08c Uitgangspuntennotitie arbeidsmigratie toekomst in balans
Tekst van het document
GEMEENTE HORST AAN DE MAAS
UITGANGSPUNTENNOTITIE ARBEIDSMIGRATIE: TOEKOMST IN BALANS APRIL 2025
Visie en ambitie: naar een toekomstbestendige balans De gemeente Horst aan de Maas heeft de ambitie om het beter te regelen. Zodat arbeidsmigranten fatsoenlijk kunnen wonen en werken, omwonenden in een fijne en veilige leefomgeving kunnen wonen, en (lokale) ondernemers kunnen ondernemen. Om dat te realiseren komen we in deze uitgangspuntennotitie met een set afspraken die de balans zoekt tussen deze belangen, met als doel een grotere maatschappelijke impact te realiseren. Deze noodzaak komt voort uit de veranderende maatschappelijke dynamiek en de groeiende aanwezigheid van arbeidsmigranten in de regio. We kiezen bewust voor een evenwichtige benadering van het vraagstuk rond arbeidsmigratie. We verruimen op onderdelen waar meer ruimte wenselijk en verantwoord is, en stellen grenzen waar de druk op leefbaarheid, veiligheid of draagvlak te groot wordt. Daarbij staat centraal dat we zorgvuldig de belangen van drie groepen in overweging hebben genomen: arbeidsmigranten, omwonenden en ondernemers. Voor arbeidsmigranten zetten we stappen richting meer bescherming, betere integratie en ontwikkelingskansen. Door het verplicht stellen van SNF+-gecertificeerde huisvesting waar hogere kwaliteitsnormen gelden, en het reserveren van uitvallersbedden voor noodgevallen, werken we aan betere huisvesting. Via het Meedoenplan stimuleren we bovendien actieve deelname aan de samenleving.
Daarbij is er expliciete aandacht voor integratie, taalverwerving en talentontwikkeling – zodat arbeidsmigranten niet alleen tijdelijk werk verrichten, maar ook perspectief kunnen opbouwen.
Voor omwonenden maken we duidelijke keuzes om overlast te beperken en sociale samenhang in wijken en kernen te versterken. Zo beperken we de mogelijkheid om short-stay arbeidsmigranten in dorpskernen te huisvesten, om de leefbaarheid te waarborgen. Ook stellen we strengere voorwaarden aan nieuwe huisvesting. Kwalitatief, denk aan extra recreatievoorzieningen en privacy en kwantitatief, denk aan het tegengaan van ongewenste cumulatie. De verplichte omgevingsdialoog zorgt dat omwonenden vroegtijdig betrokken worden, en dat hun zorgen en ideeën worden meegenomen in het afwegingsproces. Tegelijkertijd geven we nadrukkelijk de voorkeur aan kleinschalige en goed gespreide voorzieningen, passend bij de schaal van onze kernen. Voor ondernemers bieden we ruimte waar dat bijdraagt aan kwaliteit en lokaal eigenaarschap. Door het mogelijk maken van hergebruik van bestaande seizoenshuisvesting – ook buiten de agrarische sector – vergroten we de flexibiliteit. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid van het oprekken van de maximale vergunningstermijn voor tijdelijke huisvesting naar 15 jaar, zodat investeringen rendabel(er) kunnen worden gemaakt. Wel geldt daarbij een duidelijke ‘nee, tenzij’benadering: alleen plannen die bijdragen aan kwaliteit, integratie en draagvlak komen in aanmerking.
Daarmee geven we meer ruimte aan initiatieven van lokale ondernemers in plaats van grootschalige huisvesters zonder binding met onze gemeenschap. Zo bouwen we stapsgewijs aan een toekomstbestendige balans, waarin ruimte wordt geboden aan wie wil bijdragen, maar waarin ook grenzen worden gesteld ter bescherming van wat waardevol is.
Totstandkoming en onderbouwing Als voorloper op het herziene beleid is deze uitgangspuntennotitie opgesteld vanuit vier referentiekaders. In mei en juni 2024 vonden er bijeenkomsten plaats met arbeidsmigranten, waarbij thema’s als integratie, taal en de MYinfoNLapp werden besproken. Ook werd er in september 2024 informatie opgehaald bij interne medewerkers met expertise en ervaring rondom het thema arbeidsmigratie. Vervolgens vond er op 29 oktober 2024 een uitgebreide sessie plaats met de gemeenteraad, waarbij belangrijke standpunten en perspectieven werden opgehaald. Op 18 november 2024 werd een brede participatiebijeenkomst georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst brachten verschillende belanghebbenden — zoals huisvesters, werkgevers, brancheorganisaties, omwonenden, dorpsraden, uitzenders, belangengroepen en welzijnsorganisaties — hun perspectieven in. Tot slot vond er op 11 februari 2025 een tweede verdiepende raadsessie plaats. Tijdens deze bijeenkomst ging de raad opnieuw in gesprek over onderwerpen waarover nog geen consensus was bereikt, zodat de uitgangspunten verder aangescherpt konden worden. Deze input is geanalyseerd en gecategoriseerd onder verschillende thema's.
Vervolgens is de opgehaalde input vergeleken met het laatst gepubliceerde beleid van gemeente Horst aan de Maas anno 2019 en recentelijk gepubliceerde beleidsstukken van gemeente Venlo, Venray, Peel & Maas, Eindhoven en Rotterdam. Daarnaast is gekeken naar de integrale aanpak van Provincie Limburg ’25-’27 en de rapporten van de commissie-Roemer, Geen tweederangsburgers. Deze (beleids)stukken hebben gediend als referentiekader en inspiratiebron.
