CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

09c.12 AAA B12 - Archeologisch onderzoek (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: BIJLAGEN Bestemmingsplan Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst6.020 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archeologisch onderzoek

,

IVO-P

Beerendonckerweg in Broekhuizenvorst Evaluatierapport AB240035. R01v0. 2‐EVA 31 mei 2024

Archeologisch onderzoek, Beerendonckerweg

IVO-P

in Broekhuizenvorst

Evaluatierapport Archeologisch onderzoek,

IVO-P

Beerendonckerweg

in

Broekhuizenvorst, gemeente

Horst

aan

de Maas,

Evaluatierapport Documentnummer

AB240035.R01v0.2-EVA 31 mei 2024

Opdrachtgever HVG

Real Estate

Natalinitoren-Looskade 15 6041 LE Roermond

Auteur

(geanonimiseerd)

+31 88 130 06 00

info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen

Geonius.nl

Senior KNA

Archeoloog

AB240035.R01v0.2-EVA

(geanonimiseerd) |

2

van

26

(geanonimise rd) GEONIUS

4

Administratieve Opdrachtgever:

gegevens

Real Estate

HVG

Natalinitoren-Looskade

15

6041 LE Roermond

(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) BWMenverealestate.nl

Contactpersoon: E: Uitvoerder:

Geonius

Archeologie

De Asselen

Kuil 10

6161 RD Geleen

(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) BWMezgeonius.nl

Contactpersoon: E:

T: 088-1300600

Bevoegde

overheid:

Beheer

plaats

en

Gemeente

van

Horst

aan

de Maas

aan

de Maas

Archief Geonius

documentatie:

Landelijk registratienummer:

5575971100

Locatie:

Gemeente:

Horst

Plaats: Broekhuizenvorst

Toponiem: Beerendonckerweg Centrum

coördinaat: X

:

208.300 Y: 389.970

Kaartblad: 52G

Omvang plangebied: Circa 2,75 ha NOaA

archeoregio:

Limburgs zandgebied

Onderzoekskader:

Omgevingsvergunning

Onderzoeksteam:

(geanonimiseerd) (senior KNA archeoloog) |

Type onderzoek:

Proefsleuvenonderzoek

Tijdstip onderzoek:

17-23

Geonius Archeologie is Geonius

2024

Geonius Milieu B.V. Geonius is gecertificeerd voor de protocollen 4001 (Programma van Eisen), (Inventariserend veldonderzoek) en 4004 (opgraven landbodem) van de SIKB BRL 4000 en de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NEN-EN-ISO 9001:2015, NEN-ENeen

onderdeel

april

4002

(Bureauonderzoek),

Groep

B.V.

van

4003

ISO

14001:2015, VCA**

jeladder niveau

3.

(geanonimise rd)

Bronzen De

riemverdeler uit circa 900

na

Chr.

riemverdeler of

driepas is het beeldmerk van Geonius Archeologie. Een riemverdeler verbindt verschillende riemen met elkaar en draagt zodoende zorg voor één geheel. De vorm komt overeen met het logo van Geonius dat staat voor de van oorsprong drie disciplines die één organisatie vormen en zorg dragen voor de uitvoering van integrale projecten.

AB240035.R01v0.2-EVA

3

van

26

GEONIUS

4

Inhoud 1

Inleiding

6

1. 1 1. 2 1. 3

Aanleiding en doelstelling Onderzoeksopzet en richtlijnen Doelstelling

6

2

Veldonderzoek

8

2. 1 2. 2 2. 2. 1 2. 2. 2 2. 2. 3 2. 2. 4 2. 2. 5

Bodemopbouw Vindplaatsen Vindplaats 1 Vindplaats 2 Vindplaats 3 Vindplaats 4 Vondsten en monsters

3

Waardestelling vindplaatsen

3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5 3. 6 3. 7

Algemeen Vindplaats 1 Vindplaats 2 Vindplaats 3 Vindplaats 4 Conclusie Aanbevelingen

4

Evaluatie onderzoeksvragen

5

Uitwerkingsvoorstel

.. ... ... ... ... ... ... ... .... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ...

7 7

... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... .... ... ... ..

9 11

.. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .

. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .

. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .

. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .

Literatuurlijst Bijlagen Bijlage 1 Sporenkaart Bijlage 2 Sporenlijst Bijlage 3 Vondstenlijst Bijlage 4 Tijdtabel

. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. .

... ... ... ... .... ... ... ... ... ... .

12 13 16 17 17

18 18 18 19 19 19 20 20

.. ... ... ... ... ... ... ... ... ... ...

23

.. ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... .... ... ...

25

. ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... .... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... .

26

Lijst van afbeeldingen Afbeelding 1: Situering plangebied. 6 Afbeelding 2: De proefsleuven geprojecteerd op de topografische kaart van 1937. 9 Afbeelding 3: Interpretatie van de bodemopbouw in het zuidwestelijke deel van het onderzoeksgebied 10 Afbeelding 4: Voorlopige geconstrueerde doorsnede door het landschap in en om het 11 onderzoeksgebied. Afbeelding 5: De geulvulling van s8 in de coupe in de zuidoostwand van wp8. 11 Afbeelding 6: Overzicht van werkput 7 waarin vindplaats 1 ligt. 12 Afbeelding 7: Coupe van s21 34 cm diep bewaard. 13 Afbeelding 8: S43 in vlak en coupe. 13 Afbeelding 9: Overzicht van wp2 met op de voorgrond s44 en op de achtergrond s43 en s42. Door de verschillende regenbuien is er geen foto waarop alle sporen netjes schoongemaakt 14 zijn. Afbeelding 10: S42 in vlak en coupe. 15 Afbeelding 11: S44 in vlak en coupe. 15 Afbeelding 12: Tekening van kwadrantcoupe van s44 (mm-raster op schaal 1:20). 15 Afbeelding 13: S17 in vlak en coupe. 16 Afbeelding 14: S47 in de coupe met daarachter s38. 17 Afbeelding 15: Coupe door drie paaltjes van de stakenrij s35. 17 Afbeelding 16: Overzicht van de sonderingen(SW-nummers) en de geplande woningen (blauwe stippellijnen). Hierop is in paars het archeologische behoudenswaardige gebied geprojecteerd. 21 .

