CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

09c Nota Grondbeleid HadM 2025

Gemeenteraad 11 maart 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Nota Grondbeleid.11.834 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Badkuip voorinvesteringen Kosten Opbrengsten

O.a. grondaankoop, onderzoeken, planologische procedure, plankosten, bouwrijp maken en na gronduitgifte woonrijp maken

Boekwaarde

Figuur 7 Voorbeeld verloop cashflow grondexploitatie

Risicomanagement Minimaal één keer per jaar voert de gemeente een risicoanalyse uit. Dit gebeurt binnen de geldende financiële en ruimtelijke (beleids)kaders. Bij het openen van een grondexploitatie en bij de tussentijdse herziening van een grondexploitatie maakt de gemeente ook altijd een risicoanalyse. Het risicomanagement omvat het identificeren van risico’s, waarbij de kans van optreden en de mogelijke financiële gevolgen worden ingeschat. Bij het identificeren van de mogelijke risico’s wordt onderscheid gemaakt tussen: • Projectoverstijgende risico’s, die bijvoorbeeld te maken hebben met macro-economische ontwikkelingen; • Projectspecifieke risico’s. De eerste stap omvat het identificeren van de risico’s. Daarna wordt berekend wat de mogelijke financiële effecten op de grondexploitaties zijn. Als een grondexploitatie beschikt over voldoende winstpotentie, dan worden de risico’s hiermee opgevangen. Als het geprognosticeerde resultaat ontoereikend is en het resultaat van de grondexploitatie negatief wordt als een risico zich voordoet, dan wordt hiervoor een beroep gedaan op de hiervoor ingestelde reserve ARGE (algemene reserve grondexploitaties). Op het moment dat het risico zich ook daadwerkelijk voordoet, dan vindt een bijdrage vanuit de ARGE plaats waardoor het resultaat van de grondexploitatie neutraal wordt.

Deze methodiek wordt ook toegepast als een grondexploitatie om andere redenen negatief is.

29

Tussentijdse winstneming De tussentijdse winstneming wordt genomen volgens de percentage of completion (POC) methode die is voorgeschreven door het BBV. Deze winstneming wordt gestort in de POC-reserve. Er bestaat namelijk een risico dat deze tussentijdse winstneming op een later moment weer gecorrigeerd moet worden. Op het moment dat een grondexploitatie wordt afgerond of als voldoende zekerheid is over het resultaat, wordt de winstneming gestort in de ARGE. Als de stand van de ARGE beneden de ondergrens komt van de vastgestelde bandbreedte (te weten € 1,7 miljoen), dan wordt de reserve aangevuld uit de algemene reserve. Omgekeerd geldt ook. Mocht er een overschot in de ARGE zitten, dan wordt deze in de algemene reserve gestort (bovengrens is € 2,7 miljoen).

Tussentijdse winstneming Storting en onttrekking per grondexploitatie

POC-RESERVE

GRONDEXPLOITATIES Afd

ekk

ing

te

ver

Bij afronding of bij zekerheid tussentijdse winstneming

wa

cht

en

ver

lies

/ris

ico ’s

ALGEMENE RESERVE GRONDEXPLOITATIES

ALGEMENE RESERVE VRIJ AANWENDBAAR

Figuur 8 Financiële stromen grondexploitaties

30

31

8. Verantwoording en governance De raad heeft een kaderstellende en controlerende rol. Het college zorgt voor de uitvoering en doet dit binnen de kaders die de raad stelt. Het college legt verantwoording af over de uitvoering van het grondbeleid. De verantwoording is een onderdeel van de jaarlijkse P&C-cyclus. Het college informeert de raad op twee momenten per jaar over de uitvoering van het grondbeleid, namelijk bij de begroting en bij de jaarrekening (onderdeel paragraaf grondbeleid). Dit is conform de BBV-regels.

GRONDBELEID FINANCIEEL VOORBEREIDINGSKREDIET GRONDEXPLOITATIES VERWERVING

GRONDUITGIFTE (GROND)PRIJZEN KOSTENVERHAAL SAMENWERKING

Bij privaatrechtelijke rechtshandelingen die ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de gemeente, geeft het college de raad vooraf de mogelijkheid om wensen en bedenkingen in te brengen9.

