10e Afdoening Uitgangspuntennotitie Subsidieregeling sanering varkenshouderij
Tekst van het document
*CONCEPT* DEFINITIEF ESO.00020123WDstrt
26 mei 2020
Uitgangspuntennotitie Subsidieregeling sanering varkenshouderij
Inleiding In het Plan van Aanpak "Stoppende agrarische bedrijven" van 3 maart 2020 is ambtelijk een aanpak geschetst en worden aanbevelingen gedaan hoe om te gaan met deelnemers aan de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. In het Plan van Aanpak wordt ingegaan op de vragen “waar” en “waarom” bepaalde prioriteiten zouden moeten worden gesteld. De tijd heeft niet stilgestaan en er wordt hard gewerkt aan een aanpak van een aantal casussen. Ook de Coronacrisis heeft daar weinig aan veranderd. RVO heeft aangegeven maximaal 13 weken extra de tijd nodig te hebben om alle aanmeldingen te kunnen behandelen, maar dat de eerste beschikkingen van bedrijven die overal aan voldoen (met de hoogste geurscore) ook als eerste worden toegezonden, waardoor niet iedere ondernemer 13 weken extra de tijd krijgt. Ondernemers hebben daardoor haast en er staat druk op het proces om duidelijk te krijgen of, als straks de beschikking van RVO op de deurmat valt, doorgepakt wordt om te komen tot daadwerkelijke sanering. Nadat op 5 maart 2020 alle ondernemers door ons een brief is gestuurd over het flankerend beleid, hebben zich, anders dan de bekende casussen (Poels, Maas, v.d. Goor en Hermans), maar twee bedrijven gemeld (Mooren en Alards) die verder met de gemeente in gesprek willen. Hierop wordt nu maximaal ingezet door de projectgroep, ook met het idee dat de rest gaat volgen.
Daarom deze Uitgangspuntennotitie om verder richting te geven aan mogelijke oplossingen aan de hand van maatwerk. Allereerst wordt ingegaan op wat de toelichting van de warme saneringsregeling zegt over flankerend beleid en vervolgens worden vier oplossingsrichtingen in hoofdlijn beschreven en worden voorstellen gedaan om in casussen te komen tot een verdere concretisering van de aanpak. Wat zegt de Subsidieregeling sanering varkenshouderij over flankerend beleid van de gemeente? Bedrijven kunnen bij de gemeente terecht voor vragen over vergunningen, ondersteuning bij herbestemming van de locatie naar andere ruimtelijke functies, mogelijkheden en voorzieningen voor nieuwe activiteiten en omscholing. Hiervoor staan wij, maar ook de provincie, aan de lat voor het uitvoeren van het zogeheten ‘Hoofdlijnenakkoord’ uit 2018, dat de VNG namens alle gemeenten heeft ondertekend. Het gaat er daarbij om dat de varkenshouders voorlichting en begeleiding op maat krijgen en dat zij maximaal worden gefaciliteerd met de bestaande voorzieningen die bij bedrijfsbeëindiging van belang kunnen zijn, zo zegt de toelichting op de Saneringsregeling. Oplossingsrichtingen 1. Verzoek / aanvraag op basis van flankerend beleid.
