CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06f Bijlage A2 Zienswijzennotitie BPVR Toverland - Geanonimiseerd

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan verbrede reikwijdte Toverland.36.571 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

209 alinea's met “zienswijze”: 1 2 4 6 8 9 11 15 17 19 25 27 29 31 34 37 39 41 43 45 48 50 53 55 59 61 62 65 67 69 73 75 77 79 83 85 87 89 92 93 …

Zienswijzen bestemmingsplan Toverland en MER Het bestemmingsplan en het MER hebben vanaf donderdag 30 november 2023 tot en met 11 januari 2024 ter visie gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze indienen tegen het plan en/of de aanvulling op het MER. Er zijn in totaal 12 zienswijzen ontvangen. Hiervan waren drie zienswijzen ingediend als pro-forma zienswijze, die later zijn aangevuld. Op 31 mei 2024 heeft inspreker K (Pijnenburg agrarisch advies namens Verstegen) haar zienswijze ingetrokken. Alle overige ontvangen zienswijzen zijn door het bevoegd gezag beoordeeld en in behandeling genomen. Onderstaand is een puntsgewijze samenvatting van de ingekomen zienswijzen en een beantwoording. De samenvatting laat onverlet dat wel de gehele zienswijze in behandeling is genomen.

A. Indiener 1. Buisleidingen U geeft aan de afwijkingsregels voor bouw- en aanlegactiviteiten binnen het buisleidingentrace in tact te laten. Barro biedt die ruimte niet. De minister van Binnenlandse Zaken kan op aanvraag van het college van Burgemeester en Wethouders een ontheffing van het Barro verlenen, indien de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die bepalingen te dienen nationale belangen. Ik verzoek u het plan dan ook hierop aan te passen. Beantwoording De regeling wordt aangepast in die zin dat de afwijking is komen te vervallen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan in die zin dat de afwijking is komen te vervallen. 2. Verkeersonderzoeken a. Vanaf 17 november jl. ligt ook het bestemmingsplan van Grandorse als ontwerp ter inzage. Beide bestemmingsplannen worden afzonderlijk op diens effecten beoordeeld. Het is wenselijk om de verschillende plannen en hun verkeerseffecten meer in samenhang te beschouwen. Daarbij dienen de verkeersonderzoeken van beide plannen gebruik te maken van dezelfde uitgangspunten en verkeersgegevens.

Beantwoording De actualisatie van het verkeersonderzoek heeft nog niet plaatsgevonden voorafgaand aan het tervisieleggen van het ontwerp-bestemmingsplan van Toverland en het bestemmingsplan voor Grandorse mede vanwege de wens om de beide bestemmingsplannen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet tervisie te leggen (vóór 1 januari 2024) en het verkeersmodel van de provincie in het najaar van 2023 beschikbaar is gekomen. Gezien de deadline lukte het niet de verkeersonderzoeken op basis van dit model te actualiseren en op elkaar af te stemmen. Sinds januari 2024 heeft meermaals overleg plaatsgevonden met Rijkswaterstaat, de provincie Limburg en de gemeente om de uitgangspunten voor de onderzoeken op elkaar af te stemmen. In de overleggen zijn daarvoor een aantal basisafspraken gemaakt. Met deze uitgangspunten is 1

opnieuw gekeken naar de verkeersgeneratie als gevolg van de diverse ontwikkelingen en voor onderhavig plan specifiek voor de ontwikkeling van Toverland. Naar aanleiding van het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie voor de Milieueffectrapportage is in een aanvulling op het MER besloten om deze ontwikkeling uit de referentiesituatie te halen en voor de toekomstige situatie twee scenario's door te rekenen, een met de ontwikkeling van Toverland en een met de ontwikkeling van Toverland en Grandorse gecumuleerd. De aangepaste onderzoeken zijn verwerkt als bijlagen bij het gewijzigd vast te stellen BPVR. De uitkomsten van dit geactualiseerde verkeersonderzoek zijn tevens aangepast in de aanvulling op het MER en de toelichting van het BPVR. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat een actualisatie van het verkeersonderzoek is uitgevoerd en toegevoegd aan het bestemmingsplan. Op basis van de actualisatie van het verkeersonderzoek zijn ook de andere milieuonderzoeken (wegverkeersgeluid, stikstofdepositie en luchtkwaliteit) opnieuw doorgerekend. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en de aanvulling op het MER. b.

In de planregels zijn voor de doorontwikkeling van Toverland beoordelingsregels opgenomen, waarbij dient te worden aangetoond dat er geen belemmeringen optreden met de verkeersafwikkeling op het omliggende wegennet. Daarin is als voorwaarde opgenomen dat niet meer dan 15 keer per jaar sprake is van terugslag op de N277 reikend tot aan de rotonde ter hoogte van de N277 en de Kleefsedijk. Reclamant wijst erop dat ten alle tijden dient te worden voorkomen dat de ontwikkelingen in De Peelbergen leiden tot doorstromingsproblemen op (de aansluiting van de N277 op) de A67. Verzocht is de regeling hierop aan te passen.

Beantwoording De gemeente Horst aan de Maas en Toverland willen beiden dat doorstromingsproblemen worden voorkomen. In de overleggen met de diverse betrokkenen (provincie, Rijkswaterstaat, Gemeente Horst aan de Maas en Toverland) is afgestemd en overeengekomen dat het acceptabel is dat maximaal 15 keer per jaar (exclusief evenementen) terugslag plaatsvindt op de N277 tot aan de rotonde bij de Kleefsedijk. Dit was reeds opgenomen in de regels van het ontwerp BPVR (artikel 3.7.3 onder b) Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.

2

B. Indiener (pro-forma) Door een grote hoeveelheid aan bestemmingsplannen dat ter visie is gelegd voor 1 januari 2024 lukt het waarschijnlijk niet om binnen de gestelde termijn het bestemmingsplan voor Toverland te beoordelen en te reageren. Verzocht wordt om een verlenging van de reactietermijn met 6 weken in plaats van de reguliere 2 weken bij een pro-forma zienswijze Beantwoording Ondanks dat een pro-forma zienswijze bij een bestemmingsplan verbrede reikwijdte niet mogelijk is, is de termijn toegekend tot en met 22 februari 2024. Vanwege de noodzaak het verkeersonderzoek aan te passen is niet de verwachting dat vóór 22 februari het bestemmingsplan kan worden afgerond. Onderstaande zienswijzen zijn vóór 22 februari ingediend.

Inhoudelijke zienswijze 1. Vrijetijdseconomie a. In paragraaf 3.2.1 van de toelichting ontbreekt het provinciaal beleid over vrijetijdseconomie, zoals opgenomen in H8 van de Omgevingsvisie Limburg. Beantwoording Dat is juist. Het beleid zal worden toegevoegd. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan in die zin dat in paragraaf 3.2.1 het provinciaal beleid ten aanzien van vrijetijdseconomie wordt toegevoegd. b.

In paragraaf 3.2.2 van de toelichting wordt ingegaan op de Omgevingsverordening Limburg 2014. Deze is per 1 januari 2024 vervangen door de Omgevingsverordening Limburg. Er moet worden getoetst aan de nieuwe omgevingsverordening.

