CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

07d Regels Goenjeweg 6 Sevenum

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: BIJLAGEN TAM Omgevingsplan Goenjeweg 6 te Sevenum10.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

15.2 Saneringsregeling bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het plan ten behoeve van vervangende herbouw van bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning tot een grotere oppervlakte dan in het plan is toegestaan, met dien verstande dat: a. maximaal 1/3 van de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden teruggebouwd, voor zover legaal aanwezig op moment van aanvraag van de omgevingsvergunning, dan wel ten hoogste 5 jaar daarvóór legaal aanwezig is geweest; b. de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken na herbouw niet meer dan 600 m² mag bedragen. 15.3 Huisvesting arbeidsmigranten in bestaande vrijkomende gebouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in subsubparagraaf 7.4.1 ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten in bestaande vrijkomende gebouwen, met dien verstande dat: a. huisvesting van arbeidsmigranten niet is toegestaan op gronden met een recreatieve functie; b. de vrijkomende bebouwing in of nabij bestaande woonkernen in de kernrandzone ligt; c. de locatie zich aansluitend op een daartoe geschikte en daar op afgestemde en daarop berekende ontsluiting bevindt; d.

de bestaande bebouwing mag alleen worden uitgebreid, indien deze uitbreiding een integrale kwaliteitsverbetering van de locatie tot gevolg heeft en een meerwaarde heeft voor het verblijf van de bewoners; e. het moet gaan om huisvesting van arbeidsmigranten die (grotendeels) binnen de gemeente Horst aan de Maas werkzaam zijn;

32

f.

het maximale aantal te huisvesten arbeidsmigranten afgestemd dient te worden op de omvang en ligging van de bebouwing, de bereikbaarheid van de locatie en de parkeervoorzieningen; g. er geen bedrijfsmatige activiteiten gecombineerd mogen worden met huisvesting op de locatie waar de vrijkomende (niet) agrarische bebouwing zich bevindt; h. hergebruik van een vrijkomende (niet) agrarische bebouwing vergezeld dient te gaan van ruimtelijke kwaliteitsverbeteringen (zoals opgenomen in de Structuurvisie Horst aan de Maas), zoals een landschappelijke verbetering en/of afname van het bouwvolume. Onder deze laatste voorwaarde is eveneens herbouw van (delen) van het complex mogelijk; 1. geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van: 2. de sociale veiligheid; 3. de milieusituatie; 4. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 5. de verkeersveiligheid; 6. gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; 15.4 Huisvesting arbeidsmigranten in nieuw te bouwen gebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het plan ten behoeve van het bouwen van nieuwe gebouwen (geen reguliere woningen zijnde) ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten, met dien verstande dat: a. huisvesting van arbeidsmigranten niet is toegestaan op gronden met een recreatieve functie; b.

de nieuwe gebouwen in of nabij bestaande woonkernen in de kernrandzone liggen; c. vooraf de volgende toetsen in het kader van een goede ruimtelijke ordening plaats dienen te vinden, waarbij de resultaten worden betrokken bij het verlenen van de afwijking: 1. Natuurtoets; 2. Archeologisch onderzoek; 3. Externe veiligheid; 4. Watertoets; 5. Toets milieu hygiënische aspecten (geluid, bodem, geur); d. het moet gaan om huisvesting van arbeidsmigranten die (grotendeels) binnen de gemeente Horst aan de Maas werkzaam zijn; e. de huisvesting van arbeidsmigranten (bouwen en gebruik) in overeenstemming moet zijn met de uitgangspunten van de Structuurvisie Horst aan de Maas; f. er een goedgekeurd inrichtingsplan is ingediend, waarin aandacht is besteed aan een goede landschappelijke inpassing van het gebouw en als nodig een extra kwaliteitsimpuls een en ander in overeenstemming met de Structuurvisie Horst aan de Maas; g. geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van: 1. de sociale veiligheid; 2. de milieusituatie; 3. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 4. de verkeersveiligheid; 5. de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing.

33

ARTIKEL 16 OMGEVINGSVERGUNNING VOOR WERKEN, GEEN BOUWWERKEN ZIJNDE, OF WERKZAAMHEDEN

16.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de hierna genoemde functie of aanduidingen de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren: Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden (*) Ter plaatste van de functie / aanduiding

a

b

Waarde - Archeologie 3 (1)

a

Waarde - Archeologie 6 (2)

c

d

e

f

g

h

b

d

e

f

g

h

a

b

d

e

f

g

h

Waarde - Zone bronsgroene landschapzone

a

b

c

d

e

f

g

h

overige zone - beekdal (1)

a

b

c

d

e

f

h

(1-2) noten: zie artikel 50.2, onder a.

(*) de onderstaande letters geven aan dat een omgevingsvergunning is vereist (activiteit onder voorwaarden mogelijk) De letters worden hierna verklaard: Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; i.

het aanbrengen van beplantingen, (hout-)gewas en/of bomen welke dieper dan 30 cm wortelen, met uitzondering van landbouwgewassen. 16.2 Uitzonderingen vergunningplicht Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16 lid 1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. in de situaties genoemd in de tabel in lid artikel 16 lid 1 bij de volgende cijfers: 34

1. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 500 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; 2. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende functie(s); c. op de gronden gelegen binnen (agrarische) bouwvlakken, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beekdal'; d. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. e. die betrekking hebben op het herplanten van een houtopstand ten behoeve van fruitteelt of boomteelt op dezelfde locatie.

16.3 Afwegingskader Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 50.1 alleen indien door de in artikel 16 lid 1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 16.4 Procedure a. De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16 lid 1 op of in gronden met de hierna genoemde functies legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad: 1. Waarde - Archeologie 3 2. Waarde - Archeologie 6. b.

Voordat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16 lid 1 verleent, wordt bij de volgende functies en aanduidingen schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap en wordt de Keur van het waterschap in acht genomen: 1. overige zone – beekdal.

35

ARTIKEL 17 OVERIGE REGELS 17.1 Parkeerregels 17.1.1 Algemene parkeerregels Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde parkeernormen. 17.1.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 17.1.3 Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de Nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 17.1.4 Specifieke gebruiksactiviteiten Ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15847733/1