CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

11g.18 AAA - Geurrapport met effecten (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: BIJLAGEN Mest van derde13.296 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

olfasense

Olfasense B.V.

:

Zekeringstraat

48

1014 BT Amsterdam The Netherlands

+3120

625 51 04

nl@olfasense.com

Ashorst

www.olfasense.com

BV

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Ta

Kerkedijk

Amsterdam

1

6O29RS

STERKSEL

Nederland

Uw

referentie

Onze

Betreft:

Effect wijzigingen

Geachte

(geanonimiseerd) EN (geanonimiseerd)

In

referentie

ASBV23A

--

Ons kenmerk

Datum

20230817ASBV

17 augustus

bedrijfsvoering vergistingsinstallatie Ashorst BV

HN

opdracht voerde Olfasense B.V. een geuronderzoek gelegen aan Veld Oostenrijk 50 te Horst aan de Maas:

uit voor

uw

*

2023

_‘Geuronderzoek Ashorst

BV t.b.v.

de co-vergistingsinstallatie,

omgevingsvergunning’, rapportnummer ASBV18A5,

juli

2019;' En:

‘Aanvulling

op

ASBV18A5'

notitie

Ten

opzichte

zal extern minimaal 7.500 mengvia de Het

deze

van

mest

'Geuronderzoek Ashorst

BV t.b.v.

omgevingsvergunning', rapportnummer

d.d. 20 februari

2020

situatie

enkele wijzigingen

zijn

er

met

kenmerk

en hydrolysering wordt daarnaast van vijzelbak in de hydrolysering worden gebracht.

Aanvoer Aanvoer

deze

van

mest

voorzien.

Een

deel

van

de te verwerken

worden betrokken, in plaats van alleen mest uit de eigen stallen. Het betreft en maximaal 19.200 ton mest, dat middels vrachtwagens wordt aangevoerd. voorzien

effect

20200220ASBV.

wijzigingen

van

wat

vijzelbak,

een

betreft het aspect geur wordt

waarmee

in deze

De

de co-producten

notitie beschouwd.

derden

mest vindt plaats door de vloeibare mest in de silo's te pompen. Deze silo’s zijn de gesloten verdringingslucht wordt behandeld in het luchtbehandelingssysteem. Omdat de doorzet te verwerken mest niet wijzigt, zal de geuremissie ook niet wijzigen. Er wordt nu immers ook al mest aangeleverd, zij het van de eigen stallen. Met het aanvoeren van mest in van en

vrachtwagens, wordt er wel verhoogd zou kunnen zijn.

meer

mest

Zoals

voor

afvoer wordt de emissie

in de

notitie

van

hydolysering gemeten 15

2020

concentratie

van

in één

keer aangevoerd,

363.000

oue/m®.

waardoor de emissie

berekend, uitgaande van de in de keer wordt 38 m? gelost in

Per

minuten.

Wanneer de vrachten achter elkaar zouden worden geladen, komt er zo m? verdringingslucht vrij met een momentane geuremissie van (152 * 363.000) 55,2 *10° oue/h, zonder nog rekening te houden met emissiereductie door het 152

luchtbehandelingssysteem.

Olfasense

B.V.

«

referentie

Er

ASBV23A

zal in

«

een

kenmerk

uur

maar

één vracht

20230817ASBV

«

tijdelijk

17

in een

uur

=

worden gelost, waardoor dit kan

augustus

2023

pagina

1 van

2

« Kiel

olfasense ::: worden

gezien als een fluctuerende bron. 15/60 ) 27,6 *10° ouc/h.

De

kan dan

geuremissie

worden

berekend op (55,2

*

=

Het

geurverwijderingsrendement van het luchtbehandelingssysteem is gemeten en bedroeg 96%. Met dit rendement zal de uiteindelijke emissie als gevolg van het lossen van mest (27,6 * 4%) 1,1 *10® oue/h bedragen. Dit is een zeer geringe emissie te noemen, die buiten de inrichting niet waarneembaar zal zijn. =

Er is sprake van minimaal (7.500 / 38) 198 en maximaal (19.200 / 38) 505 vrachten op jaarbasis, ofwel een emissieduur van tussen 198 en 505 uur per jaar. De jaaremissie bedraagt dan minimaal 218 =10° oue/jr en maximaal 556 =10° our/jr. =

Effect vijzelbak bij mengDe

=

hydrolysering

en

hydrolysering is op dit moment voorzien van een klep, die geopend wordt om deze vaste co-producten. De geurconcentratie in de meng- en hydrolysering is aanzienlijk en werd gemeten op 363.000 oue/m°. Bij het openen van deze ring zal lucht met deze concentratie vrijkomen. De geuremissie werd in het rapport berekend op 21 *10° oue/h gedurende 1.092 uur per jaar (3 uur per dag). meng-

te vullen

Met

en

met

de realisatie in

hydrolysering als gevolg van de Niet alle

de vijzelbak wordt het meeste materiaal via deze vijzelbak de meng- en gebracht. Dit betekent dat er geen of nauwelijks nog geuremissie zal optreden

materiaal

van

meng-

en

hydrolysering.

gebracht, gemiddeld hydrolysering nog in een periode van 45 minuten per dag geopend zijn. Dat er ten hoogste 1 uur per dag sprake is van emissie, terwijl dit in de huidige situatie 2 uur per dag is. Netto betekent dit een vermindering van de emissie van 21 *10° oue/h gedurende tweemaal per dag, totaal 728 uur per jaar. Dit betekent op jaarbasis een vermindering van 15.288 *10° our/jr. zal de mengbetekent dat

kan via de vijzelbak de meng-

en

hydrolysering

in worden

en

Conclusie Uit bovenstaande

beschouwing blijkt dat de geuremissie als gevolg van de aanvoer van mest van derden beperkt zal zijn. De toename is zeer gering ten opzichte van de vermindering van de emissie bij realisatie van de vijzelbak. De toename van de emissie bij aanvoer is dusdanig gering: 1,5% (218 *10° oue/jr) tot 4% (556 *10P oue/jr) van de berekende afname als gevolg van de realisatie van

de vijzelbak (15.288 “10° oue/jr), waardoor

van

de totale geuremissie

De voorgenomen

op

wijzigingen

netto

sprake

is van

een

vermindering

jaarbasis. passen

betreft het aspect geur milieuneutraal Met

er

daarmee binnen de vergunde geurruimte worden gerealiseerd.

en

kunnen

wat

vriendelijke groet,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Olfasense

B.V.

«

referentie

ASBV23A

«

kenmerk

20230817ASBV

«

17

augustus

2023

pagina

2 van

2

olfasense

Olfasense B.V.

:

Zekeringstraat

Ze

48

1014 BT Amsterdam The Netherlands

+3120

625 51 04

nl@olfasense.com

Ashorst

www.olfasense.com BV

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Ta

Kerkedijk 6O29RS

Amsterdam

1

« Kiel

STERKSEL

Nederland

Uw

referentie

Onze

referentie

ASBV20A

--

Ons kenmerk

Datum

20200220ASBV

20 februari

Betreft:

Aanvulling op ‘Geuronderzoek Ashorst BV t.b.v. omgevingsvergunning',

Geachte

(geanonimiseerd) EN (geanonimiseerd)

In

2020

rapportnummer ASBV18A5

HN

opdracht voerde Olfasense B.V. een geuronderzoek uit voor de co-vergistingsinstallatie te Naar nu blijkt is een mogelijke geurbron niet betrokken aan de Maas (rapport ASBV18A5). bij het geuronderzoek, te weten het verladen van mest of digestaat. In deze notitie wordt de geuremissie en geurbelasting berekend, waarin ook die bron wordt beschouwd. uw

Horst

Geuremissie Geur

kan vrijkomen bij het verladen van mest of digestaat, in de vorm van verdringingslucht de tankwagen. In de berekeningen wordt zekerheidshalve gesteld dat alle vrachten mest betreffen (en geen digestaat, dat minder geurend is). De geurconcentratie in de verdringingslucht vanuit

wordt gelijk gesteld

aan

de geurconcentratie

gemeten

in de

hydrolysetank:

363.000

our/m°.

keer wordt 30 m° geladen in 15 minuten. Wanneer de vrachten achter elkaar zouden worden geladen, komt er zo in een uur 120 m? verdringingslucht vrij met een momentane geuremissie van (120 * 363.000) 43,6 «10° our/h. Er zal in een uur maar één vracht worden geladen, waardoor dit kan worden gezien als een fluctuerende bron. De geuremissie kan dan worden berekend op (43,6 * 15/60?) 21,8 „10° our/h. Met een totaal van 2.050 vrachten (61.000 m? mest/digestaat) bedraagt de emissieduur 2.050 h/jr. Per

=

=

Geurbelasting De

geurbelasting

inclusief verlading van mest/digestaat is berekend, de resultaten zijn opgenomen bijlagen. Het verladen vindt voornamelijk plaats in de periode februari tot en mei In het model is voor deze maanden emissie ingevoerd met en september tot en met oktober. in de

maandag tot en met vrijdag van 5:00 tot 21:00, totaal 2.069 h/jr. Dit is slechts een modelmatige benadering en hoeft niet overeen te komen met de praktijk, hoewel het aantal op jaarbasis wel overeenkomt. van

Uit de

uren

berekeningen blijkt dat de geurbelasting ter plaatse van de aaneengesloten woonbebouwing ongewijzigd is ten opzichte van de eerdere berekeningen. Ter plaatse van de meest nabij gelegen woningen neemt de geurbelasting zeer gering toe, van 5,3 naar 5,4 our/m? als 98-percentielwaarde (Veld Oostenrijk 28), nog steeds ruim onder de grenswaarde van als 98-percentielwaarde. De maximale piekbelasting neemt ook gering toe van 15,3 10,7 oug/m® (geanonimise rd)

(geanonimiseerd) 2 Vv. BN

-

referentie

ASBV20A

«

kenmerk

20200220ASBV

«

20 februari

2020

pagina

1 van

6

olfasense ::: our/m° als 99,9-percentielwaarde (Venrayseweg 143a), ook deze belasting ruimschoots lager dan de grenswaarde van 30 our/m*° als 99,9-percentielwaarde. 15,6

naar

is

Conclusie Uit de van

ruim

berekeningen blijkt dat het toevoegen van mest/digestaatbverlading als geurbron sprake is zeer geringe toename van de geurbelasting, waarbij nog steeds sprake is van een niveau beneden de grenswaarden.

een

Ik vertrouw erop

Met

u

hiermee

dienst

van

te

zijn geweest.

vriendelijke groet,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Olfasense

B.V,

«

referentie

ASBV20A

«

kenmerk

20200220ASBV

«

20 februari

2020

pagina

2 van

6

Bijlage A

Resultaten verspreidingsberekeningen

Op de volgende pagina’s zijn de contouren van de toetswaarden weergegeven.

