07d Bijlage 2 Handboek Horst ad Maas def
Tekst van het document
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas; gelet op artikel 3 van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Horst aan de Maas (AVOI) alsmede artikel 3:4, tweede lid en het bepaalde in Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit: vast te stellen het
HANDBOEK KABELS EN LEIDINGEN HORST AAN DE MAAS
Versie 2, juni 2025
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
INHOUDSOPGAVE 1.
Inleiding .................................................................................................................... 1 Spoedeisende werkzaamheden ................................................................................ 2
DEEL A: ALGEMENE EN PROCEDURELE INFORMATIE ................................................... 3 2.
Begripsbepalingen, rolverdeling en verwijzingen ...................................................... 3 Begripsbepalingen .................................................................................................... 3 Rolverdeling.............................................................................................................. 7 Verwijzingen ............................................................................................................. 7
3.
Bereikbaarheid, verkeersmaatregelen, overlastbeperking......................................... 9 Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen ................................................................. 9 Maatregelen in het belang van het verkeer ............................................................... 9 Maatregelen ten behoeve van de overlastbeperking ............................................... 11
4.
Communicatie, meldingen, breekverbod en instemming niet-openbare netwerken . 12 Communicatie op de graaflocatie, (bouw)overleg ................................................... 12 Melding aanvang en einde werkzaamheden ........................................................... 13 Breekverbod ........................................................................................................... 14 Instemming niet-openbare netwerken ..................................................................... 15
4.4.2.
Criteria .................................................................................................................... 15
5.
Zorgvuldigheid, schade, verzekeringen en veiligheid .............................................. 16 Zorgvuldigheid ........................................................................................................ 16 Schade en kosten ................................................................................................... 16
5.2.1.
Algemeen ............................................................................................................... 16
5.2.2.
Herstel van schade en vergoeding van kosten........................................................ 16
5.2.3.
Onderhoud kabels of leidingen en bovengrondse voorzieningen ............................ 17 Risicodekking en Verzekeringen ............................................................................. 18 Veiligheid en Calamiteiten ...................................................................................... 18
5.4.1.
Bodemverontreiniging ............................................................................................. 20 Peilen en hoofdafmetingen ..................................................................................... 20 Grondwaterstanden en bronbemaling ..................................................................... 21
6.
Handhaving ............................................................................................................ 22
DEEL B: (TECHNISCHE) EISEN / VOORSCHRIFTEN ....................................................... 23 7.
Richtlijnen ten behoeve van de (tracé)engineering en ondergrondse ordening ....... 23 Tracé-inspectie t.b.v. de aanleg van kabels of leidingen ......................................... 23 Ondergrondse ordening bij de aanleg van kabels of leidingen ................................ 24
7.2.1.
Uitgangspunten tracébepaling ................................................................................ 24
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
7.2.2.
Uitgangspunten horizontale ligging ......................................................................... 25
7.2.3.
Uitgangspunten verticale ligging ............................................................................. 25 Opruimen uit gebruik genomen kabels of leidingen................................................. 26
8.
Voorwaarden en technische eisen ten aanzien van de uitvoering ........................... 27 Werkafspraken en voorwaarden met betrekking tot de uitvoering ........................... 27 Opbreken en (indien van toepassing) herstellen open verharding ........................... 29 Opbreken en (indien van toepassing) herstellen gesloten verharding ..................... 30 Opbreken en herstellen bermen, gazons en sleuven zonder bedekking ................. 32 Weg-, water- of boomkruising door sleufloze technieken of baggeren .................... 32 Graaf- en grondwerkzaamheden ............................................................................ 34 Kabel- of leidingwerkzaamheden ............................................................................ 35 Werken in of met (voormalig) verontreinigde grond................................................. 37
9.
Werken aan of nabij groenvoorzieningen ................................................................ 38 Groenvoorzieningen algemeen ............................................................................... 38 Werken nabij bomen (tevens rooi en herplant) ........................................................ 38
10.
Bijlagen ................................................................................................................... 40 Boombescherming werken rond bomen.................................................................. 40 Standaarddwarsprofiel ............................................................................................ 41
11.
Overige en slotbepalingen ...................................................................................... 42
12.
Citeertitel ................................................................................................................ 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
1.
INLEIDING
Binnen de gemeente nemen burgemeester en wethouders een besluit op een aanvraag tot het uitvoeren van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van (ondergrondse) infrastructuren (kabels of leidingen), conform de vigerende Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI). De mandatering van medewerkers van de gemeente voor de afhandeling van de instemmings- of vergunningaanvragen en ingediende meldingen en voor de handhaving van het beleid is vastgelegd in de mandaatregeling van de gemeente. Als beheerder van de openbare ruimte voert de gemeente de regie en coördinatie bij de aanleg van kabels of leidingen van netbeheerders. De coördinatie heeft als doel zorg te dragen voor de veiligheid, de beperking van overlast, het bevorderen van het voorkomen van schade en het borgen van de kwaliteit van de openbare ruimte. Voor een goede uitoefening van deze taken hebben burgemeester en wethouders nadere regels vastgelegd in dit Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas (verder het Handboek). Het Handboek is vastgesteld door burgemeester en wethouders als nadere regel, ter uitwerking van de AVOI. Het Handboek is van toepassing op alle werkzaamheden ten behoeve van de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels of leidingen in de openbare ruimte van de gemeente.
Over de regelgeving uit het Handboek is altijd nader overleg mogelijk met de gemeente om tot overeenstemming te komen inzake tijd, plaats en wijze van uitvoering van de werkzaamheden van een grondroerder, waarbij voor beide partijen de regels van redelijkheid en billijkheid gelden. In dit Handboek zijn onder andere uniforme richtlijnen, voorwaarden en eisen gesteld ten aanzien van de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden.
Doel van het Handboek is: -
het borgen en bevorderen van de kwaliteit van de (ondergrondse) openbare ruimte; het bevorderen van een juiste ordening en een veilige ligging van kabels of leidingen; het beperken van overlast en het bevorderen van een veilige omgeving voor de burgers tijdens de werkzaamheden.
Het Handboek bestaat uit twee hoofdthema’s: A. ALGEMENE EN PROCEDURELE INFORMATIE; B. TECHNISCHE EISEN/VOORSCHRIFTEN met betrekking tot tracébepaling, ontwerp-, uitvoerings- en beheervoorschriften. Rangorde van wetten, verordeningen en het Handboek kabels en leidingen: 1. wettelijke bepalingen, waaronder de Telecommunicatiewet (Tw), de Omgevingswet (Ow), de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) en de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw); 2. lokale regelgeving van de gemeente, waaronder de Algemene plaatselijke verordening (APV) en de AVOI; 3. het Handboek kabels en leidingen van de gemeente, met verwijzingen naar verdere relevante regelgeving en richtlijnen (zie artikel 2.3). Parallel aan bovenstaande regelgeving gelden eventuele privaatrechtelijke overeenkomsten. 1 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
Spoedeisende werkzaamheden Let op: Ook in geval van spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten moeten alle aspecten uit dit Handboek zoveel als mogelijk in acht genomen of opgevolgd worden. Als dit vanwege het spoedeisende karakter van de werkzaamheden niet mogelijk is of de gebruikelijke voorafgaande melding van de werkzaamheden niet gedaan kan worden geldt: -
dat de grondroerder in ieder geval voor aanvang van de werkzaamheden de gemeente telefonisch op de hoogte moet brengen. Dit is buiten kantooruren altijd mogelijk via het calamiteitennummer: 06-23498249;
-
dat als er voor spoedeisende werkzaamheden een wegafsluiting noodzakelijk is de grondroerder daarover zelf direct de hulpdiensten moet inlichten. Ook moeten de openbaar vervoer (OV) diensten op de hoogte worden gebracht;
-
de nadere omschrijving conform artikel 4.2, vijfde lid.