Beantwoording Dat is juist. De tervisielegging van het ontwerp ontwerpbestemmingsplan heeft plaatsgevonden vóór 1 januari 2024. In het overgangsrecht voor de Omgevingswet is bepaald dat het afwegingsen beoordelingskader voor plannen die voor 1 januari 1024 als ontwerp ter visie worden gelegd, gelijk is aan het afweging- en beoordelingskader vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Toverland betreft dat dus de Omgevingsverordening Limburg 2014. Daar dient dit plan aan getoetst te worden. In de toelichting wordt een korte toevoeging opgenomen met een aantal relevante wijzigingen in de nieuwe Omgevingsverordening, ten opzichte van de 2014-versie. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat in paragraaf 3.2.2 de belangrijkste wijzigingen uit Omgevingsverordening Limburg worden toegevoegd.

3

c.

In de analyse op pagina 46 wordt uitgegaan van het POL2014. Deze visie is inmiddels vervangen door de POVI.

Beantwoording Dat is juist. Echter wordt verwezen naar de beantwoording onder b. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan in die zin dat in de beleidsanalyse een korte toevoeging met de belangrijkste wijzigingen van het POVI ten opzichte van het POL 2014 wordt toegevoegd. d.

In paragraaf 3.2.2 van de toelichting op pagina 46/47 is verantwoording afgelegd over de regionale afstemming. In de verantwoording ontbreekt dat in het regionale advies is opgenomen dat bij toekomstige besluitvorming over concrete toevoeging voor verblijfsrecreatie op dat moment bepaald dient te worden of aan de uitgangspunten wordt voldaan.

Beantwoording De tekst van de toelichting van het bestemmingsplan wordt hierop aangepast. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, in die zin dat in de toelichting de tekst over de regionale afstemming bij toevoeging van verblijfsrecreatie is aangepast. e.

Verder ontbreekt in de verantwoording dat in het regionale advies is opgenomen dat voor die beoordeling specifieke regels/voorwaarden moeten worden opgenomen. Deze voorwaarden zijn in artikel 3.7.1 onder b opgenomen.

Beantwoording De regels worden aangepast naar aanleiding van het regionale advies en aanvullende afstemming met de provincie. In paragraaf 3.2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt dit kort aangestipt. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, in die zin dat paragraaf 3.2.2 van de toelichting wordt aangepast. f.

In artikel 3.6.3 onder a ontbreekt het maximum van 710 overige verblijfsrecreatieeenheden.

Beantwoording Uitgangspunt is dat er maximaal 1.510 verblijfseenheden kunnen worden toegevoegd met maximaal 5.000 bedden. Maximaal 800 van deze verblijfsrecreatieve eenheden mogen in de vorm van hotelkamers worden gerealiseerd, maar dat mogen er ook minder zijn. In dat geval

4

kunnen er meer bedden ten behoeve van overige verblijfsrecreatieve eenheden worden gerealiseerd. Het aantal van 710 hoeft derhalve niet in de regels te worden opgenomen In de regels van het bestemmingsplan wordt een regeling toegevoegd onder artikel 3.7. 3.7.1 Recreatieve verblijfseenheden a Verbod Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit het aantal bedden met meer dan 800 bedden te doen toenemen.

b Beoordelingsregels De omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a wordt verleend als: 1. het maximaal aantal verblijfseenheden én het maximaal aantal bedden zoals opgenomen in artikel 3.6.3 niet wordt overschreden; 2. aangetoond is dat de toename van het aantal recreatieve verblijfseenheden met aantal bedden niet leidt tot een aantasting van de balans van vraag en aanbod naar verblijfsrecreatie in de regio. Het aantal van 800 bedden (onder a) is opgenomen vanwege de lopende aanvraag voor het eerste verblijfsresort (Ithaka) wat reeds akkoord is bevonden door de regio. Het is niet nodig deze opnieuw ter beoordeling te moeten voorleggen. Het maximaal te realiseren aantal eenheden is opgenomen in artikel 3.6.3. Met de toevoeging van bovenstaande regeling onder b, waarbij aangetoond moet worden dat het toe te voegen aantal recreatieve verblijfseenheden en aantallen bedden niet leidt tot een aantasting van de balans van vraag en aanbod naar verblijfsrecreatie in de regio. Hiermee is voldoende toetsingsruimte voor het bevoegd gezag ingebouwd om grip te houden op de ontwikkelingen. Daarbij is het nog van belang dat slechts gebruik kan worden gemaakt van de verblijfseenheden in combinatie met een bezoek aan het park. De verblijfseenheden kennen nadrukkelijk een andere doelgroep dan andere voorzieningen in de nabijheid voor verblijfsrecreatie.

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat in de regels een artikel wordt toegevoegd om meer grip te hebben op het aantal eenheden en het aantal bedden in relatie tot de balans in het regionale aanbod en de regionale vraag naar verblijfseenheden. g.

In de regels wordt in artikel 3.6.3 onder b gesproken over ‘bedden’. Om misverstanden te voorkomen wordt verzocht dit te vervangen door ‘slaapplaatsen’.

Beantwoording Door de provincie is toegelicht dat de zienswijze is ingegeven vanwege het feit dat een bed meerdere slaapplaatsen kan hebben. De gemeente wil toch het begrip ‘bed’ blijven hanteren. In het bestemmingsplan is hiervoor wel een begripsbepaling (in artikel 1) opgenomen waaruit blijkt dat

5

onder ‘bed’ een slaapplaats voor één persoon wordt verstaan. Daarmee zijn mogelijke ongewenste situaties ondervangen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, in die zin dat een begripsbepaling voor het begrip ‘bed’ aan artikel 1 van de regels wordt toegevoegd. h. De beoordelingsregel in artikel 3.7.1 onder b moet ook gelden voor hotelkamers. Beantwoording Op basis van het vigerend bestemmingsplan is het reeds toegestaan een hotel met 100 kamers te realiseren. Desondanks is de regeling zodanig aangepast dat voor toevoeging van verblijfsrecreatieve eenheden / bedden boven het aantal van 800 bedden steeds een omgevingsplanactiviteit moet worden doorlopen ook in het geval het bedden voor hotelkamers betreft. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, in die zin dat artikel 3.7.1 onder b is aangepast en ook van toepassing is op (bedden in) hotelkamers. i.

Verder wordt gesproken over een balans in het regionale aanbod van verblijfsrecreatie. Dat is onjuist. Het gaat om de balans tussen de vraag en het aanbod in de regio. Voorgesteld wordt de beoordelingsregel als volgt te formuleren: “De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend indien is aangetoond dat de toename van het aantal recreatieve verblijfseenheden niet leidt tot een aantasting van de balans tussen vraag en aanbod van verblijfsrecreatie in de regio Noord-Limburg. Daarbij gaat het zowel om de balans voor het geheel van de verblijfsrecreatie als om de balans voor een specifiek type verblijfsrecreatie.”

Beantwoording In de regeling is de formulering als volgt aangepast: .... ‘aangetoond is dat de toename van het aantal recreatieve verblijfseenheden met aantal bedden niet leidt tot een aantasting van de balans van vraag en aanbod naar verblijfsrecreatie in de regio’. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, in die zin dat Artikel 3.7.1. onder b als volgt komt te luiden: Beoordelingsregels De omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a wordt verleend als: 1. het maximaal aantal verblijfseenheden én het maximaal aantal bedden genoemd in artikel 3.6.3 niet worden overschreden;

6

2. aangetoond is dat de toename van het aantal recreatieve verblijfseenheden met aantal bedden niet leidt tot een aantasting van de balans van vraag en aanbod naar verblijfsrecreatie in de regio.