Op basis van de in onze brief “flankerend beleid” aangegeven instrumenten komt de ondernemer zelf met een voorstel voor een nieuwe bestemming en ruimtelijke inrichting van het perceel. Daaruit wordt het financiële gat van de bedrijfsbeëindiging volledig gedicht voor het gedeelte wat door de Saneringsregeling niet wordt vergoed. De nieuwe functies genereren waarde en mogelijk nieuw inkomen, waaruit bijvoorbeeld de sloop van de stallen kan worden bekostigd. De daarbij te maken afwegingen zijn maatwerk en dus niet “uitrolbaar” naar andere casussen. Voordeel hierbij is dat snel slagen te maken zijn en veel vooronderzoek en
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 - 477 97 77
F 077 - 477 97 50
Pag. 2 van 10
Vervolg Uitgangspuntennotitie Subsidieregeling sanering varkenshouderij
dus ook kosten achterwege gelaten kunnen worden. Denk daarbij aan advies – en accountantskosten. Dit vraagt van de gemeente een flexibele en open opstelling binnen de veelal bestaande beleidsmatige kaders. Een voorbeeld hiervan is de casus Poels. 2. Verzoek op basis van de financiële positie van de ondernemer en een bedrijfseconomische/financiële analyse. Wij vragen de ondernemer inzicht in zijn schuldpositie om te bepalen hoe groot het financiële gat is wat overbrugd moet worden. Om dit te kunnen bepalen moeten in ieder geval worden overlegd: recent taxatierapport; rapportages over opbrengend vermogen / rendement “nieuwe” ontwikkeling (denk bijvoorbeeld aan bestemmingsplanwijziging). Op basis van dit financiële gat worden instrumenten ingezet om het gat te kunnen overbruggen. Zoals ook in het Plan van Aanpak is beschreven zal iedereen water bij de wijn moeten doen om een sluitende businesscase mogelijk te maken. Daarbij sluiten we bij voorbaat een vergoeding voor pensioenvoorziening van de ondernemer en productierechten uit (ook ter beperking van de hoogte van de schadeloosstelling). Deze aanpak is omslachtiger en vraagt meer tijd en inzet (denk bijvoorbeeld aan overleg met “onze” taxateur en financiële collega’s).
Ook zit er een arbitraire kant aan: wat nemen we wel en niet mee? Door mogelijke onduidelijkheden kan het dus ook zijn dat een dergelijke casus in de tijd “weg loopt”. 3. Vergoeding op basis van het aantal te slopen vierkante meters aan bedrijfsgebouwen. Zoals gezegd wordt in het kader van het Hoofdlijnenakkoord van ons verwacht dat wij de betreffende varkenshouders maximaal faciliteren met de bestaande voorzieningen die bij bedrijfsbeëindiging van belang kunnen zijn. In de gemeentelijke structuurvisie is een regeling opgenomen die voorziet in een vergoeding van € 25 per m2 stal oppervlakte. Dit wordt niet uitbetaald, maar verrekend met de afdracht die op basis van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu zou moeten plaats vinden voor een andere ruimtelijke ingreep (bijvoorbeeld de bouw van een woning). In het verlengde daarvan zou een vergoeding op basis van het aantal te slopen vierkante meters stal een oplossingsrichting kunnen zijn. Uit de ervaringen en gesprekken met de zes ondernemers die zich tot nu toe bij de gemeente gemeld hebben is gebleken dat deze variant in de praktijk goed zou kunnen werken, omdat de vergoeding van de Saneringsregeling niet toereikend is om daadwerkelijk te komen tot sloop.
De sloop is evenwel een verplicht onderdeel van de Saneringsregeling, om te voorkomen dat er sprake is van verloedering van het buitengebied, ondermijning en vermindering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. Er is een overzicht gemaakt van het aantal te slopen vierkante meters staloppervlak per aangemelde locatie. Door het te slopen aantal vierkante meters te koppelen aan een bedrag is éénduidig en transparant vast te stellen wat daarvoor de vergoeding c.q. opgaaf zou moeten zijn. Vooralsnog wordt voorgesteld uit te gaan van een vergoeding tussen de € 50 en € 70 per vierkante meter. Redenen voor het hanteren van deze marge zijn: of er sprake is van de verwijdering van asbest en de mate daarvan; of ondernemers zelf werkzaamheden verrichten (leeg maken van de stallen); of er sprake is van oudere of jongere stallen (moderne stallen kunnen sneller en eenvoudiger worden gesloopt). De totale opgaaf te slopen aantal vierkante meters op basis van alle 22 aangemelde veehouderijen bedraagt 110.663 m2. In totaal is er dan, zouden alle saneerders meedoen aan de regeling én gebruik maken van
