07c Bijlage 1 Uitleg MJOP en MIP
Tekst van het document
Bijlage 1 RV Herziening MIP en MJOP gemeentelijk vastgoed.
Datum oktober 2021
Vastgoedmanagement gemeente Horst aan de Maas Context besluitvorming Sinds 2015 heeft de raad regelmatig besluiten genomen om de continuïteit van het maatschappelijk vastgoed te waarborgen. Deze besluiten zijn enerzijds ingebed in het integraal accommodatiebeleid. Anderzijds zijn ze gestoeld zijn op feiten uit de vastgoedinspecties, ook wel schouw genoemd. Het laatste besluit over het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) dateert van 19 december 2017. Het laatste besluit over het meerjarig investeringsplan (MIP) dateert van 3 juli 2019. Het voorliggende voorstel borduurt daarop voort. Tot slot wordt in het voorstel gesproken over bezuinigingstaakstellingen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. De taakstelling van structureel € 300.000 hebben we opgelost. De andere taakstelling op het MIP, een bezuinigingen vanwege SAAM, kan niet doorgaan. Project SAAM gaat namelijk definitief niet door. De sportparken Erica (America) en De Vonckel (Meterik) blijven daardoor bestaan en nemen we alsnog op in ons MIP.
Inleiding De gemeente Horst aan de Maas heeft het vastgoedmanagement op een heldere en transparante manier ingericht vanuit strategie en visie. In deze bijlage staat een toelichting op de gemeentelijke vastgoedportefeuillestrategie, de onderhoudsvisie en de risico-aspecten bij onderhoud en het beheer (MJOP). Ook gaan we op hoofdlijnen in op het lopende meerjarig investeringsplan (MIP).
Het meerjarig onderhoudsplan Met het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) bedoelen we een onderhoudsplan waarmee het gemeentelijke vastgoed met onderhoud op het wettelijke niveau blijft (bouwbesluit niveau bestaande bouw). Met het onderhoudsplan - houden we panden functioneel op het huidige niveau - zorgen we dat het (brand)veilig gebruikt kan worden en - houden we panden op het wettelijke duurzaamheidsniveau (conform activiteitenbesluit wet milieubeheer). Het kwaliteitsniveau van het onderhoud kan wel per pand verschillend zijn. De kwaliteitsverschillen komen voort uit de onderhoudsvisie die past bij de portefeuillestrategie van het vastgoed. Vastgoedportefeuillestrategie (VPS) De gemeente verstaat onder VPS: het categoriseren van de vastgoedobjecten die zij in haar bezit heeft en die zij al dan niet zelf exploiteert. De VPS bestaat uit drie categorieën: strategisch vastgoed flexibel vastgoed vastgoed genomineerd voor afstoot. Onderhoudsvisie (OV) De VPS is de basis voor ons vastgoedmanagement. Zowel voor onderhoud als renovatie. Voor het onderhoud is er voor elke strategische categorie uit de VPS een onderhoudsvisie: 1. De strategische voorraad heeft in deze visie een onderhoudsniveau “plus”, 2. de flexibele voorraad heeft in deze visie een onderhoudsniveau “basis” en 3. de af te stoten voorraad heeft in deze visie een onderhoudsniveau “minimum”.
In het schema op de volgende pagina is opgenomen: welke onderhoudsvisie bij welke portefeuille-indeling het meest logisch is (groen) welke onderhoudsvisie bij welke portefeuille-indeling nog mogelijk is (oranje) en welke onderhoudsvisie bij welke portefeuille-indeling af te raden is (rood).
VPS Afstoot Flexibel Strategisch
OV Minimum
Basis
Plus
Afstoot object, minimum
Afstoot object, basis
Afstoot object, plus
onderhouden
onderhouden
onderhouden
Flexibel object, minimum
Flexibel object, basis
Flexibel object, plus
onderhouden
onderhouden
onderhouden
Strategisch object,
Strategisch object, basis
Strategisch object, plus
minimum onderhouden
onderhouden
onderhouden
Figuur 2: schema met inzicht in OV in relatie tot VPS.
Op basis van deze visie onderhoudt de gemeente panden uit de strategische en flexibele voorraad op het niveau ‘basis’. We maken daarbij een uitzondering voor representatieve ruimten, zoals het baliegebied van het gemeentehuis. De panden uit de afstootvoorraad worden minimaal onderhouden maar wel zodanig dat bezoekers ze veilig kunnen betreden. Bij het berekenen van het meerjarig onderhoudsplan van de gemeente Horst aan de Maas hebben we rekening gehouden met deze uitgangspunten. Terugblik op het onderhoud 2017-2020 Naar aanleiding van de vastgoedinspectie in 2017 heeft de focus van de gemeente Horst aan de Maas in de afgelopen periode gelegen op de volgende pijlers: 1. De vastgoedobjecten moeten veilig, goed en doelmatig gebruikt kunnen worden. 2. Het in orde brengen en houden van alle onderhoudsgevoelige bouwkundige elementen. 3. Het in goede conditie houden van de elektrotechnische, klimaattechnische en transporttechnische installaties door middel van dagelijks en preventief onderhoud. Zoals u kon lezen in de RIB over de resultaten van de vastgoedinspectie in 2020, voldoet het vastgoed aan de kwaliteitskaders en de onderhoudsnormen.
