CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06d Regels

Gemeenteraad 20 september 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Verplaatsing woningbouwtitel Konijnenweg naar Klassenweg.18.191 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Verder vindt de initiatiefnemer het van belang rondom zijn schuur te kunnen lopen/rijden en dient het oorspronkelijke pad (4m breed) tussen de schuur en het toekomstig bouwperceel behouden te blijven.

Beleidskaders Bestemmingsplan De projectlocatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’. De locatie heeft de bestemming ‘agrarisch met waarden’ met een dubbelbestemming ‘waarde archeologie - 3’. Bij verdere planuitwerking dient er rekening gehouden te worden met de genoemde bestemmingen. De bestemming van het woonperceel wordt middels het bestemmingsplan gewijzigd naar ‘Wonen’, zie onderstaande figuren.

Figuur 1: Vigerend bestemmingsplan (Bron: ruimtelijke plannen)

Figuur 2: Toekomstige bestemming

Maandag 22 maart 2021

4

Inleiding

Landschappelijke inpassing Klassenweg ong. te Sevenum

Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Wonen en woonomgeving In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL) zijn alle dorpen binnen de gemeente Horst aan de Maas aangeduid als plattelandskern. Bij een plattelandskern is ruimte voor de opvang van de woningbehoefte van de eigen bevolking. Daarnaast geldt op het gebied van woningbouw ook het provinciale contourenbeleid. In Noorden Midden-Limburg kan, onder voorwaarden, sprake zijn van uitbreidingslocaties aansluitend aan de contour rondom de plattelandskernen. Daarbij is voor deze locaties, naast een kwalitatief goede landschappelijke inpassing, een financiële bijdrage ten behoeve van kwaliteitsverbeterende maatregelen vereist. Bij aanvragen voor het toevoegen van 1 (maximaal 2 woningen) op particuliere grond zowel binnen als buiten de bebouwde kom - welke niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan - geldt dat alleen aan aanvragen die een ruimtelijk, milieu (of maatschappelijk) knelpunt oplossen of een duidelijke ruimtelijke verbetering opleveren medewerking verleend wordt. Indien er geen ruimtelijk, milieu of maatschappelijk knelpunt wordt opgelost wordt het verzoek afgewezen. Is er wel sprake van een verbetering dan wordt de aanvraag vervolgens getoetst aan de volgende criteria:

bedrijvigheid en wegen, archeologie en cultuurhistorie, ecologie en duurzaamheid; Eventuele planschadeclaims komen voor rekening van de initiatiefnemer; Een bouwkavel buiten de bebouwde kom dient een minimale omvang van 750 m2 te hebben.

• •

Structuurvisie Horst aan de Maas 2013 Elk landschap heeft zijn eigen karakter en kwaliteiten binnen de structuurvisie van Horst aan de Maas. Deze doelstellingen bieden handvatten voor de uitwerking van de landschappelijke inpassing. Agrarisch gebied • Voor de essen: maximale openheid; • Dicht(er) bebouwde en beplante gebieden: nadruk op het behouden en versterken van de belangrijkste landschappelijke structuren, zoals lanen, singels e.d; Legenda Gemeentegrens Kernen Bedrijventerreinen

Ruimtelijke structuur

Meerlo

Recreatie- en vakantieparken Beekdalen Maasdal Bos- en natuurgebieden

Tienray

Rivierdallandschap Zandgrondenlandschap

Swolgen

Broekhuizenvorst

Broekhuizen

Hoogveenontginningenlandschap Oude akkercomplexen Water Snelweg Spoorlijn met station

Melderslo

Pontje

Legenda

Horst

Gemeentegrens

Griendtsveen

Kernen

Hegelsom

• •

•

•

Er moet sprake zijn van (ruimtelijke) samenhang en inpassing in de bestaande stedenbouwkundige structuur; Het woonmilieu van bestaande woningen (o.a. privacy, bezonning) ter plaatse mag niet onevenredig aangetast worden; Woningen dienen ontsloten te worden op de openbare weg en het parkeren dient op eigen terrein opgelost te worden; Er dient rekening gehouden te worden met bodemgesteldheid, het watersysteem en de waterhuishouding, de invloed van omliggende

Maandag 22 maart 2021

A73

Bedrijventerreinen Recreatie- en vakantieparken Beekdalen Maasdal

Grubbenvorst Kronenberg

Bos- en natuurgebieden

Sevenum

Rivierdallandschap

Evertsoord

Zandgrondenlandschap Hoogveenontginningenlandschap Oude akkercomplexen Water Snelweg Spoorlijn met station Structuurvisie Horst aan de Maas Gebiedsindeling Schaal 1:25.000 Projectnummer: ILL01-HORZ0005-01d Datum: 15 November 2010

9

• • 1.3

Stedenbouwkundig/landschappelijk: opwaarderen entrees, kleinschalige natuurgebieden, duidelijke/harde dorpsranden, openheid; Verbindingen: recreatieve ommetjes, historische (laan) structuren, langzaam verkeersroutes; Aanvullen/versterken groenstructuur. Kenschets (historisch) landschap

Landschappelijke kwaliteiten In de gemeente Horst aan de Maas is het huidige landschap globaal op te delen in drie hoofdzones. Dit zijn van west naar oost het hoogveenontginningenlandschap, het zandgrondenlandschap en het rivierdallandschap (zie figuur 2). Het plangebied behoort tot het zandgrondenlandschap. Het zandlandschap wordt gekenmerkd door de open agrarische velden. Ecologisch gezien is de waarde in het gebied beperkt en uit zich voornamlijk in enkele bosfragmenten in het landschap. Landschappelijke structuren, zoals lanen, singels, bosschages en erfbeplantingen bepalen de open en geslotenheid in het landschap. Natuur en bosgebieden vormen samen met de beekdalen een mooie groenblauwe dooradering in het zandlandschap.

Lottum

Meterik

America

•

Pontje

Croonen Adviseurs - Structuurvisie Horst aan de Maas

Figuur 3: Ruimtlijke structuur (Bron: Structuurvisie Horst aan de Maas, Gemeente Horst aan de Maas, 2013)

Kernen • De overgangszone van de kernen naar het omliggende gebied moet verbeterd worden:

Ontstaansgeschiedenis Het plangebied is gelegen in de dorpskern Sevenum aan de Klassenweg. Sevenum is van oudsher een agrarisch (es)dorp. En net zoals velen andere dorpen in de omgeving gelegen aan de rand van de peel. Het grondgebied van Sevenum bestond uit oude landbouwvelden. Deze magere grandzonden waren toendertijd omringd door heidevelden die zich afwisselde met boscomplexen. Verder richting de peel kwamen moerassen en veengebieden voor. De heidevelden dienden als weide voor schapen en koeien. De heideplaggen werde gestoken en diende als strooisel voor de potstallen, waardoor de mestproductie werd verhoogd. Later werden vele woesten gronden verkocht en zelf ontgonnen door boeren. Omstreeks 1950 werd de

5

Inleiding

Landschappelijke inpassing Klassenweg ong. te Sevenum

ontginning op grote schaal aangepakt. De kleinschalige en robuuste gronden zijn daardoor in de loop van de jaren voor een groot deel verdwenen. Tussen het jaar 2000 en 2020 is daarentegen door nieuwe ontwikkelingen het landschap weer kleinschaliger geworden. Niet alleen de kavels en het landgebruik veranderde door de jaren heen, ook de verstedelijking heeft een plaats gekregen in het landschap. Voorheen omstreeks 1950 vormden kleinschalige woningen langs de Klassenweg een bebouwingslint, waarna deze zich tot op heden heeft uitgebreid. De bebouwing vormt nu een duidelijke kernrand als overgang naar het open agrarische landschap. Omstreeks 2000 is er een opkomst van de boomteelt te zien op de historische kaarten (zie volgende pagina) waarna deze weer verdween. Ook verschillende bosschages in het landschap zijn van oudsher bewaard gebleven en versterkt door nieuwe groenstructuren.

