CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

08h Bijlage Kern van het geurbeleid

Gemeenteraad 8 oktober 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Geurverordening met geurgebiedsvisie en beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur.1.077 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kern van het geurbeleid Horst aan de Maas in 3 sporen 1. Autonome ontwikkeling veehouderij en monitoring Het landelijk gebied in Nederland en daarmee Horst aan de Maas staat voor grote opgaven. Het rijk stelt hiervoor o.a. het Nationaal programma landelijk (NPLG) gebied vast. In dit NPLG staat WAT er moet gebeuren om de grote opgaven op het gebied van natuur, water en klimaat te kunnen vervullen. Veel van die opgaven hebben consequenties voor de veehouders in onze gemeente. De opgaven kunnen ertoe leiden dat veehouderij-locaties worden aangepast om aan de eisen van de toekomst te voldoen. Ook kan het betekenen dat locaties worden beëindigd, omschakelen of verplaatsen. Het rijk stelde hiervoor een aantal regelingen vast of moet die nog vaststellen (opkoopregelingen, innovatieregeling, extensiveringsregeling en verplaatsingsregeling).

Mede op basis van de landelijke opgaven op het gebied van natuur, water en klimaat wordt een krimp van het aantal locaties, het aantal dieren en de geurbelasting verwacht. Vooral omdat locaties van intensieve veehouderijen worden beëindigd. Daarnaast zullen locaties van blijvende veehouderijen worden gemoderniseerd. Dat kan gepaard gaan met een afname van de geurbelasting, maar dat is geen vanzelfsprekendheid. Op locaties waar er wordt geïnvesteerd in modernisering van stallen neemt het dierplaatsen vaak toe en wordt de milieuwinst door modernisering deels teniet gedaan. Door in de vergunningverlening voor de blijvende veehouderij-locaties de nieuwe aangescherpte geurnormen als toetsingswaarde te hanteren, zal de geurbelasting bij een overschrijding van die waarde moeten worden verminderd, in de richting van de GGD-advieswaarde. En worden nieuwe overschrijdingen van de GGD-advieswaarde voorkomen. Een aanscherping van de geurnormen is een van de instrumenten om de bestaande en resterende overschrijdingen te beperken c.q. terug te dringen. Naast andere instrumenten, zoals een adequate uitvoering van VTH taken, actualisatie van vergunningen (IPPC-bedrijven), het intrekken van latente ruimte (om ongewenste opvulling te voorkomen en om ongewenste blokkades voor de blijvers te verminderen) en een specifieke aanpak voor de zwaarste geuroverschrijdingen.

In het onderzoek voorafgaand aan deze actualisatie van het geurbeleid is een scenario met krimp/stoppers is doorgerekend. Ondanks een krimp van de sector blijven een aantal geurknelpunten over. Verder is er op basis van rechterlijke uitspraken en aankondiging van aanpassing van landelijke regelgeving meer inzet nodig is om nieuwe situaties met een hoge geurbelasting te voorkomen en het aantal – en ernst van bestaande overbelaste situaties te verminderen. 2. Normering voorgrondbelasting en achtergrondbelasting in de geurverordening en beleid De geurbelasting ten gevolge van geur uit stallen van veehouderijen wordt uitgedrukt in voorgrondbelasting en in achtergrondbelasting. Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van 1 veehouderij op een geurgevoelig object bedoeld. Bij de vergunningverlening van veehouderijen wordt getoetst op de hoogte van de voorgrondbelasting. De achtergrondbelasting bestaat uit de geurbelasting van alle veehouderijen samen op een geurgevoelig object en wordt gebruikt als belangrijke maat om de effecten van geurhinder uit stallen op het woon- en leefklimaat te kunnen beoordelen. Bijvoorbeeld bij een aanvraag voor een nieuwe woning in de omgeving van veehouderijen. Het voorstel is om de geurnormen voor de voorgrondbelasting aan te scherpen. Hierbij zijn de advieswaarden van de GGD als uitgangspunt genomen voor wat betreft de voorgrondbelasting.

