08a rv Geurverordening
Tekst van het document
raadsvoorstel onderwerp
RV Actualisatie geurverordening met geurgebiedsvisie en beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur
datum raad
8 oktober 2024
portefeuillehouder
bladnummer 2024.077
clustermanager
agendapunt
behandeld door
8
H.J.A.C Beurskens
Voorstel
1. De geurverordening met geurgebiedsvisie vast te stellen 2. De inspraaknota bij de geurgebiedsvisie en geurverordening vast te stellen
Aanleiding De gemeente Horst aan de Maas is een agrarische gemeente met veel veehouderijen. We zijn trots op deze sector en de raad stelde in 2021 een visie op de veehouderij vast waarin de raad zich als doel stelde om een gezonde sector te behouden, dat veehouderijen op toekomstbestendige locaties liggen en een afname van geur, -ammoniak, -en fijnstofemissies is gehaald. Met dit voorstel wordt de actualisatie van de geurverordening met geurgebiedsvisie aan de raad voorgelegd waarin rekening wordt gehouden met ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderijen en een gezonde leefomgeving voor inwoners van Horst aan de Maas. Op 27 augustus stelde het college de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur vast (ter informatie bijgevoegd) waarin hier ook al rekening mee is gehouden. Bij het vaststellen van de visie veehouderij nam de raad een motie aan; “Actualisatie geurvisie met een voorstel voor maximale geurnormen ter besluitvorming aan de raad voorleggen”. Hierbij gaf de raad aan te streven naar de gezondheidskundige advieswaarden van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) met als doel inwoners beter te beschermen tegen de mogelijke negatieve gevolgen van geuroverlast. De motie werd met grote meerderheid door de raad aangenomen.
Het proces voor de actualisatie van het geurbeleid (geurverordening met geurgebiedsvisie en beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur) is afgerond. Volgens de wettelijke procedure hiervoor heeft de geurverordening met geurgebiedsvisie eerst in concept ter inzage gelegen. De ingediende inspraak is verwerkt in het voorstel.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 2 van 6
vervolg raadsvoorstel
Beoogd resultaat De actualisatie van het geurbeleid kent met de geurgebiedsvisie, geurverordening en beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur drie onderdelen en behelst een actualisatie van deze onderdelen ten opzichte van 2020. De belangen van veehouderijen en de omgeving van veehouderijen zijn afgewogen. Bij de normering en beleidsuitgangspunten is rekening gehouden met de advieswaarden van de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). De actualisatie draagt bij aan de doelstellingen uit de visie veehouderij waarbij de raad streeft naar veehouderijen op een toekomstbestendige locatie en naar, een afname van emissies waarbij sprake blijft van een gezonde economische sector in balans met de omgeving. Argumenten 1.1. De huidige geurgebiedsvisie, geurverordening en beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur is aan een herijking toe door jurisprudentie in relatie tot geur, beleidsrichtingen van het rijk en een maatschappij die vraagt om strengere normering en om een acceptabel woon en leefklimaat te bereiken. Het geurbeleid tot nu is gebaseerd op de Wet geurhinder en veehouderij en vooral bij nieuwe ontwikkelingen bij veehouderijen zijn er sturingsmogelijkheden voor het college. Het percentage bestaande overbelaste situaties (met te veel geurbelasting voor omwonenden) is echter significant.
Inzichten veranderen en het maatschappelijk speelveld kijkt anders tegen de sector aan. Met de huidige transitie van het landelijk gebied, de doelstelling “afname geuruitstoot” uit de visie veehouderij in combinatie met recente rechtsuitspraken komen meer sturingsmogelijkheden en is het ook wenselijk om het geurbeleid te herzien. Deze sturingsmogelijkheden verankeren we met de actualisatie van het geurbeleid. In 2025 wordt de Omgevingsvisie naar verwachting ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. In de jaren daarna volgen de programma’s en het omgevingsplan waarin ook wat betreft geur gebiedsgericht grenswaarden kunnen worden vastgesteld. Door te wachten op het toekomstige omgevingsplan blijft echter de eerder beschreven onwenselijke situatie bestaan met te veel significant overbelaste situaties. Door nu een nieuwe geurverordening met strengere normen vast te stellen voorkomt de raad dit ongewenst effect. 1.2. De raad gaf met de motie “Actualisatie geurvisie met een voorstel voor maximale geurnormen ter besluitvorming aan de raad voorleggen” het college opdracht om een voorstel uit te werken en de huidige geurverordening 2020 te actualiseren waarbij gestreefd wordt naar de advieswaarden van de GGD. Met de voorliggende geurverordening met geurgebiedsvisie voldoet het college aan deze opdracht. 1.3.