2. Verkeer Aangetoond dient te worden dat er geen doorstromingsproblemen zullen optreden op het onderliggend wegennet om de bereikbaarheid van de omgeving te kunnen garanderen. In het verkeersonderoek voor Toverland is onvoldoende rekening gehouden met de verkeersimpact vanuit het ontwerpbestemmingsplan Grandorse. De provincie verzoekt de verkeersimpact opnieuw door te rekenen en op basis daarvan het verkeersonderzoek aan te passen. Inmiddels is het ambtelijk overleg gestart om de verkeersimpact van de verschillende ontwikkelingen opnieuw te bepalen. De verwachting is dat de resultaten in het eerste kwartaal van 2024 aangeleverd worden. Beantwoording Het is juist dat het proces is gestart om de verkeersonderzoeken voor de verschillende ontwikkelingen op elkaar af te stemmen om zo beter inzicht te krijgen in de gevolgen voor de verkeersafwikkeling. De resultaten worden verwerkt in het bestemmingsplan met de vaststelling. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze A onder punt 2. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. (zie zienswijze A onder punt2). 3. Geluid a. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Daarmee verandert ook de wijze waarop geluid van provinciale wegen moet worden beoordeeld.

Voor 1 januari 2026 moet de provincie GPP’s vaststellen voor de wegen, dus ook voor de N277. Met de werkzaamheden daarvoor is reeds gestart en het is de bedoeling de GPP’s voor de N277 rond 1 januari 2025 vast te stellen. De GPP’s zijn gebaseerd op de verkeerscijfers van 2023. Na vaststelling mogen de GPP’s nog maar beperkt groeien (maximaal 1,5 dB). De groei van het verkeer van en naar Toverland heeft consequenties voor de nog vast te stellen GPP’s. Een totaal beeld van de consequenties voor de N277 ontbreekt nog. Gezien de kosten waar de provincie mee wordt geconfronteerd als de GPP’s worden bereikt si het noodzakelijk daar inzicht in te krijgen. De provincie wil meer inzicht in de toekomstige cumulatieve effecten om als input te gebruiken bij de onderzoeken voor eventuele aanpassingen van infrastructuur. Beantwoording Aangezien het ontwerp van het bestemmingsplan met Verbrede Reikwijdte voor 1 januari 2024 in procedure is gebracht, is de ‘oude’ wetgeving nog van toepassing. Zie hiervoor ook de uitspraak van de raad van state van 17 april 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1529). Het is daarom niet nodig met de nieuwe methodiek voor wat betreft geluid rekening te houden.

7

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b.

De toename van het verkeer op de N277 heeft gevolgen voor de het verkeerslawaai dat omwonenden kunnen ervaren.

Beantwoording Naar aanleiding van het gewijzigd verkeersmodel is het akoestisch onderzoek geactualiseerd. Het geactualiseerde onderzoek wordt als nieuwe bijlage aan de toelichting van het BPVR toegevoegd. De uitkomsten hiervan worden verwerkt in de toelichting van het BPVR en de aanvulling op het MER. Uit de rekenresultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking ten hoogste 47dB(A) bedraagt. Dit betekent dat de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) uit de Circulaire wordt gerespecteerd. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan en het MER in die zin dat het geactualiseerde onderzoek als nieuwe bijlage wordt toegevoegd. De uitkomsten hiervan worden verwerkt in de toelichting van het BPVR en de aanvulling op het MER. c.

In paragraaf 6.5.3 van het akoestisch onderzoek is beschreven dat een deel van het verkeer van en naar Toverland door Sevenum rijdt. In relatie tot het autonoom verkeer kan het planverkeer tot een toename van ten hoogste 0,5 dB zorgen. Hoe deze toename tot stand is gekomen is niet te achterhalen uit de bijlagen en verwijzingen.

Beantwoording Deze toename is bepaald op basis van de verwachte verkeerstoename zoals deze is bepaald in het verkeerskundig onderzoek. Hierbij is gebruik gemaakt van de resultaten uit het uitgevoerde kentekenonderzoek waarin is gemeten hoeveel verkeer van en naar Toverland door de omliggende kernen rijdt en hoeveel via de Midden-Peelweg naar de snelweg rijdt. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. d.

Het is van belang of de toename van 0,5 dB leidt tot hogere waarden of het nemen van akoestische maatregelen. Dit blijkt niet uit de rapportage.

Beantwoording Een toename van 0,5 dB blijft onder de toename van 2 dB zoals die voor wegreconstructies wordt gehanteerd. Indien de toename onder de 2 dB blijft, is het treffen van maatregelen niet van toepassing, omdat effecten van minder dan 2 dB auditief niet waarneembaar zijn. Bij een grotere toename zou het kunnen dat hogere waarden benodigd zijn maar dat is hier niet aan de orde. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 8

4. Stikstof a. De toename van stikstofdepositie wordt gesaldeerd met het uit gebruik nemen van landbouwgronden en de beëindiging van een agrarisch bedrijf. Uit de regels blijkt echter niet dat dit geborgd is, bijvoorbeeld met een voorwaardelijke verplichting dat het gebruik van de landbouwgronden en het agrarisch bedrijf ook daadwerkelijk beëindigd voordat gestart wordt met de werkzaamheden waarvoor de stikstofruimte nodig is. Door het starten van de werkzaamheden terwijl ook de landbouwgronden nog in gebruik zijn, kan toch een toename van stikstofdepositie ontstaan en dat is niet toegestaan. Beantwoording Conform de voorwaarden in de Zandzoomuitspraken (ECLI:NL:RVS:2021:1960 r.o. 24.2, ECLI:NL:RVS:2022:1894 r.o. 47.1, ECLI:NL:RVS:2023:167 r.o.12, ECLI:NL:RVS:2023:1350 r.o. 11.1, ECLI:NL:RVS:2024:5003 r.o. 14.3) zijn de percelen en de veehouderij (inclusief bijbehorende stikstofrechten) voor de peildatum aangekocht ten behoeve van de planontwikkeling van Toverland. Dit is in de koopovereenkomst van het betreffende agrarische bedrijf vastgelegd. Er worden geen andere emitterende activiteiten uitgevoerd totdat de percelen ten behoeve van de planontwikkeling in gebruik worden genomen. Dit is geborgd in artikel 15 onder 15.2 overgangsrecht gebruik van de planregels. Agrarisch gebruik is enkel toegestaan voor zover het onder het overgangsrecht valt (artikel 15.2).

Nadat het agrarisch grondgebruik gedurende een jaar (deels) is gestaakt, kan dit niet meer hervat worden. Op het moment dat Toverland een concreet initiatief wil ontplooien, dient zij aan te tonen dat dit niet leidt tot een overschrijding van de voor Toverland beschikbare stikstofdepositieruimte. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan in die zin dat de toelichting op dit punt zal worden verduidelijkt. b.