,

,

,

AB240035. R01v0. 2‐EVA

5 van 26

l

Inleiding

11

Aanleiding

Geonius

Archeologie

plangebied

heeft

in

opdracht

Beerendonckerweg

de

aan

hier nieuwbouw

doelstelling

en

van

81

van

Real

HVG

Estate

in Broekhuizenvorst,

zijn bodemingrepen nodig.

archeologische

dient

beleidskaart

bestemmingsplanwijziging archeologisch

onderzoeksgebied.

en

Op

dit

was

basis

archeologische

van

igg

het

kader

archeologisch

een

booronderzoek

niet

waarde

het

in

van

dit

archeologische verwachting toegekend plangebied

gemeente

geval,

Conform de

van

onderzoek

uitgevoerd.* Hierbij

onderzoek

is

omdat

gebied

zodat

dit

hiervoor

de

aan

in het

uitgevoerd

(Afbeelding 1). Er is

Maas

bestemmingsplan

aanvraag

is

een

instantie

groter gebied

onderzocht

dan het

afgegraven

huidige

NEU

TU

Nn

EUT

SESU T

omgevingsvergunning

een

In

reeds

hoge

gemeentelijke

uitgevoerd.

oostelijke

een

van

de

en

eerste

het

aan

dit gebied vast te stellen is het

het

worden

p

E

Horst

onderzoek

woningen gepland.

Voor de bouwwerkzaamheden

bureau-

archeologisch

een

deel

van

plangebied

Bij het westelijke

was.

archeologische onderzoek

het

verwachting

is

en een

huidige

een

lage

deel

van

het

geldt.

Om

de

GEONIUS

A

uitgevoerd.

Lj

Kilk

+

Ë

Je

350 0

BS0 D

4

ET àl

Broekhuizenvorst

Afbeelding

1

1:

Situering plangebied.

(geanonimiseerd) PEN 2023.

AB240035.R01v0.2-EVA

6 van

26

1.2

Onderzoeksopzet

Het

onderzoek

archeologisch

(IVO-P).

Dit onderzoek is

bestond

richtlijnen

en

uit

Veldonderzoek

Inventariserend

een

uitgevoerd conform protocol 4003,

dat deel uitmaakt

door de

van

middel

Proefsleuven

van

beoordelingsrichtlijn (BRL)

4000.” De BRL 4000 is opgesteld op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.1° die beheerd wordt door de

Infrastructuur

Stichting

Kwaliteitsboring

Het

voorliggende evaluatierapport

heeft als doel de resultaten

het

PvE*

uitwerkingsplan

en

hoofdstuk

beantwoord

onderzoek

stellen. Ten

in hoofdstuk

worden

archeologische

In hoofdstuk

kunnen

worden.

heeft

als doel

daarvan

zal

na

2. In hoofdstuk 3 worden

het de

archeologisch proefsleuvenonderzoek zoals die

verwachting,

is

opgesteld tijdens

aanwezige archeologische vindplaatsen.

begrenzing van Indien

er

het

inleidende

vindplaatsen

opgesomd

onderzoeksvragen

op

evaluatierapport

wordt

afgesloten

het

vraagstelling

wat

met

is of er

de

kennisvermeerdering

De

3

Deze

3

(geanonimiseerd) 2024. (geanonimiseerd) 2024.

toetsen

vooronderzoek

onderzoek

is

er

en

op

het

van

de

in

kaart

gericht

over voor

de

zover

waarden

met

archeologische

aanwezig resten

gaafheid

geschiedenis

en van

om

gespecificeerde archeologische brengen

vast

resten

te

en

stellen

dient te

waarderen

van

de

binnen

de

bevoegd gezag

en

of zich

bevinden.

zijn, wordt in overleg met het

gebeuren.

daadwerkelijk archeologische waarden

daarvan de aard, ouderdom, omvang,

2

het

onderzoeksgebied behoudenswaardige archeologische

opdrachtgever bepaalt

hoofdstuk 4 worden

het

Het

archeologische behoudenwaardige

De centrale

in de bodem

aanwezig zijn en zo ja,

BRL 4000

versie

is op

van

wat

conservering is en welke bijdrage deze kunnen leveren aan de deze regio. In het PvE zijn onderzoeksvragen gesteld in

mogelijk voorlopige

antwoorden

op deze vragen

geformuleerd.

juli 2018 vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en ondergebracht bij de SIBK te Gouda. Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1) is op 1 juli 2018 vastgesteld door het Centraal College Deskundigen (CCvD) Archeologie, ondergebracht bij de SIKB te Gouda. * www.sikb.nl 8

aan

welke

4 wordt

Het

behoeve

onderzoek te toetsen

Doelstelling

Het

de

op te

het

van

in hoofdstuk 5.

uitwerkingsvoorstel

1.3

besproken

aanbevelingen gedaan.

worden

en

het

van

een

kort de resultaten

in het

gewaardeerd basis

basis daarvan

op

(SIKB).*

Bodembeheer

1

de Kwaliteitsnorm

AB240035.R01v0.2-EVA

7

van

26

GEONIUS

van

A

2 Veldonderzoek (geanonimiseerd) (senior KNA | archeoloog), BEN (geanonimiseerd) (KNA archeoloog), (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (senior KNA archeoloog). Op MEN (archeoloog) en BEN vrijwillige basis heeft buurtbewoner (geanonimiseerd) B een verdienstelijke bijdrage aan het onderzoek geleverd. Het

veldwerk

Er zijn tien

uitgevoerd

reguliere

gedocumenteerd

werkput nog

geen

zijn.

sporen

reguliere

Het

op

Dit

In

van

elke

vlak 2

sleuf

en

zijn

3

vlak

vlak

eerste

een

overzichtskaarten de sporen die sporen

april

vlak

is

waren

afgebeeld.

in

gedocumenteerd.

niveau

horen

gedocumenteerd lange

door

s8 in de

zuidwand

al

een

lange

dit

Deze

ook in de zelfde

de sporen is in

In wp3

reguliere

vlak

werkwijze

is

kaart te

die onder vlak

ook

als

in wp3

was

gekozen

krijgen.

In

in

er

een

wp5

en

in

de

Bijlage 1 zijn

de

om

Bijlage 2 te vinden.

