08c Bp Nwe Peeldijk Toelichting
Tekst van het document
Uit de ingevoerde gegevens blijkt dat de emissie van NOx tijdens het piekmoment 101,4 kg/jaar bedraagt en op normale dagen 7,7 kg/jaar.
Vastgesteld
44
Afbeelding 24. Uitsnede berekening AERIUS Calculator, verkeersgeneratie tijdens piekmoment
Afbeelding 25. Uitsnede berekening AERIUS Calculator, verkeersgeneratie op normale dagen
Met de ingevoerde gegevens geeft AERIUS Calculator aan dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Er is derhalve geen merkbaar c.q. negatief effect voor wat betreft stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden door het initiatief in de gebruiksfase.
Vastgesteld
45
5.6 Archeologie en cultuurhistorie 5.6.1 Cultuurhistorie De provincie Limburg hecht veel waarde aan de cultuurhistorie van de provincie. De provincie wil dan ook dat er verstandig omgegaan wordt met cultuurhistorische bouwwerken en landschappen. In het POL2014 is derhalve aangegeven dat gestreefd wordt naar het behouden, ontwikkelen en beheren van beschermde historische bouwwerken, hoofdlijnen van jonge en oude cultuurlandschappen en historische landschapselementen. Het beleid ten aanzien van cultuurhistorie zoals dit in het POL2014 is weergegeven, is gestoeld op de Nota Belvédère. Het POL2014 schrijft dan ook voor een beschrijving in het bestemmingsplan mee te nemen, betreffende de omgang met de cultuurhistorische elementen in relatie tot de hiervoor geldende wettelijke bepalingen. Volgens de provinciale kaart ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg’ liggen er binnen of nabijheid het plangebied geen cultuurhistorische waarden. Met de ontwikkeling gaan derhalve geen cultuurhistorische waarden verloren.
Afbeelding 26. Uitsnede archeologische waardenkaart
5.6.2 Archeologie Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet
Vastgesteld
46
is een raamwet die regelt hoe rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dienen de gemeenten te beschikken over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. De gemeente Horst aan de Maas heeft voor haar grondgebied een Archeologische Maatregelenkaart ontwikkeld welke op 26 mei 2015 is vastgesteld. Conform deze kaart is het plangebied gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachting. Voor de lage archeologische verwachtingswaarde geldt geen onderzoeksverplichting. Een archeologisch onderzoek is om die reden niet benodigd.
5.7 Verkeer en parkeren Het plangebied kan uitsluitend worden ontsloten via de Nieuwe Peeldijk. De Nieuwe Peeldijk is in het GVVP Horst aan de Maas gecategoriseerd als een ‘Erftoegangsweg II’. Via de erftoegangswegen is een directe verbinding met de Midden Peelweg (N277) aanwezig. De Midden Peelweg is gecategoriseerd als een ‘Gebiedsontsluitingsweg’. Ook de hoofdlocatie van Vissers Plant Innovators is gevestigd aan de Midden Peelweg.
Afbeelding 27. Landbouwroutes (oranje) uit het GVVP met aan- en afvoer
Vastgesteld
47
Op het piekmoment (herplantperiode) genereert de locatie voor één dag in het jaar circa 160 verkeersbewegingen in de dagperiode. Deze zijn te verdelen als 120 verkeersbewegingen van licht verkeer (60 auto’s en/of bestelbussen) en 40 verkeersbewegingen van zwaar verkeer (20 tractoren en/of vrachtwagens). Dit piekmoment is echter maar 1x per jaar, op de normale dagen is de verkeersaantrekkende werking veel minder dan doen dagelijks maximaal 10 lichte verkeersbewegingen (5 auto’s en/of bestelbussen) en 6 verkeersbewegingen van zwaar verkeer (3 tractoren en/of vrachtwagens). In de avond- en nachtperiode vinden er normaliter geen verkeersbewegingen plaats. Deze maximale toename van het aantal verkeersbewegingen kan door de erftoegangswegen worden verwerkt van en naar de hoofdlocatie aan de Midden Peelweg. Een knelpunt in het huidige verkeersnetwerk in de glastuinbouwgebieden is dat de route van en naar deze gebieden ongestructureerd verloopt. Nagenoeg alle wegen rondom de glastuinbouwgebieden zijn toegankelijk voor alle verkeer, terwijl de infrastructuur hier niet op is ingericht. Vanwege het gedeelde gebruik van de infrastructuur door landbouw- en vrachtverkeer in glastuinbouwgebieden zijn specifieke wegen in het GVVP aangewezen binnen het landbouwnetwerk. Ontsluiting van nieuwe glastuinbouwbedrijven dient te geschieden via het landbouwnetwerk.
