CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

11e Uitvoerend kader toezien toezicht-handhaving

Gemeenteraad 8 juni 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: BIJLAGEN16.745 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De toezichthouder kan daarbij gebruik maken van bevoegdheden die een contractmanager niet heeft. Deze bevoegdheden zijn beschreven in hoofdstuk 4 en bijlage 4.

20

De toezichthouder en contractmanager hebben dus ieder hun eigen rol en taken, maar ze kunnen beide een rol hebben in het toezichtsproces, zoals beschreven in hoofdstuk 4.2. van dit uitvoerend kader. Hieronder wordt per stap in dit proces weergegeven wat de rol van de contractmanager, in relatie tot de toezichthouder, is: 1) Meldingen en signalen • De contractmanager kan een signaal bij de toezichthouder neerleggen; • Wanneer de toezichthouder een signaal heeft beoordeeld, kan opvolging door contractmanagement nodig zijn. 2) Onderzoek • Indien betrokken in het onderzoek: onderzoeken of een aanbieder aan de contractvoorwaarden voldoet. 3) Oordeel en advies • Indien contractmanagement is betrokken in het onderzoek: adviseren over de inzet van vervolgstappen en/of maatregelen aan een multidisciplinair team. Wanneer sprake is van een ingebrekestelling en/of verzuim acteert de contractmanager altijd samen met een jurist. • Wanneer er een onderzoek heeft plaatsgevonden door de toezichthouder, wordt contractmanagement op de hoogte gesteld van de resultaten. 4) Handhaving • Waar nodig acteren binnen het mandaat, de eigen bevoegdheden en binnen de kaders van een eventuele escalatieladder, voor zover een gemeente deze escalatieladder hanteert.

Er zijn duidelijke procesafspraken nodig tussen de toezichthouders en contractmanagement om een goede samenwerking in het toezien en toezichtsproces te waarborgen.

6.3.

Bibob

De Wet Bibob staat voor 'Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur'. Op basis van deze wet kunnen gemeenten de achtergrond van bedrijven en personen met wie zij samenwerken controleren. Dit wordt vaak gedaan in geval van een integriteitsonderzoek: • In de inkoopfase; • In de contractuele fase; • Bij subsidieverlening. De Wet Bibob is van toepassing op alle aanbestedingen van overheidsopdrachten, dus ook als deze binnen de Wmo en de Jeugdwet plaatsvinden. Ook is de Wet Bibob van toepassing op zogenoemde (semi)open house- of toelatingsprocedures binnen de Wmo en de Jeugdwet. De Wet Bibob kan onderdeel uitmaken van het inkoopproces. Dit kan door bij een aanbesteding alle inschrijvers aan de voorkant te toetsen middels een volledige Bibob-toets of een beperkt onderzoek waarbij in ieder geval de antecedenten van de inschrijvers en hun onderaannemers onderzocht worden. Afhankelijk van de grootte van een inkoopproces kan een Bibob-toets veel tijd vragen van de Bibobcoördinator. Afhankelijk van de beschikbare onderzoekscapaciteit en andere variabelen, zoals een risico-inschatting wordt een keuze gemaakt of er een Bibob-toets wordt ingezet. Vervolgens wordt de keuze gemaakt voor een volledige Bibob-toets of een beperkt onderzoek.

21

7. Specifieke doelen voor uitvoeringsplan In dit hoofdstuk worden de doelen beschreven die aan het einde van de looptijd van dit uitvoeringsplan behaald moeten zijn. Per overkoepelend thema zijn de doelen uitgewerkt, inclusief een toelichting op wat ermee wordt beoogd.

7.1.

Aandachtsfunctionaris toezien, toezicht en handhaving

DOEL: Elke gemeente of uitvoeringsorganisatie in Midden- en Noord-Limburg heeft ten minste één aandachtsfunctionaris Toezicht en Handhaving opgeleid die fungeert als aanspreekpunt voor toezichthouders. Om toezien, toezicht en handhaving effectief te kunnen uitvoeren is het belangrijk dat iedere gemeente of uitvoeringsorganisatie binnen de regio beschikt over een duidelijke aandacht functionaris/aanspreekpunt/ contactpersoon voor toezichthouders op het gebied van Wmo en Jeugd. Het doel hiervan is: • het verbeteren van de bereikbaarheid, informatievoorziening en samenwerking tussen gemeenten en toezichthouders; • het zorgen voor eenduidige afstemming bij signalen, meldingen en onderzoeken; • het versterken van kennisdeling over toezicht, handhaving en fraudepreventie binnen en tussen gemeenten. De aandachtsfunctionaris fungeert als eerste aanspreekpunt voor toezichthouders en draagt bij aan een consistente uitvoering van toezichtstaken. Hierbij horen taken zoals: • Aanspreekpunt zijn voor de gemeentelijke toegang bij (mogelijke) signalen, deze bundelen en melden bij de toezichthouder.

Maar ook het adviseren bij de afweging of iets een signaal is voor de toezichthouders; • Een aantal keren per jaar (4 keer) aansluiten bij een regionaal overleg met alle aandachtsfunctionarissen en de toezichthouders om onder anderen veelvoorkomende signalen te bespreken en inbreng te leveren voor het werkplan en de jaarverantwoording, dit als onderdeel van een lerende organisatie. • Aanspreekpunt zijn voor de toezichthouders wanneer specifieke informatie nodig is van de gemeentelijke uitvoering voor een onderzoek. • Werkt lokaal samen met beleid op het toezichthoudende onderdeel, dit om de lijn tussen beleid, uitvoering en toezichthouders tevens lokaal vorm te geven. Om de functie als aandachtsfunctionaris goed uit te voeren, is een scholing van belang. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het opleiden van ten minste één aandachtsfunctionaris. De rol van aandachtsfunctionaris kan per gemeente of uitvoeringsorganisatie bij verschillende functies worden belegd. Het is belangrijk dat de rol wordt belegd bij een medewerker die dichtbij de uitvoering staat en toegang heeft tot het cliëntregistratiesysteem en het PGB portaal. De beleidsadviseur is verantwoordelijk voor beleidsmatige taken zoals: • het schrijven/evalueren van beleid; • het adviseren van de portefeuillehouder en het college.

22

7.2.

Regionale afstemming van verordeningen en beleidsregels

DOEL: Lokale en regionale verordeningen en beleidsregels op het gebied van Toezien, Toezicht en Handhaving zijn vergeleken en waar mogelijk en nodig geüniformeerd. De lokale juridische kaders (verordeningen en beleidsregels) rondom toezicht, handhaving en fraude binnen de Wmo en Jeugdwet zijn inmiddels al vastgesteld op de schaal van Midden-Limburg en – apart- NoordLimburg. Ook zijn de toezichthouders ondergebracht bij de MGR, waardoor alle kaders rondom toezien, toezicht en handhaving bovenregionaal tussen Midden- en Noord-Limburg, waar mogelijk, geüniformeerd zijn. Verordeningen en beleidsregels over dit onderwerp worden vergeleken en – waar nodig- op elkaar afgestemd om uniformiteit te waarborgen. Dit betekent: • gemeenten stemmen definities, uitgangspunten en handhavingsinstrumenten zoveel mogelijk op elkaar af; • verschillen tussen gemeenten worden inzichtelijk en bewust gemaakt en waar mogelijk geüniformeerd; • toezichthouders kunnen regionaal werken op basis van herkenbare en dezelfde kaders, waardoor de uitvoerbaarheid en effectiviteit toenemen. Hiermee wordt tevens het controleplan bedoeld uit hoofdstuk 3.8.

7.3.