Alleen

in

wp10

en

s34

coupe door s32

gedocumenteerd.

aangetroffen,

gedocumenteerd,

2

Onder

gedocumenteerd.

3

al sporen

is als vlak

gedocumenteerd.

noordprofiel

uit

sommige werkputten

beschrijving van

Een

profielkolommen

twee

bestond

team

Bijlage 2).

en

vlak

bij hetzelfde

in het

coupe

2

Het

(top C-horizont)

als

omdat

een

2024.

vlak bereikt werd, werden

sporenvlak nodig.

een

17-23

van

proefsleuven aangelegd (Afbeelding

Voordat het 1

is

is

een

is was

slechts

één

profielkolom

gedocumenteerd.

lang profiel

door de

In wp8

depressie

is

s50

gedocumenteerd. Vrijwel

alle sporen

zijn gecoupeerd.

De

proefsleuven

in het oosten

en

zuiden

bevatten geen relevante sporen. In

wp1, 4 en 8 zijn geen relevante sporen aangetroffen. Wp6, 9 en 10 zijn totaal afgetopt. Mogelijk is er sprake weer

opgevuld zijn.

Misschien

hangt

de

In dat

pakket zijn

opvulling

afgraving wordt

in wp10

liep. Ook

noordoostelijke

aan

zijn te vinden De sporen

de

op de kaart

concentreren

AB240035.R01v0.2-EVA

naar

van

sporen met

samen

het noorden rand

1937

van

de

van

van

zandwinning waarbij

tractorbanden

herverkaveling

in de

een

egale vulling

(of vergelijkbare grote banden) aangetroffen. jaren

’60.

begrensd door karrensporen van wp9 zijn karrensporen

de kuilen met

van

een

De recente een

weg

opvulling van

een

grote

dat hier tot de

jaren ’60 nog

aangetroffen (s16).

Beide wegen

pad

(Afbeelding 2).

zich in wp 2, 3, 5

en

7.

8 van

26

GEONIUS

A

Legenda LJ onderzoeksgebied

werkput

208200

Afbeelding 2: De proefsleuven geprojecteerd

2.1

kaart

1937.

van

Bodemopbouw

In het veld was

de topografische

op

was

het te

kort

dag

geografie heeft gemaakt

fysisch geograaf aanwezig. Toen

geen

om

een

fysisch geograaf

de documentatie

naar

is van data

gekeken

het DINOloket.

van

de

bodemopbouw complexer

in te kunnen heeft

en

Hij heeft

schakelen.

kolombeschrijvingen.

is niet op schaal in het horizontale vlak

gehanteerd),

de

hoogtes

onderzoeksgebied

negen

verschillende

representatieve profielkolom van Het

plangebied ligt op

bij de vorming. Pakket 4

gesorteerd,

voor.

zeer

zand gaat in de

sequentie.

Oude

is de

Dat

was

geultje

niet op te maken

gekarakteriseerd

grof, grindrijk

zand

hoogte geleidelijk in deze

geulen

depressie

zijn ze gelijktijdig

zijn

onderscheiden

zuidwestelijke

het Allergd-interstadiaal

Pakket 9 bestaat uit de

zo’n

pakketten

deel

het

van

rivierterras

van

is een

de hand

de

ook

van

gebruik

boringen

en

standaard afstand tussen de punten

wel

schaal.

op

(Afbeelding 4).

zijn

Er

binnen

interpretatie

De

het

van

een

onderzoeksgebied

is te vinden in Afbeelding 3.

de Maas.

had

De

Maas

een

meanderende

loop

beddingafzettingen zijn pakket 5 in Afbeelding 4. Deze zijn bij het onderzoek niet aangetroffen.

De

rivierterras worden

van

het

(er

waarnemingspunten

zijn de oeverafzettingen (zie ook laag 3C

afzettingen

Mogelijk

de

van

(geanonimiseerd) specialist fysische ____________}

geconstrueerd aan

Die

maar

zijn dan verwacht,

voorlopige interpretaties opgesteld, waarbij

doorsnede

een

bleek te

met

de

aan over

de basis in

kleine

Afbeelding 3. Mogelijk

gebruikte

data. De

komen

bedding-

en

in de top ook later verwaaide oeverwallen

lange ‘fining-upwards’ sequentie.

zeer

die

gevormd

is door sterke

matig grof, goed-gesorteerd zijn vaak

aangetroffen

van

3

ca.

is een

geultjes

m

diep

en

zand.

De basis

het Allergd-

van

bestaat uit slecht

stromingen

in de

geul.

Siltig

vormt

de

top

en

soms

zijn opgevuld

met

zand veen,

gyttja

Dit grove van

de

zand.

dergelijke geul.

in de

oeverafzettingen gevormd

als spoor 8 beschreven

AB240035.R01v0.2-EVA

een

afzettingen

die in wp3

vullingen

door

in

uit de

oeverafzettingen van

of anders

in ieder

geval

het Allergd-terras.

kort

erna.

In

Vermoedelijk

werkput

8 is

een

deel

(Afbeelding 5).

9

van

26

GEONIUS

A

Pakket 3 bestaat uit zand dat in het Late Dryas en op de overgang naar het Preboreaal is verwaaid. Dit is als dekzand te omschrijven (laag 3A in Afbeelding 3). Het komt voor in het westelijke deel van de doorsnede. Pakket 8 is een fossiele akkerlaag die gevormd is in de top van deze afzettingen (laag 3Apb). Beakkering had vermoedelijk plaats in de volle Middeleeuwen. Pakket 7 bestaat uit stuifzand vermoedelijk gevormd door ontbossing en overbeweiding in de loop van de Late Middeleeuwen A of in de Late Middeleeuwen B (laag 2C). Het was een periode met veel kap en aanleg van akkers de periode van de Grote Ontginningen. Mogelijk hangen de duinen ten westen en oosten van het plangebied hier mee samen. Dat is vooralsnog onduidelijk. In het plangebied was er vermoedelijk erosie (en daarmee aftopping van de bodem) door de wind vooral in het oostelijke deel. Pakket 6 is een plaatselijk herkende akkerlaag in de top van het stuifduinzand. De vermoedelijke datering is Late Middeleeuwen B tot circa 1400 of 1500 (laag 2Apb). In de laag is vondstmateriaal uit de volle Middeleeuwen aangetroffen dat vermoedelijk afkomstig is van de nederzetting die hier gelegen heeft. De akkerlaag is herkend in het noordwestelijke deel van het plangebied in de werkputten 2‐5 en is afwezig in het oostelijke en zuidoostelijke deel.