Aan deze voorwaarde wordt in dit geval voldaan door de route Nieuwe Peeldijk, Kannegietweg en Meteriksebaan (en andersom). Laden en lossen van tractoren en vrachtwagens vindt op eigen terrein plaats voor de loods, hiervoor is voldoende ruimte ingericht in het kader van een goede bedrijfsinfrastructuur. De loods is voorzien van dockshelters voor het gemakkelijk laden en lossen van tractoren en vrachtwagens. De gemeenteraad heeft op 3 juli 2019 de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas vastgesteld. Het glastuinbouwbedrijf betreft een arbeids- en bezoekersextensief bedrijf. Op grond van de Nota Parkeernormen geldt voor dergelijke bedrijven een parkeernorm van 1,1 parkeerplaatsen per 100 m². Uitgaande van deze normen zou het betekenen dat voor het 21 ha grote glastuinbouwbedrijf 2.310 parkeerplaatsen gerealiseerd zouden moeten worden. De gestelde norm is in dit geval veel te hoog en kan daarom niet van toepassing zijn voor een glastuinbouwbedrijf, waar bij lange na niet zoveel parkeerplaatsen benodigd zijn. Voor het aantal benodigde parkeerplaatsen is daarom gekeken naar de feitelijke toekomstige situatie. Normaliter zullen per dag 5 auto’s en/of bestelbusjes en 3 tractoren en/of vrachtwagens de locatie bezoeken. De tractoren en vrachtwagens parkeren in de dockshelters of in de loods en kassen vanwege het leveren of ophalen van gewassen.
De auto’s en bestelbusjes parkeren op een speciaal daarvoor ingericht parkeerterrein aan de zijde van de Nieuwe Peeldijk. Tijdens het piekmoment bezoeken 60 auto’s en bestelbusjes de locatie. Dit betreft echter voornamelijk een pendeldienst waarbij werknemers met busjes arriveren, waarna het busje weer andere werknemers gaan halen. Er wordt daarom pas geparkeerd nadat de laatste werknemers zijn gearriveerd. De 120 verkeersbewegingen op het piekmoment leiden dus niet tot de noodzaak tot 60 parkeerplaatsen voor 60 auto’s en bestelbusjes. Een parkeerterrein met 15 parkeerplaatsen is ingericht wat ruim voldoende blijkt voor de gangbare parkeerbehoefte. Het teveel aan parkeerplaatsen dienen als buffer tijdens het piekmoment.
