23 VNG
Tekst van het document
= > ? < < @ A B A C <A D C E F G H ] 2* Y;OC:DZ
[QRC&[C\D::;CC&V:;B:<&=::;
012345679 6 99
9 9 26!"#22523$63!12722372%223#2665& '2#4$1113(2201324$63711#263756#22#66620113)%#23322*62 ))#23230+,23(+3-2./ 5 37#66372#+56631 $22#2 3723352 ')4$24#37402#9 -66 3"22*#"2#+,34#)%23#23$64#722755272%223#23 ,)3323#12 64423$110113)%#2$25237232"1)5$635246%234#237$6352 0113)%#2$11 66503991"2235220225223324#246%23724#2%5%2# 663 6443723$635202#-2./ 42$631$2#)7556#72%223#235665112#2 ")31,)3323)#$1223-2(20+(73723(+32+63)6 99 $63,6!"# 0352(22523 2*3*1%22302)1$2520+(7372352$11)072%223#222$63# (+3234#)2302)1352635225266372 64#2%1525')4$24#374$2152337 6+6729#1#23%2#78(156#)52(2720+(75227243)072%223#2,)3# #12 64423
9:;;<
=>?<<@ABAC<ADCEFGHIGJKLMN
M>;O<IN
P:;QRC<D>?<<@ABAC<ADCIHSSLMN =OATD:CTCO;D>?<<:;B:<IUULMN V:;OOAA;CD>?<<RABAC<AB:<IWXLMN YQ:A:;BA:;RABAC<AB:<IGEELMN
0123414567684975 34885 8885 1 43984685 44585
Aan de leden
Datum
24 april 2024 Ons kenmerk
U202400169 Lbr. 24/012 Telefoon
070-373 83 93 Bijlage(n)
5
Onderwerp
Wijziging Huisvestingswet 2014
Geachte leden van college en gemeenteraad, Het is voor onze bewoners van groot belang dat er betaalbare woonruimten in leefbare buurten en wijken zijn. De VNG dringt al lange tijd aan op verbeteringen in de Huisvestingswet 2014. Daarin heeft het rijk instrumenten vastgelegd die gemeenten kunnen toepassen voor woonruimteverdeling en behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad. In 2023 hebben de Tweede en Eerste Kamer ingestemd met aanpassingen van de wet. De VNG is ervan overtuigd dat gemeenten daardoor beter hun rol kunnen uitvoeren. Deze wijzigingen zijn per 1 januari 2024 van kracht. In deze ledenbrief informeren we u over de wijzigingen die voor uw gemeente relevant zijn en sturen we u onder andere de aangepaste model-Huisvestingsverordening (bijlage 2 tot en met 5) zodat u deze gewijzigde regels in uw gemeente kunt toepassen. Gewijzigde regels voor de woonruimteverdeling Een gemeente mag uitsluitend sturing geven aan de woonruimteverdeling via een Huisvestingsverordening. Het is de keuze van de gemeenteraad om wel of geen verordening vast te stellen. De Huisvestingswet 2014 verplicht gemeenten niet een verordening vast te stellen.
Als gemeenten ervoor kiezen een Huisvestingsverordening vast te stellen dan mogen woningen, waarop gemeentelijke regels over woonruimteverdeling van toepassing zijn, alleen gegeven of in gebruik genomen worden als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend. De mogelijkheden voor gemeenten om hierop te kunnen sturen zijn verruimd: •
Uitbreiding toewijzingen met lokale binding: voorheen mocht voor maximaal 25% van het aantal verleende huisvestingsvergunningen voorrang gegeven worden aan woningzoekenden met lokale binding aan de gemeente. Dit wordt uitgebreid naar 50%. Wel is nader uitgelegd dat ook
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
vng.nl
•
•
urgentiebepalingen die uitsluitend openstaan voor inwoners van de gemeente meetellen binnen deze 50%. Voorrang voor beroepsgroepen mogelijk: gemeenten mogen zelf bepalen dat er voor aangewezen woningen voorrang gegeven moet worden aan woningzoekenden met beroepen van vitaal belang. Denk daarbij aan docenten en verplegend personeel. Het is aan gemeenten om in de verordening te bepalen aan welke groepen voorrang wordt gegeven. Nieuwbouw koopwoningen mogen vanaf 1 januari 2024 ook toegewezen worden: sinds 2014 was het niet meer mogelijk voor gemeenten om koopwoningen toe te wijzen, uitgezonderd de Waddengemeenten. Dit is nu veranderd. Alle gemeenten mogen nu ook nieuwbouw koopwoningen met voorrang toewijzen aan groepen woningzoekenden die extra problemen ondervinden bij het vinden van schaarse betaalbare koopwoningen. Het gaat dan om nieuwbouwwoningen met een koopprijsgrens tot € 390.000 (prijspeil 2024). Hiermee kan bijvoorbeeld aan starters uit de gemeente of ouderen die willen doorstromen voorrang gegeven worden wanneer deze woningen gerealiseerd worden.
Leefbaarheid ook een grondslag voor regels over de woonruimtevoorraad Vanaf nu mogen gemeenten ook regels hanteren ten aanzien van het behoud van de woonruimtevoorraad als de leefbaarheid onder druk staat. Het gaat dan bijvoorbeeld om regels voor kamerverhuur of het splitsen of samenvoegen van woonruimte. Daardoor kan dit instrument ruimer en door meer gemeenten toegepast worden. Bijvoorbeeld bij het behoud van de leefbaarheid in kwetsbare wijken. Wijzigingen van procedurele en technische aard • In de wet is de relatie tussen de huisvestingsverordening en gemeentelijke woonvisie verduidelijkt. De gemeente moet in de woonvisie beschrijven welke flankerende maatregelen getroffen worden. Bijvoorbeeld in relatie tot de bouwopgave of aanpak van de leefbaarheid. • Als er in een gemeente op grond van de huisvestingsverordening regels over toeristische verhuur gelden, dan moet dit aan de minister medegedeeld worden. Zo wordt een overzicht bijgehouden over de lokale regels waarmee platforms aanbieders van toeristische verhuur kunnen informeren. • De gemeente moet vanaf 1 januari 2024 bij vaststelling of wijziging van de huisvestingsverordening een advies vragen aan gedeputeerde staten van de provincie. Dit advies moet betrokken worden bij de besluitvorming, waarbij er gemotiveerd afgeweken kan worden van dit advies.
