CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

09c.1 Bodem en infiltratieonderzoek

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Appartementen Kloosterstraat ong., Grubbenvorst.18.787 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERKENNEND BODEM- en INFILTRATIE ONDERZOEK locatie KLOOSTERSTRAAT / WILHELMINASTRAAT te GRUBBENVORST 200846.BKK

Colofon BKK Bodemadvies bv Bezoekadres:

Kruisstraat 6 5768 RW MEIJEL

Postadres:

Postbus 55 5768 ZH MEIJEL

tel: e-mail:

077-4661141 info@bkk-advies.nl

Projectgegevens Rapportnummer: Projectlocatie: Datum rapport:

200846.BKK Grubbenvorst, Kloosterstraat / Wilhelminastraat 4 november 2020

In opdracht van: Contactpersoon:

HVG Real Estate De heer J. Vaessen Looskade 15 6041 LE ROERMOND

De monstername is onder certificaat EC-SIK-20261 en onafhankelijk van de opdrachtgever conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001, 2002 en 2018 uitgevoerd door de heren S. Vanmechelen en P. Stienen.

Auteur (projectleider): Ing. M.L.M. Kessels

Interne controle: Ing. L.H.M. Hunnekens

Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij BKK Bodemadvies bv een hoge prioriteit. BKK Bodemadvies hanteert daartoe een kwaliteitssysteem volgens de NEN-EN-ISO 9001: 2015, certificaatnummer nr. EC-KWA-00050. Indien u een klacht heeft over de uitvoering van de werkzaamheden binnen de reikwijdte van dit certificatieschema, vernemen wij dat graag zo snel mogelijk van u. Mocht dit niet tot tevredenheid leiden, kunt u zich in tweede instantie wenden tot onze certificerende instelling, Normec Certification b.v. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of BKK Bodemadvies bv.

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ..............................................................................................................1

2.

VOORONDERZOEK ...................................................................................................3 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 2.10.

3.

ONDERZOEKSOPZET .................................................................................................9 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

4.

Hypothese ............................................................................................................ 9 Strategie van het onderzoek ................................................................................... 9 Asbest ................................................................................................................. 9 Infiltratie onderzoek ............................................................................................. 10 UITVOERING VELDWERKZAAMHEDEN ....................................................................... 11

4.1. 4.2. 5.

Veldwerkzaamheden ............................................................................................ 11 Waarnemingen.................................................................................................... 11 LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................... 13

5.1. 5.2. 6.

Asbest ............................................................................................................... 13 Bodem ............................................................................................................... 13 ONDERZOEKSRESULTATEN ...................................................................................... 15

6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5. 7.

Toetsingskader voor asbest................................................................................... 15 Toetsing en interpretatie analyseresultaten asbest ................................................... 15 Toetsingskader voor bodem .................................................................................. 16 Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit ................................................................... 16 Toetsing en interpretatie analyseresultaten ............................................................. 17 INFILTRATIE-ONDERZOEK ....................................................................................... 19

7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 8.

Algemeen ............................................................................................................. 3 Vooronderzoek ...................................................................................................... 4 Ligging onderzoekslocatie en omgeving .................................................................... 4 Terreininspectie .................................................................................................... 4 Historie onderzoekslocatie en omgeving.................................................................... 5 Ophogingen/dempingen, stortingen/calamiteiten ....................................................... 6 Eerder verricht bodemonderzoek ............................................................................. 6 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................. 6 Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................. 8 Conclusies vooronderzoek....................................................................................... 8

Informatie vooraf ................................................................................................ 19 Lokale bodemopbouw .......................................................................................... 19 De doorlatendheid (algemeen) .............................................................................. 19 Infiltratiemetingen ............................................................................................... 21 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................ 22

BIJLAGEN Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V Bijlage VI Bijlage VII Bijlage VIII Bijlage IX Bijlage X

200846.BKK / MK

Topografische situatie Kadastrale informatie percelen Overzichtstekening Boorprofielen met beschrijvingen Analysecertificaten Toetsingsoverzicht analyseresultaten Foto’s onderzoekslocatie Resultaten infiltratiemetingen Tekening met boorlocaties VBO 2014 Luchtfoto onderzoekslocatie 2008

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

1.

INLEIDING

In opdracht van de HVG Real Estate is door BKK Bodemadvies bv te Meijel een verkennend bodem- en infiltratie onderzoek uitgevoerd voor de locatie Kloosterstraat / Wilhelminastraat te Grubbenvorst. Aanleiding De opdrachtgever is voornemens om de locatie her in te richten, waarbij een bouwplan van appartementen wordt gerealiseerd en een toekomstige weg met parkeerplaats wordt aangelegd. Onder de toekomstige rijweg (parkeerplaats) wordt een IT-riool of andere infiltratievoorziening aangelegd. In figuur 1 is het toekomstig herinrichtingsplan voor de onderzoekslocatie opgenomen.

Figuur 1: Toekomstig bouwplan

Doelstelling Doel van het onderzoek is vast te stellen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigingen bevat die schadelijk zijn voor de volksgezondheid en/of het milieu in het algemeen en zodoende een belemmering of beperking kunnen vormen voor de toekomstige herinrichtingsplannen. Er wordt een globaal inzicht gegeven in de aard, de omvang en de gehalten, c.q. concentraties van mogelijk verontreinigde stoffen in de bodem. Op grond hiervan kan een milieukundige beoordeling van de eventuele verontreinigingen worden gegeven. Ook kan een uitspraak worden gedaan over de noodzakelijkheid van een aanvullend of een nader onderzoek. Het onderzoek is tevens gericht op het bepalen van de doorlatendheid van de bodem.

200846.BKK / MK

1

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

Referentiekader Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse norm "Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek" (NEN 5740/A1) en “Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem” (NEN 5707). Het veldwerk is uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000: “Beoordelingsrichtlijn voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” met toepassing van de protocollen 2001 (plaatsen van boringen), 2002 (het nemen van grondwatermonsters) en 2018 (onderzoek naar asbest in bodem). BKK Bodemadvies bv is gecertificeerd voor deze protocollen met het certificaatnummer EC-SIK-20261. Aan de hand van het uitgevoerde vooronderzoek conform de NEN 5725 wordt de hypothese vastgesteld met betrekking tot de te verwachten bodemkwaliteit. Hieruit volgt met behulp van de NEN 5740 de te volgen onderzoeksstrategie. Het infiltratie onderzoek wordt volgens de Leidraad Riolering, C2510 Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage, d.d. februari 2011-42 uitgevoerd. De opdrachtnemer “BKK Bodemadvies bv” waarborgt dat aan de functionele scheiding, zoals bedoeld in paragraaf 3.2.7 van BRL SIKB 2000 wordt voldaan en dat er geen opdrachten worden uitgevoerd indien de eigenaar van de onderzoekslocatie tot de organisatie van de opdrachtnemer behoort.

