CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

09f Zienswijzenrapport bp Beerendonckerweg Broekhuizenvorst

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: BIJLAGEN Bestemmingsplan Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst5.277 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan ‘Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst’

Zienswijzenrapport

Team Omgeving

Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst

Postbus 6005 / 5960 AA Horst

T 077 – 477 97 77

F 077 – 477 97 50

Pagina 2 van 14

Pagina 3 van 14

INLEIDING Het initiatief betreft het toevoegen van een woonwijk langs de Beerendonckerweg in Broekhuizenvorst. Het beoogde woningbouwplan omvat maximaal 81 woonkavels aan de westzijde van het dorp. Naast woningen omvat het plan mede de realisatie van verkeersvoorzieningen, parkeervoorzieningen, openbaar groen en ruimte voor hemel- waterinfiltratie. De nieuwe woonwijk sluit direct aan op het bestaand woongebied (zijnde de kern Broekhuizenvorst). Het ontwerpbestemmingsplan Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst heeft, op grond van het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen met ingang vanaf 15 december 2023. De periode waarbinnen zienswijzen konden worden ingediend eindigde op 26 januari 2024. Van de mogelijkheid een zienswijze in te dienen op het ontwerpbestemmingsplan is door drie indieners gebruik gemaakt.

Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn binnen de termijn van ter inzagelegging ingediend. Daarmee zijn ze ontvankelijk.

Opbouw van de Nota Hieronder zijn de ingediende zienswijzen samengevat en, per onderdeel, beantwoord (deel I). Per zienswijze is afgesloten met een conclusie, waarin ook de consequenties voor het bestemmingsplan zijn aangegeven. Vervolgens volgt een overzicht van alle voorgestelde wijzigingen in het plan naar aanleiding van de zienswijzen (deel II). Hierbij is onderscheid gemaakt tussen wijzigingen in de planregels of op de verbeelding. Daarnaast wordt op onderdelen ook de toelichting aangepast. Deze maakt formeel geen onderdeel uit van het bestemmingsplan maar is volledigheidshalve wel in het overzicht van de wijzigingen opgenomen. Tot slot zijn de ambtshalve aanpassingen weergegeven in deel III. Samen met deel II vormen deze alle wijzigingen die met de vaststelling van het bestemmingsplan zijn doorgevoerd.

Pagina 4 van 14

Deel I: Samenvatting en beantwoording van de ingediende zienswijzen Onderstaand wordt per reclamant een samenvatting gegeven van de ontvangen zienswijze. Het is een puntsgewijze weergave. De samenvatting neemt niet weg dat de zienswijze in zijn geheel is betrokken bij de beoordeling of het bestemmingsplan aanpassing behoeft.

Reclamant 1 Samenvatting zienswijze 1. Het bedrijf richt zich op handel, opslag en reparatie van houten en kunststof pallets. Deze werkzaamheden vinden voornamelijk binnen, maar ook buiten plaats. Bij aankoop van het perceel in 2014 is het bedrijf toegezegd dat ze een passende bestemming zouden krijgen als de huidige bestemming niet zou voldoen. 2. De brandrapportage, die op basis van het onderzoek externe veiligheid, uitgevoerd moest worden ontbreekt als bijlage. Het is dus onvoldoende onderzoek gedaan naar hittestraling bij een eventuele brand in het bijzonder en brandgevaar (brandoverslag) in het algemeen. 3. In 5.11 (milieueffectrapportage) staat dat DMS+ warmtestralingsberekeningen zijn uitgevoerd. De inhoud van de rapportage kan niet worden beoordeeld omdat deze ontbreekt. Het DMS+ onderzoek is uitgevoerd vanaf de openbare weg zo blijkt uit de toelichting. Hierbij zou een inschatting gemaakt zijn van de bouwwerken en het terrein. Het trekken van conclusies op basis van schattingen is onvoldoende voor een thema als brandveiligheid. Dit is onzorgvuldig. Daarnaast staat er dat het bedrijf geen medewerking heeft gegeven voor het onderzoek. Dat behoeft nuancering. Het bedrijf had de verwachting dat eerst hun bedrijfsactiviteiten door de gemeente beoordeeld zouden worden.

Om te voorkomen dat van foutieve uitgangspunten zou worden uitgegaan, heeft het bedrijf op dat moment geen toestemming gegeven. 4. In het rapport van DMS+ is gesteld dat de bestrijdbaarheid van een brand in de palletopslag verbetert ten opzichte van de huidige situatie. Hiervoor zouden extra bluswatervoorzieningen, een voor brandvoertuigen berijdbare weg en een extra toegangsweg worden gerealiseerd. Deze uitgangspunten komen niet terug in het ontwerpbestemmingsplan, als wel in de daarbij behorende bijlagen en zijn daarmee onvoldoende gewaarborgd. De brandveiligheid is daarmee onvoldoende verzekerd. 5. Er dient een ruimere afstand te worden aangehouden tussen het bedrijf en de geprojecteerde woningbouw. Dit is niet onderkend bij de voorbereiding van het bestemmingsplan. 6. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de bedrijfsactiviteiten op het perceel van het bedrijf. Geconcludeerd wordt dat een aantal maatregelen getroffen moeten worden, zoals maatwerkvoorschriften, een geluidscherm aan de noordelijke grens van de ontwikkellocatie, geluidwerende tuinschermen en gevelisolatie bij een aantal woningen. Daarnaast zou een gevelweringsonderzoek moeten uitwijzen welke maatregelen exact nodig zijn. Het is niet duidelijk of met deze maatregelen aan de geluidnormen kan worden voldaan. Daarnaast ontbreekt een deugdelijk onderzoek naar geluid in tuinen.

