07c Woonwagen- en standplaatsenbeleid 2023
Tekst van het document
Woonwagenen standplaatsenbeleid 2023
horstaandemaas.nl
Woonwagenen standplaatsenbeleid 2023
WOONWAGEN- EN STANDPLAATSENBELEID 2023 Inleiding Nederland telt naar schatting 50 duizend woonwagenbewoners, die bestaan uit Sinti en Roma (twee etnische groepen, die oorspronkelijk uit het buitenland komen) en nakomelingen van Nederlanders die ooit met een reizend beroep in hun onderhoud voorzagen (zoals scharenslijpers, venters, kermisexploitanten, circusartiesten en seizoenarbeiders). Deze laatste groep wordt daarom ook wel aangeduid als ‘reizigers’ en omvat het leeuwendeel van de woonwagenbewoners.
Precieze aantallen zijn echter lastig te geven, omdat ook veel mensen die zich woonwagenbewoner voelen in de loop der jaren, al dan niet gedwongen, in een gewoon huis zijn gaan wonen. Nederland telt zo’n 1.150 woonwagencentra (met in totaal bijna negenduizend standplaatsen) in 370 gemeenten. Het tekort aan standplaatsen wordt geschat op circa drieduizend. In 1999 is de Woonwagenwet ingetrokken en werd het woonwagenbeleid gedecentraliseerd. In de jaren die volgden, hanteerden veel gemeenten een afbouwbeleid ook wel ‘uitsterfbeleid’ genoemd: steeds minder standplaatsen voor woonwagens, bewoners moesten maar naar gewone woonhuizen verhuizen. Dit beleid was niet in overeenstemming met de rechten van de mens. Een aanpassing was noodzakelijk. Eind 2014 uitte ook het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens scherpe kritiek op het uitsterfbeleid. Het verklaarde zelfs dat gemeenten en woningcorporaties zich discriminerend gedragen jegens ‘een etnische groep die zich onderscheidt vanwege hun cultuur’. Woonwagenbewoners klaagden bij de Nationale Ombudsman over het tekort aan standplaatsen, voor henzelf en hun kinderen. Die riep de overheid in 2017 in een kritisch rapport op de fundamentele rechten van woonwagenbewoners te respecteren.
Al die kritiek leidde ertoe dat toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren in 2018 een nieuw beleidsplan voor gemeenten lanceerde over het waarborgen van de culturele identiteit van woonwagenbewoners. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) schreef dus een nieuw beleidskader ‘Beleidskader gemeentelijk woonwagen en standplaatsenbeleid’ (2018). Dit beleidskader gaf en geeft gemeentes handvatten om lokaal c.q. regionaal beleid te maken. Daarop maakte de gemeente Horst aan de Maas in samenspraak met de doelgroep een start voor een nieuw woonwagen- en standplaatsenbeleid. Dit document bevat een korte omschrijving van de geschiedenis van woonwagenwetgeving en de inhoud van het nieuwe beleid. Ook maakt het verder concreet hoe we op praktische punten aan de slag gaan met het uitvoeren en opvolgen van het nieuwe woonwagen- en standplaatsenbeleid. Gedurende het hele proces is en blijft erkenning en waardering voor de woonwagencultuur de leidraad. De culturele identiteit van woonwagenbewoners kenmerkt zich hoofdzakelijk door twee elementen: • Wonen in familieverband; • Wonen in een woonwagen.
4
5
INHOUDSOPGAVE 1. Woonwagencultuur Aandacht voor de culturele identiteit
9
2. Waar komen we vandaan? Intrekking Woonwagenwet Tekortkomingen in gemeentelijk beleid Tijd voor nieuw beleid
11
3. Gemeentelijk beleid op basis van beleidskader BZK Prettig wonen, werken en recreëren in een inclusieve samenleving Voorwaarden (On)gelijke gevallen (on)gelijk behandelen 4. In de praktijk
13
17
4.1 Standplaatsen en locaties Lokaal onderzoek Uitbreiding woonwagenstandplaatsen Draagvlak en communicatie 4.2 Grondverkoop, huren en kopen Grondverkoop Huren en kopen Standplaatsen die passen bij de vraag Eigendomsconstructies Verkoop bestaande huurstandplaatsen 4.3 Schoon, heel, veilig, legaal en bereikbaar Schoon, heel en veilig Legaal Bereikbaarheid 4.4 Duurzaam/BENG 5
Ter afsluiting
23
6
7
1. Woonwagencultuur De woonwagencultuur is immaterieel erfgoed1 dat nauw verbonden is met de culturele identiteit van groepen woonwagenbewoners in Nederland. Naar schatting maken 60.000 – 70.000 mensen2 deel uit van één van deze culturele groepen. Dit zijn zowel woonwagenbewoners die afstammen van Roma en Sinti, als afstammelingen van klassieke 'reizigers' zoals ‘kermisexploitanten’. Woonwagenbewoners hebben een eigen manier van denken en eigen cultuur. De cultuur van de woonwagenbewoners is een cultuur van overleven. Vanwege het trekverbod (1968) reizen de woonwagenbewoners niet meer met hun woonwagens door het land. De wagens en caravans lijken tegenwoordig vaak op gewone huizen maar zijn dat niet. Voor de woonwagenbewoners is het belangrijk dat hun wagen geen stenen rijtjeshuis is met fundering én dat de vloer boven het maaiveld ligt met een opstapje naar de voordeur. Aandacht voor de culturele identiteit In de laatste tien tot vijftien jaar is in meerdere uitspraken de bescherming van deze culturele woonwagenidentiteit herleid uit bepalingen in internationale verdragen, waar diverse rechten uit voortvloeien; o.a. eerbieding van privéleven, discriminatieverbod en huisvesting. Deze rechten gelden ook voor woonwagenbewoners en vanwege hun specifieke cultuur betekent dit iets voor hun manier van wonen en de inzet van gemeenten en woningcorporaties.