Afbakening van het onderzoek Hoewel tijdens het onderzoek naar een zo groot mogelijke representativiteit wordt gestreefd, is steeds het risico aanwezig dat eventuele lokale afwijkingen in het bodemmateriaal niet worden gedetecteerd. Het onderzoek is namelijk gebaseerd op een beperkt aantal boringen en een beperkt aantal chemische analyses. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Nadien kan mogelijk door externe factoren de bodemkwaliteit veranderen. Aan het resultaat van het onderzoek kan derhalve geen absolute waarde worden toegekend. Uitgevoerde analyses De chemische analyses zijn conform AS3000 uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium. De analyseopdrachten worden normaliter binnen de geldende houdbaarheidstermijnen en conserveringstermijnen uitgevoerd. Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport wordt verslag gedaan van de uitvoering en beoordeling van de veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend en infiltratie bodemonderzoek. In hoofdstuk 2 wordt het vooronderzoek en in hoofdstuk 3 is de onderzoeksopzet weergegeven. In hoofdstuk 4 worden de uitgevoerde veldwerkzaamheden en in hoofdstuk 5 het laboratoriumonderzoek met betrekking tot de funderingslaag en bodem weergegeven. In hoofdstuk 6 zijn de onderzoeksresultaten van de puinlaag en bodem opgenomen.

Het infiltratie onderzoek wordt in hoofdstuk 7 verwoord en in hoofdstuk 8 worden de conclusies en de aanbevelingen vermeld.

200846.BKK / MK

2

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

2.2.

Vooronderzoek

Van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn gegevens verzameld die van belang zijn voor het vooronderzoek en voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. De informatie in het vooronderzoek over de onderzoekslocatie zijn onder andere verkregen uit de volgende bronnen: Kadaster:

- kadastertekening; - kadastrale berichten;

DINO loket TNO-NITG:

- Geohydrologie onderzoekslocatie;

Gemeente Horst a/d Maas:

- Bouw- en milieuvergunningen; - Tankarchief; - Bodemonderzoeken; - Bodemkwaliteitskaart;

Overig:

- Grote Historisch Provincie atlas Limburg (1837-1844); - Ruimtelijke plannen; - www.topotijdreis.nl; - Google Earth 2019.

2.3.

Ligging onderzoekslocatie en omgeving

Grubbenvorst ligt nabij de Maas, op een hoogte van ongeveer 20 meter+ NAP. Parallel aan de Maas ligt het laagterras waaroverheen enkele beken min of meer parallel aan de Maas stromen, zoals de Everlose Beek, Salderbeek, Broekloop en Molenbeek. Bij de Salderbeek ligt een klein terrein van Het Limburgs Landschap. Ten noorden van Grubbenvorst ligt het natuurgebied Kaldenbroek. Naar het westen vindt men grootschalige ontginningen op hoge zandgronden, met grootschalige landbouw en percelen naaldbos. Ten zuiden van Grubbenvorst nadert de steilrand van het middenterras zeer dicht tot de Maas. De onderzoekslocatie ligt in het noordelijke gedeelte van de kern Grubbenvorst, op een afstand van circa 800 meter westelijk van de Maas. Momenteel is de onderzoekslocatie braakliggend. Ten oosten grenst de onderzoekslocatie aan woningen met tuin die zich aan de Beatrixstraat bevinden. Ten noorden is onlangs een nieuwbouwproject afgerond. De directe omgeving wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van woningen en detailhandelszaken / kleine bedrijven. Tot 2008 stond er op de onderzoekslocatie nog bebouwing. In bijlage X is een luchtfoto uit 2008 opgenomen waarop de bebouwing nog aanwezig was. Deze gebouwen dateren uit de periode zestiger jaren toen de Tuinbouwvereniging op deze locatie (Wilhelminastraat 2) was gevestigd. 2.4.

Terreininspectie

In bijlage VII zijn enkele foto’s ( 1 t/m 8) van de onderzoekslocatie opgenomen, welke gemaakt zijn tijdens de terreininspectie. In bijlage III is een tekening van de onderzoekslocatie opgenomen, waarin tevens de fotomomenten zijn verwerkt. Ten tijde van de terreininspectie op 20 oktober 2020 (voorafgaand aan de veldwerkzaamheden) zijn de volgende waarnemingen gedaan: Het gehele terrein is braakliggend en begroeid met gras. Binnen het betreffende perceel C-4041 bevindt zich op het maaiveld – ter hoogte van de Kloosterstraat – een ijzeren kunstvoorwerp. Aan de westzijde grenst de onderzoekslocatie aan een trottoir en aan de zuidzijde aan het fietspad. De oostzijde wordt begrensd door de perceelgrenzen met de tuinen van de woningen aan de Beatrixstraat en aan de noordzijde aan de tuinen van de nieuwwoningen aan de Wilhelminastraat Tijdens de terreininspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 200846.BKK / MK

4

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

2.2.

Vooronderzoek

Van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn gegevens verzameld die van belang zijn voor het vooronderzoek en voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. De informatie in het vooronderzoek over de onderzoekslocatie zijn onder andere verkregen uit de volgende bronnen: Kadaster:

- kadastertekening; - kadastrale berichten;

DINO loket TNO-NITG:

- Geohydrologie onderzoekslocatie;

Gemeente Horst a/d Maas:

- Bouw- en milieuvergunningen; - Tankarchief; - Bodemonderzoeken; - Bodemkwaliteitskaart;

Overig:

- Grote Historisch Provincie atlas Limburg (1837-1844); - Ruimtelijke plannen; - www.topotijdreis.nl; - Google Earth 2019.

2.3.

Ligging onderzoekslocatie en omgeving

Grubbenvorst ligt nabij de Maas, op een hoogte van ongeveer 20 meter+ NAP. Parallel aan de Maas ligt het laagterras waaroverheen enkele beken min of meer parallel aan de Maas stromen, zoals de Everlose Beek, Salderbeek, Broekloop en Molenbeek. Bij de Salderbeek ligt een klein terrein van Het Limburgs Landschap. Ten noorden van Grubbenvorst ligt het natuurgebied Kaldenbroek. Naar het westen vindt men grootschalige ontginningen op hoge zandgronden, met grootschalige landbouw en percelen naaldbos. Ten zuiden van Grubbenvorst nadert de steilrand van het middenterras zeer dicht tot de Maas. De onderzoekslocatie ligt in het noordelijke gedeelte van de kern Grubbenvorst, op een afstand van circa 800 meter westelijk van de Maas. Momenteel is de onderzoekslocatie braakliggend. Ten oosten grenst de onderzoekslocatie aan woningen met tuin die zich aan de Beatrixstraat bevinden. Ten noorden is onlangs een nieuwbouwproject afgerond. De directe omgeving wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van woningen en detailhandelszaken / kleine bedrijven. Tot 2008 stond er op de onderzoekslocatie nog bebouwing. In bijlage X is een luchtfoto uit 2008 opgenomen waarop de bebouwing nog aanwezig was. Deze gebouwen dateren uit de periode zestiger jaren toen de Tuinbouwvereniging op deze locatie (Wilhelminastraat 2) was gevestigd. 2.4.

Terreininspectie

In bijlage VII zijn enkele foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen, welke gemaakt zijn tijdens de terreininspectie. In bijlage III is een tekening van de onderzoekslocatie opgenomen. Ten tijde van de terreininspectie op 20 oktober 2020 (voorafgaand aan de veldwerkzaamheden) zijn de volgende waarnemingen gedaan: Het gehele terrein is braakliggend en begroeid met gras. Binnen het betreffende perceel C-4041 bevindt zich op het maaiveld – ter hoogte van de Kloosterstraat – een ijzeren kunstvoorwerp. Aan de westzijde grenst de onderzoekslocatie aan een trottoir en aan de zuidzijde aan het fietspad. De oostzijde wordt begrensd door de perceelgrenzen met de tuinen van de woningen aan de Beatrixstraat en aan de noordzijde aan de tuinen van de nieuwwoningen aan de Wilhelminastraat Tijdens de terreininspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.