Met de geactualiseerde geurverordening met geurgebiedsvisie en beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur blijven ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderijen bestaan. Met de aanscherping van de normen zullen bedrijven, die nu voor overbelaste situaties zorgen of met de huidige bedrijfsvoering niet meer kunnen voldoen aan de nieuwe norm, mogelijk worden beperkt in hun uitbreidingsmogelijkheden. De beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur voorziet echter in ontwikkelingsmogelijkheden door: - De zogenaamde 50/50 regeling uit de Wet geurhinder en veehouderij. Ondanks dat de regeling met het geactualiseerde beleid wordt beperkt blijven ontwikkelingen voor bedrijven, die niet aan de normering voldoen, mogelijk. Dit geldt natuurlijk ook voor bedrijven die wel voldoen aan de norm.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 3 van 6
vervolg raadsvoorstel
-
De mogelijkheid voor bedrijven om gebruik te kunnen blijven maken van hun huidige vergunning als ze niet ontwikkelen of uitbreiden en geen bovenmatige geurbelasting veroorzaken. Hiermee wordt gestuurd op een afname van geur bij toekomstige ontwikkelingen en bij bestaande sterk overbelaste situaties maar blijven ontwikkelingen mogelijk op plekken waar dat kan. Zo ontstaat een situatie tussen veehouderij en omgeving die meer in balans is. In het beleid is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen als bij een ruimtelijk initiatief, met uitzondering van de toetswaarde in de beleidsregel, de beoordeling van de overige omgevingsaspecten wel positief uitvalt. Er kan dan overwogen worden om gemotiveerd van deze toetswaarde af te wijken ten einde via een procedure mee te werken aan het ruimtelijke initiatief. Een voorstel hiervoor wordt per casus met motivering aan het college voorgelegd
1.4. De GGD advieswaarden doen meer recht aan de huidige inzichten over geuremissies door veehouderijen in relatie tot ervaren overlast en gezondheidseffecten Geurhinder is belastend voor de mensen in de omgeving van veehouderijen. De GGD gaf hiervoor advieswaarden af waarmee gemeenten rekening kunnen houden in hun beleid en bij het verlenen van vergunningen. Gelet op de gezondheidskundige advieswaarden van de GGD is een actualisatie van het geurbeleid nodig. Te veel geur heeft bewezen negatieve gevolgen voor de gezondheid van mensen. De GGD advieswaarden houden rekening met de gezondheid van mensen. De huidige normering uit de Geurverordening en Wet geurhinder zijn hoger dan die van de GGD. Een aanscherping van de geurnormen ligt hiermee voor de hand. 1.5. Gezondheid speelt een belangrijke rol bij de omgevingsvisie Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking. Eén van de uitgangspunten van de Omgevingswet is een gezonde leefomgeving. Een instrument voor gemeenten om aan de gezonde leefomgeving te werken is de omgevingsvisie. Naar verwachting wordt in 2025 de omgevingsvisie ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. De actualisatie van de geurgebiedsvisie, geurverordening, -en beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur vormen de input voor dit onderwerp in de omgevingsvisie van Horst aan de Maas en de verdere uitwerking in de programma’s en het omgevingsplan. 1.6.
