09c Toelichting
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan “Venloseweg 70-72 te Horst” NL.IMRO.1507.HOVENLOSEWEG7072-BPV1
bestemmingsplan Venloseweg 70-72 te Horst
20 september 2022
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING
4
HOOFDSTUK 1 INLEIDING
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 7 8
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerende bestemmingsplan Leeswijzer
HOOFDSTUK 2 BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED
9
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
9 9 9 10 10
Algemeen Ruimtelijke structuur plangebied e.o. Functionele structuur plangebied e.o. Historische ontwikkeling en cultuurhistorie Feitelijke staat plangebied
HOOFDSTUK 3 BELEID
12
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
13 13 16 18 21
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
HOOFDSTUK 4 PLANBESCHRIJVING
22
HOOFDSTUK 5 SECTORALE ASPECTEN
24
5.1 5.2 5.3 5.4
Inleiding Milieuaspecten Waterparagraaf Overige sectorale aspecten
24 24 31 31
HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID
33
6.1 6.2 6.3 6.4
Economische uitvoerbaarheid Handhaving Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure
33 33 34 34
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE TOELICHTING
36
7.1 7.2 7.3
36 36 36
Planstukken Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels
BIJLAGEN BIJ TOELICHTING
39
Pagina | 3
bijlage 1: vooronderzoek bodem bijlage 2: akoestisch – en milieuzoneringsonderzoek bijlage 3: eindverslag OGD
Pagina | 4
TOELICHTING
Pagina | 5
HOOFDSTUK 1 INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
Het onderhavige bestemmingsplan beoogt de bestemming van een drietal bedrijfswoningen om te zetten in een reguliere woonbestemmingen. Op deze wijze verandert de status van de betreffende woningen van bedrijfswoning naar burgerwoning. Het betreft hier de volgende woningen: • Venlosweg 70A; •
Venloseweg 70B;
•
Venloseweg 72A.
Hiertoe is door de initiatiefnemers van dit plan in 2019 een verzoek tot principe medewerking ingediend. Op 16 december 2019 heeft het college van Burgemeester en Wethouders van Horst aan de Maas (hierna ook te noemen: B&W) besloten om mee te werken aan de ze ontwikkeling mits aan een aantal voorwaarden werd voldaan. B&W heeft een positieve grondhouding ingenomen en is bereid om mee te werken aan het omzetten van de huidige bedrijfswoningen naar burgerwoningen via het wijzigen van de bestemming naar "Wonen", als aan de volgende voorwaarde werd voldaan: Via onderzoeken wordt aangetoond dat er geen belemmeringen zijn om de bestemming te wijzigen naar "Wonen". Dit betekent onder andere dat de milieucategorieën behorend bij de percelen Venloseweg 70A, 70B en 72/72A teruggebracht moeten worden naar een lagere milieucategorie 1 dan wel 2 én dat de percelen Venloseweg 70A, 70B en 72A alle drie tezamen worden gewijzigd naar "Wonen". Het perceel aan de Venloseweg 70A zal verder van een dusdanige bestemming moeten worden voorzien dat een ambulancepost mogelijk is én dat deze geen belemmering oplevert voor de nieuwe woonpercelen. Inmiddels is door B&W vastgesteld dat aan alle voorwaarden is – dan wel – kan worden volstaan.
Het voorliggende bestemmingsplan 'Venloseweg 70-72 te Horst' voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling waarmee de beoogde functiewijzigingen van de drie woningen, de afwaardering van de toegelaten bedrijven (qua milieucategorie) en de regeling van de ambulancepost mogelijk wordt gemaakt. Het bestemmingsplan 'Venloseweg 70-72 te Horst' bestaat uit een digitale en analoge verbeelding met de daarbij behorende regels waaraan een toelichting is toegevoegd. Naast de digitale versie is er tevens een versie op papier van het bestemmingsplan beschikbaar.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied is gelegen binnen de kern Horst. Dit is de grootste kern van de gemeente Horst aan de Maas. Het plangebied is gelegen in het zuidoosten van Horst, tussen de Venloseweg, de Expeditiestraat en de N556 (Stationsstraat). Het plangebied maakt deel uit van het bedrijventerrein Hoogveld en ligt binnen bestaande stedelijk en binnen de verkeers- en stedenbouwkundige bebouwde kom. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie T nummers 1067, 1275 (ged.) en 1276 en is plaatselijk bekend als Venloseweg 70A t/m 70D en 72 en 72A, 5961 JD Horst. Het plangebied heeft een oppervlakte van 9517 m2.
Pagina | 6
locatie plangebied
De kadastrale situatie is op nevenstaande weergegeven. Tevens is de grens van het plangebied ingetekend. De plangrens is zodanig getrokken dat deze samenvalt met openbare ruimte (zoals straten) en perceelsgrenzen. Verder is de plangrens zodanig getrokken dat er ten opzichte van de plangebieden van het vigerende bestemmingsplan geen 'gaten' vallen.
plangebied
Pagina | 7
1.3
Vigerende bestemmingsplan
De woningen zijn gelegen in het bestemmingsplan ‘Werkgelegenheidsgebieden I’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 10 september 2013. Het gebied tussen de Venloseweg en Expeditiestraat heeft de bestemming ‘Bedrijventerrein’. De drie te herbestemmen woningen hebben daarin de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Verder geldt voor het hele gebied nog de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’.
uitsnede bestemmingsplan ‘Werkgelegenheidsgebieden I’
Binnen het bovenstaande bestemmingsvlak ‘Bedrijventerrein’ zijn de volgende specifieke functieaanduidingen opgenomen: • ‘bedrijf van categorie 2’; • ‘bedrijf tot en met categorie 3.2 uitgesloten’. Binnen dit gebied zijn ook bedrijven van categorie 3.1 en 4.1 mogelijk, doch uitsluitend ter plaatse van specifiek aangeduide gebieden (zie onderstaande afbeelding).
zonering bedrijventerrein
Pagina | 8
De planregels van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ maken het enerzijds mogelijk dat overal binnen het bestemmingsvlak tussen de Venloseweg en Expeditiestraat categorie 2-bedrijven zich mogen vestigen en anderzijds dat zich nergens binnen dat vlak categorie 3.2-bedrijven mogen vestigen. Alleen op specifiek aangeduide delen binnen het bestemmingsvlak mogen zich dan nog categorie 3.1 en 4.1-bedrijven vestigen (namelijk op Venloseweg 70D resp. Venloseweg 70C). De drie bestaande woningen (Venloseweg 70A, 70B en 72A) mogen alleen gebruikt worden als bedrijfswoning en niet als burgerwoning. De planregels kennen geen afwijkings-of wijzigingsbevoegdheden om bedrijfswoningen om te zetten naar burgerwoning dan wel om de bestemming ‘Bedrijventerrein’ te wijzigen in ‘Wonen’. Daarnaast wordt de woning Venloseweg 70A op dit moment gebruikt als ambulancepost. Het betreft hier een gebruik van de (bedrijfs)woning ten behoeve van een maatschappelijk functie. Dit is echter in strijd met de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ Het is expliciet verboden gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en) (artikel 14.1 planregels).