200846.BKK / MK

4

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

2.5.

Historie onderzoekslocatie en omgeving

Onderstaand is in figuur 3a t/m 3d een selectie met een aantal historische kaarten uit topotijdreis weergegeven. De onderzoekslocatie bevindt zich binnen de rode cirkel.

Figuur 3a: 1958

Figuur 3b: 1967

Figuur 3c: 2010

Figuur 3d: 2011

Op de kaart van 1958 is de onderzoekslocatie voor het eerst deels bebouwd en voor het overige hoofdzakelijk in gebruik als agrarisch gebied. De bebouwing is in 1967 uitgebreid tot een situatie die tot 2010 ongewijzigd is gebleven. In deze periode heeft het gebied zich verder ontwikkelt waarmee de kern van Grubbenvorst in noordelijke richting is uitgebreid. Noordelijk van de onderzoekslocatie bevond zich een tuinbouwloods die na 2014 is gesloopt, waarna nieuwbouw heeft plaatsgevonden in 2020. Sinds de verwijdering van de bebouwing binnen de onderzoekslocatie ligt het terrein braak en is een gedeelte in gebruik geweest als moestuin Voor zover bij de gemeente Horst aan de Maas bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Ook zijn er geen gegevens bekend omtrent overige potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Bij de gemeente Horst aan de Maas zijn geen gegevens aanwezig waaruit blijkt of er asbesthoudende materialen zijn toegepast op of in de (voormalige) bebouwing.

200846.BKK / MK

5

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

2.6.

Ophogingen/dempingen, stortingen/calamiteiten

Er zijn geen gegevens bekend over ophogingen/dempingen en stortingen / calamiteiten ter plaatse van de onderzoekslocatie in het gemeentelijke archief. 2.7.

Eerder verricht bodemonderzoek

Ter plaatse van de onderzoekslocatie heeft niet eerder een bodemonderzoek plaatsgevonden. Noordelijk van de onderzoekslocatie is aan de Wilhelminastraat 2 een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd door Econsultancy. De belangrijkste resultaten uit het betreffende verkennend bodemonderzoek zijn opgenomen in tabel 1. In bijlage IX is de tekening met de boorlocaties opgenomen. Tabel 1: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoek. Verkennend bodemonderzoek Wilhelminastraat 2 te Grubbenvorst, Econsultancy BV, rapportnr. 14021214 d.d. 3 juni 2014. Aanleiding:

Uitgevoerd in het kader van de verkoop van de percelen C, nummer 4040 en 5728 [ged]. Ten tijde van dit bodemonderzoek was de onderhavige onderzoekslocatie – zuidelijk van de Wilhelminastraat 2 – braakliggend en deels in gebruik als moestuin.

Vooronderzoek:

Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming" (VED-HE). Bij verdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem mogelijk verontreinigd is.

Resultaten

De verdachte bodemlaag is plaatselijk licht tot sterk verontreinigd met zink en licht verontreinigd met cadmium, kobalt, koper, kwik, nikkel en/of PAK. In het grondwater zijn geen verontreinigingen geconstateerd. Op basis van resultaten van de H-XRF, de analyseresultaten en de zintuiglijke waarnemingen is de sterke zinkverontreiniging in de grond ter plaatse van boring 6, 101 en 102 ingekaderd. De verontreinigspot heeft een oppervlakte van circa 54 m2. De sterke zinkverontreiniging in de grond bevindt zich in het traject 0,2-0,35 m-mv. Derhalve bedraagt de totale omvang van de sterke verontreiniging met zink circa 10 m³. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In zowel de bodem als in het puin zijn zintuiglijk in de fractie > 16 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 16 mm eveneens geen asbest aangetoond.

Conclusie:

In het kader van de aankoop kan gesteld worden dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bij ongewijzigd gebruik niet tot gebruiksbeperkingen of gezondheidsrisico's zal leiden. Bij eventuele functie-/ bestemmingsplanwijzigingen en/of bij verwijdering van de asfaltverharding adviseert Econsultancy de geconstateerde verontreinigingsspot onder milieukundige begeleiding af te graven en af te voeren naar een erkende verwerker. In het kader van de nieuwbouwontwikkelingen heeft de voorgestelde sanering van de verontreinigingsspot plaatsgevonden.

2.8.

Bodemopbouw en geohydrologie

Enig inzicht omtrent de bodemsoort en –opbouw is van belang bij het beoordelen van de aangetoonde stoffen in relatie tot het natuurlijk voorkomen ter plaatse en de mogelijkheid van het doordringen van de aangetoonde stoffen in diepere lagen. De geohydrologische situatie bepaalt in hoge mate de verspreidingskansen van de aangetoonde stoffen naar de omgeving en is, samen met de aard van de bodem en de mobiliteit van de aangetoonde stoffen, belangrijk bij het verkrijgen van een indruk van de omvang van het beïnvloedingsgebied van mogelijke verontreinigingen. 200846.BKK / MK

6

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

Geohydrologische gegevens Tektonisch gezien ligt de onderzoekslocatie op de Peelhorst. Deze horst wordt aan de zuidwestzijde begrensd door de Peelrandbreuk en aan de noordoostzijde door de Tegelenbreuk. Beide breuken zijn noordwest-zuidoost gericht. In figuur 4 zijn deze breuken opgenomen.

Figuur 4: Uitsnede Bodemkaart van gedeelte van Zuid-Nederland

Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van ± 15 meter en wordt gevormd door de Formatie van Beegden. Op deze fluviatiele en glaciofluviatiele formaties liggen de fijnzandige, matig goed doorlatende dekzandafzettingen, behorende tot de Formatie van Boxtel, met een dikte van ± 5 m. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door kleiafzettingen van de Kiezeloolietformatie. Grondwaterstroming Uit de isohypsenkaarten van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, kaartblad 52 Oost, 1978 (schaal 1:50.000) valt af te leiden dat het grondwater in het eerste watervoerende pakket als freatisch mag worden beschouwd. Het freatisch vlak bevindt zich volgens de gegevens op een diepte van circa 16 meter + NAP en het maaiveldhoogte betreft circa 19,5 meter + NAP. Dit komt overeen met een grondwaterstand van circa 3,5 m-mv. In figuur 5 is de stijghoogte van het grondwater in Grubbenvorst weergegeven.

200846.BKK / MK

7

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

Figuur 5: Stijghoogte grondwater Grubbenvorst

De regionale grondwaterstroming van het freatisch grondwater is volgens de gegevens van de dienst grondwaterverkenning van TNO en volgens figuur 6 globaal oostelijk, richting de Maas, gericht. 2.9.

Bodemkwaliteitskaart

De gemeente Horst aan de Maas maakt deel uit van de Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029, welke een gemeenschappelijke nota van 15 Noord- en Midden-Limburgse gemeente betreft. Deze Nota is onlosmakelijk verbonden met de bodemkwaliteitskaart (BKK), waarop de bodemkwaliteit binnen een bepaald gebied is aangegeven. De bodemkwaliteitskaart geeft inzicht in de bodemkwaliteit van de bodemlagen van 0 tot 0,5 meter onder het maaiveld en van 0,5 tot 2,0 meter onder het maaiveld. Volgens de ontgravingskaart boven- en ondergrond is voor de gemeente Grubbenvorst de ontgravingskwaliteit “Landbouw/ natuur” van toepassing. 2.10. Conclusies vooronderzoek Uit het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat: - binnen de onderzoekslocatie geen (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk de bodem nadelig zouden hebben kunnen beïnvloeden; - op een gedeelte van de onderzoekslocatie in het verleden voormalige bebouwing – in de vorm van 2 loodsen – heeft gestaan welke zijn gesloopt in 2008; - de onderzoekslocatie is nu braakliggend en begroeid met gras. Na de sloop is een gedeelte van de locatie als moestuin in gebruik genomen geweest; - in de omgeving van de onderzoekslocatie (aan de Wilhelminastraat 2) een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd. Binnen deze locatie is een zinkspotverontreiniging aangetoond en gesaneerd waarna een nieuwe ontwikkeling heeft plaatsgevonden.

