08d Geurgebiedsvisie HadM 2024 deel A
Tekst van het document
Mogelijke ontwikkeling achtergrondbelasting
In een scenario-onderzoek is de mogelijke ontwikkeling van de achtergrondbelasting in beeld gebracht, uitgaande van een periode tot circa 2030-2035. Hierbij zijn de volgende situaties onderling vergeleken: 1. De huidige vergunde situatie (2022) zoals geregistreerd in het BVB/KRD-bestand. 2. een scenario dat uitgaat de trendmatige ontwikkeling met een krimp van de veehouderij in Horst aan de Maas met 20% t.o.v. vergund 2022, vooral ingegeven door opkoopregelingen (LBV en LBV+) en aanvullende beperkingen in gebieden i.v.m. rijks- en provinciaal beleid. 3. Een scenario dat uitgaat van de dierplaatsen zoals vergund in 2020, maart met toepassing van emissiearme stalsystemen en luchtwassers voor alle dierplaatsen om de emissie van geur te beperken (er is uitgegaan van de laagste emissiefactor voor geur) 4. een scenario die uitgaat van de combinatie van 20% krimp van de veehouderij in Horst aan de Maas in combinatie met toepassing van de laagste emissiefactoren (combinatie 1+2) in verband met de staleisen voor ammoniakemissie van de provincie Limburg waaraan stallen uiterlijk 2030 moeten voldoen. De resultaten van het scenario-onderzoek zijn in onderstaande tabel weergegeven.
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2024
25
P222510.009
Tabel 5 Aantal adressen met een overschrijding van de GGD-advieswaarde achtergrondbelasting Mede op basis van de landelijke opgaven op het gebied van natuur, water en klimaat wordt een daling van de achtergrondbelasting verwacht. Vooral omdat locaties van intensieve veehouderijen worden beëindigd. Daarnaast zullen locaties van blijvende veehouderijen worden gemoderniseerd om aan de eisen t.a.v. de maximale emissie van ammoniak te voldoen. In ieder geval op grond van de eisen uit de provinciale omgevingsverordening (eisen per 2030) en mogelijk ook op basis van nieuwe landelijke eisen. De technische mogelijkheden om op de locaties van de blijvende veehouderijen de emissies uit stallen, zoals de geuremissie, verder terug te dringen zijn echter begrensd. Naast emissiereductie zal de geurbelasting voor omwonenden ook beperkt moeten/kunnen worden door voldoende afstand tussen stallen/emissiepunten en gevoelige objecten en geborgde technieken om de verspreiding van geur te beperken. Desondanks is de verwachting dat er ook bij een aanzienlijke krimp van het aantal dieren / locaties en modernisering van de stallen op blijvende locaties (t.g.v. generieke eisen), er in 2030-2035 op basis van het landelijk- en provinciaal beleid knelpunten zullen resteren m.b.t. een hoge achtergrond geurbelasting op voor geur gevoelige functies, zoals woningen in het buitengebied.
3.3
Voorgrondbelasting uit stallen van veehouderijen
Huidige vergunde situatie t.o.v. huidige voorgrondnormen In onderstaande tabel is weergegeven voor hoeveel adressen (verblijfsobjecten uit het BAG-bestand, niet gelegen op een locatie van een veehouderij) er sprake is van een (indicatieve) overschrijding van de huidige voorgrond-geurnorm van de gemeente Horst aan de Maas. Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van 1 veehouderij op een geurgevoelig object bedoeld. De berekende overschrijding is indicatief omdat de berekeningen die in het kader van deze geurgebiedsvisie zijn gemaakt minder nauwkeurig zijn dan de berekeningen die voor de vergunningverlening worden gehanteerd (i.v.m. exacte uitvoering stallen en emissiepunten).
26
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2023
P222510.009
Tabel 6 Aantal adressen met een overschrijding van de huidige voorgrondnorm (vergund 2022)
Het aantal adressen waar er sprake is van een normoverschrijding (voorgrondbelasting) is het hoogst in de kernen (woongebieden en bedrijventerreinen met de voorgrond-geurnorm 3 Ou). In absolute zin is het aantal adressen in het buitengebied kleiner, mede omdat de voorgrond-geurnorm in het buitengebied hoger is. Op bijna 9% van de adressen is er sprake van een overschrijding van de gemeentelijke geurnormen (die in belangrijke mate overeenkomen met de standaard wettelijke norm voor de concentratiegebieden in Nederland). In onderstaande kaarten is weergegeven welke veehouderij-locaties in de indicatieve berekeningen een bijdrage leveren aan het aantal overschrijdingen van deze gemeentelijke/standaard geurnormen. Uit deze kaarten blijkt dat de indicatieve normoverschrijdingen in de bebouwde kom door een beperkt aantal veehouderij-locaties wordt veroorzaakt. Voor de indicatieve normoverschrijdingen in het buitengebied zijn er meer veehouderij-locaties die deze overschrijdingen veroorzaken, maar zijn er wel een beperkt aantal locaties die voor relatief veel normoverschrijdingen zorgen.