Onderstaand is de specifieke geurbelasting op de toetspunten weergegeven.

Olfasense B. V.

referentie ASBV20A

kenmerk 20200220ASBV

20 februari 2020

pagina 3 van 6

3 Figuur a Geurcontouren van 0,5, 2,1 en 9,4 ou/m als 98-percentielwaarde E als gevolg van Ashorst BV te Horst aan de Maas in de aangevraagde situatie

Olfasense B. V.

referentie ASBV20A

kenmerk 20200220ASBV

20 februari 2020

pagina 4 van 6

3 Figuur b Geurcontouren van 0,9, 3,6 en 16,2 ou/m als 99,5-percentielwaarde E als gevolg van Ashorst BV te Horst aan de Maas in de aangevraagde situatie

Olfasense B. V.

referentie ASBV20A

kenmerk 20200220ASBV

20 februari 2020

pagina 5 van 6

3 als 99,9-percentielwaarde Figuur c Geurcontouren van 1,4, 5,9 en 26,6 ou/m E als gevolg van Ashorst BV te Horst aan de Maas in de aangevraagde situatie

Olfasense B. V.

referentie ASBV20A

kenmerk 20200220ASBV

20 februari 2020

pagina 6 van 6

Geuronderzoek Ashorst BV t. b. v. omgevingsvergunning

ASBV18A5, juli 2019 Olfasense B. V.

olfasense ::: titel:

_Geuronderzoek

Ashorst

BV

t.b.v.

omgevingsvergunning rapportnummer: vervangt

rapport:

ASBV18A5 ASBV18A4

projectcode:

ASBV18A

trefwoorden:

vergisting, mest, co-substraten, hygienisatie, luchtwasser, biofilter, geuremissie, geurbelasting

opdrachtgever:

DLV

Kerksedijk 6029

RS

1

STERKSEL

Nederland

contactpersoon:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

opdrachtnemer:

_Olfasense

B.V,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Nederland

(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) goedgekeurd:

voor

Olfasense

B.V,

door

(geanonimise rd) (geanonimiseerd) ON EN (geanonimiseerd) irecteur

Olfasense

B.V.

1

juli

copyright:

©

2019,

e

1 juli

«

datum:

ASBV18A5

2019 Olfasense

2019

B.V.

pagina

2 van

91

Inhoudsopgave 1

Inleiding

2

Situatiebeschrijving

3

4

5 onderzoeksopzet

6

2. 1 De bedrijfsactiviteiten

6

2. 2 Onderzoeksopzet

7

2. 3 De omgeving

7

Uitvoering

9

van

de metingen

3. 1 Kwaliteit

9

3. 2 Geuremissiemetingen 3. 2. 1 Geurmonstername 3. 2. 2 Afgasdebiet

10 10 10

3. 3 Geuranalyse

11

3. 4 Hedonische metingen

11

3. 5 Berekening geuremissie

11

3. 6 Bedrijfsomstandigheden

12

Meetresultaten

13

4. 1 Geuremissie

13

4. 2 Resultaten hedonische metingen

14

4. 3 Ammoniak

14

4. 4 Bespreking 5

en

van

de resultaten

15

Berekening geuremissie

16

5. 1 Sleufsilo´s 5. 1. 1 Kengetallen 5. 1. 2 Berekening emissie

16 16 16

5. 2 Geopende

17

meng-

en

hydrolysering

5. 3 WKK’s

18

5. 4 Biofilter

6

hydrolysering

18

5. 5 Gaswasser digestaatbewerking

18

5. 6 Opslag digestaat

18

5. 7 Overzicht berekende emissies

20

Toetsingskader

21

6. 1 Landelijk geurbeleid

21

6. 2 Gebruikelijke toetsingswaarden

21

6. 3 Voorgesteld toetsingskader

22

Olfasense B. V.

meng- en

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 3 van 91

7

8

De geurbelasting

van

de omgeving

24

7. 1 Verspreidingsmodel

24

7. 2 Invoergegevens

24

7. 3 Resultaten

van

de verspreidingsberekeningen

26

7. 4 Bespreking

van

de resultaten

29

Samenvatting

en

conclusies

30

Bijlagen

31

Bijlage A

Meetomstandigheden

32

Bijlage B

Certificaten geuranalyses

33

Bijlage C

Certificaten monstername

37

Bijlage D

Rapportage ammoniakmetingen

52

Bijlage E

Fluctuerende bronnen

73

Bijlage F

Bepaling omrekenfactor hogere percentielen

74

Bijlage G

Scenariobestand verspreidingsberekeningen

75

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 4 van 91

1

Inleiding

In opdracht van DLV is door Olfasense B. V. een geuronderzoek uitgevoerd bij het bedrijf, gelegen aan Veld Oostenrijk 50 te Horst aan de Maas. Het bedrijf bestaat uit een varkenshouderij met covergistingsinstallatie. Er wordt een vergunning aangevraagd in verband met enkele wijzigingen in de bedrijfsvoering en de samenstelling van het te verwerken materiaal. De doorzet op jaarbasis van de vergistingsinstallatie wijzigt niet. Middels het onderzoek is de geuremissie en de geurbelasting in beeld gebracht als gevolg van de co-vergistingsinstallatie. Bij de installatie vinden geurrelevante activiteiten inpandig plaats, waarbij de lucht wordt gereinigd alvorens het wordt geëmitteerd via een biofilter en een luchtwasser. Ook de WKK’s kunnen worden gezien als geurrelevante bronnen. Daarnaast worden de sleufsilo’s eveneens in het geuronderzoek betrokken. Het rapport is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 worden de bedrijfsactiviteiten beschreven en de relevante geurbronnen geïdentificeerd. De meetmethoden voor de geurmetingen worden in hoofdstuk 3 beschreven, waarna de resultaten van de metingen in hoofdstuk 4 worden gepresenteerd. De geuremissie wordt vervolgens in hoofdstuk 5 berekend. Het toetsingskader voor beoordeling van de geurbelasting wordt afgeleid in hoofdstuk 6, waarna de resultaten van de verspreidingsberekeningen in hoofdstuk 7 worden gepresenteerd.

Hoofdstuk 8 besluit met de samenvatting en conclusies.

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 5 van 91

2

Situatiebeschrijving

2. 1

De bedrijfsactiviteiten

en

onderzoeksopzet

Onderstaand wordt een beknopte beschrijving van de situatie gegeven; voor gedetailleerde gegevens, bijvoorbeeld over type wasser, wordt verwezen naar de beschrijving bij de aanvraag. In de co-vergistingsinstallatie worden mest en co-substraten omgezet in biogas. Het gas wordt verbrand in twee WKK’s, waarmee energie en warmte wordt opgewekt. Het digestaat wordt in een scheidingsinstallatie (decanteercentrifuge) gescheiden in een rulle en een vloeibare fractie. De vloeibare fractie wordt in de mestkelder opgeslagen en afgevoerd. Er worden vaste en vloeibare co-substraten aangevoerd en eigen vloeibare mest opgeslagen. De vaste co-substraten worden in een sleufsilo opgeslagen; de vloeibare co-substraten en vloeibare mest worden in silo’s gelost. De opslag in sleufsilo’s kan worden gezien als geurrelevante bron, bij aanvoer en uithalen van het materiaal en als gevolg van de open opslag. De opslagsilo’s voor vloeibare producten zijn gekoppeld aan de afzuiging van de meng- en hydrolysering . Deze afgezogen lucht wordt gereinigd in een gecombineerd reinigingssysteem bestaande uit onder meer een biofilter. Alleen wanneer de meng- en hydrolysering geopend is voor toevoer, zou er mogelijk sprake kunnen zijn van enige emissie direct uit de ring, hoewel er ook dan sprake is van afzuiging. Zekerheidshalve wordt de geopende mengring als geurbron meegenomen in het onderzoek.

