06f Bijlage A2 Zienswijzennotitie BPVR Toverland - Geanonimiseerd
Tekst van het document
Ook TomTom data bevestigt dit beeld. Verreweg het meeste verkeer heeft de A67/N277 als aanrijroute. In de toekomst zal dit naar verwachting niet wijzigen omdat er steeds meer bezoekers uit België en Duitsland komen en ook Nederlandse bezoekers van steeds grotere afstand komen. Daarvoor is en blijft de A67/N277 de beste route.
24
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 7. Luchtkwaliteit Wat is de betekenis van luchtkwaliteit op de natuur en de daaraan gekoppelde impact op de flora en fauna. Wij vinden het nodig dat het luchtkwaliteit onderzoek opnieuw gedaan wordt door een onafhankelijk instituut wat de ontwikkelingen zullen zijn en wat deze grootschalige ontwikkelingen aan moeten voldoen om een minimale negatieve beïnvloeding van de luchtkwaliteit te verkrijgen en het behoud en versterking van de luchtkwaliteit voor ook de natuurwaarden. Beantwoording Het onderzoek naar luchtkwaliteit richt zich primair op de gezondheid van mensen en niet op de gevolgen voor natuur. Voor de gevolgen van luchtkwaliteit voor natuur zijn geen wettelijke normen vastgesteld. Het door Kragten uitgevoerde luchtkwaliteitsonderzoek voldoet aan de landelijke meet- en rekenvoorschriften. In het onderzoek wordt met de maximale ontwikkelmogelijkheden beoordeeld wat de gevolgen zijn voor de luchtkwaliteit. Daarmee voldoet het onderzoek al aan de door indiener gestelde voorwaarden. Er is geen reden het onderzoek opnieuw uit te voeren of de onafhankelijkheid ervan in twijfel te trekken. De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage heeft dit onderzoek ook beoordeeld.
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 8. Alarmerende conclusies in rapport natuurwaardenonderzoek a. In deze gebieden zijn vele diersoorten, ook rode lijstsoorten, elk met een eigen biotoop en habitat aangetroffen. Deze worden verder bedreigt door de plannen van Toverland, maar net zo belangrijk dat het leefgebied en foerageergebied ernstig ingeperkt wordt. Indiener vindt, dat eerst een volledige inventarisatie wordt gedaan van de voorkomende flora en fauna in de afgelopen 20 jaar. Hierbij ook aangeven wat het habitat en foerageergebied is voor deze soorten op dit moment. Beantwoording Er heeft een uitgebreid natuurwaardenonderzoek plaatsgevonden. Daarbij is voor de gronden waarop Toverland wil uitbreiden en de ruime omgeving (tot 1,5 kilometer afstand) onderzocht welke soorten aanwezig zijn en voor welke soorten het gebied geschikt is als leefgebied en als foerageergebied. Dit onderzoek is uitgevoerd middels een literatuuronderzoek waarbij onder andere de NDFF (Nationale Database Flora en Fauna) is geraadpleegd. Dit is een landelijke database waarin sinds 2009 alle waarnemingen van beschermde plant- en diersoorten centraal geregistreerd dienen te worden.
Ook is gebruik gemaakt van eerder uitgevoerde onderzoeken in de omgeving, zoals de onderzoeken ten behoeve van het vigerende bestemmingsplan en eerdere kleinschaligere ontwikkelingen. Verder is contact geweest met de lokale wildbeheereenheid en de vogelwerkgroep om informatie in te winnen van in de omgeving voorkomende soorten. Op basis van de resultaten van dit literatuuronderzoek is vervolgens specifiek jaarrond onderzoek naar nagenoeg alle (potentieel) voorkomende soorten uitgevoerd. Per soortgroep is op basis van de daarvoor geldende onderzoeksprotocollen jaarrond geïnventariseerd of ze daadwerkelijk 25
binnen of in de omgeving van Toverland voorkomen. Het uitgevoerde ecologisch onderzoek voldoet aan de vereisten en geeft daarmee een volledig beeld van alle voorkomende soorten binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Via de NDFF is dus wel degelijk teruggekeken naar beschikbare gegevens over waarnemingen uit het verleden. Oudere warnemingen zijn onvoldoende betrouwbaar en geven geen reëel beeld van de huidige ecologische waarde van het gebied. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b.
Toverland denkt de overtredingen van de Wet natuurbeheer op te kunnen lossen met een aanvullende vergunning of ontheffing van de provincie
Beantwoording Voor zover al sprake zou zijn van een overtreding van de Wet natuurbeheer maakt Toverland gebruik van de wettelijke mogelijkheden om een vergunning of ontheffing aan te vragen. Dit wordt ook door de provincie Limburg getoetst. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. c.
Het onderzoek van de flora en fauna dient te geschieden in alle jaargetijden en door erkende bureaus en gebruikmakend van de lokale aanwezige kennis van flora en fauna.
Beantwoording Zoals bij de beantwoording onder punt a is aangegeven, is het ecologisch onderzoek uitgevoerd conform de daarvoor geldende onderzoeksprotocollen die per soortgroep variëren. Voor een aantal soorten is inderdaad een langere doorlooptijd in het onderzoek vereist, zoals bij vleermuizen. Voor zover deze soorten nader moesten worden geanalyseerd zijn deze langere termijnen aangehouden. Bij het uitvoeren van het ecologisch onderzoek is tevens gebruik gemaakt van de lokale aanwezige kennis van flora en fauna zoals Groengroep Sevenum, Vogelwerkgroep ‘t Hukske en de WildBeheerEenheid Sevenum. Met deze partijen zijn, mede in het kader van het participatieproces, gesprekken gevoerd en heeft een gezamenlijk locatiebezoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn betrokken in het onderzoek. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. d.
Het onderzoek moet aantonen wat de huidige habitat- en foerageergebieden zijn van het agrarische landschap met hierbinnen de huidige landschapselementen, zoals singels, sloten, akkerranden, etc. in de afgelopen 20 jaar
Beantwoording Het uitgevoerde onderzoek voldoet aan de wettelijke vereisten voor een flora- en faunaonderzoek. Op basis van geregistreerde waarnemingen uit het verleden is de kans op het 26
aantreffen van bepaalde beschermde plant- en diersoorten geïnventariseerd. Naar een aantal potentieel aanwezige soorten is vervolgens aanvullend onderzoek uitgevoerd, op basis waarvan voldoende beeld is ontstaan van de thans aanwezige soorten en het gebruik als habitat- en foerageergebied. Verder wordt verwezen naar de beantwoording onder a. Daarin is aangegeven dat via de NDFF ook is teruggekeken naar beschikbare gegevens over waarnemingen uit het verleden. Het is niet nodig 20 jaar terug in de tijd te gaan om te bekijken welke flora- en fauna toen voorkwamen en deze soorten ook naar de toekomst te beschermen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. e.
Hoe wordt in de plannen en inrichting de bestaande natuur (habitat, leefgebied, foerageergebied, voor bijvoorbeeld patrijs) kwaliteit geïntegreerd en worden mitigerende maatregelen genomen om verslechtering in het plangebied te voorkomen?