RAAD

COLLEGE

Vaststellen nota grondbeleid. Controleren uitvoering door college (paragraaf grondbeleid bij begroting en jaarrekening). Vaststellen (tussentijdse) winst- en verliesneming, beschikken over reserves en voorzieningen. Beschikbaar stellen voorbereidingskrediet. Openen en vaststellen nieuwe grondexploitaties met een raadsbesluit, herzien en afsluiten van grondexploitaties. Budgetrecht grondaankopen met uitzondering van strategische verwerving tot € 500.000,= Beschikbaar stellen van het budget voor strategische aankopen RSAV. Beschikbaar stellen van budget voor het exploiteren van strategische verwervingen.

Uitvoeren grondbeleid. Verantwoording afleggen uitvoering (paragraaf grondbeleid bij begroting en jaarrekening).

Bestendigen van een voorkeursrecht. Nemen van een onteigeningsbeschikking. Nemen van een voorbereidingsbesluit. Vaststellen kaders gronduitgifte als onderdeel nota Grondprijsbeleid. Vaststellen kaders (grond)prijzen als onderdeel nota Grondprijsbeleid. Vaststellen van de Grondprijsbrief en grondprijzen. Vaststellen omgevingsprogramma kostenverhaal en financiële bijdragen

Besluit tot het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon of het deelnemen hierin.

Uitvoeren plannen waarvoor voorbereidingskrediet is verstrekt. Uitvoeren grondexploitaties en afronden van afgesloten grondexploitaties. Strategische verwerving tot een bedrag van € 500.000,= per transactie, bij hogere koopsommen wordt vooraf het seniorenconvent geïnformeerd.

Planmatige verwervingen. Voorvestigen van een voorkeursrecht.

Vaststellen van uitvoeringskaders gronduitgifte (inclusief selectieprocedures, tenders), vaststellen algemene verkoopvoorwaarden. Vaststellen prijzen voor pacht, erfpacht, andere zakelijke rechten en huur. Sluiten intentie-, anterieure en posterieure overeenkomsten en in rekening brengen kostenverhaalsbijdragen binnen kaders omgevingsprogramma kostenverhaal en financiële bijdragen en nota Grondbeleid. Aangaan van samenwerkingsovereenkomsten.

32 9

Gemeentewet artikel 169 lid 4

Bijlagen

Bijlage 1. Toelichting instrumenten Voorkeursrecht Een gemeente kan het voorkeursrecht inzetten om een (wettelijke) voorkeurspositie in te nemen in de grondmarkt (inclusief vastgoed, dus opstallen). Het voorkeursrecht is een passief verwervingsinstrument. Zolang de grondeigenaar niet wenst te verkopen, gebeurt er niets. Het voorkeursrecht dwingt geen verkoop aan de gemeente af. Na vestiging van het voorkeursrecht, moet de eigenaar als hij zijn grond wil verkopen deze grond als eerste aan de gemeente te koop aanbieden. Hierdoor kan de gemeente de gronden tegen een marktconforme prijs en onder marktconforme voorwaarden aankopen.

Wanneer zet de gemeente het voorkeursrecht in? Een gemeente kan het voorkeursrecht vestigen als zij voorziet dat private partijen gronden om prijsopdrijvende redenen aan willen kopen. Dus om speculatie te voorkomen. Of als de gemeente door grondaankopen regie op de ontwikkeling wil behouden, wanneer de ontwikkelaars door voorgenomen aankopen de positie van de gemeente in het gebied kunnen aantasten. Daarnaast kan de gemeente haar voorkeursrecht ook inzetten om een plek aan de onderhandelingstafel te krijgen. In dit geval gebruikt de gemeente haar voorkeursrecht niet om eigenaar van de grond te worden, maar regie te houden op de verkoop van de grond door de grondeigenaar. Zo stuurt de gemeente vanuit een passief verwervingsinstrument op de partij die de grond wil aankopen en kan zij met deze partij aan de voorkant afspraken maken over het resultaat dat zij met de grond wil bereiken, zonder hiervoor eigenaar te worden en het (financiële) risico te dragen. Het gebruik van het voorkeursrecht om een grondpositie of onderhandelingspositie in te nemen, is alleen uitvoerbaar als: 1. de gemeente vooraf een duidelijk doel heeft voor de gronden; 2. een aankoopbudget beschikbaar stelt; 3. er bestuurlijk draagvlak is om de grond aan te kopen als de grondeigenaar de grond aanbiedt.

