CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

09c.3 Toelichting Bijlage 3 Archeologisch onderzoek

Gemeenteraad 10 mei 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Ulsheggerweg 35, Lottum.7.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAAP-RAPPORT 5252

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum Gemeente Horst aan de Maas Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 12-07-2021 Auteur: drs. X.C.C. van Dijk Projectcode: LOTUL Bestandsnaam: RAAPrap_5252_LOTUL_20210712 Autorisatie: dr. M.A.P.F. Verhoeven

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed - of afkeuring van het rapport.

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting Inleiding In opdracht van Bureau Leefomgeving heeft RAAP in juli 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum in de gemeente Horst aan de Maas. De gemeente Horst aan de Maas heeft in oktober 2020 een positief principebesluit genomen voor haar medewerking aan de realisatie van twee (onder één kap -) levensloopbestendige duurzame woningen in de grote op het oosten en zuiden gelegen moes-/kweektuin. Onderhavig onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Resultaten Het plangebied ligt op een oud Maasterras dat is ontstaan in de laatste ijstijd. Van oorsprong heeft zich een moderpodzolachtige bodem in de Maasafzettingen gevormd. Dit zijn relatief vruchtbare bodems. De bodemopbouw wijst erop dat de bodem in het plangebied weliswaar is onthoofd, maar dat de B horizont van het oorspronkelijke podzolprofiel nog bewaard zijn.

Er zijn geen bekende vindplaatsen in het plangebied bekend, maar de gespecificeerde archeologische verwachting op basis van de resultaten van het veldonderzoek is: - laag voor vindplaatsen uit de vroege en midden steentijd (paleo -, mesolithicum); - matig voor vindplaatsen uit de late steentijd neolithicum t/ m de volle middeleeuwen; - hoog voor de vindplaatsen uit de late middeleeuwen B en de nieuwe tijd. De bodemopbouw in het plangebied is zodanig intact dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is. De precieze invloed van de toekomstige inrichting op eventue le archeologische resten is onbekend, omdat er nog geen concrete plannen zijn. Wel kan worden aangegeven dat eventuele archeologische grondsporen zich aftekenen op een diepte van 30 -38 cm -Mv, in de top van het vaste zand. De wijze waarop met eventuele archeologische resten kan worden omgegaan is onbekend, omdat er nog geen archeologische resten bekend zijn en nog geen concrete plannen bestaan. Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied mogelijk archeologische resten bedreigd worden door eventuele bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek aanbevolen.

Gezien de relatief geringe oppervlakte van het plangebied wordt een praktische insteek ten aanzien van de omgang met eventuele archeologische resten voorgesteld. Deze kunnen het beste systematisch worden opgespoord door middel van een klein proefsleuvenonderzoek met eventuele doorstart naar een opgraving of een begeleiding van graafwerkzaamheden. Zo wordt in één beweging inzichtelijk gemaakt waar deze zich bevinden, wat hun waarde is, en behoudenswaardige delen kunnen eventueel direct worden opgegraven. De aanpak van en eisen aan d ergelijke onderzoeken moeten worden verwoord in een Programma van Eisen, dat voorafgaand aan het onderzoek dient te worden goedgekeurd door de bevoegde overheid, de gemeente Horst aan de Maas.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[3]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde ov erheid, de gemeente Horst aan de Maas, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[4]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 6 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 8 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 8

2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................... 11 2.1 Methode ............................................................................................................................................ 11 2.2 Aardkundige situatie .......................................................................................................................... 11 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 12 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 14 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 20 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 22 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 22

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 25 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 25 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 25 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 26

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 27 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 27 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 28 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 28

Literatuur .......................................................................................................................................... 29 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 31

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[5]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Bureau Leefomgeving heeft RAAP in juli 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum in de gemeente Horst aan de Maas, zie figuur 1. De gemeente Horst aan de Maas heeft in oktober 2020 een positief principebesluit genomen voor haar medewerking aan de realisatie van twee (onder één kap -) levensloopbestendige duurzame woningen in de grote op het oosten en zuiden gelegen moes -/kweektuin. Onderhavig onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeo logische waarden. Volgens de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas wordt aan het plangebied een onbekende verwachtingswaarde voor de aanwezigheid van archeologische resten toegekend (Van Heeringen & Schrijvers, 2014). Het beleid voor deze categorie schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd (Van Heeringen & Schrijvers, 2014).

Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan. De omvang van de bodemingrepen bedraagt meer dan 500 m 2 en de diepte van de ingrepen bedraagt wellicht meer dan 50 cm –mv. De ingrepen zijn daarmee groter dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van d e Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld (Van Dijk, 2021). Dit document diende als uitgangspunt voor het onderzoek. Het onderzoek is bovendien uitgevoerd conform de geldende richtlijnen van de bevoegde overheid. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[6]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[7]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Opdrachtgever

Bureau Leefomgeving

Bevoegde overheid

Gemeente Horst aan de Maas

Plaats

Lottum

Gemeente

Horst aan de Maas

Provincie

Limburg

Centrumcoördinaten (X/Y)

208860/386330

Toponiem

Ulsheggerweg

Kadastrale gegevens

Gemeente Grubbenvorst, sectie A, perceelnrs. 4202 en 4097

Oppervlakte plangebied

Circa 500 m²

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

Juli 2021

Uitvoerder

RAAP Zuid

Projectleider

drs. X.C.C. van Dijk

Projectmedewerkers

Dr. M.P.F. Verhoeven

RAAP-projectcode

LOTUL

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

5091111100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Zuid te Weert en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd in het Plan van Aanpak (Van Dijk, 2021): 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[8]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische re sten?

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[9]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 2. Reliëf. Bron: www.ahn.nl.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[10]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologisch e verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.

2.2 Aardkundige situatie Over de aardkundige situatie is niet veel bekend, omdat het plangebied niet is gekarteerd in geomorfologisch en bodemkundig opzicht. Op basis van het AHN (figuur 2) is het echter aannemelijk dat het plangebied in geomorfologisch opzicht op het Aller ød-terras ligt, dat is ontstaan in het LaatWeicheslien. Dit sluit aan bij de gegevens die zijn af te leiden uit de geomofogenetische kaart van het Limburgse Maasdal (Isarin e.a., 2015). Gezien de relatieve lage ligging bestaat de bodem waarschijnlijk uit kalkloze zandgronden of podzolgronden. Deze bodems zijn van nature ontstaan in zandgebieden. Geologische situatie (Weerts e.a., 2006)

Laat-Pleistoceen rivierzand en grind

Geomorfologische situatie (Koomen & Maas, 2004)

Niet gekarteerd vanwege bebouwing

Ouderdom geomorfologische structuur

Laat-Pleistoceen

Bodemkundige situatie

Niet gekarteerd vanwege bebouwing

Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen

Binnen 1 m -Mv

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[11]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan

Dubbelbestemming ‘waarde-archeologie’ Aanduiding ‘Bebouwd – onbekende verwachting’ In de toelichting is opgenomen dat bij een omvang van bodemingrepen meer dan 500 m 2 en de dieper dan 50 cm –mv een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden verplicht is conform het vigerend beleid (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view)

Gemeentelijke archeologische maatregelenkaart

Volgens de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas wordt aan het plangebied een onbekende verwachtingswaarde voor de aanwezigheid van archeologische resten toegekend (Van Heeringen & Schrijvers, 2014). Het beleid voor deze categorie schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd (Van Heeringen & Schrijvers, 2014). De ingrepen zijn daarmee groter dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid.