De verzamelde informatie, input en meningen zijn zorgvuldig geanalyseerd en samengevat onder vier thema's: · Thema Wonen: Huisvestingsvraagstukken en vergunningen · Thema Sociaal Maatschappelijk: Integratie, zorg en welzijn en verbinding met de samenleving · Thema Veiligheid: Fysieke en sociale veiligheid · Thema Ontwikkelingen arbeidsmarkt en effecten bedrijfsactiviteiten Voordat bovenstaande thema’s behandeld worden, start deze notitie met een hoofdstuk waarin we aandacht besteden aan termen die regelmatig terugkomen in deze uitgangspunten. Dit wordt vervolgd met een hoofdstuk waarin onderwerpen zijn opgenomen die gelieerd zijn aan het arbeidsmigrantenbeleid, maar niet één op één onder dit beleid vallen. Deze onderwerpen passen binnen andere beleidsstukken, maar worden hier toch genoemd vanwege hun aanverwante karakter.
Termen
Internationale werknemers: Arbeidsmigranten en kenniswerkers
Een internationale werknemer is iemand van 18 jaar of ouder die zijn of haar land verlaat, vaak voor een beperkte duur om elders (beter betaald) werk te verrichten. We erkennen twee groepen internationale werknemers; kenniswerkers en arbeidsmigranten. Een kenniswerker is een internationale werknemer met een bruto jaarinkomen van meer dan 130% van het wettelijk minimumloon. Een arbeidsmigrant is een internationale werknemer niet zijnde een kenniswerker. Meedoenplan Arbeidsmigranten (MPA)
Het Meedoenplan beoogt dat initiatiefnemers voor nieuwe huisvesting van arbeidsmigranten een plan aanleveren waarin zij laten zien dat ze verantwoordelijkheid nemen voor de maatschappelijke en sociale uitdagingen die het huisvesten van arbeidsmigranten met zich meebrengt. Met 'Meedoen' bedoelen we dat arbeidsmigranten minimaal goed geïnformeerd worden over de mogelijkheden op het gebied van (taal)onderwijs, belastingdienst, regelgeving, zorg, verkeer, drank, drugs, rechten en plichten, aanmelden bij verenigingen, normen en waarden, etc. Ook wordt in het plan aandacht besteed aan zaken als de bereikbaarheid en het vervoer van en naar voorzieningen zoals bijvoorbeeld supermarkt, huisarts of tandarts. Daarnaast is goed contact met de buurt belangrijk. Initiatiefnemers wordt daarom gevraagd zich hiervoor in te spannen.
Short-stay arbeidsmigrant
Arbeidsmigranten die (nog) niet de intentie hebben om voor een langere tijd te blijven, of zich hier te vestigen. Deze groep heeft behoefte aan tijdelijke woonvoorzieningen en kan niet terugvallen op de reguliere woningmarkt. Long-stay arbeidsmigrant
Dit zijn arbeidsmigranten die de intentie hebben om zich langdurig in Nederland te vestigen en te integreren in de Nederlandse samenleving. Voor deze groep is er een grotere behoefte aan kwalitatieve huisvesting, privacy en taalonderwijs. Volgens de regels van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) met betrekking tot duurzaam verblijf, heeft iemand na 5 jaar dezelfde rechten opgebouwd als Nederlanders. Daarom wordt een long stay arbeidsmigrant die minimaal 5 jaar staat ingeschreven in de BRP als reguliere inwoner beschouwd (en niet meer als arbeidsmigrant). Grootschalige short-stay locatie
Een grootschalige short stay locatie wordt gedefinieerd als een huisvestingslocatie met een capaciteit van ten minste 100 bedden. Dit type locatie is bedoeld voor tijdelijke huisvesting.
Termen Ruimtelijk ongewenste cumulatie
Duurzaam gemeenschappelijk huishouden
In verschillende gebieden in onze gemeente wonen veel arbeidsmigranten. Daarbij gaat het zowel om kleinschalige als grootschalige locaties. We zien dat in sommige buurten en straten de leefbaarheid onder druk staat doordat het aantal vergunde bedden niet in balans is met hetgeen de omgeving kan dragen. In die gebieden is dan ook sprake van ongewenste cumulatie. Bij nieuwe verzoeken wordt nu al getoetst of sprake is van ongewenste cumulatie. Daarbij wordt gekeken naar verkeersbewegingen, routes naar kernen, de aanwezigheid van voldoende recreatieve voorzieningen, bebouwingsdichtheid en drukte op de open ruimte. Er is sprake van ongewenste cumulatie indien deze verschillende factoren niet in balans zijn. Daarnaast onderzoeken we of we kunnen komen tot een afstandsnorm en een maximaal aantal te huisvesten arbeidsmigranten binnen die afstand.
Een huishouden dat voldoet aan de volgende kenmerken: de bewoners zijn van plan om langdurig samen te blijven wonen (duurzaamheid); er is sprake van wederzijdse zorg; het huishouden is in een periode van één jaar niet van samenstelling veranderd, tenzij de veranderingen naar algemene maatstaven binnen een duurzaam gemeenschappelijk huishouden passen; de ruimtes zijn gemeenschappelijk; er is een gezamenlijk huurcontract, waarin de namen van alle huurders vermeld staan, waarbij sprake is van een liefdesrelatie al dan niet met kinderen.
Uitvaller
Een arbeidsmigrant die tijdelijk geen onderdak heeft door omstandigheden zoals verlies van werk, beëindiging van een huurcontract, persoonlijke of medische problemen, of andere acute situaties die leiden tot een urgente behoefte aan tijdelijke opvang.
