CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

08g Inspraaknota Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur

Gemeenteraad 8 oktober 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Geurverordening met geurgebiedsvisie en beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur.1.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inspraaknota conceptbeleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur 1

Bewoner van Horst aan de Maas

1U 1V

Ontwerp beleidsregels: Artikel 2 begripsbepaling toevoegen: " Indien er al sprake is van een bedrijf met een voorgrondbelasting van 5 of meer, kan er geen bedrijf meer worden toegevoegd dat de achtergrond belasting verhoogt. " Laatste punt: stanklast van uit de stallen aangevuld met de geur vanuit mest opslag en bewerking.

1W

Artikel 3: oude bedrijfswoningen die de status van burgerwoning krijgen worden vanaf het “omkatten” tot burgerwoning als zodanig beoordeeld.

1X

Artikel 4: de genoemde achtergrond belasting gaat ver uit boven de door de GGD aanbevolen norm. Deze GGD normen dienen dan ook als een maximum te worden aangehouden.

Aanpassingen geurgebiedsvisie of verordening/beleidsregel/kaart n.a.v. inspraak blauw gearceerd De beleidsregel ziet toe op de beoordeling van de cumulatieve geurbelasting (achtergrondbelasting) uit stallen van veehouderijen op geurgevoelige objecten. En niet op de beoordeling van de voorgrondbelasting. Bij een overschrijding van de toetswaarden m.b.t. de achtergrondbelasting is er in beginsel geen sprake van een ‘aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ (zie artikel 4, 5 en 6 van deze beleidsregel) en verleent het college geen medewerking aan een initiatief dat leidt tot een verdere toename van de achtergrondbelasting of extra blootstelling aan de hoge achtergrondbelasting. In bepaalde gevallen kan het college hier gemotiveerd van afwijken, zie artikel 7 van de beleidsregel. M.b.t. geur t.g.v. de opslag en bewerking van mest: zie antwoord bij 1B. Deze beoordeling passen we, bij het daadwerkelijk veranderen van de planologische aanduiding van bedrijfswoning naar burgerwoning, na het in werking treden van de beleidsregel, toe. Het onverkort overnemen van de GGD-adviezen m.b.t. de maximale achtergrondbelasting leidt tot een ongewenste blokkade van nieuwe ontwikkelingen in de kernen en minder mogelijkheden voor functieveranderingen in het buitengebied.

De gemeente stuurt op vermindering van geurbelasting en het voorkomen van nieuwe voor geur overbelaste situaties (overschrijding voorgrondbelasting) door de GGD-advieswaarden ten aanzien van de voorgrondbelasting als belangrijk uitgangspunt te hanteren. Door in de vergunningverlening voor veehouderijen de nieuwe aangescherpte normen als toetsingswaarde te hanteren, zal de vergunde geurbelasting bij een overschrijding van die waarde moeten worden verminderd, in de richting van de GGDadvieswaarde. Zo wordt er bij de blijvende veehouderijen die ontwikkelen gestuurd op het verminderen van overbelaste situaties en worden nieuwe overschrijdingen van de GGD-advieswaarde voorkomen. Ook bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van veehouderijen moet rekening worden gehouden met deze aangescherpte normen. Zo worden nieuwe knelpunten t.a.v. een te hoge geurbelasting voorkomen.

Inspraaknota conceptbeleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur 1Y

1Z

Verder kan er geen toevoeging van geur plaatsvinden als de voorgrondbelasting reeds op 5 odeur ligt voor het buitengebied en als er al een bron van 2 odeur ligt op de bebouwde kom. Dit omdat het streven naar de gezondste regio in de praktijk recht gedaan moet worden. Met de C&HW en de SLA in de hand zal het streven moeten zijn slechts veranderingen met een substantiële met best bestaande technieken (is ongelijk BBT) verbetering te vergunnen.

Zie antwoord bij 1V.

In het kader van het Schone Lucht Akkoord (januari 2020) kan binnen de provincie Limburg door gemeenten en provincie gebruik worden gemaakt van mogelijkheden uit de Crisis- en Herstelwet om af te wijken van de landelijke geurregelgeving met als doel om de geuruitstoot- en belasting terug te dringen. Voor zover bekend is Horst aan de Maas de eerste / enige gemeente in Limburg die heeft aangekondigd hiervan gebruik te maken. Via de actualisatie van de voorgrond-geurnormen en het gebruik maken van de Crisis- en Herstelwet stuurt de gemeente op de vermindering van geurbelasting en het voorkomen van nieuwe voor geur overbelaste situaties. Dat betekent dat ondernemers met ontwikkelplannen bij voor geur overbelaste situaties vaak gebruik zullen moeten maken van technieken om de geurbelasting te verminderen. De Wet geurhinder en veehouderij of de Omgevingswet bevat geen wettelijke grondslag voor een gemeente om BBT-eisen te stellen t.a.v. de geur uit stallen van veehouderijen, los van de toetsing aan de (maximale) geurbelasting.

