CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

13c Bijlage 1 RIB.20.055 Ruimtelijk plannen Maas Grubbenvorst-Lottum

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het Ontwikkelkader Weerden Grubbenvorst en Lottum.6.318 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stuknummer: 20.0001339 --

Raad 02-06-2020 RIB.20.055

raadsinformatiebrief van

: Burgemeester en wethouders

portefeuillehouder

: E. Beurskens

aan

: De leden van de gemeenteraad

datum

: 27/02/2020

steller

:

status

: Actieve informatie

openbaar

: Ja

Onderwerp RIB Concretisering van ruimtelijke plannen voor Grubbenvorst en Lottum in het gebied grenzend aan de Maas. Daarbij willen we een ruimtelijk beeld van het gebied schetsen, en een eerste raming krijgen van mogelijke kosten met daarbij mogelijke kostendragers.

Aanleiding Het coalitieprogramma 2018-2022 van Horst aan de Maas zet in op kansen voor de kernen Grubbenvorst en Lottum in relatie tot te nemen mogelijke waterstand verlagende maatregelen. Dit met als doel om:  Het dorpsgezicht van Grubbenvorst naar de Maas te keren.  Toeristisch- economische ontwikkeling in het gebied te stimuleren  Een aantrekkelijke natuurontwikkeling te stimuleren  Voldoende ruimte te bieden voor de agrarische sector.  Kijken naar mogelijkheden voor natuurinclusieve landbouw De kwaliteit van de omgeving en het behoud van waardevolle cultuurlandschappen staan hierbij voorop. Aanpak (wat gaan we doen) We gaan aan de hand van gestelde randvoorwaarden (zie in notubox: Ruimtelijke plannen Maas Grubbenvorst/Lottum) in gesprek met belanghebbenden in het gebied en belangenvertegenwoordigers (o.a. agrarische sector, delfstoffen sector, toeristische ondernemers, RWS, Waterschap, etc.) om te komen tot een integrale ruimtelijke visie. Daartoe zullen deels individuele gesprekken plaatsvinden, anderzijds zullen er ook een aantal grotere openbare bijeenkomsten met meerdere belanghebbenden gepland worden. Om het project te bemensen zullen we een gemeentelijk projectleider aanstellen en schakelen we voor het meer inhoudelijke werk een extern ter zake deskundig bureau in met ervaring in brede omgevingsprocessen.

Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA

Postadres / PostCodePA PlaatsPA

T TelefoonNummer

F FaxNummer

Pag. 2 van 4

Toelichting Met de eerste globale schetsen en denkrichting werd al in 2006 door de Raad ingestemd als onderdeel van de vaststelling van het Initiatiefplan Noordelijke Zandmaas. Rond 2005 bestond in onze gemeente enige zorg over de trage voortgang van de Maaswerken als uitvoeringsprogramma van de maatregelen na de hoogwaters van 1993 en 1995. De ondermaatse veiligheid van een aantal panden in Broekhuizen stond onder andere hoog op de agenda. Daarom werd een inventarisatie gemaakt van plannen die de veiligheid langs de Maas in de regio tot en met Venlo en Baarlo/Kessel zouden moeten verbeteren. De insteek hierbij was om “zoet en zuur” met elkaar te verbinden door de hoogwater maatregelen te combineren met economische ontwikkelingen en met nieuwe (gebruiks-) natuur in het verlengde van het “Maascorridor” programma. Dit resulteerde in het Initiatiefplan Noordelijke Zandmaas dat in 2006 zowel in de gemeenteraad van Horst aan de Maas als in Provinciale Staten werd vast gesteld. Onderdeel van dit plan waren onder andere de Centrale Verwerkingsinstallatie bij Grubbenvorst, (de gebiedsontwikkeling) Ooijen-Wanssum en de rivierverruimingsprojecten bij Grubbenvorst en Lottum. In Horst aan de Maas wordt naar verwachting de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum op het eind van 2020 opgeleverd. Met de aanleg van de CVI is in april 2018 gestart.

De plannen voor Grubbenvorst en Lottum zijn tot op heden niet verder uitgewerkt. Diverse projecten van het Initiatiefplan Noordelijke Zandmaas zijn inmiddels in uitvoering of zelfs geheel gerealiseerd. Buiten onze gemeente gaat het om de hoogwatergeul Raayweide in Blerick en om Maaspark Well in de gemeente Bergen. Hoewel de projecten binnen onze gemeente in de structuurvisie zijn opgenomen, is de uitwerking van Grubbenvorst en Lottum mede als gevolg van de ontwikkelingen rond het Deltaprogramma en door de beëindiging van het koploperproject Venlo nog niet ter hand genomen. Om toch actief te kunnen inspelen op kansen en mogelijkheden in de toekomst is het noodzakelijk om de gemeentelijke ambities voor het gebied meer handen en voeten te geven. Hoogwaterveiligheid staat daarbij als gevolg van de laatste ontwikkelingen en inzichten niet meer voorop, maar wordt meer een afgeleide van de gewenste ruimtelijke en economische doelstellingen langs de Maas. In het coalitieprogramma 2018-2022 voor Horst aan de Maas is een bestuurlijke aanzet gegeven voor concretisering van de ambities in de structuurvisie.

In Grubbenvorst heeft een burgerinitiatief geleid tot een reeks van ideeën en kansen. Vanuit het dorp Grubbenvorst is door een initiatiefgroep (gezicht naar de Maas) en inwoners enthousiast gewerkt aan allerlei ideeën en mogelijkheden om de ontwikkelingen langs de Maas gestalte te geven. Deze zijn samengevat in een handzaam en illustratief rapport dat mede als input zal dienen voor het omgevingsproces. De verwachtingen ten aanzien van de uitvoering van een project waarmee Grubbenvorst met het gezicht naar de Maas komt te liggen zijn hoog gespannen bij betrokken ondernemers en andere belanghebbenden in het dorp. In Lottum staat men voor zo ver nu bekend neutraal ten opzichte van nieuwe ontwikkelingen langs de Maas.