Pakket 2 komt op de afgetopte werkputten 6 9 en 10 na overal voor en bestaat uit oeverafzettingen uit de Late Middeleeuwen B en Nieuwe tijd (laag 1Bw). Hierin is ook de bouwvoor pakket 1 gevormd. ,

,

,

,

,

,

,

,

Afbeelding 3: Interpretatie van de bodemopbouw in het zuidwestelijke deel van het onderzoeksgebied .

AB240035. R01v0. 2‐EVA

10 van 26

Afbeelding 4: Voorlopige geconstrueerde doorsnede door het landschap in en om het onderzoeksgebied.

Afbeelding 5: De geulvulling van s8 in de coupe in de zuidoostwand van wp8.

2. 2 Vindplaatsen Er zijn drie vindplaatsen gedefinieerd. Vindplaats 1: Nederzettingssporen uit de Volle Middeleeuwen Vindplaats 2: Nog onduidelijke sporen uit de Volle Middeleeuwen Vindplaats 3: Nederzettingssporen uit de IJzertijd.

AB240035. R01v0. 2‐EVA

11 van 26

2. 2. 1 Vindplaats 1 Tot vindplaats 1 behoren tien sporen in wp7 (Bijlage 1; Afbeelding 6). Het gaat om acht paalsporen (s21 22 23 24 25 27 28 en 29) een kuil (of eventueel paalkuil (s31) en een greppel (s31). De sporen liggen in de top van de C‐horizont vanaf 65 cm ‐mv (vanaf 1645 m+ NAP). Het gaat om bruine zandige sporen die vrij diep bewaard zijn (tot 30 cm beneden vlakniveau; Afbeelding 7). Alleen uit s27 en 28 zijn aardewerkfragmenten gekomen die in de volle Middeleeuwen dateert. Er wordt vanwege de vergelijkbare kleur van de sporen van uitgegaan dat alle sporen dezelfde datering hebben. Er is nog geen structuur herkenbaar maar het is goed mogelijk dat een deel van de sporen tot een structuur behoren. ,

,

,

,

,

,

,

,

Afbeelding 6: Overzicht van werkput 7 , waarin vindplaats 1 ligt.

AB240035. R01v0. 2‐EVA

12 van 26

,

,

Afbeelding 7: Coupe van s21 , 34 cm diep bewaard.

2. 2. 2 Vindplaats 2 Vindplaats 2 bestaat uit vier sporen in wp2 die vanaf ca. 10 m ‐mv (1640 m +NAP) tevoorschijn kwamen (Afbeelding 9). Het gaat om drie opvallend cirkelvormige sporen met een diameter van ca. 175 m (s42 43 en 44) en een paalspoor met een diameter van 60 cm (s51). ,

,

,

,

,

S43 was in het vlak een perfecte cirkel met een donkere rand (Afbeelding 8). Het spoor is tot ruim 40 cm diep onder het vlak bewaard. Er is één kwart uitgenomen zodat een half kwadrantenprofiel gedocumenteerd is.

Afbeelding 8: S43 in vlak en coupe.

Van s42 is een coupe in de wand gemaakt. Dat betekent dat de coupe niet in het midden van het spoor gecoupeerd is. Het spoor was in de wand 50 cm diep maar kan dus dieper geweest zijn. S42 en s43 zijn qua opbouw vergelijkbaar. Het lijkt om ronde kuilen met een van oorsprong humeuze (onderste) vulling te gaan. ,

S44 heeft een afwijkende opbouw. De wand is steiler en de kuil is dieper (80 cm; Afbeelding 11). Er is een > kwadrantcoupe aangelegd maar vanwege de beperkte ruimte in de werkput was het niet mogelijk om de onderkant van het spoor te bereiken (Afbeelding 12). Opvallend was de kleivulling in de bovenste lagen. Dit is ,

AB240035. R01v0. 2‐EVA

13 van 26

klei die van deze locatie komt. Ook was er in één kwadrant middeleeuwse scherfjes uit de vulling (protosteengoed). geen

zeer veel

verbrande leem. Er komen twee

Het laatste spoor is een vermoedelijk paalspoor (s51) dat onder s45 tevoorschijn kwam en een diepte van 36 cm heeft. Dit spoor heeft deels dezelfde kleivulling als s44. ,

Aan het andere einde van de werkput zijn nog twee kleine sporen aangetroffen (s40 en 41) waarvan één veel houtskool bevatte (s40) Deze twee sporen (op de overzichtskaart niet ingekleurd omdat de datering onduidelijk is) zouden ook nog bij vindplaats 2 kunnen horen. ,

Afbeelding 9: Overzicht van wp2 , met op de voorgrond s44 en op de achtergrond s43 en s42. Door de verschillende regenbuien is er geen foto waarop alle sporen netjes schoongemaakt zijn.

AB240035. R01v0. 2‐EVA

14 van 26

Afbeelding 10: S42 in vlak en coupe.

Afbeelding 11: S44 in vlak en coupe.

Afbeelding 12: Tekening van kwadrantcoupe van s44 (mm‐raster op schaal 1:20).

AB240035. R01v0. 2‐EVA

15 van 26

onduidelijk hoe

Het is nog zou

meer

zou

een

en

waterput kunnen zijn. De adviseur

komvormige

2.2.3

van

doorsnede

en

en

van

huisplattegrond

een

de concentrische

Vindplaats geul

Ze hebben

een

dieper

lijken kuilen

het

bevoegd

gaan

Misschien is het te dateren

en

een

is

op

1,15

ca.

waterput

zijn.

Dat

vulling van

s42

en

m

een

met

volledige

een

waterkuil. Er komt

is. Uit de

-mv

Het gaat

overige

deze

vindplaats

sporen

betreffen

een

coupe

diameter

m

dat met

meer

zekerheid in de

in de

die

nog tot

en

AB240035.R01v0.2-EVA

één

ca.