Bovenbeschreven maatregelen zijn namelijk ook niet vertaald in de planregels. Het is daarmee onvoldoende zeker of de maatregelen getroffen worden. Daarnaast bieden de maatregelen onvoldoende bescherming tegen geluidsoverlast. Daardoor loopt het bedrijf risico op handhavingsverzoeken en mogelijk een beperking voor de bedrijfsvoering. De bedrijfsbelangen zijn onvoldoende gewogen. 7. Het toevoegen van de woonwijk op deze plek is in strijd met de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering omdat niet wordt voldaan aan de richtafstanden. De bedrijfsactiviteiten betreffen de handel in en opslag en reparatie van pallets. Deze vallen onder ‘transportbedrijf’ (milieucategorie 3.2) en ‘groothandel in hout en bouwmaterialen’ (milieucategorie 3.1). Aan het perceel is in het vigerende bestemmingsplan de functie ‘transportbedrijf’ toegekend. De omgeving kan gekwalificeerd worden als ‘gemengd gebied’, waarvoor een richtafstand geldt van 50 meter ten opzichte van bedrijven in de categorie 3.2 en 30 meter ten opzichte van bedrijven in de categorie 3.1. Het plangebied voor de woonwijk ligt op steenworp afstand (grenst aan het

Pagina 5 van 14 bedrijfsperceel red.). Een deugdelijke motivering om af te wijken van de richtafstanden ontbreekt en dus wordt niet voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. 8. In de stikstofberekening is uitgegaan van interne saldering van stikstof met de agrarische activiteiten in het plangebied. Uit de stukken blijkt niet dat de agrariër beschikt over de juiste vergunning voor de stikstofdepositie. Hierdoor kan niet worden getoetst of is uitgegaan van de juiste referentiesituatie. Daarom kan een aantasting op de dichtstbijzijnde natura2000 gebieden niet worden uitgesloten. Aldus had een passende beoordeling gemaakt te worden en vanuit dat oogpunt een MER worden opgesteld. Dit heeft het college in de voorbereiding niet onderkend. 9. Verzocht wordt het bestemmingsplan niet vast te stellen of het plan eerst te wijzigen met inachtneming van deze zienswijze. Reactie college 1. De activiteiten van het bedrijf passen niet binnen de mogelijkheden van het ter plaatse geldende bestemmingsplan (bestemmingsplan Buitengebied). Het plangebied van het bestemmingsplan ‘Beerendonckerweg’ beslaat het perceel van de reclamant niet. Enkel de gronden waar de ontwikkeling van de woningbouw plaatsvindt behoren tot het plangebied. In de onderbouwing van de woningbouwplannen is rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden van het perceel Beerendonckerweg 2E.

Dat betreft een transportbedrijf. Reclamant heeft in juni 2024 een vergunningaanvraag ingediend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Daarbij heeft reclamant verzocht de huidige bedrijfsactiviteiten planologisch te borgen. Op 23 april heeft het college een voorgenomen besluit kenbaar gemaakt om geen medewerking te verlenen aan de vergunningaanvraag. De reden hiervoor is dat geen aanvaardbare woon- en leefsituatie kan worden gegarandeerd als het bedrijf en de woningbouwlocatie naast elkaar zouden bestaan. De bouw van de woningen worden daarbij zwaarder meegewogen dan de bedrijfsbelangen. De zienswijzen op dit voorgenomen besluit worden in de separate procedure behandeld. Dat geldt ook voor de vermeende toezegging van de gemeente om het bedrijf een passende bestemming te bieden. 2. Er is inderdaad een onderzoek naar de brandveiligheid uitgevoerd vanwege het bedrijf in relatie tot de nieuwe woningen. Dit rapport is voor de onderbouwing van de woningbouwontwikkeling echter niet meer relevant gezien het voorgenomen besluit van het college om niet tot legalisatie van het bedrijf Bull Pallets over te gaan. Voor de uitvoerbaarheid is daarom de maximale vigerende planologische mogelijkheid beoordeeld en dat is een bedrijf in de categorie 2 of een transportbedrijf. Brandveiligheid speelt voor deze bedrijven geen rol.