1. Verbinding met breder maatschappelijk kader 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Economisch beleid en demografische ontwikkelingen Samenwerking als sleutel tot effectieve aanpak arbeidsmigratie ‘Nee, tenzij’ bij de nieuwvestiging van huisvestingslocaties Sterker inzetten op gesprekken met ondernemers en huisvesters Niet-ingezetenenbelasting Meer verantwoordelijkheid werkgevers en huisvesters Robotisering en automatisering voorlopig geen oplossing
1.1 Economisch beleid en demografische ontwikkelingen Door demografische ontwikkelingen zullen er in de toekomst arbeidsmigranten nodig blijven in Horst aan de Maas. Daarnaast zijn economische keuzes van invloed op het aantal arbeidsmigranten dat hier zal verblijven. Welke keuzes je hierin ook maakt, voor de arbeidsmigranten die er zijn willen en moeten we het beter regelen. Daarover gaat deze uitgangspuntennotitie. Wel spreken we uit dat het van belang is dat economische activiteiten die worden aangetrokken niet automatisch leiden tot een verdere toename van de behoefte aan arbeidsmigranten. Bij de mogelijke vestiging van nieuwe bedrijven moet duidelijk worden welke personeelsbehoefte zij hebben, welke rol arbeidsmigranten daarin spelen en wat de maatschappelijke effecten hiervan zijn. De handreiking Effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid biedt gemeenten concrete ondersteuning om tijdig en adequaat te anticiperen op de huisvestingsvraag die samenhangt met grootschalige bedrijfsvestigingen.
1.2 Samenwerking als sleutel tot effectieve aanpak arbeidsmigratie Om effectief in te spelen op de uitdagingen rond arbeidsmigratie, is het versterken van de samenwerking tussen politie, gemeente, maatschappelijke organisaties, huisvesters en ondernemers essentieel. Een geïntegreerde aanpak maakt betere afstemming mogelijk, zorgt voor een snellere respons bij problemen en biedt een meer holistische benadering van de positie van arbeidsmigranten.
Gezamenlijk optreden met ketenpartners (zoals de Arbeidsinspectie, Belastingdienst, UWV, SVB en private toezichthouders zoals SNCU en SNF) biedt meer inzicht in de aard en omvang van de problematiek. We combineren hierbij lokale kennis met de expertise van andere betrokken partijen. Door informatie te delen, gezamenlijke controles uit te voeren en interventies goed op elkaar af te stemmen, kan effectiever worden opgetreden tegen misstanden. Waar wet- en regelgeving knelt, aarzelen we niet om richting het Rijk te lobbyen.
1.3 'Nee, tenzij’ bij de nieuwvestiging van huisvestingslocaties Om meer grip te krijgen op de huisvesting van arbeidsmigranten is eind 2023 de ruimtelijke grondhouding bij nieuwvestiging van huisvestingslocaties veranderd van ‘ja, mits’ naar ‘nee, tenzij'. Deze ‘nee, tenzij’ grondhouding willen we nadrukkelijk vertalen in beleid en regelgeving. Dit betekent dat verzoeken voor nieuwvestiging van huisvestingslocaties in de basis niet binnen de ruimtelijke regels passend zijn. Om mogelijkheden te bieden aan goede en kwalitatieve plannen, zijn dergelijke plannen onder voorwaarden toch mogelijk (tenzij). Het verlenen van de toestemming voor nieuwvestiging is daarbij altijd maatwerk. We denken dat we door het uitvoeren van de zaken die voortkomen uit de ‘nee, tenzij’ houding voldoende grip kunnen houden op een juiste balans van het aantal huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten in onze gemeenschappen.
Bij de uitvoering van de ‘nee, tenzij’ houding houden we rekening met ruimtelijk ongewenste cumulatie. In sommige gebieden binnen de gemeente wonen relatief veel arbeidsmigranten, wat de leefbaarheid onder druk zet. Er is sprake van ongewenste ruimtelijke cumulatie wanneer het aantal vergunde bedden niet past bij wat de omgeving aankan. Bij nieuwe aanvragen wordt daarom getoetst op factoren zoals: het totaal aantal vergunde bedden, verkeersbewegingen en routes, nabijheid van (recreatieve) voorzieningen, bebouwingsdichtheid en druk op de open ruimte. Als deze factoren niet in balans zijn, wordt de aanvraag afgewezen vanwege ongewenste cumulatie.
1.5 Niet-ingezetenenbelasting
1.4 Sterker inzetten op gesprekken met ondernemers en huisvesters
1.6 Meer verantwoordelijkheid werkgevers en huisvesters
Het gesprek met de initiatiefnemer vormt een doorlopend en essentieel onderdeel van de afweging of huisvesting wordt toegestaan. Door voorafgaand aan formele vergunningsaanvragen het gesprek aan te gaan met de initiatiefnemer krijgen we nader inzicht in de bedrijfsvoering van een ondernemer en de beweegredenen en noodzaak om arbeidsmigranten te huisvesten. Bij dat gesprek wordt onder meer gebruik gemaakt van de effectrapportage (nieuwe) bedrijvigheid van de VNG, waar wij als pilotgemeente aan bij hebben gedragen. In de gesprekken komen ook ervaringen uit het verleden aan bod, van zowel de ondernemer, gemeente, als signalen uit de buurt, vanuit handhaving, het sociaal domein, wonen en veiligheid. Dit gesprek wordt een standaard onderdeel bij vergunningaanvragen.
Het is essentieel dat werkgevers en huisvesters actief hun verantwoordelijkheid nemen in het creëren van goede werkomstandigheden, fatsoenlijke en veilige huisvesting, talentontwikkeling, welzijn en succesvolle integratie van arbeidsmigranten. Verder verwachten we dat ze een actievere rol gaan pakken in onder andere informatievoorziening en taalonderwijs om daarmee integratie te bevorderen, en regelmatig gesprekken voeren met omwonenden om te horen wat er speelt en wederzijds begrip te creëren. Alleen door samen verantwoordelijkheid te nemen en in te zetten op wederzijds begrip, bouwen we aan een gemeenschap waarin iedereen zich thuis kan voelen. We motiveren werkgevers om deze rol op te pakken door het Meedoenplan in te zetten als middel om samenwerking, betrokkenheid en gerichte actie te stimuleren.
