CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

08e Wgr.Huisvesting Arbeidsmigranten (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 3 juni 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Ingekomen reacties op de Uitgangspuntennotitie Arbeidsmigratie3.429 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Verzonden:

donderdag

22 mei 2025 08:59

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Onderwerp: Geachte

reactie

Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten

op

uitgangspuntennotitie arbeidsmigratie

griffier, beste (geanonimiseerd) HN,

Bijgaand stuur ik de reactie van de Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten op de Uitgangspuntennotitie Arbeidsmigratie met het verzoek deze aan de gemeenteraadsleden beschikbaar te stellen. Daarnaast het verzoek om de reactie ook door te sturen naar het College van B&W. Bij voorbaat mijn dank, met

vriendelijke groet,

(geanonimiseerd) (Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten)

Aan het College van B&W en de gemeenteraad van Horst aan de Maas P/a Postbus 6005 5900AA Horst Horst , 22 mei 2025 Betreft: Reactie op “uitgangspuntennotitie Arbeidsmigratie: Toekomst in balans”. Geacht College van B&W , geachte gemeenteraadsleden , Vrijdag 9 mei jl. ontvingen wij uw “Uitgangspuntennotitie Arbeidsmigratie: Toekomst in balans”. De notitie is naar de mening van de Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten een belangrijke verbetering , c. q. een stap vooruit in het beleid van de gemeente Horst aan de Maas met betrekking tot arbeidsmigratie. Veel van de punten die wij als werkgroep de afgelopen jaren (vanaf 2018) naar voren hebben gebracht in de discussie met “de politiek” zien wij terug in de notitie en we zijn ook blij met het feit dat in de notitie aangesloten wordt op de “Integrale aanpak Arbeidsmigratie Limburg 2025 – 2027 – Waardig Wonen en Werken”. De uitgangspuntennotitie biedt een duidelijk kader dat – door zijn degelijkheid en brede benadering – een goede basis voor de nadere uitwerking van het beleid , dat aan het einde van dit jaar gepresenteerd zal worden.

De notitie verbindt het brede thema arbeidsmigratie tot een integraal geheel van speerpunten als wonen , ruimte , leefbaarheid , sociale cohesie en integratie , registratie en verantwoordelijkheden van werkgevers , uitzendbureaus en huisvesters enerzijds en maatschappelijke organisaties , waaronder de gemeente als sleutelfiguur. In de notitie herkent de werkgroep de punten die zij in de overleggen met onder andere de verantwoordelijk wethouder Bouten naar voren heeft gebracht. Denk daarbij aan de voorkeur voor kleinschalige en verspreide (duurzame) huisvesting (in plaats van cumulatie in enkele gebieden binnen Horst aan de Maas) , het stellen van hoge(re) kwaliteitseisen met betrekking tot huisvestingslocaties , de aandacht voor integratie en de mogelijkheden om handhavend op te treden indien betrokken partijen in negatieve zin afwijken van het geformuleerde beleid. Natuurlijk – en u kunt dit opvatten als een ‘winstwaarschuwing’ - moet een en ander nog uitkristalliseren in een uitvoeringsnota (het definitieve beleid) en vervolgens de dagelijkse praktijk op basis van dit nieuwe beleid. Maar gezien de wijze waarop het overleg met “de gemeente” heeft plaatsgevonden , hebben wij er vertrouwen in , dat de ingezette verbetering(en) daadwerkelijk uitgevoerd gaan worden.

De Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten ziet het in dit kader als haar taak , daar waar nodig , ondersteuning te bieden bij de uitvoering van het beleid , maar tegelijkertijd , als de praktijk daarom vraagt , kritische kanttekeningen te plaatsen en indien noodzakelijk , mensen te mobiliseren om het beleid nog meer aan te scherpen en/of bij de tijd te houden. Bijgaand willen we aanvullend op de notitie enkele aanbevelingen doen , die onzes inziens het voorgestane beleid nog kan optimaliseren. Lobby: Als het gaat om beleid met betrekking tot arbeidsmigranten , ligt – wat de werkgroep betreft – het zwaartepunt op het gemeentelijk niveau , het niveau waar alle beleid , óók Europees , landelijk of provinciaal beleid , of de inzet van bedrijven (werkgevers , uitzendbureaus , huisvesters) , uiteindelijk gestalte krijgt. Tegelijkertijd zijn gemeenten afhankelijk van elders geformuleerde kaders.