Openbaarmaking onderzoeksrapporten

DOELEN: • Er is minimaal één werkproces voor het openbaar maken van onderzoeksrapporten. • Er is minimaal één onderzoeksrapport openbaar gemaakt, indien een onderzoek zich hiervoor heeft geleend. Zoals in hoofdstuk 2.2. toegelicht, worden op in de huidige situatie, onderzoeksrapporten van de toezichthouders niet openbaar gemaakt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende vormen van toezicht. Binnen deze vormen wordt gewerkt met een proces en een afwegingskader om rapporten zorgvuldig (al dan niet samengevat) openbaar te maken, of gemotiveerd te besluiten een rapport niet openbaar te maken. Uitgangspunt is dat bij preventief onderzoek geen rapporten openbaar worden gemaakt, omdat deze vorm van toezicht niet leidt tot een rapportage. Daarnaast worden rapporten niet openbaar gemaakt wanneer het onderzoek gericht is op, of te herleiden is tot, een individu, zoals bij een calamiteit of een geweldsincident. De reden hiervoor wordt toegelicht in hoofdstuk 2.2.

7.4.

Doorvertaling aanbevelingen uit RIEC- en rekenkameronderzoeken

DOELEN: • Beide regio’s hebben een actief meldpunt zorgfraude en belanghebbenden zijn geïnformeerd over het bestaan en hoe te melden. • De samenwerking in Midden- en Noord-Limburg van het toezicht en handhavingsbeleid is formeel vormgegeven en de toezichthouders werken regionaal samen in dienst bij de MGR.

23

•

• • •

Minimaal 50% van de medewerkers in de gemeentelijke toegang hebben deelgenomen aan trainingen/ workshops ter vergroting van de bewustwording en meldingsmogelijkheden van zorgfraude. De toezichthouders hebben een cursus gevolgd over ondermijnende zorgcriminaliteit en passen geleerde lessen toe. Een proces is uitgewerkt voor het informeren en afstemmen tussen toezichthouders en het gemeentebestuur. Procesafspraken zijn gemaakt tussen de toezichthouders en contractmanagement over hun respectievelijke rol en taken in het toezichthoudende proces.

In 2021 heeft het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) Limburg het Handelingsperspectief Zorgcriminaliteit opgesteld, met als doel gemeenten bewust te maken van de risico’s van zorgfraude en zorgcriminaliteit en hen handvatten te bieden om de weerbaarheid van het zorgstelsel te vergroten. Zorgfraude en zorgcriminaliteit tasten de bescherming van kwetsbare inwoners aan, ondermijnen de rechtmatige besteding van publieke middelen en schaden het vertrouwen in de zorg en de overheid. Het RIEC heeft in 2025 opnieuw een onderzoek uitgevoerd naar de actuele stand van zaken rondom zorgfraude en zorgcriminaliteit binnen alle Limburgse gemeenten. De uitkomsten hiervan zijn in augustus 2025 openbaar gemaakt in het rapport ‘Ondermijning in de zorg: Het Limburgse zorgstelsel in gevaar?’. Dit rapport brengt de aard, omvang en gelegenheidsstructuren van zorgfraude en zorgcriminaliteit in kaart en met aanbevelingen voor gemeenten en ketenpartners. Bij de duiding van dit rapport is van belang dat het deels is gebaseerd op informatie uit 2023. Sindsdien zijn binnen Noord- en Midden-Limburg belangrijke stappen gezet in de inrichting en professionalisering van het toezicht op rechtmatigheid en kwaliteit binnen de Wmo en Jeugd. Tegelijkertijd bevestigt het rapport de noodzaak om het toezicht verder te versterken en regionaal door te ontwikkelen.

De belangrijkste RIEC-aanbevelingen zijn als volgt verwerkt in dit uitvoeringsplan: • Versterking van de informatiepositie en vroegtijdige signalering: Gemeenten kijken opnieuw naar de inrichting van zorgprocessen vanuit het perspectief van zorgfraude en zorgcriminaliteit. Signalering vanuit toegang, inkoop, contractmanagement en toezicht wordt beter verbonden en structureel besproken. Zo is er per 2026 een regionaal meldpunt zorgfraude ingericht in Midden-Limburg en in Noord-Limburg • Vergroten van bewustwording binnen de gemeentelijke organisatie: Er wordt ingezet op het vergroten van kennis en bewustzijn over zorgfraude en zorgcriminaliteit binnen alle relevante lagen van de gemeentelijke organisatie. Workshops worden aangeboden gericht op gemeenten om medewerkers waarvoor dit relevant is, bewust te maken van signalen van zorgfraude en hoe te signaleren. • Professionalisering van toezicht: Toezichthouders worden verder ondersteund en toegerust in het signaleren van ondermijnende zorgcriminaliteit, onder andere door kennisdeling, scholing en bovenregionale samenwerking. • Regionale organisatie van toezicht en handhaving: Conform de RIEC-aanbevelingen is in MiddenLimburg en Noord-Limburg gekozen voor een regionale inrichting van het toezicht op kwaliteit en

24

rechtmatigheid. Deze regionale aanpak wordt verder versterkt en uitgebreid naar een bovenregionale samenwerking tussen deze twee regio’s.

8. Monitoring en evaluatie Monitoring en evaluatie vindt op twee verschillende niveaus plaats: 1) Monitoring en evaluatie van de toezichthouders; 2) Monitoring en evaluatie van het beleid. In hoofdstuk 8.1. wordt uiteen gezet hoe monitoring en evaluatie van de toezichthouders gaat plaatsvinden. Hoofdstuk 8.2. beschrijft hoe beleid gemonitord en geëvalueerd wordt.

8.1.

Jaarverantwoording

De jaarverantwoording heeft als doel om inzicht te geven in de uitvoering, resultaten en effecten van het toezicht- en handhavingsbeleid op de Wmo en Jeugdwet over het afgelopen kalenderjaar. Dit verslag vormt een basis voor bestuurlijke reflectie, transparantie naar stakeholders en eventuele beleidsaanpassingen. Doelen van de jaarverantwoording: • Vastleggen van uitgevoerde toezicht- en handhavingsactiviteiten; • Identificeren van trends en signalen voor vroegtijdige sturing; • Evalueren van resultaten en effectiviteit van interventies; • Aanbevelingen voor vervolgstappen en beleidsverbeteringen; In de jaarverantwoording worden in ieder geval over de volgende onderwerpen gerapporteerd: • Aantal ontvangen meldingen met beoordeling (afgesloten zonder vervolg en beoordeeld als verder onderzoek) • Aantal uitgevoerde onderzoeken met uitkomsten • Aantal en soort handhavingsinterventies • Thema/onderwerp van melding: bijv. pgb of hulp bij huishouden Aan de hand van deze onderwerpen wordt getracht een trendanalyse te kunnen opstellen, zodat signalen die duiden op knelpunten in de uitvoering of kwaliteit van de ondersteuning sneller worden gesignaleerd. Zo kunnen herstelmaatregelen effectiever en sneller worden uitgevoerd en ontstaat verhoogde naleving, maar ook een verbeterde samenwerking. Waar nodig kan het zorgen voor beleidsbijstelling op basis van de gevonden trends.

8.2.

Lerende aanpak

Het uitvoeringsplan hanteert een lerende aanpak, waarbij toezicht en handhaving continu worden verbeterd op basis van ervaringen en inzichten. Kenmerken van deze aanpak zijn: • periodieke reflectie op uitgevoerde activiteiten; • het delen van casuïstiek en good practices bovenregionaal; • ruimte voor bijsturing van werkwijzen en prioriteiten.

25

Aan de hand van de in dit uitvoeringsplan geformuleerde doelen wordt gemonitord of de gewenste resultaten worden behaald. Bij het aflopen van de planperiode wordt geëvalueerd: • in hoeverre doelen zijn gerealiseerd; • welke werkwijzen effectief zijn gebleken; • welke verbeterpunten of nieuwe ontwikkelingen richting geven aan de volgende planperiode. In het volgende uitvoeringsplan wordt dit opgepakt in een reflecterend hoofdstuk, waarin de voortgang en leerervaringen systematisch worden beschreven. Door deze lerende aanpak wordt toezicht ontwikkelingsgericht ingezet, wat bijdraagt aan een toekomstgerichte en adaptieve manier van werken, waarin toezicht en handhaving steeds beter aansluiten op de dynamiek en verankerd raken in het sociaal domein. Met ieder uitvoeringsplan wordt invulling gegeven aan de visie: toezicht is preventief, stimulerend én corrigerend, gericht op het versterken van kwaliteit en het stellen van duidelijke grenzen. Dit draagt eraan bij dat inwoners volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving met passende ondersteuning vanuit de Wmo en Jeugdwet.