We willen dat de rekening voor de maatschappelijke kosten die arbeidsmigratie met zich meebrengt op de juiste plek komt te liggen. Daarom onderzoeken we de mogelijkheid om een nietingezetenenbelasting in te voeren, of om de op dit moment geldende toeristenbelasting (daar waar het huisvesting arbeidsmigranten betreft) te verruimen. Hiermee beogen we een eerlijke bijdrage te vragen van partijen die hiervan profiteren, zodat de extra kosten die de gemeente maakt – bijvoorbeeld op het gebied van toezicht, openbare ruimte en voorzieningen – beter kunnen worden gedekt.
1.7 Robotisering en voorlopig geen oplossing
automatisering
In 2019 verwachtten we dat technologische vooruitgang op korte termijn zou leiden tot een lagere vraag naar arbeidsmigranten. Die verwachting blijft bestaan voor de lange termijn: robotisering en automatisering zullen naar verwachting het aantal benodigde arbeidsmigranten verminderen. Op korte termijn, echter, wordt dit nog niet als een haalbaar alternatief gezien. De hoge kosten, complexe implementatie en bijbehorende foutgevoeligheid maken dat succesvolle invoering vaak veel tijd vergt.
2. Wonen: Huisvestingsvraagstukken en vergunningen 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12
Arbeidsmigranten hebben recht op een goed woon- en leefklimaat Minder short-stay arbeidsmigranten in de kernen Long-stay arbeidsmigranten maken gebruik van reguliere woningvoorraad Maximale termijn tijdelijke vergunningen Hergebruik van seizoenshuisvesting Toestaan huisvesten arbeidsmigranten in en voor recreatiesector Voorkeur voor kleinschaligere huisvesting Spreiding van woonvoorzieningen Woningdeling voor alle doelgroepen mogelijk Uitvallersbedden verplicht Certificering SNF+ Voorlichting en belang van omwonenden
2.1 Arbeidsmigranten hebben recht op een goed woon- en leefklimaat
2.2 Minder short-stay arbeidsmigranten in de kernen
We streven naar goede kwaliteit van huisvesting voor arbeidsmigranten. Dat betekent dat er sprake dient te zijn van een goed woon- en leefklimaat, waar vanuit de omgevingswet aan wordt getoetst door middel van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Tijdelijke bouwwerken dienen daarbij te voldoen aan de regels als vastgesteld in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Ook ruimtelijk bezien streven we naar een goed woon- en leefklimaat voor de arbeidsmigrant. De huisvesting van arbeidsmigranten mag daarbij geen belemmerende werking hebben op de omgeving. We sluiten hierbij zoveel mogelijk aan bij de jurisprudentie over het onderscheid tussen logies en wonen.
Om scheefgroei en overlast in woonwijken te voorkomen, werken we toe naar minder short stay arbeidsmigranten in de kernen. Op dit moment is huisvesting voor maximaal vier arbeidsmigranten onder bepaalde voorwaarden mogelijk zonder omgevingsvergunning. In de toekomst willen we ten aanzien van het toestaan van woningdeling geen onderscheid meer maken tussen arbeidsmigranten en overige inwoners. In het volkshuisvestingprogramma werken we aan een voorstel om dit nog verder te beperken.
Niet alleen arbeidsmigranten, maar ook reguliere inwoners hebben recht op een goed woon- en leefklimaat. Daarom houden we bij nieuwe huisvestingsverzoeken nadrukkelijk rekening met mogelijke ongewenste cumulatie.
2.3 Long-stay arbeidsmigranten maken gebruik van reguliere woningvoorraad Long-stay arbeidsmigranten en arbeidsmigranten met een duurzaam gemeenschappelijk huishouden met kinderen (ook short-stay) horen thuis in de kernen in reguliere woningen met integratie bevorderende voorzieningen. De effecten hiervan nemen we mee in het volkshuisvestingprogramma.
2.4 Maximale termijn tijdelijke vergunningen
De huidige regelgeving maakt het niet mogelijk het aantal vergunde bedden van agrariërs te hergebruiken voor andere sectoren dan de agrarische sector. We streven ernaar om bestaande huisvestingslocaties – wanneer deze tijdelijk niet in gebruik zijn – beschikbaar te stellen voor andere sectoren die tijdens drukke periodes of bij personeelstekorten behoefte hebben aan arbeidsmigranten. Doel is om leegstand beter te benutten in plaats van extra plekken toe te voegen. We werken uit onder welke voorwaarden dit mogelijk is.
Om de gewenste kwaliteit van huisvesting aan te bieden onderzoeken we de mogelijkheid van het oprekken van de maximale (tijdelijke) vergunningstermijn van 10 jaar naar 15 jaar. Dit kan namelijk bijdragen aan de vraag van ondernemers om investeringen rendabel te maken, én aan betere woon- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten. 15 jaar is wettelijk gezien de maximale termijn hoe lang een tijdelijk bouwwerk mag blijven staan (Besluit bouwwerken leefomgeving). Daarbij geldt als basisregel dat tijdelijke bouwwerken moeten voldoen aan de (bouw)regels van bestaande bouw. Blijven bouwwerken na die termijn staan, dan gelden de nieuwbouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving.
2.6 Toestaan huisvesten arbeidsmigranten in en voor recreatiesector
Wettelijk gezien worden er verschillende (milieu)eisen gesteld aan de verschillende termijnen van instandhouding. Zo is een gebouw met een maximale instandhoudingstermijn van 10 jaar geen geluidgevoelig gebouw. Blijft een gebouw langer in stand dan 10 jaar, dan is een gebouw wel geluidgevoelig. We maken de consequenties van deze keuze inzichtelijk en maken op basis daarvan een heldere keuze voor de maximale termijn.
We willen het huisvesten van arbeidsmigranten in de recreatiesector toestaan onder strikte voorwaarden en alleen voor de eigen bedrijfsvoering. De beoogde voorwaarden voor het toestaan van huisvesting omvatten onder meer het kunnen overeenkomen van een contract, het aantonen van de noodzaak en een duidelijke ruimtelijke scheiding tussen de huisvesting en het reguliere gebruik als recreatieterrein.