1

De kaders die gebaseerd zijn op Europese en landelijke wet- en regelgeving en de mogelijkheden die vanuit de provinciale overheid geboden worden. Het is volgens de werkgroep van belang dat de gemeente – vanuit de dagelijkse praktijk – invloed uitoefent op die kaders. In de uitgangspuntennotitie wordt de samenhang met andere overheden en met andere (ook maatschappelijke) organisaties weliswaar al aangegeven. Maar aanvullend op het zichtbaar maken van die samenhang is het volgens de werkgroep van belang in het beleid ook uitdrukkelijk aan te geven op welke punten (in dit geval) de gemeente Horst aan de Maas “steun” nodig heeft van die andere overheden en organisaties en op welke punten de gemeente zich – wat die andere overheden en organisaties betreft – zich wil richten. Daarbij gaat het wat ons betreft niet alleen om inzichtelijk te maken welke lobbyactiviteiten voor zaken die in lijn liggen met de opvattingen van de werkgroep ingezet worden , maar ook lobbyactiviteiten om tegemoet te komen aan de belangen van huisvesters en werkvers/uitzendbureaus. Concreet: de gemeente zou – eventueel in samenwerking met andere gemeenten – een structurele lobby moeten opzetten en in de uitwerking van het beleid aan moeten geven op welke punten die lobby zich dient te richten.

Eén van die punten is bijvoorbeeld het in nationale wetgeving verankeren van een verplichtend karakter van de “huisvestingseffectrapportage” , als instrument bij de afweging van de maatschappelijke effecten van nieuwe of uit te breiden bedrijvigheid , die dan wél uitdrukkelijk óók vanuit het perspectief van de arbeidsmigrant en de omwonende geschreven dient te zijn. Ook het stimuleren van robotisering en automatisering door regelgeving en investeringssubsidies kan bepleit worden bij de verantwoordelijke organen ten einde arbeidsmigratie op den duur terug te dringen ten gunste van arbeidsproductiviteitsgroei. Ook richting buurgemeenten is een lobby op zijn plaats als het gaat om regelgeving. Naast deze regionale afstemming verdient het aandacht om bij buurgemeenten in te voeren of ingevoerde regelgeving te bespreken voor zover die een “waterbedeffect” tot gevolg kunnen hebben. Vanuit dat oogpunt kan de gemeente Horst aan de Maas bijvoorbeeld in gesprek gaan met de gemeente Venlo over de maximale termijn van tijdelijke vergunningen. Waar Horst aan de Maas in de uitgangspuntennotitie stelt dat 15 jaar de maximale wettelijke termijn is volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving , hanteert Venlo een termijn van 25 jaar. De redene-ring van de gemeente Horst aan de Maas volgend , zou dat niet kunnen.

Tenslotte is het volgens de werkgroep van belang dat de gemeente samen met andere partijen bij het Rijk lobbyt voor een snellere uitvoering van de aanbevelingen aan het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten en de aanpak van ongewenste neveneffecten van de flexibilisering van de arbeidsmarkt , zoals oneigenlijke detacherings- en derdelandenconstructies. Benutten van regionaal aanwezig arbeidsmarktpotentieel Arbeidsmigratie wordt – met name vanuit specifieke bedrijfssectoren en in het verlengde daarvan door overheden – gezien als een gegeven , vaak zelfs als een noodzakelijk gegeven. Het gaat daarbij echter niet om een autonoom groeiende behoefte , maar een gecreëerde behoefte: er wordt voortdurend nieuw werk geboden voor arbeidsmigranten als een op zichzelf staand verdienmodel. Het gaat daarbij vaak om bedrijvigheid die de Nederlandse samenleving en economie weinig tot niets brengt. De mythe dat in “Nederland” arbeidsmigranten inclusief hun huisvesting perse nodig zijn , omdat er een tekort aan werknemers is , is dus onjuist. Het is eerder andersom. De groei van het aantal arbeidsmigranten is niet “onontkoombaar” en vanuit vele aspecten gezien onwenselijk. Arbeidsmigratie heeft , naast een aantal maatschappelijk onwenselijke (bij)effecten , óók negatieve economische effecten. 2