Figuur 4: 1950 (Bron: topotijdreis) Figuur 8: Uitzicht op oude bouwlanden richting het zuiden

Figuur 5: 1980 (Bron: topotijdreis)

1.4

Huidige situatie plangebied

In de huidige situatie wordt het perceel aan de zuidzijde begrensd door de Klassenweg en aan de noordzijde door de woonkavels van ‘De Sondert’. Aan weerskanten wordt het perceel bergensd door woningen van het bebouwingslint. Op het perceel zelf staan enkele opgaande beplantingen, zoals de tamme kastanjes en de notenbomen. Deze staan opgesteld in de vorm van een enkele laan richting het noorden. Het perceel is voornamelijk in gebruik als weide. Aan de zuid- en westzijde wordt het perceel omzoomd door een lage beukenhaag. Een deel van de noordzijde is afgeschermd door middel van een struweelhaag, waardoor men vanaf de Klassenweg een minimale doorkijk heeft op ‘De Sondert’. Ten zuiden van de klassenweg zijn de open agrarsiche landbouwgronden te zien, dit weidse uitzicht maakt de beoogde ontwikkeling aantrekkelijk. Maandag 22 maart 2021

Figuur 9: Zicht vanuit het buurperceel aan de oostzijde van het plangebied

Figuur 6: 2000 (Bron: topotijdreis)

Figuur 7: 2020 (Bron: topotijdreis)

Figuur 10: Bestaande groenstructuur langs de schuur en bomen langs het onverharde pad 6

Inpassingsplan

Landschappelijke inpassing Klassenweg ong. te Sevenum

2

Inpassingsplan

Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven.Nevenstaande schets illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1. Behoud bestaande beukenhaag 2. Behoud struweelhaag 3. Struweelhaag doortrekken tot aan beukenhaag 4. Aanplanten knip-en scheerhaag 5. Aanplanten landschapsboom/ erfboom 6. Verwijderen bestaande bomen 7. Situering bouwvlak 2,5 meter vanuit de perceelsgrenzen 14 meter vanaf de straatzijde.

Zone hoofdgebouw afstand tot perceelsgrens 2,5 m

Doortrekken bestaande struweelhaag richting beukenhaag Bestaande struweelhaag behouden

Bestaande beukenhaag behouden, tot aan voorgevel ca. 1m, vanaf voorgevel tot aan achterperceelgrens op laten groeien tot ca 2 m hoog

Aan te planten knip- en scheerhaag. Tot voorgevel ca. 1 m, vanaf voorgevel op laten groeien tot aan achterperceelgrens tot ca. 2 m hoog

Woning oriënteren op de Klassenweg Zichtlijn op erfboom

Aanplanten landschapsboom/ erfboom aan de voorzijde van het perceel

433

Bestaande groenstructuur behouden om het zicht op de schuur te beperken

14 m

Schuur

Ro

re ns

oi

To ek o

m

st i ge

pe r

ce els g

Inrit indicatief ca. 4 m breed

lij

n

Bestaand onverhard pad

Bestaande bomen te verwijderen

Kl

as

se n

3 w

eg

Figuur 11: Inpassingsplan. Zie bijlage 1 voor schets op schaal.

Maandag 22 maart 2021

7

Inpassingsplan

Landschappelijke inpassing Klassenweg ong. te Sevenum

2.1

Inrichtingsmaatregelen

2.1.1 Behoud bestaande beukenhaag Aan de zuid- en westzijde van het plangebied wordt de plangrens begrensd door een bestaande beukenhaag. Deze haag genereerd een goede overgang naar de Klassenweg en het buurperceel. Voor de beoogde ontwikkeling is het advies deze haag tot aan de voorgevel laag te houden tot ca. 1 meter, waarna de haag tot aan de achterperceelsgrens hoger kan uitgroeien naar ca. 2 meter ten behoeve van de privacy op het achtererf. 2.1.2 Behoud struweelhaag In de huidige situatie is er aan de noordzijde van het perceel een struweelhaag aangeplant om het zicht op De Sondert te beperken. Deze struweelhaag is in goede staat en zal dan ook behouden blijven. Dit soort landschapelemten passen goed in de omgeving en doen geen afbreuk aan het karakter van het landschap. Aan de noordzijde van deze struweelhaag zal er een strook vrijgehouden worden voor eventueel onderhoud. 2.1.3 Struweelhaag doortrekken Om het volledige zicht op De Sondert te beperken wordt de bestaande struweelhaag doorgetrokken richting de bestaande beukenhaag. Door deze maatregel ontstaat er een groene buffer aan de noordzijde van het perceel, waarmee de toekomstige woning goed kan worden ingepast. De struweelhaag zal aangevuld worden met het huidig voorkomend sortiment.

Maandag 22 maart 2021

2.1.4 Aanplanten knip-en scheerhaag Aan de westzijde van de schuur van de grondeigenaar ligt een onverhard pad. Dit pad moet in alle tijden bereikbaar zijn vanaf het buurperceel. Het is daarom belangrijk een goede overgang te genereren naar de bouwkavel. Hiervoor wordt een knip-en scheerhaag aangeplant. De haag zal net zoals de bestaande beukenhaag van 1 meter tot aan 2 meter oplopen richting de achterperceelgrens. Zo kan de grondeigenaar in alle tijden gebruik maken van het bestaande pad en blijft de privacy van de toekomstige bewoners van de toekomstige woning geborgd. 2.1.5 Aanplanten landschapsboom/ erfboom Aan de voorzijde van het perceel wordt een landschapsboom aangeplant. In het huidige straatbeeld komen op meerdere buurpercelen landschapsbomen voor. Deze bomen worden gesitueerd in de hoek van het perceel aan de straatzijde. Door de situering van de boom wordt het zicht op de bebouwing vanuit de bocht gebroken. 2.1.6 Verwijderen bestaande bomen In de huidige situatie staan er vier bomen ter begeleiding van het onverharde pad aan de westzijde van de schuur. deze bomen staan voor de beoogde ontwikkeling niet op een gepaste plaats en dienen daarom te worden verwijderd. 2.1.7 Situering bouwvlak Om het toekomstig bouwvlak goed te laten aansluiten op de omgeving zal het bouwvlak minimaal 2,5 meter vanuit de perceelgrenzen komen te liggen.

Daarnaast zal de rooilijn komen te liggen op 14 meter vanaf de straatzijde. Op deze manier wordt er een differentiatie aangebracht in rooilijnen en draagt de nieuwe ontwikkeling bij aan een verspringend bebouwingslint.

8

Inpassingsplan

Landschappelijke inpassing Klassenweg ong. te Sevenum

2.2

Beplantingsindicatie

De soortensamenstelling van de beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In onderstaande tabel zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen. Maatregel

Omvang/stuks

Voorgesteld sortiment

Verband

Aanplant knip-en scheerhaag

ca. 40 m1/ 280 st.

Beukenhaag - Fagus sylvatica

Dubbele rij in driehoekverband, 7 stuks per m1. Aanplantmaat: 60-80 cm. Eindhoogte: tot aan voorgevel 1 meter, daarna oplopend richting achterperceelgrens tot 2 meter hoog.

Aanplant landschapsboom

1 st.

Bijv: • Rode beuk • Paardenkastanje • Koningslinde • Nooteboom • Berk

Exacte locatie nader te bepalen, minimaal 2m uit perceelgrens. Aanplantmaat 16-18 (stamdiameter) Eindhoogte 20m

Doortrekken/ aanvullen struweelhaag

ca. 34 m2

Inheems bosplantsoen, soorten nader te bepalen in lijn met bestaande struweelhaag.

