CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

14 INGETROKKEN Amendement warmtevisie Perspectief

Gemeenteraad 8 februari 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Amendementen en moties3.702 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INGETROKKEN Amendement “Verbeteringen voorstel Warmtevisie gemeente Horst aan de Maas” De raad van de gemeente Horst aan de Maas, in vergadering bijeen op 8 februari 2022, gelet op agendapunt 14 Voorstel tot het vaststellen van de Warmtevisie Horst aan de Maas, en gelet op artikel 25 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad. Constaterende dat: • Er nu een Warmtevisie gemeente Horst aan de Maas voorligt Overwegende dat: • Slagkracht voor het College belangrijk en op zich prima is. • Een besluit om een grote investering te doen nooit zodanig is dat binnen een uur een besluit genomen moet worden omdat het anders te laat • De warmtevisie sterker kan worden en meer ambitie kan uitstralen met de bijgevoegde aanpassingen besluit: aan het conceptbesluit van burgemeester en wethouders de volgende wijzigingen door te voeren in de tekst, zoals in de oorspronkelijke tekst, rood en cursief, is aangenomen, waarbij elke aanpassing een apart amendement behelst, wat de raad de mogelijkheid biedt voor of tegen te stemmen per onderwerp en voorkomt dat men tegen moet stemmen om een enkel punt. Horst, 8 februari 2022 Aldus ingediend door Thijs Lenssen, Perspectief Horst aan de Maas Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 december 2021 De raad voornoemd, De voorzitter, {HAND1}

De griffier, {HAND}

drs. R.F.I. Palmen

mr. R.J.M. Poels

Oorspronkelijke tekst met daarin voorgestelde wijzigingen: Voorstel 1. De bij dit voorstel toegevoegde Warmtevisie vast te stellen. Raadsvoorstel

stuknummer: 21.0008953 Aanleiding Klimaatverandering en het Klimaatakkoord van Parijs Als gevolg van decennialange uitstoot van broeikasgassen verandert het klimaat en dat is inmiddels voor iedereen voelbaar. De zomers in Nederland zijn steeds vaker droog en lang, en er komen steeds meer heftige, lokale regenbuien voor. Daarnaast worden onze winters korter en zachter. De samenleving moet op deze veranderingen in spelen, bijvoorbeeld door het anders telen van gewassen en het aanpassen van de inrichting van de openbare ruimte (o.a. opvang van regenwater, gescheiden rioolstelsel en het voorkomen van hittestress). Belangrijker nog is dat de opwarming van de aarde en klimaatverandering wordt ingeperkt. De (CO2-)uitstoot en dus het gebruik van fossiele brandstoffen door mensen, moet daarom drastisch worden teruggedrongen. Over deze terugdringing zijn internationale afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord van Parijs (2015), die Nederland heeft ondertekend. De CO2-uitstoot dient in 2030 met 49% te zijn teruggedrongen en met 95-100% in 2050 (1) ten opzichte van jaartal 1990. Nationaal Klimaatakkoord: de warmtetransitie van de gebouwde omgeving Via het nationaal Klimaatakkoord hebben de decentrale overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties zich achter deze doelstelling geschaard. Hiermee staan we samen aan de lat om de energievoorziening onze samenleving te verduurzamen.

De plannen zijn uitgewerkt aan 5 zogeheten klimaattafels waarvan de klimaattafel gebouwde omgeving er een van is. Voor de sectoren landbouw en industrie geldt dat zij zijn aangesloten bij andere klimaattafels en daarom de verduurzamingsopgaven via die weg aanpakken. (2) Voor Horst aan de Maas bewaken we dit door geen nieuwe initiatieven meer te vergunnen die niet gasloos zijn om te voorkomen dat de opgave in de komende jaren alleen maar groter worden. Tevens geven we als gemeente het voorbeeld door altijd te kiezen voor isolatie en besparing en geen nieuwe op organisch materiaal gebaseerde stookeenheden als bv eikelkachels te installeren, mede ivm de gezondheid. Onderdeel van het nationaal Klimaatakkoord is de afspraak om alle woningen en gebouwen (zoals kantoren, scholen en andere maatschappelijke accommodaties), binnen dertig jaar aardgasvrij te maken. Deze omschakeling noemen we de warmtetransitie. Warmtevisie: Verduurzaming van de woningen en gebouwen in Horst aan de Maas In het nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse gemeenten een Warmtevisie (officieel de Transitievisie Warmte) opstellen en vaststellen. Deze Warmtevisie richt zich op de verduurzaming van de gebouwde omgeving (woningen en gebouwen).

