende aanvraag voor een BN aan omgevingsvergunning voor de inrichting gelegen aan de (geanonimiseerd) NN (geanonimiseerd) te (geanonimiseerd) Maas. De aanmeldnotitie is geregistreerd onder zaaknummer Z2023-00003185. De

aanmeldnotitie is ingediend door

DLV Bouw,

Milieu

en

Techniek B.V te Uden als

de

zijnde

gemachtigde. In de aanmeldnotitie zijn de voorgenomen activiteiten het bevoegd gezag een weloverwogen beslissing kan

nadelige milieugevolgen milieueffectrapportage.

en

en

de te verwachten

effecten beschreven zodat

(mogelijk) sprake is van belangrijke de omgevingsvergunningaanvraag vergezeld moet gaan van een nemen

of er

activiteiten zien toe op een wijziging van de activiteiten vergistingsinstallatie. Momenteel is de vergisting van drijfmest afkomstig De voorgenomen

vergunde co-

van

de reeds

van

eigen varkenshouderij

aangevoerde co-substraten vergund (bij besluit met kenmerk 2020/13849 d.d. 2 april 2020). In de gewenste situatie is er tevens sprake van de aanvoer en verwerking van mest afkomstig van buiten de inrichting. De maximaal vergunde capaciteit van de co-vergistingsinstallatie wijzigt niet, deze blijft gelimiteerd tot maximaal 61.000 ton op jaarbasis. alsmede

Doel

van

activiteiten ‚

voorgenomen activiteiten zijn gericht op het verwerken van mest binnen de vergunde capaciteit van de bestaande co-vergister. De

afkomstig

van

buiten de

inrichting

Besluit

inhoudelijke beoordeling blijkt dat er voor de voorgenomen nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Uit de

activiteiten geen

belangrijke

wij daarom dat het opstellen van een milieueffectrapport (M.E.R.) niet noodzakelijk is bij de voorbereiding van de aanvraag om een omgevingsvergunning! Gelet op artikel 7.17, eerste lid,

Gedeputeerde namens

Hérfnans,

Pen

de Wet

S

\5

deze Ë

C.J.

van

La dVergdnningen

milieubeheer besluiten

Afschriften afschrift van dit besluit is verzonden

Een

aan:

_ Ashorst B.V. Veld-Oostenrijk 50, 5961 NW

e e

_DLV Bouw,

e

College van

Horst;

Techniek B.V. Postbus 511, 5400 AM Uden; burgemeester en wethouder van Horst aan de Maas, Postbus 6005,

Milieu

en

Rechtsbescherming Dit besluit is een beslissing

betreffende de

procedure

tot het voorbereiden

2.1, lid, onder i, van de Wabo. Op grond van artikel 6:3 dit bestuursrecht is besluit niet vatbaar voor bezwaar of beroep. in artikel

eerste

Dit

wanneer

is anders

u, los van

van

van

de

een

5960 AA Horst.

besluit als bedoeld

Algemene

wet

besluit, rechtstreeks in uw belang wordt gemaakt bij Gedeputeerde Staten van Limburg.

het voor te bereiden

getroffen. Alleenin dat geval Wel kan een ieder gebruik maken van het rechtsmiddel dat geboden wordt in het kader van de procedure om te komen tot een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, kan bezwaar worden

van

de Wabo.

Bezwaar Als dit besluit u

belang

uw

bezwaar maken.

Het bezwaarschrift de

b.

de datum;

e.

_een

d.

de redenen

naam

en

Op

deze

moet worden

het adres

omschrijving van van

van

raakt

en

u

het met de inhoud

van

dit besluit niet

eens

bent,

kunt

dag waarop dit besluit is verzonden een procedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

U moet dan binnen

bezwaarschrift indienen.

a.

rechtstreeks

zes

weken

ondertekend

en

na

de

moet

ten minste

bevatten:

de indiener;

het besluit waartegen het bezwaar is gericht, en;

het bezwaar

(motivering).

gericht aan: Limburg

Het bezwaarschrift moet worden

Gedeputeerde Staten van Algehele Juridische Zaken,

team

Rechtsbescherming

Postbus 5700 6202

MA

Maastricht.

bezwaarschrift heeft geen schorsende werking. Als u een bezwaarschrift heeft ingediend, dan kunt u tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen bij 6040 AZ de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, sector Bestuursrecht, Postbus 950, Het indienen

van

een

Roermond.