5.8 Volksgezondheid Effecten op de (volks)gezondheid betreffen in dit geval vooral het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, maar ook geluidhinder, de effecten van fijnstof, etc.. Laatstgenoemde effecten zijn echter voorafgaand in dit hoofdstuk reeds uitgebreid uitgewerkt. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de effecten van gewasbeschermingsmiddelen op de volksgezondheid. Vissers Plant Innovators is niet SKAL gecertificeerd voor een biologische teelt, dat wil zeggen
Vastgesteld
48
dat het bedrijf gebruik maakt van gewasbeschermingsmiddelen. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt echter zorgvuldig toegepast, waarbij voldaan wordt aan de wettelijke gebruiksvoorschriften. Hoewel er voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen diverse wetten, besluiten en regels van toepassing zijn, zijn er geen wettelijke bepalingen inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en gevoelige objecten, waaronder woningen. In de praktijk is een vuistregel ontstaan die aangeeft dat er ten minste een afstand van 50 meter tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en een gevoelig object in acht moet worden genomen voor het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat. Uit onderzoek van de Wageningen Universiteit (door J.C. van der Zande) blijkt dat de gezondheidsrisico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor mensen met name liggen bij opname van stoffen door de huid. Uit het onderzoek blijkt dat het middel met het hoogste risico het blootstellingseindpunt niet wordt overschreden bij bespuiting van akkers op een afstand van slechts 10 m. Dit komt onder meer omdat in de akkerbouw voornamelijk in een neerwaartse richting gespoten wordt (hierdoor wordt eventuele drift zo veel mogelijk voorkomen).
Deze spuitmethode is voor de kweker het meest efficiënt en effectief, omdat er zo minder spuitvloeistof verloren gaat en de gewassen het meest worden geraakt. Momenteel is sprake van de teelt van akkerbouwproducten in de open lucht binnen het plangebied. De aanwezige gewassen kunnen worden behandeld met gewasbeschermingsmiddelen. Afstand van het plangebied tot omliggende woningen bedraagt meer dan 10 m. Het hanteren van een afstand van 10 m tussen het spuiten van gewassen en een woning is toereikend voor het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat. In de nieuwe situatie is sprake van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in een kas. In de open lucht is men bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen altijd afhankelijk van het weer door verwaaiing van de spuitvloeistof (drift). In de kas is dit niet meer het geval en kan drift tot een minimum worden beperkt. De afstand van het te telen product bedraagt daarnaast altijd meer dan 25 m van gevoelige objecten omdat kassen niet dichterbij gevoelige objecten mogen worden opgericht. Deze afstand voldoet reeds ruimschoots aan het telen van gewassen in de open lucht, in kassen waar geen drift is, voldoet deze aan te houden afstand dan zeker. De oprichting van het glastuinbouwbedrijf heeft daarmee geen negatieve effecten op de volksgezondheid.
5.9 Assimilatieverlichting Assimilatieverlichting is kunstmatige verlichting van gewassen, vaak toegevoegd in kassen gericht op de beïnvloeding van het groeiproces van gewassen. Voor het kunnen vermeerderen van aardbei-, asperge-, frambozen- en bessenplanten is assimilatieverlichting niet benodigd. In de kassen wordt derhalve geen assimilatieverlichting toegepast. In de planregels wordt assimilatieverlichting uitgesloten zodat juridisch-planologisch vastligt dat er geen assimilatieverlichting wordt toegepast.
Vastgesteld
49
6 UITVOERBAARHEID
6.1 Economische uitvoerbaarheid Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen wat onder een bouwplan valt. Onderhavig bestemmingsplan maakt de uitbreiding van een glastuinbouwbedrijf mogelijk. Volgens artikel 6.2.1 onder sub b van het Bro wordt een bouwplan voor een of meer hoofdgebouwen aangewezen als een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 eerste lid van de Wro. In artikel 6.12 tweede lid onder sub a staat dat de gemeenteraad kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen als het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Doordat in het onderhavige geval het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is, het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels niet noodzakelijk is, stelt de gemeenteraad geen exploitatieplan vast. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan worden gedekt door het heffen van leges.
Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden. Voor de gemeente Horst aan de Maas zal de ontwikkeling kostenneutraal verlopen.
6.2 Handhaving Sinds 1 april 2005 werkt de gemeente Horst aan de Maas samen met de gemeente Venray als het gaat om handhaving. Onder deze samenwerking valt niet alleen de uitvoering, maar ook alle juridische, administratieve en beleidsmatige ondersteuning. In 2012 is het eerste integraal handhavingsbeleid in werking getreden. Inmiddels is het Beleidsplan VTH Horst aan de Maas 2017-2020 in werking getreden. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: de gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid, waarbij preventief belang voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijk handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/zij verdient. In dit integrale handhavingsbeleid is één van de speerpunten hoe in de economische situatie van de afgelopen jaren met minder middelen net zo veel of meer aan handhaving gedaan kan worden.