In de Warmtevisie beschrijft de gemeente besparingsmogelijkheden en de (overgebleven) hoeveelheid energie die nodig is om te voldoen aan de vraag naar warmte. Daarnaast wordt beschreven welke warmtebronnen ingezet worden en welke warmte- infrastructuur nodig is met als doel om in 2050 aardgasvrij te zijn. Het tussendoel dat is afgesproken in het Klimaatakkoord, is om in 2030 20 procent van de woningvoorraad, dus één op de vijf woningen, aardgasvrij(gereed) te hebben. (3) Er lopen hoopgevende pilots, waar echter ook het besparen altijd als nummer 1 zal staan. Het hoofddoel, besparen en minimaliseren van het gasverbruik geldt voor elke aanpak en de besparing zal dan ook leidend zijn. De geleidelijke overstap van aardgas naar duurzame warmte heeft als doel energie en CO2 te besparen en een energieneutraal Horst aan de Maas in uiterlijk 2050 dichterbij te brengen. Zodoende nemen we gefaseerd afscheid van de fossiele brandstoffen (met name aardgas) als vertrouwde en betrouwbare warmtebron. Daarmee slaan we nieuwe wegen in met de nodige onzekerheden. Of het lukt om voor 2050 aardgasvrij te zijn is van veel zaken afhankelijk, en onze invloed daarop is in sommige gevallen gering. We doen als gemeente dat wat in ons vermogen ligt, maar zijn afhankelijk van landelijke ontwikkelingen en stand van de techniek.

Beoogd resultaat Het doel dat we willen bereiken, is dat in 2050 de woningen en gebouwen in Horst aan de Maas niet meer met (fossiel) aardgas worden verwarmd, maar worden voorzien van duurzame warmte (4) en dit via de snelst mogelijke weg: Besparen. Besparen, besparen

De Warmtevisie geeft richting aan deze transitie. De warmtetransitie slaagt alleen als het voor iedereen haalbaar en betaalbaar is en als iedereen mee kan doen. Op dit moment is dat nog niet overal het geval. (5) vooruitlopend op de nagenoemde landelijke regelingen zal de gemeente kijken wat nodig is om de benodigde investeringen rente vrij te verstrekken en via besparingen terug te laten betalen, zodat geen lastenverzwaring aan de orde is. Er moeten landelijk (vanuit het Rijk) nog financiële voorwaarden ingevuld worden om de overstap betaalbaar te maken. Als gemeente wachten we bovendien nog op wetgeving die het voor ons mogelijk maakt om meer sturing te geven aan de warmtetransitie in onze buurten. We pakken de opgave in de Warmtevisie daarom via drie sporen op en starten waar het wél kan. ( 6 ) Ter ondersteuning en motivatie van de inwoners, zal nadrukkelijk gekeken worden of de last van aanvragen van vergunningen kan worden teruggebracht en vervangen door algemeen beschreven regels en meldingen, zonder publicaties en kosten. Daar waar de overstap naar aardgasvrij nog niet haalbaar en betaalbaar is, gaan we op zoek naar tussenstappen of een hybride oplossing. Een belangrijke eerste stap is het toepassen van isolatie en andere vormen van energiebesparing.

Argumenten 1.1 De Warmtevisie is het startpunt van de warmtetransitie in Horst aan de Maas Het vaststellen van een Warmtevisie is een verplichting die voortvloeit uit het Klimaatakkoord. De Warmtevisie markeert het startpunt van de gemeentelijke warmtetransitie en omschrijft hoe we op korte termijn (t/m 2030) aan de slag gaan met het verduurzamen van woningen en gebouwen (zoals kantoren, scholen en andere maatschappelijke accommodaties (7) en verwarmde bedrijfsgebouwen). Dit doen we náást het uitwerken van de ambities uit KODE (Kader voor de Opwek van Duurzame Elektriciteit). Daarmee draagt de Warmtevisie bij aan het realiseren van de duurzaamheidsdoelstellingen en zorgen we ook voor de wereld om ons heen. Uit de Warmtevisie blijkt ook dat de warmtetransitie complex is en we nog veel moeten leren. Deze Warmtevisie is daarmee een eerste aanzet. Over uiterlijk 5 jaar actualiseren we de Warmtevisie met technische en financiële ontwikkelingen en nemen we de opgedane ervaringen en kennis mee in het vervolg. 1.2 We richten ons tot 2030 op 3 strategische sporen om te verduurzamen De ambitie en uitgangspunten zijn vertaald in drie strategische sporen (A, B en C). Met het doorlopen van de verschillende sporen willen wij de ambitie om 20 procent van de verduurzamingsopgave voor 2030 in Horst aan de Maas aanpakken.