2

Pag. 3 van 4

Er is op de korte termijn geen uitzicht op uitvoering van rivierkundige maatregelen bij Grubbenvorst en Lottum. Vanuit het Deltaprogramma hebben maatregelen bij Grubbenvorst en Lottum tot op heden geen prioriteit gekregen. Zowel het Rijk als de provincie zijn zich aan het heroriënteren op de meest efficiënte en maatschappelijk aanvaardbare maatregelen voor de veiligheid van de Maas. Daarbij staan ook de gevolgen van de verschillende klimaatscenario’s voor de waterstanden in de Maas opnieuw ter discussie. Ook wordt steeds meer gekeken naar andere mogelijkheden om het hoogwater risico te beperken Sinds het aantreden van het nieuwe kabinet zet de minister in op een brede rivier gerichte aanpak (programma Integraal Rivier Management/ IRM), waarbij meer dan in het verleden de scheepvaart belangen worden meegewogen. Binnen het Deltafonds is vanaf 2028 375 mio beschikbaar voor alle Nederlandse rivieren. De ervaringen met het hoogwater dossier vanaf 1995 leiden met een gezond realisme tot een voorzichtig verwachtingspatroon voor wat betreft de kans op uitvoering met Rijksmiddelen, tempo van andere bepalende processen, en voor wat betreft het belang van de Maas op nationale schaal. Hoogwatermaatregelen zijn voor de veiligheid in Horst aan de Maas niet meer noodzakelijk en het belang stroomopwaarts zal in de toekomst nog moeten blijken.

Met het op niveau brengen van de dijken in het Hoog Water Beschermings Programma (HWBP) wordt de rivierkundige opgave voor onze regio minimaal tot 2050 ingevuld. Door de robuuste aanpak van de dijkverbetering in het HWBP is de veiligheid van de regio gewaarborgd. Het is van veel variabelen en rekenmodellen afhankelijk of er vervolgens nog een opgave voor de regio overblijft. De provincie heeft op dit moment alle betrokkenheid bij nieuwe projecten opgeschort tot hierover meer duidelijkheid is. Voor de veiligheid in de gemeente Horst aan de Maas ligt er, na Ooijen-Wanssum en de dijkversterking in Lottum en Grubbenvorst, geen grote opgave meer. Financiële consequenties In het collegeprogramma 2018-2022 is opgenomen dat de gemeente in het kader van de Maasbeveiliging meewerkt aan de Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum (GOV) en de rivierverruimingen bij Grubbenvorst en Lottum. Dit om de kansen ter versterking van het toeristische en recreatieve aanbod en het opwaarderen van het landschap optimaal te benutten. In thema 3 Toerisme is budget ter beschikking gesteld voor de concretisering van onder andere deze ruimtelijke plannen. Het voorbereidingskrediet zal uit dit budget worden gedekt. Eventuele investeringen die voortvloeien uit deze concretisering zullen via de kadernota aan uw raad worden voorgelegd.

3

Pag. 4 van 4

Vervolgtraject / communicatie Planning (onder voorbehoud van ontwikkelingen a.g.v. corona) Mei 2020 Mei/juni 2020 Juli 2020 December 2020 Maart 2021 Mei/juni 2021

aanwijzen projectleider en verstrekken opdracht aan extern bureau voorbereiden projecten start gesprekken met belanghebbenden start uitwerking ontwikkelrichtingen opleveren concept (gebiedsvisie) besluitvorming over voortgang in Raad

Bij de start van het project zal een communicatieplan worden opgesteld. Daarbij zal er aandacht zijn voor:  Media aandacht bij de start van het project  Betrokkenheid creëren bij inwoners en stakeholders van het project.  Regelmatige informatie over de voortgang van het proces  Informatie over tussen- en einduitkomst van het traject.  Informeren over de wijze van besluitvorming en verdere voortgang.

Bijlagen Diverse bijlagen in Notubox te raadplegen: Ruimtelijke plannen Maas Grubbenvorst/Lottum.

4

Notitie tbv/nav gesprek Ron Agtersloot 30 oktober 2019 Rivierkundige situatieschets in wijde omgeving Horst aan de Maas Vraag: in hoeverre vereisen rivierveiligheidseisen of afspraken een grootschalige vergraving en/of aanleg van Geulen in Grubbenvorst en Lottum. Hoeveel ontwerp- en inrichtingsvrijheid is er? Kan een grootschalige vergraving bijdragen aan lagere kades? Is er een risico dat als de komende jaren met ontwerp inrichting wordt gestart dit over enkele decennia “op de kop” moet vanwege de rivierveiligheid? Dit wordt hieronder verkend. Kadeverhogingen 1. Voor de meeste Maastrajecten geldt dat de veiligheid nu (anno 2019) op orde is tot 2050 (Venlo, Blerick, Grubbenvorst-Lottum).1 De vereiste veiligheid is in deze trajecten bereikt zonder (toekomstige) vergraving bij Grubbenvorst/Lottum in te boeken. 2. Voor de trajecten die op dit moment nog niet op 2050 niveau zijn is bepaald dat die uiterlijk in 2024 veilig moeten zijn (Groot Boller, Velden Lomm). Dat is zo snel dat eventuele vergraving van Lottum/Grubbenvorst te laat zou komen om nog tot lagere kades op deze trajecten te leiden. Aan zo’n ruimtelijke maatregel gaat namelijk een lange voorbereidingstijd vooraf. Overigens is Groot Boller een industrieterrein zodat een lagere kade op die locatie (ten behoeve van minder visuele of landschappelijke hinder) niet veel toevoegt. 3.