2.5 Hergebruik van seizoenshuisvesting
Huisvesting in deze sector is op dit moment echter niet mogelijk binnen de provinciale regels. We gaan daarom met de provincie in overleg om te onderzoeken wat binnen de bestaande kaders wél mogelijk is.
We streven ernaar om onze huidige huisvestingslocaties zo efficiënt mogelijk te benutten. Als we bestaande locaties beter gebruiken, verkleinen we de noodzaak om nieuwe locaties toe te voegen.
2.7 Voorkeur voor kleinschaligere huisvesting
2.8 Spreiding van woonvoorzieningen
We geven de voorkeur aan kleinschalige huisvestingslocaties en willen geen grootschalige (van ten minste 100 vergunde bedden) huisvestingslocaties meer toevoegen. Deze keuze maken we nadrukkelijk om lokale ondernemers ruimte te bieden en de kans te verkleinen dat (externe) investeerders een dominante positie innemen. Mocht een kleinschalige huisvestingslocatie (idealiter zo dicht mogelijk bij de werkgever) niet tot de mogelijkheden behoren, dan zijn short-stay locaties van maximaal 100 bedden wenselijk. Deze locaties mogen bestaan onder strikte voorwaarden, zoals een beheerplan, het Meedoenplan en draagvlak in de buurt. Het is verder belangrijk om rekening te houden met vervoersroutes, naar werk en de kernen waar werknemers naartoe trekken voor recreatie, boodschappen etc. In alle gevallen zijn goed beheer en duidelijke organisatie essentieel.
Spreiding van short-stay woonvoorzieningen is essentieel om overlast te beperken en een evenwichtige verdeling over de kernen te waarborgen. Dit bevordert bereikbaarheid van werk, zorgt voor veilige en efficiënte vervoersroutes (om overlast te voorkomen) en voorkomt ongewenste cumulatie. Om te voorkomen dat de leefbaarheid onder druk komt te staan, toetsen we nieuwe aanvragen aan een aantal criteria: het totaal aantal vergunde bedden binnen een nader te bepalen afstand, verkeersbewegingen en routes naar kernen en voorzieningen, de beschikbaarheid van (recreatieve) voorzieningen in de nabijheid, en de bebouwingsdichtheid in combinatie met de druk op de open ruimte.
Conform de eerder beschreven uitgangspunten is het belangrijk dat ongewenste ruimtelijke cumulatie wordt voorkomen. Bij nieuwe aanvragen wordt daarom getoetst op factoren zoals het aantal vergunde bedden in de omgeving, verkeersbewegingen, nabijheid van voorzieningen en de druk op de open ruimte. Alleen bij een goede balans tussen deze factoren is huisvesting mogelijk toegestaan.
Op dit moment is geen vergunning vereist voor het huisvesten van maximaal 4 arbeidsmigranten die een gemeenschappelijk duurzaam huishouden vormen in woningen in de kernen. Woningdeling is uitsluitend toegestaan voor arbeidsmigranten, terwijl deze mogelijkheid voor andere doelgroepen niet bestaat. Dit wordt nu herzien om een eerlijker en meer inclusief huisvestingsbeleid te realiseren. In de toekomst willen we ten aanzien van het toestaan van woningdeling geen onderscheid meer maken tussen arbeidsmigranten en overige inwoners. Wij onderzoeken de mogelijkheden om woningdelen tot 2 personen mogelijk te maken. In het volkshuisvestingsprogramma wordt dit verder uitgewerkt.
2.9 Woningdeling voor alle doelgroepen mogelijk
2.10 Uitvallersbedden verplicht
2.12 Voorlichting en belang van omwonenden
Huisvesters dienen verplicht uitvallersbedden beschikbaar te houden voor personen die tijdelijke (nood)opvang nodig hebben, zodat zij een slaapplaats hebben totdat passende ondersteuning geregeld is. We streven naar 1% van de vergunde bedden, waarbij naar boven wordt afgerond en er een minimum wordt aangehouden van ten minste 1 bed per huisvestingslocatie. De regie ligt bij externe partijen, waardoor niet de huisvester maar derden bepalen of en wanneer gebruik kan worden gemaakt van de bedden. Onder ‘uitvaller’ verstaan we ‘een arbeidsmigrant die tijdelijk geen onderdak heeft door omstandigheden zoals verlies van werk, beëindiging van een huurcontract, persoonlijke of medische problemen, of andere acute situaties die leiden tot een urgente behoefte aan tijdelijke opvang.’ Deze verplichting maken we onderdeel van de vergunningsvoorschriften.
Goed contact tussen werkgevers en omwonenden is van belang, zodat omwonenden zich meer betrokken voelen en beter geïnformeerd zijn over de plannen van werkgevers. Een verplichte omgevingsdialoog bij vergunningsaanvragen kan bijdragen aan meer begrip en minder weerstand. Ook is het belangrijk dat beheerders van huisvestingslocaties zichtbaar en bereikbaar zijn.
2.11 Certificering SNF+ Huisvesting voor arbeidsmigranten moet gecertificeerd zijn en voldoen aan strikte kwaliteitsnormen. Dit biedt de garantie dat de huisvesting niet alleen veilig en duurzaam is, maar ook voldoet aan de noodzakelijke leefstandaarden voor bewoners. Om te zorgen voor een hoger niveau van bescherming voor arbeidsmigranten, hanteren we bij nieuwe aanvragen bovenop de SNF-norm minimaal 15 m² leefruimte per persoon en slaapkamers voor één persoon, met uitzondering voor koppels; hier zijn tweepersoonskamers wel toegestaan. We onderzoeken of er normen opgelegd kunnen worden ten aanzien van het aanbieden van recreatiemogelijkheden.