Nederland ondertekende deze verdragen ook. Dit brengt voor Nederland de verplichting mee om voldoende standplaatsen te realiseren en om ervoor te zorgen dat de woonwagenbewoners kunnen leven volgens hun culturele identiteit, namelijk: • Wonen in familieverband • Wonen in een woonwagen De gemeente Horst aan de Maas erkent en waardeert de woonwagencultuur en haar maatschappelijke waarde.
1 De woonwagencultuur is in 2014 door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed aangewezen als immaterieel erfgoed. 2 Het College voor de Rechten van de Mens (CRM) hanteert in zijn oordelen de volgende definitie van woonwagenbewoners: ‘woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur’.
8
9
2. Waar komen we vandaan? Intrekking Woonwagenwet Tot 1999 was in Nederland de Woonwagenwet van kracht, daarna is het woonwagenbeleid geïntegreerd in het reguliere, gemeentelijke volkshuisvestigingsbeleid. De belangrijkste reden om deze wet in te trekken in 1999, was het normaliseren van de woonpositie van woonwagenbewoners. Door de intrekking: • Hadden woonwagenbewoners niet langer een uitzonderingspositie binnen de woningmarkt. • Vervielen bijzondere rechten van woonwagenbewoners, bijvoorbeeld het recht op een standplaats. • Kregen gemeenten de volledige vrijheid (zonder landelijke verplichtingen) over het beleid met betrekking tot woonwagenlocaties en standplaatsen. • Na intrekking van de Woonwagenwet werden standplaatsen, waar mogelijk, overgedragen van gemeenten naar woningcorporaties. Het verhuren van standplaatsen en/of woonwagens aan woonwagenbewoners die onder de sociale inkomensgroep vallen, is namelijk geen wettelijke taak van de gemeente maar van de corporaties. • Kwam wetgeving voor woonwagenbewoning vooral aan op generieke regelingen zoals: o de Huisvestingswet 2014; o de Woningwet; o de Wet ruimtelijke ordening; Na de intrekking gingen veel gemeenten c.q. corporaties over tot een afbouwbeleid, in de volksmond ook wel ‘uitsterfbeleid’ genoemd. Vrijkomende standplaatsen werden niet langer verhuurd, maar opgeheven, gesloopt of uit functie ontzet.
Ook gemeente Horst aan de Maas en de corporatie Wonen Limburg werkten op deze manier. Tekortkomingen in gemeentelijk beleid In de jaren die volgden vroegen woonwagenbewoners bij diverse instanties aandacht voor de tekortkomingen in het gemeentelijk woonwagenbeleid. Hun focus lag op het naleven van de mensenrechten. Gemeentelijk beleid bleek namelijk vaak niet in overeenstemming te zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB). De Nationale Ombudsman beaamde dat; hij stelde dat gemeenten tekortschoten in hun betrouwbaarheid ten aanzien van woonwagenbewoners. Ook vond hij dat gemeenten het recht van woonwagenbewoners om te leven volgens hun culturele identiteit onvoldoende erkenden en faciliteerden. Hij schreef er het rapport ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ (17-04-2017) over. Tijd voor nieuw beleid Het rapport bleek de start van een ander beleidsperspectief. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelde het beleidskader ‘gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’3 op. Dit gebeurde met advies van onder andere het College voor de Rechten van de Mens.