De vergistingsinstallatie is volledig gesloten en is daardoor geen relevante geurbron. Het ontstane biogas wordt verbrand in twee WKK’s, welke worden aangemerkt als geurrelevante bronnen. De bewerking van digestaat (scheiding in dikke en dunne fractie, hygienisatie) vindt inpandig plaats; alle onderdelen worden afgezogen, en de lucht wordt nabehandeld in een gaswasser. Hygienisatie vindt apart van de opslag plaats en is middels buizen gekoppeld aan de gaswasser. Daarmee kan worden gesteld dat in de aangevraagde situatie buiten de eerdergenoemde bronnen er geen emissie op andere manieren zal plaatsvinden. Het bedrijf slaat de dikke fractie na scheiding

op

in afgedekte containers buiten.

De voornaamste wijzigingen in de aangevraagde situatie ten opzichte (zie verder paragraaf 2. 1 van de aanvraag):

van

de vergunde situatie zijn

Het type vast co-substraat dat kan worden geaccepteerd wordt uitgebreid. Het betreft nu alle producten die worden genoemd in Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, waar het eerder een beperkt aantal producten betrof. Voor de opslag van vloeibaar co-substraat en vloeibare mest is een extra silo voorzien; gezien het feit dat deze silo’s zijn aangesloten op de luchtreinigingsinstallatie van de meng- en hydrolysering heeft dit voor geur geen verdere consequenties. Het digestaat wordt niet meer gedroogd, maar alleen gescheiden in een dikke en dunne fractie.

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

nog

gehygiëniseerd en/of mechanisch

pagina 6 van 91

Samengevat kunnen in de aangevraagde situatie de volgende relevante geurbronnen worden geïdentificeerd: Sleufsilo’s Geopende

meng-

en

hydrolysering

WKK’s Biofilter meng-

en

hydrolysering

Wasser digestaatbewerking Opslag dikke fractie digestaat in containers

2. 2

Onderzoeksopzet

Van de

voor geur

meest relevante bronnen is de geuremissie middels metingen vastgesteld.

De WKK’s zijn identiek, waardoor is volstaan met

een

meting

aan

één van de WKK´s.

Naast de WKK’s is ook de emissie als gevolg van de afzuiging van de meng- en hydrolysering gemeten, omdat het luchtbehandelingssysteem van deze bron nieuw is (bestaande uit meerdere stappen met als laatste stap een biofilter). Naast geur is voor deze bron ook ammoniak gemeten en is het verwijderingsrendement (geur en ammoniak) bepaald. De resultaten van deze metingen zijn ook gebruikt om de geuremissie te bepalen als gevolg van het openen van de meng- en hydrolysering. Op de meetdag zijn de niet-bemonsterde bronnen door de medewerkers het Bevoegd Gezag beoordeeld.

van

Olfasense

samen

met

De volgende geurbronnen zijn derhalve bemeten: WKK Ongereinigde afgasstroom Gereinigde afgasstroom

2. 3

meng-

meng-

en

en

hydrolysering

hydrolysering (uitgaand biofilter)

De omgeving

Figuur a op de volgende pagina geeft de ligging van het bedrijf weer (blauw omrand); de biogasinstallatie is gerealiseerd aan de zuidwestzijde van het terrein. De meest nabij het bedrijf gelegen geurgevoelige bestemmingen zijn rood gemarkeerd. De dichtstbij gelegen aaneengesloten woonbebouwing ligt op circa 850 m ten noorden van de inrichting (Castenray).

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 7 van 91

Figuur

a

De ligging

Olfasense B. V.

van

ASBV18A5

Ashorst BV te Horst

1 juli 2019

aan

de Maas

pagina 8 van 91

3

Uitvoering

3. 1

Kwaliteit

van

de metingen

Olfasense B. V. is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie op basis van NEN-ENISO/IEC 17025 voor uitvoering van verschillende verrichtingen en staat geregistreerd onder accreditatienummer L403. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de toegepaste geaccrediteerde verrichtingen. Tabel 1: Overzicht geaccrediteerde verrichtingen Olfasense B. V. (L403) Bepaling

Verrichtingen

Norm

Intern referentienummer

Monsterneming op basis van ‘delayed sampling for olfactometry’ ten behoeve van het bepalen van de geurconcentratie en hedonische waarde; monsterneming met behulp van de methode voor puntbronnen, de afdekmethode en de Lindvalldoosmethode

EN 13725 §7. 2 en §7. 3 en

QD01 en QD22

Afgaskarakteristieken

Het bepalen van de afgaskarakteristieken (temperatuur, luchtsnelheid, statische druk, drukverschil en vocht)

gelijkwaardig aan NEN-EN 16911 en conform NEN-EN 15259

QD23

Geurconcentratie

Het bepalen van de geurconcentratie (forced choice mode); olfactometrie (geuranalyse)

conform EN 13725 §8. 1. 3

QD01

Hedonische waarde

Het bepalen van de hedonische waarde van geur (geïntegreerde methode)

Conform NVN 2818

QD20

Monsterneming geur

NEN-EN 15259

De interpretatie van de meetgegevens en de mogelijk daaruit voortvloeiende conclusies aanbevelingen vormen geen onderdeel van de accreditatie.

en

Opgemerkt wordt dat als onderdeel van de monsterneming ook het zuurstofgehalte wordt gemeten, ter bepaling van de voorverdunning. Het bepalen van het zuurstofgehalte maakt onderdeel uit van de geaccrediteerde verrichtingen.

geen

Het uitvoeren van ammoniakbemonsteringen maakt geen onderdeel uit van de geaccrediteerde verrichtingen van Olfasense B. V. Deze metingen zijn derhalve uitbesteed aan KW3 B. V. , die de metingen onder accreditatie heeft uitgevoerd. Bij de presentatie van de meetwaarden worden niet-afgeronde waarden gebruikt, waarbij geen rekening wordt gehouden met de meetonzekerheid. Daardoor worden meer significante cijfers gerapporteerd dan op basis van de meetonzekerheid reëel is.

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 9 van 91

3. 2

Geuremissiemetingen

De geuremissie wordt berekend uit de geurconcentratie Europese odour units per tijdseenheid.

en

het afgasdebiet

en

uitgedrukt in

3. 2. 1 Geurmonstername De geurmonstername is uitgevoerd conform interne procedure ‘QD22 Procedure for Sampling’ die is afgeleid van de daartoe geldende richtlijnen in de NEN-EN 13725 1 en NTA 9065.2 Per meetpunt is bemonsterd in drievoud gedurende minimaal 30 minuten per monster. Om te controleren of de gebruikte monsternameapparatuur voldoende geurvrij was, is bovendien per meetset een veldblanco genomen. Elk monster is opgevangen in een monsterzak van Nalophan, een materiaal dat niet makkelijk reacties aangaat met andere stoffen. De monsterzak is voor gebruik geurvrij gemaakt. Een monsterzak kan circa 40 l lucht bevatten. Voorafgaand aan de daadwerkelijke bemonstering is elke monsterzak voorgespoeld met de te bemonsteren afgassen. Ter bepaling van het geurverwijderingsrendement van de luchtbehandelingsinstallatie van de meng- en hydrolysering zijn de ongereinigde en de gereinigde afgasstromen gelijktijdig bemonsterd.

3. 2. 2 Afgasdebiet Het afgasdebiet wordt bepaald conform eigen procedure ‘QD23 Procedure for measuring physical parameters’, die gelijkwaardig is aan NEN-EN 16911. Olfasense meet de afgassnelheid met een Pitot buis. De resultaten van de metingen zijn gelijkwaardig aan resultaten gemeten conform NENEN 16911. De temperatuur van de afgassen wordt gemeten met een type K thermokoppel. De vochtigheid van de afgasstromen wordt middels de psychrometrische methode bepaald. Voor de WKK is het vochtgehalte gravimetrisch bepaald, omdat de temperatuur van de afgassen hoger is dan het meetbereik van de psychrometrische methode. Opgemerkt wordt dat de gravimetrische methode geen onderdeel uitmaakt van de accreditatie. Afwijking van de eisen uit NEN-EN 16911 kan tot gevolg hebben dat de nauwkeurigheid meting ongunstig wordt beïnvloed. In bijlage C is per meetpunt opgenomen in hoeverre de norm gestelde voorwaarden wordt voldaan.

van aan

de de in

De getalswaarde van het debiet hangt mede af van de omstandigheden voor wat betreft druk, temperatuur en vochtgehalte. Het debiet bij de actuele druk, temperatuur en het vochtgehalte tijdens monstername wordt het bedrijfsdebiet genoemd. Het debiet omgerekend naar een druk van 1. 013 hPa, een temperatuur van 0°C en droog afgas wordt het normaaldebiet genoemd. Voor het debiet omgerekend naar de omstandigheden waarbij geuranalyses plaatsvinden, te weten een druk die gelijk is aan 1. 013 hPa, een temperatuur van 20°C en vochtig afgas wordt vaak de term standaarddebiet gebruikt.

1

2

‘Bepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie’ / ‘Air quality – Determination of odour concentration by dynamic olfactometry’, Europese norm NEN-EN 13725, april 2003 (referentienummer EN 13725:2003 E) Nederlandse Technische Afspraak, NTA 9065, Luchtkwaliteit – Geurmetingen – Meten en rekenen Geur. ICS 13. 040. 99, december 2012

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 10 van 91

3. 3

Geuranalyse

De geurmonsters zijn geanalyseerd conform de NEN-EN 13725 3 volgens de Forced Choice mode. De analyses zijn uitgevoerd in het geurlaboratorium van Olfasense B. V. (accreditatienummer L403). Het analyseresultaat wordt uitgedrukt als de geurconcentratie in Europese odour units: 3 ou/m. E

3. 4

Hedonische metingen

Om inzicht te krijgen in de (on)aangenaamheid van de geëmitteerde geur is, naast de geurconcentratie, ook de hedonische waarde bepaald van de geur afkomstig van het biofilter en de WKK. Hedonische waarden kunnen dienen als basis voor een toetsingskader voor de geurconcentratie op leefniveau. Bij een hedonische analyse wordt de relatie tussen bovendrempelige (waarneembare) geurconcentratie en de mate van (on)aangenaamheid bepaald conform NVN 2818.4 De hedonische meting maakt gebruik volgende ijkpunten heeft: +4 0 -4

uiterst aangenaam, noch aangenaam, noch uiterst onaangenaam.