Beantwoording Voor het plangebied is een robuuste groenstructuur ontworpen, met een aantal 30 meter brede groenstroken. Hiervoor is in het landschapsplan een voorstel gedaan voor de beplantingssoorten (bomen, heesters en kruiden). Deze stroken leiden niet alleen tot een landschappelijke structurering van het gebied (creëren kamerstructuur) maar vormen tevens een migratie- en leefgebied voor diverse diersoorten. Op basis van concrete bouwinitiatieven wordt te zijner tijd als onderdeel van de omgevingsvergunningprocedure beoordeeld of het betreffende initiatief leidt tot aantasting van leefgebied van beschermde soorten en of er aanvullende mitigerende of compenserende maatregelen aan de orde zijn. Binnen het plangebied is ruimte beschikbaar om invulling aan de compensatieopgave te geven. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. f.
Hoe worden afscheiding van grondpercelen door ijzerdraadwerken geregeld, zodat bovengenoemde dieren wel onderling op natuurlijke wijze kunnen leven. Voorkomen dient te worden om met "industriële harmonicagazen" het voor fauna geheel af te sluiten.
Beantwoording In deze fase van planvorming is de wijze van terreinafscheiding nog niet bekend. Voor alle activiteiten geldt de zogenaamde algemene zorgplicht. Deze was in het verleden verankerd in de Wet natuurbescherming en thans in de Omgevingswet. Hierin wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor planten en dieren voorkomen moeten worden. Het uitgangspunt van de Algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 27
g.
Wat is de impact van deze grote mensenmassa op de verstoring van de flora en fauna?
Beantwoording In de voortoets in het kader van effecten op Natura 2000-gebieden en de toetsing in het kader van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is gesteld dat er geen sprake is van verandering in bestaande menselijke activiteit binnen Natura 2000-gebieden en het omliggende NNN. Gezien de aard van het plan, namelijk de ontwikkeling en uitbreiding van een attractiepark met bijbehorende verblijfsrecreatie, wordt er van uit gegaan dat bezoekers van Toverland enkel en alleen het park zelf bezoeken en aldaar verblijven. De omliggende bossen zijn weliswaar openbaar toegankelijk maar Toverland voert geen actief stimuleringsbeleid om bezoekers (verblijfsrecreanten) gebruik te laten maken van de omliggende natuur, door bijvoorbeeld het uitdelen van wandelroutes en dergelijke. Om te voorkomen dat de recreatieve druk op het NNN toeneemt, is in artikel 4.4.2 van de regels van het ontwerp bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gesteld dat het voor zover het plangebied direct grenst aan gronden behorende tot het NNN verboden is om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning toegangspaden/wegen te realiseren tot gronden die onderdeel uit maken van het NNN (met uitzondering van calamiteitenroutes). Er is op grond van het voorgaande geen reden om aan te nemen dat (grote aantallen) bezoekers het park zullen verlaten om te recreëren in Natura 2000-gebieden of het omliggende NNN.
Er wordt derhalve geen impact op flora en fauna verwacht als gevolg van een grote mensenmassa. Voor wat de landschappelijke inpassing op het park betreft, zullen dieren zich vestigen die zich niet storen aan de aanwezige mensenmassa. Zoals opgenomen in het rapport met betrekking tot beschermde soorten hebben zich afgelopen jaren al diverse diersoorten op het park gevestigd zonder verstoring. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 9. Landschap moet beschermd en behouden worden! a. Door een grote eik om te zagen zijn 100 jonge bomen nodig om dezelfde natuureffecten te verkrijgen. Daarnaast heet het huidige cultuurlandschap een opbouw vanuit de cultuurhistorie. Dit is ook de noodzakelijke basis om de toekomstige ontwikkelingen te integreren en het behoud van het coulisselandschap in de nieuwe situatie te behouden. Beantwoording Er is geen sprake van het omzagen van grote bomen. Er is juist voor de beschermingswaardige bomen aan de Helenaveenseweg en Heesbredeweg een regeling opgenomen om de bomen te beschermen tegen directe en indirecte schade. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
28
b.
Het huidige cultuurlandschap heeft een opbouw vanuit cultuurhistorie. Toekomstige ontwikkelingen moeten het coulissenlandschap behouden.
Beantwoording Voor het plan is een nieuw landschappelijk raamwerk ontworpen. In bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is de rapportage ‘landschap en cultuurhistorie’ opgenomen. Hierin is gemotiveerd hoe het bestaande landschap ter plaatse is ontstaan. In 2018 is een bestemmingsplan voor Toverland opgesteld. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is destijds door het landschapsarchitectenbureau Heusschen Coppier al een landschapsontwikkkelingsplan opgesteld dat uitging van versterking van het bos- en mozaïeklandschap uit de omgeving. Dit ontwerpprincipe is doorgezet in het nieuwe landschappelijk raamwerk dat thans is ontworpen. Hierbij is dus uitdrukkelijk rekening gehouden met het bestaande landschapspatroon en de cultuurhistorie van het gebied. Het coulissenlandschap blijft niet alleen behouden, maar wordt door de robuuste groenzones juist versterkt. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. c.
Indiener is van mening dat houtopstanden en andere landschapselementen, zoals ook de elementen van SBB, het erf aan de Schorfvenweg in het plangebied beschermd dienen te worden voor kap en geïntegreerd in de inrichting. Landschapselementen dienen deel te zijn van de inrichting. Stimulering natuurlijke hagen en heggen hebben hierin een voorbeeldfunctie. Het toepassen van alleen inlandse vegetatie is een randvoorwaarde.
Beantwoording Zoals uit de verbeelding van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte blijkt, maken de bestaande groenstructuren van Staatsbosbeheer, centraal in het gebied, geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan voor Toverland. Hier blijft het bestemmingsplan buitengebied Horst aan de Maas (dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet automatisch is overgegaan in het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Horst aan de Maas) van toepassing. In dat plan zijn de gronden beschermd. De plannen van Toverland hebben geen betrekking op de gronden van Staatsbosbeheer. Bij het landschapsontwerp (toegevoegd als bijlage 2 bij de regels van het ontwerpbestemmingsplan) is rekening gehouden met de bestaande beplanting. Deze worden, zover mogelijk opgenomen in de groenstructuur of als losse beplanting op het park. Voor wat betreft de plant- en boomsoorten is een plantlijst opgenomen in het rapport ‘landschap en cultuurhistorie’ dat als bijlage 2 aan de regels is toegevoegd. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
29
d.
Indiener vindt dat de landschappelijke inpassing nu voorziet in een aaneengesloten boszone, waarmee het geen recht doet aan de oorspronkelijke basis van het landschap. Belangengroepen zijn met deze inrichting ook niet betrokken. Verzocht is dit te herzien met de inbreng van de lokale kennis en hiermee met de inpassing recht te doen aan de opbouw landschap.
Beantwoording De invulling van de landschapszones is nog niet in detail uitgewerkt. Wel is bepaald dat deze robuust moeten zijn en een breedte moet hebben van minimaal 30 meter en is in de bijlage van het landschapsrapport een voorstel voor geschikte beplantingssoorten opgenomen. Hierdoor ontstaat een “kamerstructuur” en van een aaneengesloten boszone is dan ook geen sprake. Dit concept sluit aan op het landschapsplan dat in 2018 ten behoeve van het vorige bestemmingsplan is uitgewerkt en past bij het oorspronkelijke coulisselandschap. Bij de concrete uitwerking voor de inrichting van de landschapszones kijkt de gemeente mee. In de voorbereiding van de landschappelijke inpassing is de Groengroep betrokken als stakeholder en beïnvloeder. Zij hebben hun kennis en ervaring ingezet. Hun inbreng is betrokken bij de verdere invulling van de landschappelijke inpassing. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. e.