9

Er wordt gesaldeerd met een agrarisch bedrijf, dat inmiddels gestopt is. In beginsel is dat een probleem, omdat een vergelijking gemaakt moet worden tussen de maximale planologische effecten en de feitelijke planologische legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan. Nu de activiteit al gestopt is, mag daar niet mee worden gesaldeerd, tenzij er sprake is van een uitzondering. Intern salderen mag wel met een gestopte activiteit als onomstotelijk vaststaat dat de activiteit uitsluitend is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het nieuwe bestemmingsplan mogelijk maat. Daarnaast moet uitgesloten zijn dat de activiteit sowieso beëindigd zou zijn voor vaststelling van het bestemmingsplan. Verder is vereist dat in de periode tussen beëindiging van de activiteit en de vaststelling van het bestemmingsplan geenandere stikstof veroorzakende activiteiten zijn ontplooid op het betreffende perceel. Het is niet duidelijk of aan deze voorwaarden is voldaan (Zie hiervoor rechtsoverweging 24.2 van de uitspraak van de Raad van State van 1 september 2021 https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:RVS:2021:1960.). Het gebouw blijkt een gedeelte van het jaar in gebruik te zijn als spookhuis op basis van een gedeeltelijke vergunning. Ook dat kan een probleem zijn gezien bovenstaande

voorwaarden aangezien het spookhuis wel een andere stikstofveroorzakende activiteit is (generatie verkeer en bezoekers). Gemotiveerd moet worden hoe dit zich tot de jurisprudentie verhoudt. Beantwoording Het gebouw van he tijdelijke spookhuis in de bestaande stal van Schorfvenweg 10 is al meerdere jaren onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering van Toverland. Zoals bij de beantwoording van 4a is aangegeven, is in de koopovereenkomst van het betreffende agrarische bedrijf aangegeven dat de stikstofrechten op basis van de natuurtoestemming zijn aangekocht ten behoeve van de verdere ontwikkeling van Toverland. Conform ECLI:NL:RVS:2024:5003 r.o. 14.5. kunnen nog beperkte activiteiten plaatsvinden na aankoop, mits deze geringe emissies hadden. In casu waren er geen emissies omdat het spookhuis enkel stroom verbruikte en het verkeer van personen met elektrische treintjes wordt voorzien. Het spookhuis maakt onderdeel van Toverland en levert geen extra of ander verkeer op dan reeds is opgenomen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan en het stikstofdepositieonderzoek in die zin dat bovenstaande beantwoording in de toelichting nader wordt verduidelijkt. c.

De Wnb-vergunning en de milieuvergunning zijn overgedragen maar nog steeds vigerend. Op welke wijze is verzekerd dat op deze locatie geen toename meer kan plaatsvinden als de vergunningen nog aanwezig zijn?

Beantwoording Conform de Rendac-uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:4923 r.o. 17.7 en 19.2) moet bij intern salderen een natuurvergunning worden aangevraagd en vervalt bij intern salderen de eerder verleende natuurvergunning. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. d.

In de voortoets (paragraaf 5.2) staat dat alleen is gekeken naar de gebruiksfase en dat de effecten van de aanlegfase nader getoetst moeten worden in het kader van de realisatie van de specifieke ontwikkelingen. Dat is niet toegestaan. Beide fasen dienen beoordeeld te worden op effecten. Uit het stikstofdepositie-onderzoek valt af te leiden dat voor stikstofdepositie wel is gerekend met de aanlegfase, maar dat moet dus ook voor de andere effecten gebeuren. Ook in de toelichting staat in paragraaf 4.4.1 dat alleen naar gebruiksfase is gekeken. Onduidelijk is hoe zich dit verhoudt tot het stikstofonderzoek.

Beantwoording De kans op het optreden van effecten in de aanlegfase en gebruiksfase is in de aangepaste voortoets meegenomen en nader toegelicht. De geactualiseerde voortoets inclusief stikstofberekening wordt verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en als bijlage bijgevoegd. 10

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan, in die zin dat de resultaten uit de aangepaste voortoets in de toelichting worden verwerkt. Ook in de aanvulling op het MER wordt hier nader op ingegaan. Tevens wordt het aangepaste onderzoek aan de bijlagen toegevoegd. e.

Inmiddels is duidelijk dat voor de overige effecten in de voortoets zal worden onderbouwd dat er op voorhand geen sprake is van significante negatieve effecten in de aanlegfase. Daarnaast zal voor grondwateronttrekking een voorwaarde worden opgenomen in het bestemmingsplan dat middels een berekening moet worden aangetoond dat er geen hydrologische effecten optreden. Daarmee vindt het oordeel/ onderzoek naar de gevolgen van grondwateronttrekking niet plaats voorafgaand aan de vaststelling van het plan, maar pas op een later moment. Dat is niet toegestaan (Raad van State 13 juli 2022, zaaknummer ECLI:NL:RVS:2022:1991, rechtsoverweging 6.5).

Beantwoording In de aangepaste voortoets inclusief stikstofberekening zijn de hydrologische effecten, net als alle overige verstoringsfactoren, meegenomen. Zowel in de aanleg- als gebruiksfase kunnen significant negatieve effecten worden uitgesloten. In de aanvulling op het MER wordt hier nader op ingegaan. Voor zover nodig worden deze aanpassingen tevens verwerkt in de toelichting van het bestemminsplan. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan, in die zin dat de resultaten uit de aangepaste voortoets in de toelichting worden verwerkt. Ook in de aanvulling op het MER wordt hier nader op ingegaan. f.

Uit het stikstofdepositie-onderzoek (paragraaf 4.2.4.) blijkt dat vanaf 2023 tot en met 2033 ieder jaar ontwikkelingen en dus daaraan gekoppelde werkzaamheden zullen plaatsvinden. Als maatgevend jaar voor de maximale planologische effecten wordt 2032 aangehouden. In de toelichting staat dat de emissie behorende bij 2032 modelmatig berekend is als maximale situatie van het plan. Als maximale invulling van het plan behoort toch gekeken te worden naar de gehele aanlegfase en niet alleen 1 jaar. Anders is sprake van een onderschatting. Een en ander blijkt ook niet uit de berekening.

Beantwoording Stikstofberekeningen moeten worden uitgevoerd conform de Instructie gegevensinvoer Aerius Calculator. Conform deze instructie is het uitgangspunt dat de depositiebijdrage van een project inzichtelijk wordt gemaakt in mol per hectare per jaar en dat daarvoor de aaneengesloten 12 maanden worden gemodelleerd waarvoor de depositie het hoogst is. In casu voldoet het onderzoek hieraan.

11

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. g.

Uit het stikstofdepositie onderzoek blijkt dat voor wat betreft het in beeld brengen van verkeer alleen gerekend is met een lijnbron van de N277 naar de A67. Onduidelijk is waarom er geen rekening is gehouden met verkeer afkomstig van bijvoorbeeld Venray.

Beantwoording Op basis van het gewijzigde verkeersonderzoek is het stikstofdepositieonderzoek aangepast en is ook in verkeer meegenomen op de N277 in noordelijke richting conform de eisen die zijn opgenomen in de Instructie gegevensinvoer Aerius Calculator. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de gewijzigde stikstofberekening (onderdeel voortoets) en verkeersonderzoek zijn bijgevoegd. 5. Externe veiligheid a. Het bestemmingsplan biedt onvoldoende basis om in de uitwerking van het bestemmingsplan een goede afweging te maken ten aanzien van de externe veiligheidsrisico’s van met name de Delta Rhine Corridor en de drie hoge druk aardgasleidingen. Er wordt daarmee geen recht gedaan aan het waarborgen van de veiligheid van bezoekers van Toverland. Beantwoording De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft hier in haar voorlopig toetsingsadvies opmerkingen over gemaakt. Naar aanleiding hiervan is het externe veiligheidsonderzoek geactualiseerd. In december 2024, nadat het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie was verschenen, is in de Tweede Kamer besloten dat het transport van ammoniak niet langer deel uitmaakt van de actuele scope van het project van de DRC.

