CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

07c.5 Bijlage Toelichting nader onderzoek vleermuis

Gemeenteraad 20 september 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Bernadettelaan 12 te Tienray.3.319 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Protocollair veldonderzoek vleermuizen Bernadettelaan 12 te Tienray Gemeente Horst aan de Maas Eindrapport

Protocollair veldonderzoek vleermuizen Bernadettelaan 12 te Tienray Gemeente Horst aan de Maas Eindrapport

Rapportnummer:

P01459

Datum:

7 december 2019

Opdrachtgever:

Gemeente Horst aan de Maas

Projectteam BRO:

MvdS, NL, MK

Bron foto kaft:

BRO, abstract

BRO is lid v an het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie v oor groene adv iesbureaus en heef t als doel kwaliteitsbev ordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamhe den v oeren wij dan ook uit v olgens de door het NGB v astgestelde gedragscode (v ersie juni 2008, aangev uld in f ebruari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie v oldoen aan de door het Ministerie v an EZ genoemde v oorwaarden v oor ter zake deskundigen op het gebied v an ecologisch onderzoek. Dit onderzoek is op zorgv uldige wijze uitgev oerd conf orm de toepasselijke en v an kracht zijnde protocollen en richtlijnen v oor onderzoek. BRO accepteert op v oorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien v an mogelijke beslissingen die de opdrachtgev er naar aanleiding v an het uitgev oerde onderzoek neemt.

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5931 PK Boxtel T +31 (0) 411 850 400 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEI DING 1.1 Aanleiding 1.2 Doel

2 2 2

2. OMSCHRIJVI NG PLANGEBI ED

3

3. ONDERZOEKSINSP ANNI NG

4

4. ONDERZOEKS RESULTATEN

6

5. EFFECTENBEOORDELING EN TOETSING 5.1 Vleermuizen 5.2 Overige soorten

8 8 8

6. CONCLUSI E

9

7. BRONNEN

10

8. VERKLARENDE WOORDENLIJST

11

Inhoudsopgav e

1

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Opdrachtgever is voornemens om de basisschool aan de Bernadettelaan 12 te Tienray te herontwikk elen. Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan), uitgevoerd door Faunaconsult (d.d. 19 september 2018), is vastgesteld dat dit gebouw potentiele verblijfplaatsen bevat voor vleermuiz en. Naar aanleiding hiervan is vleermuisonderzoek uitgevoerd in het seizoen van 2019, om verblijfplaat s en van vleermuizen vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. In dit rapport worden de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd.

1.2

Doel

Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen:  Zijn er verblijfsfuncties van vleermuizen aanwezig in het gebouw?  Zo ja, welke soort, aantal en verblijffunctie m.b.t. vleermuizen betreft het hier?  Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van verblijfplaatsen?  Leidt de verbouwing tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk? Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige verblijfplaats komt te vervallen/ wordt verstoord, dan zullen deze (mede ten behoeve van een mogelijke ontheffingsaanvraag) voldoende moeten worden onderbouwd middels een activiteitenplan/mitigatieplan, omdat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast moet komen te staan dat de maatregelen ook daadwerkelijk de functie die het gebouw heeft voor de soort(en), doen behouden. Ook dient te worden getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort niet in het geding is. Dit zal in een later stadium worden uitgewerkt wanneer aspecten als de exacte werkzaamheden en planning bekend zijn. Ten behoeve van het eventueel indienen van een ontheffingsaanvraag dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging. Ook deze aspecten zullen in een later stadium, indien van toepassing, worden uitgewerkt.

Hoof dstuk 1

2

2.

OMSCHRIJVING PLANGEBIED

Het plangebied (zie figuur 1) ligt in de bebouwde kom van de kern Tienray (Gemeente Horst aan de Maas). Het bestaat uit een school, met een hoofdgebouw een fietsenstalling en berging en twee verharde speelplaatsen met een beukenhaag, een enkele meelbes en een ruwe berk. Figuur 2 geeft een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

Figuur 1. Luchtfoto ligging van het plangebied (rood omlijnd)

Figuur 2. Impressie van het te onderzoeken schoolgebouw

Hoof dstuk 2

3

3.