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een beschrijving van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het geldende ruimtelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de te regelen ruimtelijke ontwikkeling zelf. Vervolgens geeft hoofdstuk 5 inzicht in de relevante milieu-planologische aspecten. De uitvoerbaarheid is neergelegd in hoofdstuk 6 en ten slotte de juridische toelichting in hoofdstuk 7.
Pagina | 9
HOOFDSTUK 2 BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED
2.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt de ligging van het plangebied op gemeentelijk niveau en de feitelijke situatie van het plangebied beschreven. Ook wordt er ingegaan op de aanwezige ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied en omgeving.
2.2
Ruimtelijke structuur plangebied e.o.
Landschap Het bedrijventerrein Hoogveld grenst aan het beekdal van de Groote Molenbeek. Van oorsprong had het plangebied een agrarische functie. De bodem is te classificeren als oud bouwland. Door toedoen van de mens is het gebied aanzienlijk opgehoogd. Natuur De omgeving van Hoogveld bestaat uit gebieden met een belangrijke natuurwaarde, te weten het beekdal van de Grote Molenbeek. De Grote Molenbeek vormt een ecologische verbindingszone. Het plangebied zelf heeft nauwelijks enige natuurwaarde. Bebouwing De huidige bebouwing binnen het bedrijventerrein is divers. Het betreft zowel grootschalige als kleinschalige bebouwing maar ook zowel gedateerde bedrijfsloodsen als moderne bedrijfsgebouwen. Verspreid over het bedrijventerrein zijn tevens nog bedrijfswoningen gesitueerd. Drie van de bedrijfswoningen (Venloseweg 70A, 70B en 72A) worden in dit plan herbestemd. Verkeer Het bedrijventerrein Hoogveld is ten zuiden en oosten van de Stationsweg gelegen. De Stationsweg wordt via de Meldersloseweg ontsloten op de A73. Deze vormt de belangrijkste verbindingsweg tussen Limburg en het oosten en noorden van Nederland. Het plangebied zelf wordt direct ontsloten op de Venloseweg. De wegen Venloseweg en Expeditiestraat zijn direct verbonden met de Meldersloseweg/ Stationsweg (de Venloseweg via een rotonde).
Deze weg verbindt de kern Horst met andere kernen, zoals Melderslo in het noorden en Hegelsom en Sevenum in het zuiden.
2.3
Functionele structuur plangebied e.o.
Het bedrijventerrein Hoogveld is een gemengd bedrijventerrein dat volgens het segmenteringsbeleid van de gemeente Horst aan de Maas geschikt is als bovenregionale vestigingslocatie voor toeleverende en verwerkende bedrijven ten behoeve van de agrarische sector. Daarnaast richt het bedrijventerrein zich op lokaal en regionaal verzorgende bedrijvigheid en maakindustrie. Zelfstandige kantoren zijn uitgesloten. Voor wat betreft perifere detailhandel vormt de weg tussen Horst en Sevenum (de Stationsstraat) een goede mogelijkheid om zaken te clusteren. Het bedrijventerrein vormt uit economisch oogpunt een geschikte locatie omdat: • voldoende ruimte is voor grootschalige bedrijven; • goede bereikbaarheid en ontsluiting op het hoofdwegennet; • geringe afstand tot het centrum van Horst en de woonwijken; • ontbreken van milieugevoelige objecten.
Pagina | 10
Wonen In het plangebied zijn drie bedrijfswoningen aanwezig. Bedrijvigheid Binnen het plangebied zijn de diverse bedrijven aanwezig. Binnen het hele plangebied zijn milieucategorie 2 bedrijven toegestaan en op specifiek aangeduide plaatsen ook bedrijven van milieucategorie 3.1 en 4.1. Het reclamebedrijf aan de Venloseweg 72 is specifiek bestemd door middel van de aanduiding ‘kantoor’. Zie ook de afbeelding die opgenomen is in paragraaf 1.3 van deze plantoelichting. Voorzieningen Binnen het plangebied is een maatschappelijke voorziening aanwezig in de vorm van een ambulancepost van AmbulanceZorg Limburg-Noord.
2.4
Historische ontwikkeling en cultuurhistorie
Volgens divers historisch kaartmateriaal (bron: topotijdreis.nl) was de omgeving van het plangebied tot de jaren ’30 van de vorige eeuw onbebouwd. Ter plaatse van de huidige Venloseweg is wel al sinds circa midden 19e eeuw een weg gelegen. In de jaren ’30 is de eerste bebouwing langs de Venloseweg gebouwd. In de loop der jaren nam de bebouwing langs de Venloseweg toe. Het gebied is vanaf eind jaren ’70 van de vorige eeuw ontwikkeld als bedrijventerrein. In eerste instantie hebben de bedrijven zich gevestigd in de oksel van de Stationsstraat en is het terrein doorontwikkeld naar de Energiestraat, Fabrieksstraat en Nijverheidsstraat. Vanaf het begin jaren van de jaren ’90 van de vorige eeuw is het bedrijventerrein in zuidelijke richting uitgebreid (gebied Handelstraat). Eind jaren ’90 was er nog een tekort aan bedrijventerreinen binnen de gemeente en werd besloten om het bedrijventerrein ook in oostelijke richting, tot aan de Venloseweg uit te breiden. Cultuurhistorie De wegen grenzend aan het bedrijventerrein Hoogveld zijn van cultuurhistorische betekenis. De aanwezige waarden, vooral gelegen in de oorspronkelijke tracés van de wegen, blijven intact. De aan de orde zijnde ontwikkeling heeft hiervoor geen consequenties. Verdere cultuurhistorisch waardevolle objecten en/of patronen zijn binnen het plangebied zelf niet aanwezig.
