08c.2 Toelichting bijlage 2 - QS Flora en fauna
Tekst van het document
QUICK SCAN FLORA EN FAUNA
Stationsstraat 140, Hegelsom
Datum
: 27 september 2021
Rapportnummer
: 221-HSt140-nw-v2
Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519
Project
: Quick scan flora en fauna in de omgeving Stationsstraat 140 te Hegelsom
Opdrachtgever
: Arvalis
Datum rapport
: 27 september 2021
Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat
: NEN-EN-ISO 9001, 2015 : -: EC-KWA-00044
Projectleider Collegiale toets
: Dhr. Ir. W.A. van Aerle : Mevr. Ing. A. van der Vleuten
Voor akkoord: W.A. van Aerle
Voor akkoord: A. van der Vleuten
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
Inhoudsopgave Hfdst.
Titel
Blz.
1.
Inleiding
1
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Inventarisatie flora en fauna Algemeen Beschrijving literatuuronderzoek Natuurnetwerk Nederland Vleermuizen Veldonderzoek door M&A Informatie door de KNNV Resultaten literatuuronderzoek Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling
2 2 4 5 6 7 8 9 10
3.
Conclusie
13
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
: Situatietekening en luchtfoto : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving : Natuurgegevens provincie Limburg
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
1. Inleiding Op 15 juni 2021 is door Arvalis aan M&A Omgeving BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een quick scan flora en fauna voor de sloop van een aantal gebouwen en verhardingen en de nieuwbouw van een woning op het perceel aan de Stationsstraat 140 in Hegelsom. De bestemming van de locatie wordt bovendien gewijzigd van agrarisch naar wonen.
Figuur : Te slopen gebouwen (blauw) en verhardingen (rood)
In verband met de sloop, nieuwbouw en ruimtelijke procedure op de locatie dient te worden aangetoond dat er geen negatieve consequenties gelden voor de natuurwaarden in het gebied. De onderzoekslocatie is gesitueerd in het buitengebied ten zuiden van de bebouwde kom van Hegelsom.
1
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
Figuur : Nieuw woonperceel (geel) met het nieuwe bouwvlak (blauw)
Dit natuurwaardenonderzoek beschrijft of het voornemen van de sloop en nieuwbouw consequenties kunnen hebben voor de in het gebied aanwezige beschermde flora en fauna en met name voor jaarrond beschermde soorten. De luchtfoto en situatietekening van de locatie is weergegeven in bijlage 1.
2
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
2. Inventarisatie flora en fauna 2.1 Algemeen In dit onderzoek zijn de huidige natuurwaarden onderzocht middels actuele literatuurgegevens. Hiervoor kan op een drietal manieren informatie worden verkregen: 1. Literatuuronderzoek door gegevens op te vragen bij het Natuurhistorisch Genootschappen, de provincie, SOVON, Vlinderstichting, RAVON, FLORON, VZZ en EIS. 2. Literatuuronderzoek middels het nemen van contact met plaatselijke natuur- en milieu instanties als IVN-afdelingen, vogelwachten, kringen van het Natuurhistorisch Genootschap etc. 3. Aanvullende hierop, het uitvoeren van een veldonderzoek. In onderhavige situatie zijn in eerste instantie stappen 1 en 3 uitgevoerd. Het opnemen met plaatselijke natuurverenigingen was ons inziens in dit geval niet noodzakelijk, daar de inventarisatie voldoende duidelijke gegevens opleverde. Algemeen doel van het onderzoek is een beeld te krijgen van de aanwezige flora en fauna. Daarbij is de nadruk gelegd op beschermde, bedreigde en schaarse soorten en soorten die specifieke milieuomstandigheden indiceren.