Bij de tweedeling zoals die hierboven is aangebracht vallen geen trajecten tussen wal en schip; alle trajecten vallen in ofwel de ene categorie ofwel de andere. Conclusie: tot aan het jaar 2050 kan een vergraving van Lottum/Grubbenvorst geen effect hebben op kadeverhogingen. Alternatieve systeemmaatregel 4. Er wordt door RWS gezocht naar overstroombare gebieden. Het kassengebied van Velden is in dat kader aangewezen. Daartegen is bezwaar geuit. Geopperd is dat vergraving van Lottum/Grubbenvorst een geschikt alternatief kan zijn, in combinatie met de Hoogwatergeul Venlo-Velden. Overstroombare gebieden moeten echter binnendijks liggen terwijl Lottum/Grubbenvorst buitendijks ligt. Daarnaast: de systeemmaatregelen zijn nodig om de waterstanden bij heel hoge afvoeren af te toppen, zodat de hoogwatergolf in benedenstroomse richting lager blijft. Een nevengeul uitgraven werkt alleen in bovenstroomse richting verlagend door. Een weerdverlaging en nevengeul bij Grubbenvorst zorgt er zelfs voor dat het water ter plaatse van de verruiming wat sneller gaat stromen en wat eerder en hoger benedenstrooms aankomt. Conclusie: een vergraving van Lottum/Grubbenvorst is niet geschikt als (alternatieve) systeemmaatregel. Langetermijnlijst 5. De langetermijnlijst bestaat uit een bundeling van factsheets die mogelijke ruimtelijke maatregelen beschrijven.

Ook aan de weerden van Lottum en Grubbenvorst is zo’n factsheet 1 Er worden verschillende manieren gebruikt om de periode aan te duiden tot hoe lang het veilig is. Tot 2050

wordt veel gehanteerd en sluit aan bij een zichttermijn die ook door het Deltaprogramma wordt gehanteerd. “De komende 50 jaar” wordt ook gebruikt en omdat we inmiddels (bijna) in 2020 leven en de versterkingen die nu gaande zijn uiterlijk in 2024 gereed moeten zijn, zijn deze trajecten de facto tot ca 2070-2075 veilig. In deze notitie wordt de meest conservatieve wijze van formuleren gehanteerd.

1

gewijd, beide in een “voorkeursvariant” en een “marktvariant”. Beide varianten voor beide weerden leveren een waterstanddaling op van centimeters (Grubbenvorst 6 resp. 14 cm; Lottum 15 resp. 29 cm). Lottum/Grubbenvorst kunnen om die reden in de verre toekomst in beeld komen ten behoeve van de invulling van de eventuele “na-2050-opgaven”. Of er sprake zal zijn van nieuwe opgaven op dat moment en hoe hoog die dan zullen zijn is onzeker. Klimaatverandering vertaalt zich op dit moment nog niet – anders dan bij temperatuur en zeespiegel – in (een trend naar) hogere rivierafvoeren. Integendeel. Daarnaast daalt de bodem van de Maas bij ongewijzigd beleid in de komende 50 jaar met ongeveer 50 cm, wat een mitigerend effect heeft op eventueel hogere afvoerpieken. In de komende jaren zal de kennis mbt impact van klimaatverandering sterk toenemen, op dit moment wordt bijv. al weer gewerkt aan nieuwe klimaatscenario’s. Mocht in de komende decennia een stijgende trend in piekafvoeren toch waargenomen of stevig onderbouwd worden, dan is niet met zekerheid te zeggen welke keuzes dan gemaakt zullen worden om dat op te vangen. Feit is wel dat dijkverhoging goedkoper is dan grootschalige weerdverlaging. Zeker is ook dat grootschalige weerdverlaging zich niet verdraagt met het Ruimtelijk Kwaliteitskader Noordelijke Maasvallei (november 2017).

Conclusie: mochten op lange termijn extra hoogwatermaatregelen langs de Maas nodig zijn, dan is niet te verwachten dat op dat moment gekozen zal (moeten) worden voor een grootschalige vergraving van Lottum/Grubbenvorst. Ruimtelijk kwaliteitskader Noordelijke Maasvallei RKKNM 5. Dit stuk legt als ambitie vast dat ruimtelijke kwaliteit bij de inrichting van de Noordelijke Maasvallei – dus ook in Grubbenvorst/Lottum – leidend moet zijn. Dit is een concrete ambitie van (ook) Provincie en Waterschap. Conclusie: het Ruimtelijk kwaliteitskader Noordelijke Maasvallei sluit een grootschalige vergraving van Lottum/Grubbenvorst uit.

2

Planvorming weerden Horst aan de Maas. Randvoorwaarden

_________________________________________________ Ambitie: het beste plan voor Grubbenvorst en Lottum Inhoudelijk randvoorwaarden 1. De ruimtelijke visie voor de Noordelijke Maasvallei1/Maascorridor23 en het Maasbreed Ruimtelijk Kader4 zijn leidend bij de planontwikkeling en worden uitgewerkt voor de weerden van Grubbenvorst en Horst aan de Maas. 2. De economische ontwikkeling in de twee weerden, inclusief de toeristisch-recreatieve ontwikkeling en initiatieven op het gebied van klimaatadaptatie/energieopslag en circulaire/duurzame landbouw, dient aan te sluiten op ontwikkeling die volgt uit 1. 3. De voor realisatie benodigde gelden (investeringen en exploitatie) worden gedekt door verschillende marktbijdragen (bijv. woningbouw, klei- en zandwinning) en/of rijksbijdragen (bijv. KRW of MIRT). De mogelijkheid tot rijksbijdragen moet behouden blijven. 4. Planvorming is integraal maar in de realisatiefase zijn deelontwikkelingen mogelijk en nodig om een snelle start te maken (programmatische aanpak). Tijdens de “verbouwing” blijft het gebied toegankelijk en functioneel. Er wordt gewerkt met deelopleveringen. 5. Deelontwikkelingen moeten in zichzelf financieel sluitend zijn. Financieel sluitend betekent dat in de exploitatie wel een afdracht naar nog te realiseren projectonderdelen kan zijn opgenomen maar geen tekort dat nog moet worden gedekt uit toekomstige projectonderdelen.