Voor

meer

informatie

verwijzen wij u naar www.rechtspraak.nl.

2.

Procedure

_ Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

2.1

Limburg hebben op 21 september 2023 een schriftelijke mededeling milieueffectrapportage (m.e.r.) beoordelingsplicht ontvangen van Ashorst B.V. in verband met de reeds ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Gedeputeerde Staten

van

artikel 7.2 eerste lid onder b van de Wet milieubeheer (Wm) worden in het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) activiteiten aangewezen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 of 7.19 Wm moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het

Ingevolge

milieu kunnen

hebben.

Daarnaast worden

besluiten aangewezen in het kader genoemde gevolgen kan hebben.

ingevolge

het vierde lid

moet worden

waarvan

van

dit artikel de

categorieën

van

beoordeeld of die activiteiten de hiervoor

activiteiten zien toe op een wijziging van de activiteiten van de reeds vergunde covergistingsinstallatie. In de gewenste situatie is er sprake van de aanvoer en verwerking van mest afkomstig van buiten de inrichting, het aanvoeren en verwerken van deze van buiten de inrichting De

voorgenomen

afkomstige afvalstof is momenteel nog niet vergund. De maximaal vergunde capaciteit van de covergistingsinstallatie wijzigt overigens niet, deze blijft gelimiteerd tot maximaal 61.000 ton op jaarbasis. Gelet op de genoemde verandering van de mestbe- en verwerkinginstallatie binnen de inrichting van Ashorst is deze voorgenomen verandering te rangschikken onder categorie 18.1 van onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. Categorie D18.1 heeft betrekking op “De oprichting,

wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval, anders dan bedoeld onder categorie D 18.3, D 18.6 of D 18.7 in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een installatie met een capaciteit van 50 ton per dag of meer”. De capaciteit van de inrichting wijzigt niet, deze blijft

onderhavig geval wel sprake zijn van meer aanvoer van afvalstoffen afkomstig van buiten de inrichting, namelijk 7.500 ton aanvoer mest. Dit valt onder de drempelwaarde van 50 ton per dag, daarom kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. 61.000

ton.

2.2

Er zal in

Voorgenomen activiteiten

In hoofdstuk 1

van

de aanmeldnotitie

voorgenomen

activiteiten.

is een

beschrijving

opgenomen

van

het

project en de

Momenteel is binnen de inrichting een co-vergistingsinstallatie met een maximale capaciteit 61.000 ton/jaar vergund. Van deze capaciteit is minimaal 31.000 ton/jaar mest van de eigen

van

varkenshouderij én verder mag men binnen de inrichting alle cosubstraten (30.000 ton/jaar) accepteren en verwerken, zoals opgenomen in Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling meststoffenwet (m.u.v. Eural 02 01 06). Het overgrote deel van deze cosubstraten moet in de zin van artikel 1.1

van

de Wet

milieubeheer als

een

afvalstof worden

aangemerkt.

In de gewenste situatie zal er nog 23.500 ton mest van eigen veehouderij verwerkt worden, daarnaast zal er minimaal 7.500 ton en maximaal 19.200 ton mest afkomstig van buiten de inrichting aangevoerd en verwerkt worden. De 7.500 ton wordt extra aangevoerd, de eventuele tonnages boven deze

(tot een maximum van 19.200) vallen dan binnen de vergunde tonnages voor acceptatie en verwerking van 30.000 ton afvalstoffen afkomstig van buiten de inrichting (zijnde de reeds hoeveelheid

vergunde euralcodes)'. De verwerkingscapaciteit van de inrichting wijzigt verder dus niet. De beoogde wijziging van een installatie voor de verwijdering van afval betreft dus de extra aanvoer van 7.500 ton van de Eural-code 02 01 06 (mest) binnen de vergunde jaarcapaciteit van 61.000 ton van de covergistingsintallatie.