Op deze heeft asbestonderzoek plaatsgevonden, waarin geen asbest is aangetoond. - voor het gebied waar de onderzoekslocatie is gesitueerd, volgens de bodemkwaliteitskaart voor de boven- en ondergrond de bodemkwaliteit Achtergrondwaarde geldt; - binnen de onderzoekslocatie het freatisch grondwater binnen 5 m-mv is te verwachten; - tijdens de terreininspectie zijn op het maaiveld geen waarnemingen gedaan die mogelijk kunnen leiden tot een (asbest)verdachte deellocatie. Het terrein kan als asbestonverdacht worden aangemerkt.

200846.BKK / MK

8

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

3.

ONDERZOEKSOPZET

3.1.

Hypothese

Voor het opstellen van de onderzoeksstrategie is uitgegaan van de resultaten uit het vooronderzoek waarbij er vooralsnog geen aanleiding is om te veronderstellen dat binnen de onderzoekslocatie bodemverontreinigingen aanwezig zouden zijn. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt als onverdacht beschouwd, ook voor asbest. 3.2.

Strategie van het onderzoek

De uitvoering van het bodemonderzoek is gebaseerd op het onderzoeksprotocol zoals vermeld in de NEN 5740/A1 “Bodem – landbodem – strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek en in de NEN 5707 “onderzoek asbest in bodem”. Het aantal boringen en analyses is afgeleid van de protocollen 5.1 uit de NEN 5740/A1 en het aantal proefgaten is afgeleid van de protocollen 6.4.2 uit de NEN 5707, rekening houdend met de oppervlakte van de locatie. Voor de uitvoering van het bodemonderzoek wordt tevens rekening gehouden met de toekomstige herinrichting van het terrein, waarbij een aantal boringen tot maximaal 3 m-mv worden doorgezet ter hoogte van het nieuw aan te leggen wegtracé, waaronder een IT-riool of een andere infiltratievoorziening wordt aangelegd. Ter hoogte van de bouwlocatie worden de boringen doorgezet tot 1 en 2 m-mv. In tabel 2 is de onderzoeksstrategie opgenomen. Tabel 2: Onderzoeksstrategie. Oppervlakte Plangebied Onverdacht (ONV) 1. Boven- en ondergrond bouwlocatie 2. toekomstige weg + parkeerplaatsen Boven- en ondergrond

Inspectiegat a) / boring

Onverhard (m2)

0,3*0,3*0,5/0,5 m-mv

2.165

5/2

4/0

ondergrond doorzetten tot 1 2 3 m-mv 4

1

2

peilbuis

1

3

Analyses b+c)

NEN 5740 e)

asbest d)

3x analysepakket voor grond (NEN 5740) 1x analysepakket voor grondwater (NEN 5740)

..x (NEN 5707)

2x analysepakket voor grond (NEN 5740)

(boring 01 t/m 11) a) Conform de NEN 5707 worden 9 boringen vergroot tot een inspectiegat van 0,3m*0,3m*0,5m. De boringen in de geplande rijweg worden doorgezet tot 3 m-mv. Vóór uitvoering van de boringen vindt een maaiveldinspectie plaats op asbestverdachte materialen. b) Analyses worden uitgevoerd door een door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Tevens zullen de monsters conform AS 3000 worden voorbehandeld. c) Indien tijdens de monstername significante zintuiglijke verontreinigingen worden aangetroffen, dan dienen deze grondmonsters apart geanalyseerd te worden. d) Vooralsnog wordt uitgegaan van een asbest onverdachte locatie en worden er asbestanalyses volgens protocol NEN 5707 (2015) verricht in geval er puinbijmengingen worden aangetroffen. e) Het analysepakket voor grond is nader omschreven in de NEN 5740 en omvat de volgende parameters: Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), som PCB, som PAK, minerale olie (GC), lutum en organisch stof.

3.3.

Asbest

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt het uitkomend boormateriaal visueel onderzocht op de mogelijke aanwezigheid van asbesthoudende fragmenten. Indien asbestverdachte materialen worden aangetroffen dient de hypothese en onderzoeksstrategie te worden aangepast.

200846.BKK / MK

9

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

3.4.

Infiltratie onderzoek

Binnen de onderzoekslocatie worden op 2 locaties infiltratiemetingen uitgevoerd. De infiltratiemetingen worden uitgevoerd ter plaatse van het aan te leggen infiltratieriool + parkeerplaats en worden afgestemd op de aanleghoogten. Per infiltratieboring wordt afhankelijk van het bodemprofiel op een diepte van circa 2 m-mv de k-waarde in de ondergrond gemeten. Als regel wordt 0,5 meter boven de grondwaterspiegel gehanteerd als de te onderzoeken infiltratielaag, hetgeen in voorliggend situatie het geval is. Grondwater bevindt zich volgens de geohydrologische gegevens op circa 3 m-mv. Ter controle of de grondwaterstand < 5 m-mv aanwezig is wordt boring 01 doorgezet tot 1,5 onder de grondwaterspiegel en afgewerkt als een peilbuis. Voor het bepalen van de waterdoorlatendheid in het veld wordt gebruik gemaakt van de Constant head-methode. De metingen worden uitgevoerd volgens de nieuwe leidraad van Rioned, met behulp van de Aardvark permeameter.

200846.BKK / MK

10

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

4.

UITVOERING VELDWERKZAAMHEDEN

De veldwerkzaamheden zijn op 20 en 21 oktober 2020 uitgevoerd door BKK Bodemadvies BV. De uitvoerende veldmedewerker, de heren S. Vanmechelen en P. Stienen, zijn in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Bodem+) onder certificaat EC-SIK20261 en verantwoordelijk voor het uitgevoerde veldwerk. 4.1.

Veldwerkzaamheden

Conform de in tabel 2 vermelde onderzoeksstrategie zijn de boringen 01 t/m 11 met behulp van een edelmanboor en/of schop verricht tot een diepte van 0,5 m-mv. De boringen 04 t/m 08, 10 en 11 zijn in combinatie met proefgaten (asbestonderzoek) uitgevoerd. Boring 01 t/m 11 zijn voor de bemonstering van de ondergrond doorgezet tot 1,0 m-mv, waarna de boringen 01 t/m 03 verder zijn doorgezet tot 2 m-mv en boring 08 t/m 11 verder zijn doorgezet tot 3 m-mv. Voor het grondwateronderzoek is boring 01 handmatig verder doorgezet tot een diepte van 4,8 m-mv, circa 1,8 meter beneden het freatisch grondwaterpeil. Er is freatisch grondwater aangetroffen op een diepte van 3 m-mv. De boorlocaties en peilbuis zijn weergegeven op de overzichtstekening in bijlage III. 4.2.