Als gevolg van arbeidsmigratie – vanuit landen met een lager loonniveau – is er binnen de arbeidsmarkt sprake van een concurrentie die per saldo de lonen in Nederland lager houden dan gewenst. Hogere lonen is – buiten het positieve effect op de welvaart van Nederlanders – ook van belang om bedrijven te stimuleren tot robotisering en automatisering. Daardoor stijgt de arbeidsproductiviteit in Nederland , die op dit moment op een te laag niveau staat.1 Tegelijkertijd trekken “wij” arbeidskrachten uit andere landen , die in die landen (ook) hard nodig zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat in die landen (bijvoorbeeld in Polen , Bulgarije en Roemenië) arbeidskrachten aangetrokken worden tegen nog lagere beloningen , met negatieve gevolgen voor het algemeen welzijn. In de uitgangspuntennotitie wordt gesteld dat als gevolg van de demografische ontwikkelingen arbeidsmigranten nodig zullen blijven. Maar tegelijkertijd wordt aangegeven dat het van belang is dat economische activiteiten die worden aangetrokken niet (zouden) moeten leiden tot een toename van de behoefte aan arbeidsmigranten. Als instrument wil de gemeente de “handreiking Effectrapportage” bij nieuwe bedrijvigheid (zie ook hiervoor) hanteren.

Een goede zaak , zeker als dat leidt tot minder arbeidsmigranten en voor zover van toepassing nadrukkelijk ook indien vanuit het perspectief van arbeidsmigranten en omwonenden geschreven wordt. Dat sluit ook aan bij het advies van de Adviesraad Migratie , die de gerichtheid van bedrijfsacquisitie ziet als een belangrijk instrument in het kader van een breder welvaartsperspectief. De gemeente zou – wat de werkgroep betreft – nadrukkelijker moeten inzetten op de verdere ontwikkeling van arbeidskrachten uit Nederland zelf. Concreet moet dit – wat de werkgroep betreft – ertoe leiden dat met name regionale bedrijvigheid wordt geworven en dat die bedrijvigheid gebruik maakt van het in Horst aan de Maas en de regio daaromheen aanwezige arbeidsmarktpotentieel. Naast de talentontwikkeling bij arbeidsmigranten. Taalverwerving óók voor kortverblijvende arbeidsmigranten (‘shortstay’) Op zich is het prima om uit te gaan van de intenties van arbeidsmigranten als het gaat om de keuze tussen “short stay” (slechts enkele maanden verblijf in verband met tijdelijke/seizoensarbeid) of “long stay” (gericht op vestiging in Nederland).

Maar de praktijk leert dat veel seizoensarbeid veel meer maanden beslaat dan dat tot voor kort “short stay” genoemd werd (bijvoorbeeld omdat veel agrariërs verschillende teelten achter elkaar plannen) én dat veel arbeidsmigranten jaar op jaar terug keren om seizoenswerk te verrichten (vaker ook bij dezelfde werkgever). Daarnaast speelt de flexibilisering van de arbeidsmarkt , waar in voorgaande al op is gewezen. Eén van de ongewenste neveneffecten van kortdurende contracten op permanente functies is dat honderdduizenden arbeidsmigranten continu worden rondgepompt van woon-werkplek naar woon-werkplek. Die arbeidsmigranten kunnen daardoor op geen enkele manier integreren en blijven daardoor zeer kwetsbaar en afhankelijk van uitzendbureaus. Ze vormen als het ware een parallelle maatschappij. Want – en dat is ook de redenering van de gemeente Horst aan de Maas – aanpassen aan de omgeving is niet nodig en wordt daarom niet gestimuleerd. Dat ongewenste neveneffect zou ook mee moeten spelen in overwegingen die leiden de keuzes waarin energie gestoken wordt bij taalverwerving en integratie. Tenslotte wordt - wat taalverwerving betreft - in de uitgangspuntennotitie volgens de werkgroep te weinig gekeken naar het belang van taal op de werkvloer. Alleen al uit het oogpunt van veiligheid is het van belang dat arbeidsmigranten daar in de Nederlandse taal met elkaar kunnen communiceren.