De gemeente is hierbij ook afhankelijk van veel partijen en ontwikkelingen aangaande de financiering en wetgeving rondom de warmtetransitie. Als gemeente nemen wij daarom de regie in de stappen die nu al genomen kunnen worden. Spoor A: gemeente brede aanpak Binnen de gehele gemeente zijn veel woningeigenaren al bezig met het verduurzamen van hun woning. We willen dit natuurlijk tempo van verduurzaming versnellen door de particuliere woningeigenaren gerichter handelingsperspectief te geven. Hiermee creëren we tevens meer bewustzijn, draagvlak en momentum in de warmtetransitie. Omdat wij vinden dat iedereen moet kunnen meedoen richten we ons ook op het voorkomen van energiearmoede. Dit doen we (samen met het energieloket) door gericht te adviseren, betaalbare oplossingen te bieden en te wijzen op de financieringsmogelijkheden voor verduurzaming. (8) Concreet betekent dit dat er gewerkt wordt aan het ontzorgen van de inwoners door te werken aan eerder genoemde vereenvoudiging van regelgeving en vergunningen en door de inwoners, waar nodig, bij de hand te nemen en persoonlijk te helpen met het vinden van financiële oplossingen d.m.v. subsidies en offerteaanvraag en dergelijke. Hiervoor zullen/kunnen middelen gebruikt worden die werken aan bewustwording zoals het langs de deuren gaan en daar gratis radiator isolatie aan te brengen met als doel te komen tot een gesprek met uitleg.

We zullen onderzoeken of dit mogelijk is met een systeem van bv energie ambassadeurs. We doen dit omdat het direct tot (kleine ) besparingen leidt en vooral de directe aanzet kan zijn tot verdergaande plannen. Die steun achten wij noodzakelijk.

Deze gemeente brede aanpak voeren we samen uit met de woningcorporaties, de energiecoöperatie en het energieloket (Duurzaam Bouwloket). Daarnaast betrekken we ook de lokale particuliere bedrijvensector zoals banken, makelaars, installateurs en aannemers. ( 9 ) Gezien de grote te behalen voordelen van een versnelde aanpak zullen we nagaan met marktpartijen welke voordelen uit een grootschalige collectieve aanpak is te behalen. Spoor B: pilot en onderzoeken op weg naar aardgasvrij (o.a. Kronenberg) Spoor B bestaat uit enerzijds het vervolgen van de pilot aardgasvrij die is opgezet door het inwonerinitiatief Energie Kronenberg en anderzijds uit het opzetten van onderzoek naar aardgasvrij. We sluiten niet uit dat er nog een tweede pilot wordt opgezet als Kronenberg een succes blijkt te zijn (10) Het aandeel aardgasvrije woningen bedraagt nu xxxx, zijnde y% van het totaal aantal woningen .Indien Kronenberg daar volledig aan wordt toegevoegd, zal dit aantal xyxy bedragen Praktisch gezien zullen we dus een aantal nieuwe projecten moeten starten, die echter allemaal beginnen met een maximale isolatie van de betrokken woningen. Reden waarom wij maximaal op besparen willen inzetten. Het onderzoek naar aardgasvrij richt zich op de mogelijke toepassing voor collectieve warmtenetten in Horst aan de Maas na 2030.

Denk hierbij aan warmtewinning middels aquathermie uit de Maas, riothermie en andere duurzame warmtebronnen. Daarnaast onderzoeken we (ook voor de kortere termijn) de koppelkansen met de glastuinbouw (11) Bij deze koppelkansen met de glastuinbouw gaan we echter uit van energie die vrijkomt los van fossiele of organische oorsprong. Daarnaast zijn we van mening dat zo min mogelijk energie gestoken moet worden in tijdelijke oplossingen en alle energie moet gaan richting echte definitieve oplossingen die ook decennia zekerheid bieden. (11) Ondanks eerder vermelde onderzoeken richten we ons hoofdzakelijk op de all electric oplossingen die als beste kansen uit eerdere studies naar voren zijn gekomen. Spoor C: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten of doelgroepen Bovenop de gemeentebrede aanpak (spoor A) selecteren we maximaal drie locaties/woningtypen waar snel en op een systematische manier grotere aantallen woningen kunnen worden geïsoleerd. Hier organiseren we een intensief en persoonlijk participatietraject voor inwoners. Doel is om iedere woningeigenaar een gedetailleerd beeld te geven van de benodigde isolatie- (en ventilatie)maatregelen, kosten, opbrengsten en financiering. We vinden het belangrijk dat de warmtetransitie voor iedere inwoner haalbaar en betaalbaar is.