In dit kader zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 1. appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid;
Vastgesteld
50
2. 3. 4. 5.
preventie gaat boven repressie; draagvlak creëren; servicegericht handelen, en alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen.
1. “Appelleren aan eigen verantwoordelijkheid” wil zeggen dat de verantwoordelijkheid bij de burgers, bedrijven en instellingen terecht komt, dit is ten slotte ook waar hij thuishoort. Dit vergt wel een bepaald vertrouwen van de gemeente over de burgers, bedrijven en instellingen binnen hun gemeente. Wordt dit vertrouwen geschaad dan treedt de gemeente consequent hard op. Er kan nu meer op risicogroepen of zwakke schakels ingezet worden, de capaciteit van de handhaving is dus beter in te delen en kan efficiënter gebruikt worden. 2. ''Preventie gaat boven repressie'' wil zeggen dat meer aandacht besteedt wordt aan het voorkomen van overtredingen dan het aanpakken van bestaande overtredingen. Hierdoor hoeven er niet zoveel tijdrovende en geldverslindende, bestuursrechtelijke procedures doorlopen te worden. Er wordt dus met zo min mogelijk inzet zoveel mogelijk resultaat behaald. 3. Verder is “draagvlak creëren” een van de uitgangspunten. Dit houdt in dat er duidelijk over handhaving wordt gecommuniceerd en dat er ook daadwerkelijk gedaan wordt wat er gezegd wordt. Belangrijk is ook om dingen die spelen bij burgers, ondernemers, instellingen, scholen en verenigingen mee te nemen in het uitvoeringsprogramma en dat rechtsgelijkheid wordt nagestreefd. 4. Het vierde uitgangspunt is “servicegericht handelen”. Dit houdt in dat de overheid zich dienstbaar opstelt.
De gemeente denkt mee en speelt in op ongewenste situaties. Ook is de gemeente 24 uur per dag bereikbaar. Zo wordt een gevoel van veiligheid en een leefbare omgeving gecreëerd. Er is dus meer aandacht nodig voor de aanpak van overlastfeiten in de openbare ruimte. 5. Het laatste uitgangspunt is “alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen”. Er worden dus alleen besluiten genomen en regels ingesteld die ook daadwerkelijk handhaafbaar zijn. Overbodige regels worden geschrapt om alles overzichtelijk te houden en er wordt zorg gedragen voor voldoende deskundige capaciteit, op deze manier kan gedogen geminimaliseerd worden. Bij handhaving staat de nalevingsstrategie centraal. Hierin is opgenomen welke activiteiten worden ondernomen om te komen tot naleving van de regels. De nalevingsstrategie kan op zijn beurt worden onderverdeeld in de volgende strategieën: 1. preventiestrategie; 2. toezichtstrategie; 3. sanctiestrategie, en 4. gedoogstrategie. Vaak wordt er gekozen voor een combinatie van deze strategieën om het resultaat te vergroten. Bij deze strategieën passen verschillende handhavingsinstrumenten. Onder de preventieve handhavingsinstrumenten vallen onder andere deregulering, kritisch zijn op het formuleren van regels, handhaafbaarheid van de regels en communicatie en voorlichting.
