08d Concept statutenwijziging Stg Dynamiek Scholengroep
Tekst van het document
Stoktstraat 2 5961 TN Horst
info@novitas.nl www.novitas.nl
Tel. 077 - 3971515
KvK nummer 75429063 IBAN NL60 RABO 0147 2076 30
Ontwerp van 16 november 2020
23391.01 / AB
STATUTENWIJZIGING STICHTING DYNAMIEK SCHOLENGROEP Op [passeerdatum] komt bij mij, mr. Annemarie Jacqueline Pauline Beijers-Willems, notaris in Horst aan de Maas: mevrouw Karin Albers, geboren op elf oktober negentienhonderdachtenzestig te Hardenberg, woonplaats kiezende bij na te melden stichting. Het identificatiebewijs is een ______________, nummer ______________, geldig van ______________ tot ______________, OF mevrouw Theodora Peter Anna van Gassel, geboren op dertig juni negentienhonderdnegenenzestig te Sevenum, woonplaats kiezende bij na te melden stichting. Het identificatiebewijs is een +, nummer ______________, geldig van ______________ tot ______________, handelend als lid van het college van bestuur van de stichting: Stichting Dynamiek Scholengroep. Deze heeft als zetel Horst aan de Maas. Het adres is Expeditiestraat 3 a, 5961 PX Horst, gemeente Horst aan de Maas. Het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel is 41062711. Op grond van het bepaalde in artikel 14 lid 4 van de huidige statuten van de gemelde stichting bevoegd om deze akte van statutenwijziging te ondertekenen. De voormelde stichting wordt hierna ook genoemd: de stichting. De aanwezige personen verklaren vooraf het volgende. INLEIDING 1. De statuten van de stichting werden voor het laatst gewijzigd bij akte verleden op veertien december tweeduizend elf voor mr. A.J.P.
Beijers-Willems, notaris te Horst aan de Maas. 2. In de vergadering van het bestuur van de stichting, heeft het bestuur op + besloten tot wijziging van de statuten. Deze statutenwijziging vindt mede plaats vanwege gewijzigde onderwijswetgeving, de Code Goed Bestuur en huidige inzichten. 3. Volgens de nog geldende statuten was voor het besluit tot statutenwijziging goedkeuring vereist van de raad van toezicht en de gemeenteraad van de gemeente Horst aan de Maas. De goedkeuring door de raad van toezicht is verleend op +, waarvan blijkt uit een aan deze akte te hechten bijlage. De goedkeuring door de gemeenteraad is verleend op +. Dit blijkt uit het aangehechte stuk. 4. Het besluit tot statutenwijziging werd overeenkomstig de statutaire voorschriften (artikel 14) genomen. De notulen van dit besluit zijn aan deze akte gehecht. STATUTENWIJZIGING Ter uitvoering van het besluit worden de statuten geheel gewijzigd en luiden zij voortaan als volgt: BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 In deze statuten wordt verstaan onder: a. bevoegd gezag: de stichting als bedoeld in deze statuten; b. college van bestuur: het orgaan dat belast is met het statutaire bestuur en de vertegenwoordiging van de stichting;
2
c.
gemeenteraad: de gemeenteraden van de gemeenten waarin een of meer van de bij deze stichting aangesloten openbare scholen zijn gelegen. Per vandaag is dat de gemeente Horst aan de Maas. d. gemeenschappelijke medezeggenschapsraad of GMR: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad verbonden aan de school/scholen, die de bevoegdheden heeft als toegekend in de Wet medezeggenschap op scholen; raad van toezicht: het orgaan dat belast is met de functie intern toezicht als bedoeld in artike17 b Wpo. e. school/scholen: de door de stichting in stand gehouden openbare school/scholen voor primair onderwijs en de door de stichting in stand gehouden school/scholen op katholieke grondslag voor primair onderwijs; f. schriftelijk: per post, per e-mail of via enig ander elektronisch communicatiemiddel, waarmee het mogelijk is een bericht te verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld; g. stichting: Stichting Dynamiek Scholengroep; h. Wpo: de Wet op het primair onderwijs, dan wel een daarvoor in de plaats komende wettelijke regeling; 2. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd. 3.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht in en omgekeerd NAAM EN ZETEL Artikel 2 1. De stichting draagt de naam: Stichting Dynamiek Scholengroep. 2. De stichting heeft haar zetel in de gemeente Horst aan de Maas. 3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. DOEL Artikel 3 1. De stichting heeft tot doel het geven van primair onderwijs op katholieke grondslag en het geven van openbaar onderwijs overeenkomstig art. 46 Wpo in de regio Horst aan de Maas en Venray, en al hetgeen met voorstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste van het woord. 2. De stichting tracht dit doel te verwezenlijken door: a. Het oprichten, overnemen en instandhouden van één of meer katholieke scholen voor (speciaal) basisonderwijs; b. Het overnemen en instandhouden van één of meerdere openbare scholen voor (speciaal) basisonderwijs. en al hetgeen met voorstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. 3. De stichting beoogt niet het maken van winst.