2.5
Feitelijke staat plangebied
Binnen het plangebied bevinden zich momenteel drie (bedrijfs)woningen met bijgebouwen op drie afzonderlijke woonpercelen. Verder bestaat het plangebied uit bedrijfsgebouwen met bijbehorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, in- en uitrit en een eigen weg.
Pagina | 11
woning + ambulancepost Venloseweg 70A
woning Venloseweg 70B
Pagina | 12
woning Venloseweg 72A (boven) en woning en reclamebedrijf Venloseweg 72 (onder)
Pagina | 13
HOOFDSTUK 3 BELEID
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een beeld van de randvoorwaarden die vanuit het beleid gelden betreffende onderhavige ontwikkeling. De beleidskaders zijn op verschillende schaalniveaus beschreven. Aan bod komen het rijks-, provinciaal - , regionaal- en het gemeentelijk ruimtelijk beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Het NOVI loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld: In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: •
dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;
•
met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap;
•
waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland;
•
met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast;
•
waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
•
dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren;
•
waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water;
•
dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving.
Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Pagina | 14
Voor dit project relevante nationale belangen zijn: a. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. b. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Afweging Het plan ziet uitsluitend op een functiewijziging van bestaande woningen en van bestaande bedrijfsgebouwen. Er worden geen nieuwe woningen en bedrijfsgebouwen gerealiseerd. Daarmee is het plan, op nationaal niveau, dermate kleinschalig dat het geen wezenlijke invloed heeft op nationale belangen. Verstedelijkings-en bedrijventerreinenbeleid laat het Rijk grotendeels over aan de provincies en gemeenten zelf. De realisatie van dit project leidt niet tot strijdigheden met de uitgangspunten uit het NOVI.
3.2.2 Ladder duurzame verstedelijking De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Vanaf 1 juli 2017 moeten ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken worden getoetst aan de nieuwe Ladder Duurzame Verstedelijking. De grondslag voor de nieuwe Ladder-toets is het nieuwe artikel 3.1.6 lid 2 Bro. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat: a. een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Voor woningbouwlocaties geldt dat in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Indien niet meer dan 11 woningen binnen een bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is er volgende de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen sprake van de ruimtelijke ontwikkeling van een woningbouwlocatie of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro (zie uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 (dorpskern Annen)). Voor 'andere stedelijke voorzieningen' (naast wonen) wordt in een overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017:ECLI:NL:RVS:2017:1724) gesteld, dat voor deze stedelijke functies als bedoeld in artikel 1.1.1 artikel 1 onder i van het Bro in de vorm van een terrein 'in beginsel' geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt. Bestaat de andere stedelijke voorziening uit de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2
Pagina | 15
Afweging Het plan ziet uitsluitend op een functiewijziging van drie bestaande woningen en van bestaande bedrijfsgebouwen. Er worden geen nieuwe woningen en geen nieuwe bedrijfsgebouwen gebouwd. Gelet hierop kan geconcludeerd worden dat het plan geen stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Dit plan hoeft derhalve niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden. 3.2.3
Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro)
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ((Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro bevat alle ruimtelijke rijksbelangen uit de eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) en geeft middels regels en plankaarten (juridisch) de mogelijkheid om de rijksbelangen veel directer door te laten werken in de ruimtelijke plannen van andere overheden. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), nationale landschappen, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Voor een aantal van de genoemde Barro-onderwerpen, waaronder de uitbreiding van het hoofdwegennet, het hoofdspoorwegennet en het functioneren van militaire vliegbases, geldt dat de regels worden uitgewerkt in de Rarro. Laagvlieggebied In de AMvB Ruimte wordt een klein deel van de militaire gebieden en objecten begrensd.
Militaire objecten dienen een militaire bestemming te krijgen en de opgenomen bestemmingen en gebruiksregels mogen geen belemmering vormen voor de functionele bruikbaarheid van het object en de uitoefening van de defensietaak. Daarnaast gelden er militaire laagvlieggebieden. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden onder een laagvlieggebied, bevat over een breedte van 3.704 m (2 nautische mijlen) geen bestemmingen of regels omtrent het gebruik van die gronden die het oprichten van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 m mogelijk maken. In het Rarro is een mogelijkheid opgenomen voor de minister (Ministerie van Defensie in overleg met Minister van Infrastructuur en Milieu) om uit eigen beweging, dan wel op verzoek van GS of het college van B&W, ontheffing te verlenen van de bij of krachtens het besluit gestelde regels indien redenen van groot openbaar belang daartoe nopen.
Afweging Het plangebied ligt in zijn geheel binnen het laagvlieggebied De Peel (GLV-VIII, zie nevenstaande afbeelding). In het plangebied wordt bebouwing mogelijk gemaakt tot een hoogte van maximaal 15 m. Daardoor heeft dit plan geen consequenties voor het laagvlieggebied.
Pagina | 16
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Provinciaal omgevingsplan Limburg
Op 12 december 2014 is het nieuwe provinciaal omgevingsplan Limburg vastgesteld. Belangrijke principes in dit nieuwe omgevingsbeleid zijn: 1. Kwaliteit. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. 2. Algemene principes voor duurzame verstedelijking. De ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. 3. Uitnodigen. De manier waarop de provincie samen met de partners het voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat willen realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De Provincie wil hierbij selectief zijn: het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen. Het onderhavige plangebied is gelegen binnen de zone 'bedrijventerrein’'. Het betreft hier specifiek ingerichte gebieden voor grotere bedrijvigheid, waarbij de volgende accenten worden gelegd: •
Ruimte voor bedrijvigheid;
• •
Optimale bereikbaarheid; Duurzame inrichting en gebruik.