3
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
2.2 Literatuuronderzoek Bij het literatuuronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd; 1. Het Natuurloket (SOVON, De Vlinderstichting, RAVON, EIS Nederland, FLORON, VZZ, BLWG, NMV) 2. Ministerie EZ; Vogel- en Habitatrichtlijngebieden 3. Natuurnetwerk Nederland (natuurbeheerplan Provincie Limburg) 4. Natuurbeheerplan van de gemeente Horst en Maas 5. Wet natuurbescherming (van kracht per 1-1-2017) Vervolgens is gekeken naar de status van de waarnemingen binnen de Wet natuurbescherming (Wnb), Commissie van Bern en de Nederlandse Rode Lijst. Voor deze en een aantal extra soorten geldt het “Nee, tenzij” principe als deze soorten in het plangebied voorkomen en bij ingrepen die het leefgebied aantasten. Indien beschermde vogel- en/of zoogdiersoorten voorkomen, gelden binnen de Wet natuurbescherming bij de aanleg van een nieuwe functie in een gebied de voorwaarden van hoofdstuk 3. Hierin wordt voor soorten volgens de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn het verbod om dieren te doden en verwonden, te verontrusten en de nesten, holen of andere voortplantings- of vaste verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren, te beschadigen of weg te nemen. Dit betekent voor permanente nest- en/of verblijfplaatsen van beschermde soorten dat altijd een ontheffing van de Wnb aangevraagd dient te worden bij Gedeputeerde Staten.
Binnen het broedseizoen wordt geen ontheffing verleend voor de verstoring hiervan. Voor beschermde soorten die alleen in het broedseizoen op de locatie nestelen en/of verblijven, betekent dit dat geen bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in deze periode. Over het algemeen betreft deze periode het voorjaar en begin van de zomer, globaal van 15 maart tot 15 juli. Indien binnen deze periode bouw- en / of sloopwerkzaamheden worden verricht, dan moet een ontheffing in het kader van de Wnb bij Gedeputeerde Staten worden aangevraagd.
4
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
2.3 Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. In de omgeving van de bouwlocatie zijn geen ecologische verbindingszones of Natura 2000 gebieden aanwezig. De gronden van de onderzoekslocatie zijn niet aangewezen als gewenste nieuwe natuur of te verwerven percelen in het kader van natuurbeheer. De afstanden tot de EVZ en beschermde natuurgebieden zijn voldoende groot, om te kunnen stellen dat de invloed van de nieuwbouw op het perceel niet relevant is voor genoemde gebieden. Via de Atlas Limburg zijn de gegevens van inventarisaties van broedvogels bestudeerd. Uit de laatste inventarisatieronde (2014) zijn op het perceel geen waarnemingen gedaan, maar in de directe omgeving is de Ekster gespot.
5
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
2.4 Vleermuissoorten De meest voorkomende soorten in Nederland volgens de ‘Verspreidingsatlas vleermuizen’, maar ook in het betreffende gebied, zijn de Bruine Grootoorvleermuis, de Gewone Dwergvleermuis en de Ruige Dwergvleermuis. Verder komen in de regio de Laatvlieger, Rosse Vleermuis en Baardvleermuis veelvuldig voor in de bebouwde omgeving.
Gewone Dwergvleermuis
Bruine Grootoorvleermuis
De vleermuissoorten hebben een divers leefgebied (bossen, begroeide landschappen, nabij open water etc.). Vleermuizen hebben hun habitat (winter-, kraam-, zomer- en paar-verblijfplaatsen) vaak in bebouwing, bomen of opgaande gewassen. Foerageergebieden en vlieg-/migratieroutes zijn afhankelijk van landschappelijke kenmerken zoals water, lijnvormige landschapselementen (kust, dijken, duinen, rivierdalen en waterpartijen) en kleinschalige groenelementen (parken, kleine bossen). Mogelijke verblijfplaatsen van de zoogdieren zijn gebouwen, bomen, grotten, groeves, kelders, bruggen, tunnels of andere objecten met ruimte.
6
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
2.5 Veldonderzoek door M&A Op 1 juli 2021 zijn veldonderzoeken uitgevoerd op de onderzoekslocatie, door W.A. van Aerle. De heer van Aerle heeft deskundigheid op het gebied van flora en fauna en in het bijzonder in inheemse zoogdieren en broedvogels. De buitentemperatuur bedroeg op 1 juli 2021 ongeveer 22 °C, luchtvochtigheid 70% en 3/8 bewolkingsgraad. Er was geen neerslag. In de avondperiode bedroeg de temperatuur nog 15 °C. Broedvogelsoorten Tijdens de veldbezoeken is gekeken naar flora en fauna. Daarbij is op de locatie van de te slopen gebouwen (stal, werktuigenloods, sleufsilo’s en verhardingen) rastermatig het gebied verkend. De milieuhinder (geluid, geur, luchtkwaliteit, licht etc.), door de sloop en de latere nieuwbouw van een woning op het perceel, zal reeds op een afstand van 100 meter minimaal zijn. Eventuele natuurwaarden op grotere afstand zullen geen enkele invloed meer ondervinden van de werkzaamheden. Tijdens het veldonderzoek zijn een aantal inheemse soorten (Koolmees, Roodborst, Houtduif, Tortelduif, Zwarte Kraai, Spreeuwen) waargenomen. Tijdens het veldonderzoek in de dagperiode zijn geen verblijfplaatsen / nesten van jaarrond beschermde soorten zoals bijvoorbeeld Huismussen of Gierzwaluwen waargenomen. De bedrijfswoning en achtergelegen bijgebouw zijn onderzocht op eventuele nesten / verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen. Hierbij is niets aangetroffen.