Waarnemingen

Asbest Een maaiveldinspectie, als is voorgeschreven in het protocol 2018, waarbij het maaiveld in banen van ongeveer 1,5 meter breed op de aanwezigheid van asbest is gecontroleerd, heeft plaatsgevonden over de gehele onderzoekslocatie. Hierbij zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen op het maaiveld aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden is vastgesteld dat in het opgeboorde materiaal puinbijmengingen aanwezig zijn. De aanwezigheid van ongedefinieerd puin maakt de bodem voor een gedeelte van de onderzoekslocatie verdacht voor asbest. Bij de uitvoering van de proefgaten zijn eveneens geen asbestverdachte (plaat)materialen in het opgeboorde materiaal (grove fractie, > 20 mm) aangetroffen. Een aantal foto’s van het bodemmateriaal uit de proefgaten zijn opgenomen in bijlage VI. Grond Tijdens het veldonderzoek is van iedere boring een profielbeschrijving gemaakt en zijn eventuele zintuiglijk waargenomen bodemvreemde kenmerken genoteerd (zie de boorbeschrijvingen in bijlage IV). De bodemopbouw van de bovengrond bestaat voornamelijk uit matig fijn, matig siltig, zwak humeus zand. De ondergrond bestaat uit matig fijn, matig tot sterk siltig zand. Op een diepte vanaf 1,5 á 2,0 m-mv wordt er een sterk zandige leemlaag aangetroffen. De bovengrond bij boring 02 t/m 05, 08 en 11 is zwak baksteen- en zwak betonhoudend. In de bovengrond van boring 07 zijn sporen baksteen aangetroffen.

De zwak baksteen- en zwak betonhoudende bijmengingen zijn bij boring 02 tot een diepte van 1,5 m-mv aanwezig. De ondergrond van boring 03 bevat tot 2 m-mv sporen baksteen. Voor het overige zijn er in de boven- en ondergrond geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen.

200846.BKK / MK

11

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

Grondwater In tabel 3 zijn de meetresultaten tijdens de monstername weergegeven. Tabel 3: Veldgegevens bij watermonstername. Peilbuis BemonsteringsFilterdatum stelling (m-mv) Pb 01

27-10-2020

3,8-4,8

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

Ec (μS/cm)

NTU

2,75

6,85

349

33,0

pH: Ec: NTU:

zuurgraad geleidbaarheid van het water een maat voor de troebelheid (turbiditeit) van een vloeistof. De norm NEN 5744 geeft aan dat bij een troebelheid tussen 0 en 10 NTU aangenomen kan worden dat er geen probleem is met grond deeltjes die de analyseresultaten kunnen verstoren. Een duidelijk hogere troebelheid kan een reden zijn voor herbemonstering.

4.4.

Bemonstering

Asbest Van de uitkomende bovengrond van de proefgaten zijn mengmonsters van de gezeefde fractie uit (0-50 cm-mv) samengesteld conform NEN 5707. De onderzoekslocatie is hierbij verdeeld in twee ruimtelijke eenheden (RE-01 en RE-02). Grond In trajecten van maximaal 0,5 meter zijn de grondmonsters samengesteld. De monsters zijn na monstername gekoeld bewaard in potten en voor analytisch onderzoek aangeboden aan een geaccrediteerd (conform EN-ISO 17025) laboratorium. Visueel verontreinigde trajecten zijn hierbij separaat bemonsterd. Grondwater Het grondwater is bemonsterd door een voor protocol 2002 gecertificeerde veldwerker. Alvorens tot monstername van het grondwater is overgegaan, is de grondwaterstand in de betreffende peilbuis gemeten en is een hoeveelheid grondwater met een constant afpompdebiet tussen 100 ml/min en 500 ml/min afgepompt, waarbij de daling van de grondwaterstand niet meer dan 20 cm bedroeg. De afgepompte hoeveelheid grondwater is gelijk aan minimaal 3x de natte peilbuisinhoud, of totdat het elektrisch geleidingsvermogen (EC) stabiel is geworden (waarbij dan 5x de inhoud van het filterdeel is verwijderd). Vervolgens is de troebelheid van het grondwater gemeten. De grondwatermonsters zijn na monsterneming gekoeld bewaard en ter chemische analyse aangeboden aan een geaccrediteerd (conform EN-ISO 17025) laboratorium.

200846.BKK / MK

12

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

5.

LABORATORIUMONDERZOEK

5.1.

Asbest

In het kader van het asbestonderzoek is van de meest verdachte puinhoudende bodemlaag een analysemonster (ASB 1) volgens de NEN 5707 samengesteld. De overige samengestelde mengmonsters waarin gelijkwaardige visuele puinbijmengingen zijn waargenomen, zijn niet voor een analyse op asbest ingezet. De samenstelling van het analysemonster is weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Samenstelling analysemonster asbestonderzoek. Analysemonster (samengesteld Bijmengingen volgens) Proefgat(en) ASB 1 (NEN 5707)

02, 03, 04, 05 en 07

Traject (m-mv)

Zwak baksteenhoudend / Zwak betonhoudend

0-0,50

Toelichting bij de tabel: ASB (meng)monster asbestverdacht materiaal (puin of grond) NEN 5897 > 50 % bodemvreemd materiaal, monstergewicht minimaal 28 kg NEN 5707 < 50 % bodemvreemd materiaal, monstergewicht minimaal 12,5 kg

Het analysemonster is in het laboratorium gedroogd en gezeefd volgens NEN 5898 (Q). Vervolgens is de asbestanalyse met de polarisatiemicroscoop conform NEN 5896 (Q) uitgevoerd door Eurofins Omegam BV. 5.2.

Bodem

Boven- en ondergrond Op basis van de plaatselijk aangetroffen bodemopbouw, alsmede de onderzoeksopzet is een laboratoriumopdracht opgesteld voor het samenstellen van mengmonsters en de chemische analyses van de betreffende mengmonsters. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond zijn 5 grondmengmonsters samengesteld. In tabel 5 is de samenstelling van de mengmonsters weergegeven. De samenstelling heeft conform de richtlijnen van de NEN 5740/A1 in het laboratorium plaatsgevonden. Tabel 5: Samenstelling grondmengmonsters. Monstercode (waarnemingen) Boring (diepte cm-mv) 01: BG (zand visueel schoon) 02: BG (zand, zwak baksteen / beton) 03: BG (zand, zwak baksteen / beton) 04: OG (leem, visueel schoon) 05: OG (zand, visueel schoon)

01 (0-50) 06 (0-20) 07 (30-80) 09 (0-50) 10 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 08 (0-50) 11 (0-50) 02 (150-200) 03 (200-250) 08 (150-200) 09 (200-250) 10 (250-300) 01 (70-120) 03 (50-100) 08 (80-130) 09 (150-200) 10 (100-150)

Toelichting bij de tabel: BG Bovengrond OG Ondergrond

De samenstelling van de grondmengmonsters heeft conform de richtlijnen uit de NEN 5740/A1 in het laboratorium plaatsgevonden. De grondmengmonsters zijn geanalyseerd op het standaardpakket grond bestaande uit de volgende parameters:     

Organisch stof-, droge stof- en lutumgehalte; Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); Minerale olie (GC); Polychloorbifenylen (PCB).

200846.BKK / MK

13

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

Grondwater Het grondwatermonster is geanalyseerd op het standaard analysepakket voor grondwater bestaande uit de volgende parameters:    

Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; Vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXSN); Vluchtige chlooralifaten; Minerale olie.

De chemische analyses zijn conform AS 3000 uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Omegam BV te Amsterdam.

200846.BKK / MK

14

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

6.