We willen energiearmoede voorkomen en ook dat er een tweedeling in de maatschappij ontstaat waarbij alleen mensen met voldoende financiële middelen van de aanpak profiteren. Daarom werken we ook binnen dit spoor (samen met het energieloket), specifiek voor woningeigenaren met een kleinere beurs, betaalbare oplossingen en adviezen uit. Tevens brengen we (specifieke) financieringsmogelijkheden onder de aandacht. Energie-armoede zal daarom ook meespelen in de uiteindelijke keuze voor de locatie(s). (12) Hier gelden dezelfde principes als eerder aangegeven onder spoor A en B, met dit voordeel dat er makkelijker groepsgewijs kan worden gewerkt. 1.3 Met de Warmtevisie bieden wij inwoners handelingsperspectief In de Warmtevisie wordt, op basis van woningtype, handelingsperspectief geboden zodat gebouweigenaren nu al aan de slag kunnen met het nemen van maatregelen om hun gebouw te verduurzamen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld isoleren of elektrisch koken. Inwoners hebben aangegeven dat handelingsperspectief wenselijk is. We zorgen ervoor dat ons energieloket (Duurzaam Bouwloket) op de hoogte is van de beoogde toekomstige warmtebron en zij zullen dit ook naar de inwoners zal uitdragen. (13). Wij nemen ook mee dat er kosten effectief gedacht moet worden.

Elektrisch koken is daarbij een noodzakelijke stap om gasvrij te raken, maar bespaart in eerste instantie niet bijzonder veel en brengt vervroegt een extra druk op het stroomnet (pieklast) De aandacht zal dus eerst gaan naar besparing van warmte. 1.4 Professionele partners en inwoners zijn betrokken De warmtetransitie is van ons allemaal, daarom hebben we onze inwoners en professionele partners (zoals woningcorporaties en de netbeheerder) laten meedenken en meedoen bij het tot stand komen van de Warmtevisie. Zonder de inzet en betrokkenheid van hen krijgen we het niet voor elkaar om de

gebouwen in de gemeente op tijd te verduurzamen. Voor de Warmtevisie hebben we de kennis en inzichten van inwoners en partners gebruikt bij het inventariseren van de kansen en risico’s en het bepalen van de koers. 1.5 In de Warmtevisie is ingezet op de laagste maatschappelijke kosten De betaalbaarheid is één van de belangrijkste criteria om draagvlak te vinden. We hebben zorgvuldig onderzocht welk transitie pad in welke buurt de beste keuze is met de kennis van nu en daarbij de laagste maatschappelijke kosten heeft. Voor deze technisch-economische analyse hebben we gebruik gemaakt van een uniforme analysemethode die door het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) in samenwerking met het Expertisecentrum Warmte (ECW) is ontwikkeld, de zogenoemde “Startanalyse”.

De Startanalyse is gekoppeld aan geverifieerde data en kengetallen van alle buurten in Nederland. Denk hierbij aan zaken zoals woningtype, potentiële warmtebronnen, infrastructuur, bouwjaren en bebouwingsdichtheden. Deze data is vervolgens aangevuld met een lokale data die we samen met onze stakeholders hebben verzameld. Uit deze analyse en de gesprekken met stakeholders komt naar voren dat voor nagenoeg alle buurten in Horst aan de Maas de ‘All-electric’ variant de laagste maatschappelijke kosten met zich meebrengt. ‘All-electric’ betekent dat het pand elektriciteit gebruikt als warmtebron en daarmee een warmte-opwekinstallatie in het pand nodig is die alleen elektriciteit gebruikt. Dit scenario brengt met zich mee dat er geen collectieve, gelijktijdige overstap op de nieuwe warmtebron hoeft te worden gemaakt (zoals bijvoorbeeld bij een warmtenet) en eigenaren in principe zelf het tempo van verduurzaming van hun pand kunnen bepalen (14).Voor appartementen gebouwen ligt dit uiteraard anders 1.6 Met Kronenberg aan de slag als eerste pilotwijk; draagvlak en bottom up. We vinden het belangrijk dat het initiatief vanuit de samenleving komt en dat er draagvlak in een buurt is of bij een doelgroep voordat we met de uitvoering starten. Naast de aanpak van de isolatieopgave willen wij een start maken met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving.

