CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

08c Toelichting

Gemeenteraad 8 juni 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: BIJLAGEN3.775 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap Gemeente Horst aan de Maas Concept

colofon

projectnaam TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap datum 18 november 2025 projectnummer P08663 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.1507.HMbebcontourhoutkaBPC1 opdrachtgever Gemeente Horst aan de Maas Concept 5 augustus 2025 Ontwerp 18 november 2025 Vaststelling BRO projectleider TAu projectteam IMo bron kaft BRO review AKu

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 Info.bro@movares.nl www.movares.com

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

2

1.1 1.2

2 3

Aanleiding en doel Leeswijzer

Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving

4

2.1

4

Rijksbeleid 2.1.1

2.2 2.3

3

4

Provinciaal beleid

4

2.2.1 2.2.2

4 5

Omgevingsvisie Limburg Omgevingsverordening Limburg

Gemeentelijk beleid

6

2.3.1 2.3.2 2.3.3

6 6 7

Beleidsplan Openbaar Groen 2020 Groenstructuurvisie 2020 Bomenbeleidsplan Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving

Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving

9

3.1

Natuur en landschap

9

3.1.1 3.1.2 3.1.3

9 9 9

3.2

4

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Overige milieuaspecten

9

Financiële en maatschappelijke verantwoording

10

4.1 4.2

10 10

Financieel-economische haalbaarheid Maatschappelijke verantwoording

TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap

1

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Onder de Wet natuurbescherming golden de rijksregels over houtopstanden niet voor houtopstanden binnen de grenzen van de bebouwde kom (artikel 4.1 Wet natuurbescherming). De Wet natuurbescherming beschermt houtopstanden buiten de bebouwde kom. De begrenzing van de bebouwde kom op basis van de Wet natuurbescherming was een bevoegdheid van de gemeenteraad. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het begrip ‘grenzen van de bebouwde kom’ losgelaten en wordt gesproken van ‘bebouwingcontour houtkap’. De laatst vastgestelde contour bebouwde kom van de gemeente Horst aan de Maas dateert uit 1964. Sinds die tijd is er een actuelere versie beschikbaar gesteld op Atlas Leefomgeving, maar deze versie is nooit vastgesteld. Op grond van het overgangsrecht betreft deze aanwijzing van de bebouwde kom (artikel IV, Aanvullingsbesluit natuur) als bebouwingscontour houtkap zolang het omgevingsplan geen bebouwingscontour houtkap heeft aangewezen. Middels dit TAM-IMRO omgevingsplan wordt de nieuwe bebouwingscontour houtkap vastgelegd op grond van artikel 5.165b Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze bebouwingscontour dient te worden vastgesteld in het omgevingsplan. Omdat de huidige vastgestelde contourkaarten van de gemeente Horst aan de Maas onnodig complex en bovendien verouderd zijn, is er een behoefte om de huidige contouren van de ‘bebouwde kom’ te wijzigen.

In de nieuwe begrenzing van de bebouwingscontour houtkap zijn gerealiseerde of in aanbouw zijnde woningbouwplannen opgenomen op de kaart. Daarnaast zijn voor het bepalen van de exacte grenzen kadastrale percelen betrokken. In het bijzonder gaat het om gemeentelijke eigendommen binnen of aansluitend aan de bebouwde kom, die niet agrarisch of als natuur zijn bestemd. De nieuwe grenzen zijn op onderstaande figuur weergegeven. Voor een grotere en gedetailleerde weergave wordt verwezen naar de digitale kaart.

TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap

2

Figuur 1: Begrenzing bebouwingscontour houtkap

1.2

Leeswijzer

Na de inleiding worden in hoofdstuk 2 het de beleidsmatige aspecten beschreven. In hoofdstuk 3 worden de milieuaspecten beschreven. Tot slot wordt in het vierde en laatste hoofdstuk ingegaan op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap

3

2

Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving

2.1 2.1.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die per januari 2024 geldend is, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: •

een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys;

•

over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed;

•

een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.

Doorwerking plangebied Het plan is niet strijdig met de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. Het vastleggen van de bebouwingscontour moet op grond van de Omgevingswet in het gemeentelijk omgevingsplan worden vastgelegd. Het plan voldoet daarmee aan de eis uit de Omgevingswet en is daarmee ook in lijn met de NOVI.

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Limburg

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan doorontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Daarnaast is reeds een omgevingsverordening vastgesteld op 17 december 2021 om het beleid juridisch te verankeren. De inwerkingtreding van de Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2024.

TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap

4

Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: •

het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied;

•

een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);

•

klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: •

een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;

•

een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect ‘Bedrijventerreinen’. Doorwerking plangebied De provincie is bevoegd gezag als het gaat om houtkap buiten de bebouwingcontour. In de Provinciale Omgevingsvisie is hierover niks opgenomen. De regels ten aanzien van de houtkap zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg, wat verder wordt besproken in paragraaf 2.2.2. Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg Op 22 mei 2025 is de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg ter inzage gelegd. In deze aangepaste visie zijn geen andere regels opgenomen ten aanzien van houtkap. 2.2.2

Omgevingsverordening Limburg

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze is op 1 januari 2024, tegelijk met de omgevingswet in werking getreden. In paragraaf 9.2.1 van de Omgevingsverordening Limburg zijn regels opgenomen ten aan zien van het vellen van houtopstanden. In artikel 9.19 is de vrijstelling van de plicht tot herbeplanting op genomen: De plicht tot herbeplanting zoals bepaald in artikel 11.129, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt niet voor: a. oevers van natuurlijke, bestaande vennen over een breedte van 30 meter gerekend vanaf de bestaande gemiddelde voorjaarswaterlijn; b. het tenietgaan van houtopstanden in de volgende gevallen: 1. vernatting door natuurlijke processen en/of vernatting als onderdeel van anti-verdrogingsmaatregelen;

TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap

5

2. op natuurlijke wijze tenietgaan van bossen op gronden die van nature geen bosvorming kennen; 3. tenietgaan door vraat van bevers (Castor fiber). Doorwerking In de Omgevingsverordening heeft de Provincie regels vastgelegd over houtkap binnen de bebouwingscontouren en eventuele afwijkingsmogelijkheden daarop. De regels in paragraaf 9.2.1 van de omgevingsverordening geven een nadere invulling aan die landelijke regels of bevatten uitzonderingen daarop. In artikel 11.111, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving bevat een aantal gevallen waarvoor de landelijke regels niet gelden. De regels in paragraaf 9.2.1 van de Omgevingsverordening gelden evenmin voor die gevallen. Eén van de gevallen betreft voor gronden die zijn gelegen binnen de bebouwingscontour houtkap, die met dit omgevingsplan wordt aangewezen. Voor het overige past het omgevingsplan binnen de provinciale omgevingsverordening.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Beleidsplan Openbaar Groen 2020

Het BOG 2020 geeft op hoofdlijnen aan op welke wijze de gemeente Horst aan de Maas met het openbaar groen binnen de bebouwde mommen wenst om te gaan. Het gaat hierbij zowel om het in stand houden van groen (groenonderhoud) als ook het renoveren van groen en nieuwe aanleg van groenvoorzieningen. Het beleidsplan geeft een algemeen beeld van de waarde die groen heeft voor de gemeenschap en wat de eisen zijn om de juiste kwaliteit groen dat voldoet aan de gewenste functie te garanderen. De belangrijkste uitgangspunten binnen het vastgestelde Beleidsplan Openbaar Groen 2020 zijn klimaatadaptatie, biodiversiteitsherstel en belevingswaarde, kwantiteit en maatschappelijke baten van groen, duurzaamheid en milieuvriendelijk groenbeheer. Voor Horst gelden de volgende uitgangspunten: •

Samenhangende hoofdgroenstructuur: Meer binding tussen het landelijk gebied, de verschillende wijken en het centrumgebied.

•

Herkenbare bomenstructuur binnen de kern en aanvullen ontbrekende delen.

•

Behouden en ontwikkelen groene parels.

•

Verhogen van de hoeveelheid verblijfsgroen in de huidige wijken aan de westzijde van de kern.

•

Kabroekse Beek (noord) en Voor America (oost) als duidelijk herkenbare drager van de hoofdgroenstructuur: meer gebruik maken van de recreatieve en ecologische functie van de beek.

•

Verbetering van de toegankelijkheid en het gebruik het openbaar groen.

•

Ondersteunende groenstructuur: versterken groen in de buurten.

2.3.2

Groenstructuurvisie 2020

Om richting en focus aan te brengen in de invulling van het openbaar groen op basis van de randvoorwaarden die in het Beleidsplan Openbaar Groen 2020 zijn gesteld, is de Groenstructuurvisie 2020 opgesteld. Een van de belangrijkste doelen is om de integrale samenhang van te behouden de te ontwikkelen groenblauwe structuren in beeld te brengen en af te stemmen op andere opgaves. De groenvoorziening in het openbare gebied in de Gemeente Horst aan de Maas wordt ingedeeld in vier categorieën, te weten hoofdgroenstructuur, groene parels, ondersteunende groenstructuur en nevenstructuur.

TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap

6

Een van de richtinggevende voorwaarden is de kwantiteitsnorm en de invloeden die deze norm bepalen. Voor de gemeente Horst aan de Maas is uitgegaan van een norm van 35 m2 per inwoner of 73,5 m2 openbaar groen per woning. Gebleken is dat in de kleinere kernen deze norm niet gehaald wordt. Echter door het feit dat het landschap hier nog goed bereikbaar is en de privétuinen nog een redelijk oppervlakte omvatten kan de norm voor de kleinere kerkdorpen ook lager zijn. Daarom wordt hier uitgegaan 52,5 m2 per woning voor de nieuwe uitbreidingen. In de Groenstructuurvisie kan gekeken worden waar de hiaten in de groenstructuur zitten en worden voorstellen gedaan om deze aan te vullen. Verder kan er voor de toekomst een gewenste groenstructuur worden opgezet. Doorwerking Dit plan ziet op het juridisch vastleggen van de bebouwingscontour houtkap op grond van het Bkl. Er worden geen nieuwe initiatieven mogelijk gemaakt. Het groenbeleid van de gemeente vormt geen belemmering voor het plan. 2.3.3

Bomenbeleidsplan Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving

Op 23 juli 2025 is het Bomenbeleidsplan Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving inwerking getreden. Het Bomenbeleidsplan Horst aan de Maas geeft aan hoe de gemeente zal werken aan haar visie: ‘gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving’. Op alle bestuurlijke niveaus, in de Gemeentelijke, Provinciale en Landelijke Omgevingsvisies, is aandacht voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid. Bomen zorgen voor een gezonde, koele, herkenbare en aantrekkelijke leefomgeving voor mens en dier en zijn daarom van groot belang. Daarbij leeft er in onze gemeente een sterke behoefte om bomen beter te beschermen, meer bomen aan te planten, meer diversiteit in het bomenbestand aan te brengen en te werken aan het halen van de landelijke bomennorm. Op basis van analyse van gemeentelijke vraagstukken rond bomen en werksessies met belangenorganisaties zijn, binnen wettelijke en beleidskaders, alle huidige uitdagingen en aandachtspunten voor het bomenbeleid en -beheer op een rij gezet. Het gaat dan onder meer om het bomenareaal, ruimtelijke inrichting en projecten rond bomen, boombescherming, communicatie en participatie en uitvoerbaarheid. Deze context leidde tot de overkoepelende visie en motto voor het bomenbeleid: ‘Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving’.

Om deze visie handen en voeten te geven, zijn onderstaande drie ambities geformuleerd, met als basis heldere beleidskaders en -richtlijnen. Per ambitie geven de onderliggende doelstellingen aan wat de gemeente gaat doen, welke beleidskaders en richtlijnen de gemeente stelt. De ontwikkelkalender bevat tot slot de producten die gemaakt of geactualiseerd moeten worden om de beleidsdoelen tot uitvoer te kunnen brengen. Met het vaststellen van het nieuwe bomenbeleid, vervalt het oude Beleidsplan ‘Duurzaam en integraal boombeheer’ uit 2011. De praktische benadering van dat beleid is nu geborgd als Bomenbeheerplan Horst aan de Maas 2025 en te vinden in bijlage 1. Zo zijn er ook enkele ‘oude’ uitwerkingen zoals het Beoordelingskader Kapaanvragen en de Bomenlegger in een nieuw jasje gestoken en geborgd onder het nieuwe beleid. Ook is een nieuwe uitwerking te vinden, namelijk Aanwijscriteria Boomstructuren.

TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap

7

Na vaststelling van het beleid kan gefaseerd uitvoering worden gegeven aan de doelstellingen en worden de ontwikkelpunten naar prioriteit opgepakt in de Uitvoeringsagenda Bomen. Team Economie & Gebiedsontwikkeling en team Openbare Werken zullen hierbij de belanghebbenden betrekken en zorgen voor integrale afstemming. De Uitvoeringsagenda Bomen heeft een looptijd van circa 10 jaar. Hiervoor zijn acties en maatregelen geformuleerd voor de korte termijn (binnen 2 jaar), de middellange termijn (binnen 5 jaar) en de langere termijn (binnen 10 jaar). Op basis van de gestelde prioriteit worden deze acties en uitwerkingen doorgevoerd in het bomenbeheerplan, in de werkwijze bij ruimtelijke ontwikkelingen, in het kapvergunningenstelsel, aanplantprogramma’s enzovoorts. Deze aanpak is tekenend voor het traject waarmee dit beleid tot stand is gekomen, namelijk samen met gemeentelijke en maatschappelijke stakeholders. Het proces is getrokken door medewerkers van team Economie & Gebiedsontwikkeling en team Openbare Werken en het beleid is zodanig tot stand gekomen met ondersteuning van Bomenwacht Nederland. Doorwerking Het bomenbeleidsplan ziet op individuele geregistreerde bomen binnen het gemeentelijk grondgebied. Het vastleggen van de bebouwingscontour houtkap heeft derhalve geen gevolgen voor het beleid en andersom. Het bomenbeleidsplan vormt derhalve geen belemmering voor dit plan.

TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap

8

3

Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving

3.1

Natuur en landschap

3.1.1

Toetsingskader

Natuur maakt onder de nieuwe Omgevingswet onderdeel uit van de fysieke leefomgeving, één van de kernbegrippen van de Omgevingswet (artikel 1.2, lid 2, onder h). De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet (Ow). Onder Artikel 5.1, lid 1 (Ow) is opgenomen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten, tevens is onder Artikel 5.1, lid 2 opgenomen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten. Tenzij anders geregeld in het omgevingsplan, waterschap verordening, omgevingsverordening of ministeriele regeling. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staat de uitwerking van algemene regels voor activiteiten die rechtstreeks werken, waaronder een vergunningplicht voor zogenaamde Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten (hoofdstuk 11, Bal). In dit hoofdstuk zijn tevens de regels voor vergunningsvrije gevallen opgenomen evenals de mogelijkheden tot maatwerk. Indien er geen vrijstelling geldt van de vergunningsplicht, dient er een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Onderscheid wordt gemaakt tussen een enkelvoudige of meervoudige aanvraag (in het geval er sprake is van een flora- en fauna-activiteit en een natura 2000-activiteit).

Houtopstanden en soortenbescherming De regels voor bescherming van houtopstanden en bomenrijen staan opgenomen in Afdeling 11.3 Bal. Hierin staat dat het vellen van houtopstanden is beschermd door algemene meldplicht (art. 11.126 Bal) en herplantplicht (art. 11.129 Bal) voor houtopstanden vanaf 10 are of meer evenals bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen, buiten de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’. De bebouwingscontour houtkap moet worden aangewezen in het Omgevingsplan (art. 5.165b Bkl). Tevens is er sprake van specifieke zorgplicht (art. 11.116 Bal) die geldt voor het vellen van houtopstanden, het herbeplanten van grond of nadat een houtopstand op een andere manier teniet is gegaan. 3.1.2

Onderzoek

Middels dit plan wordt de bebouwingscontour houtkap voor de gemeente Horst aan de Maas vastgelegd. Een TAM-IMRO plan is onderdeel van het gemeente brede omgevingsplan. Hierdoor wordt voldaan aan artikel 5.165b Bkl. Het plan maakt verder geen nieuwe ontwikkeling mogelijk. 3.1.3

Conclusie

Gelet op bovenstaande, kan worden gesteld dat de aspecten Natuur en landschap geen belemmering vormen voor het planvoornemen.

3.2

Overige milieuaspecten

Het TAM-Omgevingsplan ziet op het vastleggen van de bebouwingcontour houtkap. Er worden geen nieuwe initiatieven mogelijk gemaakt. De overige milieuaspecten zijn derhalve niet relevant en vormen geen belemmering voor het plan.

TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap

9

4

Financiële en maatschappelijke verantwoording

4.1

Financieel-economische haalbaarheid

Het voorliggende plan voorziet niet in een bouwplan. Het is daarom niet nodig een exploitatieplan op te stellen. Er doet zich dus geen mogelijkheid voor een kostenverhaal op te stellen.

4.2

Maatschappelijke verantwoording

De gemeente Horst aan de Maas heeft een werkwijze ontwikkeld over hoe om te gaan met participatie. Dit proces kent een aantal stappen die leiden tot aard en omvang van de participatie. Ook niet participeren is een mogelijke uitkomt van dit proces. Eerste stap: verkennen van de randvoorwaarden. Deze bestaat uit 4 vragen: a. hoe groot is de invloed op inwoners, ondernemers en/of maatschappelijke organisaties? Antwoord: de bebouwingscontour die wordt vastgesteld heeft geen rechtstreekse invloed op inwoners of ondernemers. Hoewel de naam houtkap in de naamgeving voorkomt, worden er geen inhoudelijke regels vastgesteld met betrekking tot houtkap of maatwerkvoorschriften voor herplantplicht. Deze blijven ongewijzigd. Als het gaat om de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor de kap van een boom, wordt de beoordeling niet anders dan nu het geval is. Een van de belangrijkste effecten van het instrument bebouwingscontour houtkap is dat deze contour regelt in welke situaties de gemeente het bevoegd gezag wordt voor de verlening van voornoemde omgevingsvergunning en in welke situaties de provincie of het rijk (of combinaties daarvan). b. is er voldoende (beleid)ruimte voor participatie? Antwoord: er geldt een wettelijke verplichting om een bebouwingscontour vast te laten stellen door de gemeenteraad. Daarin zit geen ruimte.