• In de memorie van toelichting bij de wijzigingswet is verduidelijkt dat de gemeenteraad verschillende uitvoeringsaspecten kan delegeren aan het college. Dit kan op grond van de algemene delegatiebepaling uit de Gemeentewet. Een voorbeeld hiervan is de inwerkingtreding van de verordening. In bijlage 1 worden de wijzigingen nader toegelicht. Wat betekent dit voor de ambtelijke organisatie Deze wetswijziging brengt geen verplichting met zich mee om een huisvestingsverordening vast te stellen. Het is aan de gemeenteraad om hierover te beslissen. Gebruikmaken van de mogelijkheden uit de Huisvestingswet vraagt wel om een huisvestingsverordening. Dit betekent vaak wel dat gemeenten hun uitvoeringscapaciteit moeten vergroten of anders moeten inzetten. De nieuwe regels moeten immers ingevoerd, uitgevoerd en gehandhaafd worden. De wijzigingen in de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/3
wet die van procedurele en technische aard zijn, hebben beperkte gevolgen voor gemeenten die al een huisvestingsverordening hebben. Toekomstige wijzigingen De minister voor VRO heeft bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting ingediend. Hieruit volgt dat dat alle gemeenten een regionaal afgestemde huisvestingsverordening met urgentieregeling moeten vaststellen met het oog op het met voorrang huisvesten van een aantal bij wet genoemde categorieën urgent woningzoekenden. Dit heeft dus ook consequenties voor gemeenten die al een huisvestingsverordening of urgentieregeling hebben. Het is nog onduidelijk wanneer de wet in werking zal treden, maar het kabinet richt zich op dit jaar. Nadat de wet in werking treedt, hebben gemeenten nog twee jaar de tijd om de huisvestingsverordening met urgentieregeling aan te passen of vast te stellen. U ontvangt hier nog informatie over. Ook de modelverordening zal dan herzien worden. Vragen Neem contact op via info@vng.nl. De informatie uit deze ledenbrief wordt ook geplaatst op de website van de VNG. De modelverordening zal opgenomen worden in de Kennisbank Decentrale Regelgeving van Sdu. Bijlagen 1. Toelichting wijzigingen Huisvestingswet 2. Was-wordt-tabel wijziging modelverordening 3. Model raadsbesluit wijziging huisvestingsverordening 4. Geconsolideerde versie model huisvestingsverordening 5.
Implementatiehandleiding wijziging model huisvestingsverordening Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
mr L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/3
Toelichting wijzigingen Huisvestingswet 2014
Inleiding De Wijzigingswet Huisvestingswet 2014 (Eerste Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 190) wijzigt de Huisvestingswet 2014 naar aanleiding van de eerdere evaluatie van de wet.1 Hieronder wordt in kort bestek ingegaan op de belangrijkste wijzigingen en de nieuwe mogelijkheden die de Huisvestingswet 2014 de gemeenten biedt. Op grond van Artikel 52 Huisvestingswet 2014 is de wet geëvalueerd met het oog op de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk. Het evaluatierapport is in november 2020 naar de Tweede Kamer gezonden. In de begeleidende brief heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een wijziging van de Huisvestingswet 2014 aangekondigd. Verder gaat de Minister in deze brief in op de wijzigingen van de Huisvestingswet 2014. de (on)mogelijkheden die deze bieden en de procedurele consequenties. De wetswijziging brengt geen verplichting met zich mee om een huisvestingsverordening vast te stellen of een bestaande huisvestingsverordening onmiddellijk te wijzigen.2 De wetswijziging biedt wel aanvullende instrumenten en nieuwe mogelijkheden voor de gemeenten.
1 Kamerstukken II 2020/21, 32 847, nr. 696, met bijlage. 2 Als er een huisvestingsverordening is vastgesteld dan moet in ieder geval op basis van artikel 11 a, b, en c van de wet de verordening aangepast worden bij de eerstvolgende wijziging.
2
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nieuwe sturingsmogelijkheden bij woonruimteverdeling De wet bevat enkele inhoudelijke wijzigingen op het gebied van de woonruimteverdeling. Hieronder wordt daar nader op ingegaan. Daarbij wordt op voorhand opgemerkt dat het opnemen van regels of afspraken over woonruimteverdeling in prestatieafspraken of convenanten sinds de invoering van de Huisvestingswet 2014 niet meer is toegestaan. Gemeenten mogen alleen in een huisvestingsverordening regels over de woonruimteverdeling opnemen. Dit versterkt de democratische legitimiteit van de regels en maakt het voor woningzoekenden mogelijk om tegen uitvoeringsbeslissingen in bezwaar te gaan. Verder is van belang dat de in de huisvestingsverordening op te nemen regels over woonruimteverdeling noodzakelijk, proportioneel en geschikt moeten zijn om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte te bestrijden. De gemeente onderbouwt dit bij de voorbereiding van de huisvestingsverordening. Wanneer alleen regels over de urgentieverlening worden opgenomen is zo’n onderbouwing niet nodig. Woningen waar de regels over woonruimteverdeling op van toepassing zijn, mogen niet in gebruik worden genomen of gegeven zonder een huisvestingsvergunning.
Burgemeester en wethouders kunnen sinds de wetswijziging een huisvestingsvergunning verlenen aan mensen met een aantoonbare behoefte aan een betaalbare huurwoning of nieuwbouw koopwoning onder de in de verordening gestelde grens. Er kunnen eventueel nadere eisen in de huisvestingsverordening worden opgenomen. Dit maakt dat schaarse goedkopere woningen door mensen met een laag tot middeninkomen kunnen worden bewoond. Vrijheid van vestiging is het uitgangspunt Het uitgangspunt van de Huisvestingswet 2014 is het in artikel 2, eerste lid, van het Vierde Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van Mens (EVRM) en in artikel 12, eerste lid, van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) neergelegde grondrecht dat een ieder die wettig op het grondgebied van een lidstaat verblijft, het recht heeft zich binnen dat grondgebied vrijelijk te verplaatsen en er vrijelijk zijn verblijfplaats te kiezen. Dit grondrecht kan slechts bij wet beperkt worden indien dat noodzakelijk is voor het algemeen belang in een democratische samenleving. De Huisvestingswet 2014 biedt gemeenten een instrumentarium om in te grijpen in de woonruimteverdeling en de samenstelling van de woonruimtevoorraad voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte of om de leefbaarheid van de openbare ruimte te behouden.