ONDERZOEKSINSPANNING

Het gebouw biedt potentiele verblijfplaatsen voor een vleermuissoort. Voor vleermuizen zijn in de periode half mei tot en met september 2019 in totaal vijf aanvullende veldbezoeken uitgevoerd Dit betreft de meest gunstige periode van het jaar waarin vleermuizen aantoonbaar van een onderzoeksgebied gebruik kunnen maken. Gedurende de periode mei tot en met half juli hebben de meeste soorten hun zomer- en kraamverblijfplaatsen bezet en zijn druk bezig met het grootbrengen van jonge dieren. Vanaf eind juli vallen de kraamkolonies uiteen, verspreiden de vrouwtjes zich en gaan op zoek naar het gezelschap van baltsende mannetjes. Winterverblijfplaatsen zijn zeer lastig aan te tonen. Van zomerverblijfplaatsen, kraamverblijven en paarverblijfplaatsen mag zekerheidshalve aangenomen worden dat deze ook als winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden, zolang de temperatuur niet te laag wordt (vorst). De laatvlieger heeft als enige soort geen standaard invliegtijd. Het zwermgedrag is bij deze soort ook korter en kan al plaatsvinden vanaf 1 á 2 uur na het uitvliegmoment.

Omdat het niet reëel is om de hele nacht binnen een of meerdere deelgebieden te zoeken naar laatvliegers, hebben in de periode half mei - half juli twee gerichte avondrondes (circa 3 uur na zonsondergang) plaatsgevonden met een tussenliggende periode van minimaal 30 dagen, ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van zomer- en kraamverblijfplaatsen van de laatvlieger. Daarnaast heeft er in de periode mei – juli tevens een ochtendronde (circa 3 uur voor zonsopkomst) plaatsgevonden ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Vervolgens hebben in de periode half augustus - eind september twee avondrondes, met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, plaatsgevonden ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van de functie paarverblijfplaats. Ten behoeve van het indiceren van een massawinterverblijfplaats, is de eerste avondronde vóór september 2019 uitgevoerd. Tabel II geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor vleermuizen. De inventarisatiemethode is conform de richtlijnen van het protocol voor vleermuisonderzoek (vers ie maart 2017), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. Dit protocol schrijft voor dat de onderzoeksinspanningen afhankelijk zijn van de te verwachten soorten en functies.

Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoeks locaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. In het bijzonder wanneer de aanwezigheid van gebiedsfuncties of soorten wordt uitgesloten, zou een onderzoek volgens het protocol als juridisch voldoende moeten worden aangemerkt. Gezien de grootte en overzichtelijkheid van het terrein zijn de avondrondes en de ochtendronde in de periode half mei – half juli uitgevoerd door een deskundige ecoloog per veldronde. Dit geldt tevens voor de veldbezoeken in de paarperiode, omdat vleermuizen op de betreffende onderzoeksmomenten gedurende een langere periode nabij hun verblijfplaats rondvliegen/zwermen. Tijdens de veldbezoeken is voornamelijk gelet op uitvliegende, invliegende of zwermende vleermuizen. Daarnaast is er ook gelet op foeragerende en passerende vleermuizen.

Hoof dstuk 3

4

Tijdens de twee laatste veldbezoeken is voornamelijk gelet op sociale geluiden. In de periode half augustus - september produceren mannetjes vleermuizen de meeste sociale geluiden vanuit of vliegend rondom bebouwing om vrouwtjes te lokken. Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd met behulp van een batdetector (Elekon Batlogger M) met opnamemogelijkheid. Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis -soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. De weersomstandigheden voldoen aan de protocollaire eisen voor vleermuizen onderzoek: temperatuur niet lager dan 12 ºC, de windsnelheid beneden de 5 Beaufort en geen sprake van neerslag, anders dan lichte motregen (zie tabel I). Tabel I. Bezoeken i.v.m. vleermuisinventarisaties Datum

Type onderzoek

23-05-2019

Vleermuizen (kraam-

Tijdsduur

Zon op/ on-

onderzoek

der

21.35 -00.40

21.36

en zomerverblijf)

Weer

Tem p.

Wind gemiddeld 2 Bft

15 ºC

Vrijw el geheel bew olkt Geen neerslag

26-05-2019

Vleermuizen (kraam-

02.30 -05.35

05.33

en zomerverblijf)

Wind gemiddeld 3 Bft

12 ºC

Geheel bew olkt Geen neerslag

28-06-2019

Vleermuizen (kraam-

22.00-01.00

22.00

en zomerverblijf)

Wind gemiddeld 3 Bft

18 ºC

Onbew olkt Geen neerslag

16-08-2019

Vleermuizen (paarver-

21.00 -02.00

21.00

blijf en zw ermplaats)

Wind gemiddeld 3 Bft

17 ºC

Geheel bew olkt Geen neerslag

09-09-2019

Vleermuizen (paarverblijf en zw ermplaats)

20.00-02.00

20.08

Wind gemiddeld 2 Bft Half tot zw aarbewolkt Geen neerslag

Hoof dstuk 3

5

13 ºC

4.