Procesrandvoowaarden 1. Gemeente is initiatiefnemer voor de planontwikkeling. 2. De kwaliteit en integraliteit van planvorming en – realisatie is leidend en wordt bewaakt door een Q-team of equivalent daarvan. Uitspraken van het Q-team zijn bindend voor marktpartijen, richtinggevend voor overheidspartijen. 3. Uitgangspunt is vrijwillige medewerking van grondeigenaren. 4. Regionale verbinding is een uitgangpunt in de planvorming. 5. Een eindprodukt van het planproces is een “Ruimtelijk Kwaliteitskader” Er vinden in het gebied geen ruimtelijk ontwikkelingen of ingrepen plaats voordat dit Ruimtelijk Kwaliteitskader is afgerond en vastgesteld. 19 juli 2019

1

Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei, Waterschap Limburg. 2019. Ruimtelijke Kwaliteit Noordelijke Maasvallei. Visie & Leidende principes. 2 Projectorganisatie Maascorridor. 2003. Winterbedverruiming in de Maascorridor. Verkennende studie in de deelgebieden Maasbree en Horst. Deze studie is 2005 verwerkt in het Initiatiefplan Noordelijke Maasvallei. 3 Stadsgewest Venlo c.a. 1999. Maascorridor. Een integrale visie op de Maas van Belfeld tot Broekhuizen. 4 Deltaprogramma Maas (DPM) en Atelier X (Ministerie BZK). 2018. Maasbreed Ruimtelijk Kader, Positionering, kansen en ambities in relatie tot maatregelen. Adaptieve uitvoeringsstrategie Maas. Concept 26 april 2018. In opdracht van Deltaprogramma Maas (DPM) en Atelier X (Ministerie BZK).

Gebiedsontwikkeling weerden Grubbenvorst en Lottum Plan van Aanpak, 19 juli 2019

VOORAF Gemeente Horst a/d Maas wil een nieuwe inrichting van de Maasoevers bij Lottum en Grubbenvorst realiseren. Ruwe schetsontwerpen daarvoor werden al in 2002 ontwikkeld als onderdeel van zandmaas pakket 2+ van de Maaswerken. In 2005 ontstonden hiervoor ook markt-initiatieven als onderdeel van het “Initiatiefplan Noordelijke Zandmaas” maar realisatie is tot nu toe niet van de grond gekomen. De gemeente is voornemens de draad weer op te pakken en nu zelf het initiatief te nemen bij de doorontwikkeling en realisatie. Tegen die achtergrond heeft de Gemeente gevraagd om een Plan van Aanpak en dat ligt hier voor u. Omdat er sinds 2002 heel veel is veranderd – met forse consequenties – starten we met een inleiding. Kadeverhoging en rivierverruiming Na de hoogwaters van 1993 en 1995 werd besloten het overstromingsrisico langs de Maas terug te brengen. Afhankelijk van de plek lag dit risico ten tijde van de overstromingen op eens in de 50 of 75 jaar. Besloten werd dit overal terug te brengen tot eens in de 250 jaar en daarvoor werd door de rijksoverheid de organisatie Maaswerken opgezet die de maatregelen voorbereidt en de uitvoering begeleidt. Om dit te bereiken werd ingezet op een combinatie van kadeverhoging en rivierverruiming (weerdverlaging en/of hoogwatergeulen).

Maatregelen die door de Maaswerken zijn geïnitieerd in de Noordelijke Maasvallei zijn grotendeels onder regie van de overheid aanbesteed. Als hulpmiddel bij dat laatste is de inzet van commerciële winning van delfstoffen mogelijk (o.a. toegepast in Lomm) maar zijn ook projecten op de markt gebracht en door aannemerscombinaties uitgevoerd (o.a. Raaijweide, Ooijen-Wanssum) Situatie Horst aan de Maas De gedachte was deze aanpak ook te volgen tussen Venlo en Ooijen. Aanvankelijk zijn deze plannen, waaronder de hoogwatergeul Grubbenvorst, door Maaswerken voorbereid. In het projectprogramma Maascorridor (Stuurgroep Maascorridor, 1999) zijn door de gemeente Horst aan de Maas1 in samenwerking met de buurgemeenten de eerste kwalitatieve eisen omschreven. Tevens zijn in het kader van Maascorridor de eerste referentieontwerpen gemaakt. Toen Maaswerken zich concentreerde op met name dijkversterking zijn enkele rivierverruimingsprojecten uit het Maascorridor-programma aanbesteed. Dit geldt zowel voor de hoogwatergeul Raaijweide als voor de hoogwatergeulen van Ooijen en Wanssum. De laatste twee zijn onderdeel geworden van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum waarin de gemeente Horst in de stuurgroep regie voert over kwaliteit en uitvoering.

Parallel aan deze ontwikkelingen werd onder regie van de CDA fractie van de provinciale staten in dit traject het initiatiefplan Noordelijke Maasvallei opgesteld. Achtergrond van dit 1

Voorheen Gemeente Grubbenvorst

1

initiatiefplan is dat rivierverruiming een belangrijke rol kan spelen in het voorkomen van hoogwaters. Dezelfde rivierverruimende projecten uit het Maaswerken programma en uit het Maascorridor programma zijn ook weer onderwerp in dit initiatiefplan. De Gemeente Horst a/d Maas ligt in dit traject en sloot in 2011 een overeenkomst met CVI Haven Raaieinde BV (CVI BV) met als belangrijke punten: - de Gemeente werkt planologisch mee aan een Centrale Verwerkingsinstallatie (CVI) voor het toutvenant dat vrijkomt bij rivierverruimingsprojecten in de Noordelijke Maasvallei. CVI BV ontwikkelt deze installatie in eigen beheer en draagt een bedrag aan de Gemeente af voor elke m3 toutvenant die door de CVI wordt verwerkt. Dit (hoofdbestand)deel van de overeenkomst is in 2017 gerealiseerd. - de Gemeente neemt een inspanningsverplichting op zich om planologisch mee te werken aan “projecten voor rivierverruiming incl. de winning van delfstoffen” die binnen haar Gemeente liggen. De projecten moeten vooraf door de Gemeente worden goedgekeurd. In een raadsbesluit van 14 juli 2009 was al vastgelegd waaraan de projecten in elk geval zouden moeten voldoen. Daaronder de opdracht dat naast Maasbeveiliging, “..natuur een hoge prioriteit …” heeft. Er is voor deze projecten geen afspraak tot of voorschot genomen op zelfrealisatie.