De focus ligt op het realiseren van waterstof en kooldioxide om de klimaatdoelen tijdig te behalen (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/12/05/scope-en-vervolg-deltarhine-corridor). Pas op langere termijn zal onderzocht worden of en onder welke voorwaarden eventueel ammoniak of andere stoffen kan worden vervoerd. Op basis hiervan is een nieuwe berekening uitgevoerd naar de mogelijke effecten als gevolg van de ontwikkeling van Toverland in relatie tot het toekomstig transport van waterstof en CO2 in de DRC. Deze rapportage als nieuwe bijlage aan de toelichting van het BPVR toegevoegd. De uitkomsten hiervan worden verwerkt in de toelichting van het BPVR en de aanvulling in het MER. In deze nieuwe berekening is tevens een verantwoording opgenomen van het groepsrisico in relatie tot de toename van het aantal bezoekers binnen het plangebied. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, in die zin dat een nieuwe risicoberekening is uitgevoerd. De resultaten zijn verwerkt in het bestemmingsplan en de aanvulling op het MER en als nieuwe bijlage aan de stukken toegevoegd. 12

b.

De voorwaarden uit het Barro en het Rarro zijn niet correct doorgevoerd ten aanzien van de Delta Rhine Corridor.

Beantwoording De voorwaarden uit het Barro/Rarro worden doorgevoerd in het bestemmingsplan. Daarbij wordt rekening gehouden met de actuele stand van zaken ten aanzien van de DRC. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de paragraaf over de DRC wordt aangepast op basis van de actuele stand van zaken. c.

Er is, in vergelijking met het bestemmingsplan Grandorse, ten behoeve van de beoordeling van de relevantie van het type transport en bijbehorende relevantie voor het plangebied vanwege de A67 en de N277 verschillend geoordeeld, met gevolgen voor de beoordeling van het groepsrisico en de geformuleerde planregels.

Beantwoording Het externe veiligheidsonderzoek is geactualiseerd. De uitgangspunten zijn in overeenstemming gebracht met het bestemmingsplan Grandorse. Het gewijzigde externe veiligheidsonderzoek wordt verwerkt in de toelichting van het BPVR en de aanvulling op het MER. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan in die zin dat het gewijzigde externe veiligheidsonderzoek wordt verwerkt in de toelichting van het BPVR en de aanvulling op het MER. d.

De planregels zijn niet eenduidig en onvoldoende helder, omdat de gebruikte terminologie in toelichting en planregels niet overeenkomt en niet voldoende is gedefinieerd in de planregels.

Beantwoording De terminologie wordt zoveel mogelijk aangesloten op de wettelijke terminologie. Voor zover een afwijking daarvan nodig is, is dit met een begripsbepaling in de regels verduidelijkt. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel/niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, in die zin dat de terminologie zo veel mogelijk wordt aangesloten op de wettelijke terminologie. e.

De bevindingen uit het MER, die volgens de toelichting noodzaken tot het nemen van maatregelen/afwegingskaders, zijn niet allemaal vertaald in de planregels.

Beantwoording Na aanpassing van het onderzoek zullen alle maatregelen/afwegingskaders voor veiligheid die daarin genoemd zijn worden geborgd in het bestemmingsplan voor zover mogelijk.

13

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat benodigde maatregelen geborgd worden in het bestemmingsplan. f.

De verantwoording van het groepsrisico is niet compleet. Zo nodig moeten consequenties worden gereguleerd middels planregels.

Beantwoording Er is alsnog een verantwoording van het groepsrisico uitgewerkt. Deze wordt aan de bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd, een en ander in lijn met het toetsingsadvies van de Commissie voor de mer en de wettelijke kaders van vóór 1 januari 2024. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de verantwoording van het groepsrisico als nieuwe bijlage aan het bestemmingsplan wordt toegevoegd en in de aanvulling op het MER wordt opgenomen. g.

In het EV-rapport staan onjuistheden die vervolgens betrokken zijn bij de MER en die hierdoor uiteindelijk hebben geleid tot onjuiste, onvolledige en ontbrekende inzichten voor de totstandkoming van de planregels behorende bij dit plan

Beantwoording Het externe veiligheidsonderzoek is geactualiseerd. Het gewijzigde externe veiligheidsonderzoek wordt verwerkt in de toelichting van het BPVR en de aanvulling op het MER. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan in die zin dat het gewijzigde externe veiligheidsonderzoek wordt verwerkt in de toelichting van het BPVR en de aanvulling op het MER. h.

Er is geen groepsrisicobeoordeling uitgevoerd.

Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder f. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, zoals beschreven onder f. i.

Er is niet voldaan aan de verantwoordingsplicht

Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder f.

14

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, zoals beschreven onder f. j.

Er zijn onvoldoende conclusies verbonden aan het EV-rapport bij het MER, waardoor geen aanscherping via de regels bij dit bestemmingsplan is toegevoegd.

Beantwoording De rapportage van het externe veiligheidsonderzoek is geactualiseerd naar aanleiding van de uniformering van uitgangpunten met Grandorse en de actuele ontwikkelingen omtrent de DRC. De uitkomsten van dit gewijzigde onderzoek zijn waar nodig doorvertaald in het bestemmingsplan en de aanvulling op het MER. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, in die zin dat het onderzoek externe veiligheid wordt aangepast en waar nodig borging in de regels dan wel op de verbeelding van het bestemmingsplan plaatsvindt. k.

Naar de toekomst toe is niet met behulp van regels geborgd dat deze verantwoording voor de totale ontwikkeling nog plaats gaat vinden. Slechts voor onderdelen van het plan (bij afwijking) is een verplichting tot een risicobeoordeling voorgeschreven en dan nog niet eens voor alle ontwikkelingen binnen de 1% letaliteitscontouren.

Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder j. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, zoals beschreven onder j. l.

Verzocht wordt hiervoor meer aandacht te hebben met het oog op de maximaal 30.000 bezoekers per dag en het toevoegen van verblijfsrecreatie binnen het plangebied. Dit klemt te meer omdat de letaliteitsgrens van 1% van de dominante gasleiding 585 meter bedraagt en dat er voor de toekomstige leidingstrook van buisleidingen rekening gehouden dient te worden met de transportleiding met vloeibaar of gasvormig ammoniak.

Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder j en 5a. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, zoals beschreven bij punt j en 5a van deze zienswijze.

15

m.

In de bijlage bij de zienswijze wordt een toelichting op externe veiligheid gegeven.

Beantwoording Bedankt hiervoor. De toelichting zal worden gebruikt bij de aanpassingen die op grond van de eerdere punten worden verwerkt in het bestemmingsplan. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, zoals onder a tot en met l beschreven. 6. Delta Rhine Corridor n. Verkend wordt of het tracé voor de Delta Rhine Corridor verlegd kan worden. De projectorganisatie zal de aangedragen alternatieven in de komende fase nader onderzoeken. De provincie benadrukt geen financiële bijdrage te leveren aan de fysieke aanpassingen. Beantwoording Hiervan wordt kennis genomen. In het bestemmingsplan wordt vooralsnog uitgegaan van het huidige tracé. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. o.

Paragraaf 3.1.3 van de toelichting is niet compleet, gedateerd en er wordt niet ingegaan op de gevoerde gesprekken en de daaruit volgende intenties. Daarbij wordt melding gedaan van een afspraak met de provincie die bij de provincie niet bekend is. De paragraaf dient aangepast te worden.