Driehoeksverband 1 x 1m, aanplant in groepen van 5 tot 7 stuks van dezelfde soort. Aanplant 60-80 cm hoogte, eindhoogte 4-5 m

Maandag 22 maart 2021

9

Bijlage 1 Inpassingsplan

Zone hoofdgebouw afstand tot perceelsgrens 2,5 m

Doortrekken bestaande struweelhaag richting beukenhaag Bestaande struweelhaag behouden

Bestaande beukenhaag behouden, tot aan voorgevel ca. 1m, vanaf voorgevel tot aan achterperceelgrens op laten groeien tot ca 2 m hoog

Aan te planten knip- en scheerhaag. Tot voorgevel ca. 1 m, vanaf voorgevel op laten groeien tot aan achterperceelgrens tot ca. 2 m hoog

Woning oriënteren op de Klassenweg Zichtlijn op erfboom

Aanplanten landschapsboom/ erfboom aan de voorzijde van het perceel

433

Bestaande groenstructuur behouden om het zicht op de schuur te beperken

14 m

Schuur

re ns

Ro oi lij

To ek o

m st ige

pe r

ce els g

Inrit indicatief ca. 4 m breed

Landschappelijke inpassing Klassenweg te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas

n

Bestaand onverhard pad

Bestaande bomen te verwijderen

Kl

as

se n

31 w

eg Postbus 4 5280 AA Boxtel Bosscheweg 107 Boxtel

datum: maart 2021

schaal: 1:250

www.bro.nl

tekening nr.: -

formaat: A2

info@bro.nl

telefoon +31 (0)411 85 04 00 fax +31 (0)411 85 04 01

project nr.: P01304

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94

www.bro.nl | info@bro.nl

5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01

Bijlage 3 Nota parkeernormen

Bestemmingsplan "Verplaatsing woningbouwtitel Konijnenweg naar Klassenweg" (vastgesteld)

25

Nota Parkeernormen Horst aan de Maas

INHOUDSOPGAVE 1.1 1.2 1.3

5 Aanleiding ......................................................................................................................59 Doelstelling .....................................................................................................................59 Werkingssfeer ................................................................................................................59

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Basis parkeernormen ................................................................................................... 11 7 Stedelijkheidsgraad en ligging ..................................................................................... 12 8 Aan huis verbonden beroep en lichte bedrijvigheid aan huis ...................................... 13 9 Aanwezigheidspercentages ......................................................................................... 14 10 Parkeren op eigen terrein............................................................................................. 15 11 Gehandicaptenparkeerplaatsen ................................................................................... 16 12 Parkeren en opladen elektrische voertuigen................................................................ 16 12 Parkeren van grote voertuigen ..................................................................................... 16 12

3.1 3.2 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.5 3.6

15 15 Bepalen parkeerbehoefte ............................................................................................. 17 15 Bepalen normatieve parkeerbehoefte .......................................................................... 17 16 Korting op parkeernorm bij alternatieve mobiliteitsoplossingen................................... 18 16 Specifieke omstandigheden ......................................................................................... 18 16 Verrekening oude functie ............................................................................................. 18 17 Toets dubbelgebruik..................................................................................................... 19 17 Vrijstelling parkeereis ................................................................................................... 19 17 Parkeerbehoefte = Parkeereis ..................................................................................... 19 18 Afkoop door bijdrage Mobiliteitsfonds .......................................................................... 20

4.1 4.2 4.3 4.4

Hardheidsclausule........................................................................................................ 23 21 Inwerkingtreding ........................................................................................................... 23 21 Overgangsregeling ....................................................................................................... 23 21 Citeertitel ...................................................................................................................... 23 21

7

21

BIJLAGEN 25 29 32

6

Nota Parkeernormen | 2-3

7

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van de Nota parkeernormen gemeente Horst aan de Maas, hierna te noemen Nota Parkeernormen, is tweeledig: 1. Er is behoefte aan een uniform toetsingskader voor het beoordelen van parkeervraagstukken in de gemeente 2. Er is behoefte aan een betere aansluiting op ontwikkelingen op het gebied van duurzame mobiliteit Ad 1. Toetsingskader Gemeente Horst aan de Maas beoordeelt de parkeeroplossing van ruimtelijke initiatieven op basis van CROW- publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (oktober 2012). In deze rapportage worden de gemaakte keuzes toegelicht en wordt gemotiveerd hoe de CROWrichtlijnen voor de gemeente Horst aan de Maas worden geïnterpreteerd. Om deze parkeerkencijfers eenduidig toe te passen, maar ook om duidelijkheid over het parkeren in de gemeente te verschaffen naar adviesbureaus, projectontwikkelaars, woningbouwverenigingen, makelaars etc., is het noodzakelijk om de parkeernormen voor de gemeente formeel vast te stellen. Deze Nota Parkeernormen geldt als toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen met als doel het voorkomen van parkeerproblemen in de openbare ruimte als gevolg van deze ontwikkelingen. Ad 2. Ontwikkelingen duurzame mobiliteit De laatste jaren vindt een aantal nieuwe ontwikkelingen plaats op het gebied van mobiliteit.

Twee belangrijke ontwikkelingen die van toepassing zijn op de gemeente Horst aan de Maas zijn het toenemend aantal deelconcepten en het schoner worden van vervoerswijzen. De manier waarop nagedacht wordt over mobiliteit verandert en mensen zijn minder bereid om geld te besteden aan het bezit van een auto. Verschillende concepten waarbij vervoersmiddelen worden gedeeld zijn bezig aan een opmars (deelauto en - fiets). Een andere ontwikkeling is de toename van schoner vervoer (elektrische auto, E-bike en speed-pedelec). Mensen worden steeds meer milieubewust en kiezen voor een meer milieuvriendelijk vervoersmiddel. De gemeente Horst aan de Maas stimuleert beide ontwikkelingen en neemt deze mogelijkheden op in de Nota Parkeernormen.

1.2

Doelstelling De doelstelling van de Nota Parkeernormen is als volgt samen te vatten: Het vaststellen van een toetsingskader voor het bepalen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in de gemeente Horst aan de Maas om daarmee de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Horst aan de Maas te waarborgen, waarbij nieuwe vormen van duurzame mobiliteit gestimuleerd worden. Met behulp van dit toetsingskader moet voorkomen worden dat parkeerproblemen ontstaan in de openbare ruimte als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

1.3

Werkingssfeer De Nota Parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen en plannen binnen de gemeente, daar waar het betreft nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functies. De Nota Parkeernormen is niet van toepassing op bestaande ruimtelijke ontwikkelingen en 9

Nota Parkeernormen | 4-5

plannen, tenzij deze ontwikkelingen en/of plannen zich nog in de beginfase bevinden, er nog geen parkeereis is opgelegd en er nog geen parkeertoets heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van de toepassing in de dagelijkse praktijk, gelden de volgende uitgangspunten: • Er moet sprake zijn van een eenduidige norm die op eenvoudige wijze binnen de gemeente kan worden toegepast • Op basis van de parkeernormen is duidelijkheid richting projectontwikkelaars en bouwers te geven over het aantal te realiseren parkeervoorzieningen bij bouwinitiatieven

10

2

UITGANGSPUNTEN PARKEERNORMEN

2.1

Basis parkeernormen Voor de parkeernormen is aansluiting gezocht bij CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (oktober 2012). De kencijfers zijn voor landelijke toepassing geschreven. Zowel grote stedelijke regio’s als kleinere gemeenten moeten ermee overweg kunnen. Bij ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente wordt deze publicatie ook al gehanteerd als toetsingskader. In de CROW publicatie zijn de parkeerkencijfers opgenomen voor de volgende zeven hoofdcategorieën: • Winkel en boodschappen • Sport, cultuur en ontspanning • Horeca en (verblijfs)recreatie • Gezondheid en (sociale) voorzieningen • Onderwijs • Wonen • Werken De parkeernormen in CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ bestaan uit een minimum- en maximumwaarde. De bandbreedte leidt tot discussies omdat niet iedereen het met elkaar eens is over de invloedsfactoren. Bij het opstellen van de parkeernormen is daarom gekozen om één hanteerbare norm op te stellen in plaats van een bandbreedte met een minimum en maximum norm. Als de bovenkant van de bandbreedte wordt aangehouden, betekent dat dat relatief meer parkeerplaatsen aangelegd moeten worden op eigen terrein. Het risico is dat ontwikkelaars hun plannen financieel niet rond krijgen of afhaken. Met een te lage normering bestaat het risico dat er te weinig parkeermogelijkheid wordt aangelegd op eigen terrein.