De projecten waarop in dit artikel wordt gedoeld zijn nog niet gerealiseerd. Positie DCM Hoewel de onderliggende bedrijven dezelfde zijn (Terraq en Teunesen) zijn CVI BV en DCM afzonderlijke BV’s. Er ligt geen overeenkomst tussen Gemeente en DCM. Door DCM is in 2017 een concept Notitie Reikwijdte en Detail (NRD) opgesteld (opdracht verstrekt aan SWECO). Dit beschrijft een plan voor ontzanding van de weerden bij Grubbenvorst en Lottum. Beide projecten beogen rivierverruiming i.c.m. delfstoffenwinning en mikken op een betekenisvolle waterstandsdaling bij Venlo. DCM werkt aan draagvlakontwikkeling bij ondernemers hiervoor, onder andere door te verkennen of hun wensen te integreren zijn in het plan. De NRD is een eigen initiatief van DCM. DCM heeft deze eigen uitwerking van de projecten Grubbenvorst en Lottum in 2016 ook als zogenaamde marktvarianten ingebracht bij de provincie. Deze varianten wijken sterk af van de plannen uit 2006: de gaten en geulen zijn veel groter. De provincie heeft ze opgenomen in het maatregelenboek rivierverruiming (“Factsheets maatregelen Maasvallei, februari 2019”2) en ook voorzien van een beoordeling. Op alle criteria is voor beide projecten de score ongunstig: slecht voor draagvlak en matig voor betrouwbaarheid/ beheerbaarheid.

Externe situatie ingrijpend gewijzigd Sinds de strategie van kadeverhoging en rivierverruiming ruim 20 jaar geleden werd bedacht, is het denken en handelen drastisch gewijzigd. Maaswerken constateerde al vrij snel dat ruimtelijke maatregelen relatief weinig veiligheid (“centimeters”) opleveren en erg kostbaar en tijdrovend zijn. Daarom is de aanpak al rond 2003 steeds meer naar kadeverhoging verschoven. Sindsdien zijn er nog 4 ontwikkelingen bijgekomen, grotendeels los van elkaar, maar met effecten die elkaar versterken: (1) na aandringen van de Provincie Limburg bij het Rijk is besloten dat kades niet langer overstroombaar hoeven te zijn bij een waterstand hoger dan 1 op 250 en voortaan aan de normering voor dijken moeten gaan voldoen; 2

In het kader van het Deltaprogramma Maas heeft de provincie Limburg een database opgesteld die alle rivierverruimende maatregelen uit de Voorkeursstrategie (VKS, 2014)

2

(2) besloten is de 1/250 overschrijdingsnorm te vervangen door een risicobenadering die o.a. geënt is op de kans op overlijden door overstroming (in heel Nederland is op zo’n risicobenadering overgeschakeld); (3) op 1 januari 2017 werd de vernieuwde wet op de waterkering van kracht die nieuwe normen stelt aan alle dijken in Nederland. Aanvankelijk werd gedacht dat dit vooral zou betekenen dat dijken breder zouden worden maar toepassing van de nieuwe normen resulteert ook in een aanzienlijke verhoging. (4) door nieuwe inzichten met betrekking tot klimaatverandering moet met hogere rivierstanden rekening worden gehouden dan (ook vrij recent nog) werd voorzien. Er is dus nog sprake van een extra (of resterende) klimaatopgave. Door deze ontwikkelingen is de waterveiligheidsopgave vele malen groter geworden dan eerder werd voorzien. Het berekenen van de uiteindelijke hoogtes van kades en dijken is door de nieuwe systematiek zeer complex geworden en weinig inzichtelijk maar lijken voor de Maas te resulteren in kadeverhogingen die kunnen oplopen tot ordegrootte 1,7 – 2 meter. Rivierverruiming bij Lottum en Grubbenvorst heeft nog slechts zeer beperkte betekenis Omdat de waterveiligheidsopgave op dit moment vele malen groter is dan waar aanvankelijk van werd uitgegaan zal deze nooit meer alleen door rivierverruiming kunnen worden gerealiseerd.

De betekenis van rivierverruiming – waarvan in 2003 ook door Maaswerken al werd geconstateerd dat die niet moest worden overschat – is daardoor sterk afgenomen. Dit is niet specifiek het geval voor Lottum of Grubbenvorst maar een generiek verschijnsel. Ook tijd is een essentiële factor De dijkversterking die in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) in heel Nederland wordt uitgevoerd moet in Limburg in 2024 zijn gerealiseerd. Dit is een wettelijke eis. De planvorming moet gereed zijn in 2021. Het “zichtjaar” dat het Waterschap Limburg, die de lopende ronde van dijkversterking langs de Limburgse Maas begeleidt, hierbij kiest is 2050 of 2100, hetgeen wil zeggen dat de rivierveiligheid in 2024 op een niveau moet liggen dat in elk geval voldoet tot het jaar 2050. Als gekozen wordt voor zichtjaar 2050 is een aanvullende eis dat de gekozen maatregelen kunnen worden opgeschaald, zodanig dat ook een extra klimaatopgave tot 2100 nog kan worden opgevangen. De gedachte dat rivierverruiming (bijv. bij Lottum of Grubbenvorst) kan leiden tot substantiële reducties voor kadeverhoging, kosten en minder impact op het uitzicht en de maatschappelijke acceptatie, is door het inmiddels opgestarte HWBP niet langer geldig. Een rivierverruimende maatregel van de ordegrootte zoals die door DCM voor Lottum en Grubbenvorst is voorgesteld kan sowieso niet voor 2024 worden gerealiseerd.