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2024
27
P222510.009
Figuur 6 Overschrijding voorgrondbelasting 3 Ou op adressen met een voorgrondnorm van 3 of 6 Ou
Figuur 7 Overschrijding voorgrondbelasting 14 Ou op adressen met een voorgrondnorm van 14 Ou
28
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2023
P222510.009
Huidige vergunde situatie t.o.v. GGD-advieswaarden In onderstaande tabel is weergegeven voor hoeveel adressen (verblijfsobjecten uit het BAG-bestand, niet gelegen op een locatie van een veehouderij) er sprake is van een (indicatieve) overschrijding van de GGD-advieswaarde t.a.v. de voorgrond-geurbelasting: maximaal 2 Ou voor de bebouwde kom en maximaal 5 Ou voor het buitengebied.
Tabel 7 Aantal adressen met een overschrijding van de GGD-advieswaarde voorgrondbelasting, vergund 2022 Het aantal adressen waar er sprake is van een overschrijding een de GGD-advieswaarden (voorgrondbelasting) is het hoogst in de kernen (woongebieden en bedrijventerreinen met de voorgrond-geurnorm 3 Ou). In absolute zin is het aantal adressen in het buitengebied kleiner, maar relatief gezien iets meer in de bebouwde kom. Op ruim 20% van de adressen is er sprake van een overschrijding van de GGD-advieswaarden. In onderstaande kaarten is de overschrijding van de GGD-advieswaarden m.b.t. de voorgrondbelasting in beeld gebracht.
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2024
29
P222510.009
Figuur 8 Overschrijding voorgrondbelasting 2 Ou op adressen met een huidige voorgrondnorm van 3 of 6 Ou
Figuur 9 Overschrijding voorgrondbelasting 5 Ou op adressen met een huidige voorgrondnorm van 14 Ou
30
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2023
P222510.009
Mogelijke ontwikkeling voorgrondbelasting
Aan de hand van het hiervoor beschreven scenario-onderzoek is de mogelijke ontwikkeling van de voorgrondbelasting in beeld gebracht, uitgaande van een periode tot circa 2030-2035. Hieronder zijn de resultaten van het scenario-onderzoek opgenomen, waarbij de indicatief berekende voorgrondbelasting zowel vergeleken is met de huidige voorgrondnormen als met de GGDadvieswaarden ten aanzien van de geurbelasting. Het aantal adressen waar er sprake is van een overschrijding een de GGD-advieswaarden (voorgrondbelasting) neemt naar verwachting af. Vooral bij het een scenario waarbij het stoppen van veehouderij-locaties wordt gecombineerd met verduurzaming van de stallen van de blijvers. In dat scenario resteert er op 8% van de adressen een overschrijding van de GGD-advieswaarde. Bij een scenario met enkel krimp resteert er op 15% van de adressen een overschrijding. Als de voorgrondbelasting waarbij het stoppen van veehouderij-locaties wordt gecombineerd met verduurzaming van de stallen van de blijvers, wordt vergeleken met de huidige voorgrondnormen, resteert er nauwelijks een normoverschrijding. Ook bij het scenario met enkel locaties die stoppen daalt het aantal adressen met een overschrijding van de huidige voorgrondnormen sterk.
Tabel 8 Aantal adressen met een overschrijding van de huidige voorgrondnorm (scenario-onderzoek)
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2024
31
P222510.009
Tabel 9 Aantal adressen met een overschrijding van de GGD-advieswaarde voorgrond (scenarioonderzoek)
Het (als gemeente) sturen op vermindering van geurbelasting en het voorkomen van nieuwe voor geur overbelaste situaties (overschrijding voorgrondbelasting) is vooral van belang als de GGDadvieswaarden ten aanzien van de voorgrondbelasting als uitgangspunt wordt genomen. Gerelateerd aan de huidige voorgrondnormen is dat minder urgent, er van uitgaande dat de voorziene krimp / het groot aantal stoppers ook daadwerkelijk plaatsvindt.