Bij de inventarisatie is ook speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten, zoals uitwerpselen en achtergelaten nestmateriaal. Kieren en gaten in de muren van de stal / werktuigenstalling en de aansluitingen van de muren op de daken zijn met behulp van een camera (Novascope) geïnspecteerd. Hierbij is gelet op aanwezigheid van soorten, nesten en sporen van broedvogels en vleermuizen. Hierbij zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van fauna.
7
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
Vleermuizen Bij het veldbezoek is met name speciaal gelet op de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen. Deze zijn echter niet aangetroffen in de te slopen bebouwing. Op de onderzoekslocatie is verder weinig begroeiing aanwezig. Bij het veldbezoek op 1 juli in de avondperiode (van 18.30 uur tot ongeveer 22.00 uur) is gebruik gemaakt van een vleermuisdetector van het type Baton en een laptop met BatScan-software voor het herkennen van vleermuisspectra. Met de detector zijn ter plaatse van het onderzoeksperceel geen waarnemingen van vleermuissoorten gedaan. In de omgeving zijn wel waarnemingen gedaan van de Gewone Dwergvleermuis. Het gebruik van de detector in de avondperiode is uitgevoerd om te verifiëren of er sprake is van vleermuizen die de bebouwing op het perceel gebruiken als verblijfplaats. Dit is hier niet het geval. Ons inziens is geen verder onderzoek noodzakelijk volgens het vleermuisprotocol van het NGB. Andere hulpmiddelen, zoals een mistnetonderzoek of boomcamera zijn niet toegepast omdat met onderhavig onderzoek reeds voldoende informatie is verkregen over de aanwezigheid van vleermuizen.
8
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
2.6 Informatie door het KNNV Bij het KNNV te Zeist, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, een vereniging voor veldbiologie, is navraag gedaan over informatie met betrekking tot natuurdata over de locatie Stationsstraat 140 in Hegelsom. Uit dit telefonisch contact is duidelijk geworden dat de vereniging van de omgeving geen nadere natuurinformatie heeft.
9
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
2.7 Resultaten literatuuronderzoek 2.7.1 Vogel- en Habitatrichtlijngebieden Via het ministerie van EZ zijn de Vogel- en Habitatrichtlijnkaarten beschouwd en hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen Natura 2000 gebieden in de omgeving aanwezig zijn. De ontwikkelingen op het perceel hebben gezien de afstand tot het gebied geen invloed op beschermde natuurgebieden.
2.8. Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling De fysieke ontwikkeling ter plaatse betreft de sloop van een stal en werktuigenstalling op het noordwestelijk deel van het perceel en de realisatie van een bouwvlak voor een nieuwe woning op dit gedeelte. Het aantal verkeersontwikkelingen zal door de werkzaamheden uiteindelijk afnemen. De emissie van geluid, geur of stof zal door de nieuwe ontwikkeling ruimschoots binnen de te stellen normering blijven. Per natuursoort zal worden aangegeven wat de invloed van de ontwikkeling is op de mogelijk voorkomende natuursoorten zal zijn. Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten planten aangetroffen. Er is dus geen invloed van de ontwikkeling hierop. Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is als onderdeel van het foerageergebied. Er is weinig begroeiing aanwezig op het perceel, zodat broedplaatsen op het perceel schaars zijn. Er zijn tijdens het veldonderzoek een aantal inheemse soorten waargenomen. Er zijn in de te slopen bebouwing geen broed- / verblijfplaatsen aanwezig. De stal is namelijk zodanig geïsoleerd dat deze volledig afgesloten was van de buitenlucht i.v.m. ongediertebestrijding. Omdat bij de inventarisatie geen beschermde soorten zijn waargenomen, is het niet waarschijnlijk dat verstoring optreedt bij de werkzaamheden.