In lijn hiermee wordt in de planvorming door het Waterschap ook geen rekening gehouden met een eventuele rivierverruiming in Lottum of Grubbenvorst.. Conclusie, vertrekpunt en doel Plan van Aanpak De 20 jaar geleden ontwikkelde strategie die onderliggend is aan de overeenkomst tussen Gemeente en CVI BV uit 2011, past niet meer op de huidige situatie. Dit geldt ook voor de concept Notitie Reikwijdte en Detail (DCM/SWECO, 2017) die eveneens uitgaat van een betekenisvolle bijdrage van rivierverruiming aan de veiligheid. Voorstanders van ruimtelijke maatregelen (waaronder provincies die hopen op meer riviernatuur, delfstoffenwinners die rekenen op meer omzet en bewoners die hopen op minder beperking van hun uitzicht)

3

hebben tot dusverre moeite deze nieuwe realiteit onder ogen te zien of zijn er onvoldoende van op de hoogte. In dit plan van aanpak gaan we wel uit van deze nieuwe werkelijkheid. Deze heeft overigens ook een positieve kant: de herinrichting van de weerden van Lottum en Grubbenvorst is niet langer belast met een grote rivierkundige opgave en dus ook niet met de noodzaak van grote, langdurige vergravingen. Versterking van de ruimtelijke kwaliteit en de beleving daarvan kan daardoor centraal staan. Zo is dit recent ook vastgelegd in de visie en leidende principes ruimtelijke kwaliteit Noordelijke Maasvallei. Dit in februari 2019 door de stuurgroep HWBP noordelijke Maasvallei vastgestelde kader spreekt zich uit over de belangrijkste principes die met de komende dijkversterkingen en rivierverruimingen gevolgd zouden moeten worden. Ook daar wordt het lange termijnperspectief centraal gesteld: dijkversterking en rivierverruiming dienen een waardevol landschap tot stand te brengen waar een gebied, na aanleg, tot in lengte van jaren profijt van heeft. De plannen zoals die voor Grubbenvorst en Lottum in 2002 en later in 2005 in een eerste schets zijn opgesteld sluiten daar nog steeds goed bij aan en kunnen dan als vertrekpunt worden gebruikt. Ook plannen voor een nieuw “maasfront” bij Grubbenvorst laten zich daar prima mee combineren. Zowel ruimtelijk al financieel.

Risico’s zijn er ook. De kwaliteit van het eindresultaat komt in elk geval in het geding als: - alle kwaliteit met zandopbrengst moet worden gefinancierd en geld vrijmaken voor kwaliteit dus plaatsvindt met een extra winning die in zichzelf weer kwaliteitsverlies betekent (negatieve spiraal) - door overheden geen extra geld kan worden geïnvesteerd in kwaliteit (bij zelfrealisatie kan dit niet omdat dan sprake is van staatssteun) want dit drijft de hierboven genoemde negatieve spiraal verder aan - als de markt niet kan worden uitgedaagd voor een goed ontwerp want dan ontbreekt een prikkel tot excelleren in ontwerp of innovatie wat in deze projecten met meerdere doelen juist cruciaal is - gewerkt en opgeleverd wordt in het tempo van de markt. Daardoor duren projecten veel langer dan gewenst; 15 jaar is geen uitzondering - burgers niet van het begin af aan betrokken zijn maar pas in een fase worden betrokken wanneer de belangrijkste zaken geregeld zijn (grond in bezit, positieve grondhouding van overheid, gezamenlijk idee over ontwerp). In het laatste geval is alle speelruimte al weg is en kan de overheid geen kant meer op kan (ontwerp is al goedbevonden, beroep op zelfrealisatie is mogelijk, gedwongen winkelnering).

De opgave is om met een strategische aanpak SMART maatregelen vast te stellen om de gemeente in staat te stellen deze risico's te beheersen en dit zonder: - in eerder vastgelegde afspraken te treden - het enthousiasme van bewoners / burgers af te remmen - aanzienlijke risico’s voor de gemeentelijke organisatie te introduceren Dit vraagt om een goed doordacht stappenplan dat in nauwe samenwerking tot stand moet komen. Hieronder volgt daarvoor een eerste aftrap.

4

PLAN VAN AANPAK Hieronder wordt geschetst welke stappen gezet moeten worden. Bij elke stap wordt kort toegelicht wat er moet gebeuren en waarom. Het is daarmee een Plan van Aanpak op hoofdlijnen. In samenhang met de context die is geschetst in de inleiding, beoogt die Plan van Aanpak ook – en in eerste instantie – de informatie te leveren die het college nodig heeft om positie te kiezen: gaat de gemeente inderdaad initiatiefnemer zijn in de gebiedsontwikkeling van de weerden bij Lottum en Grubbenvorst? Na een positief besluit hierop en goedkeuring van dit Plan van Aanpak kan elke stap verder worden uitgewerkt. Het is daarbij van belang om de uitwerking van de inhoudelijke doelen en randvoorwaarden en de uitwerking van de regievoering door gemeente en overige procesaanpak gelijk op te laten lopen. Het is niet zinvol om een prachtig plan uit te werken als niet tegelijkertijd wordt gewerkt aan de inhoudelijke, financiële en procesmatige randvoorwaarden die de realisatie ervan kunnen borgen. 1. Besluit t.a.v. communicatie intern en extern. Het is van belang z.s.m. te besluiten én te communiceren dat de gemeente het initiatief neemt om met eigen planontwikkeling te starten, wat de planning daarvan is en hoe omwonenden en anderen daarbij betrokken worden.. Daarbij duidelijk maken dat rivierverruiming t.b.v.

de veiligheid aan betekenis heeft ingeboet en dat daarom ruimtelijke kwaliteit en beleving daarvan voorop staan. De ruimtelijke principes voor de Maasvallei gelden daarbij als uitgangspunt en het Initiatiefplan Noordelijke Maasvallei (zie bijlage 1) vormt daarbij het vertrekpunt. Plannen en inzichten die nadien zijn ontstaan kunnen als informatie- en inspiratiebronnen worden gebruikt maar zijn, ondanks dat ze van latere datum zijn, niet leidend. Niet al te zwaar aanzetten, wel ervoor zorgen dat “de streek” zo snel mogelijk weet dat de gemeente het initiatief naar zich toetrekt. Goed afstemmen met het intern politiek/bestuurlijke traject en met de initiatiefgroep Grubbenvorst. 2 Vaststellen uitgangssituatie 2.1 Rivierkundig. Essentieel is dat Rijkswaterstaat en Waterschap bevestigen dat bij de kadeverhogingen die nu worden voorbereid geen rekening wordt gehouden met een eventuele bijdrage vanuit rivierverruiming bij Lottum en Grubbenvorst. Ook dat rivierveiligheid in elk geval tot 2050 afdoende geborgd kan worden met deze kadeverhogingen. Zie inleiding. Dit bepaalt namelijk de vrije speelruimte die er is voor de toekomstige inrichting. 3.2.2. Juridisch. Onder andere de concept Notitie Reikwijdte en Detail die door DCM is opgesteld wijst erop dat de sector nog uit gaat van winvolumes met ordegroottes zoals vermeld in de “grofmazige planning” bij de Overeenkomst van 2011.