Omdat de parkeerdruk jaarlijks toeneemt, wordt het tekort door de jaren alleen maar groter. Een te lage norm leidt tot een onvoldoende duurzaam aanbod van parkeerplaatsen op termijn. Het is daarom verdedigbaar om ‘in het midden’ van de bandbreedtes te gaan zitten. Er wordt dan zoveel mogelijk een evenwicht tussen belangen van de eindgebruikers, de projectontwikkelaars en de gemeente gekeken. De benadering te kiezen voor het gemiddelde van de bandbreedte heeft het grote voordeel dat er sprake is van een duidelijk toepasbare norm. Er is geen discussie over de parkeernormen en er kunnen geen interpretatieverschillen optreden. Vandaar dat in deze Nota geen bandbreedtes meer voorkomen. Afwijking van landelijke kencijfers: appartementen en woonhuizen Voor appartementen en woonhuizen maakt het CROW publicatie 317 onderscheid naar woontypes (bijvoorbeeld vrijstaand, hoekwoning, tussenwoning), eigendomssituatie (koop/huur) en verschillende prijsklassen. In deze Nota Parkeernormen is voor alle type appartementen en woonhuizen, ongeacht de prijsklasse en eigendomssituatie, één parkeernorm opgenomen. Vanwege de landelijke ‘setting’ van de gemeente Horst aan de Maas heeft het type woning en prijsklasse van de woning nauwelijks invloed op het autobezit. Vandaar dat gekozen wordt voor één categorie ‘wonen’.

11

Nota Parkeernormen | 6-7

Centrumfuncties Voor de centrumfuncties (uitgezonderd de woonfunctie) zijn de parkeernormen bepaald aan de hand van de minimum CROW parkeernorm en de uitkomsten van eerder uitgevoerd parkeeronderzoek (centrum Horst 2011). Op onderdelen wordt dus op basis van eerder onderzoek gemotiveerd afgeweken van CROW-publicatie 317. Huisvestiging arbeidsmigranten Arbeidsmigranten zijn niet meegenomen in de kencijfers van het CROW. Door de komst van arbeidsmigranten in de gemeente Horst aan de Maas is de behoefte aan huisvestiging van deze nieuwe groep ontstaan. Wanneer deze huisvestiging plaatsvindt op een andere wijze dan één persoon/stel/gezin per woning, moet de parkeernorm worden gebaseerd op ‘kamerverhuur voor zelfstandigen (niet-studenten)’. Vanwege het tijdelijke en individuele karakter wordt uitgegaan van een parkeernorm per bewoner. In bijlage 1 zijn alle parkeernormen voor de gemeente Horst aan de Maas opgenomen.

2.2

Stedelijkheidsgraad en ligging Stedelijkheidsgraad De stedelijkheidsgraad van een gebied is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en daarmee ook van invloed op de behoefte aan parkeerplaatsen. Naarmate een gebied een lagere stedelijkheidsgraad heeft, neemt het aanbod en de kwaliteit van alternatieven voor de auto (fietsen, lopen, openbaar vervoer) af en neemt de behoeft aan parkeerplaatsen toe. In de CROW parkeerkencijfers wordt daarom onderscheid gemaakt naar vijf verschillende stedelijkheidsgraden (niet stedelijk, weinig stedelijk, matig stedelijk, sterk stedelijk en zeer sterk stedelijk). De mate van stedelijkheid is gebaseerd op de omgevingsadressendichtheid (oad) van het CBS. De oad wordt uitgedrukt in het aantal adressen per vierkante kilometer. Volgens de oad wordt de totale gemeente Horst aan de Maas getypeerd als weinig stedelijk 2 gebied (500-1000 adressen per km ). Tussen en binnen de afzonderlijke kernen zijn (kleine) verschillen in oad zichtbaar. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen, is in de Nota Parkeernormen uitgegaan van één stedelijkheidsgraad (weinig stedelijk gebied) voor de totale gemeente. Ligging Naast de mate van stedelijkheid heeft ook de ligging van een bepaalde voorziening invloed op de mate van parkeerbehoefte.

Een ligging in of nabij het centrumgebied betekent veelal dat minder ruimte beschikbaar is in de openbare ruimte voor de realisatie van parkeerplaatsen. Tevens speelt hierbij de mate van beschikbaarheid van alternatieven vervoerwijzen zoals het openbaar vervoer of de fiets een rol. Vaak is in centrumgebieden sprake van (grootschalige) geclusterde parkeervoorzieningen en worden diverse voorzieningen in samenhang met elkaar bezocht. Het niet voor de deur kunnen parkeren wordt in dit soort gebieden dan ook tot op zekere hoogte geaccepteerd. In de rest van de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom wordt vaker specifiek één voorziening bezocht en is de parkeernorm daarom gerelateerd aan één specifieke functie. De parkeernorm is daarom hoger naarmate de locatie verder van het centrum af ligt.

12

In de CROW parkeerkencijfers is daarom onderscheid gemaakt naar vier zones: 1. Centrum 2. Schil rond het centrum 3. Rest bebouwde kom (in de zin van de Wegenverkeerswet) 4. Buiten de bebouwde kom (in de zin van de Wegenverkeerswet) Voor deze Nota Parkeernormen is ervoor gekozen om drie zones op te nemen. De schil rondom centrumgebieden is niet afzonderlijk benoemd, omdat binnen de centrumgebieden van de kernen binnen de gemeente Horst aan de Maas feitelijk geen sprake is van een overloopgebied c.q. schil zoals wel vaak het geval is in meer stedelijke gebieden. Om schijnnauwkeurigheid te vermijden zijn alleen de centrumgebieden van de kernen Horst, Sevenum en Grubbenvorst als zodanig gekarakteriseerd. In de overige kernen is geen sprake van een sterke concentratie van aaneengesloten winkels. In Bijlage 2 zijn de centrumgebieden van de kernen Horst, Sevenum en Grubbenvorst afgebeeld.

2.3

Aan huis verbonden beroep en lichte bedrijvigheid aan huis In toenemende mate wordt in woongebieden de woonfunctie gecombineerd met een werkfunctie. Hierbij kan gedacht worden aan webwinkels, kappers, pedicures etc. Over het algemeen zijn dit bedrijven die relatief weinig tot geen bezoekers en werknemers hebben. De parkeergevolgen van dergelijke bedrijven zijn verwaarloosbaar. Eventuele bezoekers en werknemers zijn aangewezen op de aanwezige parkeerplaatsen in de woonwijk waar overdag over het algemeen sprake is van restcapaciteit parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte van aan huis verbonden beroepen en lichte bedrijvigheid aan huis is daarom buiten beschouwing gelaten. Bij de vergunningverlening volstaat het dan ook om te verwijzen naar het bestemmingsplan waarin als voorwaarde is opgenomen dat er geen negatieve gevolgen voor de parkeerbalans mogen zijn.