2 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
DEEL A: ALGEMENE EN PROCEDURELE INFORMATIE 2.
BEGRIPSBEPALINGEN, ROLVERDELING EN VERWIJZINGEN
De begripsbepalingen van de AVOI zijn hier ook van toepassing tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken door het bepaalde in dit hoofdstuk. Ze zijn hier nogmaals beschreven ten behoeve van de leesbaarheid van het Handboek in de praktijk.
Begripsbepalingen aansluiting
het gedeelte van de kabel of leiding dat een netwerk verbindt met een fysiek punt waarop een klant de toegang tot een netwerk wordt geboden;
belanghebbenden
de bewoners en (bedrijfsmatige of andere) gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels of leidingen;
boring (gestuurd)
het maken van een holle ruimte in de grond, met behulp van een sleufloze techniek, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen. Meestal wordt in de ontstane holle ruimte een (flexibele) mantelbuis aangebracht waar de kabel of leiding doorheen wordt gevoerd;
bovengrondse voorzieningen
transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel uitmaken van een netwerk en bovengronds worden geplaatst;
breekverbod
tijdelijk verbod voor het uitvoeren van werkzaamheden;
calamiteit
een incident waarbij de omgeving mogelijk grote gevolgen kan ondervinden, die niet zelfstandig kunnen worden afgewikkeld of waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om de gevolgen te beperken;
distributie- en mutatiepunten
afsluitbare ondergrondse holle behuizing voor het onderbrengen van telecommunicatieapparatuur (handholes), afsluiters, brandkranen, lassen enzovoort onder het maaiveld of met toegangsluik op maaiveldniveau;
gemeente
burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas;
gesloten verharding
verhardingsconstructie bestaande uit een bitumen, cement of kunststof gebonden materiaal;
graaflocatie
de locatie waar werkzaamheden worden verricht;
groenvoorzieningen
het geheel van de aanplant (bomen, beplanting, bosplantsoen, bloemberm, gras en gazon) in een gebied;
grondroerder
degene onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden feitelijk worden verricht;
3 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
instemmingsbesluit
besluit van de gemeente op een aanvraag tot instemming als bedoeld in artikel 5.4 lid 1 sub a van de Telecommunicatiewet van de voorgenomen werkzaamheden voor kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk;
kabel- en leidingtracé een strook grond waarin kabels of leidingen liggen of worden gelegd; kabels of leidingen
een of meer kabels of leidingen daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, distributie- of mutatiepunten, alsmede lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen;
kadaster- sectie KLIC afdeling van het Kadaster die mede uitvoering geeft aan de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) en ook zorgdraagt voor de uitwisseling van kabel- of leidinggegevens (KLIC-meldingen); kwetsbare boomzone gebied rondom een boom waarin de bodem en wortels extra bescherming nodig hebben. Deze wordt bepaald door de kroonprojectie van de boom + 1,5 meter te nemen; ligging
de werkelijke plaats van een kabel of leiding. Deze wordt aangegeven op een revisietekening;
mantelbuis
beschermbuis (onder andere staal of kunststof) om een kabel of leiding;
marktconforme kosten kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt; montagegat c.q. lasgat een opbreking met beperkte afmeting, maximaal 2 m², die wordt gemaakt ten behoeve van de toegang tot een distributie- of mutatiepunt, plaatsen van afsluiters, het opgraven van een kabelrol ten behoeve van aansluitingen, voor het herstellen van kabel- c.q. leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden; netbeheerder
degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon optreedt als beheerder van een al dan niet openbaar netwerk;
netwerk
samenstel van kabels of leidingen bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;
niet-openbaar netwerk een netwerk dat (i) geen openbaar elektronisch communicatienetwerk is, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, of (ii) geen openbaar netwerk is van een netbeheerder die krachtens een wet aangewezen is om een openbaar netwerk aan te leggen en te onderhouden;
4 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
openbare ruimte
openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
open verharding
verharding bestaande uit elementen, waaronder bijzondere (sier)bestrating, of andere ongebonden materialen al of niet op een puinfundering, waaraan geen bindmiddel is toegevoegd;
opslag
vrijgekomen sleufmaterialen die tijdelijk worden opgeslagen, meestal naast de sleuf;
opslagterrein
de tijdelijke stallingsplaats van haspels, vracht-, directie- of materiaalwagens, materialen enzovoort in de openbare ruimte;
persing
met behulp van een hydraulische of pneumatische vijzel een stalen mantelbuis door de grond drukken. Betreft een sleufloze techniek waarbij de omringende grondslag niet verwijderd wordt;
registratiesysteem
digitaal systeem dat de gemeente hanteert om meldingen, instemmingen en vergunningen van werkzaamheden en alles wat daarmee samenhangt te verwerken;
revisietekening
een gewaarmerkte tekening die van kabels of leidingen die aangelegd zijn, de werkelijke ligging ten tijde van de aanleg aangeeft in X-, Y- en waar van toepassing Z- coördinaten volgens het Rijksdriehoek (RD-) stelsel alsmede hoeveel kabels of leidingen aanwezig zijn in een sleuf(deel);
sleuf
de opening in de ondergrond die ontstaat door het verwijderen van verharding of grond ten behoeve van werkzaamheden;
sleufloze technieken
het maken van een holle ruimte in de grond, met behulp van een (gestuurde) boring of persing, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen;
specialist
de door de gemeente aangewezen persoon die is belast met het afstemmen van alle werkzaamheden namens de gemeente;
spoedeisende werkzaamheden
werkzaamheden voor de instandhouding van kabels of leidingen van een netwerk waarvoor uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing van de dienstverlening is opgetreden;
toezichthouder
de door de gemeente aangewezen persoon die is belast met het houden van toezicht tijdens de uitvoering van alle werkzaamheden;
vergunning
besluit van de gemeente op een aanvraag voor toestemming van de voorgenomen werkzaamheden die niet ten behoeve zijn van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
5 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
werkzaamheden
handmatige of mechanische (graaf)werkzaamheden, waaronder ook begrepen het opbreken en herstellen van de sleufbedekking en sleufloze technieken, in de openbare ruimte in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels of leidingen;
werkzaamheden van niet-ingrijpende aard
• werkzaamheden met een gezamenlijke tracélengte tot 25 meter, waarbij geen: o wegen, watergangen of groenvoorzieningen volledig worden gekruist; o bovengrondse voorzieningen worden geplaatst; o distributie- en mutatiepunten met een afmeting groter dan 30x30x30 cm (lxbxh) worden geplaatst. • het aanbrengen of verwijderen van kabels of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen; • het vervangen van bestaande bovengrondse voorzieningen of distributie- en mutatiepunten met dezelfde of kleinere afmetingen; • het maken van maximaal twee opbrekingen met elk een afmeting van maximaal 2 m².