Pag. 3 van 10
Vervolg Uitgangspuntennotitie Subsidieregeling sanering varkenshouderij
deze optie, sprake van een totaalbedrag van tussen de € 5.533.150 en € 7.746.410. Dit is echter geen reëel beeld omdat: het onwaarschijnlijk is dat uiteindelijk iedereen daadwerkelijk zal meedoen aan de Saneringsregeling; nu al vaststaat, op basis van gevoerde gesprekken, dat niet iedereen aanspraak gaat maken op deze optie; bijvoorbeeld in de casus Poels niet, hier gaat het om 14.237 m2 aan te slopen bedrijfsgebouwen. Het is lastig om op voorhand aan te geven hoe vaak er van deze optie gebruik wordt gemaakt. Er bestaat op dit moment nog onvoldoende zicht op het aantal saneerders die voor deze oplossing gaan opteren. Verder ligt het in de lijn met hetgeen al eerder is opgemerkt en als uitgangspunt zou moeten gelden dat elke partij iets zal moeten doen om het bedrag aan schadeloosstelling zo beperkt mogelijk te laten zijn. Dat kan een ondernemer doen door middel van zelfwerkzaamheid om de kosten van sanering en sloop te drukken. Dat kan zoals gezegd door zelf stallen leeg te maken (waar dat kan kunnen materialen dan ook zelf ten gelde gemaakt worden, mits de staat ervan dat nog mogelijk maakt) en zelf te zorgen voor de mestafvoer. Dit zou als voorwaarde kunnen worden gesteld met daarbij het vaststellen van een maximum bedrag, bijvoorbeeld € 50. Of er een differentiatie mogelijk is op basis van de ouderdom van de stallen is (nog) niet onderzocht.
Hier zou mogelijk een prikkel vanuit kunnen gaan. 4. Een combinatie van de oplossingsrichtingen genoemd onder 1 t/m 3 Op basis van de tot nu toe gevoerde gesprekken moet niet worden uitgesloten dat er zich een combinatie van oplossingsrichtingen kan voordoen. Iedere casus is uniek en dus zal er maatwerk moeten worden geleverd. Door op te nemen dat een combinatie van oplossingsrichtingen mogelijk is, wordt niet op voorhand uitgesloten dat we saneringskansen laten liggen. Uiteraard zal een dergelijke casus deugdelijk moeten worden onderbouwd, inclusief een financiële paragraaf. In de bijlage van deze Uitgangspuntennotitie is een stroomschema opgenomen, voor een overzicht van de verschillende regelingen en oplossingsrichtingen. Dekkingsvoorstel De voorkeur gaat uit naar het gebruik van de bestaande dekkingsmaatregelen, zoals bekend bij onze gemeente en nu ook al worden toegepast. Dit kan door bijvoorbeeld aansluiting te zoeken bij het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu, zoals opgenomen in de Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas. Aanvullend is bestuurlijk toegezegd mogelijkheden te onderzoeken voor de uitleg van woningbouwlocaties in kernrandzones of de ontwikkeling van (grootschalige) zonneweiden. Daaruit kan geld worden gegenereerd om in te zetten ten behoeve van de Saneringsregeling (en ook voor beëindiging van bedrijven die niet onder de Saneringsregeling vallen).
Onderstaand zijn deze dekkingsmogelijkheden verder beschreven. Deze instrumenten kennen een relatief lange ontwikkelingstijd en de casussen die deelnemen aan de Saneringsregeling vragen op korte termijn al om concrete oplossingen. Het geniet daarom de voorkeur eerst in te zetten op de bestaande dekkingsmaatregelen en daarnaast deze instrumenten verder uit te werken, zodat daar mogelijk straks alsnog een beroep op gedaan kan worden. Het is daarvoor wel noodzakelijk om de Uitvoeringsagenda van de Structuurvisie aan te vullen met het project Subsidieregeling sanering varkenshouderij. Uit juridisch onderzoek is namelijk gebleken dat het bestaande project ‘Sanering businesscases IV en Glas’ op de Uitvoeringsagenda niet kan worden benut voor dit doel. Er is een raadsvoorstel opgesteld om de Uitvoeringsagenda op dit punt aan te vullen.