KARAKTER OPENBAAR ONDERWIJS Artikel 4 Het openbaar onderwijs draagt overeenkomstig artikel 46 Wpo bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met
3
onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. De openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. He openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag als bedoeld in de onderwijswetgeving uit. MIDDELEN EN BEHEER Artikel 5 De stichting hanteert alle wettige middelen die kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling, de verwerving van de daartoe benodigde middelen bij overheden, bedrijven, fondsen, financiële instellingen, loterijen en particulieren inbegrepen. Erfstellingen worden slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard. ORGANEN Artikel 6 De stichting kent als civielrechtelijke organen: a. het college van bestuur; b. de raad van toezicht. COLLEGE VAN BESTUUR; SAMENSTELLING EN BENOEMING Artikel 7 1. Het college van bestuur is een collegiaal bestuur en bestaat uit ten hoogste twee natuurlijke personen. Het aantal leden van het college van bestuur wordt door de raad van toezicht vastgesteld. 2. Alle leden van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht, na verkregen advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en voorts met inachtneming van het bepaalde in lid 4 en lid 5. 3.
Voor een besluit tot benoeming is een twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin ongeacht het ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten over een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 4. Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht, vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure en op basis van een vooraf openbaar gemaakte algemene profielschets, alsmede in geval van een meerhoofdig college van bestuur, een profielschets per zetel. De profielschets(en) bevat(ten) de deskundigheden waarover de leden van het college van bestuur dienen te beschikken. De leden van het College van Bestuur respecteren de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs en de grondslag van het katholiek onderwijs. Bij het ontstaan van een vacature gaat de raad van toezicht na of de algemene profielschets dan wel de individuele profielschets voor de betreffende zetel nadere uitwerking en/of aanpassing behoeft.
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld
4
5.
6.
7.
8. 9.
advies uit te brengen terzake de profielschets(en). De verdere procedure voor de benoeming van de leden van het college van bestuur kan, met inachtneming van de relevante wettelijke bepalingen en daaruit voortvloeiende rechten voor de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, worden geregeld in het bestuursreglement. Voor het benoemen van een lid van het college van bestuur wordt in ieder geval een sollicitatiecommissie ingesteld waarvan in elk geval deel uitmaken: a. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de GMR dat uit en door het personeel is gekozen, en b. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de GMR dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen. De GMR wordt verder vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over de aanstelling of ontslag van de leden van het bestuur en het vaststellen van de competentieprofielen van de leden van het bestuur. Ieder lid van het college van bestuur is onafhankelijk ten opzichte van de overige leden van het college van bestuur, de raad van toezicht en van de (deel)belangen van de stichting. Tot lid van het college van bestuur kan niet worden benoemd: a. een lid van de raad van toezicht of een voormalig lid van de raad van toezicht binnen een periode van vier jaar; b.
een persoon die tevens de functie van intern toezichthouder vervult bij een andere onderwijsorganisatie binnen dezelfde onderwijssector als de stichting; c. een persoon die tevens de functie van intern toezichthouder vervult bij een onderwijsorganisatie buiten dezelfde onderwijssector als de stichting, tenzij deze onderwijsorganisatie een ander voedingsgebied bedient. d. een lid van de GMR. e. een lid van de gemeenteraad van Horst aan de Maas of Venray; Het college van bestuur kan onderling vaststellen welk lid van het college van bestuur met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. De onderlinge taakverdeling wordt door de raad van toezicht goedgekeurd. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het college van bestuur onverlet. De leden van het college van bestuur worden benoemd voor de duur van hun arbeidsovereenkomst of voor een andere door de raad van toezicht te bepalen periode. De vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het college van bestuur geschiedt door de raad van toezicht. Bij de vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de sector geldende normen. Jaarlijks wordt door de raad van toezicht in de jaarrekening verantwoord welke bedragen zijn toegekend aan de leden van het college van bestuur.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt het college van bestuur zijn bevoegdheden. Het college van bestuur evalueert jaarlijks het eigen functioneren, legt de conclusies en afspraken schriftelijk vast en doet hierover verslag in het bestuursverslag (jaarverslag). Het college van bestuur als geheel en de individuele leden van het college van
5
bestuur worden voorts periodiek geëvalueerd en beoordeeld door de raad van toezicht. De wijze waarop dit plaatsvindt, kan nader worden uitgewerkt in het bestuursreglement. 10 Leden van het college van bestuur vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. Voor het aanvaarden van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie door een lid van het college van bestuur wordt voorafgaand goedkeuring gevraagd aan de raad van toezicht. De criteria die dienen als basis voor de raad van toezicht voor het verlenen of onthouden van goedkeuring aan de aanvaarding van een nevenfunctie worden vastgelegd in een reglement. In het bestuursverslag worden alle nevenfuncties van de leden van het college van bestuur vermeld. Aan leden van het college van bestuur worden geen persoonlijke leningen of financiële garanties namens de stichting verstrekt. COLLEGE VAN BESTUUR; SCHORSING EN ONTSLAG, DEFUNGEREN, BELET EN ONTSTENTENIS Artikel 8 1. De raad van toezicht schorst en ontslaat de leden van het college van bestuur. Een besluit tot ontslag wordt slechts genomen na verkregen advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. Voor een besluit tot schorsing of ontslag is tenminste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin ten minste vier vijfde van het aantal leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Indien het quorum niet aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin ongeacht het ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten over een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 2. Indien een lid van het college van bestuur is geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen. 3. Het lid van het college van bestuur dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van het college van bestuur over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. 4. Een lid van het college van bestuur defungeert voorts: a.