6 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
Rolverdeling 2.2.1. Gemeente, netbeheerder, grondroerder In de praktijk kan een rolverdeling bestaan tussen de netbeheerder en de grondroerder. Soms worden die twee rollen door een en dezelfde partij vervuld. De gemeente handelt in het algemeen veel zaken rechtstreeks af met de grondroerder, maar de netbeheerder is ook aansprakelijk en verantwoordelijk voor het (doen) opvolgen van de bepalingen in dit Handboek. Dit geldt met name als er gebruik wordt gemaakt van (een) grondroerder(s) die middels een machtiging werkzaamheden verricht(en) voor de netbeheerder. De gemeente behoudt zich desondanks wel het recht voor om in dringende gevallen ook handhavingsmaatregelen rechtstreeks met de grondroerder af te handelen en de netbeheerder daarvan zo snel mogelijk in kennis te stellen. 2.2.2.
Gemeentelijke toezichthouder-, specialist- en coördinator kabels en leidingen De gemeentelijke organisatie rondom kabels en leidingen is verdeeld over drie rollen. Deze rollen zijn toegewezen aan één of meerdere medewerkers van de gemeente. Het is mogelijk dat bij afwezigheid van personen de rollen door andere personen overgenomen worden. -
De toezichthouder kabels en leidingen is onder andere verantwoordelijk voor: o toezicht op de werkzaamheden aan kabels en leidingen van de netbeheerders; o deelname aan het projectmatig of tactisch overleg of aan het projectmatig uitvoeringsoverleg. o het goedkeuren van meldingen voor aanvang van werkzaamheden, spoedeisende werkzaamheden en werkzaamheden van minder ingrijpende aard.
-
De specialist kabels en leidingen is onder andere verantwoordelijk voor: o het verlenen van vergunningen of instemmingsbesluiten voor werkzaamheden van netbeheerders ten aanzien van kabels en leidingen; o het er (samen met de coördinator kabels en leidingen) voor zorgen dat de juiste mensen (die ter zake bevoegd zijn) vanuit de diverse organisaties (gemeente en netbeheerders) aan het tactisch overleg deelnemen; o het initiëren van het tactisch overleg, is voorzitter en verzorgt de verslaglegging.
-
De coördinator kabels en leidingen is als ‘spin in het web’ (helicopterview) o.a. verantwoordelijk voor: o alle relevante zaken die op beleidsmatig, juridisch, technisch en financieel gebied te maken hebben met kabels en leidingen; o het proactief oppakken van zaken en verzorgt de informatievoorziening naar interne medewerkers en externe partijen (o.a. netbeheerders); o het algemeen overzicht op ontwikkelingen rondom kabels en leidingen en zet hiervoor de strategie uit.
7 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
Verwijzingen In dit Handboek wordt op diverse onderdelen verwezen naar normen en richtlijnen die van toepassing zijn op de uit te voeren werkzaamheden. Hieronder volgt een beknopte omschrijving: NEN (Nederlands Normalisatie instituut) Het Nederlandse centrum van normalisatie helpt bedrijven en andere partijen om onderling heldere en toepasbare afspraken te maken. NEN draagt bij aan veiligheid, gezondheid, milieu en innovatie. Bedrijfsleven en andere partijen maken in normcommissies zelf afspraken over producten en werkwijzen. NEN bemiddelt in het afwegen van de verschillende belangen en zorgt voor neutrale procesbegeleiding. NEN biedt direct toegang tot Europese (NEN-EN) en mondiale normalisatieplatforms. De NPR (Nederlandse Praktijk Richtlijnen) geeft toelichting op en aanwijzingen voor het verantwoord gebruik van de NEN- (nationaal) en NEN-EN (Europees) normen. CROW (oorspronkelijk: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Wateren Wegenbouw en de Verkeerstechniek) CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Deze stichting zonder winstoogmerk ontwikkelt, verspreidt en beheert praktisch toepasbare kennis voor beleidsvoorbereiding, planning, ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud.
Dat gebeurt in de vorm van handleidingen, richtlijnen en aanbevelingen en in samenwerking met alle belanghebbende partijen, waaronder Rijk, provincies, gemeenten, adviesbureaus, uitvoerende bouwbedrijven in de grond-, water- en wegenbouw, toeleveranciers en vervoerorganisaties. RAW (Rationalisatie en Automatisering in de Grond-, Water- en Wegenbouw) De RAW-systematiek, beheerd en onderhouden door CROW, is sinds jaar en dag de standaard voor bestekken in de grond-, water- en wegenbouw (GWW). Bij de meeste werken in de GWW wordt de systematiek gevolgd. Alle relevante (technische) eisen uit de meest recente Standaard RAW bepalingen voor onder andere grondwerken, groenvoorzieningen, sleuf- en sleufloze technieken en leiding- en kabelwerk zijn leidend en bindend betreffende de uitvoeringsmethodiek. VCA (Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers) VCA is bedoeld om aannemers veiliger te laten werken en het aantal ongevallen te verminderen. VCA biedt een concrete en praktische invulling van wettelijke regelingen of vult deze aan. Elke VCA gecertificeerde aannemer voldoet aantoonbaar aan een aantal verplichtingen uit de Arbowet. Norminstituut Bomen Het Norminstituut Bomen heeft als doel de kwaliteitszorg rond bomen te verbeteren. Het instituut ontwikkelt en standaardiseert kwaliteitseisen, richtlijnen en normen voor werkzaamheden in, rond en met bomen.
De bomenposter 'Werken rond bomen' toont de kwetsbare boomzone direct rond een boom en laat zien welke belangrijke randvoorwaarden er gelden binnen deze kwetsbare boomzone voor de uitvoering van werkzaamheden. 8 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
3.
BEREIKBAARHEID, VERKEERSMAATREGELEN, OVERLASTBEPERKING Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen
1. De werkzaamheden moeten qua tijd en uitvoeringswijze zodanig worden gepland dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven, winkels en overige gebouwen (verder: objecten) voor voetgangers, (brom)fietsers, gemotoriseerd (bestemmings)verkeer en hulp- en afvalophaaldiensten -in overleg met de betrokkenen- altijd zo veel mogelijk in stand gehouden wordt. Dit geldt ook in doodlopende straten of openbare woonerven. Verder geldt: -
-
-
een weg mag in principe maar aan een zijde worden afgesloten; er moet altijd minimaal een rijstrook beschikbaar zijn; als het onvermijdelijk is dat een weg toch volledig afgesloten moet worden moet de grondroerder ten minste zes werkweken voor aanvang van de werkzaamheden een gedetailleerd verkeers-, werk-, en tijdsplan ter goedkeuring voorleggen aan de gemeente en de afsluiting afstemmen met de specialist; Na goedkeuring van het verkeers-, werk-, en tijdsplan worden de hulpdiensten en de OV- en buurtbusdiensten ten minste vier werkweken voor aanvang van de werkzaamheden geïnformeerd door de gemeente over de wegafsluiting; De vooraankondigingsborden moeten een werkweek van tevoren aan beide zijden van de af te sluiten weg door de grondroerder geplaatst worden; brandkranen, afsluiters van water, gas en dergelijke en bovengrondse voorzieningen van andere netbeheerders moeten altijd zichtbaar en toegankelijk blijven; de minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen is 3,50 m en de minimale doorrijhoogte voor hulpvoertuigen is 4,50 m. Dit moet altijd gewaarborgd zijn; objecten moeten minimaal tot op 40,00 m benaderd kunnen worden.