De regels moeten bekend zijn bij de doelgroep, er dient dus duidelijk gecommuniceerd te worden over handhavingsactiviteiten en de gemeentelijke prioriteiten. Naast de preventieve handhavingsinstrumenten zijn er ook nog de repressieve handhavingsinstrumenten. Dit zijn onder andere het betalen van een dwangsom, bestuursdwang en intrekking van begunstigde beschikking. Bij een dwangsom wordt er een geldbedrag per overtreding of tijdseenheid dat de overtreding voortduurt betaald aan de gemeente. Bestuursdwang houdt in dat een overtreding op kosten van de overtreder ongedaan gemaakt wordt. Als laatste kan een begunstigde beschikking worden ingetrokken, op deze manier wordt een
Vastgesteld
51
activiteit juridisch onmogelijk gemaakt. Het kan hierbij ook gaan om een gedeeltelijke ontheffing. Vaak volgt op het intrekken van een begunstigde beschikking nog het opleggen van een dwangsom of bestuursdwang. Naast bestuursrechtelijk aanpakken van overtreders kan het soms ook de voorkeur hebben om een overtreder strafrechtelijk aan te pakken. Op deze manier kunnen de vaak langdurende juridische procedures die gemoeid zijn met de bestuursrechtelijk aanpak ontlopen worden. Bij strafrechtelijke aanpak moet gedacht worden aan bestuurlijke strafbeschikking en een proces-verbaal. Wanneer er een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente is aangegaan kan ook voor de privaatrechtelijke worden gekozen. Hierbij gaat, wanneer het mogelijk is, de bestuursrechtelijke aanpak wel voor. Ten slotte kan er voor een gedoogbeschikking gekozen worden. Dit gebeurt uitsluitend voor gevallen die veroorzaakt zijn door onvoorziene omstandigheden of overgangssituaties.
6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Bro geeft aan dat het college van Burgemeester van Wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg dienen te plegen met betrokken instanties. Om die reden is onderhavig bestemmingsplan voorgelegd aan Waterschap Limburg. Van het waterschap is op 24 december 2019 een reactie ontvangen per email (zie bijlage 2). Het waterschap geeft aan dat in het bestemmingsplan de verouderde eisen zijn gehanteerd inzake hemelwaterinfiltratie en (duurzame) leegloop. Sinds 1 april 2019 geldt er een nieuwe Keur van het waterschap. Ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen geldt er voor hemelwaterinfiltratie een nieuwe eis van 100 mm. De duurzame leegloop mag 2 l/s/ha bedragen. De nieuwe eisen van Waterschap Limburg zijn verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 5.3).
Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan heeft van 27 maart t/m 7 mei 2020 voor eenieder ter inzage gelegen. Er is één zienswijze binnengekomen tegen het ontwerp-bestemmingsplan. Deze zienswijze is beoordeeld en de belangen van reclamant zijn afgewogen tegen het belang dat met het bestemmingsplan wordt gediend. De zienswijze heeft geleid tot inhoudelijke wijzigingen c.q. aanvullingen van het bestemmingsplan. Een uitgebreidere behandeling van de zienswijze is opgenomen in het zienswijzenrapport, die als bijlage bij het bestemmingsplan is vastgesteld.
6.4 Procedure De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan.
Vastgesteld
52
De procedure ziet er als volgt uit: ▪ Vooroverleg met betrokken instanties; ▪ Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; ▪ Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; ▪ Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; ▪ Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; ▪ Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; ▪ Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; ▪ Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Vastgesteld
53
7 JURIDISCHE TOELICHTING
7.1 Planstukken Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: ▪ toelichting ▪ planregels ▪ verbeelding Met het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aangesloten bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: ▪ Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; ▪ PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; ▪ Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012. Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Horst aan de Maas voldoet het bestemmingsplan qua systematiek aan het thans vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas”.
7.2 Toelichting op de verbeelding In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen de bestemming zijn nadere aanduidingen aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi.
7.3 Toelichting op de planregels De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels. Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In artikel 1 is een aantal noodzakelijke begripsbepalingen opgenomen welke worden gebruikt in de regels. In artikel 2 wordt uiteengezet op welke wijze gemeten dient te worden. Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemming.