Beantwoording De situatie van de DRC is sinds de gesprekken aanzienlijk gewijzigd. In het onderzoek en de toelichting van het bestemmingsplan is de actuele stand van zaken betrokken. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de referentie aan de afspraak met de provincie is komen te vervallen en dat rekening is gehouden met de meest actuele stand van zaken ten aanzien van de DRC.

16

C. Indiener 1. De verkeerssituatie zal verslechteren. Er komt meer verkeer en daar is het nu al niet voldoende op ingericht. Een parallelweg naast de Midden-Peelweg, voor verkeer naar Toverland zal nodig zijn (heen en terugweg). Anders zullen omliggende dorpen, overlast ondervinden. Beantwoording Zoals reeds in het oorspronkelijke verkeersonderzoek (bij het ontwerpbestemmingsplan) was beschreven, zijn de verwachte verkeersstromen niet zodanig groot dat maatregelen op wegvakniveau noodzakelijk zijn. Met het aangepaste verkeersmodel van de provincie (oktober 2023) is aanvullend inzichtelijk gemaakt wat de impact is van de ontwikkelingen in de Peelbergen (Onder andere Toverland, Grandorse) op de verkeersintensiteiten op de wegenstructuur en daarmee de effecten op de doorstroming en bereikbaarheid. Hieruit volgt dat het aanleggen van een parallelweg langs de N277 voor alleen ‘Toverland- verkeer’ niet nodig is en derhalve ook niet aan de orde is. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat het verkeersonderzoek is geactualiseerd, waarbij gebruik gemaakt is van het nieuwe verkeersmodel van de provincie. 2. Geluidsoverlast In de huidige situatie ondervindt inspreker al geluidsoverlast, dit mag niet meer worden, anders zal ons leefgenot sterk verminderen. Vuurwerk vervangen voor alternatieven (lichtshows).

Beantwoording In de huidige situatie moet Toverland voldoen aan de in het bestemmingsplan opgenomen geluidnormen. Deze normen blijven ook in het nieuwe bestemmingsplan van kracht voor Toverland. Met geluidmetingen is geconcludeerd dat aan de normen wordt voldaan. Toverland heeft inmiddels een geluidssysteem inwerking. Dit systeem monitort continue de geluidproductie en of wordt voldaan aan de geluidnormen. In de toelichting bij het bestemmingsplan zal hier een motivering over worden opgenomen. Toverland heeft aangegeven in principe open te staan voor alternatieve mogelijkheden voor vuurwerk, maar deze moeten wel bijdragen aan de parkbeleving. Vooralsnog zijn nog geen alternatieven beschikbaar. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat in de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangegeven dat er een geluidmeetsysteem aanwezig is.

17

3. Het Kronenbergse bos Is zeer belangrijk voor mensen en dier. Dit is een natuurlijke afscheiding van bewoners van Kronenberg en Toverland. Wanneer er meer overnachtingen plaats gaan vinden, zullen bezoekers de bossen in kunnen gaan, dit ten nadelen van de dieren, en de vervuiling dat achterblijft. Daarom graag gesloten hekken rond het park, bezoekers binnen houden. Beantwoording De bossen rondom Toverland zijn en blijven een vrij toegankelijk gebied voor iedereen. Ook in de huidige situatie kunnen er in principe al een ‘onbeperkt aantal’ mensen in het gebied wandelen. De gemeente kan en wil geen onderscheid maken tussen bewoners van Kronenburg en bezoekers van Toverland of andere recreatieterreinen in de omgeving. Het instellen van een ‘gebiedsverbod’ voor de bezoekers van Toverland om in de bossen te gaan wandelen is niet reëel maar in de plannen voor Toverland is niet voorzien in het realiseren van nieuwe recreatieve paden/routes naar natuurgebieden in de omgeving toe. Met Toverland is afgesproken om de toegankelijkheid van het bosgebied vanuit het attractiepark te beperken tot calamiteitenontsluiting. Om ongewenste toetreding van buiten naar het park te voorkomen, is het te verwachten dat er wel een afschermende voorziening zal komen. Op welke wijze hieraan invulling wordt gegeven, is in deze planfase nog niet bekend.

Extensief recreatief medegebruik (een rondje wandelen in het bos) leidt overigens niet automatisch tot recreatieve druk en overlast. Mocht er in de toekomst hinder of overlast ervaren worden, zal de gemeente samen met Staatsbosbeheer en Toverland in overleg treden over eventuele aanvullende maatregelen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.

18

D. Indiener 1. Verlenging reactietermijn De indiener van de zienswijze uit zorgen over het tijdstip van terinzagelegging van het bestemmingsplan en het MER., vlak voor de vakantieperiode. Met meer dan 1.000 pagina's is het voor onze kleine organisatie, maar ook voor burgers, onmogelijk om tijdens deze periode de benodigde aandacht aan dit cruciale plan te besteden. We vragen dan ook om een verlenging van de reactietermijn. Deze verlenging willen wij gebruiken om beter te kunnen kijken naar de impact van Toverland op natuur en landschap. Beantwoording De gemeente begrijpt dat het veel werk is het plan en bijbehorende documenten goed te beoordelen. Omdat ook al een pro-forma zienswijze is ingediend waar een langere reactietermijn voor gesteld is, heeft ook de Stichting Groengroep Sevenum de mogelijkheid de zienswijze aan te vullen tot en met 22 februari 2024. 2. Ontwikkelingen in samenhang bekijken De ontwikkeling van Toverland dient met de andere grootschalige ontwikkelingen te worden gezien zoals Grandorse, De Schatberg etc. die het leefklimaat voor dieren en planten ernstig aantasten. Beantwoording Het is waar dat er verschillende ontwikkelingen in De Peelbergen worden voorbereid. In het MER dat ten behoeve van de besluitvorming over het bestemmingsplan is opgesteld, is een overzicht opgenomen van een aantal ontwikkelingen in de omgeving van Toverland.

Deze maken onderdeel uit van de referentiesituatie. Vervolgens zijn de effecten van de uitbreiding van Toverland in beeld gebracht ten opzichte van deze referentiesituatie. Bij de totale toekomstige verkeersintensiteiten zijn dus naast de verkeersstromen van Toverland zelf ook die van de autonome ontwikkelingen opgeteld en gezamenlijk in beeld gebracht. In het voorlopig toetsingsadvies heeft de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage aangegeven dat de ontwikkeling van Grandorse ten onrechte als in de referentiesituatie is meegenomen omdat deze ontwikkeling op dat moment nog niet was vastgesteld. In een aanvulling op het MER is deze daarom uit de referentiesituatie gehaald en is een tweede berekening voor de toekomstige situatie uitgevoerd. Een met de effecten van Toverland ten opzichte van de referentiesituatie en een met de effecten van Toverland en Grandorse gezamenlijk ten opzichte van de referentiesituatie. Een verdere integrale beoordeling op de door indiener aangegeven punten is op dit moment niet nodig en daarom niet aan de orde. In het kader van de omgevingsvisie zal dat mogelijk worden beoordeeld. Het bestemmingsplan voor Toverland zal hier niet op wachten, de onderzoeksresultaten voor de ontwikkeling van Toverland geven daar geen aanleiding toe.