Pag. 4 van 10
Vervolg Uitgangspuntennotitie Subsidieregeling sanering varkenshouderij
Instrumenten De voorgenoemde instrumenten kunnen als volgt worden beschreven: 1. De inrichting van een zogenaamd ‘zonneweidecontingent’. Het grootschalig inzetten op zonneweides, om vandaar uit (een gedeelte van de) sloop te kunnen bekostigen van vrijkomende agrarische bebouwing of anderszins haalbare businesscases rond te krijgen; 2. De realisatie van een uitleglocatie voor (meer grootschalige) woningbouw. Daarbij kan op één of meerdere locaties worden gebouwd naar behoefte en in of grenzend aan de kernrandzone. Op basis van het project Sanering business cases IV en Glas vond onder meer dekking plaats door de uitgifte van losse woningbouwcontingenten. Om de volgende redenen achten wij dit niet meer wenselijk: o het toevoegen van woningen in het buitengebied wordt al jaren financieel onaantrekkelijk gemaakt en is ruimtelijk niet langer meer wenselijk; o De praktijk heeft geleerd dat bouwcontingenten lastig “vermarkt” kunnen worden; o bouwcontingenten zijn procedureel en ruimtelijk vaak bewerkelijk en leggen enorme beslag op de ambtelijke capaciteit. Wanneer er voor wordt gekozen om naast de bestaande dekkingsmaatregelen ook dekking te bieden vanuit deze instrumenten dan heeft het de voorkeur dat wij als gemeente actief faciliteren en vooraf enkele locaties aanwijzen, voor woningbouw bij voorkeur in een kernrandzone, als “ontwikkelgebied”.
Zodoende houden wij maximaal grip op de plaats, aard en omvang van de voorziening, of het nu zonneweide of uitlegvoorziening woningbouw is. Hierbij is het van cruciaal belang dat de financiële waarde in overeenstemming is met eerdere regelingen (bijvoorbeeld Ruimte voor Ruimte, afdrachten gemeentelijke structuurvisie, project Sanering business cases IV en Glas. Op basis van de huidige inschatting kan geen gebruik gemaakt worden van oplossingsrichting 3 (Vergoeding op basis van het aantal te slopen vierkante meters aan bedrijfsgebouwen) als er geen sprake is van een groter maatschappelijk belang, anders dan enkel de beoordeling op basis van de Saneringsregeling op het aspect geur. Bij deze bredere beschouwing zal in ieder geval ook de afweging ruimtelijke kwaliteit een belangrijke rol spelen. Kanttekening Kanttekening bij de instrumenten “zonneweidecontingent” en “uitleglocatie voor woningbouw” is dat met een soort rekening-courant krediet moet worden gewerkt en dat we op dit moment (nog) onvoldoende zicht hebben op de totale opgaaf in euro’s waarvoor we aan de lat staan. Daarbij komt dat de inrichting van beide instrumenten tijd zal kosten en er dus een financiële overbrugging noodzakelijk is.
De Saneringregeling speelt immers nu en in de nabije toekomst (2020-2021), terwijl de realisatie van grootschalige zonneweides of uitleglocaties voor woningbouw pas over een heel aantal jaren kan plaatsvinden. Voor de inrichting van een grootschalige zonneweide geldt zelfs een zeer ruime tijdspanne (8-10 jaar is al eens genoemd), afhankelijk van de aansluitcapaciteit en de eventueel benodigde verzwaring van hoogspanningsleidingen. Zowel grootschalige zonne-energie en uitleglocaties voor woningbouw zijn voor de korte termijn, als je slagen wilt maken, daarom minder effectief. De oplossingsrichtingen 1 (flankerend beleid) en 3 (vergoeding van sloop), uitgaande van een financiële dekking via bestaande dekkingsmaatregelen, bieden meer slagkracht en geven op korte termijn duidelijkheid over de haalbaarheid van saneringen. Dit zal ondernemers die willen saneren meer vastigheid en zekerheid bieden en dus in positieve zin van invloed zijn op de keuze die ze maken.