13

Nota Parkeernormen | 8-9

Aanwezigheidspercentages

werkdagmiddag

werkdagavond

koopavond

werkdagnacht

zaterdagmiddag

zaterdagavond

zondagmiddag

Gedeeld gebruik van parkeervoorzieningen is mogelijk als de behoefte aan parkeerplaatsen voor een bepaalde functie op bepaalde momenten van de dag of de week laag is, terwijl vanuit een andere functie op dat moment een sterke behoefte aanwezig is. Wanneer twee of meerdere functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorziening(en), worden aanwezigheidspercentages toegepast. Hiermee wordt de gecombineerde maatgevende parkeervraag voor de verschillende functies bepaald. Onderstaand zijn de aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies en maatgevende periodes opgenomen. De aanwezigheidspercentages zijn afkomstig uit CROW publicatie 317. werkdagochtend

2.4

woningen bewoners

50%

50%

90%

80%

100%

60%

80%

70%

woningen bezoekers

10%

20%

80%

70%

0%

60%

100%

70%

kantoor/bedrijven

100% 100%

5%

5%

0%

0%

0%

0%

commerciële dienstverlening

100% 100%

5%

75%

0%

0%

0%

0%

detailhandel

30%

60%

10%

75%

0%

100%

0%

0%

grootschalige detailhandel

30%

60%

70%

80%

0%

100%

0%

0%

supermarkt

30%

60%

40%

80%

0%

100%

40%

0%

sportfuncties binnen

50%

50%

100% 100%

0%

100% 100%

75%

sportfuncties buiten

25%

25%

50%

50%

0%

100%

25%

100%

bioscooptheater/podium

5%

25%

90%

90%

0%

40%

100%

40%

sociaal medisch verpleeg/-verzorgingstehuis/ aanleunwoning/verzorgingsflat

100%

75%

10%

10%

0%

10%

10%

10%

50%

50%

100% 100%

25%

100% 100% 100%

dagonderwijs

100% 100%

0%

0%

0%

0%

0%

avondonderwijs 0% 0% 100% 100% 0% Tabel 1: Aanwezigheidspercentages (CROW publicatie 317, 2012)

0%

0%

0%

0%

Gedeeld gebruik wordt in met name centrumgebieden, in toenemende mate een moeilijk haalbare kwestie. Neem bijvoorbeeld de combinatie met winkel of detailhandel-functies. Een aantal jaren geleden was gedeeld gebruik goed toepasbaar omdat de meeste winkels open waren tot 18 uur. Vooral bij supermarkten is een sluitingstijd van 18 uur verleden tijd. Naast winkels die elke dag ’s avonds open zijn, wordt de koopzondag steeds meer een gewone winkeldag. Het is niet ondenkbaar dat op termijn van een aantal jaren, veel winkels elke zondag open zullen zijn. Gedeeld gebruik van parkeerplaatsen voor winkels en woningen is dan ook nog maar beperkt mogelijk. Voor het bepalen van de parkeernorm wordt dan ook geadviseerd in een aantal situaties voorzichtig om te gaan met gecombineerd gebruik, omdat dit in de praktijk niet altijd opgaat.

14

2.5

Parkeren op eigen terrein Een bouwinitiatief moet op eigen terrein kunnen voldoen aan de parkeervraag. Voor de functie wonen bestaat de parkeernorm uit een bewoners- en bezoekersgedeelte. Het aandeel bezoekersplaatsen per appartement/woning is altijd 0,3 parkeerplaats per woning. Zowel het bewoners- als bezoekersaandeel parkeerplaatsen wordt op eigen terrein aangelegd. Bij grootschalige woningbouwontwikkelingen (vanaf tien woningen) moeten de bezoekersparkeerplaatsen openbaar toegankelijk zijn en mogen deze zich niet in een afgesloten parkeervoorziening bevinden.

Een garage bij een woning wordt niet meegeteld als parkeermogelijkheid op eigen terrein. In de praktijk heeft bijna elke garage aan een woning of een bij een woning (aan)gebouwde garage een andere bestemming zoals bijkeuken, slaapkamer of kantoor. Hiermee wordt op voorhand rekening gehouden zodat het aantal aan te leggen parkeerplaatsen voldoende duurzaam en toekomstvast is. De mate van openbaarheid van het parkeeraanbod is belangrijk voor gecombineerd gebruik. Hoe meer parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen, hoe minder gecombineerd gebruik mogelijk is. In de onderstaande tabel 2 is de factor opgenomen voor bepaling van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen. Type parkeergelegenheid

Berekeningsaanta Ontwerpeis

Woning met garage en of een oprit

1,0 pp

Woning met garage

0,0 pp

Woning met oprit/parkeerplaats

1,0 pp

Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed

Woning met carport

1,0 pp

Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed

Woning met dubbele oprit naast elkaar 2

Garagebox geclusterd

min 2,0 pp 0,4 pp

Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed

Minimaal 6 meter diep en 2,5 breed per auto1 Minimaal 5,0 meter diep

Tabel 2: berekeningsaantallen parkeervoorzieningen op eigen terrein bij woningen Aan parkeerplaatsen worden eisen gesteld zodat deze ook daadwerkelijk gebruikt kunnen worden. Deze eisen zijn vermeld in het boekwerk ASVV 2012 (december 2012) van het CROW dat (technische) gegevens / richtlijnen bevat over de maatvoering en technische uitvoering van parkeervoorzieningen. Uiteindelijk dient het college van burgemeester en wethouders naast de parkeernorm, ook het ontwerp van de parkeervoorzieningen goed te keuren.

1

Meerdere parkeerplaatsen op eigen terrein worden stuk voor stuk gerekend voor zover deze afzonderlijk van elkaar gebruikt kunnen worden. 2

Geldt alleen in nog bestaande situaties. Parkeren in garageboxen wordt beschouwd als parkeren op afstand en in nieuwe situaties wordt dat niet aangemerkt als parkeren op eigen terrein. Bovendien blijkt dat garageboxen steeds vaker gebruikt worden voor opslag in plaats van parkeren. 15

Nota Parkeernormen | 10-11

2.6

Gehandicaptenparkeerplaatsen Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van centrumgebieden, sportvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen moet rekening gehouden worden met de realisatie van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Hierbij moeten de volgende aandachtspunten in acht genomen worden: • Op grote parkeerlocaties (> 50 parkeerplaatsen) is (minimaal) 2% van de parkeercapaciteit aangewezen als algemene gehandicaptenparkeerplaats • De algemene gehandicaptenparkeerplaatsen liggen zo kort mogelijk bij (hoofd)ingang van de voorziening waarvoor de parkeerplaatsen bedoeld zijn • De maatvoering van een gehandicaptenparkeerplaats is ruimer dan van een standaard parkeerplaats en wordt aangelegd volgens de richtlijnen uit het ASVV 2012

2.7

Parkeren en opladen elektrische voertuigen Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van centrumgebieden, sportvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen moet rekening gehouden worden met de realisatie van parkeerplaatsen en oplaadvoorzieningen voor elektrische voertuigen. Hierbij moeten de volgende aandachtspunten in acht worden genomen: • Op grote parkeerlocaties (> 50 parkeerplaatsen) is (minimaal) 2% van de parkeercapaciteit aangewezen als parkeerplaats voor elektrische voertuigen met bijbehorende laadvoorziening • De locatie van elektrische laadpalen dient voldoende zichtbaar te zijn voor aankomende bezoekers zodat zij niet hoeven te zoeken naar een laadpaal • De gemeente Horst aan de Maas streeft naar duurzaamheid en wil het gebruik van elektrische voertuigen stimuleren door deze een gunstige plek te geven op de parkeerlocatie • De aanleg van laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen dient rekening te houden met de toegestane parkeerduur (bijvoorbeeld blauwe zone). Afhankelijk van de laadvoorziening kan de laadduur variëren van een half uur (snellaadpaal) tot vier uur of langer (gemiddelde openbare laadpaal).