Gemeentelijke archeologische beleidskaart

nvt

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

Bekende archeologische gegevens In de omgeving van het plangebied zijn op meerdere plekken archeologische resten bekend. Op het kerkhof van de St. Quirinuskerk is een stenen bijl uit de prehistorie gevonden: een fels-oval Beile uit het neolithicum (ARCHIS-zaakidentificatienr 3091457100). In de kerk staat een kleine munt van Valentianus (364-375 na Chr.) geregistreerd, maar de precieze herkomst en vondstomstandigheden zijn niet bekend (ARCHIS-zaakidentificatienr. 293277910; Habets, 1881). De huidige kerk is kort na WOII herbouwd, maar enkele kerkklokken dateren uit de 15 e eeuwse (Flokstra, 2005). Aan de Horsterdijk zijn stortvondsten uit de vroege middeleeuwen C (Karolingische periode) en de nieuwe tijd gedaan in het nieuwbouwplan Veilinghof, nadat het terrein na regulier booronderzoek was vrijgegeven (ARCHIS-Zaakidentificatienr. 2173646100; Van Breda & Van Lil, 2008). Tijdens de inspectie van de aanleg van een groot waterbassin op de Markt in Lottum is op ca. 1 m -Mv de onderkant van een ongeveer 12x5 m grote kuil waargenomen. Een hoge ouderdom (late middeleeuwen) en lange gebruiksduur is niet uit te sluiten. Vermoedelijk betreft het de lokale dorpspoel: een grote waterkuil, die fungeerde als drenkkuil voor vee, brandkuil, etc. en een centrale rol in het dorpsleven vervulde (ARCHIS-Zaakidentificatienr. 3269974100).

De dorpspoel staat op geen enkele historische kaart afgebeeld en is ook uit de overlevering niet bekend. Archeologische monumenten zijn alleen in de omgeving van het plangebied gelegen. Het gaat om één onbeschermd monument, namelijk het geheel van de historische dorpskern van Lottum en het nabijgelegen kasteeltje De Borggraaf, zie tabel 5. Dit kasteeltje gaat vermoedelijk terug tot de eerste helft van de 14 e eeuw (Flokstra, 2005). De datering van de kerkklokken en De Borggraaf wijst erop dat Lottum in elk geval in de 15 e eeuw al een echte kern had en minstens teruggaat tot de late middeleeuwen B.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[12]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Monument

Ligging

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Waarde

16288

Kasteel de Borggraaf, kern Lottum

Kasteel, historische dorpskern

Late middeleeuwen

nvt

nvt

hoog

Zaakidentificatienr.

Ligging

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Verzamelwij ze

2173646100

Horsterdijk

onbekend

Vroege middeleeuwen C, Nieuwe tijd

keramiek

onbekend

stort

3091457100

St. Gertrudiskerk

onbekend

neolithicum

natuursteen

onbekend

Delven graf

2932779100

St. Gertrudiskerk

onbekend

Romeinse tijd

brons

onbekend

onbekend

3269974100

Markt

(drenk)kuil

Late middeleeuwen, Nieuwe tijd

-

1 m -Mv

inspectie

Tabel 4. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.

Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Zaakidentificatienummer

Resultaat/advies

Opmerking

2173646100

vrijgeven

Van Breda & Van Lil, 2008

2266601100

Nvt: bureaustudie Romeinse weg westoever Maas

Janssens, 2011

2446640100

Nvt: bureaustudie dijkversterking westoever Maas

Geen verdere gegevens in ARCHIS

Tabel 5. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Op 5 juli 2021 is een verzoek gedaan aan het LGOG, kring Ter Horst, voor aanvullende gegevens. Dit leverde geen nieuwe informatie op.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[13]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 3. Archeologische context. Bron: Archis.

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. Uit deze analyse blijkt dat het plangebied van oudsher buiten de bebouwde kom van Lottum lag, tussen twee wegen, en onbebouwd was. In de vroege 19 e eeuw aanlag het plangebied in een overgangszone