32
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2023
P222510.009
4 Actualisatie geurnormen 4.1
Overwegingen t.a.v. aanpassing van de gemeentelijke geurnormen
Het onderzoek dat is uitgevoerd voor deze geurgebiedsvisie geeft inzicht in de geurbelasting van meerdere veehouderijen samen en de verwachte relatie tussen de cumulatieve geurbelasting en kans op geurhinder. Op basis van de ontwikkeling in de periode 2018-2022 en de voorziene krimp van het aantal dieren (varkens, pluimvee) en een verdere/sterkere afname van het aantal veehouderij-locaties waar dieren met een geuremissiefactor worden gehouden, is een afname van de geurbelasting door veehouderijen te verwachten. Op de langere termijn (2035 – 2050) zal de impact van de klimaatopgave (een sterke reductie van de broeikasgassen) doorwerken in de emissies vanuit de veehouderij en zeer waarschijnlijk ook op de omvang van de veehouderij in Horst aan de Maas. Modernisering van oudere stallen vanwege de provinciale ammoniakeisen gaan naar verwachting gepaard met schaalvergroting op locaties van blijvende intensieve veehouderijen. Dat kan gepaard gaan met een afname van de geurbelasting, maar dat is geen vanzelfsprekendheid. Op locaties waar er wordt geïnvesteerd in modernisering van stallen neemt het dierplaatsen vaak toe en wordt de milieuwinst door modernisering deels teniet gedaan.
Vooral vanwege nieuwe functies (met name wonen en niet agrarische bedrijfsfuncties) op locaties van gestopte of stoppende veehouders kan er sprake zijn van een hogere geurbelasting ten opzichte van het gewenste beschermingsniveau voor de nieuwe (veelal woon- of bedrijfs)functie. Strengere voorgrond geurnormen zijn op basis van adviezen van de GGD zeker voor bestaande woongebieden en woningen in het buitengebied te overwegen. Strengere voorgrond geurnormen bieden extra bescherming tegen geurhinder en extra sturing op afname van de geurbelasting bij ontwikkelingen van (intensieve) veehouderijen in overbelaste situaties (de locaties van de blijvers). Strengere geurnormen beperken de ontwikkeling van veehouderijen en kunnen een kostprijsverhogende werking hebben voor veehouderijen. Strengere geurnormen kunnen ook leiden tot extra beperkingen voor functieveranderingen in de omgeving van veehouderijen vanwege de ‘omgekeerde werking’.
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2024
33
P222510.009
Tabel 10 Afwegingen bij gemeentelijke geurnormen voorgrondbelasting
4.2
Bijstelling voorgrondnormen en beleid individueel overbelaste situaties
Op basis van het onderzoek, de GGD-advieswaarden, de recente jurisprudentie, de contouren van de aanpassingen van de landelijke regelgeving en de Visie Veehouderij 2021-2030, zijn de volgende conclusies geformuleerd en in een bijeenkomst met de leden van de gemeenteraad gedeeld: • •
• •
Een verdere afname van de cumulatieve geurbelasting en (sterk) individueel overbelaste situaties is nodig gelet op gezondheidskundige advieswaarden. Onverkort overnemen GGD-adviezen m.b.t. de maximale achtergrondbelasting leidt tot blokkade deel plannen in- en rond de kernen en minder mogelijkheden voor functieveranderingen in het buitengebied Aanscherping van geurnormen alleen is onvoldoende sturend voor oplossen bestaande knelpunten Voorkomen nieuwe geurknelpunten op locaties stoppende veehouderijen