Een onderzoek naar de brandveiligheid is daarvoor niet van belang. 3. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 2. 4. In een bestemmingsplan worden dergelijke zaken niet geregeld. Wel is er afstemming met de brandweer (veiligheidsregio) plaatsgevonden over de veiligheidssituatie ter plaatse als gevolg van de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Door de ontwikkeling van de wijk is het perceel van het bedrijf vanuit meerdere kanten bereikbaar. De wegen in het plan zullen ook voldoen aan de eisen die de brandweer stelt voor de toegankelijkheid van de brandweer. Verder wordt in de wijk een brandweeropstelpunt gerealiseerd aan de noordoostzijde van het bedrijfsperceel. De brandweer heeft ook geadviseerd over de beschikbaarheid van bluswater. Daarnaast ligt er een positief advies van de veiligheidsregio ten grondslag aan de rapportages over externe veiligheid. 5. In het vigerende bestemmingsplan zijn de gronden van het betreffende bedrijf aangewezen voor bedrijven in de milieucategorie 2 dan wel een transportbedrijf. Het gevestigde bedrijf voldoet echter niet aan deze ruimtelijke kaders. De gemeente is er niet aan gehouden rekening te houden met een bedrijf dat niet past binnen de planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan.

Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan zijn onderzoeken uitgevoerd om te beoordelen of de nieuwe woonwijk en het aanwezige bedrijf naast elkaar zouden kunnen bestaan. Het uitgangspunt daarvoor was het bestaande stedenbouwkundig plan, waarbij geen inperking van het aantal woningen zou plaatsvinden. De gemeente kiest in deze tijden voor de bouw van woningen boven het belang van een individueel bedrijf.

Pagina 6 van 14

6.

7.

8.

9.

Geconcludeerd is dat akoestisch zonder maatregelen en zonder maatwerkvoorschriften niet voldaan kan worden aan de akoestische eisen en daarmee een goede ruimtelijke ordening. Er wordt daarom planologisch geen rekening gehouden met het gevestigde bedrijf maar wel met de maximale planologische mogelijkheden op het betreffende perceel. Het akoestisch onderzoek is aangevuld. De maximale planologische mogelijkheden op de Beerendonckerweg 2E zijn daarbij als uitgangspunt gehanteerd. De conclusie van het onderzoek is dat er over een lengte van circa 65 meter een geluidscherm met een hoogte van 4 meter benodigd is, aangevuld met een tweetal tuinschermen, voor een aanvaardbaar geluidniveau op de gevel en in de tuinen van de nieuwe woningen. Dit scherm en de tuinschermen worden in het bestemmingsplan (verbeelding en regels) geborgd. Daarnaast is met een voorwaardelijke verplichting een gevelweringsonderzoek verplicht gesteld om aan te tonen dat bij de woningen waar een hogere grenswaarde voor geldt het geluidniveau binnen niet hoger is dan 33 dB. Dit zijn enkele percelen langs de Beerendonckerweg, waarbij hogere waarden vanwege wegverkeer benodigd zijn. De verplichting te voldoen aan de 33 dB is overigens al wettelijk geregeld. Het klopt dat niet aan de richtafstanden wordt voldaan.

Het zijn niettemin richtafstanden die algemeen gelden voor dezelfde of vergelijkbare bedrijfsactiviteiten. Locatie specifieke situaties zijn daarin niet meegewogen. De afstanden gaan ook uit van een vrije veld situatie waarbij geen obstakels aanwezig zijn die bijvoorbeeld het geluid kunnen weren of invloed hebben op de veiligheid. Het is dan ook mogelijk om een kleinere afstand te hanteren als is gemotiveerd en aangetoond dat dat voor de specifieke situatie aanvaardbaar is. In paragraaf 5.3 van de toelichting is dit nader beschreven. Er is dan ook onderzoek uitgevoerd op het maatgevende aspect akoestiek voor het perceel Beerendonckerweg 2 E op basis van de maximale planologische mogelijkheden. Zie hiervoor ook de beantwoording onder 5. Agrarische bedrijven hebben een Wnb-vergunning voor stikstof. Deze rechten mogen door een ontwikkelaar worden opgekocht om de stikstofdepositie als gevolg van hun ontwikkeling (deels) te salderen. Dit is wettelijk zo bepaald. Desalniettemin zijn er sinds het ontwerpbestemmingsplan ontwikkelingen geweest op het gebied van stikstof en hoe saldering procedureel moet worden betrokken bij ontwikkelingen en planprocedures. Dit heeft er toe geleid dat het onderzoek is geactualiseerd. De aangepaste rapportage wordt bij het bestemmingsplan gevoegd.

Aangezien inmiddels voor alle vormen van saldering een omgevingsvergunning voor Natura-2000 activiteit moet worden verkregen is een voortoets uitgevoerd om te bepalen welke bijdragen te verwachten zijn als gevolg van de ontwikkeling en het gebruik van de woonwijk, rekening houdend met de opgekochte stikstofrechten van de agrariër. Wanneer sprake is van een afname van stikstofdepositie is aannemelijk dat de vergunning voor de Natura2000-activiteit door de provincie zal worden verleend. De voortoets is opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan. De zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan op de hiervoor beschreven onderdelen. Het voorstel naar de gemeenteraad is het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het plan te wijzigen op de volgende onderdelen: • geluids-/tuinschermen in de regels en verbeelding opnemen; • actualiseren stikstofonderzoek; • uitvoeren ecologische voortoets; • actualiseren akoestisch onderzoek.