3 Hierna te noemen ‘beleidskader BZK’.
10 11
Het nieuwe beleidskader BZK bevat landelijke uitgangspunten, is richtinggevend en niet bepalend. Het is geen wet en heeft (vooralsnog) ook geen juridische gevolgen bij het niet naleven ervan. Opvolging is echter wenselijk en geeft handvatten voor nieuw gemeentelijk woonwagenbeleid dat: • Rekening houdt met de specifieke woonbehoeften van woonwagenbewoners. • Voorziet in voldoende en binnen een redelijke termijn aangelegde standplaatsen. • Aandacht heeft voor de cultuur van woonwagenbewoners. • Woonwagenbewoners beschermt tegen discriminatie. • Voldoende rechtszekerheid biedt voor de doelgroep. • Ruimte biedt om in familieverband samen te leven. Het ministerie monitort sinds het uitbrengen van het beleidskader BZK de ontwikkeling van het aantal standplaatsen. Ook bracht de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in mei 2021 een speciale ‘Wegwijzer woonwagenbeleid’ uit. De Wegwijzer is een nadere invulling van het in 2018 door het ministerie van BZK uitgebrachte landelijk beleidskader. De Wegwijzer: • Schetst het mensenrechtelijk kader in relatie tot het woonwagen- en standplaatsenbeleid. • Licht stap voor stap toe hoe gemeenten, samen met woningcorporaties, woonwagenbewoners en beheerorganisaties, woonwagen- en standplaatsenbeleid kunnen ontwikkelen en uitvoeren dat in lijn is met het Beleidskader.
3. Gemeentelijk beleid op basis van beleidskader BZK Prettig wonen, werken en recreëren in een inclusieve samenleving We willen een gemeente zijn waar het prettig wonen, werken en recreëren is. We streven naar een inclusieve samenleving; iedereen doet -binnen de eigen cultuur- mee in onze maatschappij én neemt zijn of haar verantwoordelijkheid als burger. Om dat te realiseren werkt de gemeente nauw samen met interne- en externe belanghebbenden. We staan in verbinding met bewoners in alle wijken, waaronder ook woonwagenbewoners en omwonenden. Wie woonwagenbewoners echt leert kennen en regelmatig contact met hen onderhoudt, krijgt meer inzicht in hun specifieke woonbehoefte en doet kennis over de woonwagencultuur op. Dat bewustwordingsproces kost tijd, maar is tegelijkertijd belangrijk en bepalend voor een juiste omslag in het beleid. Het uitgangspunt bij het opstellen van beleid is namelijk dat voor woonwagenbewoners dezelfde rechten, maar ook dezelfde plichten gelden als voor iedere andere burger binnen de gemeente Horst aan de Maas. Gemeente Horst aan de Maas biedt de ondersteuning die nodig is en die inwoners mogen verwachten van de gemeente. Onderdeel daarvan is een woonwagenbeleid dat in overeenstemming is met de mensenrechtelijke uitgangspunten.
Voorwaarden Het woonwagenbeleid moet bijdragen aan de gemeentelijke visie zoals hierboven genoemd en wordt daarom onderdeel van het huisvestingsbeleid. We voegen het woonwagen- en standplaatsenbeleid toe aan ons reguliere huisvestingsbeleid: Masterplan Wonen 2021-2025. Het beleid houdt rekening met mensenrechten en heeft aandacht voor de culturele identiteit van Roma, Sinti en woonwagenbewoners. Het woonwagenbeleid is gebaseerd op het beleidskader BZK en aangevuld met aanbevelingen voortkomend uit het adviesrapport ‘Een thuis voor iedereen’. Dat rapport is opgesteld door de interbestuurlijke werkgroep ‘versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen’. Hierin staat onder andere dat er integraal beleid nodig is dat over méér dan alleen standplaatsen gaat. Mede op basis van het beleidskader BZK en het adviesrapport zijn onderstaande voorwaarden voor het uitwerken van het woonwagenbeleid opgesteld: 1. De gemeente stelt het beleid voor woonwagens en standplaatsen vast als onderdeel van het Masterplan Wonen 2021-2025; 2. Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners; 3. Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder is; 4. Corporaties voorzien in de (sociale) huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot hun primaire doelgroep behoren; 5.
De gemeente zorgt voor koopstandplaatsen voor geïnteresseerde standplaatszoekenden die kosten voor koop én een eigen woonwagen kunnen financieren. 6. De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen; 7. Een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, heeft binnen een redelijke termijn kans op een standplaats.
12 13
8. De op termijn vrijkomende standplaatsen worden toegewezen volgens de toewijzingsverordening4. De gemeente zal de wachtlijst beheren, de inschrijvingen bijhouden en de standplaatsen toekennen. (On)gelijke gevallen (on)gelijk behandelen Centraal bij het schrijven van het gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid staat het vinden van een balans tussen ‘gelijke gevallen gelijk behandelen en ongelijke gevallen ongelijk behandelen’. Dit betekent concreet dat daar waar woonwagenbewoners gelijk zijn aan andere inwoners, zij gelijk behandeld worden. Daar waar zij ongelijk zijn – op basis van de erkende woonwagenidentiteit en cultuur – worden zij anders behandeld dan andere inwoners. Om de doelgroep af te bakenen en daarmee aan te geven wanneer ongelijke behandeling van kracht is, kiest de gemeente Horst aan de Maas voor een pragmatische definitie van de begrippen woonwagenbewoners en woonwagens (zie kaders). Bij het opstellen van het gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid is tegelijkertijd rekening gehouden met de drie volgende uitgangspunten: 1. Moreel – waartoe voelt de gemeente zich moreel verplicht? 2. Juridisch – waar is de gemeente juridisch toe verplicht (mensenrechtelijk kader)? 3. Financieel – wat zijn de financiële consequenties?