De resultaten van het uitgevoerde onderzoek dat er ook bij een combinatie van stoppende veehouderij-locaties (krimp) en modernisering van stallen op locaties van blijvende (intensieve) veehouderijen, er overschrijdingen van de GGD-advieswaarden t.a.v. de voor- en achtergrondbelasting resteren. Gelet op de Visie Veehouderij, recente rechterlijke uitspraken en de wens om zoveel mogelijk een gezond woon- en leefmilieu voor de inwoners te kunnen bieden, wil de gemeente extra sturen op vermindering van geurbelasting en het voorkomen van nieuwe voor geur overbelaste situaties (overschrijding voorgrondbelasting). Hierbij worden de GGD-advieswaarden ten aanzien van de voorgrondbelasting als belangrijk uitgangspunt genomen. Door in de vergunningverlening voor veehouderijen de nieuwe aangescherpte normen als toetsingswaarde te hanteren, zal de vergunde geurbelasting bij een overschrijding van die waarde moeten worden verminderd, in de richting van de GGD-advieswaarde. Zo wordt er bij de blijvende veehouderijen die ontwikkeling gestuurd op het verminderen van overbelaste situaties en worden nieuwe overschrijdingen van de GGD-advieswaarde voorkomen. Ook bij ruimtelijke ontwikkelingen in de
34
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2023
P222510.009
nabijheid van veehouderijen zal er rekening moeten worden gehouden met deze aangescherpte normen. Ook zo kunnen nieuwe knelpunten t.a.v. een te hoge geurbelasting worden voorkomen. Tegelijkertijd onderschrijft de gemeente het belang van de veehouderij in Horst aan de Maas als een economisch gezonde sector. En betekent een aanscherping van de (voorgrond)norm niet dat die norm op korte termijn gehaald moet- of kan worden. Veel veehouders hebben in het verleden in goed vertrouwen geïnvesteerd in emissiearme stalsystemen en technieken die de uitstoot van ammoniak, geur en fijn stof beperken. Door tegenvallende prestaties in de praktijk zijn emissiefactoren voor geur naar boven bijgesteld. Dit heeft geleid tot normoverschrijdingen omdat de berekende geurbelasting nu anders is dan tijde van de vergunningverlening. Terwijl de toegepaste technieken juist gevraagd of vereist waren. Daar zal de gemeente rekening mee (moeten) houden. Ook met het feit dat op veehouderij-locaties waar alle stallen al zijn gemoderniseerd, de praktische en financiële mogelijkheden begrensd zijn om de overbelasting op te heffen. Maar ook heeft dat geleid tot een situatie waarbij een eenmaal zo ontstane normoverschrijding op basis van de standaard wettelijke bepalingen (inclusief de zogenaamde 50% regeling) mag blijven bestaan. Ook als er wel mogelijkheden zijn om de geurbelasting te beperken.
Het aanscherpen van de voorgrondnorm leidt bij de toepassing van de 50% tot meer reductie van de geurbelasting dan in een situatie met soepelere geurnormen. Zie onderstaand figuur waarbij het effect van de voorgestelde aanscherping van de voorgrondnorm van 14 Ou naar 5 Ou is geïllustreerd. Een aanscherping van de norm voorkomt ongewenste toenamen boven de GGD-advieswaarde en beperkt de opvulling van de eerder vergunde geurbelasting boven de GGD advieswaarde.
Voorbeeld 1 Toetsen aanvraag vergunning
Voorbeeld 2 Toetsen aanvraag vergunning
Huidige geurnorm 1 Ou
Ou
5 Ou GGD advieswaarde 5 Ou
Vergunde situa e 10 Ou
5 Ou
Huidige norm: toename tot ma imaal 1 Ou Nieuwe norm: ma imaal 7,5 Ou (5 Ou 50% van overschrijding)
Vergunde situa e 1 Ou
5 Ou
Huidige norm: opvullen tot ma imaal1 Ou Nieuwe norm: ma imaal ,5 Ou (5 Ou 50% van overschrijding tussen 5 en 1 Ou)
Figuur 10 illustratie effect aanscherping geurnorm op reductie geurbelasting bij overschrijding GGDadvieswaarde voor het buitengebied (5 Ou/m3)
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2024
35
P222510.009
Een aanscherping van de geurnormen is een van de instrumenten om de bestaande en resterende overschrijdingen te beperken c.q. terug te dringen. Naast andere instrumenten, zoals een adequate uitvoering van VTH taken, actualisatie van vergunningen (IPPC-bedrijven), het intrekken van latente ruimte (om ongewenste opvulling te voorkomen en om ongewenste blokkades voor de blijvers te verminderen) en een specifieke aanpak voor de zwaarste geuroverschrijdingen. Het voorstel om de geurnormen zoals die momenteel worden gehanteerd bij de vergunningverlening voor veehouderijen aan te passen is in volgende tabel opgenomen. Ter vergelijking zijn ook de huidige geurnormen opgenomen. Deelgebied Woongebieden in de bebouwde kom Plangebied bij Meerlo Bedrijventerreinen in de bebouwde kom zoals aangeduid in de geurverordening 2020 Bedrijventerrein in het overig gebied zoals aangeduid in de geurverordening 2020 Bedrijventerrein Klavertje 4 / Greenport Venlo Ontwikkelingsgebied intensieve veehouderij Buitengebied, overig gebieden