De effecten op flora en fauna zijn onvoldoende belicht
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder a tot en met d. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 10. Vuurwerk Vuurwerk staat landelijk ter discussie, gezien de vele ongelukken, gezien de impact op de natuur en de leefomgeving. De effecten van het voorwerk zijn op 2-3 km extreem goed merkbaar, ook voor dieren. Op 10 km is het effect van vuurwerk nog steeds merkbaar. Toverland geeft in dit geval een negatief voorbeeld voor jong en oud. In het plan moet aangegeven zijn: • wat de voorbeeldfunctie is van het vuurwerk van Toverland voor de vele jonge bezoekers? • wat de invloed is van de dampen, chemische verbindingen op de mens en natuur? • waar komen de delen van vuurwerk terecht en wat doet dat voor mens en natuur? • wat betekenen de trillingen en knallen voor bijvoorbeeld de vleermuis die erg afhankelijk is van geluid? • de schrikreacties voor bijvoorbeeld volgens in de Peel zoals de ooievaar, kraanvogel etc. Ook het feit dat Toverland grotendeels omsloten is in de omliggende bosnatuurgebieden? • de schrikreactie voor een ree die zich te pletter loopt tegen de afrastering? • de schrikreactie van paarden in de omgeving bij de stallencomplexen van Grandorse? 30
• •
de koeien, varkens en kippen in de nabijgelegen IV-bedrijven? de menselijke activiteiten in de omgeving; nachtrust voor omliggende bewoners, campinggasten en ook evenement Nacht van de Nacht?
Beantwoording De achtergrondrapportage vuurwerk is geactualiseerd. Relevante aspecten zijn opgenomen en afgewogen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. Het aanvullende notitie over vuurwerk wordt aan het bestemmingsplan toegevoegd en de resultaten daarvan worden voor zover relevant doorvertaald in het MER en de toelichting van het bestemmingsplan. 11. Licht: a. Licht wordt gespiegeld tot ver in de omgeving, denk ook aan de lichtvervuiling van kassen. In het rapport staat dat lichtstraling vanuit Toverland op een groot aantal punten langs de rand van het plangebied niet wordt overschreden. Ook wordt benoemd dat planologisch hoge attracties (ook in de randen?) gebouwd zouden mogen worden en dat dit wel voor een overschrijding kan zorgen. Indiener wil dat er gedoseerd (minimaal in de buitenzijde) en gericht met licht omgegaan wordt, zoals ook aan de orde is bij de GreenportBikeWay en de wijze van Light on demand toepassen. Beantwoording Voor het plan is een uitgebreid lichtonderzoek uitgevoerd. Er zijn metingen gedaan op een nacht waarbij alle verlichting op Toverland was aangezet. Vervolgens is een model gebouwd om ook de toekomstige uitstraling te bepalen. Hierbij is bijvoorbeeld het hotel volledig van glas, en alle kamers waren verlicht (geen gordijnen) om de maximale uitstraling te bepalen.
Uit dit onderzoek blijkt dat zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie er zeer beperkte uitstraling buiten de begrenzing van Toverland zal optreden. Mocht Toverland in de toekomst hoge attracties gaan realiseren, en deze attracties ook willen verlichten, dan dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat de uitstraling naar de omgeving niet meer bedraagt dan 0,1 lux op NNN-gebieden in de nachtperiode. Dit is vastgelegd in artikel 3.2.3 van de regels van het bestemmingsplan. Daarmee is geborgd dat gedoseerd met licht wordt omgegaan. In de aanvulling op het MER wordt dit nader verduidelijkt. Lichtuitstraling vanuit Toverland is in de omgeving waarneembaar, maar deze leidt dus niet tot onverantwoorde uitstraling of normoverschrijdingen buiten de terreingrenzen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan in die zin dat in de aanvulling op het MER het aspect lichthinder nader wordt toegelicht. Voor zover relevant wordt dit tevens doorvertaald in de toelichting van het bestemmingsplan.
31
b.
De flinke toename van het verkeer (auto en fietser) zal betekenen dat er ook extra licht komt in de omgeving. Hoe worden de omgeving aangestraald met verkeerverlichting? Is dit ook de basis bij het verkeersplan? Wat is de invloed op de flora en fauna en hoe kan dit geminimaliseerd worden? Hoe worden in het plangebied de impact van licht op de groei van planten en dieren voorkomen?
Beantwoording Lichtuitstraling van passerende voertuigen zal naar verwachting alleen ter plaatse van de bermen direct langs de toegangswegen optreden. Koplampen zijn omlaag afgesteld en schijnen tot beperkte afstand op de weg en de berm direct voor het voortuig. Verkeer op de parkeerplaatsen rijdt op voldoende afstand van natuurgebieden en zal geen hinder voor flora en fauna of voor omwonenden veroorzaken. Ook in de huidige situatie rijden er langs de Midden-Peelweg en de Helenaveenseweg al veel/continue voertuigen. Het extra lichteffect dat optreedt door het extra verkeer als gevolg van dit initiatief wordt als zeer beperkt ingeschat. De frequentie neemt weliswaar toe, maar de intensiteit is hetzelfde. De gemeente acht het vooralsnog niet noodzakelijk om hier in het verkeersplan nader op in te gaan of aanvullende maatregelen voor te schrijven in de vorm van bijvoorbeeld verblindingsschermen. Ook in de geldende landelijke richtlijn (NSVV lichthinder) worden hiervoor geen normen voorgeschreven. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 12. Geluid: In de rapportage is geen rekening gehouden met de cumulatieve effecten van geluid, waaronder ook stemgeluid/geschreeuw en geluid van de attracties en installaties. We willen dat de cumulatieve effecten van geluid worden onderzocht voor de mens en fauna.
Wat betekent het als dieren (bijvoorbeeld insectenbestuiving) in het plangebied de flora hierdoor minder bezoeken voor hun natuurlijke activiteiten? Beantwoording Dit is geen juiste veronderstelling. Het akoestisch onderzoek is juist heel uitgebreid geweest waarbij zowel het stemgeluid als het geluid van de attracties en installaties gecumuleerd is meegenomen. Er is een akoestisch model gebouwd voor Toverland, waarbij de attracties in sectoren zijn ingedeeld om zo de pieken in het stemgeluid te kunnen bepalen en die in het onderzoek te betrekken. Bij uitbreiding van Toverland wordt het model ook aangevuld. Op die manier kan getoetst worden of aan de akoestische randvoorwaarden wordt voldaan met de uitbreiding. In de rapportage van het onderzoek naar beschermde soorten zijn de resultaten van het geluidsonderzoek meegenomen en beoordeeld. Hierbij is het effect van dit geluid op alle soorten in de omgeving getoetst. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
32
13. Zwerfafval: Een van de zaken van vele mensenmassa en autoverkeer is de toename van zwerfafval. Dit heeft invloed op dieren in de omgeving, denk aan de vos en ongewenste dieren (ratten). We willen, dat maatregelen vastgelegd worden hoe zwerfafval voorkomen gaat worden in de directe omgeving in het plangebied en daar buiten. Beantwoording Het omgaan met zwerfafval wordt niet in een bestemmingsplan geregeld. Bij de milieuvergunning van Toverland zit een afvalbeleidsplan. Daarin is beschreven hoe Toverland met afval omgaat op en om het terrein. Dat verandert niet met de uitbreidingen van Toverland die de komende jaren zullen plaatsvinden. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 14. Energie: a. Door de rapporteurs is onvoldoende aangegeven wat de toename van autoverkeer betekent voor de toename van verkeersdampen van auto’s van en naar Toverland voor flora en fauna. Beantwoording Zoals bij de beantwoording van zienswijze D onder punt 7 is aangegeven is ten behoeve van het bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd waarin onderzocht is of de ontwikkeling leidt tot een onaanvaardbare hoeveelheid Stikstofdioxine (NO2) of fijnstof (PM10) in de lucht. Hoge concentraties hiervan leiden tot gezondheidsschade. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de wettelijke regels.