ONDERZOEKSRESULTATEN

6.1.

Toetsingskader voor asbest

Voor de toetswaarden van asbest geeft noch de Circulaire bodemsanering, noch de Regeling bodemkwaliteit een achtergrondwaarde voor asbest. Beide documenten geven alleen een maximale waarde. De interventiewaarde uit de circulaire voor asbest in de bodem bedraagt 100 mg/kgds gewogen asbest. Dit houdt in dat de concentratie van asbest wordt berekend als de totale concentratie aan serpentijn asbest (chrysotiel, of witte asbest) vermeerderd met tienmaal de amfibool asbesten (b.v. crocidoliet, amosiet, anthophyliet, actinoliet en tremoliet). De Circulaire bodemsanering 2009 (vigerend) geeft in bijlage 3 (saneringscriterium, protocol asbest) uitdrukkelijk aan, dat indien de gewogen asbestconcentratie meer dan 100 mg/kgds bedraagt er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hiervoor geldt geen volumecriterium. Indien de concentratie asbest meer dan 100 mg/kgds bedraagt dient een risicobeoordeling te worden uitgevoerd om te bepalen of er onaanvaardbare risico’s zijn. Bij lagere concentraties mag niet van een verontreiniging met asbest worden gesproken. In de Regeling bodemkwaliteit is in bijlage B aangegeven dat de Maximale waarde voor de bodemfunctieklasse Wonen en Industrie 100 mg/kgds gewogen asbest bedraagt. 6.2.

Toetsing en interpretatie analyseresultaten asbest

In tabel 6 is een overzicht van de toetsingsresultaten van de in onderzoek genomen monsters weergegeven. In bijlage V is het analyserapport opgenomen. Tabel 6: Resultaat asbest (gehalten in mg/kgds). Analysemonster (samenstelling) Proefgat(en) Van (m-mv) - tot (m-mv)

ASB 1 (grond) 02, 03, 04, 05 en 07 0-0,05

Totaal serpentijnasbest Totaal aan amfiboolasbest

0,1 0

Totaal gewogen asbest concentratie

0,1

In analysemonster ASB 1 is (analytisch) in de fijne fractie asbest aangetoond. Volgens de productidentificatie is er in de fijne fractie 2-4 mm isolatiemateriaal, met een niet hechtgebondenheid en een percentage van 30-60% chrysotiel. In de grove fractie (> 20 mm) is geen asbest aangetoond. De fijne fractie opgeteld met grove fractie geeft een totaal gewogen asbestconcentratie van 0,1 mg/kgds. Het resultaat van het verkennend onderzoek geeft een uitspraak over de mogelijke verontreiniging met asbest. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde voor asbest in puinhoudende lagen. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte asbest, getoetst aan de helft van de interventiewaarde. Omdat het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest.

200846.BKK / MK

15

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

6.3.

Toetsingskader voor bodem

In de Circulaire bodemsanering worden interventiewaarden voor grond en streef- en interventiewaarden voor grondwater onderscheiden welke de volgende betekenis hebben: 

Streefwaarden (S): De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De getallen voor de streefwaarde grondwater zijn overgenomen uit de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000) en zijn in het algemeen risico-onderbouwd. Interventiewaarden (I): De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier of plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, indien meer dan 25 m3 bodemvolume grond of 100 m3 bodemvolume grondwater een gemiddelde concentratie heeft boven de interventiewaarde (art. 29 Wbb).

Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt in voorliggende rapportage de volgende terminologie gebruikt: 

niet verontreinigd:

  

licht verontreinigd: matig verontreinigd: sterk verontreinigd:

*

De mate waarin de GSSD de normwaarde van de standaard bodem overschrijdt wordt uitgedrukt door de “index”, waarvoor geldt index = (GSSD-AW)/ (I-AW). Indien index >0,5 dan is er sprake van een matige verontreiniging welke aanleiding geeft voor een aanvullend onderzoek (uitsplitsing mengmonster). In geval de index > 1 geeft dit aanleiding voor een nader onderzoek naar de aard, omvang en ernst van de bodemverontreiniging. In de toetsingstabellen wordt naast de GSSD ook de index – tussen haakjes – vermeld.

6.5.

concentratie grondwater < streefwaarde / concentratie grond < achtergrondwaarde (zie Besluit bodemkwaliteit); concentratie > achtergrondwaarde; concentratie > index =0,5*; concentratie > interventiewaarde.

Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit

Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Regeling bodemkwaliteit (Rbk) regelen het bodembeheer. Hieronder vallen de Kwaliteitsborging bodembeheer (Kwalibo), het keuren en toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie en het vaststellen van de bodemkwaliteit in relatie tot het bodemgebruik. Met betrekking tot de laatstgenoemde zijn bodemkwaliteitskaarten en bodemfunctieklassenkaarten opgesteld. Bij de bodemkwaliteit zijn zowel land- als waterbodems betrokken. In de Rbk wordt onderscheid gemaakt tussen normstelling in het Generieke (landelijke) kader en het Gebiedsspecifieke (lokale) kader. Afhankelijk van het bodemgebruik zijn Maximale Waarden vastgesteld, waaraan de bodemkwaliteit moet voldoen om geschikt te zijn voor de (beoogde) bodemgebruiksfunctie. In deze rapportage wordt standaard getoetst aan de normen in het Generieke kader. Indien de lokale overheid beschikt over een geldige bodemkwaliteitskaart en gebiedspecifiek beleid (zie hiervoor de Nota Bodembeheer van de betreffende overheid) dan kan aanvullend getoetst worden aan de normen in het Gebiedsspecifieke kader. In beide kaders worden de volgende normwaarden gebruikt, die afhankelijk van het kader verschillende waarden kunnen hebben: 

Achtergrondwaarden (AW): Bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er wettelijk geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen (art. 1 Bbk).

200846.BKK / MK

16

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

Maximale Waarden wonen (WON): De Maximale Waarden (concentraties) wonen geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem op lange termijn geschikt te houden voor de functie wonen.

Maximale Waarden industrie (IND): De Maximale Waarden (concentraties) industrie geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem op lange termijn geschikt te houden voor de functie industrie.

6.6.

Toetsing en interpretatie analyseresultaten

Berekende toetsingswaarden De gestandaardiseerde meetwaarden zijn getoetst aan de normwaarden. In tabel 7 zijn de normwaarden voor standaard bodem opgenomen. Daarnaast worden in het kader van hergebruik van grond en bouwstoffen de analyseresultaten indicatief getoetst conform de toetsingsmethode beschreven in de Regeling bodemkwaliteit (Rbk) aan de maximale waarden wonen (WON) en industrie (IND). Tabel 7: Toetsingsnormen voor standaard bodem (mg/kgds) Wbb en Rbk. AW I METALEN Cadmium [Cd] 0,6 13 Kobalt [Co] 15 190 Koper [Cu] 40 190 Kwik [Hg] 0,15 36 Lood [Pb] 50 530 Molybdeen [Mo] 1,5 190 Nikkel [Ni] 35 100 Zink [Zn] 140 720

WON

IND

1,2 35 54 0,83 210 88 39 200

4,3 190 190 4,8 530 190 100 720

PAK PAK 10 VROM

1,5

40

6,8

40

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)

0,02

1

0,04

0,5

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

190

5000

190

500

Toelichting bij de tabel: De toetsingsnormen zoals vermeld in de Wet Bodembescherming worden gecorrigeerd voor de geldende lutum- en humuswaarden. In bovenstaande tabel worden de normen gegeven bij de lutum- en humuswaarden 25% en 10%. AW I IND WON