De geldende normen voor achtergrondbelasting zijn gehandhaafd waarbij deze vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet vaker een rol spelen in wijzigingen van omgevingsvergunningen. In de concept geurgebiedsvisie, concept geurverordening en concept beleidsregels is dit verder uitgewerkt.

Gebied Kernen Buiten de kernen Landbouw ontwikkelingsgebied Bedrijventerrein Greenport

Huidig voorgrondbelasting (achtergrondbelasting) 3 OU/m³ (10 OU/m³) 14 OU/m³ (20 OU/m³) 14 OU/m³ (20 OU/m³)

Nieuw voorgrondbelasting (achtergrondbelasting) 2 OU/m³ (10 OU/m³) 5 OU/m³ (20 OU/m³) 10 OU/m³ (20 OU/m³)

14 OU/m³ (20 OU/m³)

14 OU/m³

(20 OU/m³)

3. Gerichte aanpak sterk overbelaste situaties In Horst aan de Maas is sprake van een aantal sterk voor geur overbelaste situaties. Het generiek aanscherpen van geurnormen in de geurverordening en beleid alleen is onvoldoende om dit op te lossen. Zolang er geen nieuwe initiatieven door de veehouderij worden ondernomen, waarvoor een geurafweging moet worden gemaakt, kan het bedrijf blijven ondernemen binnen de huidige vergunning. Omwonenden van veehouderijen spreken zich uit tegen te veel overlast door geur. Uitspraken door de rechter onderschrijven dit door omwonenden in het gelijk te stellen en het rijk beraad zich op strengere wetgeving voor geuremissies. De uitspraken in combinatie met de Crisis en hertelwet (ChW) maken het voor bevoegde gezagen (gemeenten en provincies) ook in bestaande situaties, en zonder dat sprake moet zijn van een nieuw aanvraag, mogelijk om bij voor geur overbelaste situaties meer te sturen op een afname van geurhinder/belasting. De zogenaamde 50% regeling blijft hierbij toepasbaar, maar wordt in het voorstel wel begrensd. Deze wettelijke 50% bepaling maakt het mogelijk dat veehouderijen die niet voldoen aan de geurnorm toch nog mogen uitbreiden mits de totale geurbelasting afneemt met 50% ten opzichte

van de normoverschrijding. Oftewel: de toegestane geurbelasting bij het uitbreiden van de veehouderij is het gemiddelde van de bestaande geurbelasting en de norm voor de geurbelasting. Bijvoorbeeld: De bestaande geurbelasting op een woning is 20 ouE/m3 De norm is 14 ouE/m3. Dan mag de geurbelasting op die woning na uitbreiding maximaal 17 ouE/m3 zijn. Door altijd de 50% regeling van toepassing te verklaren blijven ontstane normoverschrijdingen bestaan. Ook als er wel mogelijkheden zijn om de geurbelasting te beperken. Het aanscherpen van de voorgrondnorm leidt bij de toepassing van de 50% tot meer reductie van de geurbelasting dan in een situatie met soepelere geurnormen. Daarnaast wil het college in individuele gevallen af kunnen wijken van de standaard 50% regeling bij overschrijding van de huidige (standaard) wettelijke normen, die sinds 2007 gelden. Vooral bij overschrijdingen van de standaard norm van het buitengebied (14 Ou) en in situaties waarin er voor een groot aantal woningen sprake is van een overschrijding van de standaard norm voor woongebieden in de bebouwde kom. Wat betreft normering voor de voorgrondbelasting valt het beleid en gerichte aanpak sterk overbelaste situaties te verdelen in vier categorieën.

Norm Ou/m³

Beleid

Sterk overbelaste situaties

Gerichte aanpak, rekening houdend met een uitspraak van de rechter over sterk overbelaste situaties

(> 19,4 OU/m³) Overschrijding huidige norm (14-19,4 OU/m³) Overschrijding nieuwe norm

Ontwikkeling toestaan zonder 50% regeling voor een deel van de geurbelasting, namelijk dat deel dat de huidige standaardnorm overschrijdt Ontwikkeling toestaan met de reguliere 50% regeling

(5-14 OU/m³) Voldoet aan normering (< 5 OU/m³)

50% regeling niet van toepassing, geen actie nodig

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14526582/1