door zijn vrijwillig aftreden; b. doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op hem van toepassing wordt verklaard; c. indien titel 16, titel 19 en/of titel 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op
6
hem van toepassing wordt; door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; e. door de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met de stichting; f. door zijn ontslag door de rechtbank; g. door zijn overlijden. h. door zijn toetreden tot de raad van toezicht 5. Ingeval van ontstentenis of belet van één of meer leden van het college van bestuur, berust het bestuur tijdelijk bij het overblijvende lid van het college van bestuur. 6. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de raad van toezicht aan te wijzen personen, onverminderd de verplichting voor de raad van toezicht zo spoedig mogelijk in het bestuur te voorzien. Leden van de raad van toezicht verrichten nimmer taken van het college van bestuur. Indien en voor zover een lid van de raad van toezicht optreedt als tijdelijk bestuurder, treedt die persoon voor die periode uit de raad van toezicht. COLLEGE VAN BESTUUR; TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 9 1. Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting, onder toezicht van de raad van toezicht. Aan het college van bestuur komen in de stichting alle taken en bevoegdheden toe die tot het bevoegd gezag behoren en voorts al die taken en bevoegdheden die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. 2.
Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het doel en het belang van de stichting, het belang van de scholen, de leerlingen en hun ouders, de belangen van de overige stakeholders, het belang van de onderwijsorganisatie en naar het belang van de samenleving en weegt deze verschillende belangen af. 3. Het college van bestuur legt verantwoording af aan de raad van toezicht en verschaft de raad van toezicht tijdig de gegevens die noodzakelijk zijn voor de goede uitoefening van de taak van de raad van toezicht. Het college van bestuur brengt aan de raad van toezicht periodiek verslag uit. In het bestuursreglement wordt de wijze waarop dit dient te geschieden vastgelegd. 4. Het college van bestuur is slechts met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt (de rechtshandelingen als bedoeld in artikel 291 lid 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek).
Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring bedoeld in de eerste volzin van dit lid, neemt het college van bestuur respectievelijk de raad van toezicht de in de onderwijswetgeving terzake opgenomen bepalingen in acht. Het ontbreken van de in dit lid bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het college van bestuur niet aan. 5. Het college van bestuur behoeft voorts de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht voor: a. het vaststellen van het (meerjaren)beleidsplan en de (meerjaren)begroting; d.
7
b.
de vaststelling van de jaarrekening en het bestuursverslag (jaarverslag), met dien verstande dat deze goedkeuring niet wordt verleend voordat de raad van toezicht kennis heeft genomen van de bevindingen van de accountant; c. het aangaan van (financiële) verplichtingen en het doen van bestedingen en investeringen die niet zijn voorzien in de goedgekeurde begroting en een bedrag van éénhonderdduizend euro (€ 100.000,00) te boven gaan; d. het aangaan, wijzigen en verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting en/of de met haar in een groep verbonden rechtspersonen; e. het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon, alsmede de vaststelling en wijziging van diens statuten voor zover het college van bestuur daartoe bevoegd is; f. het beëindigen van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek, dan wel een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden of voorwaarden; g. het aanpassen van de arbeidsvoorwaarden van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd tenzij de verplichting daartoe voortvloeit uit een collectieve arbeidsovereenkomst; h. het aanvragen van faillissement en surseance van betaling; i.
het vaststellen en wijzigen van het bestuursreglement; j. onderwerpen waarover een (potentieel) tegenstrijdig belang dan wel een verstrengeling van belangen bestaat ten aanzien van één of meer leden van het college van bestuur; k. het stichten, alsmede (het aanvaarden van) een bestuursoverdracht, samenvoeging of splitsing van een school; l. het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting, waaronder begrepen de bestemming van het batig saldo; m. de wijziging van de grondslag, opheffing, stichting, overname, overdracht of afsplitsing van een of meer scholen, onverminderd de bevoegdheden van de gemeenteraad met betrekking tot de opheffing van een openbare school. n. het doen van een voorstel aan de gemeenteraad tot) opheffing van een openbare school, niet zijnde enkel een nevenvestiging/locatie. COLLEGE VAN BESTUUR; VERGADERING EN BESLUITVORMING Artikel 10 1. Het college van bestuur legt zijn besluiten schriftelijk vast. 2. Indien en voor zover sprake is van een meerhoofdig college van bestuur, gelden voorts de hierna volgende bepalingen. 3. De oproeping tot de bestuursvergadering kan geschieden door ieder lid van het college van bestuur. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen. 4.