Deze POL-zone omvat de aanwezige of als zodanig reeds bestemde bedrijventerreinen. Er is hier in veel gevallen nog de nodige ontwikkelingsruimte. De verstedelijkingsopgave wordt voor wat betreft economie en mobiliteit (werklocaties) met name binnen deze zones ingevuld, met in achtneming van de randvoorwaarden voor een duurzame inrichting en beheer. Onderstaand is een uitsnede voor het plangebied uit het POL2014 opgenomen.
uitsnede POL-kaart 1
Pagina | 17
Afweging Het plan ziet uitsluitend op een functiewijziging van bestaande woningen en van bestaande bedrijfsgebouwen. Er worden geen nieuwe woningen en bedrijfsgebouwen gerealiseerd doch veeleer wordt het bestaande gebruik (burgerbewoning i.p.v. bedrijfswoning en gebruik als ambulancepost) gelegaliseerd. Verder behelst dit plan de milieu-planologische afwaardering van toegelaten bedrijven direct aansluitend aan de betreffende 3 woonpercelen - naar maximaal milieucategorie 2 zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 bij de regels van dit bestemmingsplan) en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of activiteiten; Hoewel deze zone niet direct bedoeld is voor woondoeleinden, zijn functiewijzigingen ten behoeve van woondoeleinden wel toegestaan, mits een goed woon-en leefklimaat in de woningen gegarandeerd kan worden en huidige en toekomstige bedrijven niet onevenredig belemmerd worden in hun bedrijfsvoering.
3.3.2 Ontwerp-Provinciale Omgevingsvisie Limburg De ontwerp-Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) lag ter inzage van 7 september t/m 18 oktober 2020. Dit document bevat de ambities en beleidsdoelen van de provincie Limburg voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn (2030-2050). De POVI, voorheen het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL), beschrijft niet alleen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de land- en tuinbouw. Ook onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed worden behandeld. Daarnaast wordt het aspect gezondheid en een gezonde leefomgeving in deze Omgevingsvisie meegenomen. Na een uitgebreid participatief proces is het ontwerp-POVI op 15 december 2020 vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Vervolgens vindt volgens de huidige planning de definitieve vaststelling van de POVI plaats in de 2e helft van 2021 (door Provinciale Staten). Afweging Uit het ontwerp-POVI blijkt dat de provincie Limburg de bestaande beleidsambities ten aanzien van verstedelijking en bedrijventerreinen handhaaft. Zie het gestelde in paragraaf 3.3.1 van deze plantoelichting.
3.3.3
Omgevingsverordening Limburg 2014
De Omgevingsverordening Limburg 2011 was een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. In 2014 is de Omgevingsverordening opnieuw gewijzigd, vanwege de vaststelling van POL 2014, waarin is bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening wordt toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Het hoofdstuk Ruimte heeft twee kenmerkende verschillen met de andere onderdelen van de Verordening: 1. Het hoofdstuk bevat geen gedragsvoorschriften die gelden voor iedereen, maar uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Elders in de Omgevingsverordening wordt zeer incidenteel gebruik gemaakt van deze methodiek, maar het hoofdstuk Ruimte kent geen andere bepalingen dan opdrachten aan gemeentebesturen, die door de besturen in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. 2. Het tweede verschil met de overige onderdelen van de Omgevingsverordening is dat de Wet ruimtelijke ordening slechts zeer beperkte mogelijkheden biedt om ontheffing te verlenen van een bepaling uit het hoofdstuk Ruimte.
Pagina | 18
Reikwijdte verordening
Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (LDV) 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening stelt verder dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 20202024. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat verder een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bovenstaande.
Afweging Het plan ziet uitsluitend op een functiewijziging van drie bestaande woningen en van bestaande bedrijfsgebouwen. Er worden geen nieuwe woningen en geen nieuwe bedrijfsgebouwen gebouwd. In deze plantoelichting (paragraaf 3.2.2) is aangetoond dat door dit plan niet voorzien wordt in een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Een toetsing van het plan aan de Ladder duurzame verstedelijking en aan de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 is niet aan de orde.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Integrale structuurvisie Horst aan de Maas
Op 9 april 2013 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de structuurvisie ‘Horst aan de Maas’ vastgesteld. In deze integrale op uitvoering gerichte structuurvisie heeft de gemeente haar ruimtelijk beleid gebundeld. De gemeente streeft ernaar om de omgevingskwaliteiten te behouden en te ontwikkelen conform nationaal en provinciaal beleid. Voor de drie beleidsmatige speerpunten van de gemeente Horst aan de Maas (agribusiness, toerisme & recreatie en leefbaarheid) is het landschap (de omgevingskwaliteit) een belangrijke factor. Het vormt namelijk de productieruimte voor de agrarische sector, het verblijfsgebied voor toeristen en recreanten en de woonomgeving voor de inwoners. Het grondprincipe van het gemeentelijk (en provinciaal) kwaliteitsmenu (GKM) is, dat bepaalde ontwikkelingen ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, hetgeen dient te worden gecompenseerd door een kwaliteitsbijdrage. Dit geldt zowel binnen als buiten de ‘rode contouren’. De kwaliteitsbijdrage wordt ingezet om de omgevingskwaliteit en leefbaarheid te versterken. Het doel is dat per saldo daarmee de kwaliteit toeneemt. Het GKM is van toepassing op ontwikkelingen die niet rechtstreeks of via een flexibiliteitbepaling (zoals wijzigings- of afwijkingsregels) zijn toegestaan in het vigerende bestemmingsplan.
Veel kleinere ontwikkelingen kunnen dan ook vaak zonder toepassing van het GKM doorgang vinden.
Pagina | 19
Het grondgebied van de gemeente is binnen de structuurvisie ingedeeld in diverse gebieden. Het plangebied maakt deel uit van het werklocaties 7A ‘Bedrijventerreinen’. Voor wat betreft het te voeren beleid voor bedrijventerreinen, sluit de gemeente aan bij de ambitie (en afspraken) van de Greenport Plus Regio. Economische activiteiten worden met name geconcentreerd in Greenport Venlo. De gemeente beschikt (momenteel) over 8 bedrijventerreinen, die zich primair richten op het bieden van kwantitatief en kwalitatief voldoende ruimte voor twee doelgroepen: •
Agribusiness: Horst aan de Maas als (onderdeel van het) agrologistiek centrum NoordLimburg;
•
Lokaal en regionaal verzorgende bedrijvigheid en maakindustrie.