26

Bijlagen Bijlage 1. Definities centrale begrippen Begrip Aandachtsfunctionaris

Advies- of stimuleringsmaatregel

Bestuursrechtelijke maatregel

Calamiteit

Corrigerende maatregel Doelmatigheid

Fout Gemeente(bestuur)

Handhaving

Jaarverantwoording

Kwaliteit

Last onder bestuursdwang Last onder dwangsom

Definitie Medewerker binnen een de gemeente die de vaste contactpersoon zijn voor de toezichthouders. Dit kan per gemeente bij een verschillende medewerker/functie belegd zijn. Heeft als doel een aanbieder tot nadenken te zetten over de betekenis van de bevindingen van het toezicht en de wijze waarop aanbieder verbeteringen binnen de organisatie kan aanbrengen. Heeft als doel om geconstateerde tekortkomingen te herstellen en in de toekomst te voorkomen, maar ook om de gevolgen van de geconstateerde tekortkomingen te beperken. Een bestuursrechtelijke maatregel kan alleen worden opgelegd door het college. Niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid Heeft als doel geconstateerde tekortkomingen door de aanbieder zelf te laten verhelpen De mate waarin middelen en ondersteuning zo effectief en efficiënt mogelijk worden ingezet om het beoogde resultaat te bereiken. Het onbedoeld overtreden van regels door onduidelijkheid of vergissingen. Het college van burgemeester en wethouders (college) dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet, inclusief het maken van beleid, het organiseren van toezicht en het uitvoeren van sommige handhavingsmaatregelen.

Het aanspreken op en passend sanctioneren van gedrag van de inwoner of aanbieder dat niet conform de gestelde eisen of afspraken is. Het jaarlijkse document waarin toezichthouders rapporteren over o.a. de uitgevoerde werkzaamheden, interventies en resultaten. De mate waarin zorg of ondersteuning veilig, doeltreffend, cliëntgericht en volgens professionele standaarden wordt geleverd. De kosten van een bepaalde handeling/overtreding worden doorberekend aan de overtreder. Er wordt opgelegd een bepaalde handeling/overtreding op te lossen voor een bepaalde datum. Wanneer dit niet tijdig gebeurt, dient de overtreder de dwangsom te betalen die door het college is opgelegd.

27

Misbruik

Oneigenlijk gebruik

Onrechtmatigheid

Persoonsgebonden budget (pgb)

Pgb aanbieder Pgb budgethouder

Preventief toezicht

Privaatrechtelijke maatregel

Proportionaliteit

Rechtmatigheid

Recidive (Semi)open house- of toelatingsprocedures

Het bewust verkeerd gebruiken van voorzieningen, bijvoorbeeld door meer zorg te claimen dan nodig is of door een pgb voor andere doelen te gebruiken. Of bewust informatie die invloed heeft op het recht op een voorziening niet, niet op tijd of niet volledig doorgeven. Het verkeerd gebruiken van voorzieningen of budgetten, volgens de regels van de wet, maar in strijd met de bedoelingen van de wettelijke bepalingen. (On)bewust onrechtmatig in rekening brengen van zorg, omdat de declaratie niet overeenkomt met de (mate van) geleverde zorg of omdat de zorg onterecht wordt gedeclareerd. De inwoner krijgt een budget, waarmee de inwoner naar eigen inzicht de zorg/ondersteuning in kan richten. Deze inrichting beperkt zich echter wel tot de kaders van de verplichtingen die zijn opgelegd in de beschikking. Dit budget wordt door de SVB op basis van declaraties aan de zorgverlener uitbetaald, dit heet het trekkingsrecht. Hierdoor staat geld niet onnodig lang bij de hulpvrager op de bankrekening en voert de SVB een groot gedeelte van de financiële administratie uit. De hulpverlener die ondersteuning levert aan een inwoner met een persoonsgebonden budget. De inwoner (of diens vertegenwoordiger) die een persoonsgebonden budget beheert en verantwoordelijk is voor het inkopen van passende zorg binnen de opgelegde beschikking.

Bij preventief toezicht maken aanbieders kennis met het toezicht op de Wmo en Jeugdwet. De toezichthouders krijgen tevens inzicht in de werkzaamheden van aanbieders en de kwaliteit van ondersteuning. Het doel is dat toezicht zichtbaar en op de hoogte blijft van wat er speelt bij de aanbieders, wat kan leiden tot signalering voor themagericht en signaal gestuurd toezicht. Maatregel op grond van het privaatrecht (opgenomen in het Burgerlijk Wetboek), zoals een cliëntstop, terugvordering, dwangsom of ontbinding van de overeenkomst. Maatregelen die de gemeente neemt moeten in verhouding staan tot de aard en ernst van de overtreding. De in te zetten interventie mag niet zwaarder zijn dan noodzakelijk is om naleving van de wet te realiseren De mate waarin middelen worden besteed volgens de geldende wet- en regelgeving, contracten en gemeentelijke afspraken. Het opnieuw overtreden van regels nadat eerder maatregelen zijn opgelegd. Bij deze procedures stelt de gemeente bepaalde eisen aan aanbieder, bijvoorbeeld wat betreft prijs, certificering en opleiding van het personeel. Aanbieders kunnen zich dan melden bij de gemeente. De gemeente toetst of een

28

Signaalgestuurd toezicht

Strafrechtelijke maatregel Subsidiariteit

Themagericht Toezicht

Toetsingskader Toezicht

Toezichthouder

Toezicht op calamiteiten en geweldsincidenten

aanbieder aan de eisen voldoet en cliënten maken zelf hun keuze uit door de gemeente toegelaten aanbieders. Signaalgestuurd toezicht vindt plaats bij aanbieders, waarover signalen zijn ontvangen. Een signaal betreft alle informatie omtrent de kwaliteit en/of rechtmatigheid van de ondersteuning. Signalen kunnen divers van aard zijn en door verschillende betrokkenen (bijvoorbeeld door medewerkers van de gemeente, hulpverleners of inwoners) gemeld worden. Signaalgestuurd toezicht kan aangekondigd of onaangekondigd plaatsvinden. Het doel van het toezicht is om vast te stellen of sprake is van gebreken in de kwaliteit en/of rechtmatigheid van de ondersteuning en zo ja, in welke mate. Maatregel op grond van het strafrecht. Aangifte bij het Openbaar Ministerie. De gemeente kiest voor de minst ingrijpende maatregel die het gewenste effect kan bereiken. Pas wanneer lichtere interventies onvoldoende zijn, kan worden opgeschaald naar zwaardere vormen van toezicht of handhaving. Themagericht toezicht vindt plaats op basis van vooraf vastgestelde thema’s. Deze thema’s zijn gebaseerd op risicoprofielen en signalen vanuit zowel de verschillende gemeenten als externe partijen of betrokkenen. Het doel van themagericht toezicht is om vroegtijdig eventuele knelpunten of gebreken in de kwaliteit en/of rechtmatigheid van de ondersteuning bloot te leggen.

De thema’s worden afgestemd met input vanuit de gemeenten, met o.a. contractmanagement en beleid. Ook signalen vanuit inwoners, de gemeenteraad, of aanbieders kunnen onderwerp van themagericht toezicht zijn. Themagericht toezicht kan aangekondigd of onaangekondigd plaatsvinden. Het kader met criteria, normen en regels waarmee toezichtsonderzoeken worden uitgevoerd. Het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het daarna beoordelen van de informatie en het ingrijpen als dit nodig is. Een door de gemeente aangewezen functionaris of instantie die toezicht houdt op de kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde zorg en ondersteuning binnen de Wmo of Jeugdwet. Toezicht op calamiteiten en geweldsincidenten vindt plaats naar aanleiding van meldingen van calamiteiten en/of geweldsincidenten. Het doel van deze vorm van toezicht is om vast te stellen en te beoordelen hoe de kwaliteit van ondersteuning was voorafgaand aan een calamiteit of geweldsincident. Het gaat niet om de schuldvraag. Uitgangspunt is de vraag of een dergelijke calamiteit in de toekomst vermijdbaar is.