Het is nodig dat de Gemeente richting CVI BV constateert dat de tijdplanning inmiddels achterhaald is maar ook de winvolumes voor Lottum en Grubbenvorst, sterk naar beneden moeten worden bijgesteld. De overeenkomst biedt daarvoor ruimte maar getouwtrek en onhelderheid te voorkomen moet dit juridisch worden gecheckt alvorens gesprek met CVI BV (en daarna DCM) aan te gaan. 3.2.3. Eigen ambities Gemeente. Wat zijn de eigen ambities van de gemeente? In het raadsbesluit van 14 juli 2009, is al aangegeven dat natuur een hoge prioriteit heeft en dat plannen met dorpsraden, burgers en belangenorganisaties verder moeten worden uitgewerkt. Een aantal ondernemers is inmiddels enthousiast om een nieuw Maasfront bij 5

Grubbenvorst te realiseren, de gemeente wil dit initiatief graag ondersteunen, maar wel met de juiste uitgangspunten. Met als vertrekpunt het raadsbesluit uit 2009 zullen de ambities geconcretiseerd moeten worden. 3.2.4. Ambities andere overheden. In beeld moet worden gebracht wat andere overheden in het gebied voor zich zien en welke van deze doelen wettelijk verplicht zijn. Het gaat om doelen op het vlak van KRW, LNN, IRM, NAGR, Klimaatwet) 3.2.5. Ambities uit de omgeving. Zoals in 2009 al is vastgesteld dienen ook de wensen en ambities uit de omgeving “opgehaald” te worden, zodat een breed gedragen plan ontstaat. Hierbij kan ook de overkant van de rivier uitgenodigd worden om mee te denken. Zij kijken ook uit op deze uiterwaarden. 3.3 Randvoorwaarden voor realisatie vaststellen. Het gaat om 2 soorten voorwaarden. 3.3.1 Inhoudelijke randvoorwaarden. De inhoudelijke ambities die in eerste instantie in grote lijnen en vrij abstracte termen zijn uitgesproken (in elk geval door gemeente onder 3.2.3 en wellicht anderen 3.2.4, 3.2.5) worden in deze stap concreter gemaakt.. Dit hoeft nog niet SMART, mag wel. Bijv. toeristisch-recreatieve structuur versterken, natuur-en landschapsontwikkeling, agrarische structuurversterking, grondwaterconservering, passend wonen, bestrijden effecten van krimp etc.

Ook randvoorwaarden die grenzen stellen; hiervoor bieden de kaders van het deltaprogramma en het HWBP noordelijke Maasvallei al veel breed gedeelde uitgangspunten. Of: rivierkundig neutraal. Daarbij ook betrekken de Visie & leidende principes ruimtelijke kwaliteit die hiertoe door de Stuurgroep Noordelijke Maasvallei zijn opgesteld en de uitspraken van het College van Rijksadviseurs. 3.3.2 Procesvoorwaarden. Essentieel is dat zelfrealisatie van de totale herinrichting door een marktpartij wordt uitgesloten want daarmee wordt de realisatie van publieke doelen volledig in handen gelegd van een marktpartij en is de overheid alle regie kwijt. Een van de inhoudelijke randvoorwaarden is dus dat, indien en voorzover marktpartijen nodig zijn voor realisatie van het door de gemeente gewenste plan, geen enkele partij op voorhand wordt uitgesloten en dat de overheid een regierol heeft. Dit sluit aan bij aanpak Ooijen-Wanssum (geen zelfrealisatie, om reden als hierboven beschreven) en recent advies van het Waterschap en de noordelijke Maasgemeenten om “zeer terughoudend” te zijn met zelfrealisatie (zelfde reden). Een essentiële procesvoorwaarde is ook dat, indien DCM een door de gemeente gewenste vergraving zou gaan uitvoeren (ook DCM is als marktpartij niet op voorhand uitgesloten) alle eigendommen van DCM die daarvoor niet nodig zijn direct worden overgedragen aan bijv.

de gemeente of een daartoe op te richten stichting “tijdelijk beheer”. Dit om te voorkomen dat, zoals elders, de grens van de winning in de loop der jaren gaandeweg toch wordt uitgebreid tot aan de (steeds verder groeiende) eigendomsgrens. Indien een andere partij dan DCM een eventuele vergraving uitvoert, kan deze voorwaarde uiteraard niet worden opgelegd maar zal het risico (eigendomsgrens wordt concessiegrens) ook minder aanwezig zijn. 3.3.3. Rekenen en tekenen. Een aantal inrichtingsvarianten schetsen en voor elk daarvan een ruwe grondexploitatie opzetten om te zien welke financieringsbronnen daarbij nodig/beschikbaar zijn om het project (of deelprojecten) sluitend te krijgen. Het gaat om een check op het realiteitsgehalte van enkele varianten. Dit kan ook plaatsvinden als eerste stap bij of parallel aan het opstellen van een kwaliteitskader (3.4). Een reëel beeld van kosten en opbrengsten voorkomt dat er in een later stadium heftig gesleuteld moet worden aan het ontwerp om het geheel financieel sluitend te krijgen. Dergelijk aanpassingen gaan namelijk