Concreet betekent dit dat ook taalverwerving (en integratie) ten behoeve van “short stay”-arbeidsmigranten nader uitgewerkt moet worden. 1 Volgens

de ‘Wet van Kleinknecht’. Emeritus-hoogleraar Kleinknecht heeft veel onderzoek verricht waaruit blijkt dat loonmatiging en flexibilisering van de arbeidsmarkt een negatieve impact hebben op innovatie en de groei van de arbeidsproductiviteit. 3

Voor zover daar in de uitgangspuntennotitie nog te weinig aandacht voor is , dient naast taalverwerving , zeker bij de categorie ‘longstay’-arbeidsmigranten , gewerkt te worden aan de daarbij behorende noodzakelijke inburgeringsvoorzieningen. De Nederlandse democratie heeft een set van cruciale waarden , ook uitgedragen in onze grondwet , die centraal staan. Waarden zoals een open samenleving , godsdienstvrijheid , mensenrechten , cultuur en de rechtsstaat. Waarden die ook bij de integratie van nieuwkomers uitgedragen zouden moeten worden. Het lijkt de werkgroep in dat kader van belang om ten behoeve van arbeidsmigranten – zowel shortstay als longstay – de mogelijkheid te bieden om taalverwerving en integratie in de samenleving gebruik te maken van zogenaamde “sleutelfiguren en/of “sleutelpersonen” in de vorm van vrijwilligers (autochtoon en/of mensen die zelf ervaring hebben als arbeidsmigrant en deze ervaring inzetten) die een brug slaan tussen organisaties en andere mensen die arbeidsmigranten de weg kunnen wijzen in Nederland. In de uitgangspuntennotitie worden daar ook aanzetten toe gegeven. Fijnmazige (juridische) ondersteuning Het is een goede zaak dat er een “Juridisch Loket” ter beschikking staat van de arbeidsmigranten (dat ze via de MyInfoNL-app kunnen bereiken).

Daarnaast bepleit de werkgroep dat er gewerkt wordt aan een fijnmazig netwerk van “arbeidsmigrantenvertrouwenspersonen” (analoog aan het fenomeen “patiëntenvertrouwenspersonen” , zoals dat in de psychiatrie naar volle tevredenheid functioneert) , die de bevoegdheid 2 hebben huisvestingslocaties te bezoeken en in contact te treden met de daar woonachtige arbeidsmigranten om vast te stellen of zij wellicht (juridische) hulp of ondersteuning nodig hebben (m. n. op juridisch gebied). Dat fijnmazig netwerk zou kunnen bestaan uit (leden van de) FNV en andere vrijwilligers. Deze kunnen in voorkomende gevallen doorverwijzen naar het Juridisch Loket. Maximum percentage aantallen arbeidsmigranten In het overleg met de wethouder is regelmatig aan de orde gekomen dat er een limiet van aantallen arbeidsmigranten geformuleerd zou moeten worden , waarmee dan automatisch ook cumulatie voorkomen kan worden. Concreet stelt de werkgroep voor een percentage vast te leggen van 10% (in verhouding tot de aanwezige autochtonen) te huisvesten arbeidsmigranten op straat- , buurt- , wijk- en dorpsniveau , volgens ons het maximale aantal dat een goed functionerende gemeenschap (maatschappelijke omgeving) kan behappen.

Daarnaast ondersteunt de werkgroep het voornemen van B&W – als aanvulling op het maximum percentage - om te komen tot een afstandscriterium (het aantal bedden binnen een vast te stellen gebied). In het algemeen is de limiet aan de omvang van huisvestingslocaties van 99 arbeidsmigranten , zoals in de uitgangspuntennotitie verwoord , een vooruitgang. Maar van belang is – bij de vaststelling van de omvang van concreet aangevraagde huisvesting – te kijken welke omvang passend is in een specifiek gebied. Vooruitlopend daarop vragen wij te onderzoeken of locaties met maximaal 50 arbeidsmigranten niet de voorkeur zou moeten genieten. Het rendement voor de huisvester is dan weliswaar lager , maar de beheersbaarheid én de mogelijkheden om integratie te bevorderen zijn dan groter. Niet-ingezetenen-belasting Het invoeren van een “niet-ingezetenen”-belasting sluit aan op de door de werkgroep bepleitte verrekening van maatschappelijke kosten aan huisvesters (en via hen voor zover mogelijk aan werkevers/uitzendbureaus). De kans is echter aanwezig dat die belasting door de huisvester 2