Definitie woonwagenbewoners Woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. De onderscheidende cultuur verwijst naar mensen die in een woonwagen wonen (specifieke woonwijze) en deel uitmaken van een familie die van generatie op generatie bij elkaar op een locatie en in een woonwagen woont of heeft gewoond (in familieverband samenwonen op een woonwagenlocatie).
Definitie woonwagen Een voor bewoning bestemd zijnde gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, zoals omschreven in artikel 1, laatste gedachtestreep, sub B van de Woningwet. Een prefab woning, chalet of houtskeletbouwwoning wordt in dit beleid ook gezien als woonwagen. De meeste woonwagens hebben slechts een bouwlaag, waardoor meer ruimte nodig is voor dezelfde gebruiksruimte. Een woonwagen is uitgelegd over één verdieping; alles is gelijkvloers, dus de slaapkamers en badkamer bevinden zich ook op de begane grond. Tegenwoordig ziet men ook meer woonwagens met een kapverdieping verschijnen. In deze kap zitten alsdan de kinderslaapkamers annex studeerkamers, waardoor zij hun huiswerk e.d. niet in de woonkamer hoeven te maken. Ook verschillen woonwagens bouwtechnisch van reguliere woningen. Woonwagens kunnen in zijn geheel of in delen worden verplaatst. Woonwagens zijn in de regel houtskeletbouw en daardoor brandgevoeliger dan woningen die uit steen en/of beton zijn opgetrokken.
Toelichting toewijzingsverordening De toewijzingsverordening werkt via een puntenopbouwsysteem én op basis van categorieën. Het puntenopbouwsysteem gaat uit van een eenmalige puntentoekenning bij inschrijving én een periodiek op te bouwen puntenaantal. Bij het vrijkomen van een standplaats worden de standplaatszoekenden uit de eerste categorie geraadpleegd. In deze eerste categorie zitten onder meer de inwonende meerderjarige kinderen. Degene met het hoogste puntenaantal binnen deze eerste categorie heeft het eerste recht op de vrijgekomen standplaats. Vindt geen toewijzing binnen de eerste categorie plaats, wordt vervolgens de volgende categorie geraadpleegd, enzovoorts. In totaal zijn er vier categorieën. De puntentoekenning en indeling in categorie is onder andere gebaseerd op familierelaties, de huidige woonvorm, afkomst (regio) en hoelang men al ingeschreven staat.
Definitie woonwagenstandplaats Een kavel dat bestemd is voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten, zoals omschreven in artikel 1, laatste gedachtestreep, sub C van de Woningwet.
De toewijzingsverordening wordt tegelijk met het woonwagenbeleid vastgesteld. Het vaststellen van een toewijzingsverordening is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. 4
14 15
4. In de praktijk De volgende vier thema’s geven duiding aan de wijze van uitvoering van het woonwagenbeleid: 1. Standplaatsen en locaties 2. Grondverkoop, huren en kopen 3. Schoon, heel, veilig, legaal en bereikbaar 4. Duurzaam/BENG 4.1 Standplaatsen en locaties Op advies van het Ministerie van BZK is een schriftelijke enquête uitgezet om regionaal te inventariseren wat de woonbehoefte van woonwagenbewoners is. Deze resultaten gaven - door onder andere de laaggeletterdheid en de moeilijkere bereikbaarheid van woonwagenbewoner-onvoldoende inzicht en een vertekend beeld in de lokale behoefte. Voor een betere behoefte-inventarisatie zijn daarom mondelinge gesprekken gevoerd met de lokale doelgroep. Lokaal onderzoek In het tweede kwartaal van 2022 inventariseerde de gemeente Horst aan de Maas de woonbehoefte onder de lokale standplaatshouders en -zoekenden door interviews af te nemen op het gemeentehuis. Er werden 22 gesprekken gevoerd en alle deelnemers leverden een registratieformulier in. 17 geïnteresseerden wonen in de gemeente Horst aan de Maas. Vijf van de geïnterviewden komen uit andere gemeenten en stellen nauwe familiebanden te hebben in de gemeente Horst aan de Maas en/of hebben hier op een woonwagenlocatie gewoond en willen daarom graag terug naar een woonwagen(standplaats) in onze gemeente.