= Achtergrondwaarde zoals vermeld in het Besluit Bodemkwaliteit = Interventiewaarde zoals vermeld in de Wet Bodembescherming = Maximale waarde Industrie = Maximale waarde Wonen

Toetsing resultaten In tabel 8 is een overzicht opgenomen van de toetsresultaten van de in onderzoek genomen (meng)monsters. In bijlage V zijn de analysecertificaten en in bijlage VI zijn de toetsingsoverzichten opgenomen. Tabel 8: Toetsresultaten bodem met beoordeling conform de Wbb en Rbk. Analysemonster Boring + traject (cm-mv) > AW, (visueel) 01: BG (zand visueel 01 (0-50) 06 (0-20) 07 (30-80) schoon) 09 (0-50) 10 (0-50) 02: BG (zand, zwak baksteen / beton)

200846.BKK / MK

02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50)

-

(Index)

> I,

(Index)

-

Toets Rbk AW

-

AW

17

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

Vervolg tabel 8: Toetsresultaten bodem met beoordeling conform de Wbb en Rbk. Analysemonster Boring + traject (cm-mv) > AW, (Index) (visueel) 08 (0-50) 11 (0-50) 03: BG (zand, zwak baksteen / beton) 04: OG (leem, visueel schoon) 05: OG (zand, visueel schoon)

02 (150-200) 03 (200-250) 08 (150-200) 09 (200-250) 10 (250-300) 01 (70-120) 03 (50-100) 08 (80-130) 09 (150-200) 10 (100-150)

Kobalt

> I,

(0)

-

(Index)

-

Toets Rbk AW

-

AW 1)

-

AW

Toelichting bij de tabel: = geen verhoogde gehalten t.o.v. van de toetsnormen I = Interventiewaarde zoals vermeld in de Wet Bodembescherming Index = (GSSD - AW) / (I - AW), AW = achtergrondwaarde / altijd toepasbaar, zoals vermeld inde Regeling bodemkwaliteit IND = Maximale waarde industrie 1) = Ondanks dat er overschrijding is van de achtergrondwaarde voor PCB geeft de indicatieve toetsing volgens de Regeling bodemkwaliteit (Rbk) aan dat er sprake is van de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Om te voorkomen dat partijen grond ten onrechte worden gekarakteriseerd als grond die niet voldoet aan de Achtergrondwaarde is een uitzonderingsregel van toepassing (zijnde N,T-toetsingsregel). Deze is opgenomen in het Rbk en is als volgt omschreven: Toetsingsregel achtergrondwaarde (bij 7 t/m 15 parameters): Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan AW, mits niet hoger dan 2x AW en niet hoger dan maximale waarde voor bodemfunctie wonen (nikkel: afwijkende toetsingsregel). In dat geval voldoet de grond aan klasse achtergrondwaarde.

Toetsing resultaten grondwater Geen van de onderzochte parameters zijn verhoogd ten opzichte van de normwaarden (zie tabel 9). Tabel 9: Overschrijdingen t.o.v. normwaarden grondwater. Monstercode Filterdiepte (m-mv) >S 01-1-1 >S >I

3,8-4,8

(index)

-

>I -)

-

(index) -

groter dan de streefwaarde maar kleiner dan de interventiewaarde; groter dan de interventiewaarde.

Interpretatie resultaten In de boven- en ondergrond zijn, behoudens een lichte verontreiniging met kobalt, geen verontreinigingen aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit is voor deze bodemlagen indicatief sprake van klasse Achtergrondwaarde. De aanwezigheid van zwakke baksteen en beton bijmengingen in de boven- en ondergrond hebben de bodemkwaliteit niet nadelig beïnvloed. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond.

200846.BKK / MK

18

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

7.

INFILTRATIE-ONDERZOEK

7.1.

Informatie vooraf

Voor de realisatie van een infiltratievoorziening in de bodem, die het hemelwater bergt en in de bodem ter plaatse infiltreert, dient de waterdoorlatendheid van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie te worden bepaald. Voor het vaststellen van de infiltratiecapaciteit van de ondergrond wordt de in situ doorlaatbaarheid vastgesteld op 2 locaties, middels het bepalen van de k-waarden in de ondergrond, in het traject vanaf 2 m-mv. Voor het bepalen van de waterdoorlatendheid in het veld wordt gebruik gemaakt van de Constant head-methode. De metingen worden uitgevoerd volgens de nieuwe leidraad van Rioned, met behulp van de Aardvark permeameter. Voor de keuze van het infiltratietraject dient het bodemprofiel geschikt te zijn, waarbij er geen sprake is van visueel verontreinigde bodemlagen. Daarnaast wordt als regel aangehouden dat de voorziening wordt aangelegd in de bodemlaag die zich 0,5 meter boven de grondwaterspiegel bevindt. De grondwaterstand is tijdens de monstername gepeild op een diepte van 2,75 m-mv aangetroffen, waardoor de infiltratiemetingen boven de grondwaterstand zullen plaatsvinden. Afhankelijk van de infiltratiecapaciteit van het hemelwater in de huidige ondergrond zal de toekomstige voorziening hierop worden afgestemd. 7.2.

Lokale bodemopbouw

Op 21 oktober 2019 zijn door een medewerker van BKK Bodemadvies bv de infiltratie werkzaamheden verricht. De infiltratielocaties INF 01 (boring 09) en INF 02 (boring 11) bevinden zich binnen het gedeelte van de onderzoekslocatie dat bestemd is als toekomstige weg + parkeerplaatsen. Uit het boorprofiel van boring 09 wordt afgeleid dat het infiltratietraject op een diepte van 2 mmv bestaat uit een overgang van matig fijn, sterk siltig zand naar sterk zandige leem. Uit het boorprofiel van boring 11 wordt afgeleid dat het infiltratietraject op een diepte van 2 mmv bestaat uit sterk zandige leem. In de ondergrond van de onderzoekslocatie wordt een sterk zandige leemlaag in het traject van 1,5 tot 3 m-mv aangetroffen en tot 5 m-mv is een sterk siltige zandlaag aanwezig. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen binnen de te onderzoeken infiltratie trajecten. De locaties van de infiltratieboringen zijn opgenomen in de overzichtstekening in bijlage III. Van de infiltratieboringen zijn bodemprofielen opgesteld. Deze zijn opgenomen in bijlage IV. 7.3.

De doorlatendheid (algemeen)

De waterdoorlatendheid is onder andere afhankelijk van de bodemgesteldheid (het bodemtype, en aanwezigheid en de hoeveelheid van holten, scheuren en/of gangen in de grond) van de locatie. Tevens is het niveau van het grondwater van belang. Uit de literatuur blijkt dat er verschillende methodieken en diverse interpretatiemogelijkheden zijn om de doorlatendheid van een bodem te bepalen. Voor het bepalen van de waterdoorlatendheid in het veld wordt gebruik gemaakt van de Constant head-methode.

200846.BKK / MK

19

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

De doorlatendheid van de bodem wordt berekend met de Glover-formule: Kverz = A * Q Kverz : verzadigde doorlatendheid (meter/dag); Q : stromingsdebiet van het water in evenwichtssituatie (m3/dag); A : geometrische coëfficiënt. De waarde A is te berekenen door: A = {sinh-1 (H/r)-[(r/H)2 +1]1/2 + r/H} / (2πH2) H r sinh-1

: hoogte waterkolom (m) : straal van het boorgat (m); : omgekeerde hyperbolische sinusfunctie.

