09c Speelbeheerplan 2020-2024
Tekst van het document
Speelbeheerplan 2020-2024
Gemeente Horst aan de Maas
COLOFON Speelbeheerplan 2020-2024 Samen werken aan speelplezier OPDRACHTNEMER
BTL Advies B.V. Oude Apeldoornseweg 41 7333 NR Apeldoorn Postbus 177 7300 AD Apeldoorn T 055 312 40 70 E adviesapeldoorn@btl.nl
OPGESTELD DOOR
Ing. J. Verkuijlen-Quist, Ing. J. Luiten
VRIJGEGEVEN DOOR
Ing. L.A.E.W. Tamboer
OPDRACHTGEVER
Gemeente Horst aan de Maas Wilhelminaplein 6 5961 ES Horst
PROJECTNUMMER STATUS VERSIE DATUM
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
725190086
DEFINTIEF Versie 1.7 14-07-2020
2
INHOUD 1
2
3
4
5
6
INLEIDING
4
1.1 1.2 1.3 1.4
4 4 5 5
Aanleiding en doelstelling Relatie overige planuitwerkingen Doorlopen proces Leeswijzer
KADERS EN UITGANGSPUNTEN
6
2.1 2.2 2.3
6 6 8
Wettelijke verplichtingen Gemeentelijke beleid en besluitvorming Vastleggen gegevens
HUIDIGE EN BEOOGDE SITUATIE
9
3.1 3.2
Huidige situatie Kansen voor spelen
9 11
WERKWIJZE EN BEHEERAANPAK
14
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
14 15 16 17 18
Beheer en onderhoud Vervangen of omvormen Richtlijnen speellocaties Samenwerking met bewoners Gegevensbeheer
FINANCIELE UITWERKING
19
5.1 5.2 5.3 5.4
19 19 20 21
Kosten beheer en onderhoud Structurele vervangingskosten Kosten eenmalig ingrijpen Kosten in relatie tot beschikbaar budget
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
22
6.1 6.2
22 22
Conclusies Aanbevelingen
BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12: Bijlage 13:
24 Stroomschema reikwijdtenotitie was Uitgebreide hoeveelhedenlijst Speelvoorzieningen vs. materiaal Resultaten inspectie speeltoestellen Schaalbalken valondergronden Resultaten inspectie valondergronden Resultaten inspectie speellocatie i.r.t. de omgeving Resultaten brainstormsessie Voorbeeld beheerovereenkomst speelvoorzieningen Financiele doorrekening gem. per jaar Vervanging speelvoorzieningen periode 2020 t/m 2029 Vervanging valondergronden periode 2020 t/m 2029 Begrippenlijst
24 25 26 27 29 30 31 32 34 37 39 40 41
3
1
INLEIDING
1.1 AANLEIDING EN DOELSTELLING Goed georganiseerd speelbeheer begint met een duidelijk speelbeheerplan. Dit speelbeheerplan heeft een looptijd van 5 jaar (periode 2020 t/m 2024) en is aangepast aan de actuele opgaven en uitdagingen binnen de gemeente Horst aan de Maas. Dit betekent dat er duidelijkheid wordt verschaft ten aanzien van te treffen maatregelen voor regulier onderhoud, vervanging of eenmalig ingrijpen. De bestaande situatie wordt hiervoor als uitgangspunt genomen, waarbij wordt toegewerkt naar wat de gemeente hierover beleidsmatig heeft vastgelegd. De status van het speelbeheer op dit moment is het resultaat van gevoerd speelbeleid in de voorbije jaren. De ingeslagen weg werpt inmiddels zijn vruchten af: Dubbele functies zijn voor een groot deel teruggedrongen met als doel het areaal van speeltoestellen terug te dringen. Door de huidige speeltoestellen te vervangen voor duurzame speeltoestellen van metaal of kunststof, blijft er jaarlijkse een groot bedrag over. Het volledige areaal met Dekowood houtsnippers is vervangen door kunstgras, dat op langere termijn goedkoper is in onderhoud. Ook zijn er kansen voor verbeteringen en/of aanpassingen van de huidige werkwijze. Deze verbeteringen en/of aanvullingen krijgen in de komende jaren invulling.
Hierbij staan de volgende onderwerpen centraal: De economische levensduur (afschrijftermijn) in relatie tot de werkelijke, technische levensduur van speeltoestellen in de praktijk. De eerder aangehouden afschrijftermijnen zijn mogelijk te kort. In de laatste jaren zijn diverse speelaanleidingen toegepast en in de toekomst worden dit er mogelijk meer. Speelaanleidingen hebben ook beheer en onderhoud nodig om zo de veiligheid te waarborgen. De procedure hiervan is in dit plan opgenomen. Bij vervanging van valondergronden wordt de inrichting aangepast naar de huidige wensen, dit zal in de komende jaren zo worden voorgezet. Dit betekent dat rubber tegels verdwijnen en het aantal zandondergronden wordt beperkt. Dit heeft een positief effect op de beheerkosten. Dubbele functies op speelplekken zal ook in de komende jaren aandacht nodig hebben. Het effect is dat er minder speeltoestellen zijn om te beheren en onderhouden. De richtlijnen uit het bestaande beleidsplan worden onderdeel van de beleidsnotitie ‘Jong en lekker in je vel’. Dit betekent dat er een vertaling van nieuw beleid naar concreet beheer en onderhoud nodig is. In het beheerplan komt dit naar voren in de navolgende onderwerpen: Vervangen van speeltoestellen en de mogelijkheid om dit vast te leggen in een raamovereenkomst.
Borgen van circulariteit, waarbij een duurzaam hergebruik van grondstoffen voorop staat. Toepassen van speelaanleidingen op de juiste plek en het kunnen duiden van de speelwaarde. Blijvend invulling geven aan bewonersparticipatie, waarbij de gemeente bewoners financieel ondersteund bij het beheer van speelplekken. Gezonde samenleving (overkoepelende visie)
1.2 RELATIE OVERIGE PLANUITWERKINGEN Dit speelbeheerplan staat niet op zichzelf, maar heeft een relatie met verschillende andere planuitwerkingen. Gemeente Horst aan de Maas streeft naar een gezonde samenleving en het onderdeel spelen levert daarin een belangrijke bijdrage. Hoe de gemeente hier beleidsmatig mee om wil gaan is beschreven in de beleidsnotitie ‘Jong en lekker in je vel’ dat in april 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. De randvoorwaarden van het bestaande speelbeleidsplan (2011) sluit hier inhoudelijk op aan en vormt direct de basis voor dit speelbeheerplan.
Vastgesteld
Jong en lekker in je vel (visie op spelen is hierin opgenomen)
Beleidsnotitie spelen (2011)
Speelbeheerplan 2020-2024
Nog vast te stellen
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
4
1.3 DOORLOPEN PROCES Dit speelbeheerplan is op initiatief van de gemeente Horst aan de Maas tot stand gekomen. Hiervoor is intern een (ambtelijke) projectgroep geformeerd. Waar nodig, is deze aangevuld met intern en extern betrokkenen om vanuit verschillende richtingen de juiste input te verkrijgen. BTL Advies heeft dit proces ondersteund door bestaande processen in beeld te krijgen en heeft, waar mogelijk, suggesties gedaan om deze te optimaliseren. Daarnaast is getoetst in hoeverre de huidige en gewenste aanpak nog aansluiten bij de actualiteit en het beschikbare budget. Dit is vertaalt naar een compact speelbeheerplan, waarbij de leesbaarheid wordt vergroot door gebruik te maken van tabellen en schema’s.
1.4 LEESWIJZER De benoemde kaders en uitgangspunten (hoofdstuk 2) vormen de basis voor dit speelbeheerplan. Het beheerplan vervolgt met het benoemen van de bestaande situatie en de kansen die dit biedt voor spelen (hoofdstuk3). Hierbij wordt zowel gekeken naar de kwantitatieve (hoeveelheden) als kwalitatieve gegevens van de huidige speellocaties. Hieraan is een schouw van alle speelobjecten vooraf gegaan. Het vergt een eenduidige werkwijze en beheeraanpak (hoofdstuk 4) om bestaande kansen te verzilveren. Hierbij gaat het zowel om het te leveren resultaat, als het te doorlopen proces. Denk aan het tijdig optimaliseren van de levensduur van speeltoestellen. Een financiële uitwerking (hoofdstuk 5) afgezet tegen het beschikbare budget geeft inzicht in de haalbaarheid van plannen. Het speelbeheerplan besluit met conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).