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[14]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

tussen de dorpskern van Lottum en het grote, open akkercomplex van het Hoogveld en de Conen Kamp (Tranchotkaart: Landesvermessungambt Nordrhein Westfalen, 1969). Zowel de noord- als zuidgrens gaan in elk geval terug tot de vroege 19 e eeuw aangezien hier op de Tranchotkaart uit circa 1805 al wegen/paden zijn afgebeeld. De weg/het pad aan de zuidgrens liep vanuit de dorpskern naar deze velden toe. Het grondgebruik bestond uit bos, dat een spitse, driehoekige vorm had en ingeklemd lag tussen de Ulsheggerweg en de weg/het pad op de zuidgrens van het plangebied. Oostelijker, wellicht al direct ten oosten van het plangebied, lag een perceel wei- of grasland: zie figuur 4. Rond 1837-1844 was het grondgebruik in het plangebied wei- of grasland (Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1990 en 1992): zie figuur 5. Op het einde van de 19 e eeuw, tussen 1890 en 1895, was het grondgebruik opnieuw veranderd en was het perceel in gebruik als akkerland (Uitgeverij Nieuwland, 2006). In deze periode werd ook het pand Ulsheggerweg 37-39 gebouwd: zie figuur 6. Pas in de 20 e eeuw zou het plangebied ingrijpend veranderen. In of kort voor 1958 werd een tweede (bedrijfs?)pand in het plangebied gebouwd: zie figuur 7. Nog voor 1966 werd dit tweede pand gesloopt, en werd de weg aan de zuidgrens van het plangebied opgeheven: zie figuur 8.

Het pand Ulsheggerweg 37-39 is erg karakteristiek, maar er is geen officiële bouwhistorische waarde aan toegekend. Zie ook tabel 6.

Bouwhistorische waarden

Nummer

Rijksmonumenten

-

Gemeentelijke monumenten

-

MIP-objecten

-

Overige bouwhistorische waarden

-

Aard

Omvang

Diepteligging

Tabel 6. Overzicht van de in het plangebied aanwezige bouwhistorische waarden.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[15]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 4. Historische context 1803 (Tranchotkaart). Bron: Landesvermessungambt Nordrhein Westfalen, 1969 (blad 26: Velden).

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[16]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 5. Historische context 1837. Bron: www.topotijdreis.nl.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[17]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 6. Historische context 1890. Bron: www.topotijdreis.nl.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[18]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 7. Historische context 1958. Bron: www.topotijdreis.nl.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[19]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 8. Historische context 1967. Bron: www.topotijdreis.nl.

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente en oude luchtfoto’s, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden (ROBAS/Topografische Dienst, 1989; Uitgeverij 12 Provinciën, 2004).

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[20]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Huidig grondgebruik

Bebouwing + tuin/braak

Hoogteligging maaiveld

Circa 17,60 m +NAP

Grondwatertrap of -stand

Onbekend, vermoedelijk V* of VI

Milieutechnische condities

onbekend

Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)

Fundering op staal, geen kelders aanwezig

Locatie en diepte van kabels/leidingen

Van de Ulsheggerweg naar de woning. In de tuin is beregeningsinstallatie aanwezig, maar de leidingen staan niet op de KLIC.

Tabel 7. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

Figuur 9. Foto’s locatiebezoek.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[21]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard

Woonfunctie. Er is reeds onderzoek gedaan naar bebouwingsmogelijkheden in de grote op het oosten en zuiden gelegen moes-/kweektuin. De gemeente heeft in oktober 2020 een positief principebesluit genomen voor haar medewerking aan de realisatie van twee (onder één kap-) levensloopbestendige duurzame woningen.

Omvang en diepte

(nog) niet bekend

Invloed op maaiveld en grondwater

(nog) niet bekend

Toekomstig gebruik

Woonfunctie.

Toekomstige gebruiker

(nog) niet bekend

Tabel 8. De toekomstige situatie.

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum, mesolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager-verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. Dergelijke kampementen hadden een omvang meestal kleiner dan 100 m². In het plangebied komen geen gradiëntsituaties voor. Zodoende worden geen vindplaatsen van jagerverzamelaars verwacht.

Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens en. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[22]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Het plangebied kenmerkt zich door een relatief lage ligging op (vermoedelijk) het Allerød-terras. Hierdoor worden in beperkte mate archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (late prehistorie)/ verwacht, maar voor de perioden vanaf de late middeleeuwen is de verwachting (middel)hoog. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd A/B geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. De weg/het pad aan de zuidgrens liep vanuit de dorpskern naar deze velden toe. Deze weg is van invloed op de verwachting, omdat bebouwing in de nieuwe tijd vaak langs wegen lag. Zodoende worden in het plangebied vooral archeologische nederzettingsresten verwacht vanaf de nieuwe tijd, mogelijk al vanaf de late middeleeuwen. Dergelijke vindplaatsen zijn over het algemeen enkele honderden tot tienduizenden m 2 in omvang en kenmerken zich door grondsporen en een spreiding van vondstmateriaal. (Diepte)ligging In het plangebied liggen de Maasafzettingen uit het Laat Pleistoceen vermoedelijk direct aan het maaiveld. Het huidige maaiveld vormt zodoende al sinds het laat paleolithicum het loopvlak. Aangezien een jong afdekkend pakket vermoedelijk ontbreekt, kunnen archeologische resten vanaf deze periode direct aan het maaiveld aanwezig zijn.

Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten vermoedelijk ontbreken, is de kans groot dat de archeologische resten een gemiddelde conservering hebben. Indien in het plangebied wel een afdekkende pakketten aanwezig is, is de kans groot dat de archeologische resten een goede conservering hebben. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied is ontgonnen voor de landbouw. Regelmatige landbouwkundige werkzaamheden resulteren meestal in een bouwvoor met een gemiddelde dikte van 30 tot 40 cm. Eventuele archeologische resten zullen tot die diepte verstoord zijn. Grondsporen kunnen onder de bouwvoor bewaard zijn gebleven. Overzicht De archeologische verwachting en de verschillende deelaspecten daarvan, zoals hiervoor beschre ven, zijn samengevat in tabel 9. Daarnaast zijn de prospectiekenmerken met betrekking tot de verwachte archeologische resten in tabel 9 schematisch verbeeld.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[23]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Archeologische periode

Complextype

Omvang

Kenmerken

Diepteligging

Gaafheid

Verwachting

paleolithicum, mesolithicum

kampement

meestal kleiner dan 100 m²

vuursteenspreiding

Aan het maaiveld

laag

laag

neolithicum - volle middeleeuwen

nederzetting, losse huisplaats/erf

100 1000 m²

grondsporen

Aan de basis van de bouwvoor

gemiddeld

matig

late middeleeuwen – nieuwe tijd

nederzetting, losse huisplaats/erf

100 tot meer dan 10.000 m²

grondsporen

Aan de basis van de bouwvoor

gemiddeld

hoog

Tabel 9. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[24]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van het PvA (Van Dijk, 2021). Het veldonderzoek is uitgevoerd op 2 juli 2021. Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. Daartoe zijn 4 boringen zo optimaal mogelijk verspreid geplaatst in de (moes)tuin, zie figuur . Er is geboord tot maximaal 80 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3 zie bijlage 3) en met behulp van RTK-GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van RTK-GPS. Er is niet gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische resten.

3.2 Resultaten 3.2.1

Veldwaarnemingen

Tijdens het veldwerk viel de relatief lage ligging op, d.w.z. dat het plangebied circa 35 cm lager lag dan de omgeving. Het viel echter ook op dat dit het enige terre in in de omgeving is dat niet is bebouwd en als (één van) de laatste moestuinen in de straat in gebruik was. Wellicht heeft de relatief lage ligging te maken met ophoging van omringende terreinen in de tweede helft van de jaren 1970, toen de woningen aan de Ulsheggerweg zijn gebouwd. Het Hoogveld en de Conen Camp liggen volgens het AHN tot wel 4 m hoger dan het plangebied, zie figuur 2 (bron: https://www.ahn.nl/ahn-viewer).