Pag. 5 van 10
Vervolg Uitgangspuntennotitie Subsidieregeling sanering varkenshouderij
Aanvullende maatregelen Onderstaand beknopt een aantal maatregelen die de gemeente aanvullend kan treffen om de hoogte van de schadeloosstelling te beperken: Veegplan: wijzigingen meenemen in een door de gemeente op te stellen veegplan (op kosten van de gemeente); Legeskosten: tijdens de financiële crisis gingen overheden terughoudend om met het in rekening brengen van legeskosten. Zo zag de provincie Limburg af van het invorderen van leges. Wij zouden nu een vergelijkbare regeling kunnen toepassen bij deelnemers aan de Saneringsregeling. Overigens worden voor de sloop (melding, dan wel omgevingsvergunning voor onderdeel sloop) geen leges geheven. Afdrachten: in de lijn van de aanpak, zoals die bij het project “Sanering business cases IV en Glas” werd gehanteerd, geen afdrachten in rekening brengen op basis van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu uit de Structuurvisie, hieronder eventueel ook begrepen een mogelijke afdracht aan het fonds Bovenwijkse Voorzieningen. Voorgaande maatregelen leiden vaak tot een lastenverlichting voor de betreffende ondernemers en het beter rond kunnen krijgen van een businesscase. Ongeacht welke maatregel wordt ingezet, is het in alle gevallen van belang dat deze in overeenstemming is met de geldende staatssteunregels.
Dit om achteraf te voorkomen dat verstrekte financiële voordelen moeten worden teruggevorderd, dan wel andere voordelen alsnog ongedaan moeten worden gemaakt. Op de door het Rijk geïntroduceerde Subsidieregeling sanering varkenshouderijen, zijn de Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (2014/C 204/01) van toepassing. De Europese Commissie is van oordeel dat de subsidieregeling, voornamelijk omdat deze gericht is op sluiting van productiecapaciteit, verenigbaar is met de interne (Europese) markt en daarmee geen staatssteun oplevert. De door de gemeente te verstrekken maatregelen en/of andere op geld waardeerbare voordelen zullen steeds getoetst moeten worden aan de Richtsnoeren. Omdat de exacte keuze voor de maatregelen c.q. voordelen, als mede de hoogte/omvang ervan, nog niet vaststaat, is nu in algemene zin niet aan te geven of kan worden voldaan aan de staatssteunregelgeving. Dat zal dan ook van geval tot geval moeten worden beoordeeld, waarbij van belang is dat de maximale steunintensiteit waar de Richtsnoeren van uitgaat niet wordt overschreden.
Wat doen we met stikstof? Zoals bekend vervallen de rechten met betrekking tot stikstof als wordt deelgenomen aan de Saneringsregeling en ook wanneer in het verleden is deelgenomen aan de Gedoogstopregeling op basis van het Actieplan Ammoniak en Veehouderij. Deelnemende locaties van deze regelingen zijn op grond van de Beleidsnotitie intern en extern salderen van de provincie Limburg uitgesloten van externe saldering met stikstofrechten. Tot nu toe zou dus enkel in het geval van de casus Hermans sprake zijn van over te nemen stikstofrechten. Op grond van de beschikbare Natuurbeschermingswetvergunning en de ligging van het bedrijf ten opzichte van het gebied de Maasduinen is het mogelijk een interessant bedrijf om te komen tot overname van deze rechten. Daarbij wordt opgemerkt dat provincie Limburg adviseert vooral stikstofrechten te benutten van bedrijven die nabij projecten zijn gelegen die voor een toename van stikstof zorgen, zodat de externe saldering van deze rechten het maximale nut dient.
Pag. 6 van 10
Vervolg Uitgangspuntennotitie Subsidieregeling sanering varkenshouderij
Garantstelling Een ondernemer die deelneemt aan de Saneringsregeling zal van de gemeente garanties willen hebben omtrent nakoming voor datgene waar de gemeente voor aan de lat staat. Stel dat gebruik wordt gemaakt van optie 1 (flankerend beleid) en er volgt een bestemmingsplanwijziging. Vervolgens blijkt dat deze bestemmingsplanwijziging wordt vernietigd in een beroepsprocedure. Dan blijft de ondernemer met een gebrek aan inkomsten zitten: de varkenshouderij is definitief beëindigd, maar nieuwe functies worden niet toegestaan. Om dat te voorkomen moeten de nodige garanties worden geboden. De inschatting is dat dit scenario zeer beperkt voor zal komen. Immers, ten opzichte van de huidige situatie zal er zich naar het laat aanzien altijd sprake zijn van een verbeterde situatie voor de omgeving (en dus relatief weinig kans op beroepsprocedures). Daarnaast is het natuurlijk belangrijk hierover de omgeving te betrekken. Verder is van belang om op te merken dat varkenshouders alleen in aanmerking kunnen komen voor een subsidie op grond van de Saneringsregeling, wanneer er sprake is van een onomkeerbare sluiting van de betreffende varkenshouderijlocatie.