5
2
KADERS EN UITGANGSPUNTEN
2.1 WETTELIJKE VERPLICHTINGEN Speeltoestellen in de buitenruimte moeten veilig zijn. Dit is vastgelegd in de Nederlandse wet, specifiek het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS). Hierin staat dat de eigenaar verantwoordelijk is voor de veiligheid van de speeltoestellen en goed beheer ervan. Het WAS definieert een speeltoestel als “een inrichting die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt”. Om te weten wanneer een speeltoestel (of speelaanleiding) valt onder het WAS wordt gebruik gemaakt de Reikwijdtenotitie van het WAS, waarbij het in dit plan opgenomen stroomschema (bijlage 1) een goed handvat biedt. De WAS verwijst naar normen om aan de gestelde wetgeving te voldoen. Deze normen zijn op Europees niveau vastgesteld en bekend onder NEN-EN 1176 en NEN-EN 1177. Het is aan de beheerder te borgen dat speeltoestellen inclusief de valondergronden, veilig in gebruik zijn en blijven. Dit in aansluiting op de gewenste functie (het spelen) en de doelgroep van elke plek. In beginsel betekent dit aanschaf van deugdelijk speelmateriaal en een goede verwerking / installatie hiervan. Dit wordt gevolgd door passend beheer en onderhoud. De gemeente is als eigenaar vanuit de wetgeving verplicht speeltoestellen veilig te houden.
Hiervoor heeft de gemeente zichzelf de taak gesteld, de speeltoestellen periodiek te inspecteren en de resultaten per toestel vast te leggen in het beheersysteem. Als de resultaten van de inspectie hiertoe aanleiding geven, zal (extra) beheer en onderhoud worden uitgevoerd om te allen tijde de veiligheid van het speeltoestel inclusief de ondergrond te borgen. De gemeente is wettelijk verplicht bepaalde informatie / kenmerken per speeltoestel vast te leggen. Te denken valt aan onder andere de fabrikant, importeur, welke partij de installatie heeft verzorgd, wie eigenaar en wie beheerder van het toestel is. In het gemeentelijke beheersysteem wordt dit per speeltoestel bijgehouden. Als vanzelfsprekend staan ook de resultaten van de inspectie hierin, noodzakelijk te treffen en uitgevoerde maatregelen en incidenten / ongevallen als deze hebben plaatsgevonden.
2.2 GEMEENTELIJKE BELEID EN BESLUITVORMING In het gemeentelijk beleid en lokale besluitvorming is de eigen visie op spelen leidend. Uiteraard passend binnen de wettelijke kaders die hiervoor bestaan en zijn benoemd. De belangrijkste kaders zijn:
Gezonde samenleving Gemeente Horst aan de Maas streeft naar een gezonde samenleving, dat is de overkoepelende visie. Het borgen van voldoende ruimte om te spelen levert daarin een belangrijke bijdrage en is één van de onderdelen om tot deze gezonde samenleving te komen. Onder deze overkoepelende visie schaart de gemeente de visie ‘Jong en lekker in je vel’ dat meer gericht is op het spelen en bewegen in de buitenruimte. Deze visie is in april 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. In ‘Jong en lekker in je vel’ wordt de beleidsnotitie spelen (2011) opgenomen met een concrete vertaling ervan in dit speelbeheerplan.
Leeftijdscategorieën spelen De gemeente Horst aan de Maas werkt toe naar speellocaties afgestemd op twee leeftijdscategorieën: Categorie 1: 4 tot 12 jaar Categorie 2: 12 tot 18 jaar De leeftijdsgroep 0 t/m 3 jaar werd in het beheerplan 2015-2019 niet langer meegenomen als doelgroep voor speellocaties, dit vloeit voort uit het speelbeleidsplan 2011. Reden hiervoor is dat deze doelgroep te jong is om fysieke toestellen te gebruiken en ouders veelal kleine speelvoorzieningen in eigen tuin hebben. Voor de bestaande speeltoestellen (afgestemd op deze doelgroep) betekent dit dat deze niet vervangen worden. Bestaande toestellen worden niet vervangen, zolang deze niet technisch afgeschreven zijn (nog te repareren zijn).
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
6
Speeltoestellen, speelaanleidingen en valondergronden Naast speeltoestellen hanteert de gemeente nu ook ‘speelaanleidingen’. Een speelaanleiding moet ook veilig zijn, maar kent hiertoe geen wettelijke verplichting zoals bij een speeltoestel. Bij een speelaanleiding is de wijze van het gebruik ervan, minder duidelijk gedefinieerd. Het daagt de jeugd uit tot creativiteit. Ten aanzien van valondergronden hanteert de gemeente bij voorkeur ondergronden van regulier gras en veiligheidsgras. Ook zandondergronden bestaan nog en hebben, in verband met de hygiëne ervan, niet de voorkeur. In uitzonderlijke situaties kan de gemeente beslissen af te wijken van de standaard valondergronden. Leveranciers, inspectie en onderhoud De herkomst van speeltoestellen is divers. Er is op dit moment niet specifiek één partij als leverancier voorbehouden. Wanneer vervanging nodig is, wordt per keer gekeken naar de behoefte van dat moment. Dit kan betekenen dat wordt afgeweken van type speeltoestel en/of leverancier. Inwonersinitiatieven en particuliere beheerstichtingen onderzoeken vaak zelf waar hun voorkeur naar uitgaat. Dit geeft een grote vrijheid en het bevordert de eigen inzet en inbreng. Voor dit moment wordt ervoor gekozen om de huidige constructie te handhaven. De buitendienst van de gemeente voert het reguliere beheer en onderhoud van speeltoestellen, speelaanleidingen en valondergronden uit.
Ook het uitvoeren van inspecties maakt hier onderdeel van uit.
Bewonersparticipatie bij speellocaties Op allerlei terreinen betrekt en stimuleert de gemeente Horst aan de Maas bewoners om een bijdrage te leveren. Dit valt onder de noemer ‘bewonersparticipatie’. Het onderdeel ‘spelen’ vormt hierop geen uitzondering. De gemeente zet in op: Het simuleren vanuit initiatieven vanuit onderop uit de samenleving; Bij (her)inrichting van speellocaties worden bewoners uitgenodigd en actief betrokken bij het totale proces; Bewoners die een rol hebben in de uitvoering bij het dagelijks beheer en onderhoud van de speelvoorzieningen. Beheer en onderhoud Bewoners kunnen in een collectief (denk aan buurtverenigingen, stichtingen, dorpsraden en wijkcomitees) een bijdrage leveren aan het onderhoud van speeltoestellen binnen de gemeente. In een op te stellen beheercontract worden tussen gemeente en bewoner(s) afspraken gemaakt over het type uit te voeren werkzaamheden, wanneer deze verricht worden en welke beheervergoeding hier tegenover staat. In alle gevallen borgt de gemeente, dat wordt voldaan aan het WAS door uitvoer van inspecties. De hoogte van de beheervergoeding is afhankelijk van grootte van de speellocatie: Locatie met meer dan 10 speeltoestellen en/of wijk-dorpsvoorziening: €1.250,- per jaar Locatie met 6 tot en met 10 speeltoestellen: € 750,- per jaar Locatie tot en met 5 speeltoestellen: € 500,- per jaar
Beheerkwaliteit van speellocaties Afgesproken is dat beeldkwaliteit van speellocaties aansluit bij de directe omgeving. Hiervoor wordt de indeling aangehouden, zoals is vastgelegd in de groenstructuurvisie van de gemeente Horst aan de Maas. Voor het beoordelen van de beeldkwaliteit wordt gebruik gemaakt van de schaalbalken van het CROW. Deze staan vermeld in de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (2018). De schaalbalken hanteren een indeling naar kwaliteit van zeer hoog (A+) tot zeer laag (D). De duiding van kwaliteitsniveaus gebeurt aan de hand van foto’s en een normerende beschrijving. In de praktijk worden speellocaties beheerd op kwaliteitsniveau A en B. Als wordt afgeweken van de afgesproken beeldkwaliteit op speellocaties, dan mag dit alleen positief onderscheidend (dus van een beter niveau) zijn. De visuele inspectie van de beeldkwaliteit geeft geen betrouwbare informatie over de functionaliteit en veiligheid van speeltoestellen, valondergronden en speelaanleidingen. Het is aanbevolen hiervoor afzonderlijk een technische inspectie uit te voeren.
7
2.3 VASTLEGGEN GEGEVENS Voor het beheer van speeltoestellen maakt de gemeente gebruik van het beheersysteem GBI. In dit systeem zijn ook andere onderdelen (zoals de groenvoorziening, wegen, straatmeubilair, etc.) vastgelegd. Het GBI wordt gebruikt voor het vastleggen van de resultaten uit (vervolg)inspecties. Dit geeft vorm aan de verplichte onderdelen gesteld in het WAS.