: : :

van een

9-puntsschaal die loopt

van

–4 tot +4

en

de

onaangenaam,

Het verband tussen de geurconcentratie, uitgezet op een logaritmische schaal,5 en de hedonische waarde wordt benaderd als een logaritmische rechte. Uit de regressievergelijking worden de geurconcentraties berekend waarbij de hedonische waarden gelijk zijn aan H = -1 en H = -2.

3. 5

Berekening geuremissie

3 en het afgasdebiet [m/h] 3 De geuremissie [ou/h] is het product van de geurconcentratie [ou/m] E E bij 20°C, 1. 013 hPa, vochtig afgas. Er wordt gerekend met het geometrisch gemiddelde van de gemeten geurconcentraties en het afgasdebiet bij 20°C, 1. 013 hPa, vochtig afgas (de condities waarbij de geurconcentraties zijn gemeten).

Het verwijderingsrendement voor geur wordt berekend uit de gemeten concentraties uitgaande luchtstromen volgens de formule: =

(1

- C uit

/ C in ) * 100%

van

de in- en

formule i

waarin:

3

4 5

[%]

=

geurverwijderingsrendement

C uit

3 [ou/m] E

=

geurconcentratie

van

de gereinigde luchtstroom

C in

3 [ou/m] E

=

geurconcentratie

van

de ongereinigde luchtstroom

‘Bepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie’ / ‘Air quality – Determination of odour concentration by dynamic olfactometry’, Europese norm NEN-EN 13725, april 2003 (referentienummer EN 13725:2003 E) ‘Geurkwaliteit – Sensorische bepaling van de hedonische waarde van een geur met een olfactometer’, NVN 2818, oktober 2005. De relatie tussen concentratie en hedonische waarde is voor geur – net als voor geluid - logaritmisch.

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 11 van 91

3. 6

Bedrijfsomstandigheden

Volgens opgave van het bedrijf was de bedrijfssituatie tijdens de metingen representatief voor normale bedrijfsvoering. Er deden zich gedurende de metingen geen storingen of onregelmatigheden voor die invloed gehad kunnen hebben op de metingen. In bijlage A is een overzicht gegeven van de materialen die de dag van de meting en de dagen daarvoor in de vergistingsinstallatie werden gevoed.

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 12 van 91

een

4

Meetresultaten

4. 1

Geuremissie

In onderstaande tabellen zijn de uitkomsten van de geurmetingen opgenomen. Tijdens de meting aan de WKK op 5 april werd er een verhoogde geurconcentratie gemeten aan het blanco monster, waardoor het resultaat conform NTA9065 moet worden verworpen. Deze meting is derhalve opnieuw uitgevoerd op 19 april. De resultaten van beide metingen zijn volledigheidshalve opgenomen in de tabel. Het certificaat van de geuranalyses is als bijlage B bijgevoegd. De gedetailleerde uitwerking meetresultaten is weergegeven in bijlage C. Tabel 2: Resultaten van de geuremissiemetingen de Maas op 5 en 19 april 2018 Meetpunt en meting

Debiet

aan

van

de WKK bij Ashorst BV te Horst

Geurconcentratie

Geuremissie

3 [m/h]

3 [ou/m] E

[10 6 ou/h] E

5. 100

9. 296 4. 123 3. 031 4. 879

25

4. 800

7. 347 6. 339 3. 652 5. 540

27

de

aan

(1. 013 hPa, 20°C, vochtig)

WKK • meting 1 • meting 2 • meting 3 Gemiddeld WKK • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

Tabel 3: Resultaten meng-

en

van de metingen aan het geurverwijderingsrendement van de hydrolysering bij Ashorst BV te Horst aan de Maas op 5 april 2018

Meetpunt en meting

Meng- en hydrolysering • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

Olfasense B. V.

ASBV18A5

Debiet

Geurconcentratie

Geuremissie

(1. 013 hPa, 20°C, vochtig)

ongereinigd

gereinigd

3 [m/h]

3 [ou/m] E

3 [ou/m] E

[%]

[10 6 ou/h] E

2. 700

438. 043 351. 167 311. 228 363. 109

21. 320 16. 609 10. 446 15. 465

96%

42

1 juli 2019

gereinigd

pagina 13 van 91

4. 2

Resultaten hedonische metingen

De resultaten van de hedonische metingen zijn samengevat in tabel 4. De gedetailleerde resultaten zijn gepresenteerd in bijlage B. Tabel 4: Resultaten hedonische metingen bij Ashorst BV te Horst april 2018 Meetpunt

aan

de Maas

3 Geurconcentratie [ou/m] E

waarbij:

H

=

-1

H

=

5 en 19

op

-2

WKK meting 5 april • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

2,1 1,9 1,8 2,2

11,2 (21,9) 1) 5,7 8,0 1)

WKK meting 19 april • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

2,1 1,9 1,5 1,8

21,3 20,9 14,0 18,4

Biofilter meng- en hydrolysering 5 april • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

1,9 1,9 1,8 1,9

7,1 7,1 5,9 6,7

1) Deze waarde werd middels extrapolatie verkregen. Dit is niet toegestaan volgens NVN2818, deze waarde is derhalve niet gebruikt voor berekening van de gemiddelde waarde.

4. 3

Ammoniak

In tabel 5 zijn de uitkomsten van de ammoniakmetingen samengevat. De rapportage van KW3 B. V. is weergegeven in bijlage D. Tabel 5: Resultaten ammoniakmetingen 2018 Normaaldebiet

Bron

1)

[m 0 3 /h] Meng- en hydrolysering • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld

2. 400

bij Ashorst BV te Horst

NH-3 concentratie IN [mg NH/m 3

3,9 3,9 4,8 4,2

0

3]

NH-3 concentratie UIT

aan

de Maas

Verwijderingsrendement ( )

5 april NH-3 emissie

[%]

3 [mg NH/m 3 0 ]

0,07 0,07 < 0,04 0,06

op

[g/h]

99%

1) 0º C, 1 bar, droog

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 14 van 91

0,2

4. 4

Bespreking van de resultaten

Uit de metingen blijkt dat de geuremissie van de WKK op beide dagen een vergelijkbare geuremissie liet zien. Deze emissie is lager dan eerder werd berekend, toen werd uitgegaan een tweemaal hogere geurconcentratie van de afgassen dan nu gemeten.

van

Het geur- en ammoniakverwijderingsrendement van het luchtbehandelingssysteem is met respectievelijk 96 en 99% uitstekend te noemen. Tijdens de metingen is het debiet zowel voor de wasser als vlak voor het biofilter gemeten, waar er een aanzienlijk verschil werd waargenomen. Het debiet na de ventilator voor het biofilter is aanzienlijk hoger dan bij de wasser. De ventilator heeft een hogere capaciteit en door leklucht bij de papierbak wordt er meer lucht aangezogen voor het papierfilter. Voor berekening van de emissies is (uiteraard) gebruik gemaakt van de hogere gemeten waarde.

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 15 van 91

5

Berekening geuremissie

5. 1

Sleufsilo´s

Vaste co-substraten worden opgeslagen in sleufsilo’s. Het betreft producten die worden genoemd in Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Ten tijde van de rondgang rond de sleufsilo’s lagen er diverse stromen, waaronder graanresten, petfood en bierborstel. Petfood wordt opgeslagen onder een overkapping, de overige producten zijn niet afgedekt. Er kon nauwelijks geur worden waargenomen, alleen bij het afgraven was een geringe geur waarneembaar. Relevante emissie kan plaatsvinden als gevolg van de opslag halen van het materiaal.

aanvoer,

de

open

opslag

en

het uit de

5. 1. 1 Kengetallen Kengetallen voor handelingen met en opslag van droge co-substraten zijn niet voorhanden. Het betreft weinig geurend materiaal zoals ook uit de waarnemingen bleek, waardoor bij aanvoer van het verse materiaal nagenoeg geen geuremissie zal plaatsvinden. Voor groenafval geldt bijvoorbeeld ook dat de aanvoer hiervan in het brancheonderzoek voor groencomposteringen 6 niet als geurrelevant wordt beschouwd. Pas wanneer het verkleind wordt en op de composthoop wordt gezet, vindt er relevante geuremissie plaats. In de berekeningen zal voor handelingen met droge co-substraten zekerheidshalve worden uitgegaan van het emissiekengetal voor het op de composthoop zetten van verkleind groenafval van 0,44 * 10 6 ou/ton. Hiermee wordt een veilige E benadering gekozen. De sleufsilo’s worden niet afgedekt; na enige tijd vormt zich een korst op het materiaal waardoor de emissie verwaarloosbaar is. Op het moment dat de sleufsilo’s worden afgegraven om materiaal eruit te halen kan ook als gevolg van de opslag enige geuremissie plaatsvinden. In de berekeningen zal voor de opslag zekerheidshalve een vergelijking worden gemaakt met de opslag 2 van GFT, waarvoor in de voormalige NeR een kengetal van 0,5 * 10 6 ou/m/h werd gegeven. E Buiten deze periode van afgraven zal de emissie zeer gering zijn.

