CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06d Regels

Gemeenteraad 10 september 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Aan de Kabroeksebeek.11.045 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

18 pp onder volumes door een geplooid landschap 41 pp langs de rijloper

14 pp langs de rijloper dubbelgebruik voor bezoekers school en kdv ruimte voor K&R langs rijloper

10 pp voor medewerkers school 5 pp Kiss & Ride overige plekken op afstand realiseren ca. 10 pp opvangen aan de Vijverlaan en Beekstraat

definitief schetsontwerp

voorgaande stand

definitief schetsontwerp

vogelvlucht

profielen

parkeren in bosrand

eenvoudige rijloper

woonblok in het groen

profielen

school- en speelterrein rondom school natuurlijk ingepast

natuurlijke begrenzingen

parkeren in bosrand

profielen

wandelpad begrensd het school- en speelplein

natuurlijk begrenzingen takkekrillen, stammen, kastanjehout of haag

her en der bomen voor schaduw en koelte

profielen

woonblokken in het groen

natuurlijke laagtes bloemrijk grasland

natuurlijk talud met bomen die de beek zichtbaar maken in het landschap

vogelvlucht huidige situatie

vogelvlucht

vogelvlucht

richtbeelden van onderwijs in het groen

vogelvlucht

richtbeelden van een solitair volume in het groen

vogelvlucht

beeldkwaliteit

beeldkwaliteit bebouwing samenhang in de beeldtaal

verticale geleding

De beeldkwaliteit van de Kabroekse Beek moet een eigen gebied worden binnen de Afhang als ook van het dorp. Toch laten we ons inspireren door kleine details uit de omgeving. De omgeving kenmerkt zich door baksteenarchitectuur waar we op aan willen sluiten. Daarnaast zien we lichte accenten, met name in het gebruik van kozijnwerken en belijningen in de oude glastuinbouw en loodsen. Met name de lichte accenten en belijningen hebben geleid tot een kleur- en materialisatiepallet dat ervoor zorgt dat de volumes een rustige uitstraling krijgen binnen de landschappelijke context. Verschil ten opzichte van de Afhang is dat we kiezen voor zachte kleuren, niet donker maar juist licht met weinig kleurcontrasten. Deze samenhang zorgt voor een gebied die eenheid en rust uitstraalt.

lichte kleuren

smetrand, verbijzondering plint door ander materiaal

bijzondere beëindiging

horizontale geleding

De Kabroekse Beek krijgt een herkenbaar karakter binnen De Afhang met een eigen architectonische beeldtaal. Een beeldtaal die zich laat inspireren op kleine details uit de omgeving. De groene omgeving, beekdal en bos, vormen het uitgangspunt van het stedenbouwkundig plan. De architectuur is juist terughoudend en kent een rustige uitstraling. In de hierop volgende pagina’s wordt de overkoepelende beeldkwaliteit beknopt omschreven en omschrijft ook hoe de twee deelgebieden anders zijn ten opzichte van elkaar. Dit beeldkwaliteitsplan is de kwalitatieve borging van het stedenbouwkundig plan en vormt de basis voor de toetsing van de architectonische kwaliteit van de volumes.

Om samenhang te creëren zijn de volgende thema’s bepalend: er is sprake van één architectonisch handschrift door de korrel. Alle drie de volumes hebben een menselijk maat en hebben zijn familie van elkaar door kleur- en materiaalgebruik. Er is sprake dynamiek in de gevel, plastiek, door deel uitkragende balkons of reliëf in de gevel. Daarnaast heeft ieder gebouw een bijzondere beëindiging. Zo kan de dakrand verbijzonderd zijn, is er sprake van een andere materiaalkeuze of een setback. Gebouwen hebben daarnaast een alzijdige oriëntatie, voor de woongebouwen wordt ook geopteerd voor een overhoekse oriëntatie in de hoeken. Daarnaast is een klimaatadaptieve en natuurinclusieve bebouwing ook een thema binnen het architectonisch handschrift. De bebouwing is zoals eerder benoemd onderschikt in kleur- en materiaalgebruik. Het toepassen van lichte kleuren reduceert hittestress en laat de bebouwing opgaan in de natuur. Ook zien we ruimte voor het realiseren van groene gevels bij het schoolgebouw en het integreren van nestvoorzieningen op de daarvoor geschikte gevelzijde.