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
8
3
HUIDIGE EN BEOOGDE SITUATIE
3.1 HUIDIGE SITUATIE Hoeveelheden speeltoestellen, -locaties en valondergronden De gemeente Horst aan de Maas maakt onderscheid tussen speeltoestellen (incl. spelelementen) en speelaanleidingen. Het type valondergrond is hierop afgestemd. Alle speellocaties binnen de gemeentegrenzen zijn opgenomen in het beheersysteem GBI. Een overzicht hiervan is opgenomen in bijlage 2. Het totaal van het huidige speelaanbod bestaat in totaal uit 672 speelvoorzieningen, waarvan 611 speeltoestellen / spelelementen en 61 speelaanleidingen (natuurlijk en robuust). In bijlage 3 is een vergelijk gemaakt tussen speelvoorzieningen en het hiervoor gebruikte materiaal. Keuze valondergronden bij vervanging Ruim 60% van de valondergronden bestaat uit een grasvegetatie. Veiligheidsgras, zand en verharding (tegels/asfalt) hebben een aandeel van ca. 5% tot 15% per type valondergrond. Aanwezigheid van valondergronden bestaande uit Dekowood en rubbertegels behoren bijna geheel tot het verleden. Deze valondergronden worden, conform het voorgaande speelbeheerplan, omgevormd naar (veiligheids)gras en waar nodig voorzien van een dempende onderlaag. In stand te houden speelvoorzieningen Het huidige speelaanbod wordt niet één op één in stand gehouden. In lijn met eerder vastgesteld beleid (speelbeleidsplan 2011) wordt het speelaanbod in de leeftijdsgroep 0 t/m 3 jaar niet langer vervangen.
Meerdere speeltoestellen, met een soortgelijke speelwaarde staande op dezelfde locatie, daarvan wordt de keuze gemaakt om 1 speeltoestel te vervangen. Hetzelfde geldt voor speeltoestellen die niet in eigendom zijn van de gemeente, maar van bijvoorbeeld (buurt)verenigingen, of andere collectieve vormen. Dit leidt tot een wijziging van het totale speelaanbod: van de in totaal 672 speeltoestellen blijven er 484 behouden. Dit bekent dat er 188 speeltoestellen niet opgenomen zijn in de vervangingscyclus, tenzij derden (anders dan de gemeente) dit overnemen. Er wordt niet actief gestart met het weghalen van deze speeltoestellen. Dit gebeurt alleen wanneer de technische kwaliteit, en daarmee de veiligheid, niet langer te borgen is. In tabel 3.1 zijn de bestaande en beoogde situatie van het speelaanbod uiteen gezet. Tabel 3.1: huidige en beoogde situatie speelaanbod.
Vervangen balans combitoestel duikelen/draaien glijden kabelbaan klimmen schommelen speelaanleiding (natuurlijk) speelaanleiding (robuust) speelhuisje sport springen wip/veerelement zand/waterspel Totaal vervangen
Aantal 17 79 41 36 5 8 59 29 27 16 123 7 32 5 484
Niet vervangen balans combitoestel duikelen/draaien glijden kabelbaan klimmen schommelen speelaanleiding (natuurlijk) speelaanleiding (robuust) sport springen wip/veerelement zand/waterspel Totaal niet vervangen
Aantal 4 10 9 6 3 6 5 2 3 26 1 80 33 188
9
Actuele kwaliteit Om een indruk te krijgen van de huidige staat van de van de speeltoestellen en speelaanleidingen is er een kwaliteitsschouw uitgevoerd. Bij deze schouw zijn alle speellocaties (128 in totaal) meegenomen. De schouw is uitgevoerd in de zomer van 2019 aan de hand van de schaalbalken van het CROW. Deze staan vermeld in de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (2018). Voor het bepalen van de kwaliteit is er niet alleen gekeken naar de speeltoestellen en valondergronden. Het totaalbeeld van de speellocatie in relatie tot de omgeving, is hierin mede bepalend. Er is daarbij vooral gelet op de visuele kwaliteit en dus niet naar de technische kwaliteit van de ‘losse’ speeltoestellen. De visuele kwaliteit zegt weinig over de veiligheid van een speeltoestel. Beoordeling speeltoestellen Het visueel beoordelen van de speellocaties als geheel gebeurt aan de hand van de genoemde schaalbalken. Per schaalbalk wordt daarbij een specifiek aspect uitgelicht. Gelet is op: Beplakking en graffiti; Bevuiling; Dekking van de coating / folie, aanwezigheid van krassen; Deuken en gaten; Kleurechtheid; Scheefstand; Volledigheid (het speeltoestel is volledig, er ontbreken geen onderdelen). Uit inspectie blijkt dat de kwaliteit van de speellocaties in gemeente Horst aan de Maas goed scoort. In totaal scoort 82% van de bestaande locaties scoort een Akwaliteit, 12% scoort een B-kwaliteit.
Bijlage 4 specificeert de scores per onderdeel illustreert dit met verschillende foto’s. Wat opvalt is dat kleurechtheid duidelijk minder scoort. Reden hiervoor is verkleuring die ontstaat door zonlicht. Andersom bekeken kan de conclusie zijn dat speeltoestellen lang blijven staan, hun kwaliteit behouden door goed beheer en onderhoud en daardoor kans krijgen om te verkleuren. Beoordeling valondergronden Anders dan voor de speeltoestellen, bestaan er geen schaalbalken voor het visueel beoordelen van valondergronden. Er is daarom alleen gelet op of de ondergrond op het oog voldoet aan de functie en daarmee van voldoende kwaliteit is. Voor het behoud van eenduidigheid is dit uitgedrukt in A (uitstekend) t/m D (verwaarloosd). In bijlage 5 zijn de betreffende schaalbalken opgenomen en is per kwaliteitsniveau aangegeven wat hiermee wordt bedoeld Uit inspectie blijkt dat de kwaliteit van de valondergronden goed scoort. In totaal scoort 54% een A-kwaliteit, 40% scoort een B-kwaliteit. Bijlage 6 specificeert de scores per onderdeel en illustreert dit met verschillende foto’s. Beoordeling speellocaties i.r.t. de omgeving Voor het controleren van de omgeving zijn de bestaande schaalbalken aangehouden die opgesteld zijn door het CROW voor beplanting, bomen, gras, meubilair en verharding. De algemene indruk van de speellocaties is dat de omgeving goed scoort.
In totaal scoort 68% van de speellocaties een A-kwaliteit, 28% een B-kwaliteit. Bijlage 7 specificeert de scores per onderdeel en illustreert dit met een impressie van enkele locaties.
Aandachtspunten in de bestaande situatie De bestaande situatie is het resultaat van jarenlang speelbeleid en hierop aangepast beheer. Puntsgewijs en beknopt zijn navolgend de belangrijkste aandachtspunten benoemd. In het vervolg van dit speelbeheerplan worden zienswijzen geformuleerd en concreet gemaakt om daar waar mogelijk de knelpunten op te heffen.
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
10
De (potentiële)uitdagingen/aandachtspunten op rij: De huidige economische afschrijvingstermijn sluit niet aan bij de werkelijke levensduur van speeltoestellen in de praktijk. De technische levensduur is veel hoger, daarmee zijn de kosten over de gehele levensduur van het toestel niet correct. Er wordt gebruik gemaakt van veel verschillende merken en leveranciers van speeltoestellen. Een deel van het huidige speelaanbod is onvoldoende vanuit het oogpunt van duurzaamheid / circulariteit vorm gegeven. Inmiddels wordt bij de aanschaf van speeltoestellen gekeken naar duurzame producten. Een deel van het speelaanbod is aan het einde van de levensduur niet hoogwaardig te recyclen. De veiligheid van speelaanleidingen is niet eenduidig en objectief te beoordelen. Er is hiervoor (nog) geen inspectieprotocol beschikbaar.