In de berekeningen zal worden uitgegaan van een emissie die 10% van de emissie bedraagt wanneer er activiteit is bij de sleufsilo’s. Dit is een zeer veilige benadering, omdat er nauwelijks geur waarneembaar was bij de sleufsilo’s. Voor GFT blijkt dat het verschil tussen de geuremissie als gevolg van handelingen en de geuremissie als gevolg van de opslag een factor 3 bedraagt (met kengetallen van respectievelijk 2 en 0,5 * 10 6 ou/m/h). 1,5 * 10 6 ou/ton Op deze wijze kan voor handelingen met mest een E E kengetal worden berekend van (3 * 0,87) = 2,6 * 10 6 ou/ton. E

5. 1. 2 Berekening emissie 5. 1. 2. 1 Aanvoer Van de aangevoerde vaste co-substraten wordt jaarlijks 9. 000 ton materiaal in de sleufsilo’s opgeslagen. De vaste co-substraten worden aangevoerd in vrachten van 25 ton, waardoor er totaal (9. 000 / 25) = 360 vrachten worden gelost. Aangenomen dat het lossen van een vracht totaal ongeveer 10 minuten in beslag neemt kan er per uur (60 / 10 * 25) = 150 ton worden gelost. De momentane geuremissie van het lossen van vaste 6

‘Compostering van groenafval (geen GFT-afval) – Branche-geuronderzoek in opdracht van de BVOR’, C. F. Steunenberg, TNO-MEP, referentienummer 94-202, juni 1994.

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 16 van 91

co-substraten bedraagt dan (150 * 0,44) = 66 * 10 6 ou/h en als gevolg van het lossen van mest E (150 * 2,6) = 392 * 10 6 ou/h. Deze bron kan echter worden beschouwd als een fluctuerende bron E (zie bijlage E voor een toelichting). Er vanuit gaande dat er gemiddeld één vracht per uur worden gelost, bedraagt de uurfractie met een losduur van 10 minuten (10/60) = 0,17. De uurgemiddelde geuremissie bij lossen van vaste co-substraten bedraagt dan (66 * 0,17 1/2 ) = 27 * 10 6 ou/h. De emissieduur komt overeen met het E aantal vrachten, ofwel 360 uur per jaar.

5. 1. 2. 2 Opslag Gedurende het jaar zal er steeds wat uit de sleufsilo’s worden gehaald om de vergistingsinstallatie te voeden. Dagelijks zal er gedurende maximaal 3 uur materiaal uit de sleufsilo’s worden gehaald. Het gedeelte dat wordt beroerd heeft een geuremitterend oppervlak van circa 75 m.2 De geuremissie kan dan worden berekend op (75 * 0,5) = 37,5 * 10 6 ou/h. E De activiteiten vinden maximaal 3 uur per dag plaats. In de berekeningen zal zekerheidshalve worden uitgegaan van een emissie als gevolg van dit oppervlak van 6 uur, ofwel na uitkuilen is er nog een periode van 3 uur sprake van dit verhoogde emissieniveau. De emissieduur bedraagt zo 2. 184 h/jr. Buiten deze tijd wordt

een

emissie gehanteerd

van

3,75

* 10

6 ou/h, E

10%

van

deze emissie.

5. 1. 2. 3 Uitkuilen Het materiaal wordt gedurende het jaar ingevoerd in het vergistingsproces gedurende maximaal 3 uur per dag (1. 092 h/jr). Daarmee wordt er gemiddeld (9. 000 / 1. 092) = 8 ton per uur uitgekuild. De geuremissie kan zo worden berekend op (8 * 0,44) = 2,7 * 10 6 ou/h. E

5. 2

Geopende meng- en hydrolysering

Wanneer de meng- en hydrolysering geopend is om deze te voeden, kan er mogelijk enige emissie 3 plaatsvinden. Het systeem wordt echter afgezogen (gemeten: 300 m/h), waardoor de emissie naar verwachting gering is, in combinatie ook met het relatief kleine oppervlak dat geopend is en de korte periode dat de ring geopend is. Tijdens de periode van het vullen (3 uur) is de meng- en hydrolysering alleen geopend wanneer de shovel de lading inbrengt; daarna sluit het deksel weer. De tijd dat deze deksel geopend is, is daarmee zeer kort, ongeveer 1 minuut. Tijdens de rondgang kon bij een geopende mengring een korte periode geur worden waargenomen. Gezien de onderdruk zal de hoeveelheid lucht die vrijkomt gering zijn. Er zal 3 wanneer de klep een volledig uur geopend worden uitgegaan van een hoeveelheid van 100 m/h zou zijn. Dit zou betekenen dat 25% van de lucht diffuus vrij zou komen aanvullend op de 3 een zeer veilige benadering. afgezogen hoeveeheid van 300 m/h, De geurconcentratie van deze stroom komt overeen met de gemeten geurconcentratie voor het 3 De geuremissie kan dan luchtbehandelingssysteem en bedraagt gemiddeld 363. 000 ou/m. E 6 worden berekend op (100 * 363. 000) = 36,3 * 10 ou/h. De mengring is slechts beperkt geopend E een uur en fluctuerende gedurende kan daarmee worden gezien als bron.

Gemiddeld zal de mengring circa 20 maal een minuut geopend zijn, waardoor de uurfractie 20/60 bedraagt. De uurgemiddelde geuremissie kan zo worden berekend op (36,3 * 20/60 1/2 ) = 21 * 10 6 ou/h E gedurende 1. 092 h/jr.

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 17 van 91

5. 3

WKK’s

De geuremissie als gevolg van de WKK’s is gemeten en bedraagt 27 motoren draaien (afgerond) maximaal 8. 500 uur per jaar.

5. 4

6 ou/h E

per

WKK. De

Biofilter meng- en hydrolysering

De geuremissie als gevolg van het biofilter van de meng(continu, ofwel 8. 760 h/jr). 42 * 10 6 ou/h E

5. 5

* 10

en

hydrolysering is gemeten

en

bedraagt

Gaswasser digestaatbewerking

Het digestaat wordt in de gewijzigde situatie niet meer gedroogd, alleen nog gehygiëniseerd en/of mechanisch gescheiden in een dikke en dunne fractie. De gaswasser blijft gehandhaafd, de belasting van de wasser zal echter aanzienlijk lager zijn. Naar verwachting zal de geuremissie daardoor ook aanzienlijk lager zijn. Totaal wordt maximaal 61. 0000 ton op jaarbasis gehygieniseerd, volcontinu in werking is.

waarmee

de installatie nagenoeg

Er zijn geen meetgegevens voorhanden van de emissie van de wasser bij deze activiteiten. Ook zijn er geen gegevens beschikbaar van andere locaties met deze activiteiten. Bij een mestscheidingsinstallatie (KUMAC in Deurne) zijn metingen uitgevoerd,7 waar de mestscheidingsactiviteiten inpandig plaatsvonden en deze hal geforceerd werd afgezogen. Met een 3 3 werd een emissie gemeten debiet van circa 10. 000 m/h en een geurconcentratie van 582 ou/m E 6 van 6,1 * 10 ou/h. E Dit betreft een situatie zonder nageschakelde techniek, waar dat bij Ashorst wel het geval zal zijn en betreft het bij KUMAC bovendien mest, waar het bij Ashorst digestaat betreft. De mate van 3 afzuiging is in dit geval veel hoger, het debiet van de wasser bedraagt maximaal 160. 000 m/h. Meer afzuigen heeft over het algemeen ook meer geuremissie tot gevolg. Wanneer 3 ook bij zekerheidshalve wordt gesteld dat de bij KUMAC gemeten geurconcentratie van 600 ou/m E Ashorst zal optreden als ongereinigde geurconcentratie (zeer veilige benadering), zal de geurconcentratie na reiniging in ieder geval lager zijn dan deze waarde. Het geurverwijderingsrendement van een gaswasser ligt volgens de Factsheets 8 tussen 60 en 85%. Met een relatief lage verwachte te reinigen geurconcentratie zal het geurverwijderingsrendement van de gaswasser aan de lage kant zijn.

In de berekeningen zal zekerheidshalve uit worden gegaan van een rendement van 50%, lager nog dan de range die in de Factsheets wordt aangegeven. De geuremissie na reiniging kan dan worden berekend op (600 * 160. 000 * 50%) = 39 * 10 6 ou/h (continu, ofwel 8. 760 h/jr). E

5. 6

Opslag digestaat

De dikke fractie digestaat wordt buiten in een tweetal containers opgeslagen. Van de opslag van digestaat zijn geen meetgegevens bekend. Uit onderzoek is wel gebleken dat de geuremissie van vergiste mest een factor 4 lager is dan die van verse mest.9 Aan de opslag van mest zijn gegevens 7 8 9

‘Geuronderzoek ten behoeve van aanvraag milieuvergunning KUMAC BV te Deurne’, rapportnummer ROBM09D2, februari 2010. https://www. infomil. nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/digitale-ner/luchtemissie/overzichtfactsheets/factsheets/gaswasser-(algemeen)/ ‘Onderzoek naar de geuremissie bij (gebruik van) vergiste mest en onvergiste mest’, Novem, projectnummer 2021-02-22-03-004, september 2003.