definitie en spelregels Spelregels deelgebieden

deelgebied I beekdal

Binnen het stedenbouwkundig plan van de Kabroekse Beek zijn twee deelgebieden te onderscheiden; de bosrand met daarin ruimte voor een onderwijsgebouw en de beekdalzone met ruimte voor twee monolithische bouwblokken. De deelgebieden verschillen van elkaar door middel van ligging, landschappelijke inpassing en programmatische invulling en de daaraan gerelateerde bouwmassa’s. Binnen de overkoepelende beeldkwaliteit verschillen de twee deelgebieden op een aantal aspecten. Dit betreft onder andere de bouwhoogte, afmeting, geleding van plint en top en massa en plastiek. Overkoepelende spelregels worden hieronder benoemd: Korrel: korrel omschrijft de architectonische eenheid. De drie volumes zijn familie van elkaar door een heldere hoofdvorm. Ritmiek: de blokken kennen een subtiele horizontale geleding met afleesbare plinten. De gevels worden ritmisch verdeeld. Er is geen sprake van een vrije positionering aan gevelopenignen.

deelgebied II bos

Plint: de plint, herkenbaar vanaf maaiveld is gelijk in materiaal en kleur als de overige bouwlagen. In de plint bevinden zich de entrees en gevelopeningen. Bijzondere beëindiging: ieder gebouw heeft een bijzonder beëindiging op de bovenste bouwlaag. Dit kan door een setback of anders gematerialiseerd of vergroening van het dak. Dit biedt ook de kans om de technieklaag mee te ontwerpen. Natuurinclusief: we zien ruimte voor klimplanten tegen de gevel of het integreren van nestmogelijkheden. Kleurgebruik: de deelgebieden kennen een sterke eenheid die tot uiting komt in de kleurgebruik, kleur van de kozijen en de detaillering van de materialisatie.

een heldere hoofdvorm

horizontale geleding met ritmiek in verticale geleding

herkenbare plint, aanzetten tot textuur in de plint

bijzondere beëindiging van volume

groene gevels of nestmogelijkheden

familie van elkaar in kleur- en materiaalgebruik

één architectonisch handschrift Kleurenpalet

Accenten en gesloten geveldelen

Er wordt gebruik gemaakt van een beperkt pallet van materialen en kleuren. Op deze wijze ontstaan er beperkte en subtiele verschillen en variatie binnen de architectonische eenheid. Door subtiel de nadruk te verleggen ontstaan er zachte verschillen in de gevels. Op deze manier ontstaat een eenheid uitstraalt.

Accenten, belijningen en deels gesloten geveldelen kunnen worden uitgevoerd in gekleurd en bewerkt beton, natuursteen of geglazuurde bakstenen, houten geveldelen die blank gelakt zijn en een natuurlijk uitstraling hebben. Bakstenen kunnen in een bijzonder verband worden toegepast om een subtiel accent te maken in de gevel. Geanodiseerd aluminium behoort ook tot de mogelijkheden, mits deze binnen de kleurstelling past. Dit materiaal kan een mooie verwijzing zijn naar de industriële loodsen en voormalige kas. Het is nadrukkelijk niet toegestaan gevels te voorzien van stucwerk.

De kleurenpallet bestaat uit lichte aardse tinten, waarbij de kleur overwegend lichtbruin of beige is. Er worden dus geen donkere kleuren gehanteerd zoals donkerbruin of rood.

De kozijnen dienen uitgevoerd te worden in natuurlijk houtkleuren, metaalkleuren of worden in wittinten geschilderd. Qua materiaal kan er gebruik worden gemaakt van hout of aluminium. Kunststofkozijnen zijn uitgesloten.

van (room)wit...

van licht...

tot bruin...