De termijn van oproeping bedraagt ten minste vijf dagen, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend. In spoedeisende gevallen kan de termijn van oproeping worden verkort.
8
5.
Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen indien alle leden van het college van bestuur ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Een lid van het college van bestuur kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van het college van bestuur doen vertegenwoordigen. Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van het college van bestuur aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 6. Vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar. Het college van bestuur kan besluiten tot een besloten vergadering indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a. het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; b. de economische of financiële belangen van de stichting; c. het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen danwel derden. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het college van bestuur anders beslist. 7. In de vergadering van het college van bestuur heeft ieder lid van het college van bestuur recht op het uitbrengen van één stem. Het college van bestuur besluit bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. 8.
Indien de stemmen staken ten aanzien van een voorstel, wordt het voorstel op de agenda geplaatst van een volgende vergadering. Indien de stemmen dan opnieuw staken, wordt de voorzitter van de raad van toezicht hiervan op de hoogte gesteld die in gesprek gaat met de leden van het college van bestuur. Indien de stemmen blijven staken, dan neemt de voorzitter van de raad van toezicht een besluit, na ruggenspraak met de raad. 9. Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Een lid van het college van bestuur meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang aan de voorzitter van de raad van toezicht en verschaft alle relevante informatie. De raad van toezicht beslist of sprake is van een tegenstrijdig belang. Als het college van bestuur uit twee leden bestaat, wordt het besluit genomen door het andere lid van het college van bestuur, met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 lid 5 sub j, tenzij de wet voorschrijft dat op dat moment het besluit wordt genomen door de raad van toezicht.
Als het college van bestuur uit slechts een lid bestaat en dit lid een tegenstrijdig belang heeft met de stichting en de daaraan verbonden organisatie of als beide leden van het college van bestuur een tegenstrijdig belang hebben met de stichting en de daaraan verbonden organisatie, neemt dit lid/nemen deze leden toch het besluit. Uiteraard met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 lid 5 sub j, tenzij de wet voorschrijft dat op dat moment het besluit wordt genomen door de raad van toezicht. 10. Het college van bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van het college van bestuur die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. 11. Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten
9
nemen, mits dit schriftelijk en unaniem geschiedt en alle leden van het college van bestuur in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van de leden van het college van bestuur zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 12. Het college van bestuur zal met inachtneming van deze statuten, een bestuursreglement opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld. COLLEGE VAN BESTUUR; VERTEGENWOORDIGING Artikel 11 1. De stichting wordt vertegenwoordigd door het college van bestuur. Daarnaast wordt de stichting vertegenwoordigd door elk lid van het college van bestuur afzonderlijk. Het college van bestuur handelt op basis van besluitvorming, zoals omschreven in artikel 10. 2. Krachtens besluit van het college van bestuur kan aan één of meer andere personen een volmacht worden verleend om de stichting te vertegenwoordigen. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de grenzen van zijn volmacht. RAAD VAN TOEZICHT; SAMENSTELLING EN BENOEMING Artikel 12 1.
De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal leden van ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. Is het aantal leden minder dan vijf, dan behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden onverminderd de verplichting om onverwijlde maatregelen tot aanvulling van zijn ledental te nemen. 2. De leden van de raad van toezicht worden (her)benoemd door de raad van toezicht, met inachtneming van het hierna bepaalde. 3. Een van de leden van de raad van toezicht wordt benoemd op voordracht van de gemeenteraad. De voordracht wordt opgemaakt met in achtneming van het profiel als bedoeld in art. 17a Wpo. Voor een besluit tot benoeming van een lid van de raad van toezicht is een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering van de raad van toezicht waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen waarin alsdan, mits meer dan de helft van het aantal leden van de raad van toezicht aanwezig is, met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten omtrent een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 4.
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht. Indien de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad het voordrachtrecht niet heeft
10
5.