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 18 van 91

voorhanden van metingen aan verse (kippen)mest 10 , waarbij een kengetal kon worden bepaald 2 van 0,87 * 10 6 ou/m/h. Zo kan worden berekend dat de specifieke geuremissie van vergiste mest E 2 (0,87 / 4) = 0,22 * 10 6 ou/m/h bedraagt. Met een oppervlak van de containers van circa 50 m 2 E kan de geuremissie zo worden berekend op (50 * 0,22) = 6,3 * 10 6 ou/h (continu). E

10

'Geuronderzoek proef kippenmestcompostering NV Afvalzorg locatie Brunssum', Bongers, M. E. , PRA OdourNet bv, december 2000, rapportnummer NVAZ00B1.

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 19 van 91

5. 7

Overzicht berekende emissies

In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de berekende emissies in de aangevraagde situatie, waarbij tevens de jaarlijkse geuremissie is berekend. De WKK’s, het biofilter van de meng- en hydrolysering en de gaswasser van de droger zijn de voornaamste geurbronnen. Tabel 6: Overzicht geuremissie Ashorst BV te Horst aangevraagde situatie Bron

Emissie [10 6

aan

Emissieduur

ou/h] E

[h/jr]

Aanvoer vaste co-substraten

27

Sleufsilo – opslag tijdens afgraven Sleufsilo

de Maas

–

biogasinstallatie

Jaaremissie [10 9

Bijdrage

ou/jr] E

[%]

360

9,7

0,7%

38

2. 184

82

5,5%

opslag

3,8

7. 668

25

1,7%

Afgraven sleufsilo

2,7

1. 092

3,0

0,2%

Geopende meng- en hydrolysering

21

1. 092

23

1,5%

WKK’s

53

8. 500

453

30,5%

Biofilter meng- en hydrolysering

42

8. 760

372

25,1%

Gaswasser digestaatbewerking

48

8. 760

421

28,4%

Opslag dikke fractie

6,3

8. 760

95

6,4%

1. 483

100%

–

TOTAAL

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 20 van 91

–

6

Toetsingskader

6. 1

Landelijk geurbeleid

In artikel 2. 7a van het Activiteitenbesluit 11 wordt ingegaan op het toetsingskader voor geur. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder. Het bevoegd gezag beoordeelt welke mate van geurhinder nog aanvaardbaar is. In de Handleiding geur 12 is uitgewerkt hoe het aanvaardbaar hinderniveau voor geur van bedrijfsmatige activiteiten anders dan veehouderij kan worden bepaald. Voor bepaalde bedrijfstakken zijn in het Activiteitenbesluit specifieke geurvoorschriften opgenomen (bijvoorbeeld voor composteren).

6. 2

Gebruikelijke toetsingswaarden

De kans op geurhinder wordt vaak beoordeeld aan de hand van geurcontouren. Een geurcontour geeft een geurimmissieconcentratie in combinatie met een bepaalde overschrijdingsfrequentie 3 als 98-percentiel (uitgedrukt als percentielwaarde) weer. Bijvoorbeeld: de contour van 1 ou/m E 3 méér dan 2% de begrenzing van het gebied waarbinnen een van ou/m vormt geurconcentratie 1 E van de tijd (175 h/jr) wordt overschreden. Uit de diverse richtlijnen en lokaal beleid blijkt dat de volgende overschrijdingsfrequenties geurconcentraties gebruikelijk zijn:

en

Geurconcentratie 3 is gedefinieerd als de geurconcentratie waarbij van een groep Een geurconcentratie van 1 ou/m E mensen met een gemiddeld reukvermogen (panel geselecteerd volgens NEN-EN 13725) de helft van de mensen de geur nog net kan onderscheiden van geurvrije lucht. Doorgaans liggen de 3 als 98-percentielwaarde. toetsingswaarden in een bereik van 0,5 tot 5 ou/m E 3 als 98-percentielwaarde als strengste toetsingswaarde. Deze waarde Doorgaans geldt 0,5 ou/m E wordt doorgaans op nieuwe inrichtingen van toepassing geacht, voor bestaande inrichtingen wordt 3 als 98in het algemeen een ruimere grenswaarde toegepast. Van de normering van 0,5 ou/m E percentielwaarde kan onderbouwd worden afgeweken, bijvoorbeeld op basis van de verwachte hinderlijkheid van de geur. De hinderlijkheid kan worden gekwantificeerd door middel van hedonische metingen.

Overschrijdingsfrequentie Voor continue bronnen wordt doorgaans volstaan met toetsing

aan

de 98-percentielwaarde.

Kortdurende emissies kunnen leiden tot kortdurende maar hoge immissies. Voor dergelijke bronnen geeft toetsing aan de 98-percentielwaarde onvoldoende inzicht in de geurbelasting van de omgeving en is het gebruikelijk om hogere percentielen (99,5-, 99,9- en 99,99-percentiel) in beeld te brengen.

11 12

http://wetten. overheid. nl/BWBR0022762/2016-01-01#Hoofdstuk2_Afdeling2. 3_Artikel2. 7a Handleiding geur: bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen), zie http://www. infomil. nl/onderwerpen/klimaat-lucht/geur/handleiding-geur/

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 21 van 91

6. 3

Voorgesteld toetsingskader

Het bevoegd toetsing.

gezag

stelt het toetsingskader vast. Olfasense doet onderstaand

een

voorstel

voor

Voor de bronnen van de biogasinstallatie is geen specifiek toetsingskader (in de vorm van normen in bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit) voorhanden. Voor het bepalen van het aanvaardbaar geurhinderniveau wordt daarom aansluiting gezocht bij de hedonische waarde. De hedonische waarde is een maat voor de onaangenaamheid van een geur en wordt vaak voor vaststelling van de toetsingswaarden gebruikt. De hedonische waarden kunnen als volgt worden geïnterpreteerd: bij geurconcentraties (als 98percentielwaarde) waarbij H < -1, is de kans op hinder gering; bij geurconcentraties (als 98percentielwaarde) waarbij –1 ≤ H < -2, is hinder mogelijk; bij geurconcentraties (als 98percentielwaarde) waarbij H ≥ -2, is hinder zeer waarschijnlijk en is ernstige hinder mogelijk. Als grenswaarde wordt dan vaak die geurconcentratie gebruikt waarbij een hedonische waarde H gelijk aan - 2 optreedt; de hedonische waarde H = -1 wordt dan als richtwaarde gezien. Een 3 kan worden gezien als streefwaarde. waarde van 0,5 ou/m E De drie voornaamste bronnen betreffen de WKK’s, het biofilter van de meng- en hydrolysering de gaswasser. Deze bronnen zullen worden beschouwd, de andere bronnen worden buiten beschouwing gelaten.

en

Voor de WKK’s en het biofilter wordt uitgegaan van de gemeten waarden, waarbij voor de WKK wordt uitgegaan van de tweede (valide) meting. Voor de gaswasser zijn geen hedonische gegevens voorhanden. Er is bij onderzoek naar vergiste mest een hedonische waarde vastgesteld aan verse en vergiste mest 13 , waar de hedonische waarde H = -1 en H = -2 voor vergiste mest werden 3 In de berekeningen zal uitgegaan worden van deze vastgesteld op respectievelijk 2,3 en 6 ou/m. E waarden. Om een gemiddelde te berekenen van deze hedonische waarden van zowel de WKK’s als de drogerinstallatie, is een gewogen gemiddelde berekend aan de hand van de jaarlijkse emissie (voor de aangevraagde situatie). De berekeningen zijn weergegeven in onderstaande tabellen. Tabel 7: Berekening gewogen gemiddelde hedonische waarde H biogasinstallatie Inrichtingen

=

-1 voor de

Jaaremissie 9 ou/jr] [10 * E

H = -1 3 [ou/m] E

Jaaremissie x Grenswaarde 9 [10] *

WKK’s

453

1,8

815

Biofilter meng- en hydrolysering

372

1,9

707

Gaswasser

421

2,3

967

Totaal

1. 245

2,0

2. 489

13

‘Onderzoek naar de geuremissie bij (gebruik van) vergiste mest en onvergiste mest’, Novem, projectnummer 2021-02-22-03-004, september 2003.

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 22 van 91

Tabel 8: Berekening gewogen gemiddelde hedonische waarde H biogasinstallatie Inrichtingen

=

-2 voor de

Jaaremissie 9 ou/jr] [10 * E

H = -2 3 [ou/m] E

Jaaremissie x Grenswaarde 9 [10] *

WKK’s

453

18,4

8. 332

Biofilter meng- en hydrolysering

372

6,7

2. 492

Gaswasser

421

6,0

2. 523

Totaal

1. 245

10,7

13. 347

3 (=2. 308/1. 167) en de De gemiddelde hedonische waarde H = -1 bedraagt zo 2,0 ou/m E 3 gemiddelde hedonische waarde van H = -2 kan zo worden berekend op 11,0 ou/m E (=12. 874/1. 067).