De huisvestingsverordening blijft maximaal vier jaar van kracht. Tegen het einde van die termijn moet onderzocht worden of het opnieuw vaststellen van de huisvestingsverordening nodig is. De wijziging van de Huisvestingswet 2014 bevat voor het onderwerp van woonruimteverdeling drie belangrijke wijzigingen: 1 Vergroting aandeel toewijzingen met voorrang lokale binding Er kan bij maximaal 50% van de verleende huisvestingsvergunningen voorrang worden gegeven aan mensen met economische of maatschappelijke binding aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente (zie figuur 1). De keuze voor het te hanteren schaalniveau ligt bij de gemeente, maar dit schaalniveau en het percentage moet wel worden onderbouwd op basis van noodzakelijkheid, proportionaliteit en geschiktheid. Vóór deze wetswijziging moest het schaalniveau van deze binding de woningmarktregio zijn en was er geen mogelijkheid om ook voor de gemeente of een deel van de gemeente te kiezen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3
Voor maximaal de helft (dus 25% van het totaal) van het aantal verleende vergunningen mochten woningen met voorrang worden aangeboden aan woningzoekenden met lokale binding aan de gemeente en/of een deel van de gemeente. Om mogelijk te maken dat mensen hun wooncarrière in hun eigen gemeente kunnen voortzetten en de sociale cohesie te bevorderen wordt de voorrang met ‘lokale binding’ uitgebreid naar maximaal 50%. Gemeenten mogen zelf een onderverdeling maken tussen het aandeel woningen dat met voorrang gaat naar woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding aan de woningmarktregio of naar woningzoekenden met lokale binding. Er mag verder een onderscheid worden gemaakt naar verschillende categorieën vergunningplichtige woningvoorraad. De gekozen categorieën, de percentages verleende vergunningen met voorrang en de schaalniveaus van binding waarvoor gekozen wordt, moet onderbouwd worden (aan de hand van schaarste om noodzaak proportionaliteit en geschiktheid van de maatregel aan te tonen) in de huisvestingsverordening. Meetregels percentages De regels gaan over het aantal woningen dat met maatschappelijke en economische voorrang kan worden aangeboden, niet over het eindresultaat. Er kunnen dus in de praktijk meer dan 50% van de woningen aan lokalen worden toegewezen.
Dit mag alleen als er voor maximaal 50% ook hierop gestuurd is en de andere woningzoekenden op andere gronden de woning toegewezen hebben gekregen. Sturing op het aandeel verleende vergunningen is dus noodzakelijk, en hiermee sturing op aandeel woningen dat met voorrang voor woningzoekenden met maatschappelijke- of economische binding wordt aangeboden. Aangezien de termijn waarover deze percentages berekend moeten worden niet is voorgeschreven, vraagt dit om doorlopende monitoring van hoeveel woningen wel en niet zijn aangeboden met voorrang. Verder gelden de volgende meetregels: • Indien een gemeente in de verordening heeft bepaald dat een urgente groep ook maatschappelijke of economische binding moet hebben of indien binnen de groep personen die urgentie krijgen extra voorrang gegeven wordt aan woningzoekenden die maatschappelijke of economische binding hebben, tellen die ook mee voor de maximale percentages. • Woningen die op grond van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) worden toegewezen met een vorm van maatschappelijke of economische binding tellen niet mee. • De voorrang die eventueel wordt gegeven aan vitale beroepsgroepen (zie hieronder) dienen ook meegerekend te worden. Figuur 1 Mogelijkheden voorrang toewijzingen
X percentage voorrang voor binding op schaalniveau van
Woningmarkt regio
X percentage voorrang voor binding op schaalniveau van
Gemeente
50% van de toewijzingen met voorrang voor...
Extra voorrang: vitale beroepen
Deel van de gemeente
2 Extra voorrang vitale beroepsgroepen mogelijk Binnen deze regels voor voorrang voor een huisvestingsvergunning kan op grond van de gewijzigde wet extra voorrang (boven andere woningzoekenden met maatschappelijke of economische binding) worden gegeven aan woningzoekenden in vitale beroepsgroepen. Van belang is dat er alleen sprake van extra voorrang is als er gekozen is voor voorrang voor woningzoekenden met maatschappelijke- of economische binding aan de gemeente. Van economische binding is sprake als de woningzoekende voor de voorziening in het bestaan aangewezen is op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit de gemeente. Het moet daarbij gaan om een substantieel deel van de inkomensverwerving. Verder moet het niet alleen gaan om het duurzame
4
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
karakter van de arbeid, maar ook om een duurzame relatie tussen de arbeid en de betrokken gemeente.3 Bij vitale beroepsgroepen kan bijvoorbeeld gedacht worden aan woningzoekenden die werkzaam zijn bij de lokale politie, brandweer of andere hulpdiensten of die werkzaam zijn in het onderwijs of de zorg. Voor gemeenten nabij defensielocaties is voorrang voor woningzoekenden die werkzaam zijn bij defensie goed denkbaar.4 Door schaarste in passende woonruimte kan er binnen een gemeente een tekort ontstaan aan deze beroepsgroep waardoor het wenselijk wordt deze vitale beroepsgroepen voorrang te geven bij het verlenen van een huisvestingsvergunning in het kader van een rechtvaardige en evenwichtige verdeling van de schaarste. De gemeente kan zelf bepalen wat er onder vitale beroepsgroepen wordt verstaan, mits onderbouwd wordt waarom deze beroepsgroepen vitaal zijn voor de gemeente en waarom er binnen de gemeente schaarste is aan deze beroepsgroepen en aan woonruimte voor deze beroepsgroepen. Het is nodig om de schaarste van de vitale beroepen doorlopend te onderbouwen. Er moet dus gemonitord worden op de schaarste van de beroepsgroepen en schaarste aan betaalbare woningen voor deze beroepsgroep-en.
Mocht een van deze ‘schaarstes’ (dus ofwel de schaarste aan betaalbare woningen voor deze groep ofwel de schaarste aan de groep zelf) zijn opgelost vervalt de voorrang voor deze beroepsgroep. Definiëring en afbakening van wat er wel en niet onder de beroepsgroep in kwestie valt, is een belangrijk aandachtspunt bij het opnemen van vitale beroepsgroepen. Hou daarbij rekening met wat uitvoerbaar is en de uiteindelijke resultaten die behaald kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld gewerkt worden met CAO-groepen of functieomschrijvingen in combinatie met salarisschalen of een minimaal aantal werkuren. Er kan een maximum worden gesteld per aangewezen categorie van woonruimte waarbij voorrang gegeven kan worden in een vitale beroepsgroep. Mogelijk hebben niet alle huishoudenssamenstellingen dan recht op voorrang, aangezien de woning ook passend moet zijn. Het maximum percentage woningen waarbij voorrang wordt gegeven kan verschillen per beroepsgroep, bijvoorbeeld naar aandeel in de beroepsbevolking. Een overweging om mee te nemen bij het benoemen van vitale beroepsgroepen is dat rekening gehouden moet worden met de inkomenseisen die aan de doelgroep worden gesteld in de huisvestingsverordening of andere landelijke regelgeving. Niet iedereen in een vitale beroepsgroep zal voldoen aan deze eisen, wat de werking van de gemeentelijke sturing beperkt.
Deze groepen vallen in dat geval buiten de reikwijdte van de sturing. Daarnaast moet ook overwogen worden dat veel of grote beroepsgroepen opnemen ervoor kan zorgen dat de verschillende beroepsgroepen of “regulier” woningzoekenden, alsnog moeite hebben met een woning vinden aangezien er dan veel sprake is van voorrang. Verhouding tot de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek Gemeenten mogen in de huisvestingsverordening gelijktijdig regels stellen ten aanzien van woonruimteverdeling op grond van artikel 14 van de Huisvestingswet 2014 als op grond van artikel 9 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijk problematiek (Wbmgp) selectieve woningtoewijzing toepassen. De desbetreffende bepalingen in de verordening hebben een verschillende grondslag en een verschillende doelstelling. De Huisvestingswet 2014 schrijft ten aanzien van de toepassing van artikel 14 voor dat voor ten hoogste voor 50% van de aangewezen categorieën woonruimte voorrang kan worden verleend aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente. Hieronder kunnen ook vitale beroepsgroepen worden aangemerkt door de gemeente. Doel hiervan is beroepsgroepen met een vitaal belang voor de (lokale en regionale) samenleving voorrang te kunnen geven.