Het inwonersinitiatief EnergieKronenberg heeft zich als doel gesteld om Kronenberg in 2030 energieneutraal te zijn en in 2040 helemaal aardgasvrij. De warmtebron die voor de panden in Kronenberg gebruikt gaan worden zal een ‘all-electric’ variant zijn. De komende jaren worden hier zoveel mogelijk panden geïsoleerd en uitgerust met een (hybride) warmtepomp. Het tempo van de verduurzaming zal afhangen of Kronenberg wordt toegelaten tot het Programma Aardgasvrij Wijken (PAW). De uitslag van deze aanvraag volgt begin 2022. Met deze pilot in Kronenberg willen we niet alleen over techniek en financiering leren, maar ook hoe we inwoners kunnen laten participeren. Kanttekeningen 2.1 We verwachten financiële en juridische middelen vanuit het Rijk De Warmtevisie is opgesteld in een tijd dat de overstap naar aardgasvrij nog lang niet overal mogelijk is. Er moeten landelijk nog financiële voorwaarden ingevuld worden om de overstap voor iedereen betaalbaar te maken. Als gemeente wachten we bovendien nog op wetgeving die het voor ons mogelijk maakt om meer sturing te geven aan de warmtetransitie in onze wijken. We zitten dus in een “tussenfase” waarin we wel voortgang willen boeken, maar ook moeten accepteren dat wij als gemeente niet in ons eentje de snelheid kunnen bepalen. Bij het Rijk dringen we actief aan op verdere invulling van de financiële en wettelijke randvoorwaarden.

Na 2021 is er een structurele vraag naar extra personeelsinzet op dit thema. Om de ambities vanuit het Klimaatakkoord waar te maken zou na vaststelling van deze Warmtevisie direct begonnen moeten worden met de uitvoeringsplannen. Hiervoor is op dit moment echter nog geen dekking. Het nieuwe kabinet dient te beslissen over de hoogte van de bijdrage aan gemeenten voor de uitvoeringslasten uit het Klimaatakkoord. (15) Vanuit onze eigen verantwoordelijkheid naar de burgers, zullen we echter niet met alle mogelijke maatregelen wachten op de uitslag van de rijksoverheid. Dit omdat we dan gewoon tijd tekort komen in een steeds schaarser wordende markt. Die pro-actieve houding zijn we onze burgers schuldig.

2.2 We willen energiearmoede voorkomen Energiearmoede refereert naar huishoudens met een kleine beurs die een groot deel van hun inkomen kwijt zijn aan de energierekening. We vinden het belangrijk dat de warmtetransitie voor iedere inwoner haalbaar en betaalbaar is. We willen energiearmoede voorkomen en daarom borgen we in onze uitvoeringsplannen dat er extra aandacht uitgaat naar inwoners die mogelijk hiermee te maken hebben of krijgen. Vanuit het Rijk verwachten we bovendien nog aanvullend handelingsperspectief en financiële middelen om energiearmoede te voorkomen. Op deze manier zorgen we ervoor dat iedereen in onze gemeente mee kan blijven doen. De provincie Limburg start een onderzoek naar de manier waarop energie-armoede het meest effectief kan worden aangepakt of worden voorkomen. De resultaten van dit onderzoek zijn naar verwachting in de loop van 2022 beschikbaar voor gemeenten. Wij zullen de resultaten van dit onderzoek gebruiken in de verdere uitwerking van onze aanpak. (16) Door de eerder genoemde huis aan huis hulp voor radiator isolatie komen we snel met veel burgers in contact en krijgen we ook zicht op deze energiearmoede. Door een intensieve wijk aanpak samen met duurzaam wonen verwachten we deze energie armoede zo veel mogelijk te voorkomen.