Vestigen van voorkeursrecht

10

Een gemeente kan het voorkeursrecht vestigen als zij voor de betreffende gronden een andere functie of activiteit beoogt. Er dient een concrete vestigingsgrondslag te bestaan. Deze grondslag geeft concreet inzicht in de voorziene functiewijziging van de grond. De functiewijziging is al toebedeeld in een omgevingsplan, een omgevingsvisie of een omgevingsprogramma. Als dit nog niet het geval is, kan de gemeente door middel van een gemotiveerde voorkeursbeschikking een functie toedelen aan een perceel grond.

10 11 12

Artikel 7.1 Ob Artikel 9.12 lid 1 Ow Artikel 9.13 Ow

Het vestigen en bestendigen van een voorkeursrecht gaat gepaard met verplichte stappen en termijnen. Denk hierbij aan de publicatie van het voorkeursrecht, het informeren van de grondeigenaren met een aangetekende brief, het inschrijven in de basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke beperkingen (o.b.v. de Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke beperkingen) etc. Belanghebbenden kunnen een zienswijze, bezwaar of beroep indienen. In onderstaand schema is de maximale duur van een voorkeursrecht weergegeven. De werkelijke termijn is afhankelijk van wanneer de stappen daadwerkelijk gezet worden.

Duur voorkeursrecht Actie

Termijnen

Voorlopig voorkeursrecht (collegebesluit)

3 maanden

Zelfstandige voorkeursbeschikking (raadsbesluit)

3 jaar

Omgevingsvisie of omgevingsprogramma

3 jaar

Omgevingsplan

5 jaar

Beschikking tot verlenging voorkeursrecht op grond van omgevingsplan

5 jaar

Figuur 9 Schema duur voorkeursrecht onder Omgevingswet

Aanbieding grondeigenaar Als de grondeigenaar de grond waar een voorkeursrecht op rust wenst te vervreemden dan moet hij dit eerst aanbieden aan de gemeente. De grondeigenaar nodigt het college uit om in onderhandeling te treden over de aankoop van zijn grond11. De gemeente moet dan binnen zes weken12 met een collegebesluit laten weten of zij in beginsel de grond wil aankopen. De onderhandeling over de grondaankoop begint dan. De onderhandeling is niet aan een termijn gebonden. Op deze aanbiedingsplicht als bedoeld in artikel 9.7 Omgevingswet gelden een aantal wettelijke uitzonderingen. Deze zijn opgenomen in artikel 9.8 en 9.9 Omgevingswet. De uitzondering op de aanbiedingsplicht geldt voor vervreemding: • Aan de echtgenoot of de geregistreerd partner, aan bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn tot in de tweede graad of aan een pleegkind dat duurzaam als een eigen kind is onderhouden en opgevoed; • Vanwege de verdeling van een gemeenschap; • Vanwege een uiterste wilsbeschikking;

34

• Vanwege een overeenkomst met een gemeente, een waterschap, een provincie, de Staat of een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen publiekrechtelijk lichaam of in het algemeen belang werkzame rechtspersoon; • Vanwege een verkoop op grond van een wettelijke bepaling, een rechterlijk bevel of een executoriale verkoop; • Vanwege een overeenkomst aangegaan met een pachter die op die zaak op het tijdstip van inwerkingtreding van de voorkeursrechtbeschikking een voorkeursrecht had. Ook geldt de aanbiedingsplicht niet indien de grondeigenaar met een derde een koopovereenkomst heeft gesloten voordat de voorkeursrechtbeschikking bekend is gemaakt en deze koopovereenkomst is ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. De bescherming geldt dan voor 6 maanden, te rekenen vanaf de dag van de inschrijving van de koopovereenkomst in het openbare register.

