08d Bestemmingsplan Regels aangepast2
Tekst van het document
30
hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 11 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
31
Artikel 12 Algemene bouwregels 12.1 Bestaande afmetingen en afstanden In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand tot enige grens van bouwwerken, die rechtens, in overeenstemming met het bepaalde in de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan, uitsluitend conform de bestaande situatie. 12.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 12.3 Ondergronds bouwen Binnen het plangebied mag, tenzij anders is aangegeven in de regels, onder gebouwen ondergronds worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bovengrondse gebouwen niet zijn toegestaan; b. de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5 m onder peil.
12.4 Bouwwerken ten behoeve van warmte-koudeopslag In afwijking van het overigens in deze regels met betrekking tot het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bepaalde, mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van warmte-koudeopslag niet meer bedragen dan de in de bouwregels van de betreffende bestemming toegestane bouwhoogte van gebouwen. 12.5 Bouwen in de buurt van agrarische bedrijven De afstand van een geurgevoelig object tot: • • •
omliggende agrarische bouwpercelen; op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen aanwezige boomteelt; gronden waarop in een periode van ten hoogste 24 maanden voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen boomteelt aanwezig was (gelet op de herplantmogelijkheden)
zal ten minste 50 m bedragen.
32
Artikel 13 Algemene gebruiksregels 13.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met de bestemmingen wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor en/of als: a. het (bedrijfsmatig) vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten en mest; b. het plaatsen van kampeermiddelen; c. het gebruik van gronden als volkstuin; d. het beoefenen van lawaaisporten; e. opslag voor de voorgevelrooilijn; f. detailhandel; g. verkooppunt voor motorbrandstoffen, al dan niet inclusief lpg, h. het gebruik van de gronden gronden en opstallen voor een seksinrichting; i. intensief militair gebruik; j. opslag en/of stalling van aan het gebruik onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen, anders dan in het kader van een normaal gebruik overeenkomstig het bestaand gebruik; k. permanente bewoning van bijbehorende bouwwerken; l. permanente bewoning van recreatiewoningen/verblijfsrecreatieve voorzieningen; m. huisvesting van arbeidsmigranten, anders dan bestaande huisvesting van arbeidsmigranten; n. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; o. geurgevoelig object, indien de afstand minder dan 50 m bedraagt tot: 1. omliggende agrarische bouwpercelen; 2. op het moment van wijziging van het gebruik aanwezige boomteelt boomgaarden; 3.
gronden waarop in een periode van ten hoogste 24 maanden voorafgaand aan de gebruikswijziging boomteelt aanwezig was (gelet op de herplantmogelijkheden); een en ander, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de gronden en behoudens indien het gebruik blijkens de regels is toegestaan. 13.2 Aan huis verbonden beroep In woningen en/of bijbehorende bouwwerken is het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep mag niet meer bedragen 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximale oppervlakte van 100 m²; b. degene die het aan huis verbonden beroep uitoefent, is tevens de bewoner van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de gebruik(st)er door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; c. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; d. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen.
33
13.3 Bed & breakfast In woningen en/of bijbehorende bouwwerken is het uitoefenen van een bed & breakfast toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. het gebruik mag niet leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; b. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; c. het vloeroppervlak ten behoeve van bed & breakfast niet meer dan 100 m2 bedraagt; d. het initiatief past binnen het Ontwikkelkader verblijfrecreatie en er een positief advies is van van de werkgroep Vrijetijdseconomie.
34
Artikel 14 Algemene aanduidingsregels 14.1 Cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden Ter plaatse van de aanduidingen in de navolgende tabel zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden welke zijn opgenomen in de navolgende tabel: Aanduiding
Landschaps- en natuurwaarden
overige zone beekdal
- Beekdalen zijn belangrijke structuurdragers van het landschap met (al dan niet rechtlijnige) beeklopen. - Doorgaans natte structuur, waardoor de beekdalen functioneren als ecologische verbindingszones. - Hoge natuurwaarde voor: Reulsberg en 't Ham; omgeving Kasteelpark Ter Horst (flora, amfibieën en vogels), en zone Groote Molenbeek. - Specifieke functie voor (strategische) waterberging. - Structuur- en gradiëntrijk landschap. Afwisseling van open, kleinschalige en besloten gebieden. - Grillige verkaveling tot blokvormige verkavelingen. - Bochtige wegen (onder invloed van het reliëf) en rechte wegen (blokvormige verkaveling). - Oude akkercomplexen met karakteristieke bolle vorm die gehandhaafd moeten blijven en openheid ten zuidoosten van Melderslo.