Op basis van deze berekeningen zij de volgende geurcontouren in beeld gebracht: Streefwaarde

van

3 als 98-percentielwaarde 0,5 ou/m E

Richtwaarde

van

3 als 98-percentielwaarde 2,0 ou/m E

Grenswaarde

van

3 als 98-percentielwaarde 11 ou/m E

Omdat enkele bronnen kortdurend actief zijn, zijn bovendien de hogere percentielwaarden in beeld gebracht (99,5- en 99,9-percentielwaarde). Aan de hand van de voor het rekengebied bepaalde omrekenfactoren 14 worden daardoor aanvullend de volgende contouren in beeld gebracht: 3 als 99,5-percentielwaarde Streefwaarde van 0,9 ou/m E percentielwaarde

en

3 als 99,91,4 ou/m E

3 als 99,5-percentielwaarde Richtwaarde van 3,6 ou/m E percentielwaarde

en

3 als 99,95,9 ou/m E

3 als 99,5-percentielwaarde Grenswaarde van 16,2 ou/m E percentielwaarde

14

en

3 als 99,926,6 ou/m E

Bepaald ten behoeve van de vorige aanvraag en opgenomen in Bijlage F van het rapport.

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 23 van 91

olfasense 7

De

7.1

:::

geurbelasting

de

van

omgeving

Verspreidingsmodel

De

geurbelasting van de omgeving rondom de bronnen wordt berekend met behulp van een verspreidingsmodel. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het Nieuw Nationaal Model (NNM). De gebruikte pc-applicatie is Geomilieu V5.00. Het

Nieuw

Nationaal

op basis van beschouwde bestaan

uit

instraling

beschrijft het transport en de verdunning van stoffen in de atmosfeer pluimmodel. Het betreft een ‘lange termijn’ berekening en de periode bedraagt daarom tenminste een jaar. De gebruikte meteorologische gegevens uurgemiddelde gegevens van onder meer de windrichting, de windsnelheid, de zonne-

en

het

Model

Gaussisch

de temperatuur.

immissieconcentratie

Het

NNM

berekent

elk

afzonderlijk percentage van de jaarlijkse voor

uur

gedurende welk uurgemiddelde immissieconcentratie van

7.2

Invoergegevens

Invoergegevens emissieduur 9

Tabel

uren

verschillende de

roosterpunten

beschouwde

de

periode. (de overschrijdingsfrequentie)

overschreden.

Het

Hieruit

resultaat wordt

wordt

berekend

bepaalde

een

weergegeven

in de

geurcontouren.

vorm

Tabel

wordt

op

van

geeft

verspreidingsmodel omgevingskenmerken. voor

en

het

overzicht

een

van

de te

zijn

bronkenmerken

gebruiken brongegevens.

Na

Brongegevens voor de verspreidingsberekeningen toekomstige situatie

9:

Bronomschrijving

X

zoals de

de tabel

—

geuremissie

volgt

de

en

toelichting.

een

biogasinstallatie

—

Y

H

Q

Emissie

Emissieduur

[m]

[m]

[m]

(geanonimiseerd) MM

coue/s)

[h/jr]

co-substraten

200.235

387.900

2

0

7.485

417

opslag tijdens afgraven

200.235

387.900

2

0

10.417

2.184

opslag

200.235

387.900

2

0

1.042

6.567

Afgraven

sleufsilo

200.235

387.900

2

0

755

1.095

Geopende

meng-

200.286

387.932

15

0

5.823

1.095

Aanvoer

vaste

Sleufsilo

—

Sleufsilo

—

en

hydrolysering

WKK

1

200.200

387.938

10

0,2

7.399

8.760

WKK

2

200.200

387.933

10

0,2

7.399

8.760

Gaswasser

Verdeeld

5 locaties

8,7

0

13.333

8.760

200.239

387.951

1,5

0

3.021

8.760

200.302

387.890

1

0

11.796

8.760

Opslag

dikke

fractie

Biofilter

Er

over

is

rekening gehouden met gebouwinvloed door de loods waarin het digestaat verwerkt wordt in als gebouw. Voor de mengring is geen rekening gehouden met gebouwinvloed, omdat te deze bron mogelijk beïnvloed zal worden door de tanks en silo's rondom de mengring. In dat geval is het niet goedmogelijk om in het model rekening te houden met gebouwinvloed en is de bron met een relatief lage hoogte (1,5 m) ingevoerd. voeren

Olfasense

B.V.

«

ASBV18A5

e

1 juli

2019

pagina

24

van

91

Emissie van de wasser vindt plaats over een rechthoekig vlak van circa 20 m lengte en 1 m breedte op het dak. Hiermee is in het model rekening gehouden door de emissie te verdelen over 5 emissiepunten (invoeren van een dergelijke bron is in het model niet mogelijk), elk met een diameter van 1 m en een flux dusdanig dat de afgassnelheid circa 1,8 m/s is, overeenkomstig de 3 feitelijke situatie bij een debiet van 130. 000 m/h. De bronnen zijn met De en

een

emissiepatroon ingevoerd,

en

wel als volgt:

aanvoer van vaste co-substraten op werkdagen, exclusief woensdagen tussen 10:00-11:00 13:00-14:00, totaal 417 h/jr, ruimer dan de berekende 360 h/jr).

Het uitkuilen van de sleufsilo’s en de geopende mengring zijn ingevoerd dagelijks tussen 9:00 en 12:00. Voor de opslag in sleufsilo’s zijn twee emissieniveau’s geïdentificeerd: dagelijks tussen 9:00 en 15:00 (bij werkzaamheden) en daarbuiten. De WKK’s zijn actief gedurende 8. 500 h/jr. In het model is dit niet goed met een patroon te ondervangen, omdat bij 23 uur emissie per dag de emissieduur al lager is dan de werkelijke emissieduur. Er is voor deze bronnen dan ook gekozen voor een continue emissieduur (veilige benadering). Het biofilter, de

wasser en

de opslag dikke fractie hebben

een

continue emissieduur.

Opgemerkt wordt dat dit slechts een modelmatige benadering van de praktijk betreft, en de gekozen uren als willekeurig dienen te worden beschouwd. De werkelijke situatie kan afwijken het hierboven geschetste beeld, maar de uren op jaarbasis komen wel overeen.

van

De overige invoerparameters zijn weergegeven in tabel 10. Tabel 10: Invoerparameters

voor

de verspreidingsberekening met het NNM

Meteorologische periode

1995

Ruwheidslengte z 0

0,22 m 1)

Roosterafstand

150 m

Aantal roosterpunten

700

Receptorhoogte

1,5 m

–

2004

1) De ruwheidslengte is bepaald aan de hand van de KNMI ruwheidsfile (op basis van de gridcoördinaten in Amersfoortse coördinaten).

Gezien het feit dat de geurbelasting op de specifieke emissiepunten wordt berekend en het toaal aantal roosterpunten met 700 ruim boven het minimale aantal van 400 ligt, kan worden volstaan met de gekozen roosterafstand van 150 m. De uitvoerbestanden

Olfasense B. V.

van

ASBV18A5

Geomilieu (voor

1 juli 2019

zover

relevant) zijn opgenomen in bijlage G.

pagina 25 van 91

7. 3

Resultaten van de verspreidingsberekeningen

Onderstaand zijn de contouren van de toetswaarden

weergegeven.

3 als 98-percentielwaarde Figuur b Geurcontouren van 0,5, 2,1 en 9,4 ou/m E als gevolg van Ashorst BV te Horst aan de Maas in de aangevraagde situatie

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 26 van 91

3 als 99,5-percentielwaarde Figuur c Geurcontouren van 0,9, 3,6 en 16,2 ou/m E als gevolg van Ashorst BV te Horst aan de Maas in de aangevraagde situatie

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 27 van 91

3 als 99,9-percentielwaarde Figuur d Geurcontouren van 1,4, 5,9 en 26,6 ou/m E als gevolg van Ashorst BV te Horst aan de Maas in de aangevraagde situatie

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 28 van 91

olfasense ::: 7.4 Uit

Bespreking

de

van

resultaten

de

verspreidingsberekeningen blijkt dat er binnen de contouren van de grenswaarden woningen gelegen zijn. Enkele van de meest nabij gelegen woningen zijn gelegen binnen de

richtwaarde,

contouren

van

Binnen

streefwaarde

de

woonbebouwing Tussen

de

contouren

gevolg

In onderstaande

deel

de bebouwde

van

buiten

de

richtwaarde

kom

is de

specifieke geurbelasting

Castenray,

van

maar

de

aaneengesloten

gelegen.

op

in

grootte te zien, met

omliggende woningen

de

grootste

weergegeven.

Resultatentabel ASBV18A5

Resultaten

TO1

een

percentielwaarden is enig verschil de 99,9-percentielwaarde.

van

tabel

Rapport: Model: Naam

is

is ruimschoots

verschillende als

geen de

voor

model:

ASBV18A5

_ Omschrijvin

aanvraag aanvraag

98%

[OU/M3J

_99,50%

[OU/M?J

_99,90%

[OU/m?