6.
uitgeoefend binnen drie maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, is de raad van toezicht vrij in de vervulling van de vacature, doch slechts voor één zittingsperiode. De voordrachten als hiervoor in dit artikel bepaald en de benoemingen geschieden met inachtneming van een door de raad van toezicht vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure. De raad van toezicht stelt een algemeen profiel op voor zijn samenstelling naar ten minste deskundigheden, vaardigheden en diversiteit. De leden van de raad van toezicht respecteren de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs en de grondslag van het katholiek onderwijs. Voor iedere vacature stelt de raad van toezicht een specifiek profiel op. Het college van bestuur en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad worden in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielschets(en). De profielschets(en) wordt/worden vooraf openbaar gemaakt. Bij het ontstaan van een vacature wordt het algemeen profiel van de raad van toezicht als geheel bekeken en gaat de raad van toezicht na of de algemene dan wel specifieke profielschets nadere uitwerking en/of aanpassing behoeft. De profielschets(en) wordt/worden vervolgens opnieuw vastgesteld en ter informatie aan de gemeente toegestuurd.
Ten behoeve van de werving en selectie van nieuwe leden van de raad van toezicht stelt de raad van toezicht bij een vacature een werving- en selectiecommissie in, bestaande uit twee leden van de raad van toezicht, leden van het college van bestuur en twee leden van gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. De samenstelling en werkwijze van de werving- en selectiecommissie wordt door de raad van toezicht vastgesteld. De verdere procedure voor de benoeming van de leden van de raad van toezicht kan worden geregeld in het reglement raad van toezicht. De samenstelling van de raad van toezicht is dusdanig dat de leden ten opzichte van elkaar, de leden van het college van bestuur en welk deelbelang van de stichting ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De leden van de raad van toezicht vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting en de scholen betrokken deelbelangen. Tot leden van de raad van toezicht kunnen niet worden benoemd personen die: a. lid van het college van bestuur zijn of lid van het college van bestuur zijn geweest; b. de functie van bestuurder of schoolleider vervullen bij een school voor primair onderwijs in de regio waar de stichting actief is; c. bestuurder zijn bij een andere onderwijsorganisatie binnen dezelfde onderwijssector als de stichting; d.
bestuurder zijn bij een onderwijsorganisatie buiten dezelfde onderwijssector als de stichting, tenzij deze organisatie een ander voedingsgebied kent; e. personen die een dienstbetrekking hebben bij de stichting of hun partner; f. lid zijn van een MR of de GMR van de stichting; g. lid zijn van de gemeenteraad van Horst aan de Maas of Venray; h. zitting hebben in een klachtencommissie; i. voor de stichting regelmatig betaalde diensten leveren; j. een rol hebben in vaststellingsovereenkomsten;
11
k. waarvan risico op rolvermenging/ strijdigheid belangen kan spelen. De raad van toezicht kiest uit zijn midden een voorzitter en desgewenst een vicevoorzitter. De raad van toezicht kan onderling vaststellen welk lid van de raad van toezicht met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van de raad van toezicht onverlet. 8. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar met inachtneming van het hierna in dit lid bepaalde. Aftreden geschiedt na het eindigen van de benoemingsperiode en met in achtneming van een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een in een tussentijdse vacature benoemd lid van de raad van toezicht neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd; tenzij door de raad van toezicht, al dan niet op verzoek van de gemeenteraad, expliciet anders wordt bepaald. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de raad van toezicht kan zijn. 9. Leden van de raad van toezicht hebben recht op een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet bovenmatig vacatiegeld.
De hoogte hiervan wordt door de raad van toezicht vastgesteld. Bij de vaststelling van de (onkosten)vergoedingen wordt aangesloten bij de voor intern toezichthouders in de sector geldende normen. Jaarlijks wordt door het college van bestuur in de jaarrekening verantwoord welke bedragen zijn toegekend aan de leden van de raad van toezicht. 10. De leden van de raad van toezicht worden periodiek beoordeeld door de raad van toezicht. Eénmaal per jaar evalueert de raad van toezicht voorts zijn functioneren als zodanig. De wijze waarop de beoordelingen en de evaluatie plaatsvinden kan nader worden uitgewerkt in het reglement raad van toezicht. 11. Leden van de raad van toezicht vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. Een lid van de raad van toezicht meldt de aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie. In het jaarverslag worden alle hoofden nevenfuncties van de leden van de raad van toezicht vermeld. Aan leden van de raad van toezicht worden geen persoonlijke leningen of financiële garanties namens de stichting verstrekt. RAAD VAN TOEZICHT; SCHORSING, ONTSLAG, DEFUNGEREN, BELET EN ONTSTENTENIS Artikel 13 1. Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst en ontslagen door de raad van toezicht. Een lid van de raad van toezicht kan onder meer worden geschorst en ontslagen wegens: a.
verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid van de raad van toezicht redelijkerwijs niet in het belang is van de stichting. 2. Voor een besluit tot schorsing of ontslag is ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van 7.
12
3.
4.
5.