Twee van de geïnterviewden voldoen niet aan het afstammingsbeginsel en zijn daarom niet in het verdere onderzoek meegenomen. Van elk interview heeft de gemeente een verslag opgesteld, dat door de geïnterviewde is ondertekend. Alle resultaten zijn samengevat in de rapportage inventarisatie woonbehoefte woonwagenstandplaatsen. De belangrijkste uitkomst van deze inventarisatie: •
•
Er zijn op korte termijn (0 tot 5 jaar) 19 woonwagenbewoners van 18 jaar en ouder op zoek naar een woonwagenstandplaats in onze gemeente, waarvan naar verwachting: o 13 huurstandplaatsen met huurwoonwagens o 6 koopstandplaatsen met eigendomswoonwagens Op de (middel)lange termijn (5 tot 20 jaar) verwachten we in de gemeente Horst aan de Maas dat nog eens 16 kinderen van huidige woonwagenbewoners zich zullen inschrijven om in aanmerking te komen voor een standplaats.
Uitbreiding woonwagenstandplaatsen Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten start de gemeente Horst aan de Maas met de realisatie van woonwagenstandplaatsen. Dit betreft nieuwe locaties of uitbreiding op bestaande locaties. Geschikte nieuwe locaties voor woonwagenstandplaatsen zijn echter zeldzaam: op geschikte kavels rust vaak al een bouwclaim en andere locaties zijn ongeschikt door overlap met milieucontouren of (de nabijheid van) kwetsbare natuur. Zoeken naar de ‘perfecte locatie’ is daarom niet kansrijk. Daarom zetten we in op het vinden van de ‘meest geschikte locaties’, waarbij we kijken naar oplossingen die ruimte bieden binnen de bestaande
16 17
kaders. Uitgangspunt daarbij is dat woonwagenstandplaatsen onderdeel worden van woonwijken en niet los staan aan de rand van een kern. Na vaststelling van het woonwagenbeleid wordt in het plan van aanpak herstructurering en uitbreiding bestaande woonwagenlocaties ingegaan op onder andere het wijzigen van huidige bestemmingsplannen en benoemen we het ontwerpen, ontwikkelen en inrichten van locaties. Door het vaststellen van het gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid borgen we de uitvoering van deze plannen. Draagvlak en communicatie De ervaringen van andere Nederlandse gemeenten leren ons dat een woonwagenlocatie een uiterst gevoelige bestemming is; omwonenden willen een woonwagenlocatie vaak liever niet in hun ‘achtertuin’. Daarom is een zorgvuldige locatiekeuze van groot belang en willen we ongerustheid bij omwonenden verminderen of zelfs weggenemen door een combinatie van voorlichting en de belofte van regulier beheer en toezicht, net zoals in alle andere woonwijken in een gemeente. We stellen een communicatie- en participatieplan op, omdat goede en tijdige communicatie en participatie richting omwonenden en andere belanghebbenden veel weerstand kan wegnemen. Want… alleen als de beeldvorming rondom het onderwerp en het draagvlak vanuit de omgeving op orde zijn, kan het realiseren van extra woonwagenstandplaatsen succesvol worden.
4.2 Grondverkoop, huren en kopen Grondverkoop Als de locaties van nieuwe woonwagenstandplaatsen bekend zijn, vindt verkoop van de gronden plaats. De gemeente verkoopt de grond aan individuele woonwagenbewoners (kopers) of aan een woningcorporatie. De corporatie kan de grond verhuren aan woonwagenbewoners (in principe met huurwoonwagen). Verkoop van gronden door de gemeente moet aan een aantal eisen voldoen: • Voorafgaand aan de overdracht is de verkoop openbaar bekend gemaakt, zodat iedereen er kennis van kan nemen. • We verkopen alleen standplaatsen aan mensen die hier op basis van de toewijzingsverordening voor in aanmerking komen. Zijn er meer gegadigden, dan wordt gehandeld volgens het gelijkheidsbeginsel, zodat iedereen gelijke kansen heeft op de koop. De beschikbaarheid, selectieprocedure, het tijdschema en de selectiecriteria dienen voor iedereen inzichtelijk te zijn, waarbij de selectiecriteria objectief, toetsbaar en redelijk moeten zijn. Vooral bij onderhandse verkopen is dit belangrijk. De opgestelde beleidsstukken, eventueel aangevuld met specifieke voorwaarden voor de betreffende locatie, helpen bij het maken van toewijzingskeuzes en zorgen ervoor dat de gemeente naar vertrouwen kan handelen. Alle belanghebbenden (gemeente, standplaatszoekenden, derden, etc.) zijn gebaat bij een transparant verdeelsysteem van schaarse woonwagenstandplaatsen.
• De gemeente regelt het bestemmingsplan en verkoopt de grond op basis van de getaxeerde waarde bouwrijp aan een woningcorporatie of een particulier. De inrichting als standplaats is voor rekening van de nieuwe eigenaar.