2.8

Parkeren van grote voertuigen Het uitgangspunt is dat het parkeren van grote voertuigen op eigen terrein van de bedrijven moet plaatsvinden. Het parkeren van grote voertuigen (vrachtwagens, touringcars), exclusief laden en lossen, is binnen de bebouwde kommen van de gemeente Horst aan de Maas niet toegestaan behoudens op de daarvoor aangewezen vrachtwagenparkeerplaatsen. In het ‘Aanwijzingsbesluit parkeerruimte grote voertuigen’ is vastgelegd waar het parkeren van grote voertuigen plaats dient te vinden.

16

Nota Parkeernormen | 12-13

3

OPSTELLEN PARKEERPLAN De initiatiefnemer van een ruimtelijk ontwikkeling stelt aan de hand van de volgende stappen een parkeerplan op. Dit parkeerplan maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling.

3.1

Bepalen parkeerbehoefte Het proces van toepassing van de parkeernormen start met een ruimtelijk initiatief, plan of project. Kenmerk van doorwerking van parkeernormen via de Nota Parkeernormen is, dat toetsing alleen kan plaatsvinden op het moment dat sprake is van vergunningplichtige activiteiten. Niet-vergunningplichtige verbouwingen kunnen dus zonder toetsing aan de parkeernormen plaatsvinden. Bij de vergunningplichtige activiteiten wordt voor toepassing van de Nota Parkeernormen onderscheid gemaakt naar de volgende situaties: 1. Nieuwbouw 2. Herbouw/verbouw 3. Functiewijziging 4. Functie-uitbreiding ad 1. Nieuwbouw In het geval van nieuwbouw is de Nota Parkeernormen van toepassing op de totale ontwikkeling. De parkeerbehoefte per (nieuwe) functie wordt bepaald door middel van het aantal eenheden per functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm. ad 2. Herbouw/verbouw Wanneer een bestaand object wordt gesloopt of verbouwd en in dezelfde functie en omvang wordt teruggebouwd, dan is de Nota Parkeernormen niet van toepassing. ad 3. Functiewijziging Wanneer een bestaand object (deels) een functiewijziging ondervindt, dan is de Nota Parkeernormen van toepassing op dat gedeelte waar functiewijziging plaatsvindt. De parkeernorm van de oude functie wordt dan samengesteld op basis van de parkeernorm van de nieuwe functie minus de parkeernorm van de oude functie.

Aan deze verrekening zijn wel voorwaarden verbonden: zie paragraaf 3.4.1. ad. 4. Functie-uitbreiding Bij het uitbreiden van een bestaande functie is de parkeernorm van toepassing op het gedeelte dat uitgebreid wordt. Ook hier geldt dat in het verleden vergunde activiteiten waarbij niet getoetst is aan parkeernormen niet worden meegenomen in de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen.

3.2

Bepalen normatieve parkeerbehoefte Wanneer de gegevens (functies) van een bouwontwikkeling bekend zijn, wordt de bijbehorende 2 norm bepaald. Deze wordt vermenigvuldigd met het te realiseren programma, het aantal m bruto vloeroppervlakte of met andere eenheden zoals het aantal zitplaatsen. Bij een gecombineerde ontwikkeling wordt de berekening voor iedere functie apart uitgevoerd. De uitkomsten van iedere berekening worden vervolgens bij elkaar opgeteld, deze optelling vormt de normatieve parkeerbehoefte.

17

Nota Parkeernormen | 14-15

3.3

Korting op parkeernorm bij alternatieve mobiliteitsoplossingen Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten om in bijzondere gebieden of situaties de parkeernorm naar beneden bij te stellen. De initiatiefnemer moet deze bijstelling onderbouwen ofwel door aannemelijk te maken dat het gebruik van de functie een afwijkende parkeervraag genereert, ofwel door een alternatieve mobiliteitsdienst aan te bieden. De basis voor afwijking als gevolg van bijzondere omstandigheden wordt gevormd door een bereikbaarheidsplan, dat onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing. Bijvoorbeeld; in een bereikbaarheidsplan wordt gesteld dat een substantieel deel van de medewerkers niet de auto gebruikt voor woon-werkverkeer. Of de initiatiefnemer zorgt voor voldoende deelauto’s bij de ontwikkeling van woningen (waarbij de vaste kosten door de ontwikkelaar worden gedragen). Deze afwijking dient objectief onderbouwd te worden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat afwijken van de parkeernormen gerechtvaardigd is.

Voorbeelden van een dergelijke objectieve onderbouwing zijn: • Cijfers met betrekking tot het aantal werknemers en/of fte • Cijfers met betrekking tot het autobezit en/of gebruik van de beoogde gebruikersgroepen van een functie • Cijfers met betrekking tot het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer op de desbetreffende locatie • Resultaten uit een recente parkeerdrukmeting bij vergelijkbare functies waaruit blijkt dat de parkeervraag lager ligt dan de gehanteerde norm • Resultaten uit referentieprojecten waarin maatregelen genomen zijn die soortgelijk zijn aan de voorgestelde maatregelen in het desbetreffende mobiliteitsplan Toetsingskader alternatieve mobiliteitsoplossingen Bij het toetsen van alternatieve mobiliteitsoplossingen in het bereikbaarheidsplan let het college van b&w in hoofdzaak op de kwaliteit van de mobiliteitsoplossing. Hoe hoger de kwaliteit, hoe aantrekkelijker het gebruik en dus hoe groter de korting op de parkeernorm. Daarbij kijkt het college niet alleen naar de initiële kwaliteit, maar ook naar de mate waarin goed beheer en onderhoud gegarandeerd is. Zo zal deelmobiliteit in de vorm van een abonnement op een bestaand concept altijd hoger gewaardeerd worden dan het beschikbaar stellen van een individueel voertuig voor algemeen gebruik.

In zijn algemeenheid geldt dat voor een woonbestemming het beschikbaar stellen van deelmobiliteit in het meest gunstige geval de aanschaf van een tweede auto onnodig maakt. De korting op de parkeernorm kan de norm daarom maximaal tot één parkeerplaats per woning verlagen. Het uitgangspunt daarbij is dat voor het beschikbaar stellen van één deelvoertuig maximaal voor vijf woningen de parkeernorm naar beneden zal worden bijgesteld.

3.4

Specifieke omstandigheden Er kunnen specifieke omstandigheden zijn die van invloed zijn op het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte. Deze omstandigheden dienen dan beschreven te worden in het parkeerplan.

3.4.1

Verrekening oude functie Bij functiewijziging wordt rekening gehouden met de normatieve parkeerbehoefte van de oorspronkelijke situatie. Het uitgangspunt hierbij is dat de parkeerbehoefte van het laatste 18

legale gebruik van de oorspronkelijke situatie - voor zover die parkeerbehoefte werd gefaciliteerd in het openbare parkeerareaal - in mindering wordt gebracht bij de te berekenen parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheidspercentages die voor de oorspronkelijke functie golden. Als een voorziening meer dan één jaar ongebruikt of 'tijdelijk' gebruikt is gebleven, wordt de parkeerbehoefte van de bestaande situatie geacht nihil te zijn. De ooit beschikbare parkeerruimte zal dan immers door andere parkeerders in gebruik zijn genomen waardoor de parkeerplaatsen niet meer beschikbaar zijn voor de nieuwe functie. Tijdelijk gebruik ter voorkoming van leegstand wordt buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het laatste legale gebruik. Het is ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders of er sprake is geweest van tijdelijk gebruik. Bijvoorbeeld, een nieuwe ontwikkeling met een parkeervraag van 30 parkeerplaatsen vestigt zich op de locatie waar voorheen een functie zat met een parkeervraag van 20 parkeerplaatsen.