29

Toezien

Werkplan

Zorgcriminaliteit

Zorgfraude

Zorg in Natura (ZIN)

Zorgen dat het goed gaat, zoals bedoeld. Dit is een verantwoordelijkheid van de hele gemeenschap. Toezicht maakt onderdeel uit van toezien. Het jaarlijkse plan van de toezichthouder waarin keuzes worden vastgelegd over de concrete invulling van het toezicht, inclusief prioritering. Het opzettelijk misleidend handelen binnen het zorgdomein, waarbij doelbewust in strijd met de regels wordt gehandeld met het oog op eigen of andermans gewin, met verwevenheid tussen zorg en criminaliteit. Er worden doelbewust criminele activiteiten uitgevoerd. Het opzettelijk misleidend handelen binnen het zorgdomein, waarbij doelbewust in strijd met de regels wordt gehandeld met het oog op eigen of andermans gewin. (Bewuste) ondoelmatigheid, onrechtmatigheid en/of gebrek aan kwaliteit van zorg. Zorg en ondersteuning die de gemeente heeft ingekocht. De gemeente heeft met een aantal aanbieders overeenkomsten voor het leveren van bepaalde zorg en ondersteuning. Bij ZIN maakt de gemeente afspraken met de aanbieder over de te leveren zorg/ondersteuning en bijvoorbeeld met welke frequentie zorg geleverd wordt.

Bijlage 2. Toetsingskader Noord-Limburg- september 2024 Inleiding Gemeenten zijn sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de organisatie van maatschappelijke ondersteuning van personen met een beperking en personen met psychische of psychosociale problemen. Dat staat in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Dit betekent dat de gemeente ook verantwoordelijk is voor de kwaliteit en de continuïteit van voorzieningen voor personen met een beperking en personen met psychische of psychosociale problemen en het toezicht op de voorzieningen. Elke gemeente moet daarvoor een toezichthouder aanstellen. De toezichthouder heeft de bevoegdheden zoals bepaald in de Algemene Wet Bestuursrecht. Rol toezichthouder en toetsingskader De toezichthouders toetsen of voorzieningen voldoen aan de wettelijke en gemeentelijke kwaliteitseisen. Om transparant te zijn over wat de toezichthouder toetst, hanteert het Wmo-toezicht een toetsingskader. Dit is het uitgangspunt voor het toetsen van aanbieders die maatschappelijke ondersteuning bieden aan cliënten. Het toetsingskader is gebaseerd op de wet- en regelgeving, de kwaliteitskaders uit het veld, en op de richtlijnen van professionals voor verantwoorde ondersteuning. Leeswijzer toetsingskader Het toetsingskader bestaat uit drie thema’s: - de cliënt; - veiligheid; en - professionaliteit.

30

Elk thema is uitgewerkt in een aantal normen. Bij elke norm staat waar de toezichthouder onder andere naar kijkt om te toetsen of aan deze norm wordt voldaan. Daarbij staat ook een verwijzing naar de wettekst en een korte toelichtende tekst. Om aan een norm te voldoen, moet dit door een aanbieder aangetoond worden. Voor de leesbaarheid wordt niet bij elke norm apart opgenomen dat dit aantoonbaar moet zijn. Onderzoeksmethoden De toezichthouders hanteren verschillende onderzoeksmethoden om informatie te verzamelen. Onderzoeksmethoden zijn bijvoorbeeld documentenonderzoek, observaties, interviews met cliënten en medewerkers, en inzage in personeels- en cliëntdossiers. De toezichthouders vormen op basis van de verzamelde informatie een oordeel. Zij leggen de beoordeling vast in een rapportage. Zo nodig wordt samengewerkt met de toezichthouder rechtmatigheid, toezichthouders van andere regio’s en/of de Inspectie Gezondheidszorg Jeugd (IGJ). Reikwijdte toetsingskader Toezicht kwaliteit Wmo Noord- en Midden Limburg houden toezicht op: de kwaliteit van de Wmovoorzieningen. Voor de zeven Noord- Limburgse gemeenten (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo en Venray) voor alle Wmo voorzieningen.

Daarnaast ook voor de zeven Midden- Limburgse gemeenten (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Totstandkoming toetsingskader Betrokkenen bij totstandkoming van dit toetsingskader zijn GGD GHOR Nederland, Regio Gooi en Vechtstreek, GGD Hart voor Brabant, GGD Gelderland-Zuid, GGD IJsselland, GGD Flevoland, GGD Rotterdam Rijnmond, Zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe, Zorgregio Noord- en Midden-Limburg, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ),Toezicht Sociaal Domein (TSD) en de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG).

31

1. Toetsingskader Kwaliteitseisen voorzieningen • • • •

De voorziening is doelmatig, doeltreffend en cliëntgericht. (art. 3.1, tweede lid sub a Wmo2015) De voorziening is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en andere vormen van zorg of hulp. (art. 3.1, tweede lid sub b, Wmo2015) De voorziening wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt. (art. 3.1, tweede lid sub d, Wmo2015); Kwaliteitseisen in gemeentelijke verordeningen (art. 2.1.3, tweede lid, sub c. Wmo2015);

Toelichting: De ondersteuning sluit aan bij de behoeften en ontwikkelmogelijkheden van de cliënt en is planmatig en gestructureerd. De aanbieder bespreekt, evalueert en stelt de ondersteuning regelmatig bij. De aanbieder stemt de ondersteuning af met het (in)formele netwerk van de cliënt. De cliënt heeft inspraak en kan indien nodig laagdrempelig en onafhankelijk een klacht indienen. 1.1 Doelen en dossier Norm

De toezichthouder toetst onder meer het volgende:

Dossier 1.1.1 De cliënt bepaalt binnen de mogelijkheden, in samenspraak met de beroepskracht de hulpvraag en de doelen van de geboden ondersteuning. 1.1.2 Beroepskrachten werken cyclisch. Zij leggen dit hele proces inzichtelijk vast.

• •

•

•

1.2

Doelen en gemaakte afspraken zijn concreet en inzichtelijk. De cliënt stemt aantoonbaar in met het plan en de gemaakte afspraken. De beroepskracht evalueert periodiek, samen met de cliënt, de doelen van de verleende ondersteuning en de ontwikkeling van de cliënt. De beroepskracht stelt, waar nodig, het plan bij, in samenspraak met de cliënt en, indien van toepassing, in afstemming met het (in)formele netwerk.

Rechten cliënt

Norm

De toezichthouder toetst het onder meer het volgende:

Rechten 1.2.1 De beroepskracht bejegent de cliënt op professionele wijze.

• •

De beroepskrachten bejegenen de cliënt respectvol en correct. De beroepskrachten gedragen zich volgens de interne afspraken over bejegening richting cliënten.

32

1.2.2

De cliënt heeft medezeggenschap.

•

De aanbieder heeft een vorm van medezeggenschap waarin voorgenomen besluiten die belangrijk zijn voor de cliënten, aan cliënten worden voorgelegd. De aanbieder brengt cliënten en beroepskrachten aantoonbaar op de hoogte van de regelingen voor medezeggenschap. De aanbieder motiveert cliënten aantoonbaar om van de inspraakmogelijkheid gebruik te maken. De aanbieder onderzoekt periodiek of cliënten tevreden zijn over de ondersteuning en over de kwaliteit van de organisatie. De aanbieder brengt zo nodig verbeteringen aan.

• • •

1.2.3

De aanbieder beschikt over een klachtenregeling.