6.
toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, met uitzondering van het lid van de raad van toezicht wiens schorsing of ontslag aan de orde is, dat lid wordt niet in de besluitvorming betrokken. Indien het in de vorige volzin genoemde quorum niet behaald is, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeen geroepen waarin alsdan, mits meer dan de helft van het aantal leden van de raad van toezicht aanwezig is, met twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten omtrent een zodanig voorstel kunnen worden genomen. Dit met uitzondering van het lid van de raad van toezicht wiens schorsing of ontslag aan de orde is, dat lid wordt niet in de besluitvorming betrokken. De gemeenteraad wordt schriftelijk van de schorsing ten aanzien van de eigen voordrachtszetel op de hoogte gesteld. Indien een lid van de raad van toezicht is geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag van het betreffende lid van de raad van toezicht dan wel tot opheffing of handhaving van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing.
Een besluit tot handhaving van de schorsing kan slechts éénmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden gehandhaafd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot handhaving heeft genomen. Het betrokken lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden en kan zich daarbij doen bijstaan door een raadsman. Het besluit tot (voorstel tot) ontslag wordt niet eerder genomen dan nadat het betrokken lid van de raad van toezicht in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts: a. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); b. doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op hem van toepassing wordt verklaard; c. indien titel 16, titel 19 en/of titel 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt; d. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; e. door zijn ontslag door de rechtbank; f. door zijn overlijden.
In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht en het niet binnen zes maanden door de raad van toezicht benoemen van nieuwe leden van de raad van toezicht, geschiedt onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 299 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de benoeming door de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd op verzoek van de meest gerede belanghebbende. Gaat de rechtbank hier niet toe over, dan kan door het meest gerede afgetreden lid van de raad van toezicht, op verzoek van het college van bestuur, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde, een nieuw lid van de raad van toezicht worden benoemd, die op zijn beurt voorziet in (een voordracht tot) benoeming van de overige
13
leden van de raad van toezicht conform het bepaalde in deze statuten. RAAD VAN TOEZICHT; TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 14 1. De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de stichting. De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad terzijde en fungeert als klankbord. De raad van toezicht kan het college van bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de leerlingen en hun ouders, de belangen van de overige stakeholders, het belang van de onderwijsorganisatie en naar het belang van de samenleving en weegt deze verschillende belangen af. 2. De taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad van toezicht een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen. Onverminderd het overigens bij of krachtens deze statuten bepaalde, is de raad van toezicht belast met: a. het goedkeuren van de besluiten van het college van bestuur als genoemd in deze statuten; b. het toezien op de verwezenlijking van de grondslag en de doelstelling van de stichting, het bereiken van de doelen en gewenste resultaten en het belang van de samenleving; c.
het houden van toezicht op het functioneren van het college van bestuur en het toezien op de naleving door het college van bestuur van de wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur als bedoeld in artikel 171 lid 1 Wpo en eventuele afwijkingen van die code; d. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige, efficiënte en rechtmatige bestemming en aanwending van financiële middelen; e. het benoemen van een externe accountant. 3. De raad van toezicht legt verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden als hiervoor genoemd, in het bestuursverslag van de stichting. 4. Het college van bestuur verstrekt de raad van toezicht gevraagd en ongevraagd alle informatie omtrent alle onderwerpen de stichting betreffende die voor een goed functioneren van de raad van toezicht naar het oordeel van de raad van toezicht nodig of dienstig zijn. De raad van toezicht kan ter zake nadere regels stellen. 5. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting; de raad van toezicht heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. 6. De raad van toezicht kan voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak zich doen bijstaan door één of meer deskundigen. 7.
De raad van toezicht overlegt ten minste tweemaal per jaar met de GMR. RAAD VAN TOEZICHT; VERGADERING EN BESLUITVORMING Artikel 15 1. De raad van toezicht vergadert ten minste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls de leden van de raad van toezicht dit wenselijk achten. 2. De oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk aan
14
ieder lid van de raad van toezicht en wordt verzonden door de raad van toezicht in opdracht van degene die het houden van de vergadering heeft verlangd. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen. 3. De termijn van oproeping bedraagt ten minste vijf dagen, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend. In spoedeisende gevallen kan de termijn van oproeping worden verkort, zulks ter beoordeling van de voorzitter. 4. Een lid van de raad van toezicht kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van de raad van toezicht doen vertegenwoordigen. Een lid van de raad van toezicht kan slechts een medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 5. De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn ontstentenis of afwezigheid voorziet de vergadering zelf in de leiding. De voorzitter wijst een notulist aan. 6. Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen, indien alle leden van de raad van toezicht met inachtneming van het hiervoor bepaalde zijn opgeroepen en meer dan de helft van alle leden van de raad van toezicht ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.
Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 7. Vergaderingen van de raad van toezicht zijn in beginsel niet openbaar, tenzij de wet daartoe verplicht. De raad van toezicht kan alsdan besluiten tot een besloten vergadering op grond van het bepaalde in artikel 10 lid 6 onder a, b of c. 8. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Tenzij anders blijkt in deze statuten, worden besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Een blanco uitgebrachte stem geldt als een niet uitgebrachte stem. Indien de stemmen staken komt geen besluit tot stand. 9. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Het besluit wordt schriftelijk genomen door de overige leden van de raad van toezicht, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
Wanneer hierdoor geen besluit kan worden genomen omdat het alle leden van de raad van toezicht betreft, neemt de raad van toezicht het besluit met algemene stemmen, schriftelijk en gemotiveerd. 10. De raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de raad van toezicht die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de raad van toezicht deelnemen, mits dat lid van de raad van toezicht steeds alle andere leden van de raad van toezicht kan verstaan en door die andere leden van de raad van toezicht wordt verstaan. 11. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit schriftelijk en unaniem geschiedt en alle leden van de raad van toezicht in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van de
15
leden van de raad van toezicht zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 12. De leden van het college van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van toezicht bij, tenzij de raad van toezicht aangeeft zonder het college van bestuur te willen vergaderen. 13. De raad van toezicht zal met inachtneming van deze statuten, het reglement raad van toezicht opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld. BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN Artikel 16 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 3. Het college van bestuur stelt jaarlijks een beleidsplan en bijbehorende begroting op voor het komende boekjaar en legt deze voor het einde van het boekjaar ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht.
Na goedkeuring van de raad van toezicht stelt het college van bestuur het beleidsplan en de begroting vast, doch uiterlijk voor één januari. In overeenstemming met de doelstelling en met het oog op de continuïteit van de activiteiten stelt het college van bestuur voorts een meerjarenbeleidsplan op, alsmede een bijbehorende meerjarenbegroting. 4. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit wordt door het college van bestuur een balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken vergezeld worden van een rapport van een accountant binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar. 5. De accountant wordt door de raad van toezicht benoemd en brengt gelijkelijk aan het college van bestuur en de raad van toezicht verslag uit over zijn bevindingen. 6. Het college van bestuur stelt tevens een bestuursverslag en jaarrekening op en brengt daarmee verslag uit over zijn werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs, onder andere aan de raad van toezicht en de gemeenteraad. Uit hoofde van de taak van de gemeente als toezichthouder op het openbaar onderwijs, biedt het college van bestuur tevens het ontwerp van de begroting aan gemeenteraad aan, voor overleg als bedoeld in artikel 17 lid 5 onder d Wet op het Primair Onderwijs. 7.
De jaarstukken als hiervoor bedoeld worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het college van bestuur vastgesteld na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en ten blijke daarvan door alle leden van het college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan. De goedkeuring van de jaarrekening door de raad van toezicht strekt tot decharge van het college van bestuur inzake de goedgekeurde inkomsten en uitgaven. Die
16
goedkeuring laat onverlet de strafrechtelijke en burgerrechtelijke verantwoordelijkheid van het college van bestuur en de leden daarvan uit hoofde van strafbare feiten en onrechtmatige daden. 8. Het college van bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaar te bewaren. 9. Het verslag als bedoeld in artikel 17 lid 6 WPO is openbaar en wordt direct na vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. STATUTENWIJZIGING Artikel 17 1. Het college van bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit van het college van bestuur kan alleen worden genomen in een voltallige vergadering van het college van bestuur. De statuten van de stichting kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van de gemeenteraad. De gemeenteraad kan haar instemming aan een voorgenomen statutenwijziging slechts onthouden indien de overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. 2. Voor het besluit van de raad van toezicht tot het verlenen van voorafgaande goedkeuring is ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen waarin alsdan, mits meer dan de helft van het aantal leden van de raad van toezicht aanwezig is, met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten omtrent een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Elk lid van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden. 5. De leden van het college van bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 6. Het hiervoor in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot juridische fusie en het besluit tot juridische splitsing. ONTBINDING EN VEREFFENING Artikel 18 1.
Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit van het college van bestuur kan alleen worden genomen in een voltallige vergadering van het college van bestuur. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. De
17
gemeenteraad kan zijn goedkeuring aan een ontbinding slechts onthouden indien de overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. Het bepaalde in artikel 17, tweede en derde lid van deze statuten is van overeenkomstige toepassing op een goedkeuringsbesluit van de raad van toezicht tot ontbinding van de stichting. 2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 3. De vereffening geschiedt door het college van bestuur, dan wel door een door het college van bestuur aan te wijzen (rechts)persoon. 4. Een eventueel batig saldo wordt uitgekeerd aan een door de raad van toezicht aan te wijzen doel. 5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten onder een door de vereffenaars aan te wijzen natuurlijk persoon of rechtspersoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven aan het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. EXTERN TOEZICHT KARAKTER OPENBAAR ONDERWIJS Artikel 19 1.