Dergelijke vormen van afstemming en betrokkenheid dragen bij aan de sociale samenhang in een wijk of buurt. Een gemeenschap waarin mensen elkaar kennen en met elkaar in gesprek zijn, biedt meer zekerheid en voorspelbaarheid in het dagelijks leven. Dit versterkt niet alleen het onderlinge vertrouwen, maar ook het gevoel van veiligheid. Zowel de daadwerkelijke veiligheid als de beleving ervan hebben immers baat bij een hechte sociale structuur. We nemen waar mogelijk strakkere eisen op ten aanzien van de omgevingsdialoog en de afspraken die daarin worden gemaakt.
3. Veiligheid: Fysieke en sociale veiligheid 3.1 3.2 3.3
Aanpak ondermijning en misstanden Nog meer grip op registratie van arbeidsmigranten Fysieke veiligheid
3.1 Aanpak ondermijning en misstanden Omdat we streven naar goede en verantwoorde huisvesting voor arbeidsmigranten, zetten we juist stevig in op (preventief) toezicht op huisvestingslocaties. Dit doen we door middel van zichtbare controles die gericht zijn op het voorkomen van overlast, ongewenste onderverhuur en malafide praktijken. Een goede samenwerking tussen de politie en het gemeentelijk toezicht- en handhavingsteam is daarbij van cruciaal belang. Toezicht op de naleving van voorschriften uit omgevings- en exploitatievergunningen speelt hierin een belangrijke rol. Zo treden we strenger op tegen malafide huisvesters, die stevig aangepakt mogen worden om misstanden en illegale praktijken te voorkomen. Denk hierbij aan intensieve controles op overbewoning en illegale activiteiten, inclusief preventieve en onaangekondigde inspecties. Het recht op een vergunning moet je immers verdienen en behouden. De gemeente beschikt over diverse juridische instrumenten – zoals de Omgevingswet, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), de Wet goed verhuurderschap en de Wet Bibob – om effectief op te treden bij ongewenste situaties in de huisvesting van arbeidsmigranten. We onderzoeken bovendien of bestaande instrumenten verder aangescherpt of uitgebreid moeten worden om nog beter grip te krijgen op de situatie.
Daarnaast zetten we in op het voortzetten van integrale controles. Een gezamenlijke aanpak is daarbij essentieel: brandveiligheid, openbare orde en veiligheid (OOV), bouwregelgeving, het feitelijk gebruik van de locatie en controle op inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) worden hierbij in samenhang beoordeeld. In het kader van de aanpak van ondermijnende criminaliteit is in 2021 het interventieteam ACT! opgericht in Noord-Limburg. Dit team richt zich op het signaleren en bestrijden van ondermijnende criminaliteit, zoals mensenhandel en arbeidsuitbuiting. Bij concrete signalen van uitbuiting kan ACT! worden ingezet. Een goede afstemming tussen het interventieteam en het gemeentelijk team is daarbij essentieel. Tot slot is samenwerking met regionale gemeenten en ketenpartners onmisbaar. Alleen door gezamenlijke inzet kunnen we voorkomen dat problemen zich verplaatsen en een waterbedeffect ontstaat.
3.2 Nog meer grip op registratie van arbeidsmigranten Met het dashboard en de pilot RNI weten we al veel, maar het kan altijd beter. We willen als gemeente nog beter zicht krijgen op het aantal arbeidsmigranten dat hier woont en werkt. Een goede registratie is namelijk essentieel om misstanden, overlast en problemen rondom overvolle huurwoningen en parkeerdruk effectief aan te pakken. Daarnaast is het voor hulpdiensten zoals de brandweer en politie van groot belang om inzicht te hebben in de verblijfslocaties en aantallen arbeidsmigranten, om de veiligheid en handhaving te waarborgen. We zetten daarom in op een betere registratie via de Basisregistratie Personen (BRP) en een goede verbinding met de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI), om daarmee adresgegevens te verkrijgen. Inschrijving in de BRP of RNI is al een wettelijke verplichting voor arbeidsmigranten, en deze verantwoordelijkheid ligt bij henzelf. Tegelijkertijd is duidelijk dat aanvullende ondersteuning en sturing nodig zijn om naleving te bevorderen. We gaan heldere afspraken maken met werkgevers en huisvesters over het actief stimuleren van inschrijving. Daarbij onderzoeken we de invoering van een digitaal nachtregister, dat kan bijdragen aan het verkrijgen van beter inzicht in wie er daadwerkelijk in de gemeente verblijft. Ook wordt gewerkt aan nieuwe landelijke regelgeving.
De minister wil een zorgplicht introduceren voor uitleners van arbeidskrachten. Deze houdt onder andere een bevorderings-, vergewis- en optionele meldplicht in. Uitleners blijven verplicht om arbeidsmigranten te ondersteunen bij inschrijving en te controleren of deze daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Hij wil deze maatregel opnemen in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Tot slot besteden we aandacht aan goede communicatie over het belang en de verplichtingen van in- en uitschrijving in de BRP of RNI, zowel bij aankomst als bij vertrek. Door te zorgen voor betere monitoring en inzicht in de verblijfssituatie en intenties van arbeidsmigranten, kunnen we gerichter beleid voeren en bijdragen aan een veilige, leefbare en goed georganiseerde gemeente. Door gegevens uit meerdere bronnen en gemeentelijke afdelingen samen te brengen en te analyseren, ontstaat er een completer en actueler beeld van de situatie. Om beleidskeuzes goed te onderbouwen, is het immers essentieel dat besluiten worden genomen op basis van actuele en betrouwbare data. Daarom wordt actief ingezet op het verzamelen van meer relevante gegevens. Dit zorgt ervoor dat duidelijk is waarover wordt gesproken en dit biedt concrete inzichten die bijdragen aan effectief en doelgericht beleid.