Echter, met het onderzoek wordt niet gekeken naar de effecten op de natuur. Voor flora en fauna zijn in de wetgeving geen toetsnormen geformuleerd. Het onderzoek heeft betrekking op de directe uitstoot van deze stoffen door de ontwikkeling maar ook indirect vanwege de toename van het verkeer. Uit het onderzoek blijkt dat voor geen van de stoffen uit de Wet milieubeheer normoverschrijdingen worden berekend. Voor het effect van het verkeer op natuur is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd naar de gevolgen voor stikstofgevoelige habitats in de omgeving. Ook hier zijn wettelijke regels voor. Het onderzoek toont aan dat er geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt op de Natura2000gebieden als gevolg van de ontwikkeling van Toverland. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b.
Een bedrijf dat klaar is voor de toekomst is niet afhankelijk van de energie toevoer. Dit is niet meegenomen. Indieners willen dat dit wel wordt meegenomen en vinden, dat Toverland als voorbeeld energieneutraal dient te zijn met maximale inzet.
Beantwoording Deze verplichting om de ontwikkelingen volledig energie neutraal te moeten uitvoeren kan de gemeente niet opnemen in het bestemmingplan. Dat is op grond van de geldende wetgeving niet toegestaan. Wel zal er in overleg met Toverland gekeken worden welke optimalisaties er 33
mogelijk zijn als een initiatief wordt ingediend. Toverland heeft zelf ook ambities ten aanzien van duurzame energie en onderneemt daarin ook al stappen. Zoals in hoofdstuk 13 van het Milieueffectrapport is aangegeven, heeft Toverland het afgelopen jaar zonnepanelen op de dak van hal 2 en de wachtruimte van Fenix aangelegd waarmee thans al zo'n 15% van het eigen energiegebruik wordt opgewekt. Daarnaast wordt gekeken of bijvoorbeeld de parkeerplaatsen kunnen worden overkapt met zonnepanelen. Ook het ‘clubhuis’ (kantoren personeel en werkplaats) dat aan de oostzijde wordt gerealiseerd zal energieneutraal en volledig gasloos worden gerealiseerd. Toekomstige deeluitbreidingen worden eveneens gasloos gerealiseerd. Dit zal een extra elektriciteitsbehoefte tot gevolg hebben. De totale energievraag van Toverland zal in de toekomst naar verwachting groter zijn dan wat er zelf kan worden opgewekt via zonnepanelen. Windturbines zijn op het terrein, in combinatie met de attracties niet haalbaar. Er is op dit moment nog geen concrete berekeningen te maken voor de energiebehoefte en de zelf op te wekken hoeveelheid stroom. Toverland streeft echter naar een zo duurzaam mogelijke bedrijfsvoering. Dit wordt echter niet in een bestemmingsplan vastgelegd, maar in de milieuvergunning. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
c.
Als er nieuwe leidingen naar Toverland getrokken moeten worden wat betekent dat voor de natuur.
Beantwoording Op dit moment is nog niet bekend of er nieuwe leidingen naar Toverland getrokken moeten worden en dus ook niet waar deze komen te liggen. Mocht dit toch het geval zijn, dan is het te verwachten dat deze voornamelijk in de bermen langs bestaande wegen worden gelegd en niet dwars door natuurgebieden. Bij het inplannen van eventuele graafwerkzaamheden nabij natuurgebieden dienen uiteraard altijd de algemene regels inzake de zorgplicht en het broedseizoen in acht genomen te worden. Hiervoor zal een omgevingsvergunning benodigd zijn. Omdat er nog geen plan voor is, kan op dit moment niet worden getoetst of er gevolgen zijn voor de natuur. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 15. Water: a. Niet helder is hoe drinkwater geregeld is voor zo'n mensenmassa. Beantwoording Dit is geen zaak van het bestemmingsplan, maar dit zal in de milieuvergunning voor Toverland worden geregeld. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
34
b.
Wat is de invloed van de verbouwingen op de ontwikkelingen van de grondwaterstanden/grondwatersysteem/waterinfiltratie irt gebied en in de omliggende natuurgebieden? Hoe is het gebruik van grondwater? Indieners willen dat dit verder onderzocht wordt.
Beantwoording Voor het plan is een uitgebreid hydrologisch onderzoek uitgevoerd. Deze is in bijlage 19 aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd en verwerkt in het milieueffectrapport. Hierin wordt ingegaan op de genoemde aspecten. Verder onderzoek wordt in deze fase van de planvorming niet noodzakelijk geacht. Bij concrete deelplanuitwerkingen waarbij eventueel grondwater benodigd is, kan aanvullend hydrologisch onderzoek aan de orde zijn en zal de initiatiefnemer een vergunning moeten aanvragen voor het onttrekken van grondwater. Een dergelijke onttrekkingsvergunning zal enkel worden verleend indien wordt aangetoond dat het niet leidt tot schadelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. In de aanvulling op het MER wordt nader ingegaan op hydrologische effecten ter plaatse van omliggende natuur. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 16. Verzocht wordt de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan opnieuw tervisie te leggen. Beantwoording De zienswijze leidt er niet toe dat het ontwerpbestemmingsplan drastisch wordt aangepast. Er is dan ook geen reden om het plan opnieuw ter visie te leggen. Daarnaast maakt de in werking getreden Omgevingswet dat ook niet mogelijk.
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
35
E. Indiener 1. Verkeer a. In de huidige situatie ervaart de omgeving van het park al overlast (stagnatie doorgaand verkeer Helenaveenseweg). Uit het verkeerskundig onderzoek blijkt dat bij ontwikkeling van het park de etmaalintensiteit op de Helenaveenseweg (tussen Midden-Peelweg en entree Toverland) toeneemt van 2.400 motorvoertuigen in de huidige situatie tot 12.000 motorvoertuigen per dag in het jaar 2040 bij planrealisatie (tabel 6 van het verkeerskundig onderzoek). Paragraaf 4.2.1.1 erkent dat de verbinding tussen Midden-Peelweg en entree Toverland een grote bottleneck vormt. Op drukke dagen stagneert het verkeer op de Helenaveenseweg en dat heeft negatieve effecten op de bedrijfsvoering van indiener. Beantwoording In het verkeersonderzoek is geconstateerd dat de entree van Toverland op dit moment niet optimaal functioneert, waardoor de (inrij)capaciteit op momenten ontoereikend is, met op drukke momenten stagnatie op de Helenaveenseweg tot gevolg. In de autonome situatie en plansituatie neemt de hoeveelheid verkeer toe, waardoor de kans aanwezig is dat knelpunten vaker optreden. Toverland en de gemeente Horst aan de Maas werken momenteel samen aan een nieuw ontwerp voor de entree van Toverland, waarmee de (inrij)capaciteit significant zal toenemen en dergelijke knelpunten naar verwachting niet meer (of slechts sporadisch) zullen optreden.