Verordening 2024 2,0 2,0 5,0
Verordening 2020 3,0 6,0 3,0
5,0
14,0
14,0 10,0 5,0
14,0 14,0 14,0
Tabel 11 Voorstel tot bijstelling van geurnormen voorgrondbelasting, Verordening geurhinder en veehouderij 2024, in Ou/m3 (98-percentiel)
In dit voorstel is voor de woonfuncties (woongebieden in de bebouwde kom en woningen in het buitengebied) in belangrijke mate aangesloten bij de GGD-advieswaarden voor de voorgrondbelasting. Voor de werkgebieden (bedrijventerreinen) wordt een soepelere norm voorgesteld, gelet op de aard van het verblijf van mensen op bedrijventerreinen. Voor de bedrijventerreinen Klavertje-4 die worden ontwikkeld in een gebied met veehouderijen, is aangesloten bij de norm die in 2020 voor die gebieden is vastgesteld. Voor het landbouwontwikkelingsgebied Witveldweg is ten opzichte van het overige buitengebied een soepelere norm opgenomen in dit voorstel. Halveren vaste afstand buitengebied voor hippische gebouwen in Grandorse Daarnaast is het voorstel om conform het in procedure gebrachte ontwerp bestemmingsplan voor Grandorse (oktober 2023) de vaste afstand tussen stallen op hippische kavels en gebouwen met een logiesfunctie ten dienste van de hippische bedrijven, te verkleinen van minimaal 50 meter naar minimaal 25 meter. In de gebouwen met langdurig logiesfuncties verblijven alleen personen die binding hebben met de hippische activiteiten. Op de hippische kavels in het gebied Grandorse wonen of verblijven/overnachten geen mensen die geen binding hebben met de hippische bedrijven en hippische activiteiten in het gebied.
Een verkleining van de vaste afstand biedt meer flexibiliteit bij de onderlinge ruimtelijke inpassing van de hippische kavels en wordt vanwege de specifieke functie van Grandorse aanvaardbaar geacht.
36
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2023
P222510.009
In de navolgende kaart is de gebiedsindeling behorende bij dit voorstel opgenomen. Hierbij is aangesloten bij het onderscheid tussen bebouwde kom en het buitengebied conform de Wet geurhinder en veehouderij (bebouwingscontour geur onder de Omgevingswet).
Figuur 11 Kaart behorende bij Verordening geurhinder en veehouderij Horst aan de Maas 2024
Afwijken van standaard toepassing van de 50% regeling Uit het onderzoek blijkt dat de meeste normoverschrijdingen in de bebouwde kom door een beperkt aantal veehouderij-locaties wordt veroorzaakt. Dat is een belangrijk gegeven voor een maatwerkaanpak: het aantal de overschrijdingen van de voorgrond-geurbelasting in de bebouwde kom kan mogelijk sterk worden verminderd als zou blijken dat de geurbelasting t.g.v. die veehouderij-locaties sterk kan worden verminderd. Dat wordt vooral van belang geacht voor de woongebieden binnen de bebouwde kom. Dat is een belangrijk gegeven voor een aanscherping van de norm voor de woongebieden in de bebouwde kom gecombineerd met een maatwerk-aanpak: het aantal de overschrijdingen kan sterk worden verminderd als de geurbelasting t.g.v. die veehouderij-locaties wordt teruggebracht. Voor de indicatieve normoverschrijdingen in het buitengebied zijn er meer veehouderij-locaties die deze overschrijdingen veroorzaken, maar zijn er wel een beperkt aantal locaties die voor relatief veel normoverschrijdingen zorgen. Ook daarvoor is een maatwerk-aanpak van belang. Dat kan door bij ontwikkelplannen af te wijken van de 50% regeling (zoals hiervoor beschreven). Maar ook als er geen sprake is van een ontwikkelplan in gesprek met de ondernemer te gaan.