Huidige vergunningsituatie

2.3 De

inrichting van

Ashorst B.V. beschikt

over

de

volgende vergunningen:

(kenmerk 2006-175); =__Revisievergunning __Omgevingsvergunning activiteit Milieuneutraal veranderen van 8 september 2011 (WABO-2011-0416); Veranderingsvergunning Fase 2 van 22 augustus 2013 (zaaknummer 2012-0543); *__Omgevingsvergunning activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening van 2 februari 2017 (zaaknummer 2016-603493); *___Omgevingsvergunning activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening van 21 juni 2018 (zaaknummer 2018-201162); Omgevingsvergunning activiteit bouwen van 28 februari 2019 (zaaknummer 2018-207644); __Omgevingsvergunning (activiteiten milieu en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening van 2 april 2020 (zaaknummer 2017-204943); Omgevingsvergunning milieuneutraal veranderen met kenmerk 2020/36784 d.d. 10 september 2020; =___Omgevingsvergunning bouwen met kenmerk 2020/51526 d.d. 17 december 2020; *__Omgevingsvergunning actualisatieverzoek omwonenden d.d. 8 maart 2021 (nog hangende beroep); __Omgevingsvergunning plaatsen en in gebruik nemen gasopwerkingsinstallatie d.d. 26 april met kenmerk 2023/2540 (nog hangende beroep). van

25 februari 2008

*

.

*__

*___

=

*

onderliggende vergunningen zijn van toepassing op de aangevraagde van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verandering, tenzij verzet. Tevens gelden de op de inrichting van toepassing zijnde voorschriften uit het De voorschriften

van

de

de aard

Activiteitenbesluit.

2.4. De

Bevoegd

inrichting

gezag

is genoemd

in

categorie

1.4

onder d, 7.4, 8.1

onder a, 8.2 onder b, 28.4 onder

a

lid 6,

omgevingsrecht (Bor). bijlage inrichting één of meerdere IPPC-installaties (categorieën 6.6b, 6.6c 5.3b onder i). Daarom zijn wij het bevoegd gezag voor de integrale omgevingsvergunning.

28.4 onder

1

Wanneer

c

lid 1

van

1 onderdeel C

van

het Besluit

Verder bevat de

hoeveelheid van 19.2000 ton mest afkomstig van buiten de inrichting wordt aangevoerd en 23.500 mest andere afvalstoffen worden aangevoerd. Voorbeeld: 61.000 ton jaarcapaciteit 18.200 mest van buiten de inrichting = 18.300 ton co-substraten i.p.v. 30.000 ton

dus de maximale

verwerkt zullen

eigen inrichting

er —

minder

—

van

Procedure

2.5

Gelet op artikel 2, vijfde lid, onder a, van het Besluit milieueffectrapportage juncto artikel 7.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer (Wm) dient de initiatiefnemer, via een aanmeldnotitie, schriftelijk aan het bevoegd gezag mede te delen dat hij voornemens is een activiteit te ondernemen die is aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder a, van de Wm. Bij de aanmeldnotitie dient de initiatiefnemer de gegevens te verstrekken

die

genoemd

worden

in artikel 7.16, tweede, derde

en

vierde lid van de Wm.

beslissing te nemen omtrent de belangrijke de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Op

basis

van

de

ingediende

aanmeldnotitie dient het

bevoegd

gezag

een

de activiteit vanwege

gevolgde procedure is op grond milieueffectrapportage opgenomen

artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit de artikelen 7.16, 7.17, eerste tot en met vierde lid, 7.18, 7.19, in

eerste en tweede

de wet

De

lid, en 7.20a

van

van

Termijn Aangezien wij niet de initiatiefnemer zijn van de voorgenomen activiteit, nemen wij de beslissing uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldnotitie (art. 7.17, eerste lid, Wm).

3

Beoordeling

artikel 7.17, derde lid, van de Wm moet bij de beslissing rekening gehouden worden met de criteria die in bijlage Ill van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling zijn aangegeven.