3.2 KANSEN VOOR SPELEN Aan de hand van enkele thema’s zijn de kansen voor spelen in de gemeente Horst aan de Maas beschreven. Deze kansen zijn in een brainstormsessie met diverse disciplines binnen de gemeente besproken. Een samenvatting van de uitkomsten uit deze brainstormsessie is in bijlage 8 opgenomen. Thema 1: Betaalbaar spelen Beschikbaarheid van budget is een voorwaarde om speeltoestellen en speelaanleidingen te realiseren en in stand te houden. Voor speeltoestellen geldt dat deze in principe vervangen worden wanneer deze niet meer veilig zijn en dit met regulier beheer en onderhoud niet meer te herstellen is. Tot op heden is gerekend met een economische afschrijvingstermijn van 15 jaar. In de praktijk blijken speeltoestellen langer mee te gaan en de redenen hiervoor kunnen onder andere zijn De keuze voor meer duurzame speeltoestellen / materialen; De kwaliteit van het beheer en onderhoud. Dit biedt de mogelijkheid om de periode waarover de speeltoestellen worden afgeschreven aan te passen van 15 naar 20 jaar. Dit resulteert in lagere kosten per speeltoestel per jaar. Speelwaarde Aanvullend hierop geldt dat de gemeente het speelaanbod aanpast aan de speelbehoefte. Dit betekent dat speeltoestellen met een ‘dubbele speelwaarde’ niet één op één vervangen worden.
Er is sprake van een ‘dubbele speelwaarde’ wanneer speeltoestellen op dezelfde speellocatie eenzelfde speelfunctie hebben. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een klimklauterglijbaan en een aparte glijbaan. Binnen het speelbeleidsplan is vastgelegd dat aan het einde van de levensduur niet één op één vervangen wordt, maar (in dit voorbeeld) één speelfunctie met de speelwaarde glijden, behouden blijft. Hiermee wordt toegewerkt naar een speelaanbod dat aansluit bij de actuele speelbehoefte. Thema 2: Veilige speelvoorzieningen Speelvoorzieningen dienen veilig te zijn. Dit geldt voor zowel de speeltoestellen als de speelaanleidingen inclusief hun valondergronden. Hierin is de technische staat leidend. Onderscheid tussen speeltoestellen en -aanleidingen Voor speeltoestellen is het WAS volstrekt duidelijk of de eisen en richtlijnen waaraan te voldoen met betrekking tot het borgen van de speelveiligheid. Voor speelaanleidingen zijn deze richtlijnen er nog niet. De vraag die hieraan vooraf gaat is: wanneer is een speelvoorziening te duiden als speeltoestel en wanneer als speelaanleiding? Vervolgens zijn speelaanleidingen weer onder te verdelen in een meer natuurlijk of juist robuust type, wat sterk bepalend is voor de levensduur ervan en het benodigd beheer en onderhoud. Richtlijnen voor speelaanleidingen Het is van belang te borgen dat alle speelaanleidingen veilig zijn.
Omdat er een wettelijk inspectieprotocol ontbreekt formuleert de gemeente Horst aan de Maas hiervoor haar eigen richtlijnen. Dit gebeurt in samenspraak
11
met ervaren inspecteurs die de inspectiewerkzaamheden voor de gemeente uitvoeren. Voor speelaanleidingen worden de navolgende risicobepalende factoren hierbij als uitgangspunt genomen: Omgevingsfactoren: sociale veiligheid, water, kans op vandalisme, naastgelegen functies (zoals een drukke weg), etc. Materiaal: scherpe onderdelen, houtrot, giftige beplanting, harde ondergrond etc. Doel moet zijn om het inspectieprotocol voor speelaanleidingen zo in te richten dat potentiele gevaren in relatie tot de geformuleerde risicobepalende factoren tijdig inzichtelijk zijn en preventief ingrijpen mogelijk is. Uitgangspunt hierbij is dat deze technische inspecties gelijk op lopen aan de reguliere inspecties zoals voor speeltoestellen gebruikelijk is. De resultaten worden ook voor speelaanleidingen eenduidig en centraal vastgelegd in het beheersysteem. In figuur I is een stappenplan opgenomen om te duiden welke eisen er zijn voor speeltoestellen en speelaanleidingen in relatie tot de uit te voeren technische inspectie.
Speeltoestel of -aanleiding?
Speeltoestel
Speelaanleiding
Technisch constructiedossier (TCD)
Typeplaatje
Keuring en Certificering
Inspecties o.b.v. TCD
Uitvoeren risico-analyse
Risico's vastleggen
Inspecties o.b.v. vastgelegde risico's
Figuur I: Stappenplan en eisen voor speeltoestellen en speelaanleidingen
Thema 3: Integrale aanpak voor ‘spelen’ Het borgen van een integrale aanpak bij spelen kan op verschillende manieren. De openbare ruimte en de speellocaties sluiten op elkaar aan, waarbij er binnen de gemeentelijke organisatie integraal met elkaar afstemming wordt gezocht. Een ander aspect van de integrale aanpak is het actief betrekken van inwoners bij het ontwikkelen of herinrichten van speellocaties. Ten aanzien van de uitstraling van een speellocatie wil de gemeente, daar waar nodig, afwijken van de vastgelegde beeldkwaliteitsniveaus in de groenstructuurvisie. Dit door positief onderscheidend te zijn: de speellocaties zijn van een hogere beeldkwaliteit dan de directe omgeving. De uitdaging ligt vooral in het blijven betrekken van bewoners bij de aanleg en / of renovatie van speellocaties. Voorbeeld van een participatieproces met bewoners: Bewoners verenigd in een collectief worden uitgenodigd actief een bijdrage te leveren (ideeën, wensen, wat kunnen ze zelf bijdragen?). Verschillende leveranciers (3) wordt gevraagd om hiervoor een plan te presenteren, passend binnen de hiervoor geformuleerde kaders en uitgangspunten. Bewoners maken gezamenlijk een keuze wat als een advies dient richting de gemeente. Elk proces ziet er weer anders uit. Dit is maatwerk en wordt mede bepaald door de opgave en de aan te spreken doelgroep.
Bij aanleg en herinrichting wordt ingezet op actieve informatie door middel van sociale media en/of een brief. Voor het één op één vervangen van een los toestel zal de gemeente geen participatieproces met bewoners opzetten. Thema 4: Circulariteit van speeltoestellen
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
12
De opgave is om een circulaire economie te realiseren. Dit betekent dat afval niet langer bestaat en toegewerkt wordt naar een volledige herbruikbaarheid van materialen. Juist voor speellocaties is dit goed mogelijk. Dit heeft betrekking op: De keuze van in te zetten materialen. De herbruikbaarheid van materialen aan het einde van de levensduur van het speeltoestel. Speelaanleidingen zijn bij uitstek geschikt om in te richten met van elders vrijgekomen materialen. Hiervoor is het mogelijk natuurlijke elementen te benutten, maar ook (afval)producten die vrijkomen in de stad of bij bedrijven. Denk aan stenen (om iets te bouwen), betonelementen, rubber banden, e.d. Om het duurzaam hergebruik van speeltoestellen te borgen, is het zaak om hier voor plaatsing ervan rekening mee te houden, door: Terugname van speeltoestellen onderdeel uit te laten maken van het contract. Bij de materiaalkeuze van speeltoestellen de kans op hoogwaardig hergebruik (%) een bepalende factor te laten zijn. Niet alle materialen zijn hoogwaardig te recyclen. Houten speeltoestellen zijn hiervan een voorbeeld, omdat dit vaak verwordt tot brandhout / biomassa. Het verhogen van de levensduur (en het daarop aanpassen van de economische afschrijvingstermijn) is een passende maatregel om minder afval te produceren.
Om gedurende de levensduur van het speeltoestel te voldoen aan de wisselende speelbehoefte is het toepassen van modulair uit te breiden speeltoestellen het overwegen waard.
13
4
WERKWIJZE EN BEHEERAANPAK
4.1 BEHEER EN ONDERHOUD Het beheer en onderhoud aan speeltoestellen, valondergronden en speelaanleidingen is uiteenlopend, met een onderverdeling in technisch en verzorgend onderhoud. Technisch onderhoud Het technisch onderhoud is erop gericht om veilig spelen te waarborgen. Dit kan alleen wanneer speeltoestellen en speelaanleidingen deugdelijk zijn en valondergronden voldoende dempen. Een speelongeluk is nooit geheel te voorkomen, bepaald is dat de technische staat van het onderhoud hier geen aanleiding voor mag geven. Voor het technisch onderhoud geldt dat er geen onderscheidt wordt gemaakt in kwaliteitsniveaus, maar uitsluitend wordt geïnspecteerd of er technisch wordt voldaan aan wat hierover is voorgeschreven. Uitvoer van deze technische inspectie vindt tenminste jaarlijks plaats, waarvan de resultaten eenduidig worden vastgelegd in het beheersysteem GBI. Eisen aan speeltoestellen / valondergronden Voor speeltoestellen, inclusief de daarbij horende valondergronden, geldt dat voldaan dient te worden aan de eisen die de wet hieraan stelt. Waarbij de kaders worden bepaald door op Europees niveau vastgestelde normen NEN-EN 1176 en NEN-EN 1177.