2. Ter plaatse van de toegang en (nood)uitgang naar objecten moet een goede toegankelijkheid geboden worden voor voetgangers, inclusief (brom)fietsen die aan de hand meegevoerd worden en voetgangers die gebruik maken van hulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen en scootmobielen. Hierbij is het toepassen van stevige en goed zichtbare loopbruggen een minimale vereiste. De loopbruggen moeten vlak en aansluitend aan elkaar geplaatst en in stand gehouden worden. In de CROW-publicatie 337 ‘Richtlijn Toegankelijkheid’ zijn richtlijnen opgenomen voor het toegankelijk inrichten van de openbare buitenruimte voor mensen met een beperking. 3. Als de hulp- en afvalophaaldiensten objecten niet voldoende kunnen benaderen of de bereikbaarheid van winkels, bedrijven of percelen van andere belanghebbenden niet gegarandeerd kan worden dan moet de grondroerder minimaal drie werkweken vooraf overleggen met de toezichthouder of specialist zodat tijdig afspraken gemaakt kunnen worden om afdoende maatregelen te kunnen nemen.
Maatregelen in het belang van het verkeer 1. Ten behoeve van de verkeersmaatregelen zijn de meest recente Standaard RAW bepalingen van toepassing en de daaraan verbonden CROW-uitgaven 96b (of 96a). 9 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
2. Als de gemeente het noodzakelijk acht, bijvoorbeeld wanneer vanwege werkzaamheden een belangrijke verkeersweg moet worden afgesloten, kan de gemeente de grondroerder verplichten om de werkzaamheden zo veel mogelijk in de weekeinden, avonduren of ´s nachts uit te voeren. Als een weg volledig afgesloten moet worden geldt het bepaalde in artikel 3.1, eerste lid. 3. Tijdens de verkeersspits (7.30 uur tot 9.00 uur en 16.00 uur tot 18.00 uur) mogen geen werkzaamheden op of langs hoofdwegen of gebiedsontsluitingswegen plaatsvinden. Als de grondroerder aantoonbaar zorgt voor een goede verkeersdoorstroming en verkeersafwikkeling kan met de toezichthouder of specialist anders worden overeengekomen. 4. Ten behoeve van de bereikbaarheid voor gemotoriseerd (bestemmings-)verkeer kan toepassing van tijdelijke verkeersmaatregelen of aanbrengen van tijdelijke verkeersvoorzieningen (zoals rijplaten, tijdelijke waterkruisingen of doorsteken door groenstroken en dergelijke) noodzakelijk zijn. Bermen, gazons, plantvakken en de kwetsbare boomzone + 1,5 meter moeten altijd beschermd worden tegen ongewenste verdichting. 5.
De vereiste (dynamische) verkeersmaatregelen - waaronder tijdelijke verkeersregelinstallaties (VRI) of de inzet van verkeersregelaars– ten behoeve van omleidingen of ten behoeve van werkzaamheden bij hoofdwegen, kruispunten, voet- en fietspaden, en dergelijke moet de grondroerder in het geval van een gehele wegafsluiting altijd en in overige gevallen op verzoek van de specialist vastleggen in een gedetailleerd verkeers-, werk-, en tijdsplan en dit ter goedkeuring voorleggen aan de gemeente. Dit moet ten minste zes werkweken voor aanvang van de werkzaamheden gebeuren. Als een straat volledig afgesloten moet worden geldt het bepaalde in artikel 3.1, eerste lid. 6. De verkeersvoorzieningen mogen niet eerder dan 72 uur voor aanvang van de werkzaamheden, met de voor- of beeldzijde afgedraaid van het verkeer, worden aangebracht. De verkeersvoorzieningen mogen niet aan bijvoorbeeld lichtmasten worden bevestigd en mogen het zicht op de overige bebording en het zicht van eventuele camera’s niet ontnemen. De verkeersvoorzieningen moeten op de dag van en voor aanvang van de werkzaamheden met de voor- of beeldzijde naar het verkeer worden geplaatst. 7. Verkeersvoorzieningen die tijdelijk geen dienst doen moeten direct afgedraaid of afgedekt worden tot het tijdstip dat deze weer nodig zijn. Verkeersvoorzieningen die geen dienst meer doen moeten binnen 24 uur verwijderd en afgevoerd worden.
8. De (onder)aannemer die de verkeersvoorzieningen opzet of verwijdert moet in het bezit zijn van een KOMO-procescertificaat op basis van de BRL-9101. 9. Als tijdelijke verkeersvoorzieningen in een verharding aangebracht moeten worden, moet het te verwijderen verhardingsmateriaal worden afgevoerd en na verwijdering van de verkeersvoorziening weer aangebracht worden.
10 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
10. De grondroerder is 24 uur per dag en zeven dagen per week verantwoordelijk voor de instandhouding van de door hem geplaatste verkeersvoorzieningen. Als dit van toepassing is zorgt de grondroerder voor een zo spoedig mogelijk herstel. Eventuele aanwijzingen van een toezichthouder met betrekking tot de instandhouding van de verkeersmaatregelen moeten meteen worden opgevolgd. 11. De gemeente kan vanwege verkeerstechnische redenen (en veiligheidsredenen, zie artikel 5.4, vierde lid) de grondroerder verplichten om buiten werktijden bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen. 12. Plaatsing van onverlichte obstakels moet voldoen aan CROW-publicatie 130, “richtlijn voor het markeren van onverlichte obstakels” (ISBN 90 6628 283 5).
Maatregelen ten behoeve van de overlastbeperking 1. Behoudens het bepaalde in artikel 3.2, tweede lid, is het niet toegestaan om op zaterdagen, zondagen en nationale feest- en gedenkdagen of wanneer er een evenement plaatsvindt (zie ook artikel 4.3, breekverbod) werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. Dit geldt niet voor spoedeisende werkzaamheden. De sleuf, inclusief verharding, moet volledig afgewerkt zijn en er mag geen puin of afval meer binnen de werkomgeving aanwezig zijn. 2. Het is niet toegestaan om op werkdagen voor 07.00 uur en na 19.00 uur geplande werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. 3. Op vrijdag of de dag voorafgaande aan een nationale feest- of gedenkdag of een vakantieperiode van de grondroerder moet de sleuf worden aangevuld en verdicht en de verharding moet weer worden aangebracht. Uiterlijk om 17.00 uur moeten alle werkzaamheden gereed zijn en de werkomgeving moet opgeruimd zijn. 4. Het derde lid van dit artikel is overeenkomstig van toepassing op de dag voorafgaande aan alle namens de gemeente vergunde evenementen (kermis, (jaar)markt enzovoort, inclusief de opbouw- en afbreekperiode) op de evenementenlocatie en de directe omgeving daarvan en in winkelgebieden op de dag(en) waarop de koopavond(en) worden gehouden. 5.