Op grond van

De criteria zijn: 1.

project. Hierbij

De kenmerken

van

het

»__de

van

het project;

in het

moet

bijzonder

in

overweging worden

genomen:

omvang cumulatie met andere

«de het

projecten; natuurlijke hulpbronnen;

gebruik productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. De plaats van het project. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik; «de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratieve vermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: =__

van

=de =_

*__

2.

»

=

wetlands;

kustgebieden; berg- en bosgebieden; reservaten en natuurparken; gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn); gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden

overschreden;

hoge bevolkingsdichtheid; van historisch, cultureel of archeologisch belang. landschappen

gebieden 3.

een

potentiële effect. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging

De kenmerken moeten

met

van

het

worden »__

*__

genomen: het bereik van het effect (geografische het

»__de =

»

grensoverschrijdende karakter van waarschijnlijkheid van het effect;

zone

en

grootte

van

de

getroffen bevolking);

het effect;

de duur; de frequentie;

=__en

Daarnaast

uitgevoerde

de omkeerbaarheid

het effect.

gezag rekening met, controles of andere beoordelingen van

houdt het

bevoegd

van

voor

zover

gevolgen

relevant, de resultaten voor

het milieu.

van

eerder

3.1

De kenmerken

het

van

project

3.1.1 De omvang van het project Voor de beschrijving van de omvang van het besluit.

project verwijzen wij hier naar 82.2 van onderhavig

3.1.2 In de

De cumulatie met andere projecten omgeving bevinden zich enkele (agrarische) bedrijven. Voor zover bekend treden bedrijven geen veranderingen op, die van invloed zijn op cumulatie van effecten.

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen 3.1.3 Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige en

onmisbaar zijn deze

van

voor

de levenskwaliteit

van

de mens.

bij deze

nut kunnen zijn een hoger verbruik

stoffen die van economisch Het

project zorgt

niet

voor

hulpbronnen. De

productie van afvalstoffen De maximale jaarcapaciteit van de co-vergistingsinstallatie blijft gelimiteerd productie van afvalstoffen wijzigt door het project niet. 3.1.4

3.1.5

Verontreiniging

en

tot 61.000 ton. De

hinder

verwijdering van mest afkomstig van buiten de inrichting is mogelijk van invloed op de onderstaande milieuaspecten. Deze milieuaspecten worden bij het verlenen van de omgevingvergunning in detail getoetst aan de geldende wet en regelgeving. Voor de exacte berekeningen en beoordelingen wordt dan ook verwezen naar het (ontwerp)besluit op de aanvraag dat te zijner tijd ter inzage wordt gelegd. De aanvoer,

acceptatie

en

Bodem

Aangezien

binnen de

IPPC-installatie

sprake is van een inrichting type C waartoe een aspect bodembescherming uitputtend geregeld in het Activiteitenbesluit

inrichting van

behoort is het

Ashorst

B.V.

hiervoor geen voorschriften worden opgenomen in de nog te verlenen omgevingsvergunning. De aanvoer van mest van derden heeft verder ook geen invloed op het aspect bodembescherming. De activiteiten met mest zijn immers reeds vergund, enkel de herkomst van het en

mogen

mest

wijzigt.

Afvalwater.

gevolg van de voorgenomen uitbreiding met aanvoer van mest van derden vindt er binnen de inrichting géén (nieuwe) lozing plaats van bedrijfsafvalwater op of in de bodem. Het aspect lozing van afvalwater op de gemeentelijke riolering is inmiddels uitputtend geregeld in het Activiteitenbesluit en Als

mogen

hiervoor geen

voorschriften worden opgenomen

in de

nog te verlenen

omgevingsvergunning.

Geur de voorgenomen wijziging van de inrichting van Ashorst B.V. worden in een bij de aanvraag gevoegde notitie de huidige en toekomstige situatie van de mestverwerking beschouwd. Momenteel is sprake van een totale invoer van maximaal Voor wat betreft het

inzichtelijk maken

van

de

geuremissie

van

61.000 ton per jaar. Dit betreft zowel mest van de eigen inrichting (gemiddeld 31.000 ton per jaar) als de aanvoer van co-substraten (gemiddeld 30.000 ton per jaar). De mest, afkomstig uit het eigen bedrijf, en de aangevoerde cosubstraten worden co-vergist en bewerkt tot biogas en digestaat, dat vervolgens wordt gescheiden in dikke fractie en dunne fractie en wordt gehygiëniseerd. In de