Het proces tot aan dit voorstel is zorgvuldig doorlopen, conceptstukken lagen ter inzage en zijn besproken met diverse stakeholders en belanghebbenden. Binnen het programma rondom de visie veehouderij en het uitvoeringsprogramma bij de visie veehouderij is een klankbordgroep opgericht. De raad is hiermee bekend en de klankbordgroep is uitgebreid geïnformeerd over de inhoud en het voorstel. Het voorstel is actief toegestuurd aan de leden. Er was geen consensus binnen de klankbordgroep maar wel draagvlak voor het proces en input is zoveel als mogelijk verwerkt. Met buurgemeenten is het voorstel besproken en opmerkingen zijn zoveel als mogelijk verwerkt. Verder hebben de conceptstukken 8 weken ter inzage gelegen, bekend gemaakt via het Gemeenteblad, -en kon inspraak geleverd worden. Dit is twee weken langer dan gebruikelijk. Omdat de feestdagen ertussen zaten en het een belangrijk onderwerp is heeft het college hiervoor gekozen.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 4 van 6
vervolg raadsvoorstel
Aanvullend aan de inspraak is nog overleg gevoerd met enkele partijen om verdiepende vragen te kunnen beantwoorden of de conceptreactie op inspraak te bespreken. Ook met de raad zijn extra bijeenkomsten gehouden om technische en inhoudelijke vragen te kunnen beantwoorden. 1.7. Inspraakreacties geven geen aanleiding om het voorstel aan te passen en kan conform concept beleid worden vastgesteld Er zijn door 9 partijen inspraakreacties ingediend en door één partij is een nagezonden reactie ingediend. De nagezonden reactie is verwerkt in de inspraaknota. Bij dit raadsvoorstel is een inspraaknota geurgebiedsvisie en geurverordening en ter informatie een inspraaknota beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur gevoegd waarin per zienswijze een overweging en antwoord wordt gegeven. Hoewel de inspraakreacties geen aanleiding geven om het conceptvoorstel aan te passen gaf deze op sommige punten wel aanleiding om enkele omissies te herstellen. Dat is gebeurd. De normering en kern van de geurverordening met geurgebiedsvisie en beleidsregel ruimtelijke ordening en geur is naar aanleiding van de inspraak echter niet gewijzigd. 1.8. Met de actualisatie is input voor de gebiedsprocessen binnen het Nationaal programma landelijk gebied en Limburgs programma landelijk gebied beschikbaar Het NPLG en LPLG geven richting aan het beleid voor gemeenten als het gaat om het landelijk gebied.
In Limburg is het uitgangspunt dat dit beleid samen met stakeholders en gebruikers van het gebied tot stand komt. Verder stelde de provincie Limburg naast de 10 doelen voor Natuur, water en klimaat nog 4 aanvullende doelen, waaronder leefbaarheid, vast. Geur is een belangrijk onderdeel van het leefbaarheidsdoel. Met het geactualiseerde geurbeleid levert de raad input hiervoor.
Kanttekeningen 1.1 Saneringsregelingen, opkoopregelingen en autonome ontwikkeling zorgen al voor afname geurbelasting. Hierdoor zou het beeld kunnen ontstaan dat Horst aan de Maas geurbeleid actualiseert en strenger maakt terwijl op veel plaatsen de overbelasting al vanzelf wordt opgelost. De resultaten van de regelingen en autonome ontwikkeling zijn er ook wel degelijk en is ook onderzoek gedaan. Rond kernen en bij overbelaste situaties zien we een afname in geurbelasting door bijvoorbeeld de Saneringsregeling varkenshouderijen. Deze afname zal zich waarschijnlijk nog verder doorzetten door het effect van huidige opkoopregelingen. De afname is echter onvoldoende om overal van een acceptabel woon,- en leefklimaat te kunnen spreken en er blijft sprake van overbelaste situaties. Ook willen we voorkomen dat in de toekomst de geursituatie weer kan verslechteren. De uiteindelijke resultaten van het rijksbeleid zijn nog onzeker. Er is nog veel onduidelijk over hoe het rijk en provincies de komende jaren gaan acteren. Gemeenten worden nu echter gehouden aan het waarborgen van een acceptabel woon en leefklimaat in hun gemeente. Met het geactualiseerde geurbeleid heeft het college daarom ook nu een sturingsinstrument in handen. Als rijksbeleid of autonome ontwikkeling bijdragen aan de doelen uit de visie veehouderij hoeft eigen instrumentarium minder te worden ingezet.
1.2 Actualisatie en aanscherping beperkt functieveranderingen
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 5 van 6
vervolg raadsvoorstel
Functieveranderingen bij vrijkomende agrarische bebouwing of woonbestemmingen komen verder onder druk te staan. Woningen worden beter beschermd tegen geuroverlast en veehouderijen worden beperkt in hun uitbreiding. Bij nieuwe woonbestemmingen is het ook moeilijker om een acceptabel woon, -en leefklimaat te garanderen (door strengere normering). Omdat de tijdsgeest erom vraagt is het echter wel nodig. Veehouderijen vragen en verdienen duidelijkheid en moeten op de lange termijn weten waar ze aan toe zijn. Met deze actualisatie biedt de raad die duidelijkheid voor de lange termijn. 1.3 De voorgestelde generieke normering voor de kernen en buitengebied kunnen tot beperkingen in ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen leiden Nadat het geactualiseerde geurbeleid in werking treedt toetsen we nieuwe initiatieven hieraan. De strengere geurnorm kan hierbij een beperkende factor bij ontwikkelingsmogelijkheden spelen. Een alternatief zou het stapsgewijs invoeren van strenger geurbeleid kunnen zijn naar de gewenste geurnormering. Door nu minder strenge geurnormen vast te stellen biedt de raad echter geen langjarig perspectief en gevraagde duidelijkheid. Verder voorkomen we “lock ins” door die duidelijkheid nu wel te bieden.