Pagina 7 van 14

Reclamant 2 Samenvatting zienswijze 1. Reclamant verzoekt de conclusies van de diverse onderzoeken te herzien dan wel zodanig aan te passen dat een juister beeld gegeven wordt van de daadwerkelijke gevolgen van de voorgenomen bouw op de bestaande woonomgeving. Met name ten aanzien van CO2 uitstoot, flora en fauna, verkeerstoename en wegverkeerslawaai. 2. Verzocht wordt het plan af te blazen vanwege de bedrijfsmatige opslag van brandbare en milieugevaarlijke stoffen op Beerendonckerweg 2E. 3. In het beeldkwaliteitsplan is de bestaande woonbebouwing niet genoemd. Hoe motiveren jullie dat de nieuwe bebouwing ingepast wordt in de bestaande situatie? 4. Het is opmerkelijk dat de gemeente zich inspant om deze gronden, aangewezen voor Agrarisch met waarden, te laten voldoen aan de eisen voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Terwijl in Broekhuizen Luisch Hof fase 2 al aan die voorwaarden voldoet? Vanwaar de ommekeer? 5. Landelijk is er een tekort aan woningen. In Horst aan de Maas vindt 60% van de verhuisbewegingen plaats binnen de eigen gemeente. De vraag is of de woningbehoefte hier wel zo groot is, ondanks de wens van de gemeente in haar ‘Masterplan wonen 2021-2025’. 6. In Horst aan de Maas heeft uitbreiding in het buitengebied niet de voorkeur, zoals in het Masterplan staat.

Dat geldt evenzo voor de van toepassing zijnde richtlijn bij nieuwbouw-ontwikkelingen in Horst aan de Maas (30-30-40 wordt 30-10-60). Dit losgelaten wordt door een behoefteonderzoek en inschatting verdedigd. Waarop en hoe is dat behoefteonderzoek gebaseerd en die inschatting gemaakt? 7. Zijn de onderzoeken wegverkeerslawaai en industrielawaai gebaseerd op de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder of op de Omgevingswet? Anticiperen op de Omgevingswet zou fatsoenlijk zijn. 8. Het is laakbaar dat de gemeente de publicatie van het bestemmingsplan voor 1 januari 2024 heeft doorgedrukt. 9. In het akoestisch onderzoek staat dat er verkeerscijfers uit 2014 gehanteerd zijn. Normaliter worden cijfers gebruikt van één jaar voor het onderzoek. Verder zijn voor 2020 en 2030 dezelfde cijfers gebruikt terwijl in 2030 de wijk gerealiseerd is. Hoe zit dat? 10. Door een toename van het aantal verkeersbewegingen op de Beerendonckerweg ligt een verbreding voor de hand. De gemeente heeft echter in het verleden verzuimd de mogelijke verkeerscijfers te verzamelen. Daarom worden maar aannames gedaan voor wat betreft de toename van de verkeersbewegingen. Een goede onderbouwing van het aantal is niet echt mogelijk.. 11. Wordt in het nieuwe ontwerp bestemmingsplan bij de ontsluitingsweg 30 km/h als snelheid gehanteerd om zodoende de wettelijke toetsverplichting te omzeilen? 12.

In het akoestisch onderzoek wordt er gerekend met 75 woningen, maar in het plan wordt gesproken over 81 woningen. Wat is de reden van het niet hanteren van het juiste aantal woonkavels en daarmee samenhangende hoger aantal verkeersbewegingen? 13. Met hoeveel dB neemt de geluidbelasting op mijn woning ten gevolge van de toename van het wegverkeer als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan toe? Indien die toename meer dan 1,5 dB is, dient mijn woning ook in het onderzoek te worden betrokken. Indien er voor mijn woning en die van mijn buren een hogere waarde moet worden verleend, dienen die woningen ook in de maatregelenafweging te worden betrokken. 14. Getoetst zou moeten worden wat de verbreding van de Beerendonckerweg voor gevolg heeft voor de bestaande woningen? In het ontwerpbestemmingsplan wordt de ‘goede ruimtelijke ordening’ selectief toegepast. Die toets is alleen voor het plan aan de Beerendonckerweg uitgevoerd. Waarom is die verbreding niet nu meegenomen in het ontwerp bestemmingsplan. Waarom wordt er zo selectief beoordeeld om in de toekomst toch over te moeten gaan naar een verbeelding van de Beerendonckerweg?. 15. Bij de beoordeling van geluidsoverlast dient tevens gekeken te worden naar geluid veroorzaakt door aanwezige bedrijven (cumulatie van geluid).