Vanuit de inspectie wordt een urgentie meegegeven aan herstelmaatregelen: Urgentie 1: Direct repareren vanwege de veiligheidsrisico’s Urgentie 2: Zeer dringend repareren vanwege de veiligheidsrisico’s Urgentie 3: Dringend repareren vanwege de veiligheidsrisico’s en/of de staat van het onderhoud Urgentie 4: In de toekomst repareren of de verwachting dat het toestel in de toekomst onderhoud nodig heeft, dan wel kleine beschadigingen, welke geen risico’s met zich meebrengen. Urgentie 5: Speeltoestel is in orde en behoeft verder voorlopig geen onderhoud of aanpassingen. Eisen aan speelaanleidingen De inspecties van speeltoestellen worden uitgevoerd op basis van het gestelde in NEN-EN 1176. Voor het uitvoeren van de inspectie aan speelaanleidingen hanteert de gemeente Horst aan de Maas echter een eigen inspectieprotocol. Dit protocol is ingericht op de risicobepalende factoren per speelaanleiding. De hieruit voortkomende risico’s wordt per speelaanleiding vastgelegd in het beheersysteem. Door de risico’s inzichtelijk te maken zorgt ervoor dat tijdig en/of preventief ingrijpen mogelijk is. Dit kan leiden tot herstel of het verwijderen van de speelaanleiding.
Een afweging tussen kosten en baten is nodig, waarbij: De veiligheid van speelaanleidingen aantoonbaar geborgd is; Speelaanleidingen met een natuurlijk karakter alleen worden hersteld wanneer de verwachte levensduur tenminste 1 jaar is; De herstelkosten nooit hoger zijn dan de waarde van de speelaanleiding. Met de waarde van speelaanleidingen wordt bedoeld de kosten van de grondstof / het product, aangevuld met de kosten voor transport en plaatsing. In dit beheerplan wordt gerekend met een gemiddelde levensduur van 5 jaar voor speelaanleidingen met een natuurlijk karakter. Hierin is de urgentieduiding (urgentie 1 t/m urgentie 5) zoals gehanteerd wordt voor speeltoestellen overgenomen. Verzorgend onderhoud Het verzorgend onderhoud heeft betrekking op de uitstraling en netheid van speellocaties. Hierbij gaat het over de aanwezigheid van straatvuil, natuurlijk afval, (groene) aanslag, besmeuring door graffiti, e.d. De uitstraling van een plek heeft weinig invloed op de technische kwaliteit ervan, wel kan de beleving en/of het gebruik hierdoor sterk beïnvloed worden. In het verzorgend onderhoud wordt gestuurd op het bereiken van de afgesproken beeldkwaliteit volgens de hierop van toepassing zijnde schaalbalken als opgenomen in de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (2018, CROW). De duiding van kwaliteitsniveaus A+ t/m D komt neer op: Kwaliteit A+: Volledig in orde.
Kwaliteit A: Bijna volledig in orde of zeer kleine beschadigingen etc. Kwaliteit B: Enkele zichtbare mankementen, beschadigingen, lichte scheefstand en/of bevuilt. Kwaliteit C: Meerdere zichtbare mankementen, beschadigingen, scheefstand en/of zwaar bevuilt. Kwaliteit D: Grote mankementen, beschadigingen, zware scheefstand, ontbrekende onderdelen en/of zware bevuiling of bekladding.
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
14
Tabel 4.1: Beheertype i.r.t. keuze beheer en onderhoud
Beheertype
Technisch onderhoud
Verzorgend onderhoud
Speeltoestellen / spelelementen
Conform NEN-EN 1176 / 1177
Beeldkwaliteit
Valondergronden
Conform NEN-EN 1176 / 1177
Beeldkwaliteit
Speelaanleidingen
Inspectieprotocol gemeente
Speellocaties
Beeldkwaliteit i.r.t. de omgeving
4.2 VERVANGEN OF OMVORMEN Wanneer de inrichting vanuit technisch oogpunt niet meer voldoet en/of door onderhoud niet meer kosteneffectief te herstellen is, dan resteert enkel vervanging / herinrichting of rehabilitatie (zie figuur II). Bij vervanging wordt niet automatisch de bestaande situatie één op één vervangen, maar actief aangepast aan de actuele speelbehoefte per doelgroep (leeftijdscategorie 4 tot 12 jaar en/of 12 tot 18 jaar). De inrichting van een speellocatie kan heel divers zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen speeltoestellen / spelelementen, valondergronden en speelaanleidingen. Tabel 4.3 in paragraaf 4.3 verduidelijkt deze indeling met verschillende voorbeelden. In dezelfde tabel is aangeven in welke mate de verschillende onderdelen waar voor mogen komen. Bij herinrichting of vervanging gelden voor de verschillende onderdelen aparte uitgangspunten. Deze zijn in tabel 4.2 verder gespecificeerd.
Figuur II: Onderhoudscyclus speeltoestellen in de openbare ruimte
Onderbouwing Het gehanteerde uitsterfbeleid voor houten speeltoestellen is ingegeven door de behoefte om duurzamer en meer circulair te werken. De gemiddelde levensduur van een houten speeltoestel (10 jaar) is in de praktijk tot 50% lager dan van RVS of kunststof speeltoestellen (20 jaar). Daarbij vergt een houten speeltoestel over het algemeen meer onderhoud en is het aan het einde van de levensduur niet hoogwaardig te recyclen. De meerkosten van een RVS of kunststof speeltoestel ten opzichte van een houten speeltoestel wegen niet op tegen de besparing die dit oplevert t.a.v. het benodigd onderhoud en de verlengde levensduur. Op deze manier draagt de keuze bij aan de betaalbaarheid van spelen in het algemeen binnen de gemeente Horst aan de Maas.
15
Tabel 4.2: Uitgangspunten bij (her)inrichting speellocaties.
Onderdeel
Uitgangspunten
Speeltoestellen (incl. spelelementen)
Valondergronden
Speelaanleidingen
Houten speeltoestellen worden vervangen voor RVS of kunststof speeltoestellen. Speeltoestellen hebben een levensduur van 20 jaar bij normaal gebruik. Bij vervanging van valondergronden met een dempende werking is er keuze uit: 1. Veiligheidsgras (bij valhoogte vanaf 1.50 m) 2. Grasvegetatie (bij valhoogte tot 1.50 m) 3. Zand (uitzondering) Waar geen demping vereist is volstaat het toepassen van elementverharding of vergelijkbaar. Toe te passen grasvegetatie is afgestemd op de beoogde speelbehoefte. Met een indeling / verdeling naar natuurlijke en robuuste speelaanleidingen. Natuurlijke speelaanleidingen inrichten op een levensduur van 5 jaar. Robuuste speelaanleidingen inrichten op een levensduur van 20 jaar.
4.3 RICHTLIJNEN SPEELLOCATIES Voor de inrichting van speellocaties gelden tal van richtlijnen. In de paragraaf ligt de nadruk op de locatiekeuze en de aanwezigheid van speeltoestellen / spelelementen en speelaanleidingen. Dit is in tabel 4.3 verder gespecificeerd en komt uit het beleidsplan Speelruimte 2011. Tabel 4.3: Locatiekeuze en richtlijnen voor de invulling van speellocaties.
Jeugd 4 tot 12 jaar
Jeugd 12 tot 18 jaar
Actieradius
Ca. 300 tot 500 meter
Meer dan 1.000 meter
Niveau
Buurt
Wijk / kern
Minuten lopen
Ca. 5 tot 10 minuten
Ca. 15 minuten (op die plekken waar jongeren verblijven)
Aantal kinderen binnen actieradius
Ca. 85 kinderen
Ca. 100 kinderen
Oppervlakte
500 tot 2.000 m2
1.000 tot 5.000 m2
Speellocaties
3 toestellen / spelelementen
3-4 toestellen / spelelementen
Speelaanleidingen
4 speelaanleidingen / maatwerk (maatwerk = gebaseerd op wens bewoners)
4 speelaanleidingen / maatwerk (maatwerk = gebaseerd op wens bewoners)
Voorbeelden speellocaties
Toestellen / spelelementen: • trapveld • klimtoestel • schommel • kabelbaan • duikelrek
Toestellen / spelelementen: • trapveld • spel-/sportvoorziening • basketbalveld • zitaanleidingen • multifunctioneel toestel
Voorbeelden speelaanleidingen
• betonpoefs / -buizen • boomstammen en keien • hoogteverschillen • bosjes / struiken • zand en water
• betonpoefs / -buizen • banken • muurtjes • glad pad of plein • natuurlijke elementen
Categorieën: Uitgangspunten:
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
16
Een norm voor speelruimte Als er bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken geen gegevens beschikbaar zijn ten aanzien van het type woningbouw en de speelbehoefte (aantallen kinderen + indeling naar leeftijdscategorie), wordt gewerkt met een vaste norm. Dit betekent dat 3% van de totale openbare ruimte wordt benut als in te richten met speelruimte.