10
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
In de nieuwe situatie blijven de foerageermogelijkheden aanwezig, zodat er netto geen wijzigingen in het gebied optreden. Ook in de omgeving blijven ruimschoots voldoende mogelijkheden over, zodat de invloed op de vogels buiten het broedseizoen te verwaarlozen is. Zoogdieren Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor grondgebonden zoogdieren, omdat het akkerbouwperceel regelmatig wordt bewerkt. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen sporen aangetroffen van beschermde zoogdieren. Rondom het plangebied zijn geen sporen of mogelijk verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. De te slopen bebouwing is hierop degelijk onderzocht. Het is wel mogelijk dat het gebied wordt gebruikt als foerageergebied. De werkzaamheden tijdens de sloop en nieuwbouw zullen dus geen verstoring betekenen van eventueel vleermuizen. Ook hiervoor geldt dat er voldoende mogelijkheden in de directe omgeving resteren, zodat de invloed van de ontwikkeling op genoemde soorten als klein beschouwd kan worden. Reptielen en amfibieën Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat de omgeving van het onderzoeksgebied niet geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel reptielen als amfibieën. De voorwaarde hiervoor is de aanwezigheid van water in de onmiddellijke nabijheid en dat is hier niet het geval.
Voor reptielen die op droge gronden habiteren is het perceel en omgeving minder geschikt, vanwege het feit dat het perceel grotendeels verhard is en de tuin en akkerland met regelmaat worden bewerkt. Vlinders en libellen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksperceel zelf minder geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel vlinders als libellen, vanwege het ontbreken van waadplanten op het perceel. In de omgeving van het onderzoeksgebied is wel een juiste biotoop voor vlinders en libellen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd.
11
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
Mieren en kevers of overige ongewervelden Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor beschermde soorten kevers, omdat er geen geschikte biotopen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van beschermde soorten mieren is de aanwezigheid van open naaldbossen een voorwaarde. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd. Ook hier geldt dat de ontwikkeling op het perceel geen invloed heeft op de aanwezigheid van mieren, kevers of overige ongewervelden in het gebied. Vissen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat in de omgeving van het onderzoeksgebied geen vissen kunnen voorkomen, omdat er geen water in de directe nabijheid aanwezig is.
12
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
3. Conclusie Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen, broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie Natuurloket). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens het veldbezoek in juli 2021 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten (waaronder jaarrond beschermde soorten, zoals bijvoorbeeld Huismussen, Gierzwaluwen, uilen en vleermuisssoorten). Het veldonderzoek, uitgevoerd in de dag- en avondperiode op 1 juli 2021, is binnen het broedvogelseizoen uitgevoerd. Desondanks is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten, achtergebleven nestmaterialen en vraatsporen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. Het veldonderzoek kan daarom als vrij uitvoerig worden beschouwd. Bij de inventarisatie is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen, keutels en vraatsporen.
De kieren en openingen in de te slopen bebouwing zijn onderzocht met een camera (Novascope) en hierbij zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor verblijfplaatsen van fauna. De afstanden tot de ecologische verbindingszones en waardevolle natuurgebieden zijn voldoende groot om te kunnen stellen dat de ontwikkelingen in het plangebied een positieve invloed zullen hebben op deze gebieden. Door de sloop van de bebouwing, de ruimtelijke procedure voor de realisatie van de woon bestemming en de realisatie van een nieuwe woning op het perceel, wordt het karakter van het gebied in positieve wijze beïnvloed. Het open karakter in de omgeving wordt versterkt door de plannen. Er verdwijnen geen verblijfs- of broedmogelijkheden.
13
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden. Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.
14
Stationsstraat 140, Hegelsom
Bijlage 1 : Situatietekening en luchtfoto
M&A Omgeving BV
Luchtfoto locatie Stationsstraat 140 Hegelsom
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
Bijlage 2 : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving
Woning en bijgebouw
Te slopen stal en werktuigenstalling
Te slopen stal en werktuigenstalling
Stationsstraat 140, Hegelsom
M&A Omgeving BV
Bijlage 3 : Natuurgegevens provincie Limburg