... tot lichtbruin / beige van (room)wit...

van (room)wit...

van (room)wit...

van (room)wit...

hout

één architectonisch handschrift Metselwerk

Installaties

Binnen de planvorming wordt een sterke horizontale benadering nagestreefd. Dit effect kan ook worden gesterkt door het toepassen van een horizontaal metselverband en bijpassende voegkleur. Bakstenen met verschillende lagenmaten of stootvoegloos werken kan de horizontale werking sterken. Metselwerk kan subtiel gewisseld worden in verticale stand om accenten te maken in gevel, denk hierbij aan verbijzondering van een entree of het duiden van een bouwlaag.

Zonnepanelen en overige installaties worden geplaats op platte daken en zijn niet zichtbaar vanaf maaiveld. Zonnepanelen worden zoveel mogelijk toegepast op de hoger gelegen delen. Geveluitingen of belettering, met name voor de school, wordt onderdeel van de architectuur. Daarnaast wordt zonnewering mee ontworpen of aan de binnenzijde opgelost worden. Het gebruik van rolluiken is niet toegestaan.

Verfijning entrees en verbijzondering hoeken

Entrees van de volumes hebben een herkenbare verschijning binnen het plangebied. Entrees bevinden zich aan de openbare ruimte en zijn goed zichtbaar vanaf de weg. Dit betekent dat de woonblokken geen entree kennen aan de noordzijde van het volume. Ze zijn goed leesbaar in de massa en hebben een warm karakter. Hierbij wordt een verwijzing gemaakt naar de grote deuren van loodsen en openingen van de kassen. Door gebruik van onderscheidend materiaal, verfijning in detail diepliggende afwerking van de entrees kan dit worden bewerkstelligd.

Inpandige voorzieningen

Fietsparkeren voor bewoners wordt inpandig ingepast. De stalling moet logisch en overzichtelijk ingedeeld zijn. Het fietsparkeren wordt op de begane grond gemaximaliseerd en is goed en rechtstreeks bereikbaar. De fietsvoorzieningen van de woonblokken hebben een rechtstreekse verbinding met de lobby en publieke ruimte. Voor het schoolgebouw wordt bij voorkeur een inpandige fietsenstalling ingepast. Mocht de fietsenstalling (personeel) als separaat gebouw ontwikkeld worden, dan dient deze in dezelfde vormentaal als het hoofdvolume te worden vormgegeven of opgetrokken uit hout. Fietsvoorzieningen voor leerlingen mogen niet overdekt uitgevoerd worden, maar bij voorkeur gepositioneerd richting de bosrand.

Gebouwen gaan altijd de hoek om. Hierdoor ontstaan gebouwen die alzijdig zijn. Voor het schoolgebouw wordt gestuurd op afgeronde hoeken. Voor de woonblokken worden hoekramen toegepast. Hierdoor loopt de architectuur altijd de hoek om zoals de huidige kassen. Hiermee wordt een samenspel gezocht met de horizontale geleding van de blokken. Set Een van de woonblokken, meest oostelijke, heeft een parkeervoorziening op maaiveld onder het volume. Hierbij wordt de locatie en het hoogteverschil aangegrepen om het parkeren aan backs mogen ook de hoek om gaan maar hoeven niet persé uitgevuld te worden. het zicht te onttrekken.

overhoeks raam

bijzondere entree - hout

afgeronde hoeken

bijzondere textuur

verbijzondering van entree

wisseling in dieptewerkting

stalling inpandig opgelost

geveluiting als onderdeel van architectuur

subtiele belettering

één architectonisch handschrift Klimaatadaptief en natuurinclusief

Buitenruimtes

Voor de gebouwen wordt gebruik gemaakt van tijdloze en duurzame materialen. Daarnaast wordt er geopteerd voor groene gevels op plekken waar minder gevelopeningen aanwezig zijn. Groene gevels dragen bij aan een natuur inclusieve bouw. De beplanting wordt mee ontworpen met en afgestemd op de bebouwing. Nestgelegenheid wordt toegepast in of op de gevel, rekening houdend met de oriëntatie.