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2024
37
P222510.009
Bij ontwikkelplannen van veehouderijen wil de gemeente rekening gehouden met de (on)mogelijkheden om de geurbelasting te beperken. O.a. door de mogelijkheid toe te passen om in individuele gevallen af te wijken van de standaard 50% regeling bij overschrijding van de (voorgrond) geurnorm. De gemeente wil die mogelijkheid blijven bieden voor de normoverschrijding tussen de voorgestelde aangescherpte norm en de huidige (standaard) wettelijke norm. Bij overschrijding van de huidige (standaard) wettelijke norm (die sinds 2007 gelden) wil de gemeente extra sturen op afname van de geurbelasting op woningen van omwonden. Vooral bij overschrijdingen van de standaard norm van het buitengebied (14 Ou) en in situaties waarin er voor een groot aantal woningen sprake is van een overschrijding van de standaard norm voor woongebieden in de bebouwde kom. Bij een uitbreiding in dieren moet de totale geurbelasting met 50 % afnemen ten opzichte van de normoverschrijdingen. Oftewel: de toegestane geurbelasting bij het uitbreiden van de veehouderij is het gemiddelde van de bestaande geurbelasting en de norm voor de geurbelasting. Een aantal provincies, waaronder de provincie Limburg, neemt deel aan experimenten onder de Crisis- en herstelwet. Als een gemeente invulling wilt geven aan één of meerdere van deze bevoegdheden, dan moet dit kenbaar gemaakt worden, zoals in deze geurgebiedsvisie.
De gemeente Horst aan de Maas wil bij ontwikkeling van veehouderijen gebruik te maken van de bevoegdheid om in individuele gevallen af te kunnen wijken van de zogenaamde 50%-regeling. Namelijk in die situaties waarbij er sprake is van overschrijding van de wettelijke voorgrondnorm en waarbij concrete mogelijkheden zijn om via de inzet van beschikbare en betaalbare technieken de geuremissie en geurbelasting te beperken. In onderstaand schema is dat geïllustreerd.
Voorbeeld 1 Reguliere toepassing 50% regeling
Voorbeeld 2 afwijkende toepassing 50% regeling
Ou
Standaard we elijk 1 Ou
Ou
5 Ou Vergunde situa e 10 Ou
Norm 5 Ou
5 Ou
Nieuwe situa e: ma imaal 7,5 Ou (5 Ou 50% van overschrijding)
38
Vergunde situa e 18 Ou
5 Ou
Nieuwe situa e: ma imaal ,5 Ou (5 Ou 50% van overschrijding tussen 5 en 1 Ou)
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2023
P222510.009
Veehouderijen die nu al de geurnormen overschrijden zitten in de meeste gevallen niet ‘op slot’, maar zullen bij ontwikkeling wel meer inspanningen moeten leveren om de geurbelasting op geurgevoelige objecten te verminderen. Dat kan door middel van inzet van emissie reducerende technieken zoals luchtwassers, maar ook door het verplaatsen van het uitstroompunt, verhogen van de uitstroomhoogte en/of verhogen van de uitstroomsnelheid. Veel veehouderijen hebben nog mogelijkheden om de geurbelasting verder te verlagen en kunnen bij een overschrijding van de norm nog steeds ontwikkelen, maar zullen daarvoor de geurbelasting wel verder moeten beperken. Dit is een gewenst effect.
4.3
Beoordelen van de geurbelasting van meerdere veehouderijen samen
Het is noodzakelijk om bij ontwikkelingen gericht op nieuwe functies en op uitbreidingen van veehouderijen te toetsen aan de cumulatieve geuroverlast en de eigen bijdrage van die ontwikkeling aan een (mogelijk) cumulatief overbelaste situatie. Onder de huidige wet- en regelgeving kan dit alleen bij nemen van nieuwe ruimtelijke besluiten. De Omgevingswet biedt straks meer mogelijkheden dan de huidige wetgeving om ook bij de vergunningverlening hierop te toetsen. Het is aan een gemeente om een afweging te maken over de geaccepteerde geurhinder. Bij de beoordeling van de vraag of er bij de realisatie van een nieuw voor geurhinder gevoelig object of de ontwikkeling van een veehouderij sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, is een afweging met betrekking tot de hoogte van de geurbelasting (en de daarmee samenhangende kans op hinder) in relatie tot de aard van het gebruik van belang. Ook de te verwachten ontwikkeling van de geurbelasting dient hierbij betrokken te worden. In het algemeen geldt dat de gemeente(raad) de nodige beleidsvrijheid heeft bij die afweging, mits die voldoende onderbouwd is. De gemeente maakt dergelijke overwegingen ook in ruimtelijke procedures en bij het beoordelen van principeverzoeken om medewerking te geven aan functieveranderingen.