Het Meerjarig Investeringsplan (MIP) In 2015 is de gemeente gestart met het project ‘integraal accommodatiebeleid’. Het doel van dit project is voor en met elk dorp (of cluster van dorpen) voor de toekomst een kwalitatief goed en duurzaam voorzieningenpakket samen te stellen dat past bij de aard en omvang van het dorp (wat, waar, voor wie, hoe). Daarmee hebben inwoners uit de dorpen blauwdrukken opgesteld. Het MIP heeft een duidelijke relatie met het integraal accommodatiebeleid waar het gaat over revitalisatie en verduurzaming van bestaande accommodaties. De raad heeft in juli 2017 en december 2017 beleidskaders en reserves voor het integraal accommodatiebeleid vastgesteld. De ingediende blauwdrukken zijn getoetst aan deze kaders. Uit deze toetsing volgden voorstellen voor de uitvoering van plannen. Deze voorstellen zijn apart ter besluitvorming aangeboden via de jaarlijkse Perspectievennota. Als onderdeel van de Perspectievennota is de gemeente aan de slag gegaan met het in beeld brengen van de overkoepelende vraagstukken voor alle dorpen. Denk aan het binnensportonderzoek en de onderwijshuisvesting (via het Integraal huisvestingsplan onderwijs – IHP). In 2019 en 2020 hebben we hiervoor diverse voorstellen in de raad voorgelegd.
Het integraal accommodatiebeleid omvat de ontwikkelingen en het beleid van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Naast nieuwe projecten is het in stand houden en beheren (en deels aanpassen) van het gemeentelijke vastgoed belangrijk om aan de vraag van verenigingen te voldoen. Op basis van het MIP kunnen de accommodaties gerenoveerd worden om ze functioneler en duurzamer ter maken. Toelichting duurzaamheidsscenario’s MIP In het MIP zijn alle vervangingen opgenomen die de levensduur van een accommodatie verlengen en die een vervangingscyclus hebben die ligt tussen 10 en 40 jaar. Daarbij geldt voor de investeringssom een ondergrens van € 25.000. Zijn de vervangingskosten lager dan € 25.000 dan worden deze opgenomen in het meerjaren onderhoudsprogramma (MJOP). Naast levensduur verlengende vervangingen worden in het MIP ook duurzaamheidsmaatregelen. Denk aan het ontkoppelen van hemelwater en energiebesparing. De terugverdientijd ligt daarbij tussen de 10 en 25 jaar. In het MIP onderscheiden we drie duurzaamheidsscenario’s: 1. Alleen vervanging. De wettelijk verplichte duurzaamheidsmaatregelen zijn al opgenomen in het MJOP. 2. Vervanging en duurzaamheidsmaatregelen met een terugverdientijd van minder dan 10 jaar. 3. Vervanging en duurzaamheidsmaatregelen met een terugverdientijd van minder dan 25 jaar.
Maatregelen met een terugverdientijd boven de 25 jaar worden voor bestaand vastgoed als ‘economisch niet haalbaar’ gezien. Dit soort maatregelen zijn alleen zinvol bij zeer grootschalige renovaties zoals de verbouwing van ‘t Gasthoês. In dat geval is het bestaande gebouw vergelijkbaar met een nieuw gebouw. Een terugverdientijd tussen de 25 en 40 jaar is in dat geval wel realistisch en economisch haalbaar. Samengevat in beeld:
Het MJOP en MIP en BTW-regelgeving Tot 1 januari 2019 konden we op basis van het Sportbesluit (fiscale regelgeving) bij het “gelegenheid geven tot sportbeoefening” de BTW (21%) van investeringen in of bij exploitatie van sportaccommodaties aftrekken, inclusief onderhoud. Per 1 januari 2019 is dit veranderd en is aftrek niet meer mogelijk. Deze wetswijziging leidt tot een structurele extra belastingopbrengst voor de Rijksoverheid. De wetswijziging vloeit direct voort uit Europese regelgeving en is (dus) geen bezuinigingsmaatregel. Daarom heeft het kabinet aangegeven dat de opbrengst van deze extra belastingmaatregel terugvloeit naar de gemeenten. De Rijksoverheid heeft daarvoor de subsidieregeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK) in het leven geroepen. De hoogte van de compensatie bedraagt in het gunstigste geval 17,5% van de kosten (incl. BTW). Wanneer alle aanvragen landelijk opgeteld boven een bepaald plafondbedrag uitkomen, krijgt iedere gemeente een percentage van de oorspronkelijke aanvraag. Voorzichtigheidshalve houden we in de begroting rekening met een korting van 20% van de eerder genoemde 17,5%. Hierdoor zijn de verwachte inkomsten uit de SPUK (bijdrage derden) ingerekend op 80% van 17,5%. In de cijfers hebben we het MJOP en het MIP bruto berekend. Dat wil zeggen dat de bedragen verhoogd zijn met 21% BTW.
De berekening van de SPUK wordt als ‘bijdragen derden SPUK’ daarna van dat bedrag afgetrokken.