Prijsvaststelling Als de gemeente en grondeigenaar geen overeenstemming bereiken over de prijs, dan kan de grondeigenaar de gemeente verzoeken om de rechtbank te vragen om een prijsvaststellingsprocedure13 te starten. De rechtbank benoemt dan deskundigen die de werkelijke waarde14 vaststellen. Na het vonnis van de rechtbank heeft de grondeigenaar de keuze om tot verkoop over te gaan. Als een grondeigenaar besluit om het verkoopproces te staken, blijft het voorkeursrecht gevestigd op deze gronden. De gemeente kan op basis van het voorkeursrecht de grondeigenaar niet dwingen om verder te gaan met het verkoopproces. Als de gemeente niet meewerkt aan een prijsvaststellingsprocedure of hierover geen besluit heeft genomen, dan kan de grondeigenaar de rechtbank verzoeken om te bepalen dat de gemeente medewerking verleent aan de eigendomsoverdracht.

Haalbaarheid: ontwikkelmogelijkheden en businesscase Om een gedegen besluit te kunnen nemen om voorkeursrecht te vestigen, is het essentieel om de ontwikkelmogelijkheden en businesscase helder te hebben. Wat voor (woningbouw)programma kan er gerealiseerd worden? Wat is het globale financiële plaatje? En wat zijn de risico’s? Na het bestendigen van het voorkeursrecht kan een integrale projectgroep de haalbaarheid van de locatie nader onderzoeken en een ontwikkel- en verwervingsstrategie opstellen.

Gemeente koopt niet aan Als de gemeente niet overgaat tot aankoop, nadat de grondeigenaar zijn gronden aan de gemeente heeft aangeboden, dan is de grondeigenaar gedurende een periode van drie jaar vrij om zijn grond aan derden te verkopen. Het voorkeursrecht als grondbeleidsinstrument verliest dan zijn waarde. Bovendien kan het een stimulans zijn voor andere grondeigenaren om hun met voorkeursrecht belaste gronden ook aan te bieden aan de gemeente, in de hoop dat de gemeente deze gronden ook niet wil aankopen en zodoende het voorkeursrecht vervalt.

13 14

Artikel 9.16 Ow Conform artikel 15.21 tot en met 15.25 Ow

Onteigening De toepassing van het instrument onteigening geldt als laatste redmiddel. Onteigening kan alleen worden toegepast als is voldaan aan de criteria van onteigeningsbelang, noodzaak en urgentie. Om aan het onteigeningsbelang te voldoen moet het ruimtelijk initiatief mogelijk zijn gemaakt in een vastgesteld omgevingsplan, projectbesluit of een verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De toekomstige vorm van ontwikkeling moet hierbij afwijken en is zelfs in de nieuwe situatie uitgesloten. In de onteigeningsprocedure wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het bestuursrechtelijke spoor en het privaatrechtelijke spoor. Het bestuursrechtelijke spoor regelt de eigendomsovergang. De gemeenteraad krijgt in dit publiekrechtelijke spoor een meer prominente rol. Zij neemt de onteigeningsbeschikking nadat de belanghebbenden hun zienswijze kenbaar hebben kunnen maken. De gemeenteraad legt de onteigeningsbeschikking ter bekrachtiging voor aan de bestuursrechter. De belanghebbenden kunnen bij de bestuursrechter bedenkingen indienen. Hoger beroep is bij de Raad van State. De eigendomsoverdracht vindt bij notariële akte plaats. De hoogte van de schadeloosstelling volgt het privaatrechtelijke spoor. De gemeente verzoekt de civiele rechter na bekendmaking van de onteigeningsbeschikking om de schadeloosstelling vast te stellen.