Ook zijn tussen de gemeente Horst aan de Maas, de provincie Limburg en Toverland samenwerkingsafspraken vastgelegd een samenwerkingsovereenkomst, onder andere om de verkeersafwikkeling te monitoren. Indien knelpunten van meer structurele aard worden, dan worden maatregelen voorbereid en uitgevoerd om de capaciteit van de wegen en kruipunten toereikend te maken, in overleg met drie betrokken partijen (gemeente, provincie, Toverland). Denk bijvoorbeeld aan verdere capaciteitsuitbreiding van de rotonde Toverland (N277Helenaveenseweg), waarvoor ook reeds mogelijkheden zijn onderzocht in het verkeersonderzoek. Het verkeersonderzoek is overigens geactualiseerd naar aanleiding van andere zienswijzen. Dit leidt niet tot geheel andere resultaten maar geeft wel een completer beeld in relatie ook tot andere ontwikkelingen in de Peelbergen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b.
36
Aangegeven is dat het nog niet is in te schatten in welk jaartal aanpassing wenselijk zijn en hoe de aanpassing exact wordt vormgegeven. Op middellange termijn is de huidige inrichting van de Helenaveenseweg in ieder geval nog voldoende, aldus het verkeerskundig onderzoek. Client deelt deze mening niet. Zoals hierboven reeds aangegeven wordt er in de huidige situatie op drukke dagen al een duidelijke stagnatie ervaren. Bij een groei van het park, zoals dat in het plan wordt beoogd, mag toch wel verwacht worden dat er een duidelijk plan is om het park dusdanig te ontsluiten dat stagnatie van het overige verkeer voorkomen wordt. Niet valt in te zien waarom er op dit moment geen plan gemaakt kan worden hoe de toekomstige verkeersafwikkeling zal plaatsvinden.
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt a en zienswijze A onder 2b. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. c.
In het rapport wordt ook erkend dat er via de Helenaveenseweg sluipverkeer vanuit Sevenum naar Toverland plaatsvindt en andersom. Dit belast de omgeving dusdanig dat hiervan overlast ervaren wordt. Ook hier wordt een duidelijk plan van aanpak verwacht om dit sluipverkeer zoveel mogelijk te voorkomen.
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze D onder 6. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. d.
Op pagina 77 van de toelichting wordt aangegeven dat de doorgaande verbinding tussen de Helenaveenseweg en de Peelstraat (= Schorfvenweg) komt te vervallen. Hiermee komt voor client een ontsluitingsmogelijkheid richting het noordoosten te vervallen. Dit is vanwege het moeten omrijden via de Midden-Peelweg niet wenselijk.
Beantwoording. Het onttrekken van de weg aan de openbaarheid kan niet zomaar. Er is een verkeersbesluit voor nodig (een afzonderlijk besluit van de gemeenteraad) met bijbehorende procedure. Een verplicht onderdeel van de motivering van het bestemmingsplan is het zekerstellen van de bereikbaarheid van door de weg ontsloten percelen. Dit bestemmingsplan biedt de planologische mogelijkheid om in de toekomst ter plaatse van de Schorfvenweg het gebruik aan te passen ten behoeve van het attractiepark. Dit bestemmingsplan bevat zeker nog niet de verkeerskundig juridische mogelijkheid. Daar is dus een afzonderlijk besluit voor nodig Tot die tijd is het gebruik van de weg voor verkeer zeker gesteld. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. e.
Er dient aandacht te zijn voor de verkeersafwikkeling tijdens evenementen zoals Halloween. Daar moet een andere oplossing voor gevonden worden. Voor client en andere bewoners van de Helenaveenseweg is het van belang een duidelijk en hard beeld wordt gecreëerd omtrent de toekomstige verkeersafwikkeling.
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van deze zienswijze onder b. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
37
2. Omvang verblijfsaccommodatie a. In de planregels zijn 800 hotelkamers toegestaan en 710 overige verblijfseenheden. Verder is het aantal bedden gemaximeerd op 9.060. Dat komt neer op 6 bedden per hotelkamer/kampeerplaats. Dat is een erg ruim aantal per kamer/kampeerplaats en geeft in de toekomst ruimte om het aantal accommodaties weer te verhogen. Beantwoording De verblijfsrecreatie op Toverland is met name bedoeld voor gezinnen met 2 of meer kinderen. Het is niet de bedoeling faciliteiten te bieden voor individuen. Uitgegaan is van gemiddeld 6 bedden per verblijfsrecreatieve eenheid. In de praktijk zullen er enkele verblijfsrecreatieeenheden komen voor 2 personen maar ook eenheden voor groepen van 12 personen. Het maximum aantal bedden mag niet worden overschreden maar ook het maximum aantal hotelkamers of andere verblijfsrecreatieve eenheden mag niet worden overschreden. Het maximum aantal toegestane bedden is verlaagd naar 5.000. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat het maximum aantal toegestane bedden is verlaagd naar 5.000. b.
Daarnaast geeft extra verblijfsaccommodatie ook extra druk op de omliggende bossen. Het bos is nu al vol en wordt alleen maar drukker. Daarmee is de rust in de bossen weg en worden natuur en omwonenden hier mee belast.
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze C onder 3. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 3. Hoogtes a. Binnen het bestaande park is de mogelijkheid aanwezig om een aantal hogere attracties te realiseren. Deze mogelijkheid is in het vigerende bestemmingsplan ook al aanwezig. In het toe te voegen deel kan verblijfsaccommodatie toegevoegd worden in de vorm van een hotelresort. Deze mag volgens het plan 45 meter hoog worden. Niet gemotiveerd wordt waarom het nodig is om deze hoogte toe te passen. Bij de attracties wordt aangegeven dat het moet gaan om in hoofdzaak open constructies. Waarom wordt er niet gekozen voor een schaal die passend is in de omgeving? Beantwoording De bouwhoogteregeling uit het vigerende plan is overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Het aangewezen gebied voor hogere attracties is in het nieuwe bestemmingsplan niet verruimd ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Wel is inderdaad de mogelijkheid toegevoegd een hotelresort te bouwen met een bouwhoogte van 45 meter. Deze hoogte wordt passend geacht voor de locatie. Een hotel vergroot de zichtbaarheid van Toverland langs de MiddenPeelweg. De bestaande en, mogelijk ook nieuwe, opgaande beplanting ontnemen voor een deel het zicht op deze bebouwing. 38
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b.
De hogere bouwhoogte geeft een grotere kans op overlast van geluid en licht. Omdat het geluid en licht dan de kans heeft zich anders en verder te verspreiden.