3.4.2

Toets dubbelgebruik De parkeernorm geeft aan wat de parkeerbehoefte van een functie is. Wanneer binnen een gebied meerdere functies aanwezig zijn of worden gebouwd, vallen de pieken in parkeerbehoefte van die functies niet altijd op hetzelfde moment. Bij woningen is de parkeerbehoefte bijvoorbeeld op werkdagen in de avond en nacht maximaal. Bij een supermarkt of kantoor zal deze behoefte vooral overdag optreden. Het moment waarop alle gecombineerde functies tezamen een maximale parkeerbehoefte genereren, wordt de maatgevende parkeerbehoefte genoemd. De maatgevende parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de aanwezigheidspercentages.

3.4.3

Vrijstelling parkeereis Wanneer bij verbouwplannen het verschil tussen parkeerbehoefte van de oude functie en de nieuwe functie voor de totale ontwikkeling kleiner is dan 1,5 parkeerplaatsen, verleent de gemeente in principe vrijstelling van de parkeereis. Dit geldt bijvoorbeeld bij een beperkte 2 uitbreiding van het vloeroppervlak van een supermarkt (van circa120m ). Deze, in deze paragraaf genoemde vrijstellingen, gelden niet voor ontwikkelingen met de functie “wonen”.

3.5

Parkeerbehoefte = Parkeereis Nadat de parkeereis is vastgesteld komt vervolgens de vraag of de parkeereis geheel, gedeeltelijk of niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden. Idealiter wordt de parkeereis op eigen terrein gerealiseerd maar wanneer dit niet mogelijk is, zijn er alternatieven voorhanden. 1. Parkeren eigen terrein Een ontwikkeling moet in de basis voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Soms is deze eis niet haalbaar. Voor ontwikkelingen met een resterende parkeereis groter of gelijk aan drie parkeerplaatsen, moet een ontwikkelaar onderbouwd aangeven waarom deze 19

Nota Parkeernormen | 16-17

niet op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden. Wanneer de aanvrager niet kan voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein is het mogelijk om gebruik te maken van vervangende parkeervoorzieningen. Bij het bepalen van de parkeercapaciteit op eigen terrein maakt de initiatiefnemer gebruik van de berekeningsmethode die is omschreven in tabel 2. 2. Parkeren particulier/privaat terrein (meerjarige overeenkomst bij huren) Om te voldoen aan de resterende parkeereis kan een initiatiefnemer gebruik maken van een vervangende particuliere/private parkeervoorziening. De vervangende parkeerruimte dient te liggen binnen de geldende loopafstand van de functie en over voldoende parkeerplaatsen te beschikken op maatgevende momenten. De initiatiefnemer maakt de bezoekers attent op de parkeerplaatsen. De initiatiefnemer beschikt over een parkeerovereenkomst tussen initiatiefnemer en de aanbieder van de particuliere/private parkeerruimte en overlegt deze bij de bouwaanvraag. De overeenkomst moet een blijvend karakter hebben (minimaal tien jaar). De loopafstand voor verschillende functies is weergegeven in Bijlage 3. 3. Gebruik openbare parkeerplaatsen De vervangende parkeerruimte kan ook een parkeerruimte in het openbaar gebied zijn.

Indien er voldoende parkeerruimte op straat is, ook na realisatie van het initiatief, kan de gemeente vrijstelling verlenen van het (geheel) realiseren van de parkeereis op eigen terrein. De bewijslast ligt hierbij bij de initiatiefnemer. Deze dient middels parkeertellingen, uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau (ISO 9001 gecertificeerd), aan te tonen dat de parkeerdruk, in het op een acceptabele loopafstand gelegen gebied, op de drukste momenten onder de 85% ligt en ook na realisatie van het initiatief op de drukste momenten onder de 85% blijft. De betreffende meetmomenten en perioden worden bepaald door de gemeente. Indien gebruik gemaakt wordt van de ontheffing van de parkeereis door gebruik te maken van restcapaciteit in de openbare ruimte, moet de initiatiefnemer een compensatiebedrag betalen. Dit compensatiebedrag stelt de gemeente in de gelegenheid om te investeren in mobiliteitsmaatregelen die de algehele parkeervraag zullen reduceren of de parkeercapaciteit vergroten. De hoogte van het bedrag dat de initiatiefnemer moet betalen is vastgelegd in de Verordening mobiliteitsfonds gemeente Horst aan de Maas.

3.6

Afkoop door bijdrage Mobiliteitsfonds Een mobiliteitsfonds is een instrument dat beschikbaar is voor het oplossen van parkeervraagstukken bij nieuwe ontwikkelingen. Wanneer een bouwinitiatief niet, of in onvoldoende mate, kan voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, kan de initiatiefnemer een bijdrage leveren aan het Mobiliteitsfonds. Op basis van deze bijdrage kan het college van burgemeester en wethouders een ontheffing verlenen aan de initiatiefnemer van de parkeernorm. Overeenkomst Wanneer de ontwikkelaar met de gemeente overeenkomt dat het mogelijk is om de parkeereis af te kopen, worden de afspraken vastgelegd in een overeenkomst. In deze overeenkomst wordt vastgelegd welke voorwaarden van toepassing zijn op de storting in het mobiliteitsfonds. De overeenkomst met bijbehorende voorwaarden dient goedgekeurd te worden door het college van burgemeester en wethouders.

20

Inzet Mobiliteitsfonds Met de afkoopsom, zoals vastgelegd in een overeenkomst, kan de gemeente parkeerplaatsen realiseren. Daarnaast kan de gemeente het saldo uit het mobiliteitsfonds aanwenden voor het verbeteren van de openbare parkeersituatie. Bijvoorbeeld door het treffen van flankerende mobiliteitsmaatregelen die bijdragen aan het verbeteren van de parkeersituatie. Voorbeelden zijn: de realisatie van een transferium, de realisatie van concepten voor deelmobiliteit, aanleg van voet- en fietspaden, instellen betaald parkeren of blauwe zone, aanpassen parkeertarieven, bewegwijzering, et cetera. De flankerende maatregelen bieden een alternatief voor de afgekochte parkeerplaatsen en kunnen breed binnen de gemeente worden ingezet. De gemeente realiseert parkeerplaatsen of flankerende maatregelen binnen tien jaar. Stappenplan:

21

Nota Parkeernormen | 18-19

22

4

OVERIGE BEPALINGEN

4.1

Hardheidsclausule In alle gevallen waarin de Nota Parkeernormen niet voorziet of wanneer toepassing van de Nota Parkeernormen leidt tot kennelijk onredelijke situaties, neemt het college van burgemeester en wethouders een beslissing.

4.2

Inwerkingtreding Deze Nota Parkeernormen treedt in werking op de dag volgend op die van de bekendmaking ervan. Op dat moment wordt de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas 2015, vastgesteld door de gemeenteraad van Horst aan de Maas, op 24 november 2015 ingetrokken.

4.3

Overgangsregeling Voor ruimtelijke initiatieven, plannen en projecten waarvoor al eerder een parkeertoets heeft plaatsgevonden, worden de uitkomsten van die parkeertoets als parkeereis gezien. Voor alle ruimtelijke initiatieven, plannen en projecten waarvoor nog geen parkeertoets heeft plaatsgevonden, wordt de Nota Parkeernormen als uitgangspunt gebruikt.

4.4

Citeertitel Deze Nota Parkeernormen wordt aangehaald als: Nota parkeernormen gemeente Horst aan de Maas.