Het eerste tot en met vierde lid van dit artikel gelden, tenzij met de specialist of toezichthouder afwijkende afspraken worden gemaakt. 6. De grondroerder moet alles doen wat verwacht mag worden en wat redelijkerwijs mogelijk is om hinder als gevolg van bijvoorbeeld lawaai, stank, modder, en dergelijke veroorzaakt door voertuigen, machines, apparaten enzovoort tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De grondroerder moet voldoen aan alle wettelijke kaders en regelgeving op dat gebied. Tevens is in dat kader in verband met de verspreiding van fijn stof het droog slijpen van verhardingsmaterialen niet toegestaan. 7. Als de grondroerder (bij uitzondering) door de gemeente wordt toegestaan of verplicht om op zaterdagen, zondagen, nationale feestdagen of ’s avonds c.q. ‘s nachts te werken is de grondroerder verplicht alle nadere aanwijzingen van de gemeente op te volgen en zelf zorg te dragen voor eventuele benodigde aanvullende vergunningen of ontheffingen. 11 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
4.
COMMUNICATIE, MELDINGEN, BREEKVERBOD EN INSTEMMING NIETOPENBARE NETWERKEN Communicatie op de graaflocatie, (bouw)overleg
1. Namens de grondroerder moet er tijdens de uitvoering van de werkzaamheden altijd een contactpersoon op locatie aanwezig zijn. De naam en het mobiele telefoonnummer van de contactpersoon moeten bij alle betrokken partijen bekend zijn. De contactpersoon moet controleren en verifiëren of de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de tracétekeningen en de gemaakte afspraken, alsmede dat de uitvoering conform het instemmingsbesluit of de vergunning verloopt. 2. De grondroerder moet 24 uur per dag en zeven dagen per week bereikbaar zijn en de contactpersonen van de grondroerder moeten direct informatie geven en medewerking verlenen als de toezichthouder daarom vraagt. 3. De grondroerder moet ervoor zorgen dat de contactpersonen in de projectorganisatie de Nederlandse taal voldoende beheersen in woord en geschrift. 4. De grondroerder moet bij alle voor de gemeente relevante bouwvergaderingen die worden gehouden de specialist of toezichthouder uitnodigen. Van deze vergaderingen moet de grondroerder notulen maken en deze binnen tien werkdagen naar de deelnemers toesturen. Deze notulen worden op de gebruikelijke wijze beoordeeld en vastgesteld door de vergadering. 5.
Bij (grootschalige) projecten die een bovengemiddelde impact hebben op de openbare ruimte en de veiligheid van de leefomgeving kan op initiatief van de gemeente op regelmatige tijden een voortgangsoverleg met alle betrokken partijen worden vereist. Van deze vergaderingen maakt de gemeente de notulen en deze worden binnen tien werkdagen naar de deelnemers toegestuurd. Deze notulen worden op de gebruikelijke wijze beoordeeld en vastgesteld door de vergadering. 6. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet de grondroerder de belanghebbenden schriftelijk op de hoogte stellen met een bewonersbrief. Deze brief moet gelijktijdig met de melding in het registratiesysteem ge-upload worden en minimaal vijf werkdagen voor de start van de werkzaamheden bezorgd zijn. In de bewonersbrief (geschreven in begrijpelijke taal; B1-niveau) wordt in ieder geval informatie gegeven over: -
een omschrijving van de werkzaamheden; de datum van aanvang van de werkzaamheden; de verwachte datum waarop de werkzaamheden gereed zijn; de bereikbaarheid van de woonomgeving; de plaats van de voorgenomen werkzaamheden (straatnamen); de contactpersoon van de grondroerder inclusief persoonlijke contactgegevens, mobiele telefoonnummer, telefoonnummer en e-mailadres.
12 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
Bij omvangrijke werkzaamheden kan de specialist vereisen dat de grondroerder de werkzaamheden in de lokale pers publiceert. 7. Vóór aanvang van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van niet-ingrijpende aard moet de grondroerder alle belanghebbenden voor zover mogelijk schriftelijk, maar in ieder geval mondeling op de hoogte stellen van de werkzaamheden.
Melding aanvang en einde werkzaamheden 1. De aanvang van de werkzaamheden moet minimaal vijf werkdagen van tevoren bij de gemeente worden gemeld middels het door de gemeente gehanteerde registratiesysteem met opgave van: -
-
de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de uitvoerende partij die belast is met de werkzaamheden; de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van een Nederlands sprekende contactpersoon van de uitvoerende partij; de aanvangsdatum en de verwachte datum waarop de werkzaamheden gereed zijn, tussentijdse wijzigingen in de planning moeten worden doorgegeven aan de toezichthouder; het kenmerk van het instemmingsbesluit of de vergunning.
2. Als op de aangegeven datum zonder kennisgeving aan de gemeente niet aangevangen is met de werkzaamheden, vervalt de toestemming op de melding en moeten de werkzaamheden opnieuw worden gemeld conform het bepaalde in het eerste lid. 3. In geval van een breekverbod en bij aantreffen van onbekende bodemverontreiniging wordt de geldigheidsduur van een verleende vergunning, het instemmingsbesluit of een goedgekeurde melding automatisch door de gemeente verlengd voor de periode van de vertragingsduur. 4. Zodra de werkzaamheden zijn uitgevoerd moeten deze, na (gezamenlijke) oplevering, gereed gemeld worden bij de gemeente middels het door de gemeente gehanteerde registratiesysteem. De gemeente beschouwt de werkzaamheden als gereed wanneer: -
het tracé op een correcte wijze is hersteld en in opgeruimde staat is achtergelaten; de eenheden inzake herstel sleufbedekking (digitaal) opgeleverd zijn1.
Klachten van belanghebbenden moeten zo veel mogelijk afgehandeld of adequaat opgepakt zijn.
1 de lengte en breedte van de sleuf en/of montagegat(en), alsmede de aard (tegels, klinkers, berm,
gesloten verharding, half verharding of anders) van de sleufbedekking die ten behoeve van de werkzaamheden is opengebroken. 13 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
De grondroerder voert binnen 10 werkdagen de hoeveelheden inzake herstel sleufbedekking (straatwerk) op in het door gemeente gehanteerde registratiesysteem. Als de grondroerder dit niet alsnog, na een reminder, binnen 5 werkdagen gedaan heeft, gaat gemeente zelf over tot het opmeten en invoeren daarvan. De kosten voor deze extra werkzaamheden worden conform de Schaderegeling Ingravingen opgevoerd. Zolang de (klad)revisiegegevens via het Kadaster - sectie KLIC nog niet beschikbaar zijn moet de netbeheerder desgevraagd deze gegevens verstrekken. 5. In geval van spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten mag het werk, als het niet anders kan, zonder de vereiste voorafgaande melding worden uitgevoerd. Wel moeten de activiteiten altijd telefonisch doorgegeven worden aan de gemeente. Buiten kantooruren is dit mogelijk via het calamiteitennummer: 06-23498249 (zie artikel 1.1). Zodra de mogelijkheid zich voordoet, maar uiterlijk binnen een werkdag na aanvang, moeten de spoedeisende werkzaamheden via de reguliere weg bij de gemeente gemeld worden middels het door de gemeente gehanteerde registratiesysteem.