Pagina 8 van 14 16. Afgaande op de conclusies van het onderzoek voor industrielawaai blijkt dat onvoldoende zorgvuldig onderzocht is wat de komst van de woonwijk voor extra geluidsoverlast met zich meebrengt op de reeds bestaande panden. 17. Ten aanzien van de gehanteerde normen uit het geuronderzoek op basis van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan tegenstrijdigheden. Op pagina 3 staat dat in de Handleiding Wet geurhinder en veehouderij onderscheid wordt gemaakt tussen voor- en achtergrondbelasting. Indien de voorgrondbelasting meer dan 50% bedraagt van de achtergrondbelasting, dan is de voorgrondbelasting bepalend voor de hinder. Op de op pagina 6 vermelde tabel staat dat de voorgrondbelasting op de Beerendonckerweg 2b berekend is op 3,8 oue/m3 en de achtergrondbelasting op 7,69 oue/m3. In de tweede alinea onder de tabel wordt aldus een verkeerde conclusie getrokken met wat op pagina 3 vermeld staat. Voor het pand op de Beerendonckerweg 2b is de achtergrondbelasting van toepassing en niet de voorgrondbelasting. 18. De Quickscan Wnb is onzorgvuldig en onvolledig. De flora en fauna die op het project en in de directe nabijheid daarvan aanwezig is, laat zich niet in één dag vastleggen. De conclusies die bij de verschillende diersoorten getrokken zijn, zijn onjuist.

Het onderzoeksbureau heeft aangegeven dat overtreding van de Wnb niet uitgesloten is voor diverse vogelsoorten (ooievaar, steenuil, torenvalk, merel, roodborstje). In het onderzoek is de buizerd niet meegenomen. 19. Elk jaar zijn er ook vleermuizen waarneembaar in de achtertuin. Deze vallen waarschijnlijk onder de gebouw bewonende vleermuizen. Indien door het onderzoeksbureau aangegeven wordt dat als er geen toename van nachtelijke verlichting optreedt, er geen overtreding van de Wnb plaatsvindt, is dit onrealistisch. In een woonwijk is altijd straat- en huisverlichting te zien. 20. Daarnaast adviseert het onderzoeksbureau Met betrekking tot de algemeen grondgebonden zoogdieren, amfibieën en levendbarende hagedissen de werkzaamheden niet uit te voeren in de op basis van artikel 3.1. Wnb voor die dieren gevoelige perioden van voortplanting of winterrust. Maar wie garandeert dat die wettelijke regels gehouden wordt? Wie controleert dat? Wie garandeert dat de huidige flora en fauna na de bouw van de woonwijk nog aanwezig is? Hoe wordt dit eventuele verlies gecompenseerd? Op dit moment zijn de huidige inrichting, het beheer en milieuomstandigheden op orde waardoor het mogelijk blijft om de algemeen voorkomende soorten algemeen blijven. 21.

Tijdens de tweede participatiebijeenkomst is door reclamant naar voren gebracht dat de bouwlijn van de geplande woningen aan de Beerendonckerweg gelijk dient te lopen aan de reeds aanwezige bebouwing. Deze in artikel 1.24 van het Besluit bouwwerken leefomgeving opgenomen voorwaarde lijkt op basis van het concept bouwplan niet te zijn toegepast. Indien niet aan de voorwaarde gevolg wordt gegeven, wordt het zijaanzicht van de reeds bestaande woningen voor een aanzienlijk deel ontnomen. Graag reactie ofs de bouwlijn evenwijdig loopt aan de bestaande bouwlijn van de reeds aanwezige panden aan de Beerendonckerweg. 22. Tevens is het palletbedrijf, dat aan de Beerendonckerweg gesitueerd is besproken. Aangegeven is dat een palletbedrijf een dusdanige afstand van de bebouwing dient te hebben dat de woningen in de nabijheid daarvan bij een calamiteit tijdig geëvacueerd kunnen worden. De locatie van de loodsen van het palletbedrijf zijn onvoldoende verwijderd van de beoogde bebouwing (zie Bbl). Het feit dat en waarom een palletbedrijf op de huidige locatie gevestigd is mogen worden, is tot op de dag van vandaag een raadsel. De gemeente heeft de betreffende ondernemer de transportvergunning verstrekt terwijl de activiteiten van die ondernemer niet alleen bestaan uit het vervoeren van pallets, maar ook van het vervaardigen daarvan.

Indien daar een brand uitbreekt, is het leed voor de naast gelegen panden niet te overzien. Ook uit de Quickscan Externe veiligheid is de noodzaak aangegeven dat een verplichte brandrapportage vervaardigd dient te worden. Deze brandrapportage ben ik in de bijlagen niet tegen gekomen? Waar kan ik die rapportage vinden?