•

De aanbieder heeft een toegankelijke klachtenprocedure die onafhankelijke behandeling van klachten garandeert. De aanbieder informeert de cliënten over de klachtenregeling. De aanbieder borgt dat er een tijdige en passende afhandeling van klachten van cliënten plaatsvindt. De aanbieder brengt zo nodig verbeteringen aan naar aanleiding van de ingediende klachten.

• • •

1.2.4

De aanbieder borgt de privacy van de cliënt.

•

De aanbieder beschikt over een privacybeleid conform wet- en regelgeving en past dit toe. De aanbieder en de beroepskrachten delen informatie over de cliënt, als daar toestemming voor vereist is, alleen na toestemming van de cliënt.

•

Ondersteuning in de praktijk Norm Ondersteuning 1.3.1 De cliënt ontvangt ondersteuning die aansluit bij wensen, mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte.

De toezichthouder toetst onder meer het volgende: • •

•

De beroepskracht kent de cliënt, zijn wensen, mogelijkheden en behoeften. De beroepskracht heeft een actueel beeld van de context van de cliënt zoals: achtergrond, cultuur, leefwereld, gezondheid, problematiek en het gewenste toekomstperspectief. De beroepskracht verleent ondersteuning zoals afgesproken is met de cliënt.

33

1.3.2 Er is continuïteit in de verleende ondersteuning.

•

• • • 1.3.3 De aanbieder en de beroepskrachten stimuleren de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt.

• • •

De cliënt weet wie zijn ondersteuning coördineert en welke beroepskracht verantwoordelijk is voor welk onderdeel van de ondersteuning. De cliënt ontvangt ondersteuning van één of meerdere vaste beroepskracht(en). De cliënt weet hoe en wanneer hij de beroepskracht kan bereiken. De cliënt ontvangt passende vervanging bij afwezigheid van de beroepskracht. De ondersteuning sluit aan bij de mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften van de cliënt. De cliënt ervaart en behoudt zo veel mogelijk eigen regie over zijn leven en de ondersteuning. De aanbieder en beroepskrachten stimuleren de cliënt om zijn zelfredzaamheid te behouden en te vergroten.

Afstemming met (in)formele netwerk Norm

De toezichthouder toetst onder meer het volgende:

Afstemming 1.4.1 Interne afstemming • De beroepskrachten stemmen onderling af over de ondersteuning van de cliënt. • •

1.4.2

Externe afstemming met formele netwerk: De beroepskrachten stemmen de ondersteuning aan de cliënt af op andere vormen van geboden hulp of zorg.

• •

•

Beroepskrachten stemmen met elkaar af over de situatie en ontwikkeling van de cliënt en de te leveren ondersteuning. Alle betrokken beroepskrachten informeren elkaar over bijzonderheden in de situatie en ontwikkeling van de cliënt. Er zijn overleggen om casuïstiek met elkaar te bespreken. De beroepskracht kent het formele netwerk van de cliënt en stemt met externe professionals af. Afspraken zijn vastgelegd. De beroepskracht maakt afspraken met de cliënt over de afstemming met andere professionals. Hij heeft de afspraken met de cliënt hierover vastgelegd. De beroepskracht heeft -indien nodig- afspraken met andere professionals gemaakt over regievoering’. Hij heeft de afspraken over de invulling vastgelegd.

34

1.4.3

Afstemming met het informele netwerk: Het netwerk van de cliënt wordt betrokken, ondersteund en actief benut.

•

•

De beroepskracht en de cliënt onderzoeken de mogelijkheden van het inzetten van het informele netwerk. Zij houden hierbij rekening met de belastbaarheid en de (on)mogelijkheden van dit netwerk. Afspraken zijn vastgelegd.

35

2. Veiligheid Veiligheid algemeen •

De voorziening is veilig. (art. 3.1, tweede lid sub a, Wmo)

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (artikel 3.3 Wmo2015) •

• • •

lid 1: De aanbieder, niet zijnde een aanbieder die hulpmiddelen of woningaanpassingen levert, stelt een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. lid 2: De aanbieder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode. lid 3: Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke elementen een meldcode in ieder geval bestaat. Artikel 7.2 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015: Na inwerkingtreding van de wet berust het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling op artikel 3.3, derde lid van de wet.

Meldplicht calamiteiten en geweldsincidenten (artikel 3.4 Wmo2015) • • • •

Lid 1: De aanbieder doet bij de toezichthoudende ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, onverwijld melding van: Iedere calamiteit die bij de verstrekking van een voorziening heeft plaatsgevonden; Geweld bij de verstrekking van een voorziening. Lid 2: De aanbieder en de beroepskrachten die voor hem werkzaam zijn, verstrekken bij en naar aanleiding van een melding als bedoeld in het eerste lid aan de toezichthoudende ambtenaar de gegevens, daaronder begrepen persoonsgegevens, gegevens over gezondheid en andere bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, voor zover deze voor het onderzoeken van de melding noodzakelijk zijn.

Toelichting: De aanbieder zorgt ervoor dat de ondersteuning veilig is. De aanbieder brengt veiligheidsrisico’s samen met de cliënt in kaart en neemt maatregelen om de risico’s te beperken. De aanbieder leert van incidenten en meldt calamiteiten- en geweldsincidenten bij de toezichthouder. De aanbieder stelt beleid over veiligheid vast en voert dit uit in de praktijk. De begrippen “calamiteit” en “geweld bij de verstrekking van een voorziening” zijn gedefinieerd in artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015.

36

2.1 Omgaan met risico’s cliënt Norm Risico’s cliënt 2.1.1 De beroepskracht is zich bewust van de veiligheidsrisico’s van cliënt.

De toezichthouder toetst onder meer het volgende: •

• •

De beroepskracht brengt samen met de cliënt en diens formele netwerk periodiek de veiligheidsrisico’s voor cliënt in kaart en legt deze vast. De beroepskracht neemt samen met de cliënt maatregelen om de veiligheidsrisico’s waar mogelijk te verkleinen of uit te sluiten en legt deze vast. De beroepskracht treedt bij acute onveiligheid op.

2.2 Veiligheidsbeleid Norm Veiligheidsbeleid 2.2.1 De aanbieder borgt de veiligheid van de cliënten en beroepskrachten.

De toezichthouder toetst onder meer het volgende: • • • •

2.2.2 De aanbieder stelt een Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling vast en past deze toe in de praktijk.

•

• • 2.2.3 De aanbieder leert van incidenten.

• • • •

De aanbieder voorziet in geïmplementeerd veiligheidsbeleid. De aanbieder beschikt over protocollen en richtlijnen met betrekking tot de veiligheid van cliënten en beroepskrachten. De protocollen en richtlijnen zijn passend bij de doelgroep van de aanbieder. De beroepskrachten kennen deze protocollen en handelen er naar. De aanbieder heeft een op de voorziening afgestemde Meldcode vastgesteld die voldoet aan het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De aanbieder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode. De beroepskrachten zijn op de hoogte van de Meldcode en passen deze toe. De aanbieder hanteert een passende werkwijze voor het melden en leren van incidenten. De aanbieder draagt zorg voor een veilige leercultuur binnen de organisatie. De aanbieder neemt zo nodig verbetermaatregelen naar aanleiding van incidenten. De aanbieder meldt calamiteiten en geweldsincidenten tijdig bij de toezichthouder.

37

2.3 Veilige omgeving Norm Veilige omgeving 2.3.1 De aanbieder biedt een veilige, schone, passende en leefbare (woon)omgeving.

De toezichthouder toetst onder meer het volgende: Dit betekent in ieder geval dat: • De (woon)voorziening is voorzien van brand(preventie)middelen. • Bedrijfshulpverlening/ EHBO in de voorziening is geborgd. • Alle ruimtes die in gebruik zijn schoon zijn. • Er huisregels zijn opgesteld en gecommuniceerd met cliënten en beroepskrachten. • De ruimte is ingericht op de ondersteuning die wordt geboden aan de cliënt. • De aanbieder zorgt voor een veilige omgeving indien verschillende doelgroepen op één locatie worden opgevangen.