5.1 We houden nauw contact met Enexis inzake de netcapaciteit All-electric als warmtealternatief is toepasbaar in Horst aan de Maas en biedt mogelijkheden in de periode tot 2030 en daarna. In de meeste buurten moeten de elektriciteitsnetten verzwaard worden om een all-electric oplossing mogelijk te maken. Dat is ook nodig wanneer we meer elektrische auto’s gaan gebruiken en opladen. De afstemming met netbeheerder is dus cruciaal en daarom blijven we in gesprek met Enexis. (17) Om de netbelasting beter in balans te brengen zullen we actief met ENEXIS onderzoeken of we piekbelasting weg kunnen nemen door het plaatsen van opvang batterijen en het eenvoudig maken van het vergunningen traject al of niet gekoppeld met lokale waterstofproductie. Dit neemt (een deel van ) de piektoevoer weg, maar levert ook de mogelijkheid lokaal te leveren voor bv elektrische auto’s, nog los van kostprijs voordelen. Financiële consequenties Aan het opstellen van de Warmtevisie met de bijbehorende acties zijn (proces)kosten verbonden. Deze proceskosten voor het opstellen van de Warmtevisie zijn gedekt uit lopende begroting. De proceskosten voor de uitvoering van de Warmtevisie zijn aanzienlijk en nog niet in detail in beeld. Dekking is sterk afhankelijk van de in het klimaatakkoord toegezegde rijkscompensatie voor de ‘uitvoeringskosten klimaatakkoord’.

Conform het ROB- advies zouden gemeenten met ingang van 2022 hiervoor een aanzienlijke specifieke doeluitkering ontvangen. Een en ander is sterk afhankelijk van huidige kabinetsformatie. In de meerjarenbegroting 2022-2025 is derhalve nog niet voorzien in budgetten en dekking. (18) We overwegen een voorfinanciering indien het rijk te traag reageert. Dit is nodig om tempo te maken en te behouden en we zijn bereid daarvoor een risico, nog voor te leggen aan de raad, De mate is nog te bepalen. Naast proceskosten voor ons als gemeente vraagt de warmtetransitie ook grote investeringen vanuit de samenleving. De warmtetransitie vraagt de komende jaren investeringen voor isolatie, installaties of de aanleg van nieuwe warmtebronnen en infrastructuur. De Rijksoverheid speelt een belangrijke rol om de overstap naar een aardgasvrije gebouwde omgeving financieel haalbaar te maken. (19) We zijn er echter van overtuigd dat dit grotendeels met geleend geld kan plaats vinden, wat in redelijke termijnen is af te lossen en indien renteloos geregeld, niet tot lasten verhoging hoeft te leiden. Vervolgtraject / communicatie Met het doorlopen van de drie sporen willen wij de ambitie om 20 procent van de (20) verduurzamingsopgave voorhuizenvoorraad aardgasvrij te maken in 2030 in Horst aan de Maas aanpakken.

Na vaststelling van de Warmtevisie voeren we samen met de inwoners, de woningcorporaties en andere betrokken partijen een verkenning (naar o.a. draagvlak) uit naar wijken/clusters die aansluiten bij de opgave en de gestelde voorwaarden. (21) De eerder vermelde acties om te versnellen zetten we echter direct in gang, mede omdat het grootste deel individuele acties zijn als het gaat om besparen.

Daaropvolgend werken we vervolgens een uitvoeringsplan uit waarin we de te zetten stappen uitwerken. We verwachten in ieder geval de volgende communicatiemiddelen in te zetten: • Website Duurzaam Bouwloket: het Duurzaam Bouwloket biedt bewoners ondersteuning voor de verduurzaming van de woning. • Website van de gemeente: via de website houden we de inwoners en andere partijen onder meer op de hoogte van de voortgang van de warmtetransitie, de aanpak en de mogelijkheden om zelf stappen te zetten. • Lokale kranten en andere papieren media. • Klankbordgroepen: bij het opstellen van de uitvoeringsplannen richten we klankbordgroepen van inwoners en ondernemers in. Daarbij streven we naar een zo representatief mogelijke vertegenwoordiging van de buurten. • Enquêtes: we gebruiken enquêtes om de standpunten en ideeën van inwoners en ondernemers op te halen. • Social media, nieuwsbrieven en informatiekranten: we informeren inwoners en ondernemers regelmatig via de reguliere mediakanalen. • (22) De directe benadering via acties richting particulieren en wijken zal een zeer belangrijke factor worden in de ze communicatie en het ontzorgen, vooral in de race van besparen, zowel op gas als financiële middelen.

Burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas, De burgemeester, drs. R.F.I. Palmen De secretaris, mr. L.M.C. Beckers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11202280/1