Artikel 5 van de Saneringsregeling bepaalt dat daarvan pas sprake is wanneer (onder andere) de gemeente een verzoek van de varkenshouder in behandeling heeft genomen om het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat op de locatie niet langer een intensieve veehouderij kan worden gevestigd. De onzekerheid rondom het nog niet onherroepelijk zijn van de beoogde wijziging van de bedrijfsbestemming is met andere woorden voor de varkenshouder geen beletsel om in aanmerking te komen voor een subsidie op grond van de Saneringsregeling. In lijn hiermee kan ook in de saneringsovereenkomst die de gemeente met de varkenshouder sluit, worden afgesproken dat uitkering van een tegemoetkoming in de saneringskosten (op welke wijze dan ook) pas aan de orde is zodra de betreffende varkenshouder een onvoorwaardelijk verzoek c.q, aanvraag bij de gemeente heeft ingediend tot wijziging van de bedrijfsbestemming naar een agrarische bestemming zonder bouwblok. Aangezien dit doorgaans leidt tot een (aanzienlijke) verbetering van de omgevingskwaliteit ter plaatse, is de kans minimaal dat de beoogde bestemmingswijziging geen onherroepelijke rechtskracht verkrijgt.
Dat ligt mogelijk anders wanneer in de saneringsovereenkomst afspraken zijn gemaakt over wijziging van de agrarische bedrijfsbestemming naar een bestemming die een of meerdere burgerwoningen (met bijgebouwen), of splitsing van woningen ter plaatse mogelijk maakt, of een planologische procedure voor de verzilvering van verkregen bouwcontingenten. Hetzelfde geldt voor het wijzigen naar een (lichte) niet-agrarische bedrijfsbestemming. In die situaties zal het voornamelijk afhankelijk zijn van belangen van omliggende functies of de bestemmingswijziging als een verbetering van omgevingskwaliteit kan worden gewaardeerd. In elke situatie kan dat anders liggen. Het is in strijd met de regels van de ruimtelijke ordening dat de gemeente zich op voorhand verbindt aan het resultaat dat de beoogde bestemmingswijziging onherroepelijk rechtskracht zal verkrijgen. Omdat de gemeente verplicht is om in ruimtelijke procedures belangen van derden steeds op zorgvuldige wijze af te wegen, kan hooguit sprake zijn van een inspanningsverplichting. Wanneer de beoogde bestemmingswijziging onverhoopt geen rechtskracht verkrijgt, dan ontstaat een nieuwe situatie waarover de gemeente met de initiatiefnemer op dat moment in gesprek zal moeten gaan. Contractueel kan de gemeente zich eraan verbinden dat zij zich naar beste kunnen inspant om te voorzien in een alternatieve tegemoetkoming in de saneringskosten.
Omdat elke situatie anders is en op het moment dat die zich voordoet beoordeeld moet worden, is het lastig om hiervoor op dit moment een algemeen uitgangspunt in te formuleren.
Pag. 7 van 10
Vervolg Uitgangspuntennotitie Subsidieregeling sanering varkenshouderij
Bijlage
Nadere informatie
Budget In onze gemeente hebben zich 22 ondernemers aangemeld voor de Subsidieregeling sanering varkenshouderij. Voor deze regeling was oorspronkelijk € 120 mln beschikbaar, maar na de gewonnen Klimaatzaak van Urgenda tegen de Staat is dit opgehoogd naar € 180 mln. In de Kamerbrief van 24 april 2020 heeft Minister Schouten, gelet op de grote hoeveelheid aanmeldingen voor de Saneringsregeling en de koppeling met een reductie van stikstof, aangekondigd dat dit budget nog verder wordt opgehoogd met € 275 mln. Het is de bedoeling dat iedereen die zich heeft aangemeld en voldoet aan de voorwaarden van de Saneringsregeling ook daadwerkelijk een vergoeding zal krijgen. Of een bedrijf in aanmerking komt voor de regeling wordt onder andere bepaald door de hoogte van de geurscore. Op dit moment hebben wij geen zicht op de geurscores van deze bedrijven. De bedoeling was dat vanaf half april RVO de beschikkingen zou afgeven. Inmiddels is duidelijk geworden dat RVO dat niet gaat halen en is de termijn verlengd met 13 weken om de grote hoeveelheid aanvragen te kunnen beoordelen. Door RVO zijn alle aanvragers geïnformeerd dat subsidiebeschikkingen vanuit RVO (deels) later worden verstrekt.