3.3 Fysieke veiligheid Met een risicogerichte benadering maken wij bij nieuwe ontwikkelingen, zoals nieuwe huisvestingsinitiatieven, de gevolgen voor de fysieke veiligheid inzichtelijk, zodat er een afgewogen besluit genomen kan worden. Hierbij werken wij met de volgende kernwaarden en ontwerpprincipes (geadviseerd door de Veiligheidsregio): 1. De kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door (fysieke) veiligheid 2. Samen werken aan een veilige fysieke leefomgeving 3. De leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor veiligheid: a. Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid b. Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid c. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming d. Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten. e. De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk. f. Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg 4. Mensen zijn bekend met risico's en weten hoe te handelen.
4. Sociaal Maatschappelijk: Integratie, zorg en welzijn, verbinding met de samenleving 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Verschil in benadering short- en long-stay arbeidsmigranten Taalonderwijs als sleutel tot integratie Talentontwikkeling en loopbaanbegeleiding Het eerlijke verhaal vertellen Fysieke loketten voor arbeidsmigranten in Noord-Limburg Regionale samenwerking en afstemming Zorg voor arbeidsmigranten Begeleiding naar huis of werk voor dakloze arbeidsmigranten
4.1 Verschil in benadering short- en longstay arbeidsmigranten Er wordt onderscheid gemaakt in de benadering van short-stay en long-stay arbeidsmigranten. Voor short-stay arbeidsmigranten ligt de nadruk op het bieden van gerichte informatie voor de periode dat zij hier verblijven. Uit ervaring blijkt dat de behoefte aan integratie binnen deze groep beperkt is, maar door middel van goede informatievoorziening worden zij wél uitgenodigd om, waar mogelijk, verder te integreren. Bij long-stay arbeidsmigranten ligt de focus juist nadrukkelijk op integratie, zodat zij volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Zo wordt er ingezet op het (eventueel digitaal) verstrekken van informatiepakketten, zoals een welkomstpakket, een afscheidspakket en praktische checklists voor binnenkomers en vertrekkers, om te controleren of alles goed is geregeld, opgezegd of aangevraagd. Het delen van deze informatie helpt arbeidsmigranten sneller hun weg te vinden in de samenleving. Verder kan er worden ingezet op informatiesessies voor arbeidsmigranten en sleutelfiguren om bewustwording en integratie te bevorderen.
Een andere belangrijke manier van informatievoorziening waarmee beoogt wordt integratie te bevorderen is de MyInfoNLapp. Dit is een informatieve applicatie die speciaal ontwikkeld is om arbeidsmigranten te voorzien van betrouwbare en actuele informatie over wonen, werken en leven in de gemeente. De app is ontworpen om arbeidsmigranten toegang te geven tot essentiële informatie in hun eigen taal, zoals bijvoorbeeld informatie over zorg, om zelfredzaamheid en integratie te bevorderen. Long-stay arbeidsmigranten hebben doorgaans een sterkere motivatie om te integreren. Daarom ligt de focus bij hen op taallessen en sociale betrokkenheid, bijvoorbeeld via buurtactiviteiten en sportinitiatieven. Aan beide groepen wordt via het Meedoenplan Arbeidsmigranten informatie over taal en integratie aangeboden. Ook zetten we in op samenwerkingen met ARKA en Café Integracja om sociale cohesie te versterken en integratie te bevorderen.
4.2 Taalonderwijs als sleutel tot integratie Aangezien werkgevers een cruciale rol spelen in de taalverwerving en integratie van arbeidsmigranten, werken we toe naar meer verantwoordelijkheid van werkgevers ten aanzien hiervan. De overheid vervult hierin een faciliterende rol. Het opnemen van het Meedoenplan Arbeidsmigranten (waar taalonderwijs een onderdeel van is) in de exploitatievergunning is een eerste stap in de juiste richting. Naast de al beschikbare gratis taalleer-apps, moet aanvullend taalonderwijs laagdrempelig zijn. Arbeidsmigranten geven aan dat er wel motivatie is om de taal te leren, maar dat tijdgebrek, vooral door ploegendiensten, een belemmering vormt. Het door werkgevers mogelijk maken van taalcursussen onder werktijd kan een oplossing bieden. Er is veel interesse in taalmaatjes, zoals in het vroegere Koempel-project. Daarom wordt onderzocht hoe actieve bewonersgroepen hieraan kunnen bijdragen.
4.3 Talentontwikkeling begeleiding
en
loopbaan-
Er komt meer focus op een sterkere talentontwikkeling en loopbaanbegeleiding, bijvoorbeeld via het toekomstige Regionaal Werkcentrum in 2026. Dit biedt kansen op het gebied van talentontwikkeling en arbeidsmarktversterking, waar ook arbeidsmigranten van kunnen profiteren. Dit stimuleert niet alleen het behoud van jong talent in de regio, maar kan ook worden benut om arbeidsmigranten meer kansen te bieden op scholing, bijscholing en loopbaanontwikkeling
Door aansluiting te zoeken bij regionale samenwerkingsverbanden kan er structureel worden gewerkt aan een inclusieve arbeidsmarkt, waarin ook internationale werknemers zich kunnen ontwikkelen en bijdragen aan de brede welvaart van Noord-Limburg. Structureel werken aan een inclusieve arbeidsmarkt draagt bij aan zowel de economie als het oplossen van personeelstekorten in specifieke sectoren. Door in te zetten op talentontwikkeling van arbeidsmigranten, kunnen zij doorstromen naar sectoren waar grote tekorten zijn. Zo wordt niet alleen hun potentieel benut, maar versterken we ook de veerkracht van de lokale economie.
4.4 Het eerlijke verhaal vertellen We gaan uit van gelijkwaardigheid, wederkerigheid en een gedeelde verantwoordelijkheid voor de economie en we zetten in op meer transparantie en communicatie over waar de gemeente mee bezig is. Daarnaast wordt er ingezet op het delen van succesverhalen over arbeidsmigranten om bij te dragen aan een positiever imago. Door de nadruk te leggen op positieve ontwikkelingen en bijdragen van arbeidsmigranten, kan een evenwichtiger beeld ontstaan en worden negatieve percepties verminderd.
