CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

11c Memo Tariefdifferentiatie en verlengde afschrijvingstermi

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de diverse belasting- en legesverordeningen 2023.2.090 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Tariefdifferentiatie & verlengde afschrijvingstermijnen riolering Inleiding In november 2021 is het Gemeentelijk Rioleringsplan Horst aan de Maas 2022 – 2026 (GRP) door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin zijn de wettelijke verplichtingen en ambities voor (afval)water, oppervlaktewater en klimaatadaptatie opgenomen. De opgaven voor de komende jaren zijn groot. In het GRP is voor 2022 een rioolheffing van € 217 en voor de periode 2023 – 2026 een rioolheffing van €237 opgenomen, waarbij de egalisatievoorziening wordt ingezet om de stijging van de heffing te beperken. De voorziening loopt hierdoor terug van ca € 7.700.000,- tot ca. € 3.200.000,- eind 2026. Bij de vaststelling van het GRP is aan de Raad toegezegd om te onderzoeken of een verdere toekomstige stijging van de heffing beperkt kan worden. Hiertoe zijn 2 sporen uitgezocht: -

Spoor 1: Onderzoek tariefdifferentiatie; Spoor 2: Onderzoek verlengde afschrijvingstermijn.

Spoor 1: Onderzoek tariefdifferentiatie Als onderdeel van het onderzoek naar de mogelijke tariefdifferentiatie heeft er op 13 september 2022 een raadssessie plaatsgevonden waarin is toegelicht welke tariefmogelijkheden er ten aanzien van de rioolheffing zijn. Voorafgaand aan deze raadsessie is er een voorbereidingsmemo over de mogelijke heffingsmethoden aan de raad verstrekt. Tijdens de raadbijeenkomst hebben de raadsleden aangegeven het volgende belangrijk te vinden bij een heffingsystematiek: -

Keep it simple; Bedrijven en huishoudens die veel afvalwater lozen mogen best meer gaan betalen; Beloon bedrijven, huishoudens die de hemelwaterafvoer afgekoppeld hebben van het rioolstelsel; Kijk of er voordelen te halen zijn door mee te liften op de factuur van de WML of het waterschap.

Het college en de ambtelijke organisatie zijn vervolgens met deze input aan de slag gegaan. Het advies is om per 01-01-2024 de huidige eigenaarsheffing met een vast bedrag per perceel (woningen en bedrijven) uit te breiden met een gebruikersheffing voor woningen en bedrijven met een hoog waterverbruik. We blijven hierbij de aanslag als gemeente zelf opleggen. Argumenten 1.

De huidige eigenarenheffing, voldoet het beste aan het principe ‘keep it simple’. Jaarlijks een vast bedrag van de eigenaar is de meest simpele heffingssystematiek met de laagste uitvoeringskosten voor de gemeente. Door deze systematiek te handhaven, blijft dit voordeel behouden.

2.

Woningen en bedrijven die veel lozen gaan door de uitbreiding met de gebruikersheffing voor grote lozers, meer betalen. De grote lozers (meer dan 500 m³ per jaar) zijn ongeveer 2% van alle belastingplichtigen. Hierbij beschouwen we ieder vakantiepark incl. vakantiehuisjes en stacaravans als één belastingplichtige. De vakantieparken gaan door het grote waterverbruik meer betalen. Door de parken als één geheel te beschouwen voorkomen we een ingewikkelde en juridisch risicovolle discussie over de afbakening van afzonderlijke huisjes en stacaravans.

3.

Door invoering per 01-01-2024 kunnen ongeveer 400 grote lozers (2% van alle belastingplichtigen) tijdig over de wijziging en de financiële gevolgen hiervan worden geïnformeerd. Door invoering per 01-01-2024 i.p.v. 01-01-2023 geven we de grote lozers, waarvoor de nieuwe tariefstelling tot hogere kosten gaat leiden, de mogelijkheid hierop te anticiperen. We gaan begin 2023 communiceren naar deze groep belastingplichtigen over wat er m.i.v. 2024 gaat veranderen. Gelet op de financiële impact voor een aantal belastingplichtigen zal hierbij de optie van een ingroeimodel

worden bekeken. 4.