ONDERZOEKSRESULTATEN

23 mei 2019 21.48 uur, vlak na uitvliegmoment, eerste gewone dwergvleermuis, komend uit zuiden en passering langs zuidzijde locatie. 21.51 gewone dwergvleermuis foeragerend boven bomen ten noorden van locatie. Later op de avond enkele (3) gewone dwergvleermuizen foeragerend verspreidt bij groen rondom de onderzoekslocatie. Waargenomen gewone dwergvleermuizen later op avond afkomstig uit divers e richtingen. 21.50 twee laatvliegers overvliegend, komend vanuit oosten. Daarna foeragerend boven bomen ten noorden en aan noordzijde onderzoekslocatie. 21.53 één laatvlieger k omend uit oosten. Mede foeragerend boven bomen. Foeragerend tot circa 22.05. Later nog diverse, circa 5-7, passerende laatvliegers komend uit oostelijke richting. Kortom, diverse passerende laatvliegers langs en over onderzoekslocatie, komend uit vrijwel allemaal oostelijke richting, 7 à 10 exemplaren. Bomen ten noorden van onderzoekslocatie betreft foerageergebied aan begin van de avond voor 3-4 laatvliegers en circa 5 gewone dwergvleermuizen. Later op de avond verspreid foeragerende gewone dwergvleermuiz en bij groen rondom onderzoekslocatie. Geen foeragerende laatvliegers meer later op de avond, enkel passerende. Conclusie: geen uitvliegers of gedrag dat een verblijfplaats indiceert ter plaatse van bebouwing op de onderzoekslocatie. Bebouwing grenzend aan onderzoekslocatie mede geen verblijfplaats waargenomen.

26 mei 2019 Vroeg in de ochtend één gewone dwergvleermuis foeragerend bij noordelijk gelegen groen. Verder geen waarnemingen van vleermuizen. Rond 4.50 uur twee foeragerende gewone dwergvleermuizen t en noorden van onderzoekslocatie, waarvan eentje ook meer langs zuid- en westelijk groen foerageerde. Één gewone dwergvleermuis duidelijk zichtbaar vertrekkend in zuidelijke richting rond 5.05. Na 5.10 uur geheel stil. 28 juni 2019 22.17 uur eerste gewone dwergvleermuis passerend langs noordzijde onderzoekslocatie. Deze was afkomstig uit oostelijke richting. Vervolgens nog 4 passerende gewone dwergvleermuizen die uit oostelijke richting afkomstig waren. Foeragerend boven groen ten noorden van onderzoekslocatie en groen richting zorghuis Tienray. Later op de avond meer verspreidt in omgeving foeragerend. Veel junikevers . Eerste avondbezoek veel laatvliegers vroeg in de avond. Nu weer, maar nu afkomstig uit noordwest elijke richting. Foeragerend nabij eiken met junikevers, zie kaartje. Mede foeragerend noordelijk groen en richting zorgtehuis Tienray. Geen vleermuizen uitvliegend vastgesteld in bebouwing van de onderzoekslocatie. Mede geen indicaties van een verblijf in de bebouwing. Daarnaast een ransuil gehoord in bos ten noordwesten van locatie.

Hoof dstuk 4

6

16 augustus 2019 Begin van de avond twee passerende gewone dwergvleermuizen. Een exemplaar over planlocatie passerend, komend uit het zuiden. Andere passerend in de Johan Hofmanstraat. Rond kwart over tien kortstondig een foeragerende laatvlieger in Bernadettelaan, ten noordoosten van planlocatie. Tegen half elf een foeragerend gewone dwergvleermuis met sociale roep. Geregeld terugkerend en cirkelend/druk roepend noordzijde bebouwing planlocatie. Vanaf circa 23 uur beetje miezer (minder dan motregen). Één gewone dwergvleermuis bleef rondvliegen zonder sociale roep en ééntje had een sociale roep vanuit een vaste plek in de bebouwing. Na zoeken met zaklantaarn één paarverblijf van een enkele gewone dwergvleermuis achter boeiboorden aangetroffen noordwestelijke hoek. Vleermuis zien kruipen achter het boeiboorden een ruimte in boven de muur. Om 23.18 uur één uitvliegende gewone dwergvleermuis vanuit de hoeklocatie (zie foto's voor foto van de hoek en de ruimte achter het boeiboorden op de hoeklocatie). Daarnaast aan noordzijde op andere locatie ook paar uitwerpselen aangetroffen onder en vlak onder boeiboorden boven een schilderij wandpaneel (zie foto's). Vermoedelijk zijn er meerdere locaties achter de boeiboorden waar gebruik van wordt gemaakt. Gezien het territoriale gedrag zal het om hetzelfde territoriale mannetje/paarverblijf gaan.