Bedrijven met de hoogste geurscore (of die niet voldoen aan de eisen) krijgen als eerste een beschikking respectievelijk afwijzing van het RVO (op basis van een ranking naar hoogste geurscore en het beschikbare budget). Opgemerkt wordt dat de datum van afgeven van de beschikking leidend is voor de afhandeling van de regeling (binnen 14 maanden die de Saneringsregeling voorschrijft) en niet het moment van ondertekenen door de ondernemer. Inmiddels heeft de Minister aangegeven dat ze de aanvragers die niet aan de drempelwaarde van geuroverlast voldoen maar wel aan de overige criteria (Besluit emissie arme huisvesting) graag wil ‘helpen’, bijvoorbeeld omdat zich daardoor een significante daling van stikstof kan voordoen, maar dat dit niet kan binnen de bestaande Saneringsregeling. Om toch invulling te geven aan deze gevallen doet de Minister een oproep aan met name de provincies Brabant en Limburg om daaraan medewerking te verlenen. Concreet betekent dit: Dat de Minister bereid is ook voor deze drempelgevallen een substantiële financiële bijdrage te leveren; Daarbij hoort dat de provincie voor deze casussen de volledige administratieve procedures oppakt. Provincie Limburg heeft hierover met het ministerie van LNV gesproken om inzicht te krijgen in wat dat betekent.
Het komt erop neer dat het ministerie bereid is in de totaalsom per bedrijf (vergoeding dierrechten en compensatie waardevermindering gebouwen) een verdeling van 50% Rijk / 50% provincie in de kosten bespreekbaar is. Of deze regeling er daadwerkelijk komt is op dit moment onduidelijk. Zo is er vanuit de agrarische sector kritiek op deze regeling, omdat er ook bedrijven zijn die mogelijk veel stikstofdepositie veroorzaken, maar gelet op het oorspronkelijke criterium van een hoge geurscore, niet hebben ingeschreven op de Saneringsregeling. Deze bedrijven zouden dan onterecht buiten te boot vallen. Wat dit concreet betekent voor de ondernemers uit onze gemeente is nu nog niet duidelijk. Zodra dit het geval is komen wij daar apart bij uw college op terug.
Pag. 8 van 10
Vervolg Uitgangspuntennotitie Subsidieregeling sanering varkenshouderij
Gesprekken ondernemers Met vijf ondernemers zijn we al in gesprek en worden mogelijkheden over flankerend beleid besproken. Deze gesprekken zijn mede aanleiding geweest voor het opstellen van deze Uitgangspuntennotitie. Aangezien het overgrote deel van de bedrijven dat zich bij RVO heeft aangemeld voor de regeling zich nog niet bij onze gemeente had gemeld (ook niet nadat wij hen daar per brief om hebben gevraagd) heeft er een belronde plaats gevonden waarin de volgende vragen aan de orde zijn gekomen: 1. U heeft zich aangemeld voor de regeling? 2. Hoe groot schat uw de kans in dat u bij een positieve beschikking ook daadwerkelijk gaat stoppen? 3. Heeft u kennis genomen van de brief over het flankerend beleid? 4. Is dit op uw situatie van toepassing / biedt dit oplossingen? 5. Zo niet, waar heeft u behoefte aan? 6. Weet u al wat u gaat doen als u gestopt bent en wat dat betekent voor uw locatie? 7. Stelt u het op prijs om verder met ons in gesprek te gaan over de sanering? Dit onderzoek heeft geleid dot de volgende uitkomsten: Keuze Gaat niet stoppen Gaat wel stoppen Gaat misschien stoppen
5
Niet-intensieve tak (+) 4
Bouwwens n.v.t.