De extra perceptiekosten voor de gemeente zijn bij een uitbreiding met een gebruikersheffing voor grote lozers, beperkt. De extra kosten zijn hoofdzakelijk interne uren van eigen personeel en hebben betrekking op het registreren en bijhouden van het waterverbruik van de grootverbruikers in het heffingssysteem, de aanslagoplegging, afhandeling bezwaren en communicatie met grootverbruikers. Onze inschatting is dat dit in het jaar van de invoering ongeveer 300 uur extra aan interne capaciteit kost en daarna ongeveer jaarlijks 200 uur. Dit heeft op het tarief rioolheffing een verhogend effect van ongeveer € 1 per aansluiting.

5.

De invoering van de gebruikersheffing leidt tot een acceptabele lastenverschuiving van gemiddelde lozers naar de grote lozers. Tot welke verschuivingen dit leidt, is te zien in bijlage 2 van deze memo.

Kanttekeningen 1.

Het belonen van bedrijven en huishoudens die de hemelwaterafvoer afgekoppeld hebben van de riolering, zit niet verwerkt in de voorgestelde tariefswijziging. Dit was wel een wens van de raad, echter deze wens is enigszins contrair aan de andere wens van de raad ‘keep it simple’. Een tariefstelling waarbij afgekoppelde percelen een lagere heffing krijgen, is zeer arbeidsintensief en discussiegevoelig en leidt daarmee tot hoge perceptiekosten voor de gemeente. Daarbij is ook zeer onzeker of een lagere heffing huishoudens en bedrijven motiveert tot afkoppelen. De ervaring van andere gemeenten (waaronder Venray) is dat een kleine korting niet aanzet tot afkoppelen. Wij vinden het dan ook verstandiger afkoppelen te blijven stimuleren via een subsidieregeling zoals we dat nu ook al doen en deze stimulatiewens van de raad niet in de rioolheffing te verwerken. M.a.w. wij prevaleren het principe ‘keep it simple’. Slechts weinig gemeenten in Nederland kiezen voor een heffing op basis van afgekoppeld oppervlak, de meesten kiezen voor een heffing op basis van waterverbruik.

2.

Het is financieel, organisatorisch en qua dienstverlening niet wenslijk om van de gecombineerde aanslag (rioolheffing, afvalstoffenheffing, ozb en woz-beschikking) die we nu hebben, één heffing bij een andere instantie zoals de WML of het waterschap, onder te brengen. Dit is zeker niet goedkoper, waarschijnlijk zelfs duurder, leidt alleen maar tot uitvoerings- en afstemmingsproblemen en maakt het er voor de inwoners en bedrijven niet duidelijker op. De kracht van onze huidige aanslagoplegging is dat we dit in eigen beheer doen en we voor de burgers een laagdrempelige en duidelijke dienstverlening hebben. Heb je als inwoner of bedrijf een vraag over de gemeentelijke belastingen, de aanslag of de woz-waarde, bel en je wordt direct door een inhoudelijk deskundige ambtenaar geholpen. Door nu 1 heffing weg te halen van het gecombineerde gemeentelijk aanslagbiljet, verzwak je dit sterke concept en dat vinden wij niet wenselijk.

Spoor 2: Onderzoek verlengde afschrijvingstermijn Op pagina 60 van het GRP zijn de technische en economische afschrijvingstermijnen van riolering en bijbehorende systemen weergegeven. Hierbij is de technische afschrijvingstermijn de feitelijke levensduur van een object. Oftewel de technische levensduur geeft aan om de hoeveel jaar het object vervangen moet worden. De economische levensduur geeft aan in hoeveel jaar een object in de administratie financieel wordt afgeschreven. Op basis van huidige inzichten waarbij ook de afschrijvingstermijnen die regiogemeenten hanteren zijn meegenomen, is onderzocht of het oprekken van economische én technische afschrijvingstermijnen reëel en wenselijk is. Het advies is om van alle - vanaf 2022 - geplande investeringen in vrijvervalriolering en bergbezinkbassins, de technische afschrijvingstermijn van 60 naar 80 jaar en de economische afschrijvingstermijn van 40 naar 60 jaar, te verlengen. M.b.t. de grondwatermaatregelen is het advies zowel de technische als de economische afschrijvingstermijn te verlengen van 40 naar 60 jaar. 2