23

Nota Parkeernormen | 20-21

BIJLAGEN BIJLAGEN

Nota Parkeernormen | 22-23

B1 PARKEERNORMEN HORST AAN DE MAAS Gezondheid en (sociale) voorzieningen rest bebouwde eenheid centrum kom apotheek

per apotheek

buiten bebouwde kom

2,4

3,4

3,4

per plechtigheid per consultatiebureau behandelkamer per consultatiebureau voor ouderen behandelkamer

31,6

31,6

31,6

1,5

2,1

2,2

1,3

2,0

2,2

uitvaartcentrum

30,1

30,1

30,1

1,4

2,0

2,0

1,7

2,5

2,5

huisartsenpraktijk (-centrum)

per plechtigheid per behandelkamer per behandelkamer per behandelkamer

2,3

3,3

3,3

penitentiaire inrichting

per 10 cellen

1,7

3,3

3,7

religiegebouw

0,2

0,2

0,2

tandartsenpraktijk (-centrum)

per zitplaats per behandelkamer

1,7

2,6

2,7

verpleeg - en verzorgingstehuis

per wooneenheid

0,6

0,6

0,6

begraafplaats

fysiotherapiepraktijk (-centrum) gezondheidscentrum

Horeca en (verblijfs)recreatie rest bebouwde eenheid centrum kom

buiten bebouwde kom

hotel

per 10 kamers

5,5

11,0

12,6

bungalowpark

per bungalow

1,7

1,7

2,1

café, bar, cafetaria

2

100 m bvo

4,0

7,0

7,0

camping/kampeerterrein

per standplaats

1,2

1,2

1,2

2

7,0

20,9

20,8

2

4,0

8,5

8,5

2

8,0

15,0

15,0

discotheek

100 m bvo

evenementenhal/beursgebouw/ congresgebouw

100 m bvo

restaurant

100 m bvo

Onderwijs eenheid

centrum

rest bebouwde kom

buiten bebouwde kom

avondonderwijs

per 10 studenten

4,6

6,8

10,5

basisschool

per leslokaal

0,8

0,8

0,8

2

kinderdagverblijf (crèche)

100 m bvo

1,0

1,4

1,5

middelbare school

per 100 leerlingen

3,7

4,9

4,9

ROC

per 100 leerlingen

4,8

5,9

5,9

Nota Parkeernormen | 24-25

Sport, cultuur en ontspanning rest bebouwde eenheid centrum kom attractie - en pretpark

per ha netto terrein

buiten bebouwde kom

8,0

8,0

8,0

bibliotheek

2

100 m bvo

0,2

1,2

1,4

biljart -/snookercentrum

per speeltafel

0,9

1,4

1,8

2

bioscoop

100 m bvo

3,2

11,2

13,7

bowlingcentrum

per bowlingbaan

1,6

2,8

2,8

2

5,7

6,5

8,0

2

casino

100 m bvo

dansstudio

100 m bvo

1,6

5,5

7,4

dierenpark

per ha netto terrein

filmtheater/filmhuis fitnesscentrum

8,0

8,0

8,0

2

5,1

18,0

22,1

2

1,7

6,3

7,4

2

1,1

4,8

6,5

2

100 m bvo 100 m bvo

fitnesstudio/sportschool

100 m bvo

gemeenschapshuis/cultureel centrum/wijkgebouw

100 m bvo

3,0

3,0

3,0

golfbaan (18 holes)

per 18 holes/60 ha

96,0

96,0

118,3

golfoefencentrum

6 ha

51,1

51,1

56,2

2

indoorspeeltuin (kinderspeelhal) 100 m bvo

4,0

5,9

6,4

jachthaven

per ligplaats

0,6

0,6

0,6

manege/paardenhouderij

per box

0,4

0,4

0,4

2

0,6

1,1

1,1

2

2,5

6,7

7,3

2

museum

100 m bvo

sanua/hammam

100 m bvo

sporthal

100 m bvo

1,3

2,9

3,5

sportveld

per ha netto terrein

20,0

20,0

20,0

2

1,2

2,9

3,6

2

2,1

3,5

4,2

2

0,3

0,5

0,5

theater/schouwburg

2

100 m bvo

7,4

9,8

12,0

volkstuin

per 10 tuinen

1,4

1,4

1,5

wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)

100 m bvo

2

9,3

9,3

10,3

zwembad openlucht

100 m bvo

2

12,9

12,9

15,8

2

9,7

9,7

13,3

sportzaal squashhal tennishal

zwembad overdekt

28

100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo

100 m bvo

Werken centrum

rest bebouwde kom

buiten bebouwde kom

2

0,4

1,1

1,1

2

1,3

2,4

2,4

2

1,4

2

2

2

2,2

3,6

3,6

2

1,6

2,6

2,6

2

1

1,7

1,7

centrum

rest bebouwde kom

buiten bebouwde kom

2

2,6

2,6

2,6

2

2,5

2,5

2,5

2

4,1

8,2

9,1

2

4,0

4,0

4,0

2

2,3

4,1

4,1

2

3,7

4,1

4,1

2

4,1

5,6

5,6

2

7,1

7,1

7,1

2

2,0

2,0

2,3

2

2,6

2,6

2,6

2

10,4

10,4

10,4

2

2,7

2,7

2,9

eenheid bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief

100 m bvo

bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief

100 m bvo

bedrijfsverzamelgebouw

100 m bvo

kantoor (met baliefunctie) kantoor (zonder baliefunctie) showroom

100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo

Winkel en boodschappen eenheid binnenstad/kernwinkelgebied bouwmarkt bruin - en witgoedzaken buurt - en dorpscentrum buurtsupermarkt discount supermarkt

100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo

full sercive supermarkt

100 m bvo

groothandel in levensmiddelen

100 m bvo

kringloopwinkel

100 m bvo

meubelboulevard/woonboulevard 100 m bvo outletcentrum tuincentrum weekmarkt wijkcentrum (gemiddeld)

100 m bvo 100 m bvo 1

m kraam

0,2

0,2

0,2

2

5,5

5,5

5,5

2

6,1

6,1

6,1

2

4,9

4,9

4,9

2

4,5

4,5

4,5

2

2,2

2,2

5,2

2

1,3

2,0

2,0

centrum

rest bebouwde kom

buiten bebouwde kom

100 m bvo

wijkcentrum (groot)

100 m bvo

wijkcentrum (klein)

100 m bvo

winkelboulevard woonwarenhuis (zeer groot) woonwarenhuis/woonwinkel

100 m bvo 100 m bvo 100 m bvo Wonen eenheid

aanleunwoning en serviceflat

per woning

1,1

1,2

1,2

appartement

per woning

1,3

1,8

1,8

kamerverhuur (niet zelfstandig)

per woning

0,3

0,3

0,3

kamerverhuur (zelfstandig, geen studenten)

per bewoner

0,7

0,7

0,7

woonhuis

per woning

1,6

2

2

Nota Parkeernormen | 26-27

In bovenstaande tabellen staat een veelheid aan afzonderlijke functies opgenomen. Het kan ook voorkomen dat meerdere functies zijn verenigd in één gebouw. In dat geval dient van iedere functie afzonderlijk het aantal benodigde parkeerplaatsen te worden berekend en wordt aan de hand van de in deze Nota benoemde aanwezigheidspercentages het dubbelgebruik bepaald. Zo ontstaat een totale parkeervraag voor alle gecombineerde functies.

30

B2 CENTRUMGEBIEDEN HORST, SEVENUM EN GRUBBENVORST Centrumgebied Horst

Nota Parkeernormen | 28-29

Centrumgebied Sevenum

32

Centrumgebied Grubbenvorst

Nota Parkeernormen | 30-31

B3 LOOPAFSTANDEN PER TYPE FUNCTIE De loopafstanden per type functie binnen de gemeente Horst aan de Maas zijn gebaseerd op de loopafstanden uit CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, 2012. Hoofdfunctie

34

Loopafstand (m)

Wonen

100

Winkelen

200

Werken

200

Ontspanning

100

Gezondheidszorg

100

Onderwijs

100

Nota Parkeernormen | 32-33

Nota Parkeernormen | 34-35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11765579/1