Artikel 9 van de Wbmgp maakt het mogelijk om in aangewezen complexen, straten en gebieden, waar de leefbaarheid onder druk staat, voorrang te verlenen aan woningzoekenden op basis van in de huisvestingsverordening vastgelegde sociaaleconomische kenmerken. Deze sociaaleconomische kenmerken kunnen ook betrekking hebben op beroepen uit bepaalde sectoren (bijvoorbeeld uit de maatschappelijke sector; politiemensen, leraren en zorgmedewerkers). Doel hiervan is om meer diversiteit in de wijk wat betreft bewoners te
3 Kamerstukken II 2021/22, nr. 3, p. 7. Daar is overigens ook opgemerkt dat voor gevallen waarin er geen sprake is van economische binding aan de gemeente, er ook op grond van maatschappelijke binding voorrang kan worden gegeven aan vitale beroepen. 4 Kamerstukken II 2022/23, 36 190, nr. 8, p. 11.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5
krijgen. Aan de toepassing van artikel 9 Wbmgp is geen maximumpercentage verbonden (zie bijvoorbeeld Kamerstukken II 2021/22, 36 190, nr. 3, p. 22). Het is gemeenten toegestaan om zowel op grond van artikel 14 Huisvestingswet 2014 als op grond van artikel 9 Wbmgp voorrang te verlenen aan woningzoekenden die werkzaam zijn in een vitale beroepsgroep. Daarbij mag voor maximaal 50% van de aangewezen woningvoorraad voorrang worden verleend aan een vitale beroepsgroep die werkzaam is in of vanuit de gemeente. Een voorbeeld: In gemeente X bevinden zich 10.000 woningen. Binnen de gemeente zijn er enkele straten waar artikel 9 van de Wbmgp wordt ingezet omdat de leefbaarheid ernstig onder druk staat. Voor de 500 woningen binnen deze straten wordt op grond van artikel 9 (onder meer) voorrang verleend aan medewerkers van een onderwijsinstelling. Niet relevant is of die onderwijsinstelling binnen de gemeente is gevestigd. Dit komt neer op 5% van de woningvoorraad. In gemeente X is daarnaast sprake van schaarste wat ertoe leidt dat op grond van artikel 14 van de Huisvestingswet 2014 voorrang wordt verleend aan medewerkers in vitale beroepsgroepen, waaronder medewerkers van een onderwijsinstelling die is gevestigd in de gemeente. Dit punt van de huisvestingsverordening geldt voor de hele gemeente.
Deze voorrangsregel mag op maximaal 50% van de aangewezen woningvoorraad worden toegepast, te weten 5.000 woningen. Het wordt aanbevolen om bij cumulatie van beide instrumenten niet voor meer dan 50% van de aangewezen woningvoorraad voorrangscriteria op te stellen die neerkomen op lokale binding. 3 Betaalbare nieuwbouw koop Regels voor de woonruimteverdeling konden al toegepast worden op (categorieën woonruimte binnen) de huursector. Als gevolg van de wetswijziging kunnen ook regels voor het segment betaalbare nieuwbouw koop worden opgenomen in de huisvestingsverordening (zie figuur 2 voor de situaties wanneer er een vergunning nodig is, hier zijn ook de regels voor de opkoopbescherming in meegenomen). De aanleiding hiervoor is de schaarste aan woningen voor doelgroepen zoals starters, eenverdieners in loondienst en mensen met een middeninkomen die vaak overboden worden. Betaalbare koopwoningen zijn alle nieuwbouwwoningen tot een bepaalde koopprijs.5 In 2024 is deze prijsgrens vastgesteld op € 390.000.6 Figuur 2 Keuzeboom vergunning nodig Koopwoning
Koopwoning
Nieuwbouw? Nee
Op de Waddeneilanden?
Ja
Koopprijs onder de prijsgrens? Ja
Nee
Geen vergunning nodig
Nee Ja
Optioneel sociale koopvergunning nodig
Optioneel sociale koopvergunning nodig
5 Op de Waddeneilandgemeenten geldt geen maximum koopprijs en mogen ook bestaande woningen onder de regels vallen vanwege het insulaire karakter van deze gemeenten. 6 Op de Waddeneilandgemeenten geldt geen maximum koopprijs en mogen ook bestaande woningen onder de regels vallen vanwege het insulaire karakter van deze gemeenten.
6
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Het gaat dus ook om woningen die niet als sociale koop in het bestemmings- of omgevingsplan zijn aangewezen. Een nieuwbouwwoning is een woning die nog niet eerder bewoond is geweest. Het kadaster schrijft een leveringsakte ook in wanneer in de leveringsakte een ontbindende of opschortende voorwaarde is opgenomen. Er is dan tot het moment van de oplevering geen sprake van bewoning en dus geen sprake van nieuwbouw. De prijsgrens van de koopprijs op € 390.000 in 2024 is gebaseerd op de veronderstelling dat dit bedrag door twee middeninkomens financierbaar moet zijn (op basis van 100% LTV). Deze prijsgrens wordt jaarlijks geïndexeerd met een ministeriële regeling aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI).7 De indexatie van de koopgrens kan, bij overeenstemming met de nationale koopgrens, in de verordening worden vastgesteld met een verwijzing naar de indexatie met CPI. De consumentenprijsindex (CPI) is een indexcijfer dat het CBS maandelijks berekent. Het geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dit gemiddeld wordt aangeschaft door alle huishoudens in Nederland. De CPI is een belangrijke indicator voor de inflatie en wordt berekend als de procentuele verandering van de CPI in de verslagmaand ten opzichte van een jaar eerder.
Door in de huisvestingsverordening een maximale koopprijsgrens op te nemen, gaan de regels over woonruimteverdeling ook gelden voor de aangewezen betaalbare nieuwbouw koopwoningen. De gemeente kan in de huisvestingsverordening een lagere koopprijsgrens vaststellen dan de in de wet opgenomen prijsgrens van € 390.000, maar moet wel rekening houden met de aan de doelgroep te stellen maximum-inkomenseis. Dit maximum inkomen moet voldoende kunnen zijn voor het ‘leenvermogen’ om de in de verordening gestelde koopprijsgrens te kunnen betalen.8 Om inzicht te krijgen in het maximale leenvermogen raden wij aan gebruik te maken van informatie van het Nibud, zij hebben de kennis en altijd een actueel inzicht in het maximale leenvermogen. Deze norm kan gebruikt worden om de grens in de toelichting van de verordening te onderbouwen. Mocht er van deze grens afgeweken worden, kan er door middel een jaarlijkse vaststelling van de in de huisvestingsverordening opgenomen koopprijsgrens flexibiliteit worden ingebouwd.