Breekverbod 1. Behoudens spoedeisende werkzaamheden is het tijdens een breekverbod tijdelijk niet toegestaan in de openbare ruimte werkzaamheden uit te voeren. 2. De gemeente kan een breekverbod instellen bij weersomstandigheden waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast of gevaar voor de bewoners of schade voor de gemeente kan leiden. Bijvoorbeeld bij vorst, maar ook bij wateroverlast, zware sneeuwval of ijzel (dit betreft geen limitatieve opsomming). Onder andere breuk van vastgevroren bestratingsmateriaal of niet goed kunnen verdichten van de ondergrond wordt voorkomen door het instellen van het breekverbod. 3. Tijdens alle door de gemeente vergunde evenementen (kermis, (jaar)markt enzovoort, inclusief de opbouw- en afbreekperiode) is het breekverbod op de evenementenlocatie en de directe omgeving daarvan altijd van kracht. De grondroerder moet hiermee rekening houden in zijn planning. Na afloop van het evenement kan de grondroerder zijn werkzaamheden op de gebruikelijke wijze hervatten. 4. De gemeente kan, in overleg met de grondroerder, een breekverbod instellen voor beperking van overlast voor bijvoorbeeld openbaar vervoer of winkeliers. Tenzij er door alle belanghebbenden in onderling overleg afspraken gemaakt worden voor een praktische en acceptabele oplossing. 5.
Behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel geeft de gemeente in alle gevallen (op digitale wijze) aan wanneer het breekverbod van kracht is en de gemeente geeft minimaal een dag van tevoren aan wanneer het breekverbod weer is opgeheven. De grondroerder moet zich aan het breekverbod houden en de werkzaamheden mogen na beëindiging van het breekverbod pas weer worden hervat.
14 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
Instemming niet-openbare netwerken 4.4.1.
Algemeen
1. De aanleg van een openbaar netwerk wordt standaard toegestaan in de openbare ruimte door de gemeente. De gemeente is op basis van de Telecommunicatiewet en de AVOI niet verplicht om ook de aanleg van niet-openbaar netwerk toe te staan. Voorbeelden van nietopenbare netwerken zijn warmtenetten en point-to-point (glasvezel)verbindingen. 2. In het algemeen gaat de gemeente terughoudend om met het geven van toestemming voor de aanleg van niet-openbare netwerken. Als echter de aanleg van een niet-openbaar netwerk het algemeen belang dient, dan zal de gemeente hier in de meeste gevallen aan meewerken. Bijvoorbeeld ontwikkelingen rondom de energietransitie kunnen aanleiding zijn om de aanleg van niet-openbare netwerken toe te staan. Om een duidelijk kader aan te geven en om precedentwerking te voorkomen zijn voor het goedkeuren van aanvragen voor de aanleg van niet-openbare netwerken criteria opgesteld die de gemeente daarbij hanteert. Als de gemeente separaat aan die criteria nog nader beleid heeft opgesteld, gaat dat nadere beleid altijd boven de criteria zoals genoemd in artikel 4.4.2. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, kan de gemeente eveneens toestemming verlenen voor de aanleg van een niet-openbaar netwerk, wanneer dit in bijzondere omstandigheden, in het algemeen (nationaal) belang, noodzakelijk blijkt te zijn.
4.4.2.
Criteria
1. Instemming voor de aanleg van niet-openbare netwerken in de openbare ruimte wordt verleend, als: -
dit nodig is om te voldoen aan beleid dat door de gemeente is vastgesteld; er sprake is van de aanleg van netwerken ten behoeve van warmtevoorzieningen in een straat, wijk of stadsdeel (dit moet een logisch aaneengesloten gebied zijn) voor bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet en alle gebouweigenaren, huurders, utiliteitsgebouwen en bedrijven binnen het aanleggebied hebben de mogelijkheid om een aansluiting te krijgen op het netwerk.
2. Naast bovengenoemde criteria moet de netbeheerder ook voldoen aan de onderstaande voorwaarden: -
-
de netbeheerder zorgt ervoor dat de kabel(s) of leiding(en), conform het bepaalde in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON), worden geregistreerd bij Kadaster sectie KLIC; de netbeheerder voldoet aan alle voorwaarden van het Handboek; de netbeheerder is verantwoordelijk voor de kabel of leiding; de netbeheerder stelt de gemeente niet aansprakelijk bij optredende schade aan de kabel of leiding, tenzij deze schade door de gemeente zelf veroorzaakt wordt.
15 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
5.
ZORGVULDIGHEID, SCHADE, VERZEKERINGEN EN VEILIGHEID Zorgvuldigheid
1. Ongeacht de instemming- of vergunningverlening door de gemeente of goedkeuring door andere bevoegde instanties, is de netbeheerder tegenover de gemeente of derden verantwoordelijk voor een zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden. De grondroerder is tegenover de gemeente of derden aansprakelijk voor schade als gevolg van de uitvoering van het werk. Dit geldt ook voor werkzaamheden die op verzoek van of na aanwijzing van de gemeente uitgevoerd moeten worden. Bij gecombineerde kabel- of leidingaanleg draagt elk van de belanghebbende netbeheerders verantwoordelijkheid tegenover de gemeente. De coördinerende netbeheerder(s) is (zijn) daarvoor dan het aanspreekpunt voor de gemeente. De eventuele aansprakelijkheidsstelling voor schade vindt plaats conform het civiele aansprakelijkheidsrecht. 2. De gemeente kan geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor vorderingen van derden wegens schade, die het gevolg is van werkzaamheden van de grondroerder. 3. De netbeheerder stelt, al dan niet na een aanwijzing (tot het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels of leidingen), de gemeente tijdig op de hoogte van eventuele werkzaamheden in verband met een project van de gemeente. Beide partijen zullen maximale inspanningen verrichten om de afgesproken planning te realiseren.
Daarvoor zal de netbeheerder de instemmings-, vergunningen- en meldingsprocedure en de daarin gehanteerde termijnen in acht nemen, zodat de afgesproken planning van het project gehaald wordt en dat eventuele vertragingsschade zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Schade en kosten 5.2.1.
Algemeen
1. De grondroerder neemt alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen om te voorkomen dat schade wordt toegebracht aan eigendommen van de gemeente of derden. 2. Wordt desondanks schade aan eigendommen van de gemeente of derden (bijvoorbeeld: kabels en leidingen van andere netbeheerders, verkeersborden, eigendommen van particulieren, bodemverontreiniging tijdens het werk enzovoort) toegebracht dan moet de grondroerder dit zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 24 uur, schriftelijk doorgeven aan de toezichthouder of aan betrokken derden. 5.2.2.
Herstel van schade en vergoeding van kosten
1. Voor de schade die ten gevolge van werkzaamheden ontstaat of de schade die aan andere eigendommen van de gemeente wordt toegebracht, moet de gemeente door of namens de netbeheerder gecompenseerd worden. De gemeente beslist zelf of zij de schade door of namens de netbeheerder laat herstellen of dat de marktconforme herstelkosten van de schade (inclusief eventuele kosten die de gemeente daarbij moet maken) door of namens de netbeheerder vergoed moeten worden.
16 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
2. Bij voorzienbare schade ten gevolge van werkzaamheden is het uitgangspunt dat de situatie van de ondergrond, de verharding (inclusief bijzondere (sier)bestrating) en groenvoorzieningen teruggebracht moet worden in de oude staat. De gemeente accepteert geen vermindering van kwaliteit. 3. De met de werkzaamheden verband houdende marktconforme herstel-, onderhouds-, degeneratie- en beheerkosten komen voor rekening van de netbeheerder. De voorwaarden, tarieven en onderhoudstermijnen zijn vastgelegd in de Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen. 4. Ook alle overige (extra) kosten die door de grondroerder (of de gemeente) gemaakt moeten worden vanwege werkzaamheden of een gevolg zijn van de voorwaarden en eisen die zijn opgenomen in de AVOI, het instemmingsbesluit of de vergunning en dit Handboek komen in principe voor rekening van de grondroerder c.q. de netbeheerder (zie ook artikel 3 van de Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen). 5.2.3.
