10b.12 Notitie nadere toelichting inhoudelijke wijzigingen legesverordening
Tekst van het document
Notitie aan Raad Horst aan de Maas
van College van B&W cluster Ruimte sectie
team Omgeving
telefoonnummer datum oktober 2023
circuleren over cluster
Ja
Nee
onderwerp Bijlage 12 – Notitie nadere toelichting inhoudelijke wijzigingen legesverordening
Op 1 januari 2024 treden de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging bouwen (hierna Wkb) in werking. Als gevolg daarvan dienen de legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel voor met name Titel 2 inhoudelijk, technisch en redactioneel te worden aangepast. In Titel 2 zijn de dienstverlening en activiteiten onder de Omgevingswet ondergebracht. Om de mogelijkheden en vereisten onder de Omgevingswet en Wkb te benutten en de gevolgen van met name de Wkb op te vangen, zijn in opdracht van de gemeente door bureau Senze een impactanalyse en analyse kostendekkendheid uitgevoerd. Met de resultaten van dit onderzoek is vervolgens Titel 2 met tarieventabel opgesteld. In aanvulling op het raadsvoorstel tot vaststellen van de diverse belasting- en legesverordeningen 2024 volgt hierna een overzicht van de inhoudelijk nieuwe of gewijzigde onderdelen. Hierbij is direct per onderdeel een korte toelichting opgenomen. Hoofdstuk 2.2: Het nieuw ingerichte proces vooroverleg is verwerkt in de tarieventabel. De fase van vooroverleg neemt toe in belang: voor de initiatiefnemer omdat hier de wenselijkheid en haalbaarheid voorafgaand aan de formele procedure besproken kunnen worden; voor de gemeente omdat alle buitenplansevergunningaanvragen in principe in de reguliere termijn van acht weken afgehandeld dienen te worden.
Om initiatiefnemers te stimuleren gebruik te maken van het vooroverleg worden de eerste twee tafels niet doorbelast aan de initiatiefnemer, op dit onderdeel dalen daardoor de kostendekkendheid en de baten.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst Postbus 6005 / 5960 AA Horst T 077 - 477 97 77
F 077 - 477 97 50
Pag. 2 van 2
vervolg Interne mededeling
Hoofdstuk 2.3: Artikelen 2.3.1 en 2.3.2 zijn gesplitst naar bouwactiviteit – bouwtechnisch deel en omgevingsplanactiviteit – bouwactiviteit ruimtelijk deel. Dit als gevolg van de Wkb waarbij de bouwtechnische toets voor gevolgklasse 1, uitgezonderd verbouwingen, naar de markt gaat. Gevolgklasse 1 betreft de grondgebonden woningen en kantoorpanden. De bouwtechnische toets voor gevolgklassen 2 en 3, waaronder grote bedrijfsgebouwen, appartementencomplexen en openbare voorzieningen, blijft vooralsnog bij de gemeente, net als, tot medio 2024, de verbouwingen in gevolgklasse 1. De omgevingsplantoets blijft volledig bij de gemeente. Met voorgestelde splitsing en tarieventabel is dit vertaald naar de legesverordening. Hierbij is tegelijkertijd de categorie-indeling en tariferingsmethodiek gemoderniseerd, waarbij wordt gewerkt met een degressief percentage van de bouwkosten met een vast percentage en minimumtarief voor iedere categorie. Dit leidt tot een evenwichtiger verdeling van de kosten over de diverse categorieën. Artikel 2.3.3. Omgevingsplanactiviteit slopen van een bouwwerk: tariefbepaling met basistarief toegevoegd, conform voorstel modelverordening VNG. Dit in verband met de vergunningplicht artikel 22.277 van de bruidsschat (onderdeel van artikel 7.1 van het IbOw), de beoordelingsregel artikel 22.279 en de aanvraagvereiste artikel 22.285 van de bruidsschat.
Hoofdstukken 2.5 en 2.6 toegevoegd met betrekking tot milieubelastende activiteiten. Onder de Wabo was het niet mogelijk om leges te heffen voor een aanvraag om een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) en voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor milieu-inrichtingen. Onder de Omgevingswet is legesheffing wel mogelijk. Het gaat niet langer om de milieu-inrichting als zodanig, maar om de activiteiten die milieubelastend en eventueel vergunningplichtig zijn. In deze hoofdstukken zijn hiervoor tariefbepalingen opgenomen. Het betreft nieuwe inkomsten ten opzichte van de huidige situatie, via jaarlijkse evaluatie wordt gemonitord of bijstelling nodig is. Hoofdstukken 2.9 en 2.10 betreffen eveneens de toevoeging van nieuwe mogelijkheden onder de Omgevingswet, namelijk het maatwerkvoorschrift en de gelijkwaardige maatregel. De voorgestelde tariefbepalingen zijn overgenomen uit het model VNG, voor de tarifering is gekozen voor een instaptarief, respectievelijk vast tarief. Het betreft nieuwe inkomsten ten opzichte van de nieuwe situatie, met dien verstande dat deze tariefbepalingen alleen van toepassing zijn als geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel 2.12.2 is op grond van jurisprudentie bijgesteld, waarbij het percentage verhoging op de achteraf ingediende aanvraag van 50% naar 10% gaat.
De extra legesheffing voor een achteraf ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning is van toepassing als er pas een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend nadat er al met de activiteit is begonnen of als de activiteit al is gerealiseerd. Dit zal zich vooral voordoen bij bouwwerken. De extra leges mogen niet zo hoog zijn dat het strafkarakter gaat overheersen. Jurisprudentie, zie o.a. Hof ’s-Hertogenbosch 06-08-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2542, ziet er op dat met de extra legesheffing de gemeente niet de kosten van extra werkzaamheden die niet in relatie staan tot de dienstverlening wil verhalen. De voorgestelde verhoging van 10% met een absoluut maximum van € 1.000 valt naar mening van de VNG binnen de in de jurisprudentie genoemde redelijke grenzen. NB. Voorgaande laat onverlet dat middels het reguliere handhavingstraject, bijvoorbeeld in de vorm van een (preventieve) last onder dwangsom, een financiële prikkel kan worden afgegeven en daarmee de overtreding wordt voorkomen dan wel opgeheven.