7 Artikel 7, vierde lid 4, van de Huisvestingswet 2014. 8 Artikel 9.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7
Overige wijzigingen De wijzigingswet bevat verder inhoudelijke wijzigingen op het gebied van woonruimtevoorraadbeheer en aanpassingen in het procesmatige verloop van het invoeren en uitvoeren van de huisvestingsverordening. Leefbaarheid nu ook grondslag voor woonruimtevoorraadbeheer De wetswijziging verruimt de mogelijkheden om regels over woonruimtevoorraadbeheer in te stellen. Naast de huidige mogelijkheid om dat te doen in verband met schaarste, kan dat met inwerkingtreding van de wet ook ter bescherming van de leefbaarheid. Wel moet dan onderbouwd worden dat de regels noodzakelijk en geschikt zijn voor het behoud van de leefbaarheid van de openbare ruimte en woonomgeving (druk op de openbare ruimte en woonoverlast voor bewoners).9 Het opstellen van een onderbouwing op basis van leefbaarheid voor woonruimtevoorraadbeheer kan complex zijn. De data die hier gebruikt moet worden vraagt om extra monitoringsinspanningen en de maatregel zal in beginsel alleen kunnen worden toegepast in bepaalde gebieden en voor bepaalde categorieën van woonruimte (waar al sprake is van druk op de leefbaarheid).
Koppeling tussen Huisvestingsverordening en woonbeleid Wanneer een gemeente vanwege schaarste een huisvestingsverordening wil vaststellen of wijzigen, moet de gemeenteraad in de woonvisie beschrijven welke flankerende maatregelen genomen gaan worden om schaarste tegen te gaan, met inbegrip van de gemeentelijke inzet op het gebied van de regionale woningbouwopgave. Als leefbaarheid de aanleiding vormt, dient de gemeenteraad in de woonvisie te onderbouwen dat de inzet van dit instrument bijdraagt aan het behoud van de leefbaarheid. Idealiter worden huisvestingsverordening en woonvisie in onderlinge afstemming integraal vastgesteld. Als dat niet mogelijk blijkt, kan het vaststellen van een bijlage of addendum op de woonvisie, woonzorgvisie of het (volkshuisvestings)programma een pragmatische oplossing bieden. Nieuwe regels bij sturing op toeristische verhuur De huisvestingsverordening kan regels over toeristische verhuur bevatten. Als de gemeenteraad in de huisvestingsverordening een regeling over een registratienummer, een nachtencriterium of een vergunningplicht opneemt, moet dit op grond van de gewijzigde wet aan de minister medegedeeld worden.
Op deze wijze wordt een overzicht met lokale regelgeving bijgehouden zodat platforms aanbieders van toeristische verhuur goed kunnen informeren van hun plichten.10 Ten slotte moet een vergunningaanvraag voor toeristische verhuur ook aangemerkt worden als een aanvraag om een onttrekkingsvergunning, tenminste als onttrekking in de gemeente vergunningsplichtig is. Geen hardheidsclausule Ook na inwerkingtreding van de wet bevat de Huisvestingswet 2014 geen hardheidsclausule (ook wel afwijkingsbevoegdheid). De gemeenteraad kan desgewenst in de huisvestingsverordening wel een hardheidsclausule opnemen. Met de inzet van de hardheidsclausule wordt wel aangeraden terughoudend te zijn.11
9 Regels met betrekking tot woonruimtevoorraadbeheer kunnen ook in het bestemmingsplan (straks: omgevingsplan) worden opgenomen, in dat geval moet een grondslag voor regulering worden gevonden in een in het geding zijnde ruimtelijk belang. 10 Artikel 23d. 11 Zie aanwijzing 76 uit de VNG-uitgave ‘100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgeving’, vierde editie 2023 en aanwijzing 5.25 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Beide documenten bevatten inhoudelijke suggesties voor de vormgeving van hardheidsclausules.
8
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Procedurele wijziging Momenteel moeten gemeenten de voorbereiding van de vaststelling of wijziging van de huisvestingsverordening al afstemmen met de woningmarktregio.12 In aanvulling hierop moet een gemeente na wijziging van de wet ook een advies vragen aan gedeputeerde staten. Het advies wordt gevraagd over de gevolgen van de huisvestingsverordening voor de regionale woningmarkt en over de eventueel in de verordening toe te passen voorrangsregels voor woningzoekenden met maatschappelijke of economische binding of vitale beroepsgroepen. Gedeputeerde staten hebben zes weken de tijd om advies uit te brengen. Er kan, goed gemotiveerd, van het advies van de gedeputeerde staten worden afgeweken. Ten slotte is in de memorie van toelichting verduidelijkt dat de gemeenteraad een aantal uitvoeringsaspecten, zoals de inwerkingtredingsdatum van een verordening, kan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Dit kan op grond van de algemene delegatiebepaling uit de Gemeentewet een plaats krijgen in de verordening.
12 Overigens moet er ook afgestemd worden met de binnen de gemeente actieve corporaties, woonconsumentenorganisaties en andere relevante organisaties.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9
Praktische overwegingen De wetswijziging vergroot de mogelijkheden voor gemeenten om te sturen op de woonruimteverdeling. Gebruikmaken van die mogelijkheden zal echter vaak betekenen dat gemeenten hun uitvoeringscapaciteit moeten vergroten, de nieuwe regels moeten immers ingevoerd, uitgevoerd en gehandhaafd worden. Bij de vormgeving van de regels over de huisvestingsvergunning voor de particuliere huursector en betaalbare nieuwbouw koopwoningen kan een gemeente in beginsel uit dezelfde gereedschapskist putten als bij de regels over de sociale huursector. Echter zijn niet alle mogelijkheden even gemakkelijk uitvoerbaar wanneer deze zich richten op de particuliere huursector en nieuwbouw koop. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld dat de gemeente kiest voor regulering middels het stellen van enkele toelatings- en passendheidseisen. Denk hierbij aan het stellen van een maximum inkomen bij betaalbare nieuwbouw koopwoningen, welke samenhangt met de koopprijsgrens, of het leggen van een link tussen de huurprijs en het inkomen in de particuliere huursector. Vervolgens moet er een verdeelsysteem opgezet worden, waarmee woningen op basis van deze regels aan woningzoekenden kunnen worden aangeboden. Particuliere eigenaren of verhuurders zullen echter niet in alle gevallen willen of kunnen deelnemen aan een bestaand verdeelsysteem voor sociale huurwoningen.