Beantwoording Het is mogelijk met bouwkundige maatregelen geluid en lichteffecten vanuit het resort naar de omgeving te beperken. Toverland wil een goede buur zijn en zo veel mogelijk overlast voorkomen naar de omgeving. Er gelden regels voor Toverland voor de hoeveelheid geluid en licht dat buiten de inrichting is toegestaan. Deze normen mogen niet worden overschreden. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
39
F. Indiener 1. Bestemmingsplan Staatsbosbeheer is eigenaar van de percelen welke zijn gelegen in het gebied Molenbeekdal, kadastraal bekend gemeente Sevenum, sectie N, nummers 42, 54, 55 en 59. Deze percelen zijn, ondanks het feit dat ze midden in het toekomstige uitbreidingsgebied voor Toverland zijn gelegen, buiten het nieuwe ontwerp bestemmingsplan gehouden. Deze percelen zullen echter door de nieuwe ontwikkelingen worden omsloten. Door de voorgenomen invulling kan er geen sprake meer zijn van de bescherming en ontwikkeling van natuurwaarden op de percelen. Beantwoording De percelen van Staatsbosbeheer vormen het hart van de landschappelijke inpassing op en rondom het attractiepark. Alle groenstructuren sluiten aan op deze percelen. Dat vergroot juist de robuustheid van de landschappelijke inpassing en de potentie om de natuurwaarden meer divers te maken en verder te ontwikkelen. Zo kunnen ook verbindingen worden gerealiseerd met de in de omgeving aanwezige gronden met natuurwaarden. Door deze gronden buiten de begrenzing van het nieuwe bestemmingsplan met verbrede reikwijdte te houden, blijft de oude regeling met bestemming ‘bos’ uit het bestemmingsplan buitengebied (dat sinds 1 januari 2024 automatisch is overgegaan in het omgevingsplan van rechtswege) hier gehandhaafd.
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 2. Plan-MER a. Daarnaast zal er ook sprake zijn van een negatief effect op de natuurwaarden van de eigendomspercelen door onder andere het toegestane geluidsniveau op de uitbreidingslocatie en het feit dat er gedurende 30 dagen per jaar vuurwerk mag worden afgeschoten. Uit het Plan-MER ‘Een magische toekomst voor Toverland’ blijkt ook dat er negatieve effecten op het aangrenzende bosgebied zullen optreden. Van directe effecten is volgens het MER slechts sprake bij oppervlakteverlies. Uit het MER kan worden afgeleid dat de volgende Indirecte effecten op het aangrenzende bosgebied zouden kunnen optreden: • Veranderingen in de waterstanden, ongewenste verdroging og vernatting; • Toename van recreatieve druk • Lichthinder; • Toename geluidproductie Deze effecten worden ‘weggeschreven’. Beantwoording De effecten zijn in het MER en in het bestemmingsplan niet weggeschreven. Beschreven is welke negatieve effecten zullen optreden als gevolg van de ontwikkelingen van Toverland. Vervolgens is een onderbouwing opgenomen met mogelijke maatregelen om deze effecten te beperken waar dat mogelijk is.
De beschrijving dat er geen ‘directe’ effecten zullen plaatsvinden op natuur is als zodanig opgenomen omdat er binnen het bestemmingsplangebied geen beschermde natuurgebieden aanwezig zijn. Van oppervlakteverlies is derhalve geen sprake. Andere verstoringseffecten zijn als negatief effect aangemerkt. 40
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b.
Bij veranderende waterstanden wordt verwezen naar een aanvullende vergunning die in dat geval nodig zou zijn. Het is echter de vraag of daarmee dit effect goed wordt ondervangen. Immers, de uitvoering van het project betekent ongetwijfeld ook dat de nodige verharding wordt aangebracht en andere ingrepen plaatsvinden die de waterhuishouding kunnen beïnvloeden.
Beantwoording De waterhuishouding in en in de omgeving van het plangebied kan door een aantal aspecten worden beïnvloed. Deze zijn: 1. tijdelijke bronbemalingen; 2. permanente, niet continue, onttrekkingen ten behoeve van waterattracties; 3. aanleg verhardingen; 4. aanleg vijvers en ander groot aaneengesloten oppervlaktewater; 5. aanleg ondergrondse constructies die watervoerend pakket afsluiten; 6. klimaatverandering (autonome ontwikkeling). Ad1: Tijdelijke bronbemaling (grondwateronttrekkingen) Een tijdelijke onttrekking van 100 m3/uur en minder heeft een maximale reikwijdte van 1.000 m (zie paragraaf 5.4.1.3 van de watertoets. Binnen deze reikwijdte kan de waterhuishouding tijdelijk veranderen. De meest nabijgelegen verdrogingsgevoelige soorten, zijnde vochtig hooiland op 800 m, kan mogelijk als gevolg van een structurele bemaling enige tijdelijke negatieve gevolgen ondervinden. De tijdelijke onttrekking kan binnen het plangebied mogelijk wel zettingsrisico’s opleveren ter plaatse van het leidingentracé. Aanvullend onderzoek naar de bodemopbouw en de zettingsgevoeligheid is in deze altijd nodig. Effecten van tijdelijke bemaling op Natura 2000-gebieden zijn in een aanvullende notitie onderbouwd.
Om negatieve effecten uit te sluiten, wordt aanvullend in de regels van het BPVR opgenomen dat in geval van een tijdelijke bouwputbemaling, maximaal 5.000 m2 tot een diepte van maximaal 5 meter beneden maaiveldniveau mag worden bemaald. Ad 2: Permanente niet continue, bemaling Voor de waterattracties is een permanente onttrekking nodig. Echter, deze onttrekkingen worden maar enkele dagen per jaar over een korte periode van enkele dagen gebruikt en vinden plaats in de diepe bodemlagen (formatie van Breda). Voor dergelijke onttrekkingen dient een vergunning te worden aangevraagd, waarbij alle effecten op de waterhuishouding inzichtelijk gemaakt dienen te worden en voor negatieve effecten aanvullende maatregelen genomen moeten worden. Er is geen spraken van permanente structurele onttrekkingen, die de waterhuishouding definitief veranderen. Ad 3: Aanleg verhardingen Binnen het plangebied neemt het verhard oppervlak toe. Voor het verhard oppervlak worden infiltratievoorzieningen aangelegd die 100 mm hemelwater per m2 per dag kunnen opvangen. Het betreffen hier zeer extreme buien die niet vaak voorkomen. Over het algemeen valt regen in minder 41
grote hoeveelheden. Deze hoeveelheden worden binnen het plangebied opgevangen en geïnfiltreerd. De meeste neerslag dat binnen het plangebied valt, wordt dan ook opgevangen en geïnfiltreerd, waardoor buiten het plangebied geen veranderingen in de waterhuishouding optreden. Alleen in zeer extreme situaties wordt mogelijk een klein gedeelte van de neerslag die niet binnen de infiltratievoorzieningen kunnen worden geborgen afgevoerd door het oppervlaktewatersysteem van het waterschap. Het betreft hier echter zo'n geringe hoeveelheid, waardoor dit verwaarloosbaar is op de totale waterhuishouding buiten het plangebied. Ad 4: Aanleg vijvers en grote oppervlaktewateren De aanleg van een grote vijver kan invloed hebben op de waterhuishouding. De grondwaterstand kan stroomopwaarts van de aan te leggen vijver iets dalen en aan de stroomafwaartse zijde iets stijgen. In de vijvers wordt als waterpeil het grondwaterpeil aangehouden, waardoor deze dalingen en stijgingen minimaal zijn en snel uitdoven. De aanleg van een vijver of groot wateroppervlak valt onder de omgevingsvergunning ontgrondingsactiviteit, waarvoor eveneens een vergunning dient te worden aangevraagd. Ook in deze vergunning dienen de effecten op de waterhuishouding inzichtelijk gemaakt te worden. Bij negatieve effecten dienen aanvullende maatregelen genomen te worden om deze effecten tegen te gaan.