overige zone kampen
- Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, met name aan de randen van oude akkercomplexen. - Zichtlijnen over oude akkercomplexen. - Grote variatie in landschapselementen, zoals boscomplexen, bomenrijen, houtwallen- en singels en bomengroepen. - Houtwallen inzetten als raamwerk waarbinnen grondgebonden ontwikkelingen mogelijk zijn. - Door het structuur- en gradiëntrijke landschapstype herbergt het diverse natuurwaarden. - Geprojecteerde verbindingszone tussen Peel, Schadijksche Bosschen en Zuringspeel / Kronenbergerheide.
35
14.2 Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied 14.2.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' zijn de gronden tevens bestemd als extensiveringsgebied 14.3 Overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - onwikkelingsgebied glastuinbouw' te wijzigen ten behoeve van de nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven, met dien verstande dat: a. de nieuwvestiging niet is toegestaan op gronden die mede zijn bestemd als Waarde Zone goudgroene natuurzone of Waarde - Zone zilvergroene natuurzone; b. ten behoeve van de nieuwvestiging een bouwvlak wordt opgenomen waarbinnen de bebouwing dient te worden opgericht; c. de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 14 niet onevenredig worden aangetast; d. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie; e. voor het oprichten van een bedrijfswoning wordt voldaan aan de bepalingen genoemd in Agrarisch met waarden; f. de nieuwvestiging gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden; g.
de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; h. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in het gemeentelijk Kwaliteitsmenu. 14.4 Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol 14.4.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water. 14.4.2 Bouwregels Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden, zoals die door de Omgevingsverordening Limburg worden gesteld.
36
Artikel 15 Algemene afwijkingsregels 15.1 Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het plan ten behoeve van het vergroten van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, met uitzondering van oppervlakte- en inhoudmaten, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, voor zover hiervoor niet reeds op een andere wijze afwijking is verleend; b. teneinde de op de verbeelding ingetekende begrenzingen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, met maximaal 10 m te verschuiven; c. van de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. van de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; e. van de bestemmingsregels voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwtjes van openbaar nut, zoals telefooncellen, wachthuisjes, gasreduceerstations en schakelstations, mits de inhoud niet meer dan 50 m3 de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat-, bebouwings- en landschapsbeeld; 2.
de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 15.2 Saneringsregeling bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het plan ten behoeve van vervangende herbouw van bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning tot een grotere oppervlakte dan in het plan is toegestaan, met dien verstande dat: a. maximaal 1/3 van de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden teruggebouwd, voor zover legaal aanwezig op moment van aanvraag van de omgevingsvergunning, dan wel ten hoogste 5 jaar daarvóór legaal aanwezig is geweest; b. de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken na herbouw niet meer dan 600 m2 mag bedragen.
37
Artikel 16 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 16.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de hierna genoemde bestemmingen of aanduidingen de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren: Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden (*) Ter plaatste van de bestemming / aanduiding
a
Natuur
a
Waarde - Archeologie 2 (2)
a
Waarde - Archeologie 3 (3)
b
c
d
e
f
g
h
c
d
e
f
g
b
c
d
e
f
g
h
a
b
c
d
e
f
g
h
Waarde - Archeologie 6 (4)
a
b
c
d
e
f
g
h
Waarde - Zone zilvergroene natuurzone
a
b
c
d
e
f
g
h
overige zone - beekdal (1)
a
b
c
d
e
f
h g
overige zone - kampen (1-4) noten: zie artikel 16 lid 2, onder a. (*)
de onderstaande letters geven aan dat een omgevingsvergunning is vereist (activiteit onder voorwaarden mogelijk) De letters worden hierna verklaard: Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen
38
g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 16.2 Uitzonderingen vergunningplicht Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16 lid 1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. in de situaties genoemd in de tabel in artikel 16 lid 1 bij de volgende cijfers: 1. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 500 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; 2. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende bestemmingen(en); c. op de gronden gelegen binnen (agrarische) bouwvlakken dan wel binnen de bestemmingsvlakken van de bestemming Wonen voorzover binnen dit bestemmingsvlak geen bouwvlak is opgenomen, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beekdal'; d.
die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 16.3 Afwegingskader Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16 lid 1 alleen indien door de in artikel 16 lid 1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 16.4 Procedure a. De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16 lid 1 op of in gronden met de hierna genoemde bestemmingen legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad: 1. Waarde - Archeologie 2; 2. Waarde - Archeologie 3; 3. Waarde - Archeologie 4; 4.