Toewijzingsverordening De gemeente voert een toewijzingsverordening die de inschrijving en toewijzing regelt voor standplaatszoekenden. Standplaatszoekenden die voldoen aan enkele basiseisen kunnen zich inschrijven voor de wachtlijst. Deze basiseisen zijn onder meer gericht op de afstamming (alleen woonwagenbewoners), verbondenheid met de gemeente (sociale binding) en aanwezigheid van familieleden op een woonwagenlocatie (om wonen in familieverband mogelijk te houden). Als de vrijkomende standplaats een huurstandplaats (met huurwoonwagen) betreft, gaat de verhuur via de corporatie.
Uitzonderingen op de toewijzingsverordening - Overgangsregeling. Er geldt een overgangsregeling voor de standplaatszoekenden die al op de wachtlijst bij de corporatie staan voor een woonwagenstandplaats in Horst aan de Maas en aan de voorwaarden voldoen voor inschrijving volgens het nieuwe model. Deze standplaatszoekenden worden ingedeeld in de van toepassing zijnde categorie inclusief startpunten als genoemd in artikel 5 van de toewijzingsverordening. Deze groep standplaatszoekenden krijgt naast de categorie-indeling en de toegewezen startpunten, eenmalig extra punten toegekend, gelijk aan de optelsom van het aantal maanden dat zij ingeschreven staan bij de plaatselijke corporatie voor een huurstandplaats (met huurwoonwagen) in de gemeente Horst aan de Maas. - Wanneer schriftelijk staat geregistreerd dat een standplaatshuurder (met een eigendomswoonwagen) wordt verzorgd door een van zijn familieleden (kind of kleinkind), dan spreken we van gereserveerde mantelzorg. Indien de huurder van de standplaats waaraan de gereserveerde mantelzorg is toegekend komt te overlijden of vanwege gezondheidsredenen moet vertrekken uit zijn of haar woonwagen, zal de standplaats eenmalig worden toegewezen aan de bij de gemeente geregistreerde mantelzorger. Daarbij wordt niet gekeken naar de wachtlijst. Dit voorkomt dat een eigen woonwagen dient te worden ontmanteld en verwijderd.
Dat zou namelijk kapitaalvernietiging voor de nabestaanden zijn. Deze uitzondering geldt alleen bij de eigendomsconstructie huurstandplaats met eigendomswoonwagen (zie hoofdstuk 4.2). - De corporatie kan een door de gemeente aangewezen kandidaat alleen afwijzen als deze kandidaat bij een corporatie een woning huurt, de vrijgekomen huurstandplaats wenst te huren maar geen positieve verhuurdersverklaring kan afgeven (maximaal 3 maanden oud) - Op grond van de hardheidsclausule kan het college van burgemeester en wethouders in bijzondere situaties afwijken van de inschrijvings- en toewijzingsregels. Huren en kopen Het verhuren van standplaatsen en/of woonwagens is geen wettelijke taak van de gemeente Horst aan de Maas. Een woningcorporatie zorgt voor het bouwen, verhuren en beheren van huurwoningen aan specifieke doelgroepen. Daar horen ook woonwagens bij, mits deze doelgroep behoren tot de huishoudens met een inkomen tot de huurtoeslaggrens. Woonwagenbewoners die qua inkomen niet tot de primaire doelgroep van de woningcorporatie behoren, kunnen terecht bij de gemeente Horst aan de Maas voor een standplaats. Het gaat dan om woonwagenbewoners die genoeg financiële middelen hebben om een eigen standplaats en woonwagen te kopen.
18 19
Standplaatsen die passen bij de vraag Op de (nieuwe) woonwagenlocaties streven we ernaar dat standplaatsen passen bij de vraag, net zoals dat op dit moment het geval is. Door zowel huur- als koopplaatsen aan te bieden, kunnen woonwagenbewoners uit verschillende inkomensgroepen samenwonen met hun families. Dat is belangrijk, omdat het wonen in familieverband het hoogste goed is binnen de woonwagencultuur.
Sociale kernvoorraad Het aantal standplaatsen per 1.000 woningen in Nederland ligt tussen 0,3 (Flevoland) en 2,1 (Limburg). Het landelijk gemiddelde is 1,1 standplaats per 1000 woningen (Bron: ‘Herhaalmeting woonwagenstandplaatsen in Nederland’, maart 2021). De gemeente Horst aan de Maas heeft volgens dit rapport 0,8 standplaatsen per 1000 woningen.
Eigendomsconstructies Binnen het nieuwe woonwagen- en standplaatsenbeleid zijn, met de opties huur of koop, de volgende eigendomsconstructies mogelijk: • Huur-huur Dit betreft een huurstandplaats met een huurwoonwagen, bestemd voor huishoudens die behoren tot de primaire doelgroep van een woningcorporatie. • Huur-koop5 Hierbij gaat het om een huurstandplaats met een koopwoonwagen. De bewoner huurt een ‘kale’ standplaats en plaatst hier zijn eigen, gekochte woonwagen op. De verantwoordelijkheid voor de aanschaf en het onderhoud van de woonwagen rust daarmee op de bewoner. De corporatie heeft de keuze om haar grond niet te verhuren maar aan de bewoner in erfpacht te verstrekken. • Koop-koop De koop-koopconstructie is bedoeld voor de woonwagenbewoners met midden- en hoge inkomens, die zelf een standplaats én een woonwagen kunnen kopen. Deze combinatie komt de leefbaarheid van een woonwagenlocatie ten goede en maakt het wonen in familieverband makkelijker. Wel gelden er aanvullende voorwaarden omdat het streven is om de verkochte standplaatsen te behouden voor de doelgroep (woonwagenbewoners).