In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht en de taken en bevoegdheden van de Inspectie van het Onderwijs zoals volgt uit de Wet op het onderwijstoezicht, geldt gelet op het openbaar karakter van het onderwijs voorts het navolgende: a. de gemeenteraad kan zich vanuit haar wettelijke taak en verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs wenden tot het college van bestuur van de stichting. b. de gemeenteraad ziet daarbij toe vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs. 2. In geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. VRIJTEKENING EN VRIJWARING Artikel 20. 1. Waar in dit artikel wordt gesproken over lid, wordt daaronder begrepen een lid van het college van bestuur of een lid van de raad van toezicht. 2. De stichting zal een lid niet aansprakelijk stellen voor schade die de stichting lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van een lid in diens hoedanigheid van lid van het college van bestuur respectievelijk lid van de raad van toezicht. 3.
De stichting zal een lid schadeloos stellen voor het bedrag dat dit lid aan een derde dient te vergoeden voor de schade die derden lijden als gevolg van enig handelen en/of nalaten van een lid in diens hoedanigheid van lid van het college van bestuur of lid van de raad van toezicht van de stichting. De stichting zal tot vergoeding overgaan
18
van het bedrag dat een lid gehouden is op grond van een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk of arbitraal vonnis of van een met die derde(n) overeengekomen vaststellingsovereenkomst, mits de verdediging in de desbetreffende procedure door of namens de stichting is gevoerd respectievelijk de desbetreffende vaststellingsovereenkomst is gesloten met de uitdrukkelijke schriftelijke goedkeuring van de stichting en het lid volledige medewerking aan de stichting heeft gegeven bij het voeren van de verdediging respectievelijk de desbetreffende schikkingsonderhandelingen. 4. Aan de in lid 2 van dit artikel omschreven vrijtekening en de in lid 3 van dit artikel opgenomen vrijwaring kan een lid geen rechten ontlenen indien de desbetreffende schade het gevolg is van diens opzettelijk handelen of nalaten. Van een zodanig handelen en/of nalaten is in ieder geval sprake wanneer dat handelen en/of nalaten het gevolg heeft of met dat handelen of nalaten werd beoogd het desbetreffende lid en/of anderen verbonden aan de stichting en/of derden, in welk opzicht dan ook onrechtmatig te bevoordelen. Ook kan een lid van het college van bestuur geen rechten ontlenen aan de in lid 2 van dit artikel omschreven vrijtekening als hij heeft gehandeld in strijd met artikel 9 lid 5 (goedkeuring door raad van toezicht van bepaalde besluiten). 5.
Aan de in lid 2 omschreven vrijtekening en de in lid 3 omschreven vrijwaring kan een lid geen rechten ontlenen voor zover de schade als bedoeld in dit artikel is verzekerd en wordt vergoed door een verzekeraar. 6. Onder schade in de zin van dit artikel wordt mede verstaan de over enig te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, de proceskosten welke een lid gehouden is te voldoen en/of de ten behoeve van de verdediging van het lid gemaakte rechtsbijstand kosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot de omvang van de schade. 7. Kosten door een lid gemaakt voor het voeren van verweer zullen door de stichting worden voorgeschoten tijdens een actie of procedure, mits het betreffende lid zich schriftelijk en onherroepelijk jegens de stichting heeft verbonden tot terugbetaling daarvan indien uit een in kracht van gewijsde gegaan vonnis volgt dat hij geen aanspraak kan maken op de vrijwaring door de stichting. De stichting kan nadere voorwaarden aan de uitbetaling verbinden, zoals het stellen van zekerheid. 8. De vrijtekening en vrijwaring als bedoeld in dit artikel blijven gelden voor een persoon die geen lid meer is en komen ook ten goede aan de erfgenamen of legatarissen van het lid. 9. Dit artikel kan zonder toestemming van de personen die aanspraak maken op vrijtekening en vrijwaring gewijzigd worden.
Deze personen kunnen echter aanspraak blijven maken op de bescherming als geboden door dit artikel voor schade als gevolg van handelen of nalaten tijdens de periode dat dit artikel van kracht is. SLOTBEPALING Artikel 21 1. In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de wet, prevaleert de wet. 2. In alle gevallen de stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist het college van bestuur. EINDE VAN DE AKTE
19
Als notaris verklaar ik nog het volgende. Wij ondertekenen deze akte in de gemeente Horst aan de Maas. Dit doen wij op de datum die in het begin van deze akte staat. Ik heb de identiteit van de aanwezige persoon vastgesteld. De aanwezige persoon heeft op tijd voor het ondertekenen een ontwerp van de akte ontvangen. Ik heb de inhoud van deze akte aan haar verteld. Ook gaf ik een toelichting. Zij kent de gevolgen die voor haar uit deze akte voortvloeien. De aanwezige persoon vindt het goed dat ik de akte niet volledig voorlees. Daarom heb ik de akte gedeeltelijk voorgelezen. Meteen na de gedeeltelijke voorlezing hebben de aanwezige persoon en ik de akte ondertekend.