Verder is ook de vraag of zij zich zullen conformeren aan voorrangs- of urgentieregels zoals die zeer gebruikelijk zijn in de sociale huursector. Het vraagt dus een zorgvuldige afweging van wat noodzakelijk, geschikt maar ook uitvoerbaar is als een gemeente tot het stellen van regels op deze gebieden over wil gaan: • Aan de hand van de algemene rangordecriteria zoals inschrijfduur of woonduur wordt bepaald, in welke volgorde woningzoekenden (die geen voorrang hebben) in aanmerking komen voor de aangeboden woonruimte. • Na regels over wie er überhaupt een huisvestingsvergunning kan krijgen, kan een gemeente er voor kiezen om voorrangsregels toe te passen. Op grond van deze voorrangsregels krijgen bepaalde woningzoekenden voorrang bij de verlening van huisvestingsvergunningen. Zo kunnen er bindingseisen worden vastgesteld, waarbij maximaal 50% van de vergunningen met voorrang kunnen worden verleend aan mensen met een economische of maatschappelijke binding op het vastgestelde schaalniveau. • Voorrang voor bepaalde categorieën woningzoekenden is verder mogelijk in verband met de aard, grootte of prijs van de woonruimte. Nieuw is de voorrang voor vitale beroepsgroepen. • Het van toepassing verklaren van een urgentieregeling.
In het verlengde daarvan is van belang dat het verlenen van huisvestingsvergunningen en urgentieverklaringen voor de sociale huursector in veel gemeenten wordt gemandateerd aan de woningcorporaties.13 Wanneer de gemeente wil sturen op de particuliere huursector zal zij in beginsel echter zelf de vergunningverlening en het toezicht hierop vorm moeten geven. Het mandateren van deze werkzaamheden aan particuliere partijen ligt minder voor de hand, gezien de beperkte organisatiegraad van de particuliere huursector. Ook voor betaalbare nieuwbouw koopwoningen is mandateren niet evident. De gemeente zal in die gevallen dus zelf huisvestingsvergunningen moeten gaan verlenen. Ook het verdeelsysteem vraagt aandacht. Voor een goede werking van in het bijzonder de voorrangsregels is het van belang dat alle onder de vergunningplicht vallende woningen daadwerkelijk via het verdeelsysteem worden aangeboden. In de verordening kan voorgeschreven worden hoe de huurwoningen en de betaalbare nieuwbouw koopwoningen worden aangeboden. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om het gebruik van een specifiek aanbodsysteem voor te schrijven, of volstaan met algemene eisen zoals het gebruik van een openbaar toegankelijke website. Het is denkbaar dat het bestaande aanbiedingsstelsel van de woningcorporaties voorgeschreven wordt.
In het algemeen geldt dat meer gedetailleerde eisen altijd redelijk moeten zijn en ook meer gemeentelijke inspanningen op het gebied van toezicht en handhaving met zich mee kunnen brengen.
13 In lijn met artikel 19 van de Huisvestingswet 2014.
10
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Daarna is het de vraag wie het verdeelsysteem opzet en beheert en welke partij de matching (veelal bemiddeling) op zich neemt. Het ligt voor de hand dat de gemeente dit zelf doet, aangezien er buiten de wijze van aanbieden geen regels kunnen worden voorgeschreven in de verordening en de gemeente graag hier de controle over wil houden. Om zeker te zijn dat voorrangskandidaten een reële kans hebben om te reageren en dat urgenten worden geholpen is het goed denkbaar dat de gemeente zelf dit systeem beheert. In verschillende gemeenten wordt er al gereguleerd. Op Texel, waar er al langer koopwoningen onder de verordening vallen, wordt er gewerkt met een verplichte openbare bekendmaking van de vrijgekomen woningen. In Den Haag, waar de particuliere huursector ook gereguleerd wordt, bestaat er een meldplicht voor huurwoningen die de komende zes maanden vrijkomen. Dit brengt echter wel een behoorlijke toezicht- en handhavingsplicht met zich mee voor de gemeente. De afweging is dus ook of de regels handhaafbaar zijn.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl april 2024
Was-wordt-tabel wijziging Model Huisvestingsverordening (gewijzigd model, april 2024) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - Combinaties zijn ook mogelijk. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, blauw gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens groen gemaakt. Artikel 1 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: [- inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen;] - mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; [- onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;] - wet: Huisvestingswet 2014; - woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente; [- woningmarktregio: [beschrijving gebied].]
Bijlage 2/5 bij VNG-ledenbrief, april 2024 Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nieuwe tekst Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: [- eengezinswoning: [definitie];] [- huurprijsgrens: [de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag OF de aftoppingsgrens als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder b, van de Wet op de huurtoeslag OF de kwaliteitskortingsgrens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag OF [huurprijs op maandbasis]];] [- inschrijfduur: de duur dat een woningzoekende onafgebroken ingeschreven staat in het in artikel 4 bedoelde inschrijfsysteem;] [- inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen;] [- koopprijsgrens: [geldbedrag, maximaal het in artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 genoemde bedrag];] - mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; [- nieuwbouw koopwoning: nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte aangewezen in artikel 2;] [- onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;] [- particuliere verhuurder: een verhuurder niet zijnde een woningcorporatie;]
vng.nl
- tijdelijke omgevingsvergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.23a, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.36, tweede lid, van de Omgevingswet, verleend met een termijn van maximaal 15 jaren; - urgentieverklaring: de beschikking waarmee een woningzoekende is ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 12 van de wet; [- verkoper: de verkoper als bedoeld in titel 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;] [- vitale beroepsgroepen: [definitie van beroepsgroepen, bijvoorbeeld door verwijzing naar de CBS-indeling van beroepsgroepen of opnemen in bijlage en daarnaar verwijzen];] - wet: Huisvestingswet 2014; - woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente; [- woningmarktregio: [beschrijving gebied].] Na Hoofdstuk 2 wordt de titel van een nieuwe paragraaf ingevoegd (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit), luidende: Bestaande tekst Hoofdstuk 2. De huisvestingsvergunning
Nieuwe tekst Hoofdstuk 2. De huisvestingsvergunning [Paragraaf 2.1. De huisvestingsvergunningplicht]
Artikel 2 (artikel I, onderdeel C van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1. De volgende categorieën goedkope woonruimte, met uitzondering van standplaatsen voor woonwagens, mogen enkel voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend: a. woonruimten [in eigendom van woningcorporaties OF particuliere verhuurders] met een huurprijs beneden [de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag OF de aftoppingsgrens als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder b, van de Wet op
Bijlage 2/5 bij VNG-ledenbrief, april 2024 Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nieuwe tekst Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte [1.] De volgende categorieën van woonruimte mogen zonder daartoe strekkende huisvestingsvergunning niet voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven: [a. woonruimten in eigendom van woningcorporaties met een huurprijs [beneden de huurprijsgrens OF minder dan [huurprijs];] [b. woonruimten in eigendom van particuliere verhuurders met een huurprijs [beneden de huurprijsgrens OF minder dan [huurprijs];] [c. nieuwbouw koopwoningen met een koopprijs [van ten hoogste de
2/28
de huurtoeslag OF de kwaliteitskortingsgrens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag OF [huurprijs]]; [b. die gelegen zijn in de volgende delen van de gemeente: 1. […]; 2. […], en 3. […], en OF b. die gelegen zijn in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente], en [c. die [ten minste één van] de volgende kenmerken bezitten: 1. [omschrijving aard]; 2. [omschrijving grootte].] [2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet; b. onzelfstandige woonruimten; c. bedrijfswoningen; d. […].]
koopprijsgrens OF minder dan € [koopprijs];en] [d. […].] [2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet; b. onzelfstandige woonruimten; c. bedrijfswoningen; d. woonruimte, gelegen in de volgende delen van de gemeente: 1˚ […]; 2˚ […]; en 3˚ […]. e. standplaatsen; f. […].]