Onderhoud kabels of leidingen en bovengrondse voorzieningen
1. Bovengrondse voorzieningen die eigendom zijn van netbeheerders en zich bevinden in de openbare ruimte moeten door de netbeheerder onderhouden worden. Aanstootgevende graffiti, leuzen, posters en dergelijke die aangebracht zijn op voornoemde bovengrondse voorzieningen moeten worden verwijderd. 2. Verharding die door of vanwege de netbeheerder is aangebracht ten behoeve van de bereikbaarheid van bovengrondse voorzieningen moet door de netbeheerder onderhouden worden. Als de verharding op enig moment niet meer voldoet aan de bij aanleg gestelde eisen moet deze worden hersteld. 3. Markeringen die ten behoeve van de maatvoering van kabels of leidingen of ter aanduiding van kruisingen van watergangen (zinkers) worden aangebracht moeten op een deugdelijke wijze geplaatst of bevestigd worden en altijd goed zichtbaar zijn. Als de markeringen op enig moment niet meer voldoen aan de bij plaatsing gestelde eisen moeten deze worden hersteld of op initiatief van de netbeheerder worden verwijderd. 4. Als de hoogte van de deksel van een op maaiveldhoogte geplaatst distributie- of mutatiepunt door verzakking niet meer op hoogte ligt met het omringende maaiveld en daardoor niet meer voldoet aan de bij aanleg gestelde eisen moet dit worden hersteld. 5.
Herstel of verwijdering van de in het eerste tot en met het vierde lid van dit artikel genoemde punten moeten op eerste aanzegging van de gemeente binnen vijf werkdagen uitgevoerd worden door of in opdracht van de netbeheerder, tenzij anders is overeengekomen met de toezichthouder. De in het eerste tot en met het vierde lid van dit artikel genoemde gebreken is geen limitatieve opsomming. De genoemde termijn geldt voor elk door de toezichthouder geconstateerd gebrek als gevolg van werkzaamheden of in situaties die niet meer voldoen aan de bij aanleg gestelde eisen.
17 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
6. Kabels of leidingen (inclusief de aansluitingen), die meer dan 0,40 m ten opzichte van het uitgiftepeil zijn verzakt moeten worden gerezen (het verticaal omhoog brengen van kabels of leidingen zonder onderbreking). Die werkzaamheden moeten zoveel mogelijk gelijktijdig met een straatophoging worden uitgevoerd. De gemeente en de netbeheerders moeten hier gezamenlijk afspraken over maken. 7. Gelet op de artikelen 6:174 en 6:175 van het Burgerlijk Wetboek, moet de netbeheerder ervoor zorgen dat de in de openbare ruimte aanwezige kabels of leidingen die in zijn eigendom of beheer zijn te allen tijde in een goede staat verkeren.
Risicodekking en Verzekeringen 1. De grondroerder moet, door bijvoorbeeld het afsluiten van een (Construction All Risk of CAR) verzekering, de onderstaande risico’s voldoende afdekken: -
beschadiging, verlies of vernietiging van het werk, waaronder de voor het werk bestemde materialen; het risico van aansprakelijkheid voor schade aan goederen van derden, en de daaruit voortvloeiende gevolgschade, alsmede voor overlijden of lichamelijk letsel van personen, veroorzaakt door de uitvoering van het werk.
2. De dekking (van de verzekering) loopt minstens vanaf de dag dat (de voorbereiding op) het werk start tot en met de dag van oplevering van de werkzaamheden. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel moeten de grondroerder en haar (onder)aannemers of ZZP’ers die bij de uitvoering van werkzaamheden betrokken zijn zorgen voor de verzekeringen tegen schade als gevolg van Wettelijke Aansprakelijkheid die voortvloeit uit het gebruik van aannemersmaterieel bij de uitvoering van het werk. 4. Rij- of voertuigen die worden ingezet ten behoeve van de werkzaamheden en waarvoor een verzekeringsplicht krachtens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen (WAM) geldt, moeten overeenkomstig de voorschriften van de WAM, alsmede tegen het werkrisico verzekerd zijn.
Veiligheid en Calamiteiten 1. Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van veiligheid en arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld bij extreem lage of hoge gevoelstemperaturen mogen werknemers niet doorwerken). De voorschriften die op dit gebied van kracht zijn (zie: www.arboportaal.nl) moeten (digitaal) op het werk beschikbaar zijn en de betrokken werknemers moeten volledig geïnstrueerd worden. Ook moeten alle (onder)aannemers VCA gecertificeerd zijn. De grondroerder is verantwoordelijk voor de naleving hiervan.
18 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
2. Als het vereist is conform de VCA en de Arbowet moet voor de aanvang van de werkzaamheden een Veiligheids-, Gezondheids- en Milieuplan (VG&M-plan) zijn opgesteld door de grondroerder. Wanneer er geen VG&M-plan wordt opgesteld door de grondroerder moet de grondroerder aan de gemeente voorafgaand aan de werkzaamheden onderbouwd aangeven waarom er geen VG&M-plan wordt opgesteld. In het VG&M-plan moet, als dit van toepassing is, minimaal het volgende zijn opgenomen: -
de van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften; milieuvoorschriften; de wijze waarop de instructie en voorlichting van het personeel worden geregeld; de wijze waarop het toezicht is geregeld; de wijze waarop verontreiniging van het milieu wordt voorkomen respectievelijk beheerst; een risico-inventarisatie en -evaluatie met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden; de locaties waar bodemverontreiniging aanwezig is en de wijze waarop gewerkt moet worden op die afzonderlijke locaties (zie ook artikel 5.4.1 en artikel 8.8); specifieke veiligheids- en voorzorgsmaatregelen bij werkzaamheden op of in de nabijheid van eigendommen en installaties van derden; de wijze waarop de afhandeling van calamiteiten en ongevallen wordt geregeld; contactpersonen van lokale hulpdiensten en storingsdiensten van netbeheerders.
3. Het bij de uitvoering van de werkzaamheden betrokken personeel moet op de hoogte zijn van de inhoud van het VG&M-plan en moet dit naleven. 4. De gemeente kan de grondroerder in het kader van de veiligheid (en vanwege verkeerstechnische redenen, zie artikel 3.2, elfde lid) verplichten om buiten werktijden bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen. Rondom het opslagterrein van de grondroerder is het plaatsen van bouwhekken altijd verplicht. 5. De toezichthouder kan vanuit de publieke taakstelling van de gemeente controleren of het werk veilig wordt uitgevoerd. De toezichthouder is bevoegd om bij onveilige situaties correctieve maatregelen af te dwingen of de werkzaamheden stil te leggen. Dit geldt ook als er onveilige situaties aan een bestaand netwerk van een netbeheerder worden geconstateerd. 6. Wanneer als gevolg van een storing in of toegebrachte schade aan een netwerk van een netbeheerder de (verkeers-)veiligheid of de volksgezondheid in gevaar komt is er sprake van een calamiteit. 7. Calamiteiten moeten direct na signalering bij de specialist of bij de toezichthouder worden gemeld. 8. Storingen of schades aan gas- en stroomvoorzieningen moet de grondroerder melden bij het nationale nummer 0800-9009. Storingen of schades aan kabels of leidingen van overige disciplines moeten gemeld worden bij de betreffende netbeheerders. 9.