Venrayseweg 130 Venrayseweg 134 Venrayseweg 134a Venrayseweg 134b Venrayseweg 136

2,5 4,2 4,0 3,9 3,3

5,0 7,5

12,2

7,3

13

6,9 5,9

10,9 9,2

Venrayseweg Venrayseweg Venrayseweg Venrayseweg Venrayseweg

140

2,4 2,1 4,7 1,8 Jië

4,2

6,7

3,8 9,0

6,2 15,3

3,4

57

Bik

8,7

148

5,3 7,8

2,9

T18

Venrayseweg

156

157 2,8 1,6 1,4 1,2

3,1 4,9

T17

Venrayseweg Venrayseweg Venrayseweg Venrayseweg

2,6 2,3

ks | 4,8 4,2

3,8

7,4

T02 T03 T04 T05 T06 T07 T08 T09 T10 T11 T12 T16

T19

Veld

T20

Veld

T21

Veld

142 143a 144 147

151 153 155

Oostenrijk Oostenrijk Oostenrijk Oostenrijk

22

9,7

24

1,7 in

4,0

7,2

26

2,8

6,3

10,8

28

T22

Veld

T23

Bebouwde

kom

Horst

5,3 0,3

10,4 0,6

14,8 1,3

T24

Bebouwde

kom

Castenray

0,9

17

3,3

De

maximale

geurbelasting ter plaatse van de aaneengesloten woonbebouwing bedraagt 0,9 our/m? 98-percentielwaarde, ruim lager dan de richtwaarde van 2,0 our/m? als 98-1. Ook de maximale percentielwaarde behorende bij een gemiddelde hedonische waarde van H belasting van 3,4 our/m? als 99,9-percentielwaarde is ruimschoots lager dan de richtwaarde. als

=

plaatse van de meest nabij gelegen woningen bedraagt de maximale geurbelasting 5,3 our/m? 98-percentielwaarde (Veld Oostenrijk 28), ruim onder de grenswaarde van 10,7 our/m® als 98-2. Met een maximale percentielwaarde behorende bij een gemiddelde hedonische waarde van H van als our/m? piekbelasting 15,3 99,9-percentielwaarde (Venrayseweg 143a) is ook deze ruimschoots dan de als 99,9-percentielwaarde. belasting lager grenswaarde van 30 (geanonimise rd)

Ter als

=

oug/m?

Olfasense

B.V.

«

ASBV18A5

e

1 juli

2019

pagina

29

van

91

8

Samenvatting

conclusies

en

In opdracht van DLV is door Olfasense B. V. een geuronderzoek uitgevoerd bij Ashorst BV, gelegen aan Veld Oostenrijk 50 te Horst aan de Maas. Het bedrijf bestaat uit een varkenshouderij met covergistingsinstallatie. Er wordt een vergunning aangevraagd in verband met enkele wijzigingen in de bedrijfsvoering en de samenstelling van het te verwerken materiaal. De doorzet op jaarbasis van de vergistingsinstallatie wijzigt niet. Middels het onderzoek is de geurbelasting in beeld gebracht als gevolg van de covergistingsinstallatie. Bij de installatie vinden geurrelevante activiteiten inpandig plaats, waarbij de lucht wordt gereinigd alvorens het wordt geëmitteerd via een biofilter en een luchtwasser. Ook de WKK’s kunnen worden gezien als geurrelevante bronnen. Daarnaast worden de sleufsilo’s eveneens in het geuronderzoek betrokken. Op basis emissiemetingen ter plaatse en van berekeningen op basis van kengetallen kan het volgende emissieoverzicht worden berekend, zoals weergegeven in onderstaande tabel. De WKK’s, het biofilter van de meng- en hydrolysering en gaswasser van de droger zijn de voornaamste geurbronnen. Tabel 11: Overzicht geuremissie Ashorst BV te Horst aangevraagde situatie Bron

Emissie [10

6

Emissieduur

ou/h] E

[h/jr]

Aanvoer vaste co-substraten

27

Sleufsilo – opslag tijdens afgraven Sleufsilo

aan

de Maas

–

biogasinstallatie

Jaaremissie

Bijdrage

ou/jr] E

[%]

360

9,7

0,7%

38

2. 184

82

5,5%

opslag

3,8

7. 668

25

1,7%

Afgraven sleufsilo

2,7

1. 092

3,0

0,2%

Geopende meng- en hydrolysering

21

1. 092

23

1,5%

WKK’s

53

8. 500

453

30,5%

Biofilter meng- en hydrolysering

42

8. 760

372

25,1%

Gaswasser digestaatbewerking

48

8. 760

421

28,4%

Opslag dikke fractie

6,3

8. 760

95

6,4%

1. 483

100%

–

TOTAAL

[10

9

–

Op basis van deze emissiegegevens is vervolgens de geurbelasting in de omgeving berekend. Uit 3 als 98deze berekeningen blijkt dat de maximaal berekende geurbelasting van 0,9 ou/m E percentielwaarde ter plaatse van de aaneengesloten woonbebouwing gelegen is tussen de 3 als 98-percentielwaarde en de richtwaarde van 2,0 ou/m 3 als 98streefwaarde van 0,5 ou/m E E percentielwaarde. Bij deze berekende geurbelasting is de kans op geurhinder beperkt (zie ook paragraaf 6. 3). 3 als 98-percentielwaarde ter plaatse van de De maximaal berekende geurbelasting van 5,3 ou/m E 3 als 98meest nabij gelegen woningen is gelegen tussen de richtwaarde van 2,0 ou/m E 3 percentielwaarde en de grenswaarde van 10,7 ou/m als 98-percentielwaarde. Bij deze berekende E geurbelasting is de kans op geurhinder beperkt (zie ook paragraaf 6. 3).

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 30 van 91

Bijlagen

Olfasense B. V.

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 31 van 91

Bijlage A Voeding

van

Olfasense B. V.

Meetomstandigheden

de vergister de dag

ASBV18A5

van

1 juli 2019

de metingen

en

de dagen daarvoor.

pagina 32 van 91

Bijlage B

Olfasense B. V.

Certificaten geuranalyses

ASBV18A5

1 juli 2019

pagina 33 van 91

olfasense ::: olfasense ::: TESTING RvA L 403

www.olfasense.com Olfasense B.V.

Zekeringstraat 48

1014 BT Amsterdam tel +31 20 6255104 lab.nl@olfasense.com

analyse

certificaat 18-04-25

nummer

Opdrachtgever

Het

onderzoek

werd

Organisatie

uitgevoerd _Ashorst

__Nuenensedijk

Plaats

5057

Land

opdracht

DE

Nederland 0478

tot

571914

meting werd als volgt

opdracht

Opdracht

Onderzocht

Identificatie

De

Wijze

van

onderzoek

De

door

waren

voorzien is steeds

‘Procedure

for

De

hedonische

waarde

aangeboden

en

was

van

een

2°

bedraagt

<

van

onderzoek

werd

uitgevoerd

Norm

onderdelen, Het

monsters

Indien

de

van

zak

vermeld.

was

'Air quality

De

de

op

de

tijdens

de

in

interne

procedure

van

het

de

butanolkalibratie.

Sensorische

—

concentratie

individuele

van

dat

‘Geurkwaliteit

waarbij

het

in

geurwaarnemingsgedrag aan

of odour

Determination

-

zoals beschreven

analoog

NVN2818:2005

olfactometer',

oue/m?.

identificatie

EN13725:2003

conform die

conform

monsternamezakken,

vermeld.

EN13725:2003'.

een

2'5

<

analysedatum

is

bemonsterings-

De

resultaten

Het

betrouwbaarheidsinterval

EN13725:2003

in

en

meetruimte

een

en

De

van

in

6.6.1

Resultaat

6.6.2

het

voor

meest

panel

binnen

bepaling

de

van

oplopende

volgorde

zijn

is

geurmonsters

geurdrempels.

meetgebied

een

met

voorverdunning,

eventuele

onzekerheid,

n-butanol

gebaseerd

op

is

geconditioneerd

niet

toereikend

worden

en

2,

enkele

meetwaarde

x

nog

aanvaardbare

het

in Tabel

1

met

in

<

verificatie

x

<

x-1,80

de

van

Tabel

uitvoeren

van

olfactometrische

1.

dekkingsfactor

geval x:2,21!

betrouwbaarheidsinterval

x-1,80°*

het

voor

EN13725:2003.

norm

bij ieder resultaat vermeld

ongunstige

inclusief

de

van

het onderzoek zijn vermeld

referentiemetingen

deze

Europese

on

in

hetgeen altijd apart wordt vermeld bij de resultaten.

onderzoek

Onzekerheid

x

de

waarop

resultaten

wel

aangeleverd

-berekening.

en

geanalyseerde

met

geur

metingen volgens subclausules Periode

de

based de

voor

(geanonimiseerd)

geurmonsters

van

berekening heeft plaatsgevonden op basis

meetgebied

Het

olfactometry

labels

de

en

metingen zijn uitgevoerd

hedonische

ous/m?

van

bij

uitgevoerd conform

zijn

verdunningsreeks

in

geurconcentratiemeting

identificatie

de

Het

bepaling

by dynamic olfactometry',

voorverdund, Omgeving

sensorische

geurmetingen

concentration

Meetgebied

hedonische

en

aanname

_ASBV18A

Projectleider

(geanonimiseerd)

aangegeven

QDO1:

Opdracht Projectnummer

nr.

monsternamezakken

labels

verstrekt:

verlening

09-03-2018

Geurconcentratie vastgesteld

21

Helmond

Opdracht Datum

van:

BV

Adres

Telefoon

De

opdracht

DD

(geanonimiseerd)

Contactpersoon

Opdracht

in

10:41

(enkele

<

x

2

=

met

bedraagt

volgens

Op

van

X:2,21.

Olfasense

voor

meetwaarde

nauwkeurigheid

k

<

x,

B.V.

k

=

basis

gunstiger

2).

en

Aangenomen

de

norm

herhaalde bedraagt, wordt

referentiegassen, overdraagbaar

dat

is

op

standaarden,

ten

praktijkmonsters. Herleidbaarheid

De

metingen

overstaan

van

zijn uitgevoerd de

voor

en

tevens

vastgelegde criteria deze

wijze

met

Raad

herleidbaar il

(geanonimiseerd)

naar

standaarden

Accreditatie, in

de

primaire

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15847820/1