Bij een planmatige verwerving kan een zogenaamd “tweesporenbeleid “een uitkomst bieden. Het “tweesporenbeleid” wil zeggen dat de grondverwerving als het ware wordt beschouwd als een onteigening. Het doel blijft altijd om minnelijk overeenstemming te bereiken. Maar blijft deze overeenstemming uit dan kan Horst aan de Maas het middel van onteigening inzetten. Het “tweesporenbeleid” geeft hierin structuur: op de achtergrond worden de voorbereidingen voor een onteigening getroffen. Het onteigeningsdossier wordt in orde gemaakt zodat de gemeenteraad efficiënt de onteigeningsbeschikking kan nemen als duidelijk wordt dat minnelijke aankoop niet lukt. Dit voorkomt onnodig tijdsverlies. Het tweesporenbeleid zorgt er ook voor dat het verwervingsproces en de onderhandeling met de grondeigenaren kaders krijgt. De kaders van de volledige schadeloosstelling als basis voor het aanbod aan de grondeigenaren is het uitgangspunt. De onderhandeling zal binnen die kaders lopen. De grondeigenaar weet daarmee wat hij kan verwachten en waar hij wettelijk recht op heeft. Die kaders bepalen ook of de onderhandeling binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid verlopen. Het maakt voor de gemeente dan ook snel inzichtelijk of een grondverwerving kansrijk is of niet. De keuze om over te gaan tot een onteigening wordt hiermee beter onderbouwd.

Met een “tweesporenbeleid” (en daarmee een onteigeningsprocedure achter de hand) wordt vaak bereikt dat de onderhandeling zich concentreert op de werkelijke waarde van de eigendommen en de schade die de eigenaar leidt als gevolg van de verwerving. Het feit dat de onteigening concreet kan worden ingezet, werkt mee aan genormaliseerde verhoudingen aan de onderhandelingstafel en de uitgangspunten waarover de partijen in overleg zijn.

35

Een aanbod op volledige schadeloosstelling is gebaseerd op een geldelijke vergoeding. De gemeente laat de werkelijke waarde van de eigendommen taxeren en maakt een inschatting van de schade die voortvloeit uit de grondverwerving. De grondeigenaar heeft recht op zelfrealisatie. Als hij binnen de door de gemeente gestelde kaders de nieuwe functie of activiteit zelf kan realiseren, dan is onteigening niet aan de orde. In het verwervingsproces en de hieraan voorafgaande aankoopstrategie, moet de gemeente dus een inschatting maken in hoeverre de grondeigenaar daadwerkelijk in staat is om zelf de functie of activiteit te realiseren. Dit toetst de gemeente aan de hand van e kwalitatieve en kostenverhaalregels in het omgevingsplan. Als de gemeente twijfelt aan de zelfrealisatie door de grondeigenaar, doet zij er verstandig aan om het “tweesporenbeleid” te starten en uit te gaan van grondverwerving.

Gronduitgifte Horst aan de Maas kiest voor uitgifte in volle eigendom. De vestiging van zakelijke rechten en uitgifte in erfpacht zijn uitzonderingen op het uitgangspunt. Huur en bruikleen gebruikt de gemeente op het moment dat zij (economisch) eigenaar van de grond wil blijven met het oogmerk dat de grond op een later moment weer beschikbaar komt. Voor de gronduitgifte gebruikt de gemeente de openbare selectieprocedure volgens de uitgangspunten van het gelijkheidsbeginsel en in lijn met de jurisprudentie uit het Didam-arrest.

Uitgangspunt: openbare selectieprocedure De gemeente stelt als uitgangspunt dat het voornemen tot uitgifte bekend wordt gemaakt door middel van een openbare publicatie. Uitgifte van grondposities en de vestiging van zakelijk rechten zijn transparant en worden onder door de gemeente gestelde objectief toetsbare, transparante en redelijke selectiecriteria gepubliceerd.

Uitzondering: één op één uitgifte Van een openbare selectieprocedure kan worden afgezien. De gemeentelijke onroerende zaak wordt dan één op één aan een gegadigde gegund. Dit kan alleen indien bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de uitgifte tegen een marktconforme of beleidsmatig vastgestelde uitgifteprijs.