20

cm

paaltjes aangepunt waren (Afbeelding 15).

Afbeelding 13: S17 in vlak

mogelijk zijn,

grote

maar

de

die in de

geulafzettingen

zijn.

Na

13).

Het

gaat

van

na

gedeeltelijke

een

boring

een om

een

bleek het spoor

niet

diepe

kuil.

ca.

60

cm

uit het spoor, dat niet het vlak in meerdere kan

coupe tot

worden

nauwkeurig

putten kwam

(o.a. besmeten

aangetroffen zijn. Er wordt uitgegaan van

een

IJzertijd.

paalkuilen

uitmaken

van

een

onder

paaltje haaks

nog geen structuur te herkennen

s36-39 onderdeel

en

IJzertijd gedateerd

of vormen

dat de

name

zeer

gebruik als paalkuil.

een

in wp5

te

m

handgevormd aardewerkfragment

een

goed

stakenrij na)

niet op

sporen

+NAP) zijn ingegraven.

gezet (Afbeelding

stakenrij aangetroffen waarbij

dat met

wijzen

dat de sporen

s44

voor

negen sporen

1,0

van

er een

Er is (op de

s43

eventueel

17 leek in het vlak

Daarnaast is te zien

complete opgraving van de

(geanonimiseerd) nn opperde

zou

om

(ca. 15,85

aardewerk) zonder dat duidelijke diagnostische stukken De

specifieke functie geweest te zijn en s44

een

overige sporen komen geen vondsten. Bij de aanleg

echter handgevormd aardewerk

datering van

met

gezag,

kunnen

duidelijke donkergrijze, egale vulling. Spoor

te

Een

3

wp3 behoren,

onder vlakniveau

cm

veel

uit

worden.

moeten

43

vindplaats 3 is slechts in één werkput aanwezig.

die tot de

50

geïnterpreteerd

duidelijkheid kunnen brengen. S42

diepe paalsporen

Ook

de sporen

in de

het vlak

op de 5,3

aangetroffen

m

bewaard

zijn (Afbeelding 14).

lange rij staat. In de coupe was

sporen,

maar

het is goed mogelijk

structuur.

coupe.

16

van

26

GEONIUS

4

De aangetroffen vindplaats is zeldzaam en daarmee de informatiewaarde ook. Er zijn in de nabijheid van het onderzoeksgebied geen vindplaatsen uit de volle Middeleeuwen onderzocht. De ensemblewaarde is daarmee laag hoewel een volmiddeleeuwse nederzetting een voorganger geweest kan zijn van de latere dorpen Broekhuizenvorst of Broekhuizen en zodoende ook een zekere ensemblewaarde kan hebben. De inhoudelijke kwaliteit wordt als hoog ingeschat. ,

3. 3 Vindplaats 2 Voor vindplaats 2 gelden dezelfde argumenten als voor vindplaats 1. Het is goed mogelijk dat vindplaats 1 en vindplaats 2 onderdelen van dezelfde grotere middeleeuwse vindplaats zijn maar dat kan alleen door nader onderzoek vastgesteld worden. Voor vindplaats 2 geldt dus een hoge fysieke en inhoudelijke kwaliteit. ,

3. 4 Vindplaats 3 Fysieke kwaliteit Ook bij vindplaats 3 zijn de sporen goed herkenbaar en diep bewaard. Er zijn geen verstoringen. Ook deze vindplaats is vondstarm waardoor de conservering van het vondstmateriaal niet goed beoordeeld kan worden. Analoog aan vindplaats 1 en 2 is daarom sprake van een hoge fysieke kwaliteit. ,

Inhoudelijke kwaliteit In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn bij verschillende onderzoeken wel vondsten uit de late prehistorie aangetroffen maar er zijn geen nederzettingssporen gedocumenteerd. Dit betekent dat de vindplaats als zeldzaam ingeschat moet worden. Hiermee is ook de informatiewaarde hoog. Het lijkt erop dat de vindplaats samenhangt met de geul die in wp3 is aangetroffen. Mogelijk gaat het dan om een bijzondere vorm van vindplaats. Voor vindplaats 3 geldt een hoge fysieke en inhoudelijke kwaliteit. ,

3. 5 Vindplaats 4 Fysieke kwaliteit De karrensporen van vindplaats 4 zijn redelijk bewaard maar omdat ze zich aan de onderkant van de bouwvoor bevonden en aanvankelijk als ploegsporen waren geïnterpreteerd waren ze in wp6 niet gedocumenteerd in het vlak. Er is slechts één spijker afkomstig uit de sporen Er is sprake van een gemiddelde fysieke kwaliteit ,

,

Inhoudelijke kwaliteit De vindplaats is niet zeldzaam. De wegen hebben geen hoge ouderdom kaarten tot 1950. Vervolgonderzoek zou niet tot kenniswinst leiden. Voor vindplaats 4 geldt een lage inhoudelijke kwaliteit.

AB240035. R01v0. 2‐EVA

19 van 26

en

zijn te vinden

op

topografische

3. 6 Conclusie Op basis van de verschillende waarderingscriteria blijken de vindplaatsen 1‐3 bovengemiddeld te scoren zodat ze behoudenswaardig zijn (Tabel 1). Vindplaats 4 scoort laag en is niet behoudenswaardig. Tabel 1 Scoretabel waardestelling van de vindplaatsen. Vindplaats 1 waarde

criteria

scores oh o

m

id ed

g

Vindplaats 2

Vindplaats 3

Vindplaats 4

scores

scores

scores

al a

oh o

g

m

g

n

3

al a

id ed

oh o

g

al a

id ed

g

n

g

n

oh o

m

g

ed n

gaafheid

inhoudelijke kwaliteit

zeldzaamheid

3

3

3

1

informatiewaarde

3

3

3

1

2

ensemblewaarde representativiteit

3

al a

id

g

fysieke kwaliteit

conservering

3

m

2

2

2

1

n. v. t.

2 2

2

1

n. v. t.

n. v. t.