toekomstige (gewenste) situatie blijft de capaciteit

eigenveehouderij de inrichting verwerkt. van

de

en

aangevoerde

gelimiteerd tot 61.000 ton per jaar maar naast mest

co-substraten wordt

er dan

ook mest

afkomstig

van

buiten

derden zorgt op zichzelf niet voor noemenswaardige extra geuremissies, de verdringingslucht uit de tankwagens komt namelijk niet in contact met de buitenlucht waardoor er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Wij merken tevens op dat er een De

aanvoer

van

mest

van

wijzigingen wordt doorgevoerd die de geuremissiepieken afkomstig van de mestverwerking binnen de inrichting zullen doen verminderen. Tijdens het vullen van de meng- en hydrolysering met (vaste) co-substraten wordt in de vigerende situatie het deksel hiervan meermaals geopend wanneer de shovel de lading inbrengt, hierdoor kunnen geurpieken ontstaan. De totale periode dat de mengen hydrolysering wordt gevuld betreft momenteel 3 uur. In de aangevraagde situatie heeft vergunninghouder aangegeven een invoerbak en vijzels te willen realiseren. Door deze installatie hoeft een groot deel van de (vaste) co-substraten niet meer door de geopende meng- en hydrolisering te worden gevoed door middel van een verreiker. Met de realisatie van de vijzelbak wordt het meeste materiaal via deze vijzelbak de meng- en hydrolysering in gebracht. Dit betekent dat er nauwelijks nog geuremissie(pieken) zullen optreden als gevolg van de meng- en hydrolysering. Bij de aanvraag is een notitie gevoegd die de berekening hiervan inzichtelijk maakt. aantal

Luchtkwaliteit

omgevingsvergunning worden verleend, de Wm genoemde luchtverontreinigende stoffen (inclusief eventuele locale bronnen in de omgeving van de inrichting) vermeerderd met de immissie ten gevolge van de activiteiten binnen de inrichting (inclusief voertuigbewegingen van en naar de inrichting) lager is dan de grenswaarden. Er zijn grenswaarden voor zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2), zwevende deeltjes (PM:o), lood, koolmonoxide en benzeen gesteld. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de grenswaarde vanaf 2015.Voor de toetsing Op grond

van

artikel 5.16

van

de Wet milieubeheer kan

indien de concentratie in de buitenlucht

van

een

de in bijlage 2

van

grenswaarden zijn met name relevant de concentraties van NO2 en PM10, omdat de achtergrondconcentratie van NO2 en PM: landelijk gezien kritisch zijn in de directe nabijheid van het project! inrichting én de verschillende bronnen behorend tot de inrichting van Ashorst NO2 en PM1o aan

de

uitstoten.

Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van het co-vergisten en bewerken van mest, waarbij sprake is van het co-vergisten en bewerken van mest van derden (niet afkomstig van de eigen bedrijfslocatie). De installatie voor het co-vergisten en bewerken van mest is reeds vergund en in gebruik. De vergunde capaciteit van de installatie zal niet wijzigen. De enige wijziging die zal plaatsvinden is dat in plaats van uitsluitend mest vanuit het eigen bedrijf eveneens mest van derden zal worden co-vergist en bewerkt. Deze mest zal worden aangevoerd. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is, met name omdat er sprakeis van meer transportbewegingen voor de aanvoer van de mest, een berekening luchtkwaliteit gemaakt met het rekenprogramma ISL3a. Uit de berekening blijkt dat de gehele inrichting, inclusief de bijbehorende verkeersbewegingen, voldoet aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit. Zodoende zal ook in de gewenste situatie worden voldaan aan de wettelijke normen voor fijnstof en zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te eveneens

verwachten

stikstofdepositie is met het rekenprogramma Aerius Calculator berekend of sprake is van een projecteffect dat mogelijk leidt tot significante effecten. Daarin zijn ook de aanvullende transportbewegingen voor de aanvoer van mest meegenomen. Uit de berekeningen blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet zal leiden tot significante effecten op de betreffende gebieden (het projecteffect is niet groter dan 0,00 mol per hectare per jaar). Voor wat betreft mogelijke