Artikel 3 (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking: a. woningzoekenden met een inkomen lager dan [inkomensgrens]; b. meerderjarige woningzoekenden, en c. […].
Nieuwe tekst Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning Variant 1 (vergunningplicht voor huurwoningen) Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestigingsvergunning slechts in aanmerking: a. woningzoekenden met een huishoudinkomen lager dan [inkomensgrens]; b. meerderjarige woningzoekenden; en c. […]. Variant 2 (vergunningplicht voor nieuwbouw koopwoningen) Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet komen voor een huisvestingsvergunning voor het in gebruik nemen van woonruimte als bedoeld in [verwijzing naar aanwijzing nieuwbouw koopwoningen in artikel 2] slechts in aanmerking woningzoekenden met een huishoudinkomen lager dan [inkomensgrens]. Variant 3 (vergunningplicht voor huurwoningen en nieuwbouw koopwoningen)
Bijlage 2/5 bij VNG-ledenbrief, april 2024 Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/28
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet komen voor een huisvestingsvergunning voor het in gebruik nemen van woonruimte als bedoeld in [verwijzing naar aanwijzing huurwoningen in artikel 2] slechts in aanmerking: a. woningzoekenden met een huishoudinkomen lager dan [inkomensgrens]; b. meerderjarige woningzoekenden; en c. […]. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet komen voor een huisvestingsvergunning voor het in gebruik nemen van woonruimte als bedoeld in [verwijzing naar aanwijzing nieuwbouw koopwoningen in artikel 2] slechts in aanmerking woningzoekenden met een huishoudinkomen lager dan [inkomensgrens]. Artikel 4, zesde lid, (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst 6. Indien een huurder een huurovereenkomst is aangegaan voor een zelfstandige woning als bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek in een gebouw waarvoor een tijdelijke omgevingsvergunning is verleend, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet als gevolg van het aangaan van de huurovereenkomst.
Na artikel 6 wordt de titel van een nieuwe paragraaf en een artikel ingevoegd (artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit), luidende: Bestaande tekst
Nieuwe tekst [Paragraaf 2.2. Verhuur van woonruimte] Artikel 6a. Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op woonruimte als bedoeld in [verwijzing naar aanwijzing huurwoningen in artikel 2].
Artikel 8 (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 8. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding Variant 1 Van de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte kan [percentage] van het aanbod met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of
Bijlage 2/5 bij VNG-ledenbrief, april 2024 Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nieuwe tekst Artikel 8. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding en vitale beroepen Variant 1 [1.] Van de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte kan [percentage, maximaal het in artikel 14, tweede lid, van
4/28
maatschappelijk gebonden zijn aan [omschrijving gebied (bijvoorbeeld benoemen woningmarktregio, gemeente of een tot de gemeente behorende kern)]. Variant 2 Van de volgende in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte: a. […]; b. […], en c. […] kan [percentage] van het aanbod met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan [omschrijving gebied (bijvoorbeeld benoemen woningmarktregio, gemeente of een tot de gemeente behorende kern)].
de wet genoemde percentage] van het aanbod met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan [omschrijving gebied (bijvoorbeeld benoemen woningmarktregio, gemeente of een deel van de gemeente)]. [2. Van de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte kan [percentage] van het aanbod met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente en [tenminste (aantal uren) per week] binnen de gemeente werkzaam zijn in een vitale beroepsgroep.] Variant 2 [1.] Van de volgende in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte: a. […]; b. […]; en c. […] kan [percentage] van het aanbod met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan [omschrijving gebied (bijvoorbeeld benoemen woningmarktregio, gemeente of een deel van de gemeente)]. [2. Van de volgende in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte: a. […]; b. […]; en c. […] kan [percentage] van het aanbod met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente en [tenminste (aantal) uren per week] binnen de gemeente werkzaam zijn in een vitale beroepsgroep.]
Artikel 9 (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 9. Voorrang bij urgentie [1. Voor de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. OF 1. Voor de volgende categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van
Bijlage 2/5 bij VNG-ledenbrief, april 2024 Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nieuwe tekst Artikel 9. Voorrang bij urgentie [Voor de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan houders van een urgentieverklaring. OF Voor de volgende categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan houders van een urgentieverklaring:
5/28
huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is: a. woonruimten [in eigendom van woningcorporaties OF particuliere verhuurders] met een huurprijs beneden [de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag OF de aftoppingsgrens als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder b, van de Wet op de huurtoeslag OF de kwaliteitskortingsgrens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag OF [huurprijs]]; [b. die gelegen zijn in de volgende delen van de gemeente: 1. […]; 2. […], en 3. […] OF b. die gelegen zijn in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente], en [c. die [ten minste één van] de volgende kenmerken bezitten: 1. [omschrijving aard]; 2. [omschrijving grootte].]] 2. Onverminderd artikel 12, derde lid, van de wet behoren tot de woningzoekenden, bedoeld in het eerste lid, vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet en de woningzoekende die zijn woonruimte heeft of zal moeten verlaten in verband met: a. een [medische EN/OF sociale EN/OF financiële] indicatie; b. een echtscheiding of de beëindiging van samenwoning, of c. de renovatie of onbewoonbaarheid van de huidige woonruimte.
a. woonruimten [in eigendom van woningcorporaties OF particuliere verhuurders] met een huurprijs beneden [de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag OF de aftoppingsgrens als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder b, van de Wet op de huurtoeslag OF de kwaliteitskortingsgrens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag OF [huurprijs]]; [b. die gelegen zijn in de volgende delen van de gemeente: 1˚ […]; 2˚ […]; en 3˚ […]. OF b. die gelegen zijn in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente], en [c. die [ten minste één van] de volgende kenmerken bezitten: 1˚ [omschrijving aard]; 2˚ [omschrijving grootte].]]