Ad 5: Watervoerend pakket afsluitende ondergrondse constructies Door het ontbreken van een duidelijke scheidingslaag en een relatief goede doorlatendheid van de watervoerende lagen hebben waterafsluitende bouwwerken een minder grote invloed op de grondwaterstand en de grondwaterstromingsrichting. De verwachting is dan ook dat ondergrondse bouwwerken de grondwaterstand en de stromingsrichting van het grondwater nauwelijks beïnvloeden (zie par. 5.4.1.5 van de watertoets). Ad 6: Klimaatverandering Het betreft hier een autonome ontwikkeling. Klimaatverandering wordt hier verder niet beschouwd. De gevolgen van klimaatverandering zijn vertaald in de normen voor waterberging. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat in de regels van het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat in geval van een tijdelijke bouwputbemaling, maximaal 5.000 m2 tot een diepte van maximaal 5 meter beneden maaiveldniveau mag worden bemaald. c.
Ten aanzien van de mogelijke toename van recreatieve druk vermeldt het MER dat Toverland geen actief stimuleringsbeleid voert om bezoekers (verblijfsrecreanten) gebruik te laten maken van de omliggende natuur, door bijvoorbeeld het uitdelen van wandelroutes en dergelijke. Dat mag zo zijn, maar het is een gegeven dat door Toverland meer mensen naar het gebied worden getrokken. In het MER is onvoldoende onderbouwd dat de recreatieve druk desondanks niet toe zal nemen. Wat betreft maatregelen die in of bij het bos getroffen zouden moeten worden: dit zou er dan op neerkomen dat Staatsbosbeheer deze maatregelen zou moeten treffen.
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze C onder 3. 42
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. d.
Ten aanzien van lichthinder stelt het MER dat door het nemen van een aantal maatregelen (anders afstellen van bestaande spots) zelfs een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie kan worden bereikt. Ook dat moge zo zijn, maar daarvan is onduidelijk hoe dat in het plan is geborgd.
Beantwoording Dergelijke concrete maatregelen worden in het algemeen niet in een bestemmingsplan vastgelegd. In de regels van het bestemmingsplan (artikel 3.2.3) zijn wel normen vastgelegd over de maximaal toegestane lichtuitstraling op de grens van het plangebied Toverland en ter plaatse van omliggende natuurgebieden. Dit wordt niet in een bestemmingsplan verankerd. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. e.
Uit het MER blijkt dat bij alle modellen verstoring door geluid toeneemt, en dit is dan ook als negatief effect toegekend voor het criterium 'invloed op goudgroene natuurzone’. Bovendien blijkt uit de bespreking van de effecten op soorten dat de toename van verstoring door geluid kan leiden tot een afname van de dichtheid van aanwezige soorten. Het is onduidelijk of daarbij in het MER al rekening is gehouden met het verstoringseffect van de frequente vuurwerkshows.
Beantwoording Ja, de vuurwerkshows zijn meegenomen in het uitgevoerde akoestisch onderzoek waarvan de uitkomsten in het MER zijn verwerkt. Er zijn meetproeven uitgevoerd, en de resultaten daarvan zijn opgenomen in het akoestisch rekenmodel dat voor Toverland is opgesteld. Met het rekenmodel kan Toverland monitoren of aan de geluidnormen wordt voldaan en ook nieuwe initiatieven moeten in het model worden verwerkt om aan te tonen dan de normen niet worden overschreden. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. f.
Het ontwerpbestemmingsplan Toverland houdt onvoldoende rekening met de negatieve effecten op de eigendomsperscelen van Staatsbosbeheer.
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder a tot en met e. Er is wel degelijk rekening gehouden met de eigendomspercelen van Staatsbosbeheer. De verschillende onderzoeken tonen aan dat er geen onevenredig negatieve effecten optreden. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER 43
G. Indiener 1. Op dit moment is er al heel veel overlast in de omgeving voor omwonenden van Toverland. Zoals bijvoorbeeld overvloedig verkeer op de Schorfvenweg en de Helenaveenseweg, geluidoverlast en overvloedige lichteffecten. De situatie zal alleen maar verergeren. Door de grote hoogte van geluid en lichtinstallaties reikt de overlast tot ver in de omgeving. Beantwoording Verwezen naar de beantwoording van zienswijze D onder punt 11 en 12. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 2. In de bijlage staat dat er ter hoogte van Schorfvenweg nummer 6 ook metingen zijn gedaan. Dit is niet gebeurd. Beantwoording Ter plaatse van de woning aan de Schorfvenweg 6 zijn geen geluidmetingen uitgevoerd, maar is een rekenpunt in het akoestisch model geplaatst. Op deze locatie is wel de geluidbelasting vanwege Toverland berekend (net zoals voor diverse andere in de omgeving gelegen woningen). Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 3. Er wordt geen rekening gehouden met de windrichting. Beantwoording Bij het uitvoeren van de geluidmetingen wordt, conform de landelijke meetvoorschriften uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (HMRI), wel degelijk met de windrichting rekening gehouden.
Verwezen wordt hiervoor naar bijlage 2.1 van de het akoestisch onderzoek (tabel 2 en 5) en bijlage 2.6 (tabel 2). Bij het modelmatig bepalen van de geluidimmissies vanwege Toverland in de omgeving wordt, ook conform de genoemde HMRI, de meteocorrectiefactor in rekening gebracht: De geluidimmissie wordt rekenkundig bij de voor de geluidsoverdracht gunstige condities bepaald. De wind zal gemiddeld over het jaar echter uit uiteenlopende richtingen komen, waardoor de feitelijke geluidimmissie ten gevolge van een geluidbron veelal lager zal zijn in vergelijking met de situatie met meewind. De toegepaste meteocorrectiefactor corrigeert voor dat verschil. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 4. Na het bezoek aan Toverland staan er bij diverse thema en feestavonden verkeersopstoppingen alle kanten op. Zo ook op de Schorfvenweg en sluipwegen.
44
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze A onder 2b. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 5. Er wordt totaal geen rekening gehouden met de omwonenden en de directe en indirecte hinder van Toverland. In deze tijd dat we zuinig moeten zijn en milieubewust moeten zijn met energie, is een energieverslinder als Toverland niet op zijn plaats. Tevens is er grote milieuvervuiling door autoverkeer, licht effecten, vuurwerk en geluid overlast. Dit hoeven de omwonden niet te accepteren. Voor werkgelegenheid hoeft dit allemaal niet te gebeuren hier want er is genoeg werkgelegenheid in de directe omgeving. De omwonende stellen het dan ook niet op prijs dat er in de toekomst ook ‘s-avonds en ‘s-nachts veel drukte en overlast zal zijn door de komst van een mega hotel en vakantiepark. Beantwoording Toverland wordt gerund door een ondernemer die toekomstgericht wil ondernemen. Altijd volgend op de marktvraag en de mogelijkheden die er zijn. Werkgelegenheid is geen doel op zich maar een gevolg van de ontwikkeling van Toverland die nodig is voor de toekomst van het bedrijf. De opmerking dat in de plannen geen rekening wordt gehouden met de omwonenden deelt de gemeente niet. Er is een zorgvuldig planproces doorlopen waarbij alle relevante milieuaspecten onderzocht zijn.
