10a rv TAM Omgevingsplan Molenstraat-Bertus Aafjesstraat Swolgen
Tekst van het document
Raadsvoorstel stuknummer: 25.0003525
Raadsvoorstel onderwerp
RV TAM-Omgevingsplan Molenstraat - Bertus Aafjesstraat
datum raad
9 september 2025
portefeuillehouder
bladnummer 2025.051
clustermanager
agendapunt
behandeld door
10
R.M.J. Martens
Voorstel 1.1. Het TAM-omgevingsplan “Molenstraat – Bertus Aafjesstraat' zoals vastgelegd in de dataset met kenmerk NL.IMRO.1507.SVMOLENSTR21.BPV1, en waarbij gebruik is gemaakt van een ondergrond die is ontleend aan de GBKN-kaart aangevuld met kadastrale grenzen en bebouwing, ongewijzigd vast te stellen. Aanleiding De locatie kent lange voorgeschiedenis. In die voorgeschiedenis is in het ondereel haalbaarheid door de gemeente een onjuiste procedure aangegeven. Op grond daarvan heeft de initaitiefnemer gehandeld en onnodig veel kosten gemaakt. Met het voorliggende plan en de bijbehorende procedure herstellen we die ‘fouten’ en zijn we het gesprek aan gegaan om de kosten van de juiste procedure te verdelen. Het initiatief was en is relatief eenvoudig: na bedrijfsbeeindiging op de loactie Molenstraat 21, omzetting van bedrijfswoning naar burgerwoning en realisatie van één nieuwe woning (ontsloten aan de Bertus Aafjesstraat. De voorliggende wijziging van het omgevingsplan maakt het initiatief juridisch mogelijk. Beoogd resultaat Een burgerwoning aan de Molenstraat 21 en een nieuwe woning aan de Bertus Aafjesstraat Argumenten 1.1. Er is een TAM-omgevingsplan nodig om medewerking te kunnen verlenen aan het initiatief.
De eigenaar van de gronden en gebouwen aan de Molenstraat 21 is gestopt met de uitoefening van het bedrijf en wenst een extra, levensloopbestendige, woning te realiseren. In het geldende omgevingsplan zijn regels opgenomen die een bedrijf toestaan en ook alleen maar een bedrijf. Het gebruik van de gronden voor wonen is niet toegestaan. Zowel het gebruik van de bestaande bedrijfswoning als de bouw van een nieuwe woning is nu niet mogelijk. Daarom moeten de regels worden aangepast. De voorgestelde wijziging van het tijdelijk omgevingsplan maakt het initiatief mogelijk. Aan de overzijde van de Molenstraat ligt een perceel waarop, op basis van de regels, gewassen geteeld kunnen en mogen worden (agrarische bestemming). Als gevolg daarvan zouden ook gewasbeschermingsmiddelen toegepast kunnen worden. Jurisprudentie met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen leert inmiddels dat een afstand van 50m tot gevoelige objecten redelijk is om aan te houden. Woningen zijn zulke gevoelige objecten en zowel de bestaande bedrijfswoning als de nieuwe woning vallen binnen een zone van 50m van het perceel aan de overzijde van de Molenstraat. Om de plannen toch mogelijk te maken is met toestemming met toestemming van de eigenaar een verbod op genomen op het ‘agrarische’ perceel om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 2 van 3
vervolg raadsvoorstel
1.2. Het uitvoeren van het TAM-omgevingsplan is ruimtelijk mogelijk Het TAM-omgevingsplan laat zien dat de (verdere) gevolgen voor de fysieke leefomgeving aanvaardbaar zijn met de bouw van een nieuwe woning Het TAM-omgevingsplan voldoet aan het geldende lokale en regionale beleid, de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en aan de Omgevingsverordening van de Provincie Limburg. Het TAM-omgevingsplan voldoet aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties als bedoeld in artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet. 1.3. Er zijn geen zienswijzen tegen het plan ingediend* Een ieder heeft de mogelijkheid gehad zijn of haar mening geven over het plan gedurende de termijn van ter inzage legging. Deze periode betrof 29 juli tot en met 8 september 2025. Er zijn geen zenswijzen naar voren gebracht. Het TAM omgevingsplan kan daarom ongewijzigd worden vastgesteld. * De vaststelling van het TAM-omgevingsplan is gepland daags na beëindiging van de terinzage legging. Dit kan uitsluitend als er geen zienswijzen zijn ingediend. Voor deze planning is gekozen om verdere vertraging in dit dossier te voorkomen waarbij de kans op zienswijzen zeer gering wordt geacht. Indien blijkt dat er in de periode van terinzage legging toch een of meerdere zienswijzen zijn binnengekomen zal de vaststelling van het plan van de raadsagenda worden gehaald.
