07e Implementatiehandleiding model verordening gemeentelijke rekenkamer
Tekst van het document
Implementatiehandleiding bij de Model Verordening gemeentelijke rekenkamer (nieuw model, maart 2023)
In de implementatiehandleiding wordt ingegaan op de keuzes die gemeenten kunnen maken en bijbehorende afwegingen.
Algemeen De Model Verordening gemeentelijke rekenkamer kent diverse artikelen die facultatieve of nader door de gemeente in te vullen onderdelen of keuzemogelijkheden bevatten. In de tekst van de modelverordening en de daarbij behorende toelichting worden deze onderdelen weergegeven met behulp van de VNG Leeswijzer modelbepalingen. Deze implementatiehandleiding is opgesteld om te helpen bij het maken van die keuzes. Uiteraard is het gehele model in zekere zin facultatief, in die zin dat het instrument van een verordening enkel gebruikt moet worden voor zover dat in een individuele gemeente wenselijk is én dat het gemeenten vrij staat om een andere invulling te geven dan waarvoor in de modelverordening is gekozen. Verder kan onafhankelijk van de keuzes die specifiek worden aangegeven in de modelverordening, ook op andere punten worden gekozen voor lokaal maatwerk en kunnen bepalingen worden aangepast of toegevoegd. Gemeenten die ervoor kiezen om andere bepalingen dan de facultatieve bepalingen niet over te nemen, deze in gewijzigde vorm over te nemen of deze aan te vullen, moeten er zelf scherp op zijn dat deze keuzes in lijn zijn met de relevante regelgeving én dat deze stroken met de systematiek van de bepalingen die wel overgenomen worden. De modeltoelichting is zo opgesteld dat gemeenten deze kunnen overnemen als ze ook het bijbehorende artikel overnemen.
In de modeltoelichting zijn de facultatieve bepalingen dus eveneens als facultatief (cursief) aangemerkt. Afhankelijk van de gemaakte keuzes zullen ook bepaalde onderdelen van de toelichting wel of juist niet geschikt zijn voor overname. Voor een goed beeld dient de toelichting in samenhang met de VNG ledenbrief en de implementatiehandleiding gelezen te worden.
Gemeentewet De Gemeentewet geeft een regeling voor de decentrale rekenkamer. De gemeente mag daar bij verordening niet van afwijken. Het verdient dan ook aanbeveling om de hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en XIa (De bevoegdheid van de rekenkamer) van de Gemeentewet te bestuderen, alvorens de verordening op de rekenkamer op te stellen. In artikel 81a is bepaald dat gemeenten een lokale rekenkamer moeten instellen. De raad heeft hier twee mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is dat de raad een eigen onafhankelijke rekenkamer instelt. Een tweede mogelijkheid is om met een of meerdere gemeenten en/of provincie(s) een gemeenschappelijke rekenkamer in te stellen bij gemeenschappelijke regeling. Deze modelverordening ziet toe op de eerste mogelijkheid. De modelverordening vervangt de Model Verordening op de rekenkamercommissie en de Model Verordening op de rekenkamer. De rekenkamer wordt uitgebreid geregeld in de Gemeentewet. De modelverordening herhaalt niet langer die bepalingen in de Gemeentewet maar geeft aanvullende regels op grond van artikel 81k en 149 van de Gemeentewet. In artikel 81k is bepaald dat de raad bij verordening de vergoeding dient vast te stellen die leden voor hun werkzaamheden en tegemoetkoming in de kosten ontvangen. In artikel 149 is een eigen, autonome
verordeningsbevoegdheid voor de raad gegeven. De overige bepalingen kan de raad ook bij raadsbesluit regelen.