De buitenruimtes van de planvorming zijn een belangrijk onderdeel van de gevelcompositie. Doel is dat de rijkheid van het groen rondom de volumes ervaarbaar is. Hiertoe maken terrassen en balkons onderdeel uit van de gevelarchitectuur. Buitenruimtes zijn inpandig of half uitpandig en zijn dus geen losse onderdelen aan de gevel. De onderzijde van de balkons dient mee ontworpen te worden met de gevelarchitectuur. Ook de afwatering van de balkons is meeontworpen. Glazen afschermingen zijn niet toegestaan.

De niet toegankelijke daken kunnen ook een grote meerwaarde leveren voor de reductie van hittestress, bevorderen van biodiversiteit en de opvang van water. Platte daken worden bij voorkeur voorzien van een bruin- of groen dak.

Bufferzone of erfafscheiding

Met name bij de woonblokken worden in aansluiting tussen de woonplint en beekdalzone gebruik gemaakt van robuuste groenstructuren. Dit zorgt ervoor dat de overgang tussen privé en privaat op een natuurlijke manier verloopt. Bij de voet van het gebouw wordt een margezone toegepast. Deze zone, in een andere materialisering, zorgt ervoor dat er een zone ontstaat die duidelijk toebehoort aan het gebouw en niet aan de openbare ruimte. De margezone is maximaal 1,5 meter breed. Buitenruimtes zijn hierbij onderdeel van de hoofdvorm. Er is geen sprake van individuele tuinen op maaiveld. Erfafscheiding wordt mee ontworpen met het gebouw, o.a. door een gemetseld muurtje. Dit voorkomt verommeling langs de plint van het gebouw. Voor het schoolgebouw wordt aangestuurd op een natuurlijke erfafscheiding. Aan de zuidzijde grenst de locatie aan de bosrand. In of achter de kavelgrens begeleiden enkele grote bomen de kavelgrens als markering van de schoollocatie. De erfscheiding dient zorgvuldig opgelost te worden (eis); dan wel met een haag of een in hoogte vergelijkbaar hekwerk (wens) met her en der een heester. Voor KDV aan straatzijde betekent dit een hekwerk (hoogte minimaal 1.20m) en haag, aan de boszijde zal er een hekwerk mogelijk zijn tot maximaal 2.00m.

nestmogelijkheden zijn onderdeel van de architectuur

buitenruimte is onderdeel van de gevel

deels uitpandig - aandacht onderkant

inpandig - mee ontworpen met de gevelarchitectuur

Groene gevels middels spandraden en met beplanting in de volle grond

plint met margestrook

margestrook duidt subtiel overgang privé - openbaar

groen speelplein met schapenhekje en haag

bouwregels

woonblokken

schoolgebouw

Het plan voorziet in macimaal 46 woningen. De woningen zijn voorzien in twee appartementencomplexen bestaande uit een mix van 30% sociale huur, 30% vrije sector huur en 40% koopwoningen. Het westelijke woonblok is maximaal 14 meter hoog en het oostelijke woonblok is maximaal 17 meter hoog. Het oostelijke woonblok is 3 mter hoger doordat op maaiveld parkeren onder het volume wordt opgelost. Rondom het volume wordt grond verzet om het maaiveld te verhogen en het parkeren aan het zicht te onttrekken/

Het openbaar kindcentrum met wijkfunctie en kinderopvang (dagopvang en buitenschoolse opvang) wordt in de boszone gerealiseerd (tweelaags gebouw, 18 lokalen en installaties op het dak met buitenruimte). De hoogte van het kindercentrum bedraagt 8,5 meter, inclusief techniek wordt dit 12 meter.

Ondergeschikte bouwdelen mogen max. 4 meter boven de max. bouwhoogte uitkomen. Respectievelijk betekent dit 14+4 en 17 + 4 meter. Deze marge t.o.v. het respectievelijk 14 en 17 meter hoge appartementencomplex is opgenomen om eventueel waar nodig installaties op het dak te kunnen realiseren. Deze zijn niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14433584/2