De gemeente Horst aan de Maas heeft in 2020 beleidsregels vastgesteld, waarin is aangegeven welke toetswaarden (grenswaarden bij de beoordeling van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu) worden gehanteerd. Deze geurgebiedsvisie bevat een aangepast voorstel van de wijze waarop cumulatieve geurbelasting (achtergrondbelasting) wordt meegewogen bij initiatieven en plannen waarbij sprake is van realisatie van nieuwe voor geurhinder gevoelige functies of van uitbreiding van veehouderijen met dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld. Dit omdat de bijbehorende kaart (zoals hiervoor is opgenomen) is aangepast en omdat er meer onderscheid is gemaakt tussen enerzijds woongebieden in de bebouwde kom en anderzijds bedrijventerreinen. Deze toetsingswaarden voor de cumulatieve geurbelasting worden in de vorm van een beleidsregel ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2024
39
P222510.009
Toetswaarde
Deelgebied A
Deelgebied B
Achtergrondbelasting
Woongebied, plangebied wonen, landelijke kern
Bedrijventerrein Greenport Venlo
in Ou/m3 (98-percentiel)
Ontwikkelingsgebied intensieve veehouderij Overige bedrijventerreinen en buitengebied
Voldoende
< 10
< 20
Onvoldoende
> 10
> 20
Tabel 12 Voorstel geurnormen achtergrondbelasting, Beleidsregel g ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder 2024, in Ou/m3 (98-percentiel) Een tweede aanpassing t.o.v. de beleidsregel uit 2020 betreft de toetsing van de achtergrondbelasting van voormalige bedrijfswoningen van veehouderijen of woningen die worden gerealiseerd op het bouwblok van een voormalige veehouderij (Vab-locaties). Daarvoor gelden nu alleen vaste minimum afstanden. Veel woningen in het buitengebied zijn voormalige bedrijfswoningen van gestopte veehouderijen. In het voorstel (beleidsregel) is aangegeven dat de hiervoor genoemde toetswaarden t.a.v. de achtergrondbelasting ook gelden voor woningen op een voormalige locatie van een veehouderij (op of na 19 maart 2000 gestopt) en ruimte voor ruimte woningen (als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij, die planologisch worden toegestaan na de inwerkingtreding van deze beleidsregel.
4.4
Registratie vergunde rechten en intrekkingsbeleid
Het is niet exact te bepalen hoe groot de werkelijke veestapel en geuremissie in 2022 is. Dit is een dynamisch gegeven. Voor dit onderzoek zijn de geregistreerde milieuvergunningen en meldingen Activiteitenbesluit met opgave dieren vergeleken met CBS gegevens van 2022 (landbouwtelling). Op basis hiervan kan de procentuele bezettingsgraad per diersoort ingeschat worden. Dit is de latente ruimte (vergunde, niet-benutte ruimte). In de grondgebonden veehouderij is over het algemeen genomen sprake van een lagere bezettingsgraad, maar dit betreft geen dierencategorieën waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld en daarmee geen effect op de latente ruimte in de vergunde geuremissie. Verder wordt de latente ruimte gevormd door leegstaande stallen, niet-gerealiseerde vergunde stallen, vergunde onderbezetting in stallen en perioden van leegstand inherent aan de bedrijfsvoering (in de emissiefactoren is de correctie voor perioden van leegstand inherent aan de bedrijfsvoering al verdisconteert).
40
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2023
P222510.009
Tabel 13 Latente ruimte uitgedrukt in geuremissie in Horst aan de Maas 2022 (o.b.v. CBS gegevens en BVB/KRD) Diercategorie Aantal Aantal Aantal Aantal Bezetting Geur CBS 2018 CBS 2021 CBS 2022 vergund aantallen CBS 2022 2022 2022 melk- en overig 7.337 5.946 6.121 13.469 45% 0
rundvee vleeskalveren schapen geiten varkens Pluimvee Konijnen Paarden, pony’s
Geur vergund 0
5.053
4.944
4.932
7.424
66%
174.753
263.051
1.359
1.996
1.826
1.750
104%
14.244
13.651
722
870
952
1.379
69%
15.852
22.962
244.853
188.381
168.836
323.274
52%
1.975.304
4.238.086
1.507.368
1.121.195
1.193.137*
2.914.902
41% *
423.872*
850.791
0
0
0
70
0%
0
0
598
771
771
2.326
33%
0
0
Latente ruimte
58%
52%
* Excl. vleeskuikens vanwege geen CBS-gegevens voor vleeskuikens in 2022 CBS geeft voor 2022 een registratie van 0 vleeskuikens in de gemeente Horst aan de Maas. Bij met name vleeskuikens kan sprake zijn van leegstand op 1 april (datum opgave landbouwtelling), maar in dat geval wordt het aantal dieren van het voorgaande jaar overgenomen. Het is aannemelijk dat er in CBS 2022 een fout in de registratie van de landbouwtelling 2022 zit.