Vastgesteld
54
Agrarisch met waarden (Artikel 3) In artikel 3 is de hoofdbestemming opgenomen; ‘Agrarisch met waarden’. Gebouwen ten behoeve van een agrarisch bedrijf mogen uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak. Het gehele plangebied is voorzien van een bouwvlak. De aanduiding ‘glastuinbouw’ verzekert dat er uitsluitend een glastuinbouwbedrijf mag worden opgericht. In de planregels is het gebruik van verwarmde glasopstanden en assimilatieverlichting uitgesloten. Aan het uitbreidingsgedeelte is de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – uitsluitend kassen toegestaan’ toegekend. Hier is verzekerd dat hier uitsluitend kassen mogen worden opgericht, geen andere gebouwen ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf. Qua maatvoering is aangesloten op het in bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas”. Assimilatieverlichting en verwarmde glasopstanden zijn specifiek uitgesloten. Ook is in de strook van 50 m breed, grenzend aan nieuw te bouwen varkensstallen, de teelt van verzuringsgevoelige gewassen uitgesloten. Een voorwaardelijke bepaling is opgenomen om de landschappelijke inpassing de locatie te waarborgen. Het gebruik ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf is pas toegestaan indien de landschappelijke inpassing, zoals beschreven en goedgekeurd door de kwaliteitscommissie, aangelegd wordt en in stand wordt gehouden.
Leiding – Brandstof (artikel 4) Dwars door het plangebied ligt een ondergrondse olietransportleiding. Activiteiten die een belemmering kunnen vormen voor het functioneren van deze leiding worden tegengehouden door de leidingbeheerder. Gebouwen en werkzaamheden binnen deze dubbelbestemming mogen derhalve alleen worden opgericht en uitgevoerd na een goedkeuring van Burgemeester en Wethouders, met dien verstande dat de leidingbeheerder een schriftelijke goedkeuring heeft afgegeven. Leiding – Water (artikel 5) Dwars door het plangebied ligt een waterleiding. Activiteiten die een belemmering kunnen vormen voor het functioneren van deze leiding worden tegengehouden door de leidingbeheerder. Gebouwen en werkzaamheden binnen deze dubbelbestemming mogen derhalve alleen worden opgericht en uitgevoerd na een goedkeuring van Burgemeester en Wethouders, met dien verstande dat de leidingbeheerder een schriftelijke goedkeuring heeft afgegeven. Waterstaat – Profiel van vrije ruimte (artikel 6) De voor ‘Waterstaat – Profiel van vrije ruimte’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere door voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming, beheer en onderhoud van primaire watergangen, overeenkomstig de Keur van het waterschap.
Algemene, slot- en overgangsregels Deze artikelen bevatten de bepalingen die op het hele plangebied betrekking hebben en burgemeester en wethouders de mogelijkheid bieden flexibiliteit in het plangebied te betrachten.
Vastgesteld
55
Gegenereerd met ISL3a Versie 2020_1 , Rekenhart Release 2 april 2020
(c) DNV GL
Gebiedsgegevens Berekend op: 2020/06/12
Naam van deze berekening: maximale mogelijkheden
11:46:33
Project: Effect fijn stof veehouderij Willems op fase III Vissers Plant Innovators RD X coordinaat: 196 692
Lengte X: 1509
Aantal Gridpunten X: 20
RD Y coordinaat: 382 340
Breedte Y: 1509
Aantal Gridpunten Y: 20
Berekende ruwheid: 0.157
Eigen ruwheid
Type Berekening: PM10
Eigen ruwheid: 0.000
Rekenjaar:2020
Soort Berekening: Contour
Toets afstand: n.v.t.
Onderlinge afstand: n.v.t.
Uitvoer directory: L:\Projecten\02. Actief\Vissers Plant Innovators America\Nieuwe Peeldijk 36 America\BP fase III RD X Coord.
RD Y Coord.
