09f Reactie GFC-Lottum op accommodatiebeleid (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Reactie op het beleidskader accommodatiebeleid bijbehorende subsidieregeling
en
In het geactualiseerde accommodatiebeleid voor de gemeente Horst aan de Maas wordt in hoofdstuk 2 onder meer aandacht besteed aan maximale bedragen voor de totstandkoming van nieuwbouw, vernieuwbouw of uitbreiding van een accommodatie (pagina 6 van de nota). Dit heeft ook zijn vertaling gekregen in de subsidieregeling. Op dat onderdeel willen wij graag reageren, aangezien het in onze ogen grote gevolgen heeft voor nieuwe initiatieven zoals dat van GFC’33 en S. V. Lottum. We hebben dat ook bij herhaling aangegeven in de door de gemeente georganiseerde bijeenkomsten, maar hier is niets mee gedaan. Uitgangspunt bij (ver)nieuwbouw is dat de financiële bijdrage van de gemeente maximaal 90% bedraagt van de subsidiabele kosten. In de kern hebben wij hier geen probleem mee. Het is goed dat een vereniging ook zelf een bijdrage levert. Dat kan financieel zijn maar ook in de vorm van eigen werkzaamheid. In de nota wordt vervolgens het begrip subsidiabele kosten nader uitgewerkt. Daarbij wordt gesteld dat alleen investeringen worden vergoed die nodig zijn voor uitoefening van de activiteiten die plaatsvinden op de accommodatie. Voor buitensport betreft het alle voorzieningen die nodig zijn voor de uitoefening van de sport, op basis van normen van de sportbonden.
Welke voorzieningen dat zijn is verder geconcretiseerd in bijlage 5 bij het accommodatiebeleid (pagina 18) en in bijlage 1 van de subsidieregeling (pagina 11). Aan de volgende accommodatiedelen wordt door de gemeente niet bijgedragen: • • • • • • • • •
Extra velden (meer velden dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm). Grotere afmeting bijvelden en trainingsvelden Tribune, kassahokje Extra kleed- en wasruimten (meer dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm) De kantine inclusief keuken, opslagruimte voor keuken/kantine en sanitair Bestuurskamer/vergaderruimten Meubilair/ losse inrichting Alle sportattributen zoals ballen, hesjes, pilonnen en overig trainingsmateriaal Onderhoudsmaterialen
Voor het grootste deel een logische opsomming met uitzondering van de kantine (inclusief keuken, opslag en sanitair). Over de bestuurskamer en vergaderruimten kun je nog discussiëren. Voor behoud van je vrijwilligers zijn dat belangrijke voorzieningen, maar vergaderen kan ook in de kantine of desnoods in een kleedlokaal. Maar een kantine (met keuken en sanitair) zijn essentieel voor het bestaan van buitensportverenigingen. Niet alleen vanwege de sociale component, maar zeker ook financieel. Zonder kantine(inkomsten) kan vrijwel geen buitensportvereniging overleven. En wie gaat een sportpark realiseren zonder sanitair voor bezoekers? Het niet (voor 90%) vergoeden van het kantinedeel bij nieuwbouw betekent in onze ogen dat er feitelijk geen nieuwbouw of vernieuwbouw meer mogelijk is. Verenigingen kunnen dit niet zelf ophoesten. We zullen dat duidelijk maken aan de hand van het voorbeeld van het lopende initiatief van GFC’33/S. V. Lottum.
1
Bureau ICS Adviseurs heeft in opdracht van de gemeente een locatie-onderzoek verricht voor een nieuw gezamenlijk sportpark voor beide verenigingen. Daarbij is op basis van onder meer de geldende norm van sportbonden de ruimtebehoefte bepaald en vastgelegd in een ruimtestaat. Voor het clubgebouw wordt uitgegaan van een ruimtebehoefte van 788 m2 BVO, waarvan 340 m2 op basis van het accommodatiebeleid subsidiabel zouden zijn: de kleedlokalen, sanitair kleedlokalen, opslagruimte, verzorgingsruimte, wedstrijdsecretariaat en CV-ruimte. Dit beslaat 43% van het totaal. De stichtingskosten voor een gebouw van 788 m2 bedragen bij gemiddelde bouwkosten van € 2. 000 per m2 (incl. BTW) afgerond € 1,6 miljoen. Hiervan neemt de gemeente dan 90% van 43% voor haar rekening. Dat komt neer op een bedrag van afgerond € 610. 000. De overige investeringskosten zijn voor de vereniging zelf: € 990. 000 (62%). Een bedrag dat zeer waarschijnlijk geen enkele vereniging zelfstandig op kan brengen. Wij in ieder geval niet. Met zelfwerkzaamheid en inzet van beperkte reserves kan mogelijk nog een deel opgevangen worden, maar minimaal € 800. 000 moet in dit geval door de vereniging geleend worden. Uitgaand van afschrijving in 30 jaar en een rente van 3,5% betekent dit een stijging van de jaarlasten voor de clubs met € 55. 000. Ervan uitgaand dat een vereniging een dergelijk groot bedrag van € 800.