4

In de exploitatievergunning te regelen

doorberekend , c. q. afgewenteld wordt op de gehuisveste arbeidsmigrant. Bij de ontwikkeling van de “niet-ingezetenen-belasting” is het volgens de werkgroep van belang waarborgen in te bouwen , zodat de huisvester zelf (of via hem de werkgever) de kosten betaalt. Daarbij dient dan ook bekeken te worden of er mogelijkheden zijn om te komen tot een maximale huurprijs (bijvoorbeeld gebaseerd op een puntensysteem , zoals bij reguliere huurwoningen toegepast wordt). Meedoenplan Ook invoering van het “Meedoenplan” dat nader uitgewerkt wordt , om naast de verantwoordelijkheid voor het creëren van goede werkomstandigheden en fatsoenlijke huisvesting voor respectievelijk werkgevers en huisvesters , óók de verantwoordelijkheid voor taalverwerving en integratie bij die werkgevers en huisvesters te borgen , wordt door de werkgroep positief gewaardeerd. Voor zover daar (intentioneel) door de gemeente in de uitvoering geen aandacht voor is , bepleit de werkgroep om concrete toetsmomenten door te voeren , om vast te stellen dat plannen ook daadwerkelijk uitgevoerd worden. Hergebruik van seizoenshuisvesting Waar de werkgroep in het algemeen veel waardering heeft voor de aanzetten tot een positief arbeidsmigratiebeleid , zet ze vraagtekens bij de plannen van de gemeente om seizoenshuisvesting te (laten) hergebruiken.

Zulk een mogelijkheid creëren opent volgens de werkgroep de mogelijkheid voor “huisjesmelkers” om via een achterdeur – via agrariërs – hun winstmodel verder uit te rollen. De werkgroep vraagt het College van B&W en de gemeenteraad hoe zij dit effect van dit uitgangspunt kan voorkomen , c. q. kan borgen dat hier geen misbruik van wordt gemaakt? Permanente huisvesting De gemeente maakt onderscheidt in “shortstay” (arbeidsmigranten die kort hier verblijven) en “longstay” (arbeidsmigranten die langer dan wel permanent in Nederland gaan wonen). De Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten pleit er voor – in navolging van het provinciale beleidsuitgangspunt – dat op termijn voor arbeidsmigranten die langer dan vier maanden aaneengesloten of gedurende langer dan een periode van een jaar worden ingezet , permanente huisvesting wordt georganiseerd. Dat betekent op dit punt een “langere termijn doel” , omdat voorafgaand in de gemeente Horst aan de Maas voldoende (sociale huur)woningen gebouwd moeten worden , die de woonbehoefte onder de allochtone bevolking en de arbeidsmigranten dekt. Omgevingsdialoog In de uitgangspuntennotitie wordt gesproken over het verplichtende karakter van de omgevingsdialoog.

De afgelopen jaren hebben we ervaring op kunnen doen met het “omgevingsgesprek” en daarbij heeft de werkgroep kunnen constateren dat de “richtlijnen” voor zo’n omgevingsgesprek vooral een dode letter bleven. En ook is steeds aangegeven dat de omgevingsdialoog – inhoudelijk – geen juridisch kader biedt om de belangen van omwonenden en andere belanghebbenden te borgen. Vraag is of de status van de omgevingsdialoog – als bedoeld in de uitgangspuntennotitie – zodanig veranderd dat omwonenden er écht rechten aan kunnen ontlenen? Registratie Vooralsnog heeft de gemeente zich tot nu toe verzet tegen het advies van de Commissie Roemer om registratie van arbeidsmigranten in de Basisregistratie Personen (BRP) te realiseren. De gemeente is voorstander van een verbeterde registratie via de RNI , zodat arbeidsmigranten indien nodig wel op te sporen en of te volgen zijn. Maar de plaats waar registratie gerealiseerd wordt , gaat niet alleen om het belang van de administratie van de overheid. Opname in het BRP-register 5

betekent ook dat arbeidsmigranten vanaf inschrijving rechten opbouwen , die hen niet ontzegt zouden mogen worden. Al was het maar om aan te sluiten bij het streven van de gemeente om arbeidsmigranten aan de gemeente te binden en daarmee een aanvullend arbeidsmarktpotentieel te borgen. De werkgroep blijft dan ook bepleiten dat registratie in de BRP uitgangspunt dient te zien. Dat neemt niet weg dat het van belang is – voor de periode dat dit niet geregeld is conform aanbevelingen van de Commissie Roemer – in navolging van de opvattingen van de provincie op dit punt de huisvesters te verplichten om te registreren wie er op de locatie verblijft door middel van een nachtregister en daarnaast bewoners inschrijft in het RNI (tot vier maanden , waarna registratie in het BRP plaats vindt). Aan de hand van deze registratie ziet de gemeente toe op maximale verblijfsduur en -periode , voert periodieke en onaangekondigde controles uit en handhaaft hierop. Jaarlijks dient hierover een rapportage ingediend te worden bij de provincie. Beleidsinstrumenten In de loop der tijd is door de rijksoverheid al regelgeving ontwikkeld , die door de gemeente als beleidsinstrument gebruikt kan worden. Concreet gaat het dan over het Wetsvoorstel Toelating Terbeschikkingstelling Arbeidskrachten (WTTA) – die hopelijk snel ingevoerd wordt – en de wel al ingevoerde Wet Goed Verhuurderschap (Wgv).