Geluid

en

verkeer

huidige installatie, inclusief de ter plaatse uitgevoerde veehouderij, is in mei 2018 een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is in november 2018, maart 2020, augustus 2022 september 2023 aangevuld naar aanleiding van de gewijzigde aanvragen met betrekking tot de Voor de

en

10

installatie. In het onderzoek en de aanvullingen daarop is uitgegaan van de maximale capaciteit en aanvoer van de installatie. Uit het betreffende onderzoek en de aanvullingen daarop blijkt dat de de normen voor geluid voldoet. Door de aangevraagde wijziging is er sprake het aantal verkeersbewegingen, tevens wil vergunninghouder een vijzelbak in een verandering realiseren welke ook geluid produceert. Bij de vergunningaanvraag voor de nog te verlenen omgevingvergunning is een akoestisch onderzoek toegevoegd, waaruit zal moeten blijken of aan de

huidige

installatie

aan

van

vergunde

en

3.2

De

wettelijke normeringen

plaats

van

het

kan worden voldaan.

project

3.2.1 Het bestaande grondgebruik De projectlocatie is gelegen ten noorden van Horst en wordt begrensd door Veld-Oostenrijk en de N553. De betreffende locatie is kadastraal bekend onder gemeente Horst aan de Maas, sectie O, 1318

nummers

de

en

volgende figuur

Figuur

1:

656. Het initiatief heeft alleen is de

topografische ligging

van

betrekking op het perceel sectie O, de projectlocatie weergegeven:

nummer

656. In

Topografische ligging projectlocatie

bepaalde uit het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas" van de gemeente Horst aan de Maas, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 19 december 2017, onverkort van toepassing. Zoals te zien in de volgende figuur is de projectlocatie aan het Veld-Oostenrijk 50 gelegen in een gebied met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’, waarbij de locatie is voorzien van de aanduiding '‘bouwvlak' en ‘intensieve veehouderij. Tevens is ter plaatse de dubbelbestemmingen ‘Waarde Archeologie 3' en (over een klein deel van de locatie) Waarde Archeologie 4' en ‘Waarde Archeologie 6' toegekend. Daarnaast zijn de aanduidingen ‘maximaal aantal wooneenheden 2', ‘milieuzone grondwaterbeschermingsgebied Venloschol', ‘milieuzone hydrologische beschermingszone’ en ‘overige zone peelbossen'. Ter

plaatse

is het

-

-

—

-

-

-

-

u

Enkelbestemming Agrarisch

met

den

waa

bbelbesternming de

-

Archeologie

3

Dubbelbestemming Dubbelbestemmi :

Cs Bouwvlak Fumctieaanduiding

==

tensieve

to r-

=

Een

»

veehouder

Maatvoering ancien

re

Gebiedsaanduiding .

GED

euzone

srandwaterbeschermingseehies

… « n*

Gebiedsaanduiding

. .

+ he

Gebiedsaanduiding

_… —é [es

Figuur

2: Uitsnede

geldend bestemmingsplan projectlocatie

bepaalde in de herziening op het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas”, het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020", zoals is vastgesteld door de gemeenteraad op 8 september 2020, voor zover relevant, van toepassing. De bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen op de locatie zijn in de herziening op het geldende bestemmingsplan niet gewijzigd, met uitzondering van artikel 50.1 dat ziet op de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden die op grond van de dubbelbestemmingen Waarde Archeologie 3, 4 en 6 kan worden aangewezen.Dit is in onderhavig geval niet aan de orde, zie de passage ‘Cultuurhistorie en archeologische waarden’ hieronder Daarnaast is het

—

bestemmingsplan “Veegplan 2021”, zoals is vastgesteld door de gemeenteraad op 20 september 2022, van toepassing. Het veegplan brengt onder andere wijzigingen aan in artikel 3 (agrarisch met waarde) en artikel 50 (Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden) van het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas”. Deze wijzigingen zijn echter niet relevant voor de activiteiten binnen de inrichting Tot slot is het bepaalde

van

Ashorst.