3. 7 Aanbevelingen De drie behoudenswaardige vindplaatsen nemen binnen het plangebied een vermoedelijke oppervlakte van ca. 5800 m² in. Voor de zuidrand van het archeologisch relevante gebied is de weg genomen die tot de ruilverkaveling in de jaren ’60 door het terrein gelopen heeft (zie Afbeelding 2). Deze weg is als s34 in wp10 aangetroffen. Uit het proefsleuvenonderzoek blijkt dat ten zuiden van deze weg het terrein afgegraven is geweest waarna het weer opgevuld is. Door de afgraving zijn hier geen archeologische resten meer te verwachten. Voor de west‐ en noordzijde is de grens van het plangebied als begrenzing van de binnen het plangebied relevante archeologische zone genomen terwijl in het oosten de grens gevormd wordt door een zone waarin geen archeologische sporen zijn aangetroffen. Duidelijke begrenzingen van de drie vindplaatsen kunnen niet gegeven worden. Deze zullen door een eventueel vervolgonderzoek duidelijk moeten worden. Wel is duidelijk dat de vindplaatsen elkaar waarschijnlijk overlappen. De vindplaatsen zullen oorspronkelijk groter geweest zijn dan door het onderzoek is aangetoond. De kern van de bewoning moet vermoedelijk in het hogergelegen zuidoostelijke deel van het plangebied gezocht worden. Dit gebied is echter afgegraven waardoor archeologische sporen verdwenen zijn. Wat rest zijn de sporen op de flank van het stuifzandduin. ,

De top van vindplaats 1 ligt op ca. 1645 m +NAP terwijl de sporen van vindplaats 2 vanaf ca. 1640 m +NAP aangetroffen zijn hoewel gezegd moet worden dat s42 en 43 op een iets dieper niveau herkend zijn. Vindplaats 3 ligt op ca. 1585 m. Als de archeologische resten in de bodem bewaard blijven dan moet rekening gehouden worden met een bufferzone van tenminste 30 cm. Dat betekent dat de toegestane ontgravingsdiepte op 1675 1650 en 1615 ligt. Omdat de vindplaatsen overlappen en de begrenzing van de vindplaatsen niet exact bekend is moet uitgegaan worden van het hoogste archeologische niveau om te kunnen bepalen of bewaring in de bodem mogelijk is (in situ bewaring). Dat is dus 1675 m +NAP. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Voor de nieuwbouw zijn in dit gebied ontgravingen nodig voor de funderingen van de woningen. De benodigde diepte van deze funderingen en van de geluidsschermen is berekend door Geonius. Het gaat om de sonderingen

AB240035. R01v0. 2‐EVA

20 van 26

,

SW01‐SW05 en SW08‐SW21. De benodigde ontgravingsdiepte ten behoeve van de geluidsschermen is berekend op 152‐163 m +NAP (SW01 03 08 09 10 en 13). De ontgravingsdiepte ten behoeve van de grondverbetering voor de woningen ligt tussen 1540 en 1630 m +NAP met één uitschieter naar 1665 (SW15). Dit betekent dat het zonder bijzondere maatregelen niet mogelijk is om de archeologische sporen in de bodem te bewaren. Tussen de bouwblokken is een verkeerszone en om de gebouwen heen is een groenzone gepland. Het is ons niet bekend tot hoe diep hier de ontgravingen gepland zijn. Eventueel zou hier bewaring in situ mogelijk zijn. Het is echter de vraag of het bevoegd gezag het gewenst vindt om deze relatief kleine verspreide stukken buiten een vervolgonderzoek te houden. Deze gebieden zouden dan een dubbelbestemming houden. Het is tevens de vraag of de initiatiefnemer het gewenst vindt om binnen het gebied nog aan een dubbelbestemming vast te zitten. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Als er geen planaanpassing (waarbij de locatie van de vindplaatsen ontzien worden van bodemingrepen) of een archeologieduurzame bouwmethode zoals ophoging of bouwen op palen mogelijk is wordt aanbevolen de gebieden waarin bodemingrepen gepland zijn door middel van een opgraving te onderzoeken voordat met de bouw begonnen wordt. In overleg met het bevoegd gezag moet besloten worden of deze opgraving alleen de daadwerkelijke geplande bodemingrepen betreft of dat er een vlakdekkend onderzoek uitgevoerd moet worden. ,

,

Mocht er een vervolgonderzoek komen dan wordt aanbevolen om extra aandacht te geven aan het landschappelijke onderzoek door op vooraf bepaalde plekken profielen aan te laten leggen die door een specialist fysische geografie onderzocht worden. Het beeld van de landschapsontwikkeling is op dit moment nog niet helder genoeg. ,

Afbeelding 16: Overzicht van de sonderingen(SW‐nummers) en de geplande woningen (blauwe stippellijnen). Hierop is in paars het archeologische behoudenswaardige gebied geprojecteerd.

AB240035. R01v0. 2‐EVA

21 van 26

15. Hoe kan samenvattend na dit onderzoek de bewoningsgeschiedenis van het onderzoeksgebied beschreven worden? Hier kan iets over gezegd worden hoewel dat beperkt zal blijven als er geen vervolgonderzoek komt. 16. Welke verbanden zijn er te leggen met historische historisch‐landschappelijke bouwhistorische en overige cultuurhistorische aspecten van het onderzoeksgebied en zijn omgeving? Dit is mogelijk voor de sporen uit de Nieuwe tijd (vindplaats 4). 17. Wat is de fysieke kwaliteit (gaafheid en herkenbaarheid van sporen; conservering van (an)organisch vondstmateriaal en van ecologische resten) van het onderzoeksgebied? Welke verschillen zijn er t. a. v. dit aspect binnen het onderzoeksgebied (binnen verticale en/of horizontale grenzen; complextypen periode sites)? Zie hoofdstuk 3. 18. Wat is de inhoudelijke kwaliteit (zeldzaamheid informatiewaarde en ensemblewaarde) van het onderzoeksgebied en welke verschillen zijn er t. a. v. dit aspect binnen delen van het onderzoeksgebied (binnen verticale en/of horizontale grenzen; complextypen periode sites)? Zie hoofdstuk 3. 19.