4.4 SAMENWERKING MET BEWONERS Onder het integraal invulling geven aan ‘spelen’ schaart de gemeente Horst aan de Maas de bewonersbetrokkenheid. Dit kan betrekking hebben op: Het uitvoeren van het dagelijks beheer en onderhoud van bestaande en/of nieuwe speellocaties; Het meedenken bij renovatie en/of nieuw inrichten van speellocaties. Beheer en onderhoud Bewoners worden uitgedaagd een bijdrage te leveren in het dagelijks beheer en onderhoud van speellocaties. Hierbij gaat het altijd om relatief eenvoudige werkzaamheden, waarvoor geen specifieke (technische) kennis of vaardigheid verreist is. Werkzaamheden kunnen bestaan uit reinigen van speeltoestellen / spelelementen, verfwerkzaamheden, aandraaien bouten, vervangen doppen en dergelijke. Als bewoners bewezen actief zijn kan dit worden uitgebreid met bijvoorbeeld het maaien van grasvegetatie. Als bewoners een bijdrage leveren aan de dagelijkse onderhoudswerkzaamheden dan gebeurt dit altijd in een collectief. Dit kan bestaan uit een buurtvereniging, stichting, dorpsraad, wijkcomité, of vergelijkbaar. De werkzaamheden die aan bewoners worden uitbesteed legt de gemeente vast in een beheerovereenkomst (een voorbeeld is opgenomen in bijlage 9).
Hierin is ook vastgelegd welke vergoeding de gemeente hiervoor geeft, waarbij per type speellocatie als richtlijn geldt: Locatie met meer dan 10 speeltoestellen en/of wijk-dorpsvoorziening: €1.250,- per jaar Locatie met 6 tot en met 10 speeltoestellen: € 750,- per jaar Locatie tot en met 5 speeltoestellen: € 500,- / per jaar Renoveren en inrichten Wanneer een speellocatie (op)nieuw wordt ingericht, worden bewoners actief betrokken. Hierbij worden in eerste instantie de bewoners / de doelgroep die binnen het bereik van de speellocatie vallen uitgenodigd om mee te denken. In tabel 4.3 is dit gedefinieerd als 5-10 (doelgroep 4 tot 12 jaar) en tot maximaal 15 minuten (doelgroep 12 tot 18 jaar) lopen. Dit komt neer op ten hoogste een straal van 1,5 km rondom de (beoogde) speellocatie. Gedurende een eerste bijeenkomst of via het ophalen van input door middel van een enquête, wordt geïnventariseerd wat de wensen, verwachten en speelbehoeften zijn van de doelgroep en de gebruikers. De gemeente toetst de opgehaalde informatie op haalbaarheid en toepasbaarheid. Mede op basis hiervan worden randvoorwaarden opgesteld en een offerte-uitvraag opgesteld.
Hierin worden, naast de inrichting van de speellocatie, ook randvoorwaarden gesteld aan de toe te passen materialen, het onderhoud en de recycling / het gebruik van de inrichting aan het einde van de levensduur en indien van toepassing het beschikbare budget. Passend binnen het gemeentelijk aanbestedingsbeleid, wordt deze uitvraag aan de markt aangeboden. Afhankelijk van de grootte van het aan te besteden bedrag, heeft het de voorkeur om bij 2 á 3 partijen een aanbieding op te vragen. Als onderdeel van de aanbieding verzorgen de partijen een presentatie aan bewoners / de doelgroep/werkgroep en de gemeente. Op onderdelen mogen bewoners een voorkeur uitspreken en kunnen op die manier het proces van besluitvorming beïnvloeden. Streven is dat gemeente en bewoners in consensus tot een besluit komen. Kleinschalig ingrijpen Wanneer één of enkele toestellen vervangen worden dan valt dit onder kleinschalig ingrijpen. In deze gevallen zal de gemeente geen participatieproces inrichten of bewoners hierover actief informeren.
17
4.5 GEGEVENSBEHEER Alleen op basis van de juiste informatie kan adequaat beheer plaatsvinden. Dit betekent dat voor elk beheertype tenminste de hoeveelheid, locatie, beoogde kwaliteit bekend zijn. Deze gegevens worden bijgehouden in het Gemeentelijk Beheer Informatiesysteem (GBI). Wijzigingen van bestaande data kunnen bijvoorbeeld het gevolg zijn van: Aanleg, renovatie, omvorming, herbestemming van speelvoorzieningen; Verandering van na te streven beheerkwaliteit. Het up-to-date houden van deze gegevens vergt een systematische aanpak, met een duidelijke rol- en taakverdeling. De applicatiebeheerder heeft hierin de meest prominente taak en is samen met de buitendienst verantwoordelijkheid voor een actueel databestand. Tabel 4.4: Actie en actiehouder bij het doorvoeren van mutaties in het beheersysteem GBI.
Situatie / type wijziging
Actie
Verwerkingsduur
Bestaande situatie, kleine wijziging (bijv. mutatie speelelement, beheerkwaliteit of werkpakket)
Mutaties worden uitgevoerd door applicatiebeheerder / buitendienst
Ca. 5 dagen na melding / waarneming
Nieuwe situatie (bijv. uitbreiding of aanleg van speellocaties)
Na afronding van aanleg van een speellocatie geeft de projectleider of beheerder opdracht aan de landmeter om het areaal / object in te meten. Landmeters voeren de meting uit en delen de informatie met databeheerder/buitendienst. Beheerder spelen is verantwoordelijk voor dat mutaties in het beheersysteem verwerkt worden (verloopt o.a. via applicatiebeheerder / buitendienst).
Tot 3 maanden
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
18
5
FINANCIELE UITWERKING
5.1 KOSTEN BEHEER EN ONDERHOUD Zoals eerder benoemd bestaat het beheer en onderhoud veelal uit zowel een technisch (veiligheid) als verzorgend (beeldkwaliteit) onderdeel. Voor het bepalen van de kosten voor beheer en onderhoud is gebruik gemaakt van marktconforme tarieven. Tabel 5.1 specificeert de kosten voor zowel technisch als verzorgend beheer en onderhoud, exclusief de uitvoer van inspectie. In bijlage 10 is de onderbouwing van kosten verder gespecificeerd. Het uitvoeren van inspecties wordt uitgevoerd door de eigen buitendienst, onderdeel van het team Openbare Werken. Het uitvoeren van de inspecties tegen marktconforme tarieven is geraamd op een bedrag van afgerond €78.000,- euro. De kosten van inspectie door de eigen buitendienst zijn berekend op afgerond €48.000,-*. Hieruit valt te concluderen dat het tot €30.000,- voordeliger is om het inspectiewerk zelf uit te voeren. * Gerekend is met 0,5 fte inzet voor uitvoer van inspecties. Daarbij uitgaande van een jaarlijkse inzet van 1750 uur per fte tegen een uurtarief van €55,-. Tabel 5.1: Kostenspecificatie voor regulier beheer (excl. inspectie) op jaarbasis.
Onderdeel
Kosten €
Klein onderhoud van (incl. materiaal): a. speeltoestellen
€
22.098
b . speelaanleidingen
€
689
c. valondergronden
€
7.742
Beheersvergoedingen (bewonersparticipatie)
€
18.550
Totaal reguliere beheerkosten (jaarlijks)
€
49.080
5.2 STRUCTURELE VERVANGINGSKOSTEN Het te handhaven speelaanbod in stand houden vergt groot onderhoud en een structurele vervanging van de bestaande inrichting. Beide onderdelen worden vanuit hetzelfde budget bekostigd. Tabel 5.3 duidt de theoretische levensduur van de verschillende beheertypen waarmee gerekend is. In aanvulling hierop zijn dit de belangrijkste uitgangspunten waarmee rekening is gehouden: Een speeltoestel wordt vervangen voor een speeltoestel voor dezelfde doelgroep met vergelijkbaar formaat en/of speelfunctie. Houten speeltoestellen worden altijd vervangen voor een RVS of kunststof speeltoestel. Omdat de nieuw te plaatsen toestellen duurder zijn, is bij deze omvorming gerekend met een toeslag (gerekend is met 150% van de vervangingswaarde van een houten toestel). Met het vervangen van een speeltoestel wordt, indien van toepassing, ook de speelondergrond vervangen. Speelondergronden die korter meegaan dan de levensduur van een speeltoestel (uitgaande van 20 jaar) worden ten hoogste één keer tussentijds vervangen. Indien een speeltoestel, spelelement, speelaanleiding of valondergrond op basis van de theoretische levensduur al vervangen had moeten zijn (periode t/m 2019) dan is deze vervangingsopgave gelijkmatig over de komende 10 jaar (periode 2020 t/m 2029) verspreid.