Op basis van deze milieueffecten zijn in het bestemmingsplan normen geformuleerd waar Toverland aan moet voldoen bij toekomstige planuitwerkingen, juist ter bescherming van de omwonenden en de kwetsbare omgeving. Er is een goede balans gezocht tussen economische ontwikkeling enerzijds en respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving anderzijds. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 6. Verder is het zorgelijk dat het nog niet bekend is waar toekomstige attracties en accommodaties precies gebouwd worden op de percelen. Beantwoording De gemeente heeft er begrip voor dat de onduidelijkheid bij de omwonenden vragen en onrust oproept en begrijpt dat ook. Echter, dit is een bewuste keuze geweest. De gemeente heeft Toverland juist gevraagd om een lange termijn toekomstvisie te ontwikkelen. Zowel de technologische ontwikkelingen bij attracties als de behoeftes van bezoekers veranderen op dit moment zodanig snel dat het niet mogelijk is deze nu al concreet aan te geven voor de komende 20 jaar. Daarom is een bestemmingsplan opgesteld dat flexibel is en ruimte laat om in de toekomst te kunnen blijven voldoen aan de behoefte en beschikbare technieken. Daarbij is niet alles mogelijk. Toverland moet rekening houden met de gevolgen voor de omgeving.
Daarom zijn in het bestemmingsplan, mede op basis van het MER, randvoorwaarden geformuleerd waar Toverland zich aan moet houden. Die randvoorwaarden zijn gesteld met het doel om de
45
omgeving te beschermen. Het is dus niet zo dat ‘alles zomaar kan’. Toverland kan het park organisch laten groeien binnen de kaders die het bestemmingsplan biedt. Daarnaast is voor een aantal van de ontwikkelingen een extra vergunningplicht opgenomen in het bestemmingsplan. Zo is de gemeente in staat die toekomstige ontwikkelingen later nog te kunnen beoordelen voordat deze kunnen worden gerealiseerd. e gemeente houdt dus nog sturing en de mogelijkheid de effecten te toetsen. Dit is nieuw ten opzichte van reguliere bestemmingsplannen. In de toelichting zal dit verder worden toegelicht. Het bestemmingsplan is een juridische uitwerking van de ontwikkelvisie voor Toverland voor de lange termijn. Niemand kan in de toekomst kijken en daarmee inschatten welke ontwikkeling Toverland over 20 jaar uiteindelijk zal hebben doorgemaakt en in welke behoefte het themapark tegen die tijd heeft voorzien. Juist het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte geeft de ruimte voor Toverland om flexibel te zijn in de toekomstplannen. De gemeente houdt grip op de ontwikkelingen door de verschillende bestemmingsplanactiviteiten (vergunningplichten) die in het plan zijn opgenomen. De uitbreidingen die betrekking hebben op deze bestemmingsplanactiviteiten kunnen niet zonder omgevingsvergunning worden gerealiseerd.
Bij het beoordelen van de vergunningaanvraag beoordeelt de gemeente of is voldaan aan de voorwaarden. Een attractiepark kan alleen gezond zijn en blijven door bezoekers regelmatig iets nieuws te bieden en in te blijven spelen op de marktvraag van consumenten en technologische ontwikkelingen. Ondanks dat het initiatief nog niet concreet is uitgewerkt, biedt het bestemmingsplan juist ook voor de omgeving omwonenden een lange termijn toekomstperspectief. Met het onderhavige bestemmingsplan zijn de uiterste ontwikkelmogelijkheden geborgd. Uitbreiding buiten deze grenzen is op grond van deze kaders niet toegestaan. Dat betekent dus ook dat als Toverland de komende 5 jaar alle ontwikkelruimte benut er niet vanzelfsprekend over 19 jaar nog ruimte is verder te groeien. Tot slot ligt het inderdaad voor de hand dat Toverland voor langere termijn in het gebied aanwezig is en dat de bouwwerken (gebouwen en attracties) voor zeker 30 jaar blijven staan. Ook dat vanuit een visie van duurzame ontwikkeling en bedrijfsvoering. Dat is ook precies de reden om het bedrijf toekomstperspectief te bieden. Zoals eerder afgesproken zullen omwonenden worden betrokken bij de uitwerking van de plannen voor de ontwikkeling van het themapark.
Daarnaast zijn natuurlijk de reguliere bezwaarprocedures aan de orde op het moment dat Toverland een omgevingsvergunning voor de concrete bouw van een activiteit aanvraagt. Bovenstaande zal in hoofdstuk 1 van de toelichting van het bestemmingsplan worden verduidelijkt. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat de toelichting op bladzijde 7 met de beschrijving over een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte wordt aangepast en aangevuld.
46
H. Indiener 1. Er zijn zoveel zware opmerkingen over het plan. Het voorstel is het plan te stoppen en de consequenties voor de omwonenden in kaart te brengen en het hele plan terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau, waarbij de impact van toekomstige ontwikkelingen bij Grandorse, Toverland, De Schatberg, Heerlijkheid Sevenum en 60Seven meegenomen worden. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze D onder punt 4a. Voor de gemeente is er geen aanleiding om de procedure te stoppen en de ontwikkelmogelijkheden te beperken. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 2. Op bladzijde 7 van de toelichting staat: “…..niet van te voren limitatief benoemen wat mag en wat niet, maar op voorhand zo min mogelijk uitsluiten”. Daar ligt voor reclamant juist het probleem. Op korte afstand van inwoners en natuur wordt een bedrijf vrijwel alle vrijheid gegeven. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze G onder punt 6. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, zoals beschreven bij zienswijze G. 3. Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte geeft Toverland gedurende 20 jaar heel veel vrijheid. Er zijn weinig beperkingen opgenomen voor Toverland.
Zie bijvoorbeeld pagina 7 – 10 van de toelichting voor een indruk van de vrijheden van Toverland. Op basis van dit plan kan Toverland over 19 jaar nog steeds nieuwe gebouwen realiseren die nog 30 jaar blijven staan. Het effect van het bestemmingsplan heeft dus een reikwijdte van 50 jaar. Voorgesteld wordt om geen bestemmingsplan met verbrede reikwijdte toe te staan of te realiseren. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze G onder 6. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, zoals beschreven bij zienswijze G onder 6. 4. Het bestemmingsplan zal jaarlijks geëvalueerd moeten worden met omwonenden met de mogelijkheid om bij te sturen. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze D onder 3b.
47
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 5. Breng het plan terug naar een aanvaardbaar niveau. a. De dorpen Kronenberg en Sevenum worden omsingelt door Greenport, Grandorse, Toverland, De Schatberg, Heerlijkheid Sevenum en 60Seven. Het is duidelijk dat de gemeente deze ontwikkeling wil (aankoop gronden, aankoop stikstofrechten, beschikbaar stellen ambtenaren etc). Maar waarom? Wie wordt hier beter van behalve de ondernemer? Er is al te veel werkgelegenheid en de leefomgeving van omwonenden wordt flink aangetast. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze onder 1 en zienswijze D onder 5a Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b.