38

3. Professionaliteit Wmo 2015: •

De voorziening wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid o.b.v. de professionele standaard. (art. 3.1, tweede lid sub c)

Toelichting: De cliënt ontvangt ondersteuning van gekwalificeerde beroepskrachten die in bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag. De beroepskrachten ontvangen bijscholing gericht op het werk dat zij uitvoeren. De aanbieder stelt kwaliteitsbeleid vast, houdt dit actueel en faciliteert beroepskrachten bij de uitvoering hiervan. 3.1 Personeel1 Norm

De toezichthouder toetst onder meer het volgende:

Personeel 3.1.1 De beroepskracht is vakbekwaam • en gekwalificeerd. • •

3.1.2 De aanbieder stimuleert en ondersteunt de beroepskrachten en bevordert hun ontwikkeling.

•

3.1.3 Beroepskrachten en vrijwilligers beschikken over een passende VOG.

•

•

• •

De beroepskracht is passend opgeleid2, middels erkend diploma of certificaat en conform brancheafspraken. De beroepskracht heeft een duidelijk takenpakket, dat past bij de eigen bekwaamheid en bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. De aanbieder zorgt dat er voldoende deskundige beroepskrachten zijn, afgestemd op de cliënt en de ondersteuningsbehoefte. De aanbieder zorgt voor bijscholing die is afgestemd op de doelgroep en de werkzaamheden. Binnen de organisatie zijn voldoende mogelijkheden voor beroepskrachten om periodiek te reflecteren op hun werkzaamheden. De aanbieder beschikt over de VOG’s van een aanbieder die werkt als solistisch natuurlijk persoon, beroepskrachten, vrijwilligers die direct contact hebben met cliënten, en andere personen die beroepsmatig contact kunnen hebben met cliënten. De VOG is niet ouder dan 3 maanden, op het moment dat de beroepskracht of vrijwilliger voor de aanbieder is gaan werken. De VOG is niet ouder dan 3 jaar.

1

Wanneer de aanbieder met onderaannemers of ZZP’ers werkt, gelden de eisen ook voor de onderaannemers en ZZP’ers. 2 De opleidingseisen verschillen per segment en staan in het document ‘kwaliteitseisen en tarieven Jeugd Wmo NGA & PGB’. Deze is beschikbaar via de website van de MGR.

39

3.1.4 De aanbieder zorgt voor verantwoorde inzet en begeleiding van vrijwilligers, stagiaires en ervaringsdeskundigen zonder kwalificatie.

• •

•

Aanbieder heeft beleid voor een verantwoorde inzet van vrijwilligers en overig nietgekwalificeerd medewerkers. Inzet van niet-gekwalificeerde beroepskrachten vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beroepskracht. De inzet is altijd in redelijke verhouding met de professionele inzet, afgestemd op de doelgroep en de ondersteuningsbehoefte. Vrijwilligers en overig niet-gekwalificeerde medewerkers zijn op de hoogte van de voor hun taak relevante binnen de organisatie geldende procedures en richtlijnen.

3.2 Kwaliteitsbeleid Norm

De toezichthouder toetst onder meer het volgende:

Kwaliteitsbeleid 3.2.1 De aanbieder borgt en bewaakt systematisch de kwaliteit van de ondersteuning.

• • •

3.2.2

De aanbieder draagt zorg voor samenwerking intern en met andere organisaties.

• •

De aanbieder heeft actueel beleid, passend bij de doelgroep en evalueert en stelt het bij op regelmatige basis. De aanbieder borgt en bewaakt systematisch de kwaliteit van de ondersteuning. De aanbieder schept voorwaarden voor een cultuur gericht op leren en verbeteren. De aanbieder draagt aantoonbaar zorg voor een verdeling van taken en verantwoordelijkheden. De aanbieder werkt op organisatieniveau samen met andere organisaties.

40

4. Verklarende woordenlijst In deze verklarende woordenlijst staan woorden opgenomen omdat het basistoetsingskader specifieke termen gebruikt die belangrijk zijn om goed te begrijpen. Deze uitleg zorgt ervoor dat iedereen die betrokken is bij het toetsingskader, dezelfde betekenis begrijpt. Dit helpt bij een duidelijke communicatie en een goede uitvoering van het basistoetsingskader. De definitie uit de Wmo2015 is gevolgd. Daar waar nodig is er een aanvulling op gegeven. Aanbieder Natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren. Begeleiding Activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven. Ook zijn dit activiteiten gericht op het bieden van beschermd wonen en opvang. Behandeling Zorg die geleverd wordt door behandelaren (zoals fysiotherapeut, psycholoog, gedragstherapeut, gedragswetenschapper). Meestal wordt deze zorg gefinancierd via de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg. De behandeling hangt samen met een aandoening, beperking, stoornis of handicap. Hulp vanuit de Wmo is nooit behandeling, maar alleen begeleiding/ondersteuning/een dienst. Beroepskracht Natuurlijke persoon die in persoon beroepsmatig werkzaam is voor een aanbieder.

Calamiteit Niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een Wmovoorziening en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid.

Cliënt Persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt. Het kan per gemeente en/of zorgaanbieder verschillen of het woord cliënt wordt gebruikt of dat een andere benaming wordt gebruikt. Waar cliënt staat wordt ook een deelnemer, klant of inwoner met een zorgvraag en zijn/haar/hen eventuele wettelijke vertegenwoordiger bedoeld. Consulent Dit is een medewerker die in opdracht van een gemeente werkzaam is. De consulent van de (woon)gemeente kan in overeenstemming met de cliënt toe leiden naar Wmo zorg. Doelgroep De cliënt of groep cliënten aan wie de aanbieder de begeleiding of de dienst verleent. Dit zijn vaak mensen met een aantal dezelfde kenmerken. Voorbeelden hiervan zijn mensen met dementie, ouderen, cliënten met psychiatrische problematiek. Ervaringsdeskundige Iemand die kundig is geworden op een bepaald terrein doordat diegene het zelf heeft meegemaakt. Deze persoon is in staat om de kennis die niet door studie of onderwijs, maar die door ervaring is opgedaan, te gebruiken. Formeel netwerk Personen die beroepshalve betrokken zijn bij een inwoner of cliënt.

Geweldsincident Seksueel binnendringen van het lichaam van of ontucht met een cliënt, alsmede lichamelijk en geestelijk geweld jegens een cliënt, door een beroepskracht dan wel door een andere cliënt met wie de cliënt gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van een aanbieder verblijft.

41

Informeel netwerk Personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt. Dit kunnen zijn (doch niet enkel): de mantelzorgers, familie, vrienden, kennissen en buren van de cliënt. Klacht Een uiting van ontevredenheid over bijvoorbeeld de begeleiding, de dienst of de aanbieder. Klachtenfunctionaris Een persoon die de cliënt kan informeren over de klachtenregeling en bij een klacht kan bemiddelen tussen cliënt en aanbieder. Klachtenprocedure Hierin staat beschreven hoe een klager zijn ontevredenheid kan uiten en hoe de aanbieder deze behandelt en registreert. Klachtenregeling Beleid waarin de algemene richtlijnen en stappen voor het omgaan met klachten binnen een organisatie staan beschreven. Kwalificatie De kennis en vaardigheden en wettelijke eisen die nodig zijn om een beroep uit te mogen oefenen. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Een stappenplan waarin staat hoe omgegaan moet worden met het signaleren en melden van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling. Medezeggenschap De mogelijkheid voor cliënten om invloed uit te oefenen op besluitvorming van een aanbieder. Onderaannemer Een onderaannemer is een individu of organisatie die door een hoofdaannemer wordt ingehuurd bij de uitvoering van de ondersteuning. Ondersteuning Zie begeleiding.