De artikelen 10 en 11 (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 10. Verzoek om indeling in een urgentiecategorie [1. Een verzoek om ingedeeld te worden in een urgentiecategorie wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.] 2. Het verzoek [om ingedeeld te worden in een urgentiecategorie] gaat vergezeld van de volgende gegevens:
Bijlage 2/5 bij VNG-ledenbrief, april 2024 Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nieuwe tekst Artikel 10. Verzoek om indeling in een urgentiecategorie (Vervallen) Artikel 11. Intrekken of wijzigen indeling in een urgentiecategorie (Vervallen)
6/28
a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de verzoeker; b. omvang van het huishouden van de verzoeker; c. aanduiding en motivering urgentiecategorie, en d. […]. 3. Bij de beoordeling van de gevraagde indeling in een urgentiecategorie kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen instantie. [4. Een beschikking tot indeling in een urgentiecategorie vermeldt in ieder geval: a. naam, adres en woonplaats van de woningzoekende; b. datum van het verzoek om indeling in een urgentiecategorie, en c. urgentiecategorie waarin de woningzoekende is ingedeeld.] Artikel 11. Intrekken of wijzigen indeling in een urgentiecategorie 1. Burgemeester en wethouders kunnen de beschikking tot indeling in een urgentiecategorie intrekken als de woningzoekende: a. niet langer als woningzoekende als bedoeld in artikel 9, eerste lid, is aan te merken; b. bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren, of c. [eenmaal OF tweemaal] een aanbod voor een passende woning heeft geweigerd. 2. Een woningzoekende kan, al dan niet op zijn verzoek, in een andere urgentiecategorie worden ingedeeld als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. 3.
Een beschikking tot indeling in een urgentiecategorie vervalt als de indeling in een urgentiecategorie vervalt of als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld. 4. Als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld, wordt aan hem een nieuwe beschikking verstrekt. Artikel 12 (artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12. Rangorde woningzoekenden
Bijlage 2/5 bij VNG-ledenbrief, april 2024 Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nieuwe tekst Artikel 12. Rangorde woningzoekenden
7/28
Variant 1 (beperkte regeling m.b.t. voorrang o.g.v. artikelen 7 en 8, waarbij het verder aan de verhuurders wordt overgelaten) 1. Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: a. als eerste komen in aanmerking woningzoekenden als bedoeld in artikel 8 aan wie ook overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt; b. als tweede komen in aanmerking overige woningzoekenden als bedoeld in artikel 8; c. als derde komen in aanmerking overige woningzoekenden aan wie overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt, en d. ten slotte komen in aanmerking andere woningzoekenden dan bedoeld onder a tot en met c. 2. Voor de gevallen waarin het eerste lid niet voorziet, stellen [verhuurders OF woningcorporaties OF particuliere verhuurders] nadere rangorderegels op om tot een rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen. Variant 2 (beperkte regeling m.b.t. voorrang o.g.v. artikel 9, waarbij het verder aan de verhuurders wordt overgelaten) 1. Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: a. als eerste komen in aanmerking woningzoekenden die zijn ingedeeld in een urgentiecategorie; b.
als op grond van onderdeel a meerdere woningzoekenden in aanmerking komen, wordt de rangorde als volgt bepaald: 1. als eerste komen in aanmerking vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet en woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, en
Bijlage 2/5 bij VNG-ledenbrief, april 2024 Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Variant 1 (beperkte regeling m.b.t. voorrang o.g.v. artikelen 7 en 8, zonder urgentieregeling waarbij het verder aan de verhuurders wordt overgelaten) 1. Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: a. als eerste komen in aanmerking woningzoekenden als bedoeld in artikel 8[, tweede lid,] aan wie ook overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt; b. als tweede komen in aanmerking woningzoekenden als bedoeld in artikel 8[, eerste lid,] aan wie ook overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt; c. als derde komen in aanmerking overige woningzoekenden als bedoeld in artikel 8[, tweede lid]; d. als vierde komen in aanmerking overige woningzoekenden als bedoeld in artikel 8[,eerste lid]; e. als vijfde komen in aanmerking overige woningzoekenden aan wie overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt; en f. ten slotte komen in aanmerking andere woningzoekenden dan bedoeld onder a tot en met e. 2. Voor de gevallen waarin het eerste lid niet voorziet, stellen [verhuurders OF woningcorporaties OF particuliere verhuurders] nadere rangorderegels op om tot een rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen. 3.
Burgemeester en wethouders weigeren een aangevraagde huisvestingsvergunning indien de aanvrager gelet op artikel 10, tweede lid, van de wet of het bepaalde in deze verordening niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt of de woonruimte niet overeenkomstig het bepaalde in deze verordening te huur is aangeboden. Variant 2 (beperkte regeling m.b.t. voorrang o.g.v. artikel 9, waarbij het verder aan de verhuurders wordt overgelaten) 1. Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een
8/28
2. als tweede komen in aanmerking de overige woningzoekenden die in een urgentiecategorie zijn ingedeeld[, waarbij voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 8], en c. als op grond van onderdeel b meerdere woningzoekenden met dezelfde rangorde in aanmerking komen, dan gaan woningzoekenden met een eerder afgegeven beschikking tot indeling in een urgentiecategorie voor op woningzoekenden met een later afgegeven beschikking. Daarna komen de andere woningzoekenden in aanmerking, in volgorde van de datum van afgifte van de beschikking tot indeling in een urgentiecategorie. 2. Voor de gevallen waarin het eerste lid niet voorziet, stellen [verhuurders OF woningcorporaties OF particuliere verhuurders] nadere rangorderegels op om tot een rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen. Variant 3 (uitgebreide regeling, waarbij de rangorde volledig of grotendeels op basis van de verordening bepaald wordt) 1. Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: a. als eerste komen in aanmerking woningzoekenden die zijn ingedeeld in een urgentiecategorie; b. als op grond van onderdeel a meerdere woningzoekenden in aanmerking komen, wordt de rangorde als volgt bepaald: 1.
eerst komen in aanmerking vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet en woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, en 2. daarna komen in aanmerking de overige woningzoekenden die in een urgentiecategorie zijn
Bijlage 2/5 bij VNG-ledenbrief, april 2024 Vereniging van Nederlandse Gemeenten
huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: a. als eerste komen in aanmerking houders van een urgentieverklaring [voor zover de urgentieverklaring de woningzoekende voorrang geeft bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor de aangeboden woonruimte]; b. als op grond van onderdeel a meerdere woningzoekenden in aanmerking komen, wordt de rangorde als volgt bepaald: 1° als eerste komen in aanmerking vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet en woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten; en 2° als tweede komen in aanmerking de overige woningzoekenden die in een urgentiecategorie zijn ingedeeld[, waarbij voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 8], en c. als op grond van onderdeel b meerdere woningzoekenden met dezelfde rangorde in aanmerking komen, dan gaan woningzoekenden met een eerder afgegeven urgentieverklaring voor op woningzoekenden met een later afgegeven urgentieverklaring. Daarna komen de andere woningzoekenden in aanmerking, in volgorde van de datum van afgifte van de urgentieverklaring. 2.