Argumenten 1. Het verlengen van de technische afschrijving van vrijvervalriolering en bergbezinkbassins van 60 naar 80 jaar is reëel. Uit de resultaten van rioolinspecties en uit navraag bij regiogemeenten blijkt, dat een technische levensduur van 80 jaar de werkelijkheid beter benaderd dan de huidige gehanteerde 60 jaar. 2. Het verlengen van de economische afschrijving van vrijvervalriolering en bergbezinkbassins van 40 naar 60 jaar is reëel. Als de technische levensduur van 60 naar 80 jaar wordt aangepast, is het logisch de economische afschrijvingstermijn ook te verhogen. Zekerheidshalve en om niet teveel kosten naar de toekomst door te schuiven, verdient een verhoging van 40 naar 60 jaar de voorkeur boven een verhoging naar 80 jaar. 3. Het verlengen van de technische en economische afschrijving van grondwatermaatregelen van 40 naar 60 jaar is reëel. Uit de resultaten van rioolinspecties en uit navraag bij regiogemeenten blijkt, dat een technische levensduur van 60 jaar de werkelijkheid beter benaderd dan de huidige gehanteerde 40 jaar. Kanttekeningen 1. De afschrijvingstermijnen van vóór 2022 gedane investeringen worden in eerste instantie niet verlengd Het is alleen geoorloofd de afschrijvingstermijnen van de oude investeringen (vóór 2022) te verlengen als deze verlenging goed onderbouwd is. Dit is een eis van onze accountant.

In het verleden (voor 2017) gedane investeringen zijn veelal als één totaal investering opgenomen in onze financiële administratie. De exacte onderverdeling is niet meer exact te herleiden. Dit geldt metname voor de investering uit de voormalige gemeente Meerlo-wanssum en Sevenum. De investeringen vanaf 2017 zijn meer gespecificeerd in onze administratie opgenomen zodat we zullen onderzoeken of we de afschrijvingstermijn van deze investeringen wel nog aan kunnen passen. 2. Het verlengen van de afschrijvingstermijnen leidt tot verschuiving van de lasten naar de toekomst Op korte termijn leidt verlenging van de afschrijvingstermijn tot lagere afschrijvingslasten en hiermee tot een lagere rioolheffing maar op de lange termijn zal de rioolheffing meer moeten stijgen om de extra rentelasten, die een langere afschrijvingstermijn met zich meebrengt, te kunnen dekken. 3. het renterisico in de rioolbegroting stijgt Door het verlengen van de afschrijvingstermijnen hebben eventuele toekomstige rentestijgingen een grotere impact op het noodzakelijke tarief voor de rioolheffing (extra stijgingen). Het GRP is nu doorgerekend met een rente van 0,5%. In de loop van 2022 is de rente echter gaan stijgen en niet uitgesloten is dat we bij een actualisatie van het kostendekkingsplan de rente in de toekomst moeten verhogen.

Doorrekening kostendekkingsplan GRP In het kader van de hierboven genoemde twee sporen is het kostendekkingsplan van het GRP voor de huidige en voorgestelde nieuwe tarievenopzet, met en zonder verlenging van de afschrijvingstermijnen, doorgerekend. In deze doorrekening is geen rekening gehouden met de financiële gevolgen van de forse inflatie door de stijging van de energie- en grondstofprijzen en de stijgende rente. Het prijspeil is dus nog steeds het prijspeil uit het in november 2021 door de raad vastgestelde GRP, te weten 1-1-2022 In 2023 zal het kostendekkingsplan (zoals gepland halverwege de looptijd van het GRP) opnieuw worden geactualiseerd waarbij o.a. prijsindexatie en renteontwikkelingen worden meegenomen. We verwachten dat een extra stijging dan noodzakelijk is om de rioolbegroting kostendekkend houden. Alleen al in het eerste halfjaar van 2022 zijn de kostenstijgingen voor civieltechnische werken en bouw volgens het CBS met ongeveer 8% zijn gestegen. De doorrekening van de kostendekkingsplan leidt voor 5 mogelijke scenario’s in 2024 tot de volgende 3