Daarnaast na circa 23 uur zo nu en dan kortstondig een foeragerende laatvlieger door de Bernadettelaan. De laatvlieger vertoonde geen binding met het gebouw op planlocatie of naastgelegen. Wel duidelijk binding met de straat. 9 september 2019 Begin van de avond rustig. Geen enkele vleermuis binnen/nabij plangebied. Rond kwart voor tien één gewone dwergvleermuis baltsend nabij vastgestelde paarverblijf vorige veldbezoek, noordwestelijk e hoek van bebouwing binnen plangebied (zie oranje krul bijlage). Mede één gewone dwergvleermuis met sociale roep in straat zuidzijde en straat noordzijde, verder naar oosten. Geen sterke baltsplek. Niet continue aanwezig. Nabij paarverblijfplaats wel. Geen andere soorten waargenomen.

Figuur 3. Locatie paarverblijfplaats

Hoof dstuk 4

7

5.

EFFECTENBEOORDELING EN TOETSING

5.1

Vleermuizen

In het gebouw is een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Bij de sloop van het gebouw gaat de aangetroffen verblijfplaats verloren. Verblijfplaatsen van de gewone dwergvlee rmuis zijn beschermd onder artikel 3.5 lid 4 van de Wet natuurbescherming. Daarnaast zal het individu mogelijk verstoord worden door de werkzaamheden (ongeschikt maken). Verstoren van de gewone dwergvleermuis is verboden onder artikel 3.5 lid 2 van de Wet natuurbescherming. Alvorens met de sloop kan worden gestart dient een ontheffing te worden verkregen voor de genoemde verbodsbep alingen via de provincie Limburg.

5.2

Overige soorten

Andere diersoorten als vogels, zoogdieren en amfibieën kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat men zorg moet dragen voor aanwezige individuen, ook algemene soorten. Men moet deze dieren de tijd geven om het plangebied te verlaten. Weinig mobiele soorten als egel of pad kunnen met beleid naar buiten het plangebied worden verplaatst Daarnaast zijn broedende vogels en hun nesten tijdens het broedseizoen beschermd. Geadvis eerd wordt om het opgaand groen binnen het plangebied buiten het broedseizoen te verwijderen, om verst oring van broedende vogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt gemiddeld van half maart tot half augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.

Hoof dstuk 4

8

6.

CONCLUSIE

Bij de sloop van het gebouw zal een overtreding begaan worden op artikel 3.5 lid 2 en 4 van de Wet natuurbescherming, omtrent het verstoren van gewone dwergvleermuis en het verwijderen van een verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Alvorens de sloop van het gebouw kan worden uitgevoerd dient een ontheffing verkregen te worden. Deze dient te worden aangevraagd bij de provincie Limburg, en moet worden onderbouwd met een activiteitenplan, met hierin onder andere compenserende en mitigerende maatregelen, alternatievenafwegingen en onderbouwing van het wettelijk belang. De beslistermijn van een ontheffingsaanvraag is tot 20 weken. Één van de compenserende maatregelen is het realiseren van tijdelijke alternatieve verblijfplaat s en. Voor een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis betekent dit dat er 4 alternatieve vleermuis kasten in de directe omgeving moeten worden gerealiseerd, welke minimaal 6 maanden voor de start van het paarseizoen moeten zijn opgehangen. Dit betekent dat deze voor half februari moeten zijn gerealiseerd. Het tijdig plaatsen van deze kasten zal ervoor zorgen dat hieromtrent geen onnodige vert raging ontstaat. Tabel II. Overzicht aanwezigheid beschermde soorten en te nemen type maatregelen Soortgroep

Aanw ezig

Overtreding

Vervolgtraject

Vleermuizen

Ja

Ja

Bij sloop ontheffing aanvragen en maatregelen treffen

Overige soorten

Mogelijk

Te voorkomen

Rekening houden met broedseizoen en zorgplicht

Hoof dstuk 4

9

7.

BRONNEN

Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwes t Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.

Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017

Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017

Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdierverenigi ng, Nijmegen.

Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.

SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrat e Survey-Nederland, Leiden.

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotoc ol 2017, maart 2017.

Hoof dstuk 4

10

8.

VERKLARENDE WOORDENLIJST

Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust - of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn/haar kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voeds el etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.

Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische fac toren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren.

Hoof dstuk 4

11

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwt jes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.

Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageerge bieden.

Hoof dstuk 4

12

Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuiz en zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaat s en, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

Hoof dstuk 4

13

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Tegelen www.bro.nl

Hoof dstuk 4

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11765585/1