De beleidsruimte kan (beperkt) gevonden worden in de exacte begrenzing van de contour zelf. De voorgestelde begrenzing is tot stand gekomen met inzet van diverse vakdisciplines. De bedoeling van de wetgever is dat er een soort ‘komgrens’ wordt vastgelegd voor de omgevingsplanactiviteit houtkap. De begrenzing volgt in beginsel de huidige, fysieke bebouwingsgrens van de bebouwde kom, waarbij zoveel mogelijk rekening is gehouden met de feitelijke bestemde situatie, waarbij individuele kavels aan de randen van de dorpen zijn meegenomen. Ook zijn vastgestelde en inwerking getreden uitbreidingsplannen (peildatum 1-1-2025) opgenomen in de begrenzing. De bebouwingscontour houtkap staat daarmee in feite los van het beleid ten aanzien van houtopstanden (bomen en bossen) de wijze van beoordelen van kapaanvragen door de gemeente, provincie en/of rijk. c.

is er voldoende tijd voor participatie?

Antwoord: niet of nauwelijks. Een ontwerp TAM-omgevingsplan moet voor 31-12 2025 ter visie gelegd worden. Daar gaat nog besluitvorming door college aan vooraf. De bebouwingscontour betreft een grens rondom alle dorpen binnen de gemeente. Voor goede participatie zouden alle dorpen benadert moeten worden wat veel tijd vraagt. Waarbij het dan twijfelachtig wordt om een nieuwe contour in ontwerp ter visie te kunnen leggen met de input vanuit de participatie. d. is er capaciteit en budget voor participatie? Antwoord: Naar oordeel van de gemeente niet.

TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap

10

In de werkwijzen wordt na de 4 vragen het volgende beschreven: “Zijn randvoorwaarden a en b niet aanwezig? Dan is het advies (aan de bestuurlijk opdrachtgever) om geen participatie te doen. Zijn tijd en capaciteit/budget beperkende factoren, maar heeft het onderwerp veel impact op inwoners of verwacht je dat de inbreng van inwoners en belanghebbenden van grote meerwaarde is? Of hebben inwoners en belanghebbenden aangegeven het van groot belang te vinden om mee te praten? Leg dit dan voor aan de ambtelijk opdrachtgever en, indien nodig, vervolgens aan het college of de raad.” Conclusie Uit de bovenstaande antwoorden blijkt al dat de randvoorwaarden a+b niet of nauwelijks van toepassing zijn. Impact op inwoners, ondernemers en/of maatschappelijke organisaties is beperkt. Ook is er nauwelijks beleidsruimte voor participatie. Ook uit de randvoorwaarden c+d blijkt dat er niet of nauwelijks tijd is voor participatie en hier momenteel ook geen capaciteit en budget voor beschikbaar is. Conclusie is daarom dat participatie weinig zinvol is. Wel is duidelijke en volledige informatieverstrekking in de communicatie ‘naar buiten toe’ een belangrijk punt van aandacht bij de ter visielegging, alsmede de wettelijke mogelijkheden voor beroep. Bovendien heeft de bebouwingscontour een relatie met daadwerkelijk houtkap. Op 8 juli 2025 is een nieuw bomenbeleidsplan vastgesteld.

Dat beleidsplan gaat over individuele geregistreerde bomen binnen het gemeentelijk grondgebied; niet over bossen. De vast te stellen contour verandert niets aan de regels voor vergunningplichtige bomen en ook niets aan de APV en het beoordelingskader voor het kappen van bomen. Juist op die punten liggen de belangen van de inwoners, maar daar verandert de bebouwingsontour niets aan. Dit is dan ook mede een argument dat ervoor zorgt dat aan de voorwaarden onder a of b niet wordt voldaan.

TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap

11

Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 Info.bro@movares.nl www.movares.com TAM-omgevingsplan bebouwingscontour houtkap

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16933405/1