Gemeenten moeten volgens het kabinet ernaar streven dat 30 procent van het woningbestand uit sociale huurwoningen bestaat.
Verkoop bestaande huurstandplaatsen met eigendomswoonwagens De vraag luidt in welke mate verkoop van huurstandplaatsen wenselijk is. Het kan weliswaar tegemoetkomen aan de behoefte van een individuele bewoner, maar kan lokaal leiden tot uitdunning van het sociale huurbestand. Lokale tekorten aan standplaatsen kunnen daarmee verschuiven van de huur- naar de koopsector. Verkoop van huurstandplaatsen aan de zittende huurders kan daarentegen het terugdringen van ‘scheefhuur’ bevorderen. Bestaande huurstandplaatsen met eigendomswoonwagen mogen worden verkocht aan de zittende huurders (of bij mutatie aan de eerstvolgende op de wachtlijst). De oneigenlijke combinatie huurstandplaats met een eigendomswoonwagen zorgt op lange termijn voor problematische situaties. Om deze redenen streeft de gemeente op lange termijn naar de combinaties huurstandplaatsen met huurwoonwagens en koopstandplaatsen met eigendomswoonwagens. Met de woningcorporatie wordt dan ook afgesproken dat huurstandplaatsen met huurwoonwagens in principe niet mogen worden vervreemd en tot de sociale kernvoorraad horen.
Waar deze optie bestaat houdt de gemeente deze in stand. Maar voor de toekomst wordt huur-koop ontmoedigd omdat als iemand grond huurt, diegene ook opstal moet vestigen omdat er anders sprake is van natrekking. En bij het recht van opstal moet ook overdrachtsbelasting betaald worden en dat is bij woonwagenstandplaatsen niet van toepassing. 5
De gemeente Horst aan de Maas streeft naar een gelijke verhouding. Dit betekent dat minimaal 30 procent van de woonwagenstandplaatsen binnen de gemeente huurstandplaatsen met huurwoonwagen zijn en dat deze woonvorm tot het sociale kernvoorraad huurstandplaatsen met huurwoonwagens behoort. Deze sociale kernvoorraad mag nooit verkocht worden.
4.3 Schoon, heel, veilig, legaal en bereikbaar Schoon, heel en veilig Vanwege de openbare ruimte, orde en veiligheid moeten de nieuwe- als de bestaande woonwagenlocaties schoon, heel en veilig zijn, net zoals dat voor andere woonwijken in de gemeente geldt. Dat betekent bijvoorbeeld: • Dat gemeente het beheer en onderhoud van de openbare ruimte op en rond woonwagenlocaties uitvoert. • Dat achterstallig onderhoud op bestaande woonwagenlocaties in beeld is/wordt gebracht en wordt weggewerkt. • Dat er handhaving plaatsvindt op nieuwe- en bestaande woonwagenlocaties. De gemeente kan dan optreden tegen bestaande bouwwerken op woonwagenlocaties waarbij de omgevingsvergunning of het bestemmingsplan niet is nageleefd, met legalisering of verwijdering tot gevolg. Daarnaast moeten de woonwagenlocaties voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, denk bijvoorbeeld aan brandveiligheid. Uitzonderingen met betrekking tot de eerdergenoemde woonwagencultuur en daarbij horende woonvormen daargelaten. Legaal Om een nieuwe woonwagenstandplaats (aanleg en inrichting) te realiseren, is een omgevingsvergunning nodig. Dit geldt ook voor de plaatsing van een woonwagen. Aanvragen en afgeven vindt plaats via de gemeente en dient te gebeuren voordat een woonwagen wordt geplaatst op de daarvoor bestemde woonwagenstandplaats. Ook andere bouwwerken op en rondom de standplaats moeten legaal zijn.