Tabel 14 Latente ruimte o.b.v. vergelijking registraties CBS en BVB/KRD, 2018 en 2022 Latente ruimte % 2018
2022
Economische omvang
35%
49%
Geuremissie
42%
52%
Ammoniakemissie
35%
42%
Fijnstof emissie
34%
49%
De latente ruimte is in de gemeente Horst aan de Maas opvallend hoog, ook in vergelijking met andere vee-intensieve gemeenten in de regio. Vooral in 2022 bij varkens en pluimvee. Een deel kan verklaard worden door veehouderij-locaties die niet meer worden benut maar nog wel over een milieuvergunning of melding beschikken. Of een onvolledige registratie in de landbouwtelling en CBS-gegevens, mogelijk bij bedrijven die meerdere locaties en / of de hoofdvestiging in een andere gemeente of provincie hebben. Ook kan het aandeel vergunde maar nog niet gebouwde stallen in de gemeente Horst aan de Maas hoger ligt dan gemiddeld. De relatief hoge latente ruimte in Horst aan de Maas heeft tot gevolg dat berekeningen op basis van het aantal vergunde/gemelde dierplaatsen een hogere geurbelasting laten zien dan op grond van de werkelijk gehouden aantal dieren. Er is echter geen informatie over de latente ruimte per veehouderijlocatie openbaar beschikbaar, waardoor het niet mogelijk is om gericht een correctie uit te voeren voor de “niet-benutte vergunningsruimte”.
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2024
41
P222510.009
Daarnaast is het ook van belang om bij berekeningen van de geurbelasting rekening te houden met de verleende toestemmingen (vergunningen en meldingen) omdat eventuele knelpunten bij opvulling van de latente ruimte niet te onderschatten. Het is van belang dat de latente ruimte die met zekerheid niet meer gebruikt zal/kan worden naar beneden wordt gebracht door het intrekken of actualiseren van toestemmingen en bestemmingen/functies van veehouderij-locaties. En om toestemmingen die niet meer (kunnen) worden gebruikt, op te schonen in de registratie van vergunningen en meldingen va veehouderijen. Dit opschonen is ook van belang voor de blijvers onder de veehouderijen en nieuwe bestemmingen op locaties van stoppende gestopte / stoppende veehouderijen. Bij het berekenen van de achtergrondbelasting wordt immers uitgegaan van de geregistreerde toestemmingen (vergunningen en meldingen). Als toestemmingen kunnen worden verwijderd uit de registratie, zal de achtergrondbelasting in mindere mate een belemmering zijn voor nieuwe ontwikkelingen.
4.5
Anticiperen op de Omgevingswet
In de uitvoeringsregels van de Omgevingswet is opgenomen welke objecten altijd als een geurgevoelig object worden gezien: gebouwen met een woonfunctie en voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang. Nadat de Omgevingswet in werking is getreden, kan de gemeenteraad een besluit nemen of ook andere voor geurhinder gevoelige objecten bij de vergunningverlening van veehouderijen als geurgevoelig aangemerkt worden. Zoals bijvoorbeeld kantoren, werkplaatsen waar mensen langdurig verblijven, horecavoorzieningen en recreatiewoningen. Ook kan de gemeente na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning mag worden gerealiseerd, meewegen in de beoordeling van initiatieven. In het omgevingsplan (één van de kerninstrumenten uit de Omgevingswet) moeten bebouwingscontouren vastgesteld worden. In deze geurgebiedsvisie is een voorstel opgenomen voor de begrenzing van de bebouwde kom in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij (straks: bebouwingscontour geur in de zin van de Omgevingswet).
4.6
Procedure
De ontwerp geurgebiedsvisie en bijbehorende ontwerp geurverordening en ontwerp beleidsregel zijn in december 2023 door het college van B&W van de gemeente Horst aan de Maas vrijgegeven voor de ter inzage legging. Buurgemeenten en provincie zijn geconsulteerd. De inspraakreacties zijn verwerkt in een Inspraaknota. Deze wordt samen met de geurverordening, de beleidsregel en deze geurgebiedsvisie als onderbouwend document medio 2024 ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.
42
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2023
P222510.009
Bijlage met kaarten Apart bijgevoegd (deel B Kaartenbijlage)
Geurgebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas 2024
43