Situaties waarbij gemeentelijke uitgifte van onroerende zaken kan plaatsvinden zonder dat daaraan voorafgaand een openbare selectieprocedure wordt gehouden zijn bijvoorbeeld (niet limitatief): Woningbouwcorporaties (toegelaten instelling) • Voorgenomen transacties op grond van de (wettelijke) taak van de corporatie, algemene, maatschappelijke en ruimtelijke doelen, prestatieafspraken met gemeente, toewijzingsbeleid, doelgroepen voor ontwikkeling van huisvesting voor sociale huurwoningen onder de huurliberalisatiegrens en/of starters koopwoningen of andere specifieke doelgroepen. Gemeentelijk beleid • Preferente partners met (wettelijk) aan hen opgedragen taak voor culturele-, sociale-, maatschappelijke doeleinden met ervaring van vestiging van een doelgroep, waaronder sportclubs, onderwijs, nutsvoorzieningen, cultuur- of buurtverenigingen. Uitvoering eerder aangegane overeenkomsten • Bestaande rechten, waaronder verlenging of in de plaats stelling van een overeenkomst, een eerste recht van koop, (herhuisvesting van) zittende huurders/gebruikers; • Gesloten bouwclaimovereenkomsten met marktpartijen: deze marktpartijen hebben een substantieel deel van de gronden binnen het projectgebied in eigendom en er is sprake van inbreng van onroerende zaken door een gegadigde, welke gegadigde daardoor vervolgens rechten verkrijgt op de verkrijging van gemeentelijke onroerende zaken.

Openbaar belang • Gegadigden met een positie, die bereid en in staat zijn om in samenhang tot zelfrealisatie over te gaan van de ontwikkeling ten behoeve van integrale gebiedsontwikkeling. Sprake kan bijvoorbeeld zijn van versnipperd eigendom of een (complexe) binnenstedelijke transformatie waar publiek-private samenwerking noodzakelijk is om tot een haalbare en succesvolle gebiedsontwikkeling te komen. Hiervoor kan ook vervangend onroerend goed als gevolg van verwerving door gemeente van onroerende zaken vanwege een beleidsmatig wenselijke of wettelijke verplichtende verplaatsing noodzakelijk zijn. • Transacties (inclusief ruil en in gebruik geven) met eigenaren van onroerende zaken in een gebied die benodigd zijn voor de realisatie van beleids-/ruimtelijke doelstellingen. • Direct belang: aangrenzend karakter van onroerend goed, reststroken van gronden van gegadigden en snippergrond.

36

Vestigen van zakelijk rechten Uitgifte in volle eigendom is het uitgangspunt van de gemeente. De gemeente kan hierop een uitzondering maken en sluit daarom in voorkomende gevallen niet uit om te kiezen voor het vestigen van zakelijk rechten, zoals erfpacht of recht van opstal. Bijvoorbeeld als de gemeente regie wil houden op de grond en het gebruik hiervan. Uitgifte in erfpacht en het vestigen van recht van opstal is maatwerk. De condities en vestigingsvoorwaarden zijn afgestemd op marktconforme en redelijke uitgangspunten. De canon of retributie bepaalt het college aan de hand van de marktconforme grondprijs en rentepercentage (canon/retributie).

Huur, bruikleen en pacht De gemeente kan gronden die zij in eigendom heeft, verhuren in bruikleen geven of (geliberaliseerd) verpachten. Dit zijn passende instrumenten als de gemeente bijvoorbeeld relatief snel weer over de grond wil kunnen beschikken of als ze de grond tijdelijk in gebruik geeft vooruitlopend op een definitieve functie of activiteit of ontwikkeling. Indien de gemeente een huurovereenkomst sluit, voorkomt de gemeente in beginsel dat de huurder niet-eindigbare huurrechten krijgt. Huurrechten kunnen ervoor zorgen dat het instrument zijn doel voorbij schiet. Hetzelfde geldt voor het sluiten van een pachtovereenkomst. De gemeente sluit een geliberaliseerde overeenkomst voor een vaste periode, waardoor deze niet automatisch wordt verlengd. In de uitgifteprocedure kan de gemeente wel voorwaarden opnemen waaronder de pachtovereenkomst door de gemeente verlengd kan worden. De pachter heeft hierdoor gedurende langere periode zekerheid dat hij de grond kan pachten, waardoor het duurzaam bodembeheer van de pachter zal toenemen. Voor huur en pacht gelden ook de criteria van het Didam-arrest.

37

horstaandemaas.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15138392/1