3.2.2

Geologie en bodem

De bodemopbouw in de vier boringen was gelijkaardig. De ondergrond van het plangebied bestaat uit matig grof, zwak siltig, scherp geel zand (C-horizont). In enkele boringen zijn restanten van de B horizont aangetroffen (boringen 1, 3 en 4). Het gaat dan om de basis van een m oderachtige podzolbodem, ontwikkeld in vaalbruin, matig tot zwak siltig zand. Deze horizont was nog 15 -22 cm dik. De top van de bodem bestond uit de bouwvoor. Die bestond uit zwak siltig, donkerbruingrijs zand en had een dikte van 30-38 cm. Van een antropogeen dek ontstaan als gevolg van bemesting (esdek) is geen sprake. Deze gegevens wijzen erop dat het plangebied op het Maasterras ligt, dat is ontstaan in het Allerød. De bodemkundige ontwikkeling wijst erop dat zich in de bodem van nature een (moder)podz olbodem in de (zwak tot matig) siltige Maasafzettingen heeft gevormd. Deze bodem is onthoofd, maar in 3 van de 4 boringen is de basis van de B-horizont geconserveerd.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[25]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3.2.3

Archeologische indicatoren

Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatore n aangetroffen. Let wel, het onderzoek betrof een verkennend booronderzoek en had ook niet tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen, aangezien de boordichtheid en boordiameter hiertoe ontoereikend waren.

3.3 Archeologische relevantie De bodemopbouw wijst erop dat de bodem in het plangebied weliswaar is onthoofd, maar dat de B horizont van het oorspronkelijke podzolprofiel nog bewaard zijn. Van oorsprong heeft zich een moderpodzolachtige bodem in de Maasafzettingen gevormd. Dit zijn relatief vruchtbare bodems. De archeologische verwachting kan daarom blijven gehandhaafd.

Figuur 10. Boringen.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[26]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak (Van Dijk, 2021) worden beantwoord: 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Het plangebied ligt op een Maasterras dat is ontstaan in het Allerød. Van oorsprong heeft zich een moderpodzolachtige bodem in de Maasafzettingen gevormd. Dit zijn relatief vruchtbare bodems. De bodemopbouw wijst erop dat de bodem in het plangebied weliswaar is onthoofd, maar dat de B-horizont van het oorspronkelijke podzolprofiel nog bewaard zijn.

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd? Ja, de geomorfologische en bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek werd verwacht.

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld? Nee, de gespecificeerde archeologische verwachting hoeft niet te worden bijgesteld op basis van de resultaten van het veldonderzoek. Er zijn weliswaar geen bekende vindplaatsen in het plangebed bekend, maar het is vooral van belang dat de verwachting hoog is voor vindplaatsen uit de nieuwe tijd en wellicht ook de late middeleeuwen B.

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen? De archeologisch interessante laag bevindt zich aan het maaiveld, maar archeologische grondsporen tekenen zich af aan de basis van de bouwvoor, op een diepte van 30 -38 cm –Mv.

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is? De bodemopbouw in het plangebied is zodanig intact dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is. Bovendien blijft de archeologische verwachting gehandhaafd.

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten? De precieze invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten is onbekend, omdat er nog geen concrete plannen zijn. Wel kan worden aangegeven dat eventuele archeologische grondsporen zich aftekenen op een diepte van 30-38 cm -Mv, in de top van het vaste zand. Vaak worden funderingssleuven uitgegraven op of in dit niveau. Dit maakt dergelijke sporen erg kwetsbaar.

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan? De wijze waarop met eventuele archeologische resten kan worden omgegaan is onbekend, omdat er nog geen archeologische resten bekend zijn en nog geen concrete plannen bestaan.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[27]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)? Zie § 4.2.

4.2 Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied mogelijk archeologische resten bedreigd worden door eventuele bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Gezien de relatief geringe oppervlakte van het plangebied wordt een praktische insteek ten aanzien van de omgang met eventuele archeologische resten voorgesteld. Deze kunnen het beste systematisch worden opgespoord door middel van een klein proefsleuvenonderzoek met eventuele doorstart naar een opgraving of een begeleiding van de graafwerkzaamheden. Op die manier wordt in één beweging inzichtelijk gemaakt waar deze zich bevinden, wat hun waarde is , en behoudenswaardige delen kunnen eventueel direct worden opgegraven. De aanpak van en eisen aan dergelijke onderzoeken moeten worden verwoord in een Programma van Eisen, dat voorafgaand aan het onderzoek dient te worden goedgekeurd door de bevoegde overheid, de gemeente Horst aan de Maas.