Artikelsgewijs Artikel 2. Rekenkamer Eerste lid: De raad bepaalt hoeveel leden de rekenkamer zal hebben (artikel 81b van de Gemeentewet). De raad kan kiezen tussen een rekenkamer met een ‘directeursmodel’ (één lid, die ook bestuurder en directeur is), of een rekenkamer met een ‘voorzittersmodel’ (meerdere leden, waaronder een voorzitter). Tweede lid: Als de raad voor één lid kiest, moet hij op grond van artikel 81c, derde lid, van de Gemeentewet ook een plaatsvervangend lid benoemen. In de praktijk kwam het voor dat een raad geen uitvoering gaf aan deze wettelijke bepaling. Daarom is dit nu ook opgenomen in de modelverordening. Artikel 3. Klankbordgroep Als de raad deze facultatieve bepaling in de verordening opneemt, moet in het tweede lid nog het aantal leden en aantal plaatsvervangende leden worden bepaald. Artikel 4. Herbenoeming In artikel 81c, vierde lid, van de Gemeentewet is bepaald dat de raad een lid van de rekenkamer kan herbenoemen. De wetgever heeft hierbij geen limiet gesteld aan het aantal herbenoemingen. Gemeenten moeten hier zelf bepalen hoe vaak een lid kan worden herbenoemd. Artikel 7. Vergoeding De wetgever schrijft niet voor hoe hoog de vergoeding moet zijn. In de verordening zijn de meest gebruikte praktijkvoorbeelden opgenomen. De raad moet hier een keuze maken.
Dit geldt zowel voor het eerste en tweede lid (3 varianten) als voor het derde lid (twee mogelijke varianten). Het staat gemeenten uiteraard vrij om de vergoeding (bij verordening) op een andere manier te bepalen. Gemeenten onderscheiden drie vormen van vergoeding: een vaste vergoeding per maand, een vaste vergoeding per vergadering en/of een variabele vergoeding per uur (vergoeding gerelateerd aan de daadwerkelijke inzet). De vaste vergoeding per maand wordt verstrekt als percentage van de vergoeding voor raadsleden of als bedrag per maand. Artikel 8. Monitoring aanbevelingen Als de raad deze facultatieve bepaling in de verordening opneemt, moet nog een datum worden ingevuld.
Artikel 9. Slotbepalingen Eerste lid: Deze facultatieve bepaling geldt alleen voor gemeenten die voor de inwerkingtreding van de Wet versterking decentrale rekenkamers al een rekenkamer hadden. En dus niet voor rekenkamercommissies, daarvoor is geen overgangsrecht mogelijk. Het is wetgevingstechnisch niet mogelijk om in een verordening overgangsrecht op te nemen op grond waarvan een oude rekenkamercommissie nog werkzaamheden afrondt of op grond waarvan de nieuwe rekenkamer gehouden is een onderzoek af te ronden. Dat zou in strijd komen met de wet. Er is zoals bekend een wettelijke overgangstermijn van een jaar voor de omvorming van de rekenkamerfunctie naar de rekenkamer. In die periode (of zoveel eerder dat de nieuwe verordening ingaat) kunnen lopende onderzoeken zoveel mogelijk worden afgerond.
De onafhankelijke rekenkamer (als rechtsopvolger van de rekenkamerfunctie) kan vervolgens de onderzoeken voortzetten, of kan besluiten dat niet te doen. Het is denkbaar dat voor lopende onderzoeken een externe onderzoeker of onderzoeksbureau is ingeschakeld. Wat de consequenties dan zijn van het stopzetten van die opdracht is vanzelfsprekend ook afhankelijk van contractuele voorwaarden. Dat is in wezen niet anders dan in de situatie waarin een rekenkamer(commissie) besluit om een onderzoek vroegtijdig te beëindigen. Als de raad deze facultatieve bepaling in de verordening opneemt, moet nog de citeertitel van de oude verordening worden opgenomen. Tweede lid: hier moet nog de citeertitel van de oude verordening worden opgenomen. Derde lid: hier moet de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden opgenomen. Vierde lid: bij de citeertitel van de verordening moet nog de naam van de gemeente worden ingevuld. En eventueel het jaartal, alhoewel de VNG adviseert dat bij voorkeur niet te doen omdat een jaartal de onjuiste indruk zou kunnen wekken dat deze verordening alleen maar in dat jaar geldt.