Concentratie
Overschrijding
[m]
[m]
[microgram/m3]
[dagen]
hoek bouwvlak 1
197 609
383 216
22.79
10.5
hoek bouwvlak 2
197 459
383 321
18.12
6.3
Te beschermen object Naam:
Brongegevens Naam : luchtwasser 1 stal 2 en 3
Type: AB
RD X Coord.: 197 601
RD Y Coord.: 383 210
hoogte van emissiepunt:
5.00
Emissie:
0.00177
verticale uittreesnelheid:
2.40
diameter van emissiepunt:
2.71
X-coord. zwaartepunt van gebouw: 197 601
hoogte van gebouw: 3.9
temperatuur van emisstroom:
285.00
Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 383 057
Naam : luchtwasser 2 stal 4 en 5
lengte van gebouw:
76.80
breedte van gebouw:
34.70
orientatie van gebouw:
51.00
Type: AB
RD X Coord.: 197 601
RD Y Coord.: 383 210
Emissie:
0.00156
hoogte van emissiepunt:
5.00
verticale uittreesnelheid:
4.06
diameter van emissiepunt:
2.71
X-coord. zwaartepunt van gebouw: 197 446
temperatuur van emisstroom:
285.00
Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 383 043
hoogte van gebouw: 3.9
Naam : luchtwasser 3 stal 8
lengte van gebouw:
65.10
breedte van gebouw:
33.40
orientatie van gebouw:
51.00
Type: AB
RD X Coord.: 197 601
RD Y Coord.: 383 210
hoogte van emissiepunt:
7.50
Emissie:
0.00491
verticale uittreesnelheid:
10.00
diameter van emissiepunt:
2.25
X-coord. zwaartepunt van gebouw: 197 511
hoogte van gebouw: 8.4
temperatuur van emisstroom:
285.00
Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 383 220 lengte van gebouw:
Naam : luchtwasser 4 stal 8
148.00
breedte van gebouw:
96.50
orientatie van gebouw:
145.00
Type: AB
RD X Coord.: 197 601
RD Y Coord.: 383 210
hoogte van emissiepunt:
7.50
Emissie:
0.00491
verticale uittreesnelheid:
10.00
diameter van emissiepunt:
2.25
X-coord. zwaartepunt van gebouw: 197 511
temperatuur van emisstroom:
285.00
Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 383 220
Date: 12-06-2020
Time: 11:46:36
hoogte van gebouw: 8.4
Page 1
Gegenereerd met ISL3a Versie 2020_1 , Rekenhart Release 2 april 2020
(c) DNV GL
lengte van gebouw:
Naam : luchtwasser 5 stal 9
148.00
breedte van gebouw:
96.50
orientatie van gebouw:
145.00
Type: AB
RD X Coord.: 197 601
RD Y Coord.: 383 210
hoogte van emissiepunt:
7.50
Emissie:
0.00340
verticale uittreesnelheid:
10.00
diameter van emissiepunt:
1.80
X-coord. zwaartepunt van gebouw: 197 511
hoogte van gebouw: 8.4
temperatuur van emisstroom:
285.00
Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 383 220 lengte van gebouw:
Naam : luchtwasser 6 stal 9
148.00
breedte van gebouw:
96.50
orientatie van gebouw:
145.00
Type: AB
RD X Coord.: 197 601
RD Y Coord.: 383 210
hoogte van emissiepunt:
7.50
verticale uittreesnelheid:
10.00
Emissie:
0.00340
hoogte van gebouw: 8.4
diameter van emissiepunt:
1.80
X-coord. zwaartepunt van gebouw: 197 511
temperatuur van emisstroom:
285.00
Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 383 220
Date: 12-06-2020
Time: 11:46:36
lengte van gebouw:
148.00
breedte van gebouw:
96.50
orientatie van gebouw:
145.00
Page 2
Gegenereerd met ISL3a Versie 2020_1 , Rekenhart Release 2 april 2020
Date: 12-06-2020
Time: 11:46:36
(c) DNV GL
Page 3
From: Geert van Lankveld <G.vanLankveld@waterschaplimburg.nl> Sent: dinsdag 24 december 2019 14:20:47 To: gemeente_HadM Cc: Subject: BP Nieuwe Peeldijk 36, fase 3, America
Geachte heer, mevrouw, Vissers Plant Innovators wenst het bestaande bouwvlak ter plaatse van Nieuwe Peeldijk 36, America met 5,7 ha uit te bereiden (fase III). Voor de fasen I en II zijn in het verleden (2017 – 2018) reeds ruimtelijke procedures gevolgd. Bij deze fasen is in de waterparagraaf uitgegaan van de uitgangspunten zoals die op dat moment van kracht waren (50 mm berging). Sinds 1 april 2019 is het beleid van het waterschap afgestemd op klimaatverandering. Dit betekent dat het waterschap voor nieuwe verharding een berging eist van 100 mm (regenbui in 24 uur). Dit is dus het dubbele van de in het verleden geldende hoeveelheid. De (duurzame) leegloop mag 2 l/s bedragen. Ik verzoek u de waterparagraaf (voor fase III) op dit onderdeel aan te (laten) passen. Voor zover eerder fasen nog niet zijn uitgevoerd verzoek ik eveneens hiervoor alsnog de nieuwe norm toe te passen. Dit betekent dat de (aanwezige) bergingsvoorziening mogelijk vergroot dient te worden. Ik verzoek u bij eventuele vervolg correspondente het zaaknummer 2019-Z9699 te vermelden.