000 kan lenen. Dat is nog maar zeer de vraag. Om die jaarlijkse € 55. 000 aan kostenverhoging te dekken binnen de begroting, zijn er grofweg maar twee mogelijkheden: verhoging van de contributie of verhoging van de kantine-inkomsten. Een verhoging van de kantineprijzen met 10% levert in ons geval ongeveer € 7. 000 aan extra inkomsten op. De extra lasten volledig dekken uit de kantine zou moeten leiden tot een stijging van de prijzen met 78,5%. Een verhoging van de contributie met 10% levert ongeveer € 8. 500 op. Geheel dekken uit contributieverhoging zou dus tot een contributiestijging met 65% leiden. Beiden zijn niet reëel. Bij een verdeling over beide posten zou het neerkomen op: 35% stijging contributie: levert € 30. 000 op (leden gaan dan € 35 tot € 70 meer betalen per jaar, afhankelijk van de leeftijdscategorie) 35% stijging consumptieprijzen: levert € 25. 000 op (mits de afzet niet gaat dalen door stijging van de prijzen die dan de normale horecaprijzen minimaal gaan benaderen) Hierbij is overigens nog geen rekening gehouden met de 10% bijdrage die de clubs nog dienen te leveren aan de overige investeringen (grond, bouwrijp maken, aanleg velden).
Conclusies: -
-
-
Bij een buitensportaccommodatie zullen verenigingen op basis van het vernieuwde accommodatiebeleid bij (ver)nieuwbouw en het buiten sluiten van de kantinevoorzieningen al snel ruim 60% van de kosten van de bebouwing zelf op moeten hoesten, naast de 10% bijdrage aan de overige investeringen (grond, bouwrijp maken, aanleg velden). Hiervoor zal een lening moeten worden afgesloten, waarvan maar zeer de vraag is of dit lukt. Als dit lukt, dan zal ter dekking van de jaarlasten de contributie met minimaal 35% opgehoogd moeten worden, in combinatie met het opkrikken van de prijzen in de kantine naar het niveau van de reguliere horeca.
2
Wat vragen
wij van
de
gemeenteraad?
Wij verzoeken de Raad om bij de besluitvorming rondom het accommodatiebeleid en de subsidieregeling een wijziging aan te brengen in de uitgangspunten en voor buitensportaccommodaties te bepalen dat ook de kantine en bijbehorende ruimtes (keuken met opslag-sanitair} onder de categorie subsidiabele kosten vallen en bij (ver)nieuwbouw dus voor de 90% vergoeding door de gemeente in aanmerking komen. Als dit niet het geval is dan wordt het voor buitensportverenigingen vrijwel onmogelijk om (ver}nieuwbouw te realiseren, zonder grote contributieverhogingen en/of het hanteren van reguliere horecaprijzen in de kantine. Beiden zullen ongetwijfeld leiden tot afname van ledenaantallen (die toch al onder druk staan) en minder gebruikvan de sociale functie van de kantine. Voetbal en andere buitensporten in verenigingsverband hebben een belangrijke sociale functie binnen de gemeenschap, zeker ook voor gezinnen die minder te besteden hebben. Voetbal bijvoorbeeld is voor veel gezinnen een nog redelijk betaalbare en daarmee toegankelijke sport. Het is van groot belang dat deze sportfaciliteiten betaalbaar en toegankelijk blijven. Juist dat past in het gemeentelijke beleid van positieve gezondheid zoals dat zo prominent benoemd wordt in het accommodatiebeleid, Bovenstaande
vereniging
nog los
al vrijwel
van
het feit dat het lenen
onmogelijk
van
grote investeringsbedragen
voor
een
is.
Opvallend is nog dat op pagina 6 van het accommodatiebeleid wordt aangegeven dat voor gemeenschapshuizen, jeugd- en jongerenaccommodaties eenzelfde lijn wordt gehanteerd als bij buitensport. In bijlage 5 worden ondersteunende voorzieningen als een bar/buffet en keuken voor deze accommodaties echter wel als subsidiabel gezien. Tot slot. Wij
voorgestelde aanpassing tot een hogere investering vanuit de gemeente leidt. Dit zou wat ons betreft opgevangen kunnen worden door het aantal jaarlijks te honoreren initiatieven iets terug te brengen. In artikel 7 lid 2 van de subsidieregeling is nu aangegeven dat er maximaal 2 initiatieven per jaar gehonoreerd worden. Dat zou bijvoorbeeld teruggeschroefd kunnen worden naar 3 initiatieven per 2 jaar.
Namens
begrijpen
dat de door
bestuur GFC’33
(geanonimiseerd) DN ne.
en
voorzitter
ons
in samenspraak
met
SV. Lottum,