4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Horst aan de Maas, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[28]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Literatuur Breda, W. van (ADC ArcheoProjecten); Lil, R. van (ADC ArcheoProjecten) (2008): Lottum, Horsterdijk, gemeente Horst aan de Maas. ADC-rapport 1222. ADC, Bunschoten. Dijk, X.C.C. van, 2021. Plan van Aanpak Plangebied Ulsheggerweg te Lottum, gemeente Horst aan de Maas. RAAP, Weesp. Flokstra, M., 2005. Kastelen in het land van Kessel. Venray. Habets, J., 1881. Publications de la Societé Historique et Archeologique dans le Limbourg, Maastricht, p. 256. Heeringen, R.M. van & R. Schrijvers, 2014. Actualisatie van de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas. Vestigia, Amersfoort. Isarin, R., E. Rensink, R. Ellenkamp en E. Heunks, 2015. Geomorfogenetische kaart Maasdal (GKM) tussen Mook en Eijsden, Verantwoording Methodiek en Kaartbeeld / Archeologische verwachtingskaart Maasdal (AVM) tussen Mook en Eijsden, Verantwoording Methodiek en Kaartbeeld Amersfoort. Janssens, M. , 2011. De Romeinse weg op de westoever van de Maas: van Ittervoort tot Geysteren: provincie Limburg: archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, verwachtin gskaart en Plan van Aanpak. RAAP-rapport 2090. Weesp. Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen. Landesvermessungambt Nordrhein Westfalen, 1969.

Kartenaufnahme der Rheinlande durch Tranchot und von Müffling, 1803-1820. Blad 26 Velden. Landesvermessungambt Nordrhein Westfalen, Bonn. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. ROBAS/Topografische Dienst, 1989. Foto atlas Limburg, schaal 1:14.000 . ROBAS producties/Topografische Dienst, Den Ilp/Emmen. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Uitgeverij Nieuwland, 2006. Grote Historische Topografische Atlas Limburg 1894-1926, schaal 1:25.000. Uitgeverij Nieuwland, Tilburg. Uitgeverij 12 Provinciën, 2004. Luchtfoto atlas Limburg. Loodrechtfoto’s provincie Limburg schaal 1:14.000. Uitgeverij 12 Provincieën, Landsmeer. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1990. Grote Historische Atlas van Nederland, schaal 1:50.000; Deel 4: Zuid-Nederland 1838-1857. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, Groningen. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1992. Grote Historische Pro vincie Atlas Limburg 1837-1844, schaal 1:25.000. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, Groningen.

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[29]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Digitale bronnen www.sikb.nl https://www.ahn.nl/ahn-viewer https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[30]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

7

Figuur 2. Reliëf. Bron: www.ahn.nl.

10

Figuur 3. Archeologische context. Bron: Archis.

14

Figuur 4. Historische context 1803 (Tranchotkaart). Bron: Landesvermessungambt Nordrhein Westfalen, 1969 (bald 26: Velden).

16

Figuur 5. Historische context 1837. Bron: www.topotijdreis.nl.

17

Figuur 6. Historische context 1890. Bron: www.topotijdre is.nl.

18

Figuur 9. Foto’s locatiebezoek.

21

Figuur 10. Boringen.

26

Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.

8

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving. Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

11 12

Tabel 4. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.

13

Tabel 5. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

13

Tabel 6. Overzicht van de in het plangebied aanwezige bouwhistorische waarden.

15

Tabel 7. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

21

Tabel 8. De toekomstige situatie.