eigenarenheffing voor woningen en bedrijven:

Tarief Rioolheffing

Handhaving huidige heffingssystematiek

Invoering nieuwe heffingssystematiek

Handhaving huidige afschrijvingstermijnen

Verlenging afschrjvingstermijnen toekomstige investeringen

Scenario 0 2024 (€ 237) 2035 max (€ 273)

Scenario 1 2024 (€ 232) 2035 max (€ 259)

Scenario 2 2024 (€ 219) 2035 max (€ 255)

Scenario 3a 2024 (€ 219) 2035 max (€ 242) Scenario 3b 2024 (€ 230) 2035 max (€ 239)

In bijlage 1 van deze memo is voor elk van de bovenstaande 5 scenario’s opgenomen tot welke tarieven dit leidt in de periode 2022 – 2081. Ook is aangeven wat dit betekent voor het verloop van de voorziening riolering. Conclusies doorrekening kostendekkingsplan 1. Het invoeren van de nieuwe heffingssystematiek lijdt tot een lagere rioolheffing van € 18 voor 98% van de huishoudens en bedrijven (€ 237 t.o.v. € 219). De grote lozers (2%) betalen deze verlaging. 2. Het verlengen van de technische en economische afschrijvingstermijnen leidt per saldo op termijn tot een lagere rioolheffing van ongeveer € 14. Het effect van de verlenging is per saldo positief omdat het positieve effect van de verlenging van de technische afschrijvingstermijn (minder investeringen gedurende de planperiode 2022 – 2081) groter is dan het effect van de hogere rentelasten door de verlenging van de economische afschrijvingstermijn. Een snel stijgende rente in de toekomst kan dit positieve effect van € 14,-- echter nog verlagen of zelfs de andere kant uit doen omslaan. 3. Scenario 3b sorteert enigszins voor op de bij de actualisatie van het kostendekkingsplan in 2023 te verwachten noodzakelijke stijging door inflatie en hogere energie- en grondstofprijzen..

Advies Op basis van deze memo is het advies om voor scenario 3b te gaan, wat concreet het volgende betekent: 1. 2.

3.

4. 5.

Per 01-01-2023 de huidige eigenaarsheffing van een vast bedrag per perceel (woningen en bedrijven) te verhogen van € 217 naar € 230; Per 01-01-2024 de huidige eigenaarsheffing van een vast bedrag per perceel (woningen en bedrijven) uit te breiden met een gebruikersheffing voor woningen en bedrijven met een hoog waterverbruik. Dit conform de tariefstructuur conform het overzicht in bijlage 2 van deze memo; Van alle vanaf 2022 geplande investeringen in vrijvervalriolering en bergbezinksbassins, de technische afschrijvingstermijn van 60 naar 80 jaar en de economische afschrijvingstermijn van 40 naar 60 jaar te verlengen; Van alle vanaf 2022 geplande investeringen in grondwatermaatregelen, de technische en economische afschrijvingstermijn van 40 naar 60 te verlengen; De aanpassing van de afschrijvingstermijnen bij de actualisatie van het kostendekkingsplan in 2023 mee te nemen.

Bijlage Bijlage 1: Bijlage 2

Rioolheffing 2022 - 2081 5 scenario’s. Tarievenstructuur en lastendrukverschuivingen m.i.v. 2024.

Horst 24 oktober 2022, Ambtelijke werkgroep Tariefdifferentiatie & verlengde afschrijvingstermijnen riolering

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12105829/1