Waarde - Archeologie 6; b. Voordat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16 lid 1 verleent, wordt bij de volgende bestemmingen en aanduidingen schriftelijk advies 39
ingewonnen bij het waterschap en wordt de Keur van het waterschap in acht genomen: 1. overige zone – beekdal.
40
Artikel 17 Algemene wijzigingsregels 17.1 Vergroten inhoud woning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van een (bedrijfs) woning, met dien verstande dat: a. er overtollige gebouwen binnen de gemeente Horst aan de Maas worden gesloopt; b. de woning met niet meer dan 1/3 van de oppervlakte of inhoud van de gesloopte oppervlakte/inhoud aan gebouwen mag worden uitgebreid; c. het bouwperceel een omvang van tenminste 1.500 m2 moet hebben; d. de aanvraag gaat vergezeld van een goedgekeurd inrichtingsplan voor het erf; e. de inhoud van de woning maximaal 1.300 m³ mag bedragen; f. in het wijzigingsplan wordt vastgelegd dat op de plek waar de bebouwing gesloopt wordt geen nieuwe gebouwen mogen worden gebouwd; g. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden. 17.2 Wijzigen aanduiding 'overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw' Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen, in die zin dat de aanduiding 'overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw' wordt verwijderd dan wel toegevoegd, met dien verstande dat: a. de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 14 niet onevenredig worden aangetast; b.
de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; c. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden. 17.3 Wijzigen in de bestemming Agrarisch met waarden Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bestemmingen te wijzigen in de bestemming Agrarisch met waarden zonder bouwvlak, met dien verstande dat na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 3 van overeenkomstige toepassing zijn. 17.4 Wijzigen ten behoeve van waterberging Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bestemmingen te wijzigen in de bestemming Water, met dien verstande dat: a. de noodzaak tot realisatie van waterbergingsgebieden voor opvang van stedelijk waterbergingstekort is aangetoond; b. overeenstemming met de eigenaar/eigenaren van de gronden is bereikt; c. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden. d. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 20 van het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas van overeenkomstige toepassing zijn.
17.5 Verschuiven bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het verschuiven van de bestemmingsgrenzen met maximaal 15 m, met dien verstande dat: 41
a. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing en de belangen van derden niet onevenredige worden geschaad; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in de omgeving aanwezige architectonische, cultuurhistorische-, landschappelijke- of natuurwaarden; c. de belangen van de betreffende bestemming(en) niet onevenredige worden aangetast.
42
Artikel 18 Overige regels 18.1 Prioriteit van de dubbelbestemmingen a. Waar een enkelbestemming uit dit plan samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; b. Waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de regels van de bestemming 'Waarde - Zone zilvergroene natuurzone'; 2. in de tweede plaats de regels van de bestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' 'Waarde - Archeologie - 3' en 'Waarde - Archeologie - 6'. 18.2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden 18.2.1 Parkeerregels 18.2.1.1 Algemene parkeerregels Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde parkeernormen. 18.2.1.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 18.2.1.3 Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de Nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 18.2.1.4 Specifieke gebruiksregels Ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik. 18.2.2 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 16 lid 2 indien het voldoen aan die bepalingen: a. op overwegende bezwaren stuit; b. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 18.2.3 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met de bestemmingen wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van ruimte(n) voor het bepaalde artikel 18 lid 2 anders dan voor parkeren 43
en/of laden en lossen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimten krachtens deze regels nodig is.
44
hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 19 Overgangsrecht 19.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10 %. c. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 19.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. e. Het bepaalde in sub a is eveneens niet van toepassing op het voortzetten van de rundveehouderij.
45
Artikel 20 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Stationsstraat 140, Hegelsom.
46