Bereikbaar De woonwagenlocaties moeten voor iedereen bereikbaar zijn. Denk aan bewoners en bezoekers per auto, fiets of te voet. Maar ook vrachtverkeer (zoals vuilniswagens en verhuiswagens), leveranciers, postbezorgers en hulpdiensten dienen ter plaatse te kunnen komen. Daarom moeten de ontsluitingswegen geschikt zijn om het verkeer van en naar de woonwagenlocatie vlot en veilig af te
20 21
wikkelen. Dat betekent bijvoorbeeld dat er bij voorkeur geen afgesloten hofjes met één in- en uitgang worden gerealiseerd, maar er altijd een openbare doorgangsweg aan het terrein ligt. Voor de veiligheid, maar ook omdat de woonwagenlocatie onderdeel is van een woonwijk. Ook zonder hofje blijft de culturele identiteit (het wonen in familieverband en het wonen in een woonwagen) behouden. Uitgangspunt is daarom dat de wegen in de omgeving zijn ingericht (of kunnen worden aangepast) volgens de landelijke richtlijnen, waarbij rekening wordt gehouden met de te verwachten verkeersdrukte. Hetzelfde geldt voor de parkeerruimte. Er moet voldoende parkeerruimte voor bewoners en bezoekers zijn op de (nieuwe) woonwagenlocatie(s). Hoeveel parkeervakken er nodig zijn, berekenen we aan de hand van de gemeentelijke Parkeernormennota.
4.4 Duurzaam/BENG Voor alle nieuwbouw in Nederland geldt dat deze vanaf 1 januari 2018 in principe gasloos moet zijn. Daarnaast gelden er steeds strengere eisen voor ‘bijna energieneutrale gebouwen’ (BENG). Woonwagens en standplaatsen zijn daar niet van uitgesloten, maar de eisen zijn in bepaalde gevallen onbetaalbaar voor deze specifieke woonvorm. Dat komt onder andere doordat de hypotheekmogelijkheden en NHG voor een woonwagenbewoner veel beperkter zijn dan voor reguliere woningbezitters. Daarom moet het woonwagen- en standplaatsenbeleid hiervoor mogelijke oplossingen faciliteren. Het uitgangspunt is dat nieuwe woonwagens gasloos zijn en aan de BENGeisen voldoen. B&W heeft, mits onderbouwd, de bevoegdheid om te besluiten een uitzondering te maken voor particuliere woonwageneigenaren en een ontheffing voor een gasaansluiting te vragen (ontheffing van de wet Voortgang Energietransitie). Voor nieuwe woonwagens in eigendom van een woningcorporatie gaat de gemeente wel uit van gasloos bouwen.
5. Ter afsluiting Of inwoners nu in een stenen huis of in een woonwagen wonen, het maakt niet uit. De gemeente wil het beleid op orde hebben en voor iedere inwoner van Horst aan de Maas zoveel als mogelijk dezelfde regels hanteren. Het vaststellen van het woonwagen- en standplaatsenbeleid is een eerste stap; het beleid vormt de basis voor de toekomst. De voortgang wordt gemonitord en indien nodig wordt het beleid bijgesteld of aangevuld. Praktisch is er al een en ander in gang gezet. Zo is er een coördinator woonwagenzaken aangesteld als contactpersoon namens de gemeente. Deze persoon heeft met de bewoners van de standplaatsen en standplaatsaanvragers individueel gesproken, verteld over het toekomstige woonwagenbeleid, wat het doel ervan is en wat de consequenties en kansen hiervan zijn voor de bewoners. Ook is in kaart gebracht wat de wensen en behoeften zijn van de huidige woonwagenbewoners. Afspraken en verwachtingen zijn daardoor over en weer duidelijk en beslaan onder andere het volgende: •
• • • •
• • • • •
De gemeente Horst aan de Maas zet zich in om extra standplaatsen te realiseren voor de lokale standplaatszoekenden (boven op de capaciteit van 14 standplaatsen die er al zijn op de bestaande vier woonwagenlocaties en rekening houdende met natuurlijk verloop bij bestaande huurrelaties). De (nieuwe) standplaatsen bestaan uit een mix van huur- en koopstandplaatsen. Zowel de mogelijke nieuwe als de bestaande woonwagenlocaties zijn schoon, heel en veilig. De (nieuwe) woonwagenlocaties voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Woonwagenbewoners moeten een wooncarrière c.q. groeimodel kunnen doormaken op een standplaats. Dit wil zeggen dat zij hun woonwagen moeten kunnen aanpassen aan hun vermogenspositie en/of de toekomstige familiaire omstandigheden. De nieuwe woonwagenstandplaatsen zijn in principe gasloos en voldoen aan de BENG-eisen. De koopkavels zijn betaalbaar voor de doelgroep en blijven voor zover mogelijk beschikbaar voor de lokale woonwagengemeenschap en hun directe familieleden. Gemeente en woningcorporaties maken concrete afspraken over de realisatie van voldoende huurstandplaatsen en leggen dit vast in prestatieafspraken. De sociale kernvoorraad van huurstandplaatsen met een huurwoonwagen is minimaal 30%. Er is een eenduidig toewijzingsbeleid dat ruimte geeft aan het leven in familieverband.
Voor meer detailinformatie en achtergrond wijzen we naar (de bijlagen): - Beleidskader gemeente Horst aan de Maas - Plan van aanpak herstructurering en uitbreiding bestaande woonwagenlocaties - Toewijzingsverordening woonwagenstandplaatsen - Rapportage inventarisatie woonbehoefte woonwagenstandplaatsen
22 23