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat in de aanvulling op het MER de toekomstige situatie van Toverland en Grandorse gezamenlijk wordt doorgerekend. 19

3. Kaderbestemmingsplan a. Vanuit de Groengroep vragen we om op dit moment een Kaderbestemmingsplan op te stellen, gebaseerd op de juiste onderzoeksuitkomsten en dat de verschillende fases van uitbreiding nog als deelplannen voorgelegd en getoetst worden aan het kader en de dan bestaande inzichten. Zo wordt mogelijk voorkomen dat nu een maximale ruimte wordt geboden voor de onoverzienbare impact. Beantwoording De voorgestelde systematiek is onder andere toegepast bij de ontwikkeling van Greenport waarbij en globaal bestemmingsplan is opgesteld met uitwerkingsplichten. Vervolgens is voor ieder deelgebied een apart uitwerkingsplan opgesteld. Die uitwerkingsplannen zijn voor een ieder tervisie gelegd om een zienswijze op te kunnen geven. Deze systematiek behoort niet langer tot de wettelijke mogelijkheden. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met deze wetswijziging is het omgevingsrecht in Nederland ingrijpend veranderd. Eén van de wijzigingen is dat een bestemmingsplan niet langer met uitwerkingsplannen kan worden geconcretiseerd (ook niet als deze mogelijkheid al in een (ontwerp)bestemmingsplan is opgenomen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet).

De nieuwe systematiek gaat er van uit dat kaders worden gesteld in een bestemmingsplan of omgevingsplan en dat met vergunningplichten (voor bouwen en gebruik) sturing kan worden gegeven aan de ontwikkelingen. De in het plan opgenomen ontwikkelmogelijkheden kunnen pas worden benut als daarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd en verleend. In aanloop naar de Omgevingswet heeft de gemeente een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte voorbereid voor Toverland. In een dergelijk plan is het ook mogelijk om deze vergunningplicht op te nemen en dus om een deel van de ontwikkeling pas mogelijk te maken met een vergunning. Dat is ook wat in het bestemmingsplan voor Toverland is toegepast. In de regels van het bestemmingsplan is onder andere een omgevingsvergunning verplicht voordat men: - mag afwijken van de bouwhoogte van de attracties (art 3.5.1); - meer dan 800 bedden mag realiseren (art 3.7.1); - publieks- en/of sportevenementen mag houden (art 3.7.2); - aanpassingen aan watergangen mag uitvoeren (art 3.8.1); - extra of bredere doorgangen door de groenstructuren mag realiseren (art 4.4); - recreatieve paden op gronden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Limburg mag aanleggen (art 4.5.2); - op of nabij de gasleidingen of leidingstrook mag bouwen (art 6.3); - in gebieden met de dubbelbestemming ‘waarde archeologie 3’ graafwerkzaamheden mag uitvoeren (art 8.1).

In de voorbereiding van het plan is aangetoond dat dergelijke ontwikkelingen passend te maken zijn in de omgeving. Dit heeft geleid tot voorwaarden waaronder de ontwikkeling uitvoerbaar is en zorg draagt voor een goede ruimtelijke ordening en een gezond en veilige leefomgeving. Met het beoordelen van de vergunningaanvraag wordt niet beoordeeld of de ontwikkeling wenselijk is maar wel of voldaan wordt aan de voorwaarden die er toe strekken dat de ontwikkeling uitvoerbaar is.

20

Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b.

Daarnaast lijkt het ons heel belangrijk, dat het bestemmingsplan jaarlijks geëvalueerd wordt en de impact van Toverland op natuur en landschap positief bij te sturen.

Beantwoording In het Nederlandse omgevingsrecht geldt geen monitoringsplicht voor bestemmingsplannen. De beoordeling van de effecten op natuur en landschap zijn in de voorbereiding van het bestemmingsplan onderzocht. Het plangebied bevat geen gronden die aangewezen zijn voor natuur, dus een directe verstoring daarvan vindt niet plaats. Indirecte verstoring kan plaatsvinden als gevolg van bijvoorbeeld stikstofdepositie (door verkeer en installaties op het park). Voor de gehele ontwikkeling is beoordeeld of stikstofdepositie op Natura2000-gebieden toeneemt. Met het toepassen van interne saldering, vanwege de aankoop van stikstofrechten van de Schorfvenweg, is er geen sprake van een toename en dus ook niet van indirecte aantasting van natuur. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de geldende wettelijke regels voor het onderzoeken van stikstofdepositie. Met betrekking tot landschap is een landschapsplan opgesteld. Met een overeenkomst is vastgelegd dat dit landschapsplan ook wordt gerealiseerd met de ontwikkeling van Toverland. In het MER is wel een aanzet voor een evaluatieprogramma opgenomen. Ook de thema’s ‘natuur’ en ‘landschap’ maken hier deel van uit (zie tabel 17.1 van het MER). Zoals in paragraaf 17.3 van het MER is toegelicht, zal dit programma nadat de besluitvorming over het bestemmingsplan is afgerond door de gemeente nader worden uitgewerkt.

Verder is de gemeente bevoegd om de juridische kaders voor Toverland bij te stellen als blijkt dat dat noodzakelijk is. De gemeente zal daarvoor een nieuw besluit moeten voorbereiden, zoals die van dit bestemmingsplan. Aangezien op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking getreden is, gelden voor deze toekomstige wijzigingen de regels uit deze wet. Dat betekent dat het besluit geen bestemmingsplan zal zijn maar een wijziging van het omgevingsplan. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 4. Breng het plan terug naar een voor de omgeving aanvaardbaar niveau a. De dorpen Kronenberg en Sevenum worden omsingeld door grootschalige activiteiten zoals Greenport, Toverland, Schatberg, Grandorse, Californië, etc. Dit leidt nu al tot buitenproportionele aantasting van buitengebied, natuur en landschap. Het hele plan omvat: 119 ha recreatiegebied, hotel 800 kamers, 750 verblijfseenheden, bijna 4 miljoen bezoekers, attracties bouw zonder beperking. Wij stellen voor, dat gezien het open landschap en de natuurlijk draagkracht het bestemmingsplan maximaal rekening houdt met de natuur, flora en fauna en bovenal de biodiversiteit versterkt.

21

Beantwoording De in de zienswijze genoemde ontwikkelruimte is voor een termijn van 20 jaar. Toverland wil de komende jaren geleidelijk uitbreiden en doorontwikkelen en de gemeente wil hier, onder voorwaarden, aan mee werken. De ontwikkelruimte wordt niet in 1 keer benut. Het is in het belang van Toverland om de ontwikkelingen af te stemmen op de marktontwikkelingen, zodat de investeringen ook het beoogde resultaat opleveren. Met de vergunningplichten in de vorm van bestemmingsplanactiviteiten (zie de beantwoording onder a) heeft de gemeente ook nog de mogelijkheid om bij te sturen waar nodig (binnen de ruimte die het bestemmingsplan daarvoor biedt). In het MER zijn de maximale te verwachten milieueffecten van dit plan in beeld gebracht. Op basis hiervan zijn voor een aantal thema’s kaders meegegeven met randvoorwaarden waar de initiatiefnemer bij toekomstige ontwikkelingen rekening mee moet houden. Deze zijn vervolgens in de regels van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte verankerd. Het door inspreker genoemde aantal ‘overige verblijfseenheden’ is overigens niet correct (maximaal 710 i.p.v. 750) en aan de attracties zijn in het bestemmingsplan wel maximale bouwhoogtes toegekend, een en ander in lijn met het ‘oude’ bestemmingsplan uit 2012. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b.

Daarbij is het noodzakelijk een differentiatie aan te brengen binnen het gebied m.b.t. de nokhoogte. In het midden de stedelijke kern hoger en in de buitenzone van 100 meter een meer rustiekere inrichting met een nokhoogte van 5 meter.