Pagina 9 van 14 Reactie college 1. Er is geen onderzoek uitgevoerd naar de CO2 uitstoot van dit plan. Dit is ook niet verplicht. De andere onderzoeken zijn uitgevoerd door (externe) specialisten volgens de wettelijke voorgeschreven methodieken en regels. Voor de onderzoeken, waarvan de rapporten bij het ontwerpbestemmingsplan waren gevoegd, zijn abusievelijk de verkeerde verkeersintensiteiten gebruikt. De onderzoeken stikstof, verkeer en wegverkeerslawaai worden daarom voorafgaand aan de vaststelling op dit punt aangepast. 2. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 onder 1 en 2. 3. Het beeldkwaliteitplan is alleen voor de nieuwe woningen. Het bebouwde beeld is gebaseerd op een dorps beeld van een lage goot met langskappen. Dit beeld is geïnspireerd op de bebouwing in de Maasdorpen en bebouwingskenmerken uit de omgeving. Dit is terug te lezen in het hoofdstuk ‘inspiratie uit de omgeving’. Hier is te lezen dat de ruimtelijke karakteristiek en identiteit voor het beeldkwaliteitsplan en het stedenbouwkundige ontwerp zorgen voor een inpassing van de nieuwbouw in de bestaande situatie. 4. De gronden van de Luisch Hof liggen in Broekhuizen. Het gemeentelijk beleid is om in iedere kern te voldoen aan de woningbouwopgave. Daarom is er ook in Broekhuizenvorst gezocht naar ontwikkelmogelijkheden voor woningbouw.

In het dorpsplan is de woningbehoefte van Broekhuizen en Broekhuizenvorst samengenomen. In Broekhuizenvorst is de behoefte aan woningen hoger dan in Broekhuizen. Daarom is door deze locatie als eerste de woningbouw in een bestemmingsplan mogelijk gemaakt. 5. Ook in Horst aan de Maas is er een groot tekort aan woningen en is er behoefte aan betaalbare woningen voor starters en senioren. Recent woononderzoek (maart 2025) toont dit ook weer aan. De woningmarkt houdt geen rekening met gemeentegrenzen. Voor Horst aan de Maas is een eigen woningbouwplan gemaakt. Dat plan is gebaseerd op de woningbehoefte in de gemeente. Het klopt dat een groot deel van de verhuisbewegingen binnen de gemeente plaatsvinden maar daar zitten ook nieuwe woningzoekenden bij, zoals jongeren die zelfstandig gaan wonen of verhuizing na een scheiding. Ook deze ‘interne’ verhuisbewegingen hebben dus effect op de woningvoorraad. Daarnaast blijven de wachtrijen voor sociale huurwoningen oplopen, zolang die wachttijd niet stagneert, blijft er een vraag naar het toevoegen van sociale huurwoningen. 6. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 5. Aanvullend is het dorpsplan wonen gebaseerd op verschillende databronnen: een woonenquête gehouden in de gemeente, gesprekken met inwoners en dorpsraden, demografische cijfers en de woonmonitor van de provincie Limburg.

Deze input is geanalyseerd, de conclusies zijn voorgelegd aan makelaars, Wonen Limburg, de dorpsraad en de gemeente. Dit heeft geresulteerd in de huidige dorpsplannen met een gespecificeerde woonbehoefte per kern. 7. Het bestemmingsplan is ter inzage gelegd vóór 1 januari 2024. Dit betekent dat dit plan onder de Wro tot stand is gekomen en onder de Wro wordt afgerond, zoals het overgangsrecht van de Omgevingswet voorschrijft. Vanuit dit overgangsrecht moeten ook de onderzoeken over de uitvoerbaarheid van het plan gebaseerd worden op de ‘oude’ wetgeving. Dat zijn in dit geval de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer/Activiteitenbesluit. 8. Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Het instrument bestemmingsplan kan onder deze wet niet meer worden ingezet. Het is vervangen door het omgevingsplan. Dit is een verglijkbaar document waar regels voor bouwen en gebruiken in staan echter aangevuld met onder andere milieuregels en met een heel andere techniek. De gemeente is in het ontwikkelen van het omgevingsplan nog niet zo ver dat deze locatie daarin kan worden opgenomen. De enige manier om de woonwijk zo snel mogelijk te faciliteren was door er voor te zorgen dat het ontwerpbestemmingsplan voor 1 januari 2025 ter visie zou worden gelegd. 9. De gehanteerde verkeerscijfers zijn inderdaad niet actueel.

Alle onderzoeken waar de verkeerscijfers in zijn gebruikt zijn daarom aangepast.