4.5 Fysieke loketten voor arbeidsmigranten in Noord-Limburg Op korte termijn wordt in Horst een fysiek informatiepunt ingericht voor arbeidsmigranten: een centraal loket waar zij terechtkunnen met vragen, voor ondersteuning en toegankelijke informatie. Dit informatiepunt vergemakkelijkt de toegang tot relevante diensten en hulpbronnen, en draagt zo bij aan een betere positie van arbeidsmigranten in de regio. De realisatie van dit zogeheten Work In NL (WIN)-punt vindt plaats in regionale samenwerking met de gemeenten Venray, Venlo en Peel & Maas. Op vier locaties in Noord-Limburg zullen fysieke spreekuren worden georganiseerd waar arbeidsmigranten terechtkunnen. Ook zal het WIN-punt digitaal bereikbaar zijn en is er een korte lijn met het Juridisch Loket voor arbeidsmigranten.
4.6 Regionale samenwerking en afstemming Regionale samenwerking en afstemming tussen gemeenten als Peel & Maas, Venray, Venlo en Horst aan de Maas, blijft van belang en zetten we voort. Op het gebied van vergunningverlening en beleidsrichtlijnen is meer eenheid wenselijk. We vinden bijvoorbeeld dat als een gemeente tegen onze grens aan huisvesting voor arbeidsmigranten realiseert, het belang van onze omwoners meegenomen moet worden in hun afweging. Hierover willen we regionale afspraken maken met buurgemeenten. Wij nemen daarbij het initiatief om regionaal afspraken te maken dat een gemeente die huisvesting plant of mogelijk maakt nabij de grens met een buurgemeente, deze buurgemeente en de betrokkenen, denk aan omwonenden, actief betrekt bij de planvorming. Hoewel volledige regionale harmonisatie niet altijd realistisch of noodzakelijk is, blijft goede onderlinge afstemming cruciaal voor een effectieve aanpak. Door regelmatig samen te komen, ervaringen te delen en afwisselend deel te nemen aan pilots, ontstaat de mogelijkheid om van elkaars successen te leren. Ook op het gebied van huisvesting is het van groot belang om de regionale samenwerking tussen gemeenten te versterken. Heldere en gezamenlijke afspraken over de verdeling van arbeidsmigrantenhuisvesting zijn niet alleen een gemeentelijke opgave, maar ook regionaal noodzakelijk.
Eenduidige regelgeving draagt bij aan transparantie, uitvoerbaarheid en acceptatie binnen de regio. Een gecoördineerde aanpak is daarbij essentieel – een aanpak die niet alleen inspeelt op de huidige praktijk, maar ook inzet op duurzame en toekomstbestendige huisvestingsoplossingen.
4.7 Zorg voor arbeidsmigranten We vinden het belangrijk dat arbeidsmigranten niet alleen kunnen rekenen op goede huisvesting en werk, maar ook op toegankelijke en passende zorg. In Venlo is het initiatief ‘Healthcare for Internationals’ een inspirerend voorbeeld. Hier is een speciale EHBO- en huisartsenpost ingericht die zich specifiek richt op arbeidsmigranten. Dit verlaagt de drempel naar zorg aanzienlijk. Ook binnen gemeente Horst aan de Maas blijven we stappen zetten om de zorg voor arbeidsmigranten goed te borgen. Zo is er actief contact met lokale huisartsen om samen te zorgen voor goede afstemming, doorverwijzing en begeleiding. Ook zij benadrukken het belang van spreiding om de beste zorg te garanderen. Daarnaast werken we samen met werkgevers aan gerichte informatievoorziening en het bevorderen van integratie, zodat arbeidsmigranten zich sneller wegwijs voelen in het Nederlandse zorgsysteem. Kinderen van arbeidsmigranten bevinden zich vaak in een kwetsbare positie. Er kan sprake zijn van taalachterstanden, gebrek aan stabiliteit en het missen van sociale aansluiting. Dit kan gevolgen hebben voor de sociaal-emotionele ontwikkeling, schoolprestaties en welzijn, terwijl de drempel om hulp te zoeken hoog is. We blijven alert op de positie van kinderen van arbeidsmigranten; we blijven dit onderwerp actief monitoren en houden het regelmatig op de agenda.
We spelen direct in op signalen die duiden op achterstanden of kwetsbare situaties.
4.8 Begeleiding naar huis of werk voor dakloze arbeidsmigranten De aanpak van dakloosheid onder arbeidsmigranten vraagt om gerichte en structurele aandacht. We begeleiden dakloze arbeidsmigranten naar werk, zorg of – waar passend – terugkeer naar het land van herkomst. De intentie is om de Noord-Limburgse pilot van het TAK-team te bestendigen, zodat dakloze arbeidsmigranten blijvend kunnen worden begeleid naar passende huisvesting, werk, hulporganisaties en, indien van toepassing, ondersteuning bij terugkeer.
Tot slot Met deze uitgangspunten leggen we de basis voor een toekomstgericht en samenhangend beleid rondom arbeidsmigratie binnen onze gemeente. Onder de titel Toekomst in Balans streven we naar een evenwichtige benadering waarin leefbaarheid, veiligheid en samenwerking centraal staan. Deze uitgangspunten worden uitgewerkt in nieuw beleid, met als streven een ingangsdatum van januari 2026. In het vierde kwartaal van 2025 leggen we dit ter besluitvorming voor. In de aanloop daarnaartoe blijven we de dialoog voeren met betrokken partners, inwoners en organisaties, zodat het uiteindelijke beleid breed gedragen wordt en aansluit bij de praktijk. Zo bouwen we stap voor stap aan een gemeente waarin arbeidsmigranten en overige inwoners samen kunnen wonen, werken en leven in balans.