Beantwoording De voorgestelde opbouw van de bouwhoogte van bebouwing kan met de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. De hoge attracties zijn alleen in het midden van het terrein toegestaan en aan de randen is het niet toegestaan hoger te bouwen dan in het huidige bestemmingsplan al mogelijk was. De enige uitzondering hierop is het hotelresort waarvoor een hoogte van 45 meter mogelijk is. Nog niet duidelijk is waar het resort zal komen. Uiteraard is met iedere ontwikkeling ook een beoordeling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit verplicht. Deze commissie toetst of een bouwinitiatief past in de omgeving en kijkt daarbij onder andere naar hoogte, inpassing in het landschap en verschijningsvorm. Overigens is een bouwhoogte van 5 meter voor dit project niet realistisch en niet wenselijk aangezien de bouwwerken veelal voorzien worden van verbijzonderingen (thematisering) die ook effect hebben op de totale bouwhoogte. Bovendien bij het toevoegen van een binnen-attractie volstaat deze hoogte niet. Los van de hoogte van een attractie binnen, waar het gebouw op aangepast moet worden, is het voor de bezoekers belangrijk dat een ruime hoogte binnen kan worden bereikt om een comfortabele beleving te ervaren. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.

22

5. De gemeente moet haar verantwoordelijkheid nemen t.a.v. milieu, klimaat en leefomgeving a. Wij vinden, dat de als basis genomen Visie Park de Peelbergen aan evaluatie toe is, daar deze niet meer up to date is. Beantwoording Visie de Peelbergen is voor het college en de gemeenteraad nog steeds een verantwoord beeld voor de toekomst. Er is geen aanleiding om de visie voor Park de Peelbergen aan te passen. Momenteel wordt de omgevingsvisie voorbereid voor de gehele gemeente. Ook de Peelbergen zal daarin worden meegenomen. Er is geen aanleiding om de visie voor Park de Peelbergen aan te passen. De ontwikkeling van Toverland sluit aan op de visie Park de Peelbergen. Het bestemmingsplan geeft invulling aan de recreatieve zone die in de visie is beschreven. Van groot belang is dat de ontwikkeling marktgestuurd plaatsvindt, zodat het park meegroeit met de behoefte én veranderingen in de directe omgeving kunnen plaatsvinden om de effecten te verkleinen. Daartoe behoort de landschappelijke inpassing maar ook eventuele maatregelen voor de bereikbaarheid en de doorstroming van het verkeer. Bij iedere uitbreiding van het park moet voldaan worden aan de geldende regels voor klimaat en energie. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b.

Aansluitend vinden we dat het bestemmingsplan middels een objectieve MER getoetst moet worden aan de uitgangspunten van deze visie en de impact op Natuur, Landschap, Biodiversiteit en Milieu. Hierbij is het zeer noodzakelijk om de inwoners en betreffende belangengroepen uitgebreid en intensief hierbij te betrekken.

Beantwoording Een Milieu Effect Rapport (MER) is een objectieve toets/weergave van de maximale te verwachten effecten op basis van diverse specialistische onderzoeken. Het MER is niet door Toverland zelf opgesteld, maar door Kragten, een onafhankelijk advies- en ingenieursbureau dat terzake kundig is en de benodigde onderzoeken uitvoert volgens de wettelijke regels. Vervolgens is het MER door de gemeente getoetst op volledigheid en juistheid en daarna toegezonden naar de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage in Utrecht. Zij beoordeelt kritisch of in het MER op een goede en zorgvuldige wijze alle aspecten zijn meegewogen en of de conclusies voorstelbaar zijn. Deze beoordeling door de mer-commissie heeft ook voor dit plan plaatsgevonden. Naar aanleiding van het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie mer is een aanvulling op het MER opgesteld waarin een aantal geconstateerde tekortkomingen nader zijn onderzocht en/of onderbouwd. Ook deze aanvulling is vervolgens ter toetsing aan de commissie aangeboden. Er is geen reden te veronderstellen dat het MER niet objectief zou zijn. Als onderdeel van de m.e.r.-procedure heeft eenieder een reactie op de NRD (Notitie Reikwijdte en Detailniveau) kunnen indienen. In deze periode heeft tevens een digitale bijeenkomst (webinar) plaatsgevonden over de NRD (Nota Reikwijdte en Detailniveau). Dit was in de tijd van COVID.

In het webinar is onder andere uitgelegd wat een NRD is, welke uitgangspunten gebruikt zijn voor het NRD en daarmee ook voor het MER en wat de vervolgstappen zullen zijn.

23

Om betrokkenen zo goed mogelijk te informeren en te betrekken, zijn ook gedurende de inspraakperiode over het ontwerp bestemmingsplan twee aanvullende inloopmiddagen gehouden. In aanvulling op deze formele inspreekmogelijkheden vanuit het bevoegd gezag heeft de initiatiefnemer (Toverland) gedurende het hele planproces een uitgebreid participatieproces doorlopen waarin met verschillende belanghebbenden gesproken is, zowel omwonenden als belangengroeperingen. Zie hiervoor ook paragraaf 6.2.1 van de toelichting van het bestemmingsplan met Verbrede Reikwijdte waarin is ingegaan op het participatieproces dat is doorlopen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. De beoordeling van de commissie MER heeft geleid tot een aanscherping van het MER en de onderbouwing van de ontwikkeling van Toverland. Voor zover aan de orde zijn aanvullende voorwaarden voor de ontwikkeling opgenomen in het bestemmingsplan. 6. Eén verkeersanalyse en één verkeersplan voor Toverland, Grandorse, de Schatberg etc. Het aantal auto's neemt de komende járen meer toe, zo ook de files en de daaraan gekoppelde aantal ongevallen voor mens en dier. Wij stellen voor, dat ook in het verkeersonderzoek de gezamenlijke impact wordt bekeken van alle evenementen in de regio, dus ook Toverland Grandorse, Schatberg, etc.

Deze analyse heeft als basis de impact onderzoeken van de toename van verkeer m.b.t. de impact op dieren, zoals haas, ree, das, vos, wolf, heikikker, konijn levendbarende hagedis, slang, etc. Hoe is de migratie geregeld? Is er ook een regulering van verkeersstromen onderzocht, waarbij sluipverkeer en andere ongewenste verkeersstromen buiten de aan en afvoer voorkomen wordt. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijzen onder A en de beantwoording van de zienswijze D onder 2. Ongevallen met dieren worden niet apart geregistreerd. Ook in de huidige situatie vormt de Midden-Peelweg al een mogelijke barrière voor dieren die willen oversteken. Naarmate het drukker wordt, neemt statistisch gezien ook de kans op een conflictsituatie met overstekende dieren toe, maar het is niet mogelijk dit enkel toe te wijzen aan de voorgenomen uitbreiding van Toverland. Daarnaast wordt opgemerkt dat in het algemeen bekend is dat veel diersoorten met name in de nachtperiode oversteken Juist in deze periode genereert Toverland zeer beperkt extra verkeer. Op basis hiervan is er geen aanleiding om, vanwege de voorgenomen uitbreiding van Toverland, extra faunapassages langs de Midden-Peelweg te realiseren. Voor wat betreft sluipverkeer is uit het uitgevoerde kentekenonderzoek gebleken dat er slechts in zeer beperkte mate sprake is van sluipverkeer via Sevenum.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16278462/1