1Aa

Artikel 5 geheel verwijderen. Voldoende is niet goed genoeg en toewerken naar een net voldoende niveau is een achteruitgang.

In artikel 5 is beschreven bij welk niveau van de geurbelasting er vanuit de toetsing van de ‘cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen’ geen belemmeringen om mee te werken aan een ruimtelijk initiatief, zoals de bouw van een nieuwe woning in de kern of het buitengebied. Dit artikel vormt daarmee een essentieel onderdeel van de beleidsregel omdat deze duidelijkheid geeft voor initiatiefnemers. Dit artikel wordt daarom niet verwijderd.

1Bb

Artikel 6: Aanpassen in die zin dat voor nieuwe aanvragen geen ruimte is, tenzij die ervoor zorgen dat door de verandering en tot op een niveau van ruim voldoende tot goed wordt gewerkt, met gebruik van meer dan BBT middelen. Voor bestaande situaties dienen de bedrijven te zorgen voor een op niveau brengen van de stank met in acht neming van de C&HW en SLA binnen een periode van 10 jaar na in werking treden van deze regeling. Bij niet voldoen aan deze regels zullen de vergunningen worden ingetrokken.

Zie het antwoord bij 1Z.

1Cc

In het beleid voor de gerichte aanpak bij knelgevallen voor geur is opgenomen dat we in bepaalde gevallen (delen van) vergunningen kunnen intrekken. Tegelijkertijd onderschrijft de gemeente het belang van de veehouderij in Horst aan de Maas als een economisch gezonde sector. En betekent een aanscherping van de (voorgrond)norm niet dat die norm op korte termijn gehaald moet- of kan worden. Veel veehouders hebben in het verleden in goed vertrouwen

Inspraaknota conceptbeleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur geïnvesteerd in emissiearme stalsystemen en technieken die de uitstoot van ammoniak, geur en fijn stof beperken. Door tegenvallende prestaties in de praktijk zijn emissiefactoren voor geur naar boven bijgesteld. Dit heeft geleid tot normoverschrijdingen omdat de berekende geurbelasting nu anders is dan ten tijde van de vergunningverlening. Terwijl de toegepaste technieken juist gevraagd of vereist waren. Daar zal de gemeente rekening mee (moeten) houden. Ook met het feit dat op veehouderij-locaties waar alle stallen al zijn gemoderniseerd, de praktische en financiële mogelijkheden begrensd zijn om de overbelasting op te heffen. 1Dd

Artikel 7 punt 1: Er zijn geen mogelijkheden tot ruimtelijke initiatieven tenzij aan de eerder vermelde en per direct uitgevoerde verbeteringen als hier onder de eerdere artikelen is vermeld.

In bepaalde gevallen kan/zal het wenselijk zijn om bij een ruimtelijk initiatief, zoals de bouw van een woning in de kern of uitbreiding van een bedrijfsruimte waar mensen verblijven, af te wijken van de gestelde maximale achtergrondbelasting. Bijvoorbeeld omdat er concreet zicht is op een verbetering van de achtergrondbelasting of er vanwege het gebruik weinig hinder te verwachten is of de hinder acceptabel wordt geacht. Een nadere motivering en besluitvorming over de afwijking is dan wel nodig.

1Ee

Artikel 7 punt 2; Zelfde soort vrijbrief als onder punt 1. Ook dit is weer een ontsnapping regeling om toch op subjectieve gronden te vergunnen wat niet past in de regeling. Ook dit artikel dient verwijderd te worden. Artikel 8: In dit artikel dient als overbelast gezien te worden de grenzen van de nieuwe geurnorm (buitengebied 5 odeur voorgrondbelasting) die worden overschreden. Verder gaan dan BBT. SLA meenemen in beoordeling om meer te doen dan BBT met echte innovatieve technieken die beschikbaar zijn.

Zie het antwoord bij 1Dd.

1Ff

Bij ontwikkelplannen van veehouderijen wil de gemeente rekening gehouden met de (on)mogelijkheden om de geurbelasting te beperken. De gemeente wil de standaard 50% regeling blijven toepassen voor de normoverschrijding tussen de voorgestelde aangescherpte norm en de huidige (standaard) wettelijke norm. Bij overschrijding van de huidige (standaard) wettelijke normen (die sinds 2007 gelden) wil de gemeente extra sturen op afname van de geurbelasting op woningen van omwonenden door in die gevallen af te kunnen wijken van de 50% regeling. Zie verder het antwoord bij 1Z.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14526583/1