Welke waarde is er samenvattend te geven aan het onderzoeksgebied en de daarin te onderscheiden delen (binnen verticale en/of horizontale grenzen; complextypen periode sites)? Ofwel: Is of zijn er behoudenswaardige vindplaatsen aanwezig binnen de grenzen van het plangebied? Beschrijf en beredeneer de verschillen in waarde. Er zijn drie behoudenswaardige vindplaatsen en één niet‐behoudenswaardige vindplaats. 20. Is er een verwachting dat buiten het nu onderzochte gebied nog resten van deze vindplaats aanwezig zijn en wat is de verwachting omtrent de fysieke en inhoudelijke kwaliteit daarvan? Er is zeker te verwachten dat de aangetroffen vindplaatsen ook buiten het onderzoeksgebied nog doorlopen maar daar kan zonder vervolgonderzoek geen goed onderbouwde conclusie voor gegeven worden. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

AB240035. R01v0. 2‐EVA

24 van 26

,

5 Uitwerkingsvoorstel Het uitwerkingsvoorstel ten behoeve van de proefsleuven is er mede afhankelijk van of de vindplaatsen nog d. m. v. een opgraving onderzocht worden. Als er een vervolgonderzoek komt dan wordt voorgesteld om de vondsten en monsters niet nu uit te werken maar pas na het vervolgonderzoek zodat de vondsten als één geheel uitgewerkt kunnen worden. Wat de monsters betreft kan een selectie pas optimaal uitgevoerd worden na het vervolgonderzoek. Het voorstel zou dus zijn om nu niets uit te werken maar te wachten met uitwerking tot het vervolgonderzoek uitgevoerd is. ,

,

,

,

Indien de vindplaatsen in situ bewaard kunnen blijven en een vervolgonderzoek niet nodig is dan dient de uitwerking wel direct plaats te vinden. Er is dan een verdere analyse van de grondsporen in samenhang met de bestudering van het vondstmateriaal en de monsters noodzakelijk om de onderzoeksvragen voor het proefsleuvenonderzoek zo goed mogelijk te kunnen beantwoorden. Derhalve stelt Geonius voor om in dat geval alle vondsten te analyseren. Omdat de sporen vondstarm zijn zijn de vlakvondsten ook van belang om een inzicht in de datering van de vindplaatsen te krijgen. Ook zijn deze belangrijk voor de datering van de stratigrafie. Van ca. 5 objecten wordt voorgesteld tekeningen en/of objectfoto’s te maken. ,

,

Om de betrouwbaarheid van de enkele daterende vondsten van vindplaats 1 te checken wordt voorgesteld om het 14C‐monster uit kuil (of paalkuil) s31 te laten dateren (vnr. 52). Hetzelfde geldt voor het houtskoolmonster uit s44 binnen vindplaats 2 (vnr. 75). Tenslotte kan de datering van een 14C‐monster uit de depressie in wp3 (vnr. 69) mogelijk meer licht werpen op het belang van deze geul ten tijde van de vindplaatsen. Deponering Voor deponering worden alle keramische objecten voorgesteld. Van de stenen artefacten worden in principe alle objecten voor deponering voorgesteld met uitzondering van de stenen die niet bewerkt zijn. De ijzeren voorwerpen dienen geconserveerd te worden als ze als voorwerp herkenbaar zijn en met een vindplaats in verband gebracht kunnen worden. Hiervoor zijn enkele röntgenopnames noodzakelijk. De overige vondsten kunnen gedeselecteerd worden. ,

AB240035. R01v0. 2‐EVA

25 van 26

Literatuurlijst Centraal

College

Stichting

voor

van

Deskundigen Archeologie (2018).

Infrastructuur

Kwaliteitsnorm

Kwaliteitsborging Bodembeheer,

Nederlandse

Archeologie,

versie

4.1.

Gouda.

(geanonimiseerd) J.J.G. (2024). Programma van Eisen IVO-P Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst, gemeente Horst aan | de Maas

(geanonimiseerd) |}

(Geonius Programma M.,

Broekhuizenvorst,

2023.

van

Eisen

Archeologisch

gemeente Horst

aan

159). bureaude Maas

bureauonderzoek

Beerendonckerweg,

(Econsultancy rapportnr. 20103.001).

26 AB240035.R01v0.1-EVA

verkennend

en

van

1

GEONIUS

&

Bijlagen

AA230151. R02v1. 0

Bijlage 1 Sporenkaart

AB240035. R01v0. 2‐EVA

Bijlage 2 Sporenlijst

AB240035. R01v0. 2‐EVA

SpoorDatum

WpVlakDiepte

Vulling Vorm

spoor

117-4-2024 217-4-2024

1 1

2 2

317-4-2024 4 418-4-2024 518-4-20248 618-4-20248 718-4-20248

2 2 2 2

818-4-20248

2

818-4-20248

2

818-4-20248 918-4-2024 1018-4-20249 1118-4-20249 1218-4-20249 1318-4-20249 1418-4-20249 1518-4-20249

2

1618-4-20249

2

vanaf

13

16

68

10 10 10

Textuur beschrijving

Insluitsels

Z3S1

mng2

0 0

ligebr

0 0

br brgr dogrbr

Z3S1 Z3S1 Z3S1

0 0

nvt

nvt

br

Z3S1

0

dogr LZ3 dogr , blauwzwee

1

m

2

dogr vlk BR

8 2 2 2 2 2 2

kleur

nr.

0 0 0

dobr dobr

Relatie Coupe AfgewMonsterInterpr datering (ligt op , j/n erkt etatie/ gelijk j/n type geen J NV geen J NV

hks1; bst1; gr1 hks1; bst1 hks6

LZ1

fe

Z3S2 Z3S1 Z3S1 Z3S2

gr1

REC GR REC REC REC

REC REC REC REC REC

-

2. 3 2. 7 2. 6

KL

?

5. 2

J

KL

?