In veel gemeenten gebeurt handhaving op grond van de Wvg nog onvoldoende. Of dat voor Horst aan de Maas geldt is onbekend. De werkgroep vraagt of bij de uitwerking van de uitgangspuntennotitie expliciet aangegeven kan worden hoe de gemeente deze instrumenten gaat inzetten en vervolgens hoe de gemeente daarop handhaaft. Naast de instrumenten die de rijksoverheid aanbiedt ontwikkelt de provincie Limburg Provinciale Omgevingsvisie en daarop aansluitend een Provinciale Omgevingsverordening (m. n. m. b. t. het volkshuisvestingsprogramma). Ook die Omgevingsverordening is van belang voor de ontwikkeling van het (op zich positieve) beleid van de gemeente Horst aan de Maas. Ook hier dus de vraag om uit te werken hoe de gemeente daarop denkt te kunnen anticiperen. Dakloosheid voorkomen Naast het voornemen van de gemeente om zogenaamde “uitvallersbedden” verplicht te stellen – een voornemen dat door de werkgroep toegejuicht wordt – bepleit de werkgroep om daarnaast in tijdelijke (ver)huurcontracten een verplichte overgangsperiode van tenminste een maand op te laten nemen. Overigens hecht de werkgroep eraan om te beklemtonen dat dakloosheid onder arbeidsmigranten geen incident is , maar het gevolg van structurele problemen in de huisvesting van en arbeidsconstructies met betrekking tot arbeidsmigranten. Die constructies bieden geen duurzaam perspectief.

Dat brengt veel stress , onzekerheid en angst met zich mee , die de gezondheid , het welzijn en het functioneren van arbeidsmigranten beïnvloedt. Dat is onacceptabel in een samenleving die zegt op te komen voor mensenrechten en menselijke waardigheid. De zorgplicht van uitleners en huisvesters dient zich volgens de werkgroep dan ook niet te beperken tot het creëren van een of meer “uitvallersbedden” of een huurcontract met opzegtermijn van een maand , maar die geldt van het begin tot het einde van het verblijf van de arbeidsmigrant in Nederland , waarbij tijdig geanticipeerd wordt op dreigen wegvallen van werk en/of wonen , gericht op het voorkómen van dakloosheid! Daarbij is een goede dialoog met de arbeidsmigrant met enige regelmaat nodig. Een dialoog over wat de intentie van de migrant is en hoe het bijbehorend pad dan uit te stippelen is. In die dialoog komt ook het einde van de huisvesting en arbeidsrelatie ter sprake en gaat het over teruggaan naar het thuisland. Zoals het recht van vrij verkeer is bedoeld. Een gebrek aan transparantie , ontoereikende begeleiding of het niet informeren over rechten en plichten moet door de gemeente scherp gecontroleerd en gehandhaafd te worden (waarbij het Meedoenplan een nuttig instrument vormt!).

6

Adviesplatform Nadat aan het einde van dit jaar het definitieve (uitvoerings)beleid is vastgesteld , betekent dat niet dat daarmee voor eeuwig bepaald is hoe omgegaan wordt met arbeidsmigratie. We leven in een wereld met grote dynamiek en dat heeft ongetwijfeld ook gevolgen voor de ontwikkeling van de arbeidsmigratie. Om die ontwikkeling te volgen en daar waar nodig – op flexibele wijze – beleidsmatig op in te spelen , bepleit de werkgroep de oprichting van een adviesplatform , waarin alle belangrijke partijen onder leiding van de gemeente (bij voorkeur de beleidsverantwoordelijke wethouder) regelmatig met elkaar overleggen over noodzakelijke beleidsaanpassingen , die dan voorgelegd kunnen worden aan de gemeenteraad ter besluitvorming.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15579624/1