Als het college nu immers een vergunning verleent met een ruimere geurnorm moet een veehouderij erop kunnen vertrouwen hier nog een lange tijd mee vooruit te kunnen. 1.4 Bij de gerichte aanpak voor sterk overbelaste situaties bestaat het risico op schadeclaims en mogelijk juridische risico’s Onderdelen van de gerichte aanpak bij sterk overbelaste situaties zijn het nemen van geur reducerende maatregelen of het intrekken van vergunningen. De juridische basis hiervoor ligt in de Crisis en herstelwet die mee over is gegaan in de Omgevingswet. Met de gerichte aanpak lopen we als Horst aan de Maas voorop in Nederland en ervaringen zijn er dus nauwelijks. Bedrijven waarbij we de gerichte aanpak willen toepassen zullen zich beraden op juridische stappen en/of het indienen van claims voor de geleden financiële schade. Mogelijke oplossingsrichtingen en dekkingsmogelijkheden hiervoor worden nog onderzocht en apart aan het college en zo nodig raad voorgelegd. Daarnaast bestaat het risico dat de rechtbank bij een rechtsgang anders oordeelt dan het college bij een gerichte aanpak heeft besloten. Omdat er weinig ervaring is in Nederland is het nog onzeker hoe de rechter hier naar kijkt. Mocht blijken dat de gerichte aanpak vooralsnog juridisch niet haalbaar blijkt wordt hiervoor een aanpassing van het beleid voorgelegd.
1.5 Voor Grandorse zijn gebiedsgericht afwijkende afstandsnormen voorgesteld Grandorse is een hippisch complex. Op de hippische kavels in het gebied Grandorse wonen of verblijven/overnachten alleen mensen die een binding hebben met de hippische bedrijven en hippische activiteiten in het gebied. Een verkleining van de minimale vaste afstand tussen stallen op hippische kavels en gebouwen met een logiesfunctie ten dienste van de hippische bedrijven, biedt meer flexibiliteit bij de onderlinge ruimtelijke inpassing van de hippische kavels en wordt vanwege de specifieke functie van Grandorse aanvaardbaar geacht. 1.6 Bij de gebiedsgerichte voorstellen voor geurnormen zijn verschillende normen gehanteerd De normen in onder andere LOG Witveld en de klavers in Greenport wijken af van de generieke normen voor de kernen en het buitengebied. Aan de gebiedsgerichte normering liggen echter belangenafwegingen ten grondslag. In de geurgebiedsvisie is verder uitgewerkt wat deze afwegingen zijn en hoe ze tot stand zijn gekomen.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 6 van 6
vervolg raadsvoorstel
Financiële consequenties De actualisatie van de geurgebiedsvisie, geurverordening en beleidsregel ruimtelijke ordening en geur valt binnen de scope en budget van de visie veehouderij. Extra financiële maatregelen zijn tot aan het vaststellen van de geurgebiedsvisie en geurverordening niet aan de orde. Nadat het beleid van kracht is bekijken we per beleidsmaatregel of het nodig is hiervoor extra middelen te reserveren. Hiervoor wordt een apart voorstel aan college en raad voorgelegd. Vervolgtraject / communicatie Nadat de geurverordening met geurgebiedsvisie door de raad is vastgesteld worden deze stukken gelijktijdig met de door het college vastgestelde beleidsregel ruimtelijke ordening en geur gepubliceerd en treedt het nieuwe beleid in werking. Hiermee beschikt Horst aan de Maas over actueel geurbeleid. Het geactualiseerde geurbeleid levert belangrijke input voor de toekomstige omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplannen.
Burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas, De burgemeester, {HAND1}
De secretaris, {HAND}
drs. R.F.I. Palmen
drs. H. Mensink
Bijlagen 1. Geurverordening 2. Geurgebiedsvisie 3. Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur (ter informatie) 4. Inspraaknota geurgebiedsvisie en geurverordening 5. Inspraaknota beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur (ter informatie) 6. Bijlage Kern van het geurbeleid (ter informatie)
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50