5. 2

J

KL

? REC REC REC REC

5. 2

REC REC REC GR NV

geen

REC REC

REC REC

0 0

BR BR

Z3S2 Z3S2

hks6

0

rge

Z3S1

gr1

J

Karren Nieuwe tijd

0

libr/ligebr vlk

1

gr

0

gr

Z3S1 Z3S1 Z3S1

hks1; mnc1; rov1 rov1; hks1 hks6; mnc6; rov1

J J J N N

WKL WKL PK NV NV

dobr/libr/b

2. 2 2. 1

J

J N J J J J

BR

hks1 hks1 hks6

J J N J J

vind-TeknrNAPOpmerking plaats

IJzertijd IJzertijd IJzertijd

2. 5

rest bovenlaag Ondiep (3cm) < In putwand gecoupeerd , gefotogr. ; niet getekend in putwand gecoupeerd bioturbatie S1001; in putwand gecoupeerd

in putwand gecoupeerd; Grote kuil. Zandwinning? weinig inclusies , maar moet wel antrop. Zijn; scherpe grenzen , ook in vlak in putwand gecoupeerd; onderste deel kuilvulling; spoor in vlak in putwand gecoupeerd; gevlk zandlaag; ingezakte rand kuil(?) recente kuil In putwand gecoupeerd of dieper deel ophogingslaag.

2. 4

1719-4-2024 1719-4-2024 1819-4-2024 1919-4-2024 2019-4-2024

5 5 5 5 5

2 2 2 2 2

35 62 12

2119-4-2024

7

2

34

0

br/libr/ligr br vlk Z3S1

hks6; mnc1

J

PK

volle Middeleeuwen

14. 2

2219-4-2024

7

2

22

0rond

libr/br vlk

Z3S1

hks6; mnc 6

J

PK

volle Middeleeuwen

12. 8

Zie tekenblad 2 beschr.

2319-4-2024

7

2

31

0rond

orbr

Z3S1

mnc6; hks6

J

PK

volle Middeleeuwen

14. 1

Zie tekenblad 2 beschr.

2419-4-2024

7

2

32

0ovaal

gebr/libr vlk

Z3S1

fec6; hks6; rov1; mnJ

PK

volle Middeleeuwen

14. 3

Zie tekenblad 2 beschr.

2519-4-2024

7

2

34

0half

Z3S1

hks6; mnc1

PK

volle Middeleeuwen

14. 4

Zie tekenblad 2 beschr.

orbr/gebr

ova vlk

J

34. 9 34. 9 34. 13

sliblaagjes; in putwand gecoupeerd

geen

misschien een kuil boomval

geen

AB240035 formulierensysteem. xlsx

SpoorDatum

WpVlakDiepte

Vulling Vorm

spoor

kleur

nr.

vanaf

Textuur beschrijving

Insluitsels

Z3S1

mnc3; rov1

2619-4-2024

7

2

34

grbr/br/or 0langgere br/ligr vlk

2719-4-2024

7

2

27

0rond

gebr

Z3S1

hks3

2819-4-2024

7

2

24

0ovaal

bebrgr

Z3S1

2819-4-2024

7

2

40

1ovaal

grbr/libr vlk

2919-4-2024 3019-4-2024

7 7

2 2

10 4

0rond 0

7 3119-4-2024 3218-4-202410 3218-4-202410 5 3322-4-2024 7 3419-4-2024 3418-4-202410

2 2 2 3 2 2

24 94

0ovaal 0

8 24 80

0 0 0

gr

3522-4-2024

5

3

20

0

3622-4-2024

5

3

22

0

3722-4-2024

5

3

20

0

3822-4-2024

5

3

3922-4-2024

5

3

12

0

4022-4-2024

2

2

22

0

4122-4-2024

2

2

32

0

4222-4-2024

2

2

4222-4-2024

2

2

22

1

grbr/ligebr vlk Z3S1 grbr/ligebrligr-dogr vlk Z3S1

4222-4-2024

2

2

28

2

4222-4-2024

2

2

18

3

1

0

0rond

Relatie Coupe AfgewMonsterInterpr (ligt op , j/n erkt etatie/ gelijk j/n type

datering

vind-TeknrNAPOpmerking plaats

Zie tekenblad 2 beschr.

NV

geen

J

PK

volle Middeleeuwen

14. 10

Zie tekenblad 2 beschr.

hks6

J

PK

volle Middeleeuwen

14. 6

Zie tekenblad 2 beschr.

Z3S1

Hks1

J

PK

volle Middeleeuwen

4. 6

Zie tekenblad 2 beschr.

bebrgr dogrbr

Z3S1

hks6; mnc6 hks1

J J

PK

volle Middeleeuwen ?

14. 7 1

Zie tekenblad 2 beschr. Zie tekenblad 4 beschr.

gebrgr dobr dobr vlk

mnc1; fec6; hks6 hks1; Bst1 hks1; Bst1 rov1 hks1; mnc1

J J J J J J

volle PK/KL Middeleeuwen REC REC REC REC PK IJzertijd Karren Nieuwe tijd Karren Nieuwe tijd

14. 8 5. 1 5. 1 34. 14 4. 8 5. 1

Zie ook tekenblad 2 beschr. vrij egale kleur; in putwand gecoupeerd oudere opvulling; in putwand gecoupeerd

br br

Z3S1 Z3S1 Z3S1 Z3S1 Z3S1 Z3S1

gr

Z3S1

Hks6

J

PK

IJzertijd

34. 12

Z3S3

hks6

J

PK

IJzertijd

34. 11

Z3S1

rov1; gr6; mnc6

J

PK

IJzertijd

3

N

PK

IJzertijd

3 3

ligr/ligegr vlk ligr/ligegr vlk ligr/ligegr vlk ligr/ligegr vlk brgr/gebr vlk ligr/brgr vlk

Z3S1

GR

s takenrij

die een hoek van 90 graden maakt; 3 gecoupeerd , aangepunt

abuis niet getekend? Bodemvorming onder het spoor per

Z3S1

mnc6

J

PK

IJzertijd

Z3S1

hk2

J

PK

?

4. 16

Z3S1

hks6; mnc6

J

PK

?

4. 16

vkl6; gr6;hks6

J

WP?

volle Middeleeuwen

26. 3

vlk6

J

WP?

volle Middeleeuwen

6. 3

Deels P. 17

gebr/dogrligebr vlk Z3S1

J

WP?

volle Middeleeuwen

6. 3

Deels P. 17

dogebr/ge br-grbr vlk Z3S1

J

WP?

volle Middeleeuwen

6. 3

Deels P. 17

veel houtskool

Deels P. 17; kwadranten zie TEK 7. 1

AB240035 formulierensysteem. xlsx

Bijlage 4 Tijdtabel

Tijdtabel. Bron: ARCHOL

AB240035. R01v0. 2‐EVA

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15847768/1