Constant head De Constant head kan worden toegepast voor het bepalen van de doorlatendheid in de grond van boven de grondwaterstand (onverzadigde zone). De waterdoorlatendheid (Kverz) is een indicator van de stroomsnelheid van het water in de bodem. De meting wordt uitgevoerd met behulp van de Aardvark permeameter. Voor deze bepaling wordt een boorgat met een diameter van 10 cm gemaakt tot de gewenste einddiepte waarin de Aardvark drukregelaar wordt geplaatst. Bij subtiele watertoevoeging is bij proeven boven de grondwaterstand een filter niet nodig. De Constant head methode houdt in “het constant verhogen” van de grondwaterspiegel totdat de bodem rondom de Aardvark drukregelaar is verzadigd. Dit betekent dat de diepte van het water in boorgat tijdens de meetperiode niet verandert. Als resultaat blijven de meetomstandigheden constant tijdens de meetperiode. Het debiet van watertoevoer komt overeen met de hoeveelheid water dat in de bodem infiltreert in de verzadigde zone rondom de Aardvark drukregelaar. De volgende parameters / variabelen dienen vooraf of tijdens de infiltratiemetingen te worden gemeten: -

Diameter boorgat; Watertemperatuur; Boordiepte; Waterhoogte in boorgat.

In de figuur hieronder is het principe van de Aardvark permeameter uitgebeeld.

……. cm

Diameter boorgat

……. º C

Watertemperatuur

……. cm

Boordiepte

……. cm

Waterhoogte in boorgat

De Aardvark Permeameter meet de waterdoorlatendheid van de bodem met behulp van de hoeveelheid water die op gelijke tijdsintervallen (bv. 1 minuut) in de bodem infiltreert en hiermee gelijk is aan de hoeveelheid water dat na verloop van tijd uit het reservoir is weggelopen (reservoir debiet). Zie vergelijking op de volgende pagina. Waterafname in reservoir 200846.BKK / MK

20

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

----------------------------------Tijd

= reservoir debiet

De meting eindigt wanneer het reservoir debiet niet verandert bij 2 of 3 opeenvolgende aflezingen. Het debiet verandert niet meer dan 10 ml per minuut. Dit onderzoek is gebaseerd op fysische grootheden. De resultaten worden in het veld verkregen. Op het moment dat een constante waarde wordt verkregen wordt de Kverz berekend. De doorlatendheid wordt geclassificeerd volgens de in tabel 10 vermelde gradaties. Tabel 10: Overzicht classificatie doorlatendheid. Doorlatendheid (meter/dag) < 0,01 0,01 – 0,10 0,10 - 0,50 0,50 – 1,0 1,0-10 >10

7.4.

Gradatie Zeer slecht Slecht Matig Vrij goed Goed Zeer goed

(ZS) (S) (M) (VG) (G) (ZG)

Infiltratiemetingen

Aan de hand van de meetresultaten zijn de horizontale k-waarden voor de onverzadigde zone berekend. De meetresultaten en de berekende k-waarden zijn opgenomen in bijlage VIII. De onderzoeksresultaten zijn in tabel 11 samengevat. Tabel 11: Uitwerking infiltratiemetingen. Infiltratieboring INF 01 Diepte boring (cm-mv) Traject bodemprofiel (cm-mv) Bodemtype Hoogte waterkolom (cm) Waterdoorlatendheid (m/dag) Beoordeling (ZG/G/VG/M/S)

INF 02

200

200

190-200 Sterk siltig zand

190-200 Sterk zandige leem

10

10

0,13

0,19

M

M

Uit de in situ meetresultaten blijkt dat op basis van de classificatie in de doorlatendheid dat de bodemlagen in de ondergrond op 2 m-mv als matig doorlatend worden beoordeeld. Zeer waarschijnlijk heeft de aanwezigheid van sterk siltig zand en zandige leem een negatieve uitwerking op de doorlatendheid van de bodem.

200846.BKK / MK

21

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

8.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In opdracht van HVG Real Estate BV heeft BKK Bodemadvies bv te Meijel een verkennend bodemen infiltratie onderzoek uitgevoerd op de locatie Kloosterstraat / Wilhelminastraat te Grubbenvorst. De aanleiding voor de uitvoering van het onderzoek wordt gevormd door het voorgenomen bouwplan van appartementen en de aanleg van een toekomstige weg met parkeerplaatsen. Asbest Tijdens de terreininspectie zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie geen waarnemingen gedaan die leiden tot een (asbest)verdachte locatie. Tijdens de veldwerkzaamheden is vastgesteld dat in het opgeboorde materiaal puinbijmengingen aanwezig zijn. De aanwezigheid van ongedefinieerd puin maakt de bodem voor een gedeelte van de onderzoekslocatie verdacht voor asbest. Bij de uitvoering van de proefgaten zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen in het opgeboorde materiaal (grove fractie, > 20 mm) aangetroffen. Analytisch onderzoek heeft aangetoond dat de bovengrond van proefgat 02, 03, 04, 05 en 07 een gewogen asbest concentratie van 0,1 mg/kgds bevat. Het gehalte asbest is hiermee kleiner dan de helft van de interventiewaarde, waardoor statistisch mag worden aangenomen dat in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In dit geval geldt geen noodzaak voor het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek asbest in bodem.

De hypothese ‘asbest onverdacht’ wordt voor de onderzoekslocatie aanvaard. Grond In de boven- en ondergrond zijn, behoudens een lichte verontreiniging met kobalt, geen verontreinigingen aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit is voor deze bodemlagen indicatief sprake van klasse Achtergrondwaarde. De aanwezigheid van zwakke baksteen en beton bijmengingen in de boven- en ondergrond hebben de bodemkwaliteit niet nadelig beïnvloed. Grondwater In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Infiltratie Middels het infiltratie onderzoek is inzicht verkregen in de doorlatendheid van de bodem ter plaatse van de toekomstige infiltratievoorzieningen en boomplantvakken. De lokale grondwaterstand binnen het plangebied is tijdens de monstername vastgesteld op 2,75 m-mv. Uit de in situ meetresultaten blijkt dat op basis van de classificatie in de doorlatendheid dat de bodemlagen in de ondergrond op 2 m-mv als matig doorlatend worden beoordeeld. Zeer waarschijnlijk heeft de aanwezigheid van sterk siltig zand en zandige leem een negatieve uitwerking op de doorlatendheid van de bodem. Ten aanzien van de aanleg van een infiltratievoorziening in de ondergrond dient hiermee rekening te worden gehouden. Slotsom De vooraf gestelde hypothese, dat de bodem als “onverdacht” kan worden beschouwd, wordt op basis van de analyseresultaten aanvaard.

Vanuit dat oogpunt bestaat er dan ook geen belemmeringen voor herinrichting van de onderzoekslocatie.

200846.BKK / MK

22

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

Aanbevelingen Voor het elders toepassen van boven- en/of ondergrond die vrijkomen bij graafwerkzaamheden zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Indicatief is hier sprake van klasse Achtergrondwaarde. Met voorliggende resultaten kan eventuele vrijkomende (overtollige) grond worden aangeboden aan een BRL 9335 erkende acceptant.

200846.BKK / MK

23

Verkennend bodem- en infiltratie onderzoek Kloosterstraat / Wilhelminastraat (ong.) te Grubbenvorst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11185043/1