Participatie Deelnemen aan het maatschappelijke verkeer. Pgb Persoonsgebonden budget. Zorg kan met een pgb (gefinancierd vanuit de Wmo ) ingekocht worden bij een aanbieder. Een pgb kan aangevraagd worden bij de gemeente. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) ziet toe op het budget. Plan Een weergave van de afspraken tussen cliënt en zorgaanbieder over de doelen van de ondersteuning en de wijze waarop deze worden bereikt. Het plan kan ook genoemd worden (doch niet enkel): zorg(leef)plan, ondersteuningsplan of begeleidingsplan. Privacy Privacy verwijst naar het recht en de mogelijkheid van individuen om controle te hebben over hun persoonlijke informatie en om te bepalen hoe, wanneer en aan wie deze informatie wordt bekendgemaakt. Het omvat het recht op bescherming tegen ongeoorloofde toegang, gebruik, verwerking of openbaarmaking van persoonlijke gegevens. Protocol Hierin staat beschreven hoe iemand moet handelen in bepaalde situaties. Regie De cliënt heeft sturing over zijn/haar/hen eigen leven en maakt hierin keuzes. Stagiaire Persoon die als onderdeel van zijn/haar/hen opleiding ervaring komt op doen op de werkvloer bij een aanbieder. Veiligheidsrisico’s Dit zijn risico’s die van invloed zijn op de cliënt en die gevaarlijk kunnen zijn voor de cliënt en/of diens omgeving. Deze risico’s kunnen zowel in de cliënt aanwezig zijn maar ook vanuit extern aanwezig zijn.

42

VOG Verklaring Omtrent het Gedrag. Een officiële verklaring waaruit blijkt dat het gedrag in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving. Voorziening Algemene voorziening of maatwerkvoorziening. In dit toetsingskader wordt daarmee bedoeld: alle soorten hulp die vanuit de Wmo betaald kunnen worden zoals, maar niet beperkt tot, individuele/ambulante begeleiding, dagbesteding, beschermd wonen, hulp bij het huishouden. Vrijwilliger Persoon die onbetaald of tegen een onkostenvergoeding werkt bij de aanbieder. Zelfredzaamheid In staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. ZIN Zorg in Natura. Gemeente of samenwerkende gemeenten sluiten contracten met aanbieders voor het leveren van Wmo-hulp. Zorg in Natura kan aangevraagd worden bij de gemeente. Zzp’er Een zelfstandige zonder personeel.

43

Bijlage 3. Schema partners en verantwoordelijkheden Intern Aanbieder

Administratie Wmo en declaratieteam jeugd Beleidsmedewerker

Budgethouder persoonsgebonden budget

Business control

Contractmanager

Het college

Inkoop

Inwoner Openbare orde en Veiligheid

Het leveren van kwalitatief goede voorzieningen conform de overeenkomst en het indienen van correcte facturen. Daarnaast moeten ze zich kunnen verantwoorden. Inspraak middels marktconsultaties, overlegtafels en dergelijke. Zorgen voor administratieve verwerking, correcte uitbetaling voorzieningen en controle betalingen. Zijn hierbij alert op afwijkend declaratiegedrag. Alertheid op signalen met betrekking tot kwaliteit en rechtmatigheid, input ten aanzien van risicoanalyses en afgeven signalen bij toezichthouder. De beleidsmedewerker verwerkt daarnaast adviezen van de toezichthouders waar nodig in beleid. Facturen en praktijken aanbieder controleren en bij mogelijke fouten of vermoedens van frauduleus handelen contact opnemen met gemeente. Regels naleven, budget besteden waarvoor het bedoeld is. De budgethouder kan ervoor kiezen om een pgb-vertegenwoordiger te machtigen om deze taken over te nemen. Inrichten van controls ten aanzien van declaratiegedrag. Signaleren en analyseren van rechtmatigheidsrisico’s vanuit de jaarrekeningen van een aanbieder, zoals organisatiestructuur, personele inzet, winsten en uitgaven. Sturen op naleving van de eisen en voorwaarden uit de overeenkomsten en het onderhouden van de relatie en de samenwerking met de aanbieders en gemeenten, onder andere door middel van het voeren van contractgesprekken.

Monitoren kwaliteit en rechtmatig geleverde zorg gedurende contractering. Fungeren als vraagbaak voor aanbieders en gemeenten. Zorgdragen voor maatschappelijke ondersteuning voor haar ingezetenen en zorgdragen voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen die daartoe behoren. De verantwoordelijkheid voor het eerstelijnstoezicht op de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Het gemeentebestuur stelt ook via beleid (beleidsplannen, lokale regelgeving) en budget de kaders vast waarbinnen de toezichthouders toezicht houden. Het college van burgemeester en wethouders wijst de toezichthouders aan. Opnemen van afspraken en verantwoordingseisen in de overeenkomsten met aanbieders in het kader van kwaliteit en rechtmatigheid die risico’s verkleinen en controle op naleving mogelijk maken. Kijkt kritisch naar kwaliteit ondersteuning en of deze geleverd wordt zoals opgenomen in de beschikking. Meldt signalen bij het meldpunt. Afdeling/team binnen de gemeente dat zich onder andere bezighoudt met ondermijning, Bibob en zorgcriminaliteit.

44

Professionals Rijksoverheid Sociale recherche Toegang

Toezichthouder

Extern InformatieKnooppuntZorg (IKZ) Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) Nederlandse arbeidsinspectie en de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) Nederlandse ZorgAutoriteit (Nza) Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Sociale VerzekeringsBank (SVB)

Zijn alert op signalen met betrekking tot kwaliteit en rechtmatigheid en weten waar zij met deze signalen terecht kunnen. Verantwoordelijk voor het stelsel en de wettelijke kaders van de Wmo en Jeugdwet. Onderzoeken van fraudesignalen inwoners en eventueel het opleggen van boetes bij schending van de inlichtingenplicht. Geven indicatie Wmo 2015 en Jeugdwet af. Zijn alert op signalen van onvoldoende kwaliteit en risico’s op fraude, fouten, te veel/te weinig ondersteuning. Houden afstemming met contractmanager en toezichthouder. Bewaken van de kwaliteit en rechtmatigheid van voorzieningen aan de hand van wettelijke en lokale kaders en overeenkomsten door middel van uitvoering van kwaliteitstoetsing en controles en adviseren over vervolgstappen aan gemeenten naar aanleiding van de toetsing. Voert calamiteitentoezicht uit, waarbij de focus ligt op het doen van onderzoek naar de toedracht en oorzaak van gebeurtenissen en waar mogelijk het treffen van verbetermaatregelen om kans op herhaling te voorkomen.

Verzamelt, onderzoekt en deelt meldingen over zorgfraude en signaleert trends en ontwikkelingen. Houdt het eerstelijns toezicht op de uitvoering van de Jeugdwet. IGJ bewaakt en bevordert de veiligheid en kwaliteit van zorg in het kader van de Jeugdwet. Werken in sommige gevallen samen in het kader van toezicht en opsporing ten behoeve van strafrechtelijke onderzoeken in de zorg, met prioritaire aandachtsgebieden pgb- en declaratiefraude. Houdt toezicht en treedt handhavend op bij onrechtmatigheden door onder andere aanbieders, met name met betrekking tot declaratieverkeer. Stelt integrale handhavingsadviezen op en stemt projectmatig bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en fiscale interventies af met de regionale partners. Bij persoonsgebonden budgetten controleren of de gefactureerde ondersteuning overeenkomt met de zorgovereenkomst. Mogelijke fraudesignalen met betrekking tot pgb’s doorgeven aan gemeente.

Bijlage 4. Overzicht bevoegdheden De plichten en bevoegdheden van de toezichthouder zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), deWmo, de Jeugdwet en de lokale verordeningen. In de Awb zijn de volgende verlichtingen en bevoegdheden opgenomen:

45

•

Legitimatieplicht, die kan worden ingericht door een gepersonaliseerd legitimatiepasje (artikel 5:12); • De verplichting tot inachtneming van het evenredigheidsbeginsel (artikel 5:13); • De bevoegdheid tot het betreden van plaatsen met uitzondering van een woning als de bewoner daarvoor geen toestemming heeft gegeven, apparatuur mee te nemen en zo nodig de sterke arm daarbij in te zetten (artikel 5:15); • De bevoegdheid inlichtingen te vorderen (artikel 5:16); • De bevoegdheid inzage van zakelijke gegevens en bescheiden te vorderen (artikel 5:17); • De bevoegdheid zaken te onderzoeken en monsters te nemen (artikel 5:18); • De bevoegdheid om vervoersmiddelen te onderzoeken (artikel 5:19).