Aanleg van nieuwe bedrijventerreinen op haar grondgebied staat de gemeente - gelet op de afspraken in de Greenport Plus Regio - derhalve niet voor. Wel kunnen bestaande bedrijventerreinen op kleine schaal nog uitgebreid worden op voorwaarde dat het terrein c.q. de individuele bedrijven daarbinnen, landschappelijk goed ingepast worden in de omgeving. Voor bedrijventerrein Hoogveld geldt een geprioriteerde herstructureringsopgave.
uitsnede kaart ISV
Afweging Het onderhavige plan heeft uitsluitend betrekking op een functieverandering van drie bestaande bedrijfswoningen naar burgerwoningen, een milieu-planologische afwaardering van de toegelaten bedrijven direct aansluitend aan deze woonpercelen naar maximaal milieucategorie 2 en de legalisatie van een bestaande ambulancepost. Deze ontwikkelingen vallen als een ‘niet commerciële maatschappelijke voorziening’ en een ‘functieverandering naar wonen’ onder de module ‘Overige (gebouwde) functies. Ten aanzien van dergelijke ontwikkelingen binnen het gebied ‘werklocaties 7A Bedrijventerreinen’ geldt een ‘jabenadering (positieve grondhouding). Beleidsmatig kan er dus zonder meer worden meegewerkt aan dit plan.
Pagina | 20
modules ISV en grondhouding
3.4.2
Masterplan Wonen 2021-2025
De gemeenteraad heeft op 20 april 2021 het ‘Masterplan Wonen 2021-2025; voor iedereen iets te kiezen’ vastgesteld. Het Masterplan Wonen geeft een visie voor de komende 5 jaren. De woningmarkt in Horst aan de Maas staat onder druk en is onvoldoende in balans: de vraag naar woningen is vele malen groter dan het aanbod. Om deze balans het herstellen heeft de gemeente Horst aan de Maas de beleidsambitie om 1000 woningen tussen 2021 en 2025 te realiseren. Deze ambitie vraagt om een aanpak die pragmatisch en voortvarend is en waarbij de gemeente altijd in dialoog is met inwoners en samenwerkingspartners. In het Masterplan Wonen is een actieprogramma met 6 speerpunten opgenomen voor de realisatie van 1000 woningen in 5 jaar: 1.
Duidelijke kaders als basis voor mogelijkheden;
2.
Zicht op de (veranderende) vraag en voortgang;
3.
Maatwerk per kern;
4.
Samenwerken met ontwikkelaars op basis van vertrouwen;
5.
Minder regels, snelle doorloop van processen;
6.
Participatie en communicatie.
Naast deze 6 speerpunten bevat het Masterplan ambities voor de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Het betreft hier de realisatie van een kwaliteitsverbetering gericht op het verduurzamen van de woningvoorraad en het geschikt maken van woningen voor (mantel)zorg. Tenslotte bevat het Masterplan Wonen belangrijke beleidsuitspraken over de realisatie van huisvesting in de gemeente Horst aan de Maas voor specifieke doelgroepen, zoals statushouders, begeleid wonen en internationale werknemers.
Afweging Het plan ziet uitsluitend op een functiewijziging van drie bestaande woningen en van bestaande bedrijfsgebouwen. Er worden geen nieuwe woningen en geen nieuwe bedrijfsgebouwen gebouwd.
Pagina | 21
3.5
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat de gevraagde ontwikkeling voldoet aan het nationaal beleid, provinciaal beleid en het gemeentelijk beleid, met uitzondering van het geldende bestemmingsplan.
Pagina | 22
HOOFDSTUK 4 PLANBESCHRIJVING Het onderhavige plan heeft uitsluitend betrekking op een functieverandering van drie bestaande bedrijfswoningen naar burgerwoningen (Venloseweg 70A, 70B en 72A), een milieu-planologische afwaardering van de toegelaten bedrijven direct aansluitend aan deze woonpercelen naar milieucategorie 2 zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 bij de regels van dit bestemmingsplan) en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of activiteiten (Venloseweg 70C en 70D) en de legalisatie van de bestaande ambulancepost van AmbulanceZorg Limburg-Noord (Venloseweg 70A). De ontsluiting van de ‘nieuwe’ woonpercelen en de (bestaande) ambulancepost vindt plaats via de Venloseweg. Dat gebeurt nu ook al. Daarin verandert dus niets. Het bewoners- en bezoekersparkeren zal volledig op eigen terrein plaatsvinden, wederom, zoals nu ook al het geval is. Verder bevat dit plan een specifieke regeling waarmee de huidige ontsluiting van het bedrijventerrein Hoogveld vanaf de Venloseweg (tussen nrs. 70A en 70B) grotendeels wordt beëindigd. De ontsluiting van dit deel van bedrijventerrein Hoogveld zal in de toekomst plaatsvinden via de Expeditiestraat. De ontsluiting aan de Venloseweg mag alleen nog gebruikt worden: •
door de ambulancepost;
•
door andere hulpdiensten in geval van calamiteiten;
•
ten behoeve van de periodieke afvalinzameling;
•
door ter plaatse aanwezige bedrijven ten behoeve van incidentele ontsluiting indien door aard en/of omvang en/of tijdsduur van het laden of lossen redelijkerwijs ontsluiting via de Expeditiestraat niet mogelijk is of voor ernstige belemmeringen of hinder voor andere bedrijven en bewoners zorgt.
De volgende pagina bevat een afbeelding van de verbeelding met daarop de nieuwe planologischjuridische regeling voor het plangebied.
Pagina | 23
Pagina | 24
HOOFDSTUK 5 SECTORALE ASPECTEN
5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt vanuit verschillende sectorale aspecten (namelijk bodem, geluid, luchtkwaliteit en milieuzonering) het plan getoetst of dit voldoet aan de criteria van deze aspecten. Andere sectorale aspecten zijn – gelet op de (ruimtelijke) aard, omvang en invloed van het plan – niet aan de orde.