Wanneer de calamiteit van dusdanige aard of omvang is dat er hulpdiensten moeten worden ingeschakeld moet de grondroerder dit direct melden bij alarmnummer 112. 19 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
10. Als het noodzakelijk is dat, voor de (verkeers-)veiligheid of bescherming van de volksgezondheid, direct afzettingen worden geplaatst of (een deel van) de weg(-en) wordt afgesloten dan moet dit ook gemeld worden bij alarmnummer 112, bij de OV-diensten en bij de specialist of bij de toezichthouder. 5.4.1.
Bodemverontreiniging
1. Voor werkzaamheden in of met verontreinigde grond is de Wet bodembescherming (Wbb), of de opvolger daarvan, onverkort van toepassing. De door het CROW uitgebrachte richtlijn “Werken in en met verontreinigde bodem” (publicatie 400) geldt ook. De grondroerder moet altijd werken volgens de meest recente versie van deze richtlijn. 2. De initiatiefnemer van een project moet vooraf inventariseren (CROW-publicatie 400) of er zich verdachte locaties binnen het werkgebied bevinden. Onder andere via de websites www.bodemloket.nl (initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk) en www.rwsleefomgeving.nl (Rijkswaterstaat) is te achterhalen waar zich verontreinigde of verdachte locaties bevinden. Als de grondroerder initiatiefnemer is kan hij voor de meest recente informatie of detailinformatie contact opnemen met de gemeente. 3. Als een grondroerder een kabel- c.q. leidingtracé wil aanleggen in een gebied waarvan vooraf is vastgesteld dat de bodem verontreinigd is ligt een eventuele saneringsplicht bij de grondroerder. 4. Behalve het onderzoek als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, zorgt de grondroerder er conform het bepaalde in artikel 5.4, eerste lid, voor dat de juiste noodzakelijke (beschermings-) maatregelen in acht worden genomen en legt daarvoor voorwaarden vast in een VG&M-plan. 5.
Als de gemeente initiatiefnemer is neemt zij die maatregelen die noodzakelijk zijn vanwege wetgeving en eventueel aanvullende eisen die de gemeente zelf of het bevoegd gezag stelt in het kader van het betreffende project. De gemeente is niet gehouden te voldoen en geeft geen invulling aan kwaliteitseisen die netbeheerders zelf stellen ten aanzien van hun netstructuur in (voormalig) verontreinigde grond.
Peilen en hoofdafmetingen 1. Indien van toepassing (op uitbreidingslocaties of bij reconstructies) beperkt het op de graaflocatie aangeven van peilen en hoofdafmetingen door de toezichthouder zich tot het eenmalig aangeven van hoofdmeetpunten en eventueel extra punten in bochten en dergelijke. De grondroerder kan daarna zelf door middel van eenvoudig meetwerk, zowel qua horizontale als verticale maatvoering, het tracé in detail uitzetten. De gemeente treedt slechts toetsend c.q. controlerend op. Het gewenste tijdstip van aanwijzing moet door de grondroerder ten minste een week van tevoren aan de toezichthouder kenbaar gemaakt worden.
20 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
2. Bij de aanleg van kabels of leidingen in een uitbreidingsplan, waarbij (nog) geen woningen enzovoort aanwezig zijn om als vast punt voor maatvoering te dienen, geeft de gemeente een aantal maten middels piketpaaltjes of krijtmarkeringen aan. Dit geldt alleen voor gronden die eigendom zijn van de gemeente. Bij werkzaamheden in particulier eigendom moet de grondroerder met betreffende grondeigenaar of projectontwikkelaar rechtstreeks afspraken maken, de gemeente is hierin geen partij. 3. Het in stand houden (borgen/verklikken) van de eenmalig door de toezichthouder aangegeven peilen en hoofdafmetingen valt onder de verantwoordelijkheid van de grondroerder.
Grondwaterstanden en bronbemaling 1. Afwijkingen of veranderingen in de (door de gemeente) opgegeven grondwaterstanden geven de grondroerder geen recht op schadevergoeding of andere financiële tegemoetkomingen. 2. Als naar inzicht van de grondroerder bronbemaling noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te kunnen voeren moet de grondroerder zelf zorgen voor de noodzakelijke vergunning. Voor het onttrekken van grondwater en voor lozing op het oppervlaktewater is in veel gevallen een watervergunning van een Waterschap, Hoogheemraadschap of Polderdistrict nodig. 3. Als bronneringswater op het gemeentelijke rioolstelsel moet worden geloosd, moet de grondroerder voor aanvang van de werkzaamheden daarvoor schriftelijk toestemming vragen bij de gemeente. 4. Bij het verlagen van de grondwaterstand binnen de kwetsbare boomzone van te handhaven bomen of beplanting, moeten altijd de maatregelen van de vigerende bomenposter gevolgd worden. De grondroerder moet in overleg met de toezichthouder de bomen of beplanting water geven. Hiervoor moet schoon water worden gebruikt. Er mag geen bronneringswater of oppervlaktewater voor worden gebruikt.
21 van 42
Handboek kabels en leidingen Horst aan de Maas
6.
HANDHAVING
1. De in dit Handboek gestelde procedures, richtlijnen, voorwaarden, eisen en werkafspraken moeten altijd worden opgevolgd. Handhaving geschiedt op grond van Hoofdstuk 4 van de AVOI. 2. Mondelinge of schriftelijke (ook per e-mail) aanwijzingen en geboden die door de vertegenwoordigers van de gemeente met betrekking tot de inhoud van dit Handboek of de AVOI worden gegeven moeten onverwijld opgevolgd worden. 3. Als de gemaakte afspraken worden genegeerd kan de gemeente de uitvoerende partij een (schriftelijke) waarschuwing geven. Zo nodig wordt het werk tijdelijk stilgelegd zonder dat aanspraak op schadevergoeding mogelijk is. 4. Werkzaamheden die tijdelijk zijn stilgelegd mogen, op aanwijzing van de toezichthouder, pas weer worden hervat als de reden van stillegging is opgeheven. 5. Als blijkt dat werknemers van de grondroerder of haar (onder)aannemers zich niet houden aan de gemaakte afspraken of zij zich op de werkvloer onbehoorlijk of overlast gevend gedragen, dat er zich tijdens de uitvoering onregelmatigheden voordoen of dat de werkzaamheden niet naar behoren worden uitgevoerd, kan de gemeente handhavend optreden in het kader van openbare orde, veiligheid of het voorkomen van overlast. 6. De grondroerder houdt zelf toezicht op alle werkzaamheden van de (onder)aannemer(s) en voert de nodige controles en steekproeven uit. 7.
Namens de gemeente ziet de toezichthouder erop toe dat de voorschriften uit het instemmingsbesluit of de vergunning, de AVOI, het Handboek en de Schaderegeling ingravingen worden nageleefd. De toezichthouder controleert onder andere op: -