Met vriendelijke groet, Geert van Lankveld Adviseur vergunningen en plantoetsing +31 615834756
==sig==
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RroNvbJyQaDV (28 januari 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Vissers Plant Innovators
Nieuwe Peeldijk 36, 5966 NB America
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bestemmingsplan fase III
RroNvbJyQaDV
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
28 januari 2020, 10:52
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
105,01 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Bouwfase uit te breiden glastuinbouwbedrijf Nieuwe Peeldijk 36 America (fase III)
Situatie 1
RroNvbJyQaDV (28 januari 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Bouwverkeer Wegverkeer | Buitenwegen
Bouwplaats Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
10,21 kg/j
-
94,80 kg/j
RroNvbJyQaDV (28 januari 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Zwaar vrachtverkeer
425,0 / jaar NOx NH3
4,95 kg/j < 1 kg/j
Middelzwaar vrachtverkeer
510,0 / jaar NOx NH3
5,26 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx
Voertuig
Resultaten
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
STAGE III B, 130 – Bouw kas 560 kW, bouwjaar 2011/01, Cat. L
8.550
Situatie 1
Bouwverkeer 198550, 383889 10,21 kg/j < 1 kg/j
Bouwplaats 197656, 383320 94,80 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
NOx
94,80 kg/j
RroNvbJyQaDV (28 januari 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200113_49aab7f583 Database versie 49aab7f583 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
RroNvbJyQaDV (28 januari 2020) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RSKLZ5Wua393 (03 februari 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Vissers Plant Innovators
Nieuwe Peeldijk 36, 5966 NB America
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bestemmingsplan fase III
RSKLZ5Wua393
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
03 februari 2020, 10:38
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
10,81 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruiksfase volledig afgerond glastuinbouwbedrijf Nieuwe Peeldijk 36 America (fase III)
Situatie 1
RSKLZ5Wua393 (03 februari 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Verkeer Wegverkeer | Buitenwegen
Gasverbruik kantoor Wonen en Werken | Kantoren en winkels
Vrachtwagens stationair Wegverkeer | Buitenwegen
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
6,82 kg/j
-
3,70 kg/j
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RSKLZ5Wua393 (03 februari 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Verkeer 198592, 384035 6,82 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
1.000,0 / jaar NOx NH3
5,73 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Licht verkeer
2.000,0 / jaar NOx NH3
1,09 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Gasverbruik kantoor 197909, 383610 11,0 m 0,1 ha 5,5 m 0,014 MW Standaard profiel industrie 3,70 kg/j Vrachtwagens stationair 197893, 383622 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
1.000,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RSKLZ5Wua393 (03 februari 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200113_49aab7f583 Database versie 49aab7f583 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
RSKLZ5Wua393 (03 februari 2020) pagina 5/5