5.2
Milieuaspecten
5.2.1
Bodem- en grondwaterkwaliteit
In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient aangegeven te worden of de plaatselijke bodemkwaliteit geschikt is voor de wijziging van de bestemming. In het voorliggende geval is sprake van de functiewijziging van de bestaande bedrijfswoningen naar een burgerwoningen, waarbij de woningen worden bestemt tot ‘Wonen’. Voor het plangebied is weliswaar sprake van een bestaande woonfunctie, maar omdat de bestemming wijzigt van ‘Bedrijventerrein’ naar ‘Wonen’ is sprake van een bestemmingswijziging naar een voor de bodem gevoeliger gebruik. Een bodemonderzoek is dan ook noodzakelijk. Het is verboden om bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven te bouwen op verontreinigde grond. Teneinde de kwaliteit van de bodem zeker te stellen dient in zo'n geval een onderzoeksrapport naar de kwaliteit van bodem en grondwater overlegd te worden. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie in gebruik is als bedrijventerrein met diverse loodsen en bijbehorende bedrijfswoningen. De locatie is grotendeels verhard met klinkers, tegels en stelconplaten waar hoogstwaarschijnlijk puin onder is gelegen (van het puin zijn vooralsnog geen gegevens bekend). Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een septic-tank gelegen en zijn sloten voor hemelwateropvang aanwezig.
Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat er in het verleden een (onverharde) weg dwars over de locatie heeft gelopen. Tussen 1990 en 2003 is een boomgaard op de locatie aanwezig is geweest. Deze periode is niet verdacht voor het voorkomen van bestrijdingsmiddelen. Uit de gegevens van de gemeente Horst aan de Maas blijkt dat er ter plaatse van de onderzoekslocatie diverse bodembedreigende stoffen zijn opgeslagen (geweest). De tanks aan de achterzijde van de loods Venloseweg 70c-70g zijn niet meer aanwezig. In de toekomstige situatie zal er enkel een functiewijziging plaatsvinden van de bestaande bedrijfsverbouwingen naar burgerwoningen annex ambulancepost. Hierbij zal de indeling alsmede bebouwing van de percelen niet veranderen. Ter plaatse van de bedrijfswoningen hebben in het verleden geen verdachte activiteiten plaatsgevonden. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem zijn de in de onderstaande tabel weergegeven deellocaties vastgesteld.
Pagina | 25
tabel deellocaties
Conclusie en advies Uit het onderzoek blijkt dat aanvullend onderzoek uitsluitend dient te worden verricht wanneer het gebruik van de onderzoekslocatie wijzigt of wanneer er werkzaamheden in de bodem plaatsvinden. Ten aanzien van de bedrijfswoningen wordt geconcludeerd dat hier geen bodembedreigende activiteiten plaats hebben gevonden. Daarnaast zijn er geen wijzigingen in het gebruik en de inrichting gepland. Derhalve is het niet noodzakelijk om feitelijk onderzoek uit te voeren in het kader van de voorgenomen wijziging van de bedrijfswoningen naar burgerwoningen. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 29 november 2019) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 1 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting.
5.2.2
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) beschermt de volgende geluidsgevoelige objecten: • •
woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen);
•
geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen).
De Wgh stelt grenzen aan de toegelaten geluidsbelasting ter plaatse van geluidsgevoelige objecten als gevolg van wegen (wegverkeer), spoorwegen (railverkeer) en industrieterreinen (industrielawaai). In casu speelt hier alleen wegverkeerslawaai.
Pagina | 26
Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh). Conclusie Niet alle ruimtelijke ontwikkelingen behoeven op grond van de Wgh onderzocht te worden. Op basis van art. 76 lid 3 Wgh hoeft de geluidsbelasting van een aanwezige weg (waar geen wijzigingen optreden) op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het omzetten van bestaande bedrijfswoningen in burgerwoningen. Deze situatie doet zich in dit plan voor. Nader akoestische onderzoek naar wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk.
5.2.3
Luchtkwaliteit
Kleine en grote projecten De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en grote' projecten. Kleine projecten dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in het Besluit “Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten - die jaarlijks meer dan 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 bijdragen- een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Dit is een Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 31 oktober 2007, nr. DJZ2007004707, houdende regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)). Het gaat hierbij om de volgende categorieën: 1. inrichtingen 2. infrastructuur 3.
kantoorlocaties 4. woningbouwlocaties Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Het onderhavige project ziet uitsluitend op de functiewijziging van 3 bestaande bedrijfswoningen naar burgerwoningen. Het aantal woningen verandert niet als gevolg van dit plan. Hierdoor is er geen sprake dat het plan in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing fijn stof en stikstofdioxide afkomstig van verkeersbewegingen ambulancepost Ook verkeersbewegingen zorgen voor emissies van fijn stof en daarnaast ook voor de emissie van stikstofdioxide. In dit plan wordt de ambulancepost die gevestigd is in de woning Venloseweg 70A gelegaliseerd.
Pagina | 27
Zowel de emissie van stikstofdioxide als van fijn stofemissie afkomstig van de verkeersbewegingen vanwege de ambulancepost1 zijn, zijn nagenoeg nihil. Dit blijkt uit de berekening met de NIBM-tool van Infomil. Uit deze berekening is gebleken dat de bijdrage van de emissie van fijn stof en stikstofdioxide aan de achtergrond, afkomstig van verkeersbewegingen van en naar de inrichting Venloseweg 70A, niet in betekenende mate is en derhalve als niet-significant is aan te merken.
NIBM-tool
Achtergrondluchtkwaliteit Op basis van de NSL Monitoringstool2 en de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) blijkt dat de achtergrondconcentratie in 2020 ter plaatse van het plangebied e.o. ten hoogste: • 12,93 μg/m3 stikstofdioxide (NO2); • 15,42 μg/m3 fijn stof (PM10); • < 10 μg/ m3 fijn stof (PM2,5) betreft. De grenswaarden voor de luchtkwaliteitseisen voor PM10, PM2,5 en NO2 zoals opgenomen in de Wet milieubeheer zijn in navolgende tabel weergegeven.
De totale concentratie ter plaatse van de drie burgerwoningen en de ambulancepost voldoen ruimschoots aan de geldende normstelling.
1
bron: Akoestisch onderzoek Venloseweg te Horst, Econsultancy, rapportnr. 12125.001-D4, d.d. 26 maart 2021, pagina’s 9 en 10.
2
https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/
Pagina | 28
Conclusie Aangezien ter plaatse van het plangebied sprake is van woon- en maatschappelijke functies die niet in betekenende mate bijdragen en de achtergrondconcentraties ruimschoots voldoen aan de wettelijke normstelling, is voor het aspect luchtkwaliteit sprake van een goed woon- en leefklimaat.