22

Tabel 9. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

24

Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[31]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering

Tijdperk

Recente tijd

- 1945 C

Nieuwe tijd

- 1850

B

- 1650

A

- 1500

Laat B Laat A D: Ottoonse tijd

Vroeg

Middeleeuwen

C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd

A: Volksverhuizingstijd Laat

Romeinse tijd

Midden

Vroeg Laat

IJzertijd

Midden

Vroeg Laat

Bronstijd

Midden

Prehistorie

Vroeg Laat

Neolithicum (Nieuwe Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Mesolithicum (M idden Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Paleolithicum (Oude Steentijd)

Jong B Jong A Midden

- 1250 - 1050 - 900 - 725

- 525 - 450

- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000

- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700

- 12.500 - 16.000

- 35.000 - 250.000

Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

[32]

Plangebied Ulsheggerweg 37-39 te Lottum, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bodemkaart van NL

x

Geologische kaart van NL

x

Geomorfologische kaart van NL

x

Gedetailleerde bodemkaarten

x x

Lucht- en satellietfoto’s

x

Topografische kaart van Nederland

x

Oud(st)e kadasterkaarten

x

Historische kaarten van Nederland

x

Beeldmateriaal bouwhistorie

x x

Archieven (RAAP)

x

Eigenaar en gebruiker

x

AMK

x

ARCHIS

x

CMA

x

CAA

x

CHW

x

Literatuur (arch./aardwet.)

x

Gebiedsgerichte specialisten

x

Amateurarcheologen

x

Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart

x

Archeologisch depot

RAAP-rapport 5252 / versie 12-07-2021

Opmerking

x

Gegevens milieukundig bodemonderzoek

Archeologische en cultuurhistorische rapportages

Bevat geen (nieuwe) relevante informatie

x

DINO

Actueel Hoogtebestand Nederland

Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied

Geraadpleegd, niet afgebeeld

Bron

Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven

Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen

x

[33]

Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

Boring: LOTUL_1 Kop algemeen: Projectcode: LOTUL, Boornummer: 1, Beschrijver(s): XD, Datum: 02-07-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 80 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 208657.422, Y-coördinaat in meters: 386338.758, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.599, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Horst aan de Maas, Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 17.60 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 17.30 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 38, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in B-horizont, Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: gevlekt 38 / 17.22 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 38, Ondergrens laag in cm: 55, Boortype en diameter: Edelman-7

cm, Kleur: licht-bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 55 / 17.05 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 55, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont met roestvlekken Einde boring 80 / 16.80

Boring: LOTUL_2 Kop algemeen: Projectcode: LOTUL, Boornummer: 2, Beschrijver(s): XD, Datum: 02-07-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 60 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 208652.623, Y-coördinaat in meters: 386329.67, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.618, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Horst aan de Maas, Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 17.62 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 35 / 17.27 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont met roestvlekken Einde boring 60 / 17.02

bron: Lotul.geojson - 06-07-2021 10:06:39

Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

Boring: LOTUL_3 Kop algemeen: Projectcode: LOTUL, Boornummer: 3, Beschrijver(s): XD, Datum: 02-07-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 80 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 208657.764, Y-coördinaat in meters: 386320.567, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.634, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Horst aan de Maas, Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 17.63 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 38, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 38 / 17.25 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 38, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 60 / 17.03 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak

siltig, Mediaanklasse: matig grof, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont met roestvlekken Einde boring 80 / 16.83

bron: Lotul.geojson - 06-07-2021 10:06:39

Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

Boring: LOTUL_4 Kop algemeen: Projectcode: LOTUL, Boornummer: 4, Beschrijver(s): XD, Datum: 02-07-2021, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 80 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 208664.1, Y-coördinaat in meters: 386330.844, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.561, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Horst aan de Maas, Opdrachtgever: Bureau Leefomgeving, Uitvoerder: RAAP Zuid 0 / 17.56 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 38, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 38 / 17.18 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 38, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 60 / 16.96 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak

siltig, Mediaanklasse: matig grof, Lithogenese: dekzand Bodem: Bodemhorizont: C-horizont met roestvlekken Einde boring 80 / 16.76

bron: Lotul.geojson - 06-07-2021 10:06:39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11391707/1