Bijlage 10 geeft inzicht op de gemiddelde vervangingskosten per jaar op basis van het totaal te behouden speelaanbod, zonder rekening te houden met eventuele achterstanden in de vervangingsopgave. In tabel 5.2 zijn de uitkomsten opgenomen van de vervangingsopgave gedurende de looptijd van dit beheerplan (2020 t/m 2024), waarbij: Bijlage 11 dit specificeert voor de speeltoestellen en -aanleidingen; Bijlage 12 dit specificeert voor de valondergronden.
19
Tabel 5.2: Geplande vervangingskosten periode 2020 t/m 2024
Onderdeel
Kosten €
Vervangen speeltoestellen / speelaanleidingen
€
Niet vervangen (wel opruimen) speeltoestellen / speelaanleidingen
€
4.675
Vervangen valondergronden
€
19.946
Vervangen hekwerken
€
10.000
Totaal vervangingskosten (jaarlijks)
€
172.249
137.628
Tabel 5.3: Levensduur van de afzonderlijke onderdelen.
Beheertype
Levensduur / Termijn van afschrijving
Opmerkingen
Speeltoestellen / spelelementen RVS / kunststof
20 jaar
Hout
10 jaar
Te vervangen voor RVS / kunststof
Valondergronden Veiligheidsgras
20 jaar
Zand
5 jaar
Grasvegetatie
20 jaar
Overige (o.a. rubber tegels)
10 jaar
Tegels / asfalt
20 jaar
Te vervangen voor (veiligheids)gras
Speelaanleidingen Natuurlijk
5 jaar
Paaltjes, wilgenhutten, e.d.
Robuust
20 jaar
Rioolbuizen, keien, e.d.
5.3 KOSTEN EENMALIG INGRIJPEN Eenmalig ingrijpen is nodig wanneer de bestaande situatie niet voldoet aan de vereiste of afgesproken kwaliteit en dit door middel van regulier beheer en onderhoud niet te herstellen is. Het gaat hierbij zowel om het borgen van de technische / functionele veiligheid van de speelvoorziening als de beeldkwaliteit. Ook het geheel van alle speellocaties in relatie tot de directe omgeving is hierin meegenomen. Uit gevoerde gesprekken met de gemeente Horst aan de Maas en de gevoerde schouw blijkt dat: De technische staat van speeltoestellen voldoet aan de wettelijke kaders. De beeldkwaliteit van de speellocaties ruimschoots voldoet aan wat hierover is afgesproken. Alleen de kleurechtheid van speeltoestellen is een punt van aandacht: er sprake van verkleuring. De in het beheersysteem opgenomen speelaanleidingen nog niet zijn geclassificeerd aan de hand van de Reikwijdte van het WAS. Hieruit kan volgen dat: Enkele speelaanleidingen in het systeem zijn om te vormen tot speeltoestel; Voor de rest van de speelaanleidingen een risicoanalyse is op te stellen. Uitvoeren 0-beurt huidige speelaanleidingen Het classificeren van speelaanleidingen (ca. 61 stuks) en de hieruit benodigde keuringen en certificeringen en de uit te voeren risicoanalyses zijn de te maken éénmalige kosten.
De uitkomsten hiervan kunnen effect hebben op het totaal aan reguliere beheer- en onderhoudsmaatregelen.
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
20
Tabel 5.4: Eénmalig te maken uitvoeringskosten.
Onderdeel
Kosten €
Ontwikkelen inspectieprotocol
€
5.000
Classificeren speeltoestellen / speelaanleidingen (ca. 15 stuks)
€
17.000
Uitvoeren WAS inspectie / technische inspectie (ca. 15 stuks)
€
500
Uitvoeren 0-beurt, stelpost
€
2.500
Totaal vervangingskosten (jaarlijks)
€
25.000
Wanneer bij de classificatie naar voren komt dat speelaanleidingen moeten worden omgevormd tot speeltoestel, dient een keuring en certificering conform het WAS plaats te vinden. Indien het een speelaanleiding blijft is een risicoanalyse nodig. In beide gevallen kan het nodig zijn om éénmalig herstelmaatregelen uit te voeren. In een uiterste situatie is herstel niet meer passend en wordt overgegaan tot het verwijderen van de speelvoorziening. Er is vooralsnog geen reden om aan te nemen dat genoemde maatregelen nodig zijn. Voor het uitvoeren van de classificatie, inclusief het keuren en certificeren van 15 speelvoorzieningen en het uitvoeren van een risicoanalyse voor de overige speelaanleidingen, is éénmalig een budget nodig van €22.500,-. De kosten zijn in de eerste drie regels van tabel 5.4 verder gespecificeerd.
5.4 KOSTEN IN RELATIE TOT BESCHIKBAAR BUDGET Het beschikbaar budget jaar bedraagt €150.210,-. Zoals uit tabel 5.5 blijkt is dit onvoldoende toereikend om het beheer en onderhoud (incl. vervanging) van het te behouden speelaanbod uit te voeren. Met beschikbaarheid van deze financiële middelen werken we toe naar een speelaanbod die aansluit bij de behoefte en gemaakte afspraken. Het vervangen van houten toestellen voor metalen / kunststof toestellen heeft hierbij prioriteit. De eenmalig te maken kosten van €25.000,- is nodig om de kwaliteit en veiligheid (en de registratie hiervan) te borgen. Gerekend is met besteding hiervan in 2020.
Tabel 5.5: Jaarkosten i.r.t. jaarbudget.
Onderdeel / kosten jaar Budget Regulier (klein) onderhoud Vervangingskosten Eenmalige kosten Resultaat per jaar
beheerjaar 1 <------------------------------------------------> beheerjaar 5 jaar 2020 jaar 2021 jaar 2022 jaar 2023 jaar 2024 € 150.210 € 150.210 € 150.210 € 150.210 € 150.210 € -49.080 € -49.080 € -49.080 € -49.080 € -49.080 € -172.249 € -172.249 € -172.249 € -172.249 € -172.249 € -25.000 € -96.119 € -71.119 € -71.119 € -71.119 € -71.119
Extra duiding Een groot deel van de geplande vervangingsopgave (ca. €65.000,-) is jaarlijks nodig om de opgelopen achterstand ten behoeve van de uitvoering uitgestelde vervanging in te lopen (o.b.v. bijlage 11 en 12). Deze uitgestelde vervangingsopgave is een theoretische benadering op basis van vaste termijnen van afschrijving. In de praktijk wordt alleen vervangen, wanneer de speelvoorziening technisch niet meer voldoet / niet veilig is en dit door klein onderhoud niet te herstellen is. Uit de gevoerde inspectie blijkt geen noodzaak te vervangen op basis van economische afschrijving. Wanneer we uitgaan van de gemiddelde vervangingskosten voor het totaal te behouden speelaanbod (incl. verwijderen wat niet te handhaven is), dan komt dit neer op jaarlijks afgerond €153.000,-. Dit bedrag is te herleiden uit het overzicht in bijlage 10, gebaseerd op dezelfde onderdelen als opgenomen in tabel 5.2. In relatie tot het kostenoverzicht opgenomen in tabel 5.5 resulteert dit in een structureel tekort van afgerond €50.000,-.