5.2.4
Bedrijven en milieuzonering
Inleiding Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige functies of gebieden. Om deze milieuzonering hanteerbaar te maken wordt doorgaans gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. Vooruitlopend op de komst van de nieuwe Omgevingswet in 2022 heeft de VNG echter ook een nieuwe publicatie opgesteld (‘Rapport Milieuzonering nieuwe stijl’ (mei 2019)). De nieuwe Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Het maatschappelijk doel hierbij is ‘ruimte voor ontwikkeling en waarborgen voor kwaliteit’. Gelet op dit doel is het logisch dat in de Omgevingswet het ruimtelijk spoor en het milieuspoor verder worden geïntegreerd. Het gemeentelijke omgevingsplan is straks hét instrument waarin deze integratie op lokaal niveau plaatsvindt. Een belangrijke vraag bij de integratie van ruimte en milieu is hoe om kan worden gegaan met bedrijvigheid. Binnen het programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ is hiervoor door de VNG de staalkaart ‘bedrijfsmatige activiteiten’ voor het omgevingsplan opgesteld.
De staalkaart bevat een aantal mogelijkheden voor de wijze van regulering van bedrijfsmatige activiteiten. De VNG ziet goede kansen om onderdelen van de staalkaart nu al toe te passen. Dit heeft geleid tot de nieuwe publicatie(‘Rapport Milieuzonering nieuwe stijl’ (mei 2019)); het met een ‘milieuzonering nieuwe stijl’ reguleren van bedrijven in omgevingsplannen en – vooruitlopend daarop – nu al in bestemmingsplan verbrede reikwijdte in het kader van de Crisis-en herstelwet. Voor de reguliere bestemmingsplannen en buitenplanse omgevingsvergunningen blijft de bestaande VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ bruikbaar. De nieuwe VNG-publicatie is dan ook een alternatief naast de bestaande VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In het kader van het onderhavige plan wordt gekozen om de afwegingen rondom milieuzonering te doen plaatsvinden met behulp van de toepassing van de bestaande VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009). VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering (2009)’ De VNG Handreiking is ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies.
Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; • de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk’, 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; •
de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.
De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand:
Pagina | 29
• • •
categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter;
•
categorie 3.2: grootste afstand 100 meter;
•
categorie 4.1: grootste afstand 200 meter;
• •
categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter;
•
categorie 5.2: grootste afstand 700 meter;
• •
categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter.
Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.
Gebiedstypering De publicatie maakt voor de beoordeling onderscheid in twee gebiedstypen. Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningenkomen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. De woningen zijn momenteel aangeduid als bedrijfswoningen aan de rand van een bedrijventerrein en gelegen binnen de wettelijke geluidszone1 van de A73. Daarom wordt het gebied getypeerd als gemengd gebied.
Milieubelastende inrichtingen Ter plaatse van het plangebied zijn de volgende relevante milieu- en dan met name geluidbelastende inrichtingen gelegen die invloed kunnen hebben op het woon-en leefklimaat van de tot burgerwoningen her te bestemmen bedrijfswoningen: 1. Ambulancepost Venloseweg 70A. Het betreft hier een ambulancestandplaats van AmbulanceZorg Limburg-Noord waarvandaan de ambulances vertrekken en waar voorzieningen zijn voor ambulancepersoneel en -materiaal. Er zijn ter plaatse twee ambulances gestationeerd en de ambulancepost is 24/7 operationeel.
2. Hermle Nederland BV, Venloseweg 70D. Het betreft hier een vestiging van een Duits bedrijf voor machine-en werktuigbouw (vooral freezmachines). De onderhavige Hermle vestiging in Horst doet echter vooral dienst als kantoorfaciliteit en trainingscentrum. Ter plaatse vindt dus geen productie plaats.
3. Reclame-en beletteringsbedrijf van Osch Reclame, Venloseweg 72. Het betreft hier een beletteringsbedrijf dat is gespecialiseerd in het vervaardigen en uitvoeren van beletteringen van o.a. vrachtauto's, bedrijfswagens, reclameborden, gevelbeletteringen, spandoeken, bouwborden, winkelreclame, dekkleedbeletteringen, reclamezuilen, lichtbakken etc.
Pagina | 30
Econsultancy BV te Swalmen heeft een akoestisch – en milieuzoneringsonderzoek verricht naar (1) de geluidsdruk vanuit deze inrichtingen op de beoogde burgerwoningen en (2) het huidige en toekomstige woon-en leefklimaat ter plaatse van deze woningen.
Toetsing De herbestemming van de bedrijfswoningen Venloseweg 70A, 70B en 72A en de aanwezigheid van een ambulancepost op nummer 70A is in beginsel in strijd met de richtafstanden uit de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). Geluid blijkt maatgevend te zijn. Om het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen te borgen, is nader akoestisch onderzoek uitgevoerd. De realisatie van een ambulancepost aan de Venloseweg 70A leidt in geval van het voeren van lichten geluidssignalen op de ambulance in de dagperiode tot overschrijding van de richtwaarden. Het personeel van de ambulancepost is geïnstrueerd de overlast naar de omgeving zo veel mogelijk tebeperken. In het kader van algemeen belang wordt het maximale geluidniveau als gevolg van waarschuwingssignalen niet getoetst aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Omdat de ambulancepost sinds 2013 middels een gedoogconstructie op deze locatie aanwezig is, wordt voorgesteld op basis van klachten uit de omgeving vast te stellen of sprake is van een acceptabele situatie met betrekking tot het woon- en leefklimaat.
De inrichting van Hermle, gevestigd aan de Venloseweg 70D, is een inrichting in milieucategorie 3.1.Uitgaande van de representatieve bedrijfssituatie en rekening houdend met planologische mogelijkheden is ter plaatse van Venloseweg 70A, gelegen binnen de richtafstand tot de inrichting, sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De overige inrichtingen gevestigd op Venloseweg 70C en 70D zijn inrichtingen van ten hoogste milieucategorie 2. Deze vormen geen belemmering voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen Venloseweg 70A en 70B. Wanneer de betreffende percelen begrensd worden op ten hoogste milieucategorie 2, blijft het woon- en leefklimaat ook in de toekomst geborgd. Venloseweg 70B en 72A zijn gelegen binnen de richtafstand van de inrichting van Van Osch aan de Venloseweg 72. Op basis van de representatieve bedrijfssituatie en rekening houdend met de vigerende voorschriften in het kader van de planologisch maximaal mogelijke invulling wordt echter gesteld dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er kunnen maximale geluidniveausoptreden die de richt- en grenswaarde overschrijden. Deze overschrijdingen kunnen worden gemitigeerd door toepassing van afscherming op de perceelsgrenzen. Daarnaast leidt de herbestemming van beide woningen tot reguliere woning niet tot een beperking van de activiteiten van deze inrichting.