Pagina 10 van 14 10. De toename in het verkeer wordt veroorzaakt door de nieuwe woningen. Het aantal nieuwe woningen bepaald dat ook de toename van het aantal verkeersbewegingen. Samen met de verkeersexperts is beoordeeld of de toename van het verkeer zal leiden tot een onaanvaardbare situatie. Dat is niet het geval. Voor het voorliggende woningbouwproject is een positief standpunt ingenomen door de verkeersexperts. Wel is het wenselijk de Beerendonckerweg en Swolgenseweg te reconstrueren. De verwachting is dat hiermee in 2025 gestart zal worden. Hierbij wordt een trottoir aangelegd tot en met Beerendonckerweg huisnummer 2b. Na afronding van de realisatie van het woningbouwplan zal dit trottoir verlengd worden tot aan de voetbalvelden. De inrichting is ook afgestemd met de Dorpsraad en omwonenden. Ten aanzien van de reconstructie; Het verbreden van het profiel is in dit geval niet lineair verbonden aan de verkeersaantallen. Het betreft ook de verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers en de uitstraling van de weg in het dorp. 11. Nee, dat is vanwege het karakter van de weg en de situering. De wegen in de nieuwe woonwijk zijn gedimensionaliseerd op een snelheid van 30 km/u omdat het verkeer in een woonwijk betreft. Daarmee kan de snelheid omlaag. Dat beïnvloedt de verkeersveiligheid en het woon- en leefklimaat. 12.

Met het actualiseren van het akoestisch onderzoek is rekening gehouden met 81 nieuwe woningen. 13. Er is een berekening uitgevoerd om de bestaande situatie te vergelijken met de toekomstige situatie. Daaruit blijkt dat er een geringe toename van geluid zal plaatsvinden op de gevel van de betreffende woning. Zowel in de bestaande als in de toekomstige situatie blijft het geluidniveau echter onder de grenswaarde van 48 dB(A). Er is derhalve geen wettelijke reden dit nog nader te onderzoeken en te motiveren. 14. De verbreding betreft het toevoegen van een voetpad langs de weg. Het ontwerp van het voetpad is nog niet uitgewerkt. Het is daarom te vroeg om te stellen dat hiervoor een planologische procedure gevolgd moet worden. Wanneer de herinrichting uiteindelijk past binnen de grenzen van de bestemming Verkeer die ter plaatse geldt, is het niet nodig hiervoor het ruimtelijk kader aan te passen. Vooralsnog gaan we er van uit dat het binnen het huidige profiel inpasbaar is. 15. Het is wettelijk niet toegestaan om de geluidniveau van verschillende bronnen te cumuleren. Een dergelijk onderzoek kan daarom niet uitgevoerd worden. Er ligt een zorgvuldig opgesteld onderzoek naar de akoestische gevolgen van het bedrijfsperceel en een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai. Met de voorgestelde maatregelen wordt aan de wettelijke eisen voldaan. 16.

Het effect van nieuwe woningen op bestaande woningen is verwaarloosbaar. In Nederland hanteren we geen afstandsnormen of geluidnormen tussen woningen. Indirect kan er wel sprake zijn van een geluidtoename als gevolg van het verkeer dat nieuwe woningen aantrekken. Dat aspect is onderzocht in het akoestisch onderzoek. De toename van het verkeer zorgt niet voor een overschrijding van de geluidnormen op de gevels van de bestaande woningen. De constatering is correct. Het onderzoek wordt aangepast. 17. Het geuronderzoek is aangepast. In het nieuwe rapport van maart 2024 is onder meer geconstateerd dat de achtergrondbelasting maatgevend is. Het onderzoek is toegevoegd aan het bestemmingsplan als bijlage 7. 18. Het onderzoek is uitgevoerd door een gecertificeerd bureau. Het onderzoeksbureau voert de onderzoeken uit volgens een vast protocol dat landelijk wordt toegepast en erkend is. Het veldonderzoek heeft geen blijk gegeven van een buizerd. Dat wil niet zeggen dat als er toch een buizerd wordt waargenomen er geen maatregelen getroffen hoeven te worden om deze te beschermen. Er geldt een algemene zorgplicht voor de bescherming en in stand houding van beschermde soorten. 19. In de QuickScan (bijgevoegd bij het bestemmingsplan als bijlage 10) is in paragraaf 5.2 een beschrijving gegeven van de aan- of afwezigheid van vleermuizen in of nabij het plangebied.

Zoals in paragraaf 6.2 van deze scan is beschreven zijn vaste rust- en voortplantingsplaatsen van (gebouwbewonende) vleermuizen beschermd. De bebouwing aan de noordelijke grens dient als mogelijke verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. Mits er geen toename van nachtelijke

Pagina 11 van 14 verlichting optreedt, vindt geen overtreding van de Wet natuurbescherming plaats. Indien bij de voorgenomen plannen een toename in nachtelijke verlichting op de bebouwing plaatsvindt, wordt geadviseerd contact op te nemen met een ecologisch deskundige om eventuele vervolgstappen te bespreken. In het geval van realisatie van het woningbouwplan is inderdaad aannemelijk dat in het plangebied verlichting zal worden aangebracht. De ontwikkelaar van het plan zal dit onderdeel dan ook nader uitwerken in samenspraak met een deskundige op dit gebied, om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. 20. Bij het verlenen van de verschillende vergunningen voor de realisatie van de woonwijk zullen de voorwaarden nog eens worden gesteld. Als blijkt dat er toch werkzaamheden worden uitgevoerd in voor de soorten kwetsbare perioden, kan handhavend opgetreden worden. Dan moeten de werkzaamheden of stilgelegd worden of er moeten maatregelen worden getroffen. 21. Het stedenbouwkundig principe van de rooilijnen in het plangebied is dat deze kunnen verspringen, voor een speels en dorps effect. Dit is vergelijkbaar met de rooilijnen in dezelfde straat, elders in het dorp en in de andere Maasdorpen. Aangezien de woning van de reclamant op circa 20 meter afstand van de eerstvolgende nieuw te realiseren zijgevel wordt gepland, zal het effect van zijaanzicht beperkt zijn. 22.

Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 onder 1 en 2. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het plan te wijzigen op de volgende onderdelen: • de onderzoeken stikstof, akoestiek, verkeer en wegverkeerslawaai worden aangepast vanwege verkeerscijfers; • het geuronderzoek aanpassen in verband met inconsistenties; • actualiseren akoestisch onderzoek.

Pagina 12 van 14

Reclamant 3 Samenvatting zienswijze In het vigerende bestemmingsplan ligt op een klein stukje van het plangebied de dubbelbestemming “waterstaat – waterbergend Rivierbed”. In onderhavig plan ontbreekt een aanduiding voor het rivierbed. Dit lijkt op een omissie aangezien in de toelichting de aanduiding wel genoemd is. Conform het Barro moet in het bestemmingsplan worden vastgelegd hoe de afname van het verlies aan bergend vermogen wordt gecompenseerd. De locatie is op basis van de huidige rivierkundige modellen echter hoogwatervrij gelegen. Hierdoor is er geen verplichting voor compensatie. Reactie college In de toelichting wordt toegevoegd dat op grond van het Barro aangegeven moet worden dat de bestemming ‘overige zone - rivierdal’ gecompenseerd moet worden. Echter, blijkt uit de huidige watermodellen dat het plangebied op een niet-hoogwatergevoelige plek ligt. Daarom is compensatie van de verdwenen ‘overige zone rivierdal’ bestemming, zoals het Barro voorschrijft, niet verplicht. Rijkswaterstaat heeft er al mee ingestemd dat de aanwijzing niet terugkomt in het bestemmingsplan en de vergunningplicht komt te vervallen. Conclusie Toelichting aanpassen ten aanzien van het waterbergend rivierbed.

Pagina 13 van 14

Deel II: Aanpassingen naar aanleiding van de zienswijzen Reclamant Reclamant 1 Reclamant 1 en 2 Reclamant 1 en 2 Reclamant 1 en 2 Reclamant 1 en 2 Reclamant 1 en 2 Reclamant 2 Reclamant 3

Type document Verbeelding en regels Toelichting; akoestisch onderzoek Toelichting; onderzoek stikstofdepositie Toelichting; aanvullend ecologisch onderzoek Toelichting; aanvullend ecologisch onderzoek Toelichting Toelichting; geuronderzoek Toelichting

Aanpassing Geluidscherm borgen van 4 meter hoog en ca. 65 meter lang. Akoestisch onderzoek vanwege de bedrijfsactiviteiten rondom de woningbouwlocatie wordt geactualiseerd. Uitgangspunt is de planologisch maximaal toegestane situatie. Onderzoek stikstofdepositie wordt geactualiseerd en aangevuld met een voortoets. Er wordt een beschrijving toegevoegd over natuurinclusieve maatregelen in het ontwikkelingsgebied. In de regels worden deze geborgd met een voorwaardelijke verplichting. Aanvullende onderzoeken naar de torenvalk, steenuil en ooievaar worden uitgevoerd en de onderzoeken toegevoegd aan de toelichting. In de toelichting worden de verkeersintensiteiten aangepast. Alle onderzoeken die verkeersintensiteiten als uitgangspunt hanteren worden eveneens aangepast. Onderzoek geurhinder wordt aangepast. Tegenstrijdigheden over de beoordeling van de voor- en achtergrondbelasting verwijderd. Aanpassen conclusie over verwijderen aanduiding ‘overige zone rivierdal’. Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat de gronden niet in een hoog-watergevoelig gebied liggen.

Pagina 14 van 14

Deel III: Ambtshalve aanpassingen Plandeel

Onderwerp

Aanpassing

Regels

Natuur

Natuurinclusieve maatregel borgen.

Toelichting

Natuur

Verwijzen naar de memo natuurcompensatie.

Toelichting

Waterparagraaf

Regels

Beeldkwaliteitplan

Toelichting, regels en verbeelding

Spuitzones

Uitwerking waterparagraaf in de toelichting, bij nieuwe ontwikkelingen is het advies uit te gaan van 100 mm in 24 uur. Afstemmen beeldkwaliteitplan en regels, zodat er geen inconsistenties meer zijn. Vanwege de mogelijkheid gewasbeschermingsmiddelen toe te passen op agrarische gronden en de gezondheidsrisico’s die daarmee gepaard gaan wordt een zone toegevoegd waarbinnen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15847770/1