21
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
6.1 CONCLUSIES Veel gaat goed, waarbij de acties uit het vorige speelbeheerplan, in lijn met het speelbeleid, concreet opvolging hebben gehad. De beeldkwaliteit van speellocaties is in vergelijking met andere gemeenten hoog. Circa 2/3 deel wordt onderhouden op beeldkwaliteit A. Gegeven de omlooptijd van speeltoestellen, valondergronden en speelaanleidingen zijn niet alle reeds in gang gezette maatregelen al volledig geëffectueerd. Door het vervangen van houten speeltoestellen voor RVS / kunststof speeltoestellen aan het einde van de technische levensduur, wordt een positieve slag gemaakt ten aanzien van het beperken van kosten en het leveren van een duurzame bijdrage waarbij gelet op de circulariteit van grondstoffen. Dit speelbeheerplan reikt concrete handvatten en uitwerkingen aan om deze beheeraanpak de komende jaren verder voort te zetten. Het totaal aan benodigde kosten voor beheer en onderhoud, dit inclusief het structureel vervangen, past niet binnen het beschikbare budget. Het geeft eveneens invulling aan de beoogde bezuinigingsopgave. De voornaamste reden hiervoor zijn: Een deel van het huidige speelaanbod komt op termijn te vervallen (wordt niet actief vervangen); Bij vervanging van houten speeltoestellen wordt gekozen voor een variant die veel langer meegaat; De variatie in valondergronden wordt verder beperkt, nieuwe valondergronden gaan langer mee.
6.2 AANBEVELINGEN De navolgende aanbevelingen kunnen een bijdrage leveren aan het optimaliseren van het speelbeheer en/of geven invulling aan actuele ontwikkelingen: 1.
Ontwikkelen inspectieprotocol speelaanleidingen Voor speelaanleidingen is er nog geen inspectieprotocol. In dit speelbeheerplan is aangegeven welke risicofactoren hierin sturend zijn. Dit wordt per speellocatie bepaald en vastgelegd in het beheersysteem GBI. Financieel is hiermee in dit beheerplan al rekening gehouden. Het is van belang om dit in de praktijk zo spoedig invulling te geven, met de aanvang van het speelseizoen 2021 als deadline.
2.
Uitwisselen van inspecteurs met buurgemeenten Uitwisseling van inspecteurs met buurgemeente (denk aan gemeente Peel en Maas). Dit om de objectiviteit en daarmee ook de kwaliteit van de inspecties te verhogen. Bovendien geeft dit de inspecteurs meer variatie in werklocaties, wat bij kan dragen aan meer werkbeleving en -plezier.
3.
Op dit moment circuleert er, naast het Gemeentelijk Beheerinformatiesysteem, een analoge hoeveelhedenlijst. Hierdoor is er een verschil in aantallen en hoeveelheden geconstateerd. Het dient de aanbeveling om de analoge lijst op te heffen en het digitale systeem volledig te vullen met de aanwezige gegevens.
4.
Gemeentebreed anticiperen op PFAS De afkorting PFAS staat voor poly- en perfluoralkylstoffen. Dit zijn door de mens gemaakte stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. PFAS zijn in veel producten toegepast. Daardoor, en door emissies en incidenten, zijn deze stoffen in het milieu terechtgekomen en zitten nu onder andere in de bodem, in bagger en in het oppervlaktewater. Voor spelen is dit met name relevant wanneer valondergronden vervangen moeten worden en dit leidt tot af te voeren grond. Omdat de grenswaarden zijn bijgesteld wordt grond veel eerder als ‘verontreinigd’ gekwalificeerd. Dit resulteert in een toename van de afvoerkosten. Dit is niet alleen een probleem van spelen, maar raakt alle onderdelen van de buitenruimte waarbij grond als afvalstof vrijkomt.
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
22
Aanbevolen wordt om gemeentebreed inzichtelijk te maken wat de kwaliteit van de bodem is i.r.t. PFAS en dit vast te leggen op een bodemverontreinigingskaart. Aanvullend hierop dient rekening te worden gehouden met een toename van afvoerkosten van €75,- per m3 grond. In de gemaakte doorrekeningen in dit speelbeheerplan is met deze extra kosten geen rekening gehouden. Reden hiervoor is dat dit naar verwachting een tijdelijk karakter heeft.
23
BIJLAGEN BIJLAGE 1:
STROOMSCHEMA REIKWIJDTENOTITIE WAS
Om te kunnen bepalen of een speelvoorziening onder het WAS valt, is er de Reikwijdtenotitie WAS. Hieronder is het stroomschema getoond dat onderdeel uitmaakt van de reikwijdte. Hiernaast gaat de reikwijdte in op wat een direct speeltoestel en wat een indirect speeltoestel is. In principe is het zo dat als uit het stroomschema volgt dat de speelvoorziening niet onder het WAS valt, het een speelaanleiding is. Bij twijfel moet de vraag worden voorgelegd aan het AKI-overleg, dit is een aangewezen keurende instelling.
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
24
BIJLAGE 2:
UITGEBREIDE HOEVEELHEDENLIJST
Overzicht van speeltoestellen, valondergronden en speelaanleidingen, zoals ontleend aan het beheersysteem GBI op 18 augustus 2019. Een samenvatting van dit totaaloverzicht is opgenomen in paragraaf 3.1.
Rijlabels Beukenhof kabelbaan klimmen zand/waterspel Buurt sport Dorpsraad schommelen Dorpsraad Swolgen combitoestel Dr Griendtsveen sport Groengroep Sevenum balans kabelbaan speelaanleiding (robuust) kindcentrum klimmen speelaanleiding (robuust) Stg. Berkelsbroekpark combitoestel Stg. De Braak combitoestel schommelen speelaanleiding (natuurlijk) Stg. Hof te Berkel combitoestel sport wip/veerelement Stg. Os Speulplekske balans schommelen wip/veerelement zand/waterspel Tennisclub Grubbenvorst combitoestel Wijkcie In de Riet sport Eindtotaal
Aantal 3 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 4 2 1 1 2 1 1 1 1 3 1 1 1 6 2 3 1 6 1 1 2 2 1 1 2 2 32
Rijlabels Gemeente Horst a/d Maas balans combitoestel duikelen/draaien glijden kabelbaan klimmen schommelen speelaanleiding (natuurlijk) speelaanleiding (robuust) speelhuisje sport springen wip/veerelement zand/waterspel Eindtotaal
Aantal 640 18 83 50 42 6 12 61 30 28 16 142 8 109 35 640
25
BIJLAGE 3:
SPEELVOORZIENINGEN VS. MATERIAAL
Dit betreft een schematische weergave van het totaaloverzicht van speeltoestellen, valondergronden en speelaanleidingen, zoals ontleend aan het beheersysteem GBI op 18 augustus 2019. In dit schema is de relatie gelegd tussen het type speeltoestel en het hiervoor gebruikte materiaal. Verreweg het grootste deel van de speelvoorzieningen is vervaardigd uit metaal en kunststof. In lijn met dit speelbeheerplan zal dit in de navolgende jaren verder toenemen.
diverse klimmen sport zand/waterspel hout balans combitoestel duikelen/draaien glijden kabelbaan schommelen speelhuisje sport wip/veerelement zand/waterspel kunststof balans combitoestel duikelen/draaien glijden schommelen speelhuisje springen wip/veerelement zand/waterspel
32 1 18 13 112 10 28 10 5 3 12 6 9 23 6 141 4 31 7 7 6 10 5 55 16
metaal balans combitoestel duikelen/draaien glijden kabelbaan klimmen schommelen sport springen wip/veerelement zand/waterspel metaal / hout zand/waterspel metaal / kunststof combitoestel sport nvt Balans onbekend Balans Combitoestel duikelen/draaien Klimmen wip/veerelement (leeg) Combitoestel sport Eindtotaal
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
301 4 27 32 30 5 12 46 107 3 33 2 1 1 2 1 1 1 1 6 2 1 1 1 1 15 1 14 611
26
BIJLAGE 4:
RESULTATEN INSPECTIE SPEELTOESTELLEN
Score per gemeten onderdeel bij speellocaties: 120 100 80 60 40 20 0 Beplakking en graffiti: Som van D Som van C
4 1
Som van B Som van A Som van A+
12 80 6
Dekking van Deuken en de Bevuiling KleurechtheidScheefstand Volledigheid gaten coating/foli e en krassen 1 0 0 1 0 3 2 4 3 7 1 1 22 76 2
20 78 1
4 93 3
42 52 1
1 98 3
0 98 1
WAS 0 0 0 103 0
Goed scorende speeltoestellen:
27
Minder goed scorende speeltoestellen:
Graffiti op toestellen
Speeltoestel en speelaanleiding met loslatende coating en verf
Natuurlijke aanslag op speeltoestellen
Beheerplan Speelruimte 2020-2024
28
BIJLAGE 5:
SCHAALBALKEN VALONDERGRONDEN
29
BIJLAGE 6:
RESULTATEN INSPECTIE VALONDERGRONDEN
Score per gemeten onderdeel bij valondergronden: 120 100 80 60 40 20 0 Som van D Som van C
Gras 0 3
Kunstgras 0 1
Rubbertegels 0 1
Zand 1 1
Som van B Som van A Som van A+