Zeker niet wanneer wordt geanticipeerd op het in werking treden van de Omgevingswet. Tot slot wordt geconcludeerd dat elk van de woningen Venloseweg 70A, 70B en 72A beschikt overeen woon- en leefklimaat dat volgens de kwalificatie van de milieukwaliteitsmaat wordt getypeerd als ‘redelijk’. Voor het volledige akoestisch – en milieuzoneringsonderzoek wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 2 bij de plantoelichting is gevoegd en daar integraal deel van uit maakt.
5.2.5
Milieueffectrapportage
Toets m.e.r-plicht In het plangebied vindt uitsluitend een functiewijziging plaats van drie bestaande bedrijfswoningen naar drie burgerwoningen, een milieu-planologische afwaardering van toegelaten bedrijven naar milieucategorie 2 en een legalisatie van een bestaande ambulancepost. Er worden geen woningen toegevoegd. Deze activiteiten komen niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Er is dus geen sprake van de verplichting om een m.e.r. procedure te doorlopen.
Pagina | 31
Toets m.e.r.-beoordelingsplicht In onderdeel D van de bijlage bij het besluit milieueffectrapportage is aangegeven bij welke activiteiten, plannen en besluiten een m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden, dat wil zeggen een nadere afweging of mogelijk een m.e.r. procedure moet worden gevolgd. In onderdeel D is aangegeven dat een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, in gevallen waarbij de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer, of een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen (categorie D11.2). Aangezien in dit geval geen sprake is van de toevoeging van woningen of bedrijfsgebouwen is bij dit initiatief geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Er is ook geen sprake van een verplichting om een m.e.r. beoordelingsprocedure te doorlopen.
5.3
Waterparagraaf
5.3.1
Watertoets
Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water; dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Een van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is het watertoetsproces. Het watertoetsproces moet ervoor zorgen dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Het beleid ten aanzien van waterbeheer is op rijksniveau onder meer vastgelegd in het Nationaal Waterplan en op provinciaal niveau in het Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021, het POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg. Het waterschapsbeleid ten aanzien van waterbeheer heeft het Waterschap Limburg onder meer vastgelegd in het 'Waterbeheerplan 2016 – 2021' en ‘Toetsingspunten waterparagraaf in de toelichting van bestemmingsplannen of ruimtelijke onderbouwingen’. Belangrijke uitgangpunten zijn het streven naar een goede waterkwaliteit, het tegengaan van verdroging, het afkoppelen van hemelwater van de riolering en het bevorderen van infiltratie van water in de bodem Het bestaand afvoerend verhard oppervlak binnen het plangebied verandert niet als gevolg van dit plan. Het plan ziet uitsluitend op een functiewijziging van drie bestaande woningen en van bestaande bedrijfsgebouwen.
Er worden geen nieuwe woningen en geen nieuwe bedrijfsgebouwen gebouwd. Ter plaatse van de Venloseweg ligt een gemengd rioolstelsel. Het plan heeft geen gevolgen voor de bestaande waterhuishoudkundige situatie. Deze ontwikkeling is hydrologisch neutraal.
5.4
Overige sectorale aspecten
Door de ruimtelijke aard, omvang en invloed van het plan zijn andere milieu-planologische-, veiligheids- en ecologische aspecten redelijkerwijs niet aan de orde. Het plan heeft namelijk uitsluitend betrekking op inpandige functiewijzigingen van de huidige bedrijfswoningen (Venloseweg 70A, 70B en 72A) naar burgerwoningen alsmede gebruikswijzigingen naar een lagere milieucategorie dan de huidige en de legalisatie van het bestaande gebruik van gronden en de woning aan de Venloseweg 70A als ambulancepost. Het plan heeft geen betrekking op de bouw van extra woningen, op het roeren/verstoren van de bodem en ziet ook niet op het uitvoeren van sloop-en/of bouwwerkzaamheden. Hierdoor is er geen sprake van een toename van verkeersbewegingen en/of extra parkeerdruk en ook stikstofconsequenties, ecologische en archeologische gevolgen zijn niet aan de orde.
Pagina | 32
Het bestaande aantal woningen, het bestaande aantal mensen dat ter plaatse wonen en werken en de bestaande - milieu-planologische en veiligheidsmatige relevante - gebruiksfuncties blijven onveranderd, zodat het plan ook niet ziet op een toename van geurgevoelige objecten (geurhinder), beperkt kwetsbare objecten en toename van groepsrisico (externe veiligheid). .
Pagina | 33
HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid
De realisatie van het project geschiedt voor rekening van particuliere initiatiefnemers. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De gronden zijn inmiddels hun eigendom. Kostenverhaal zal geregeld worden in een tussen de gemeente Horst aan de Maas en de initiatiefnemers af te sluiten anterieure overeenkomst. Door de vaststelling van deze anterieure overeenkomst is het verhaal van de gemeentelijke kosten van de grondexploitatie over de in dit plan begrepen gronden afdoende verzekerd, alsmede het gebruik van enkele parkeerplaatsen. Tenslotte wordt ook een planschadeverhaalsovereenkomst zoals bedoeld in art. 6.4a Wro gesloten. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Horst aan de Maas komt maar voor rekening van de initiatiefnemers.
6.2
Handhaving
De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray hebben hun handhavingscapaciteit gebundeld. Beleidsuitgangspunten voor toezicht en handhaving zijn vastgelegd in de Nota integraal Handhavingsbeleid Horst aan de Maas en Venray (2012-2015). Het beleidsplan bevat naast een visie, doelstellingen en prioriteiten ook de werkwijze hoe met geconstateerde overtredingen wordt omgegaan en welke strategieën daarbij worden gevolgd. Ook wordt invulling gegeven aan de vele eisen die wet- en regelgeving aan de gemeentelijke taakuitvoering stelt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: De gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar gestructureerd en integraal handhavingsbeleid waarbij preventief beleid voorop staat. De betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt, volgt daadwerkelijk handhavend optreden (repressieve inzet).