6

vrijwel altijd ten koste van de ruimtelijke kwaliteit. 3.4. Opstellen Kwaliteitskader en Qteam. Vastleggen van uitkomsten 3.1, 3.2 en 3,3 in een kwaliteitskader om ambities en proces te verankeren. De kwaliteitseisen die je wilt stellen aan een ruimtelijk project, kunnen maar zeer ten dele langs publiekrechtelijke weg worden afgedwongen. Bestemmingsplannen en vergunningen bieden nl. onvoldoende ruimte voor het detailniveau dat daarvoor nodig is. De op te stellen randvoorwaarden zullen dus deels neerslaan in bestemmingsplan en vergunningen en voorzover dat niet kan privaatrechtelijk. Normaliter worden in projecten als deze de randvoorwaarden in een privaatrechtelijk contract tussen overheid en aannemerscombinatie vastgelegd, conform de werkwijze in Ooijen Wanssum of in de hoogwatergeul Raaijweide. Alle randvoorwaarden moeten “ergens” neerslaan in een harde afspraak. Parallel aan het opstellen van een kwaliteitskader wordt een Q-team of equivalent daarvan opgezet3. De rol van het Q-team is te bewaken dat de ruimtelijke kwaliteit gedurende de gehele uitvoeringsperiode van het project binnen de overeengekomen randvoorwaarden blijft. Rol en positie van het Q team zijn cruciaal voor het slagen van een project. Het Q-team heeft daarom een bepalende stem indien plan aanpassingen nodig zijn.

In de richting van eventuele marktpartijen is de stem van het Q-team doorslaggevend, in de richting van overheidspartijen adviserend. 3. 5. Gesprek aangaan met CVI BV over overeenkomst. Constateren dat de Centrale Verwerkings Installatie er staat en draait en dat dit deel van de Overeenkomst uit 2011 door partijen is ingevuld. Ook constateren dat de verwachting t.a.v. de hoeveelheden toutvenant vanuit weerden Lottum en Grubbenvorst drastisch naar beneden moet worden bijgesteld, wellicht naar nihil, wegens veranderde externe omstandigheden. Ook de verwachte opbrengst en timing uit de andere deelprojecten actualiseren. Dat is niet zo relevant voor de ontwikkelingen bij Grubbenvorst en Lottum maar wel voor de overall inkomstenprognose en de tijdsduur dat de CVI operationeel zal zijn. 3.6 Gesprek aangaan met DCM. Met DCM BV bestaat geen overeenkomst. Daarom vindt dit gesprek plaats nadat het gesprek met CVI BV is gevoerd. Weliswaar gaat het om zakelijke/personele unies maar netjes scheiden. Bij DCM leven verwachtingen zoals blijkt uit Notitie Reikwijdte en Detail en ondernemersgesprekken. Deze verwachtingen moeten in overeenstemming worden gebracht met de nieuwe realiteit. In dit gesprek communiceren wat de eigen ambities en randvoorwaarden van Gemeente zijn. Ook dat er geen sprake zal zijn van zelfrealisatie van het gehele project.

3

In plaats van of aanvullend aan het Q-team kan ook een Stichting worden opgericht voor de kwaliteitsbewaking. Door de Stichting als doel mee te geven te bewaken dat het project zich binnen de randvoorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ontrolt én die randvoorwaarden in de stichtingsakte te benoemen én de Stichting een vetorecht op aanpassingen te geven, is een goede en efficiënte kwaliteitsborging mogelijk. Door het bestuur samen te stellen uit belanghebbenden (incl. de uiteindelijke beheerder/eigenaar) blijven deze partijen ook op hoofdlijnen betrokken en worden ze steeds geconfronteerd met waar het uiteindelijk om was begonnen. Omdat alle bij de uitvoering betrokken partijen weten dat aanpassingen op de randvoorwaarden niet aan de orde zijn, is de kans groot dat pogingen daartoe zullen uitblijven. Of dit model past op de situatie bij Horst aan de Maas moet nader worden verkend.

7

3.6. Opzetten projectorganisatie of equivalent daarvan. In dit kader ook nadenken over een “Stichting Tijdelijk eigendom/tijdelijk beheer” die gedurende de uitvoeringsfase het beheer op zich neemt en tijdelijke eigenaar kan zijn van gronden. 3.7 Vergunningen/bestemmingsplan 3.8 Aanbesteden 3.9 Uitvoeren Financieel De gemeente mist maximaal 2,75 Meuro aan verwachte inkomsten als het besluit volledig af te zien van de combinatie rivierverruiming/delfstoffenwinning in Grubbenvorst en Lottum (bedrag nog te indexeren van 2011 naar 2019). Immers: volgens de grofmazige planning zou vanuit gem. Horst aan de Maas 3,5 Mm3 (Grubbenvorst) en 7,5 Mm3 (Lottum) toutvenant door de CVI lopen en afdracht per m3 is € 0,25. Daar staat tegenover: - afscheid nemen van deze volumes is nodig om als gemeente voldoende handelingsvrijheid te krijgen - deze positie in het begin helder maken voorkomt veel getrek en gedoe in de komende jaren - het voorkomt de vrijwel volledige en langjarige (>10 jaar) vergraving van de weerden die een belangrijke geormorfologische en toeristische betekenis hebben - door minder vergraving is er ook minder (geld voor) herinrichting/aankleding nodig - de kosten en baten dienen over de volledige business case te worden bezien.

De vaak verborgen maatschappelijke kosten die gepaard gaan met grootschalige zandwinning tijdens de uitvoering en na afloop (zie Maasplassen) dienen ook in beschouwing te worden genomen. Een eerder uitgevoerde MKBA voor marktvarianten liet dit ook zien. - vele andere potentiele geldbronnen komen in beeld zoals KRW, bescheiden en goed ingepaste woningbouw, natuur, zorg, Wellness, landbouw) - er is een mogelijkheid om toutvenant van elders via CVI te verwerken om het “gat” (deels) te dichten. De overeenkomst biedt daartoe de mogelijkheid - een bescheiden winning van bouwgrondstoffen is niet uitgesloten

8

Bijlage 1 Schetsontwerpen uit het Initiatiefplan Noordelijke Zandmaas, met uitsnedes voor Lottum en Grubbenvorst.

9

10

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11185119/1