Kanttekeningen 1.1. Voor wat betreft het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen zijn geen wettelijke voorschriften over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt, en nabijgelegen gevoelige objecten. Het ontbreken van dergelijke voorschriften laat echter onverlet dat in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen dient plaats te vinden, waarbij de aan te houden afstand tussen akkerbouwgronden en gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar leefklimaat kan worden gegarandeerd. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder overwogen dat toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk is. De juridisch correcte manier om een ontwikkeling mogelijk te maken binnen 50 meter van een agrarisch perceel, is door middel van het maken van afspraken over een spuitvrije zone met de eigenaar van de omliggende agrarische percelen. Dat is bij onderhavig plan gebeurd.
Door initiatiefnemer zijn (privaatrechtelijke) afspraken gemaakt met de eigenaren van de omliggende agrarische gronden, waarin is vastgelegd dat in een zone van 50 meter geen gewasbeschermingsmiddelen mogen worden toegepast. Indien een dergelijke spuitvrijezone wordt overeengekomen, is het volgens de geldende jurisprudentie noodzakelijk om deze juridisch-planologisch vast te leggen in het Omgevingsplan. Hierdoor wordt er een spuitzone van 50 meter gerealiseerd. Hiervoor moet een Omgevingsplanwijziging (of TAM-IMRO) worden doorlopen. Hieraan is met onderhavig plan uitvoering gegeven. 1.2. De langlopende voorgeschiedenis heeft ertoe geleid dat een formeel participatiemoment feitelijk is uitgebleven. De verstandhouding met de initiatiefnemer is van dien aard dat het niet verstandig is om de initiatiefnemer als nog te belasten met een “rondgang in de buurt over de plannen’. Maar: geen participatie wil niet zeggen dat de buurt niet is geïnformeerd; het is alleen niet vastgelegd. In deze casus mag er genoegzaam van worden uitgegaan dat de belangrijkste belanghebbenden in de directe omgeving, weet hebben van de plannen van initiatiefnemer.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 3 van 3
vervolg raadsvoorstel
Financiële consequenties Onder reguliere omstandigheden verhalen wij als gemeente de kosten voor de procedure die leidt tot de bouw van een woning (toepassing Nota Kostenverhaal). En zijn er dientengevolge geen financiële consequenties. Vanwege de voorgeschiedenis, is deze casus geen regulier geval meer, en vinden er gesprekken plaats over de te verhalen kosten waarbij het uitgangspunt is dat de initiatiefnemer niet de volledige kosten behoeft betalen die we onder normale omstandigheden wel zouden vorderen. Vervolgtraject / communicatie Na vaststelling wordt het plan op de gebruikelijke wijze gepubliceerd en ter inzage gelegd. Publicatie vindt plaats via het “Regels op de kaart” in het Omgevingsloket www.omgevingswet.overheid.nl
Burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas,
De burgemeester, {HAND1}
De secretaris, {HAND}
drs. R.F.I. Palmen
drs. H. Mensink
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Verbeelding TAM-omgevingsplan Molenstraat-Bertus Aafjesstraat Regels TAM-omgevingsplan Molenstraat-Bertus Aafjesstraat Motivering TAM-omgevingsplan Molenstraat-Bertus Aafjesstraat Bijlagen behorende bij de motivering TAM-omgevingsplan Molenstraat-Bertus Aafjesstraat
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50