in het

°

ontwikkeling is in strijd met het bepaalde in het geldende bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas” op de volgende punten: Vanuit artikel 3.1, onder Lis uitsluitend de co-vergisting en bewerking van mest die afkomstig is van de eigen bedrijfslocatie De voorgenomen

12

toegestaan. Vanuit artikel 3.1 onder j is de co-vergisting en bewerking van mest die niet afkomstig is van de eigen bedrijfslocatie uitsluitend toegestaan indien hiervoor de aanduiding ‘specifieke vorm van

agrarisch

mestverwerking

-

op

regionaal

niveau' is opgenomen.

Deze

aanduiding

is op de locatie niet

opgenomen.

gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is op de hiervoor genoemde punten een omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken van de bepalingen uit het geldende bestemmingsplan aangevraagd conform artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Hiervoor is tevens een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad van Horst aan de Maas noodzakelijk. Om

de

Cultuurhistorie

en archeologische waarden de betreffende locatie is geen sprake van cultuurhistorisch erfgoed. Er is met de voorgenomen activiteiten dan ook geen sprake van aantasting van cultuurhistorisch erfgoed. De locatie is vanuit de archeologische verwachtingskaart grotendeels gelegen in een gebied dat is aangemerkt als ‘Categorie

Op

gebied dat is aangemerkt als ‘Categorie 4'. Direct aansluitend aan de locatie is een gebied dat is aangemerkt als ‘Categorie 6' gelegen. Voor gebieden in categorie 3 stelt de gemeente Horst aan de Maas dat nader onderzoek nodig is bij een oppervlakteverstoring van meer dan 500 m? en dieper dan 50 cm onder maaiveld. Voor gebieden in categorie 4 en categorie 6 geldt de onderzoeksplicht bij een oppervlakteverstoring van meer dan 2.500 m? en dieper dan 50 cm onder maaiveld. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een bodemingreep dieper dan 3' en

voor

klein deel in een

een

dan 50 centimeter onder maaiveld en/of van noodzakelijk wordt geacht en het aanvragen

dan

meer

500 m?,

waarmee

aanvullend onderzoek niet

omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden niet aan de orde is. Gezien het voorgaande zullen met de voorgenomen ontwikkeling geen mogelijk voorkomende archeologische resten worden geschaad. van

een

Aardkundige waarden/geomorfologie De

projectlocatie is niet gelegen

in of

Milieubeschermingsgebieden De projectlocatie is gelegen binnen

aangrenzend

aan

aardkundig

het grondwaterbeschermingsgebied

project Omgevingsverordening Limburg in achtgenomen zodat van de winning van (drink)water wordt beschermd. van

een

de bouwwerkactiviteiten die tot dit

behoren worden

waardevol

Venloschol.

de voorwaarden

de kwaliteit

van

gebied.

het

Bij het uitvoeren

uit de

grondwater ten

behoeve

projectlocatie gelegen in een hydrologische beschermingszone ter bescherming van de verdrogingsgevoelige natuurgebieden. Wij constateren dat er geen gebruik wordt gemaakt van een in het bestemmingsplan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden danwel een omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden waarbij rekening gehouden dient te worden met het belang van hydrologische bescherming. Daarnaast ziet de buitenplanse afwijking voor het toestaan van het verwerken van mest van derden niet op gebruik dat van invloed is op verdrogingsgevoelige natuurgebieden. In het kader van de ruimtelijke onderbouwing voor de buitenplanse afwijking zal dit aspect daarmee geen onderdeel zijn en zijn daarmee geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Daarnaast is de

belang bij het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) blijkt dat de inrichting van niet is gelegen in een landschap van internationaal, nationaal, provinciaal of regionaal

Landschappen Uit de kaarten Ashorst B.V.

belang.