In de Wmo zijn de volgende verplichtingen en bevoegdheden opgenomen: • De bevoegdheid om dossiers in te zien voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is (artikel 6.1, lid 2)2, met inachtneming van het proportionaliteitsbeginsel en noodzakelijkheidsvereiste; • De bevoegdheid om (bijzondere) persoonsgegevens3 te verwerken (artikel 6.1, lid 3), met inachtneming van het proportionaliteitsbeginsel en noodzakelijkheidsvereiste; • Geheimhoudingsplicht voor de cliëntgegevens die voor de beroepskracht onder het beroepsgeheim vallen (artikel 3.4, lid 3); • De bevoegdheid om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) op te vragen van medewerkers die ondersteuning verlenen aan cliënten, of andere personen die beroepsmatig met de cliënten in contact kunnen komen. Indien de toezichthouder redelijkerwijs mag vermoeden dat een beroepskracht niet voldoet aan de eisen voor het afgeven van een VOG, kan de toezichthouder van de aanbieder verlangen dat de beroepskracht binnen tien weken een VOG overlegt die niet ouder is dan drie maanden (artikel 3.5, lid 3).

Voor wat betreft het rechtmatigheidstoezicht op jeugdhulp zijn in de lokale verordeningen specifieke verplichtingen en bevoegdheden voor de toezichthouder opgenomen. De Jeugdwet stelt in het algemeen dat gemeenten regels moeten stellen voor toezicht op rechtmatigheid en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik (artikel 2.9, lid d).

Bijlage 5. Interventiematrix

2 3

Type maatregel

Maatregel

Wanneer inzetten?

Wie?

Advies- en stimuleringsm aatregel

Geven van informatie, advies en voorlichting.

Structureel gedurende contractering, tijdens/na kwaliteit/rechtmatigheidso nderzoek.

Toezichtho uder en/of contractma nager

Wetgeving / contractvoorw aarden Geen grondslag

Dit is in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. (Bijzondere) persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

46

Corrigerende maatregel

Gesprek met bestuur van aanbieder.

Wanneer het van belang is om inzichtelijk te krijgen wat de reden van het niet naleven van de voorwaarden zijn.

Toezichtho uder en/of Contractma nager

Geen grondslag

Verbeterplan

Wanneer aanbieder na eerste onderzoek niet voldoet aan de kwaliteit/rechtmatigheidsei sen. Wanneer aanbieder na eerste onderzoek niet voldoet aan de kwaliteit/ rechtmatigheidseisen.

Toezichtho uder en/of contractma nager

Contractvoorw aarden

Toezichtho uder

Wmo 2015 artikel 6.1 lid 1 Awb artikel 5:11 t/m 5:20 Regeling Jeugdwet artikel 6a.7 en 6b.1 Contractvoorw aarden

Intensievere contractmonitorin g.

Wanneer signalen/onderzoek kwaliteit/rechtmatigheid hier aanleiding toe geven.

Contractma nager

Contractvoorw aarden

Last onder dwangsom

Als sanctie bij bewuste of herhaaldelijke misstanden. Bijvoorbeeld wanneer een aanbieder geen medewerking verleent aan inzage van cliëntdossiers. Als sanctie bij bewuste of herhaaldelijke misstanden. Een last onder bestuursdwang wordt alleen opgelegd als een last onder dwangsom niet het gewenste effect heeft, of bij spoedeisende overtredingen om die (waar mogelijk) zo snel mogelijk te beëindigen. Wanneer er onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt of wanneer de maatwerkvoorziening niet is gebruikt of ergens anders voor is gebruikt.

College van B&W

Awb artikel 5:32

College van B&W

Gemeentewet artikel 125 en Awb artikel 5:21

College van B&W

Wmo 2015 artikel 2.3.10 en Jeugdwet artikel 8.1.4 lid 1

Verscherpt toezicht d.m.v. heronderzoek kwaliteit/rechtma tigheid.

Bestuursrecht elijke maatregel

Last onder bestuursdwang

Het recht op een maatwerkvoorzie ning in ZIN of pgb intrekken

47

Pgb omzetten naar een maatwerkvoorzie ning in ZIN

Privaatrechtel ijke maatregel

Terugvordering van zorggelden van de cliënt of degene die medewerking heeft verleend. Ingebrekestelling

Wanneer een inwoner (pgb-budgethouder of vertegenwoordiger) niet (langer) de pgb-taken op een verantwoorde manier kan uitvoeren. Bijvoorbeeld wanneer stukken verloren zijn geraakt die zien op de verantwoording van (de kwaliteit en/of rechtmatigheid) van een pgb. Wanneer een maatwerkvoorziening in ZIN of natura is ingetrokken en met opzet onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt. Een ingebrekestelling is een schriftelijke mededeling waarbij de aanbieder wordt gesommeerd om de overeengekomen afspraken na te komen. Er wordt een redelijke termijn (uiterste termijn) gesteld waarbinnen de aanbieder weer aan de overeengekomen afspraken moet voldoen. In de ingebrekestelling moet het volgende worden opgenomen: • De geconstateerde tekortkoming; • Welke tekortkomingen hersteld moeten worden; • Op grond van welke bepalingen uit de overeenkomst. De gemeente kan verzoeken om een verbeterplan op te stellen.

College van B&W

Wmo 2015 artikel 2.3.10 en 2.4.1 en Jeugdwet

College van B&W

Wmo 2015 artikel 2.4.1 en Jeugdwet artikel 8.1.4 lid 3

Contractma nager

BW art 6:82 Contractvoorw aarden

Wanneer sprake is van signalen die kunnen duiden op misstanden en/of fraude of situaties waarbij de veiligheid van de inwoner en de kwaliteit van

Contractma nager

Contractvoorw aarden

Cliëntenstop

48

Betaalstop

Boete

Ontbinding (raam)overeenko mst

de dienstverlening in het geding is. Wanneer niet wordt voldaan aan contractvoorwaarden. Afhankelijk van hetgeen in de contractvoorwaarden opgenomen voor het/de contract(en) waar het toezicht zich op richtte. Indien wordt geconstateerd dat door een aanbieder niet de overeengekomen prestatie (hulpverlening) wordt geleverd, kan een betaalstop (opschorting van betaling) worden opgelegd.

Contractma nager

Indien in de contractvoorwaarden van het/de contract(en) een boetebeding is opgenomen. In dat geval wordt dit ingezet volgens hetgeen in de bepaling over boetebeding is opgenomen.

Contractma nager

•

Contractma nager

•

Als de aanbieder te kort schiet in de nakoming van haar verbintenissen (afspraken uit de overeenkomst) kan de opdrachtgever de overeenkomst ontbinden. Ontbinding kan pas nadat de aanbieder in verzuim is. Een aanbieder is in verzuim nadat hij een ingebrekestelling heeft ontvangen waarin staat omschreven welke aanpassingen/verbeter punten hij moet doorvoeren voor de

Contractvoorw aarden

Contractvoorw aarden

BW art 6:265

49

Terugvordering bij de zorgaanbieder

Eisen van schadevergoeding

uiterste datum (fatale termijn). • Als de aanbieder niet voor de uiterste datum de verbeterpunten heeft aangebracht dan is hij in verzuim. • Verzuim is niet nodig in het geval dat nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is. • Bij ontbinding eindigt de overeenkomst op het moment van de ontbinding. Indien de hulp en ondersteuning niet (geheel) volgens de contractvoorwaarden is geleverd kan over worden gegaan tot terugvordering Op grond van het privaatrecht zijn er meerdere terugvorderingsgronden. Mogelijkheden zijn onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking, onrechtmatige daad en onrechtmatig handelen door de bestuurder (bestuurdersaansprakelijkh eid).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16933536/1