Pensioen / verkoop n.v.t.
Flankerend beleid n.v.t.
Maatwerkoplossing / anders 1 maatwerk
9
5
4
1
n.v.t.
1 weg uit HadM 1 paardenhouderij Inschatting inzet flankerend beleid: 4 stoppers en 1 doorgaan
8
2
2
1P / 2V
5
Totaal
22
N.B.: Er zijn bedrijven die bijvoorbeeld een niet-intensieve tak hebben en daarnaast ook een bouwwens. De optelsom in de rijen kan daardoor hoger uitvallen dan het getal dat is weergegeven in de tweede kolom. Doordat iedere situatie anders is en per geval gevraagd wordt om maatwerk is hierna een korte toelichting op bovenstaande tabel opgenomen: De vier bedrijven die alsnog wensen door te gaan met de varkenshouderijtak hebben allen ook een akkerbouwtak; Van de drie bedrijven die twijfelen ligt dat aan de hoogte van de vergoeding; twee ondernemers gaan door met de akkerbouwtak; de ander gaat met pensioen; Met uitzondering van twee ondernemers geven de ondernemers aan ons op de hoogte te stellen zodra de beschikking van RVO binnen is en verder met ons in gesprek te willen; bij één is dit ook niet aan de orde en de andere stelt geen prijs op verder contact; Waar er sprake is van een bouwwens betreft het veel al, op de plek waar nu varkensstallen staan, het realiseren van aan machineloods / berging; Onder niet-intensieve tak wordt mede verstaan: akkerbouw/vollegrondteelt; grondgebonden veehouderij; In één situatie is gezien de ligging nabij Grandorse het idee om de varkenshouderij om te vormen naar een paardenhouderij, hierover worden al gesprekken gevoerd;
Pag. 9 van 10
Vervolg Uitgangspuntennotitie Subsidieregeling sanering varkenshouderij
Eén niet-stopper wil op basis van maatwerk met ons in gesprek om te komen tot sanering van de betreffende locatie (in de nabijheid van Groote Moolenbeek / Klavertje 4 gebied). Welke (voorlopige) conclusies kunnen hieruit worden getrokken? 1. Het overgrote deel van de ondernemers dat zich heeft aangemeld wil ook daadwerkelijk gaan stoppen; dat geldt waarschijnlijk ook voor de drie twijfelaars; 2. Een deel gaat door met een akkerbouwtak en wil daarvoor een of meerdere gebouwen realiseren; 3. Van de ondernemers waarmee we in gesprek zijn en de locatie waar maatwerk aan de orde is schatten wij in dat in 50% tot 75% van de gevallen een oplossing kan worden bereikt in zin van een haalbare business case. Daar waar we er niet met de ondernemers uitkomen, schatten wij in dat het bedrijf uiteindelijk zal afzien van deelname aan de regeling en het bedrijf zal worden voortgezet; 4. Ondernemers stellen contact en verder overleg met de gemeente op prijs en spreken ook uit de informatie van RVO actief met ons te delen.
Pag. 10 van 10
Vervolg Uitgangspuntennotitie Subsidieregeling sanering varkenshouderij
Stroomschema
N.B.: Onder ‘omgeschakeld’ wordt verstaan: Een andere agrarische functie dan een intensieve veehouderij, zoals een grondgebonden veehouderij (waaronder paardenhouderij), of een tuin- of akkerbouwbedrijf.
Opties nadat intensieve veehouderijtak wordt beëindigd: 1. Gebruik flankerend beleid om te wijzigen naar andere functies (iedereen gelijkwaardige mogelijkheden); 2. Gebruik flankerend beleid om te wijzigen naar andere functies, op basis van schuldpositie en taxatie bedrijf (bedrijven met grotere schulden of hogere taxatiewaarde hebben meer nodig); 3. Vergoeding voor de beëindiging in de vorm van verrekening met Gemeentelijk Kwaliteitsmenu uit Structuurvisie (bijvoorbeeld: woningbouwcontingent); 4. Combinatie van opties 1-3.