van

historisch,

behorend

cultureel

of archeologisch

3.2.2

Natuur

Natuurgebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna zijn op basis van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn aangewezen als Natura 2000 gebieden. Voor al deze gebieden gelden instandhoudingsdoelen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat deze instandhoudingsdoelen niet in gevaar mogen worden gebracht. Het is daarbij daarom verboden om projecten of andere handelingen uit te voeren of te realiseren die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. De projectlocatie is niet gelegen in een Natura 2000. Het dichtstbijzijnd Natura 2000 gebied (Boschhuizerbergen) is gelegen op een afstand van ongeveer 7 kilometer van de locatie. Op een dergelijke afstand is het mogelijk dat een ruimtelijke ontwikkeling van invloed is op het betreffende gebied. Om aan te tonen of de gewenste ontwikkeling nadelige gevolgen zal hebben op de betreffende gebieden is met het rekenprogramma Aerius Calculator berekend of sprake is van een projecteffect dat mogelijk leidt tot significante effecten, dit is niet het geval voor de aangevraagde wijzigingen. Naast

de depositie

van

stikstof kunnen activiteiten die leiden tot

een

uitstraling van licht, geluid en/of

de

nadelige effecten hebben op de betreffende gebieden. Bij voorgenomen vinden geen activiteiten plaats die structureel een grote uitstraling van licht, geluid en/of

trillingen ontwikkeling trillingen tot gevolg eveneens

32.3 Als een

Flora

en

hebben.

Fauna

ruimtelijke ingreep direct of indirect leidt tot het aantasten van verblijf- en/of rustplaatsen van de aangewezen, niet vrijgestelde beschermde söorten of hun leefgebied, kan het project in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Afhankelijk van de ingreep en de soort kan dan een ontheffing noodzakelijk zijn. Ontheffingen worden slechts verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat, de ingreep vanwege een in de wet genoemd belang dient plaats te vinden en de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt. Vaak worden hierbij mitigerende en compenserende maatregelen gevraagd. Bij de voorgenomen ontwikkeling vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats. Alleen het gebruik van de huidige installatie voor het co-vergisten en bewerken van mest zal wijzigen in die zin dat, naast mest afkomstig uit het eigen bedrijf, ook mest van derden wordt co-vergist en bewerkt. Er vindt geen sloop of nieuwbouw plaats en er vinden geen wijzigingen op het erf plaats. Op basis hiervan zal met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van een mogelijke aantasting van (leefgebieden van) beschermde soorten flora en fauna.

14

3.3. 3.3.1

De

kenmerken

Het bereik

van

van

het

potentiële effect

het effect

Vanwege de voorgenomen activiteiten is er sprake van een toename in stikstofemissie van 3 kg/jaar. Door inrichtinghouder is een verschilberekening uitgevoerd met het rekenprogramma AERIUS Calculator. Daarin zijn ook de aanvullende transportbewegingen voor de aanvoer van mest meegenomen. Uit de berekeningen blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet zal leiden tot. significante effecten op de betreffende gebieden (het projecteffect is niet groter dan 0,00 mol per hectare per jaar). _

Voor wat betreft het bereik

van

de andere

verwijzen wij naar 83.1.5 van onderhavig

maatgevende milieuaspecten

geur

en

luchtkwaliteit

besluit.

Het grensoverschrijdende karakter van het effect 3.3.2 De voorgenomen wijziging van de mestverwerking is gelegen op een afstand van ca. 13 km afstand van de landsgrens met Duitsland. Er is geen sprake van een toename van de stikstofdepositie buiten

deze landsgrens. Voor wat betreft de overige landsgrens met Duitsland.

milieuaspecten (geur,

luchtkwaliteit

De waarschijnlijkheid van het effect 3.3.3 Na vergunningverlening en daadwerkelijke realisatie

van

en

geluid)

de voorgenomen

reiken deze niet buiten de

activiteiten binnen de

inrichting zullen de geprognosticeerde effecten optreden. 3.3.4 De duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect Voor de voorgenomen activiteiten is een omgevingsvergunning ingevolge de Wabo aangevraagd. Deze vergunning zal voor bepaalde tijd worden aangevraagd (15 jaar). Omdat de activiteiten moeten voldoen aan de daarvoor in aanmerking komende (rechtstreeks werkende) wettelijke kaders en de Beste Beschikbare Technieken merkbaar

(BBT)

zullen de effecten in de directe

omgeving

van

het

project

zijn.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14633150/1