CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06d Motivering

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen30.052 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

137 alinea's met “omgevingsplan”: 1 13 22 31 39 66 98 105 107 109 110 116 119 120 125 130 134 139 142 147 150 151 160 167 168 169 171 173 174 175 177 179 180 185 193 195 202 203 204 213 …

TAM-omgevingsplanHoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg

Titel:

Hoofdstuk 22k "Driessen Grondwerken Horsterweg ong. Grubbenvorst"

Codering:

NL.IMRO.1507.GRHORSTERWEG-VG01

Definitief :

7 juli 2026

© 2026 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.

Pagina | 2

Inhoudsopgave Motivering

6

Hoofdstuk 1 AANLEIDING EN DOEL 1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Het plangebied Het omgevingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE 2.1

Ruimtelijke en functionele structuur

Hoofdstuk 3 VOORGENOMEN ONTWIKKELING 3.1 3.2 3.3 3.4

Initiatief Stedenbouwkundig Duurzaamheid Landschappelijk

Hoofdstuk 4 BELEID EN REGELGEVING 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.5.4 4.5.5

Rijksbeleid en Rijksregels Nationale omgevingsvisie Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 Van Landelijk Afvalbeheerplan naar Circulair Materialenplan Instructieregels Rijk (AMvB's) Conclusie Provinciaal beleid en provinciale regels Provinciale omgevingsvisie Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg Instructieregels provincie (omgevingsverordening) Circulaire Economie Limburg 2.0 Conclusie Regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg Beleid Waterschap Waterbeheerprogramma (WBP) Waterschapsverordening Gemeentelijk beleid Structuurvisie Klavertje 4-gebied Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 Duurzaamheidsprogramma Hoofdlijnenakkoord 2022-2026 Conclusie

Hoofdstuk 5 OMGEVINGSASPECTEN 5.1 5.1.1 5.1.2

Beschermen van de gezondheid Wettelijk kader Geiten

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

6 6 8 16 21

22 22

24 24 25 31 31

33 33 33 34 36 36 37 39 39 41 41 44 44 45 46 46 47 50 50 55 57 58 59

60 60 60 60

Pagina | 3

5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.5 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.6 5.6.1 5.6.2 5.6.3 5.7 5.7.1 5.7.2 5.7.3 5.8 5.8.1 5.8.2 5.9 5.9.1 5.9.2 5.9.3 5.10 5.10.1 5.10.2 5.10.3 5.11 5.11.1 5.11.2 5.11.3 5.12 5.12.1 5.12.2 5.12.3 5.13

Endotoxinen Zoönose Spuitzones Gezondheidseffect project Conclusie Geluid Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Conclusie Kwaliteit van de buitenlucht Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Geur Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Parkeren en verkeer (Wettelijk) kader Onderzoek Conclusie Omgevingsveiligheid Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Natuur Wettelijk kader Conclusie Water en watersystemen (Wettelijk) kader Onderzoek Conclusie Cultureel erfgoed en archeologie Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Ontplofbare oorlogsresten Algemeen Onderzoek Conclusie Bedrijfsmatige activiteiten Zonering Onderzoek Conclusie Toetsing Besluit m.e.r./m.e.r.-beoordeling

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

61 63 64 66 67 67 67 70 70 70 71 74 74 74 75 78 79 79 79 87 87 87 87 91 91 92 92 96 96 96 112 112 113 114 118 118 118 119 123 123 123 123 125 125 125 126 129 129

Pagina | 4

5.13.1 5.13.2 5.13.3 5.13.4 5.13.5

Wettelijk kader Project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig Project-mer-beoordeling Onderzoek Conclusie

Hoofdstuk 6 BEPERKINGENGEBIEDEN 6.1

Beperkingengebieden

Hoofdstuk 7 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 7.1 7.1.1 7.1.2 7.2 7.2.1 7.3

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Conclusie beleid Conclusie omgevingsaspecten Wijzigen omgevingsplan Systematiek van de bestemmingsregels Toepassing en handhaving van het plan

Hoofdstuk 8 UITVOERBAARHEID 8.1 8.1.1 8.1.2 8.1.3 8.2 8.2.1 8.2.2

Economische uitvoerbaarheid Financieel economische haalbaarheid Kostenverhaal Nadeelcompensatie Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Vaststellingsprocedure

Bijlagen Bijlage 1

Inrichtingsschets gebouwelijk

Bijlage 2

Verantwoording groeprisico

Bijlage 3

Laddertoets duurzame verstedelijking

Bijlage 4

Bezonningsstudie

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek Sintelweg

Bijlage 6

Landschappelijke inpassing Hamweg

Bijlage 7

Ecologisch onderzoek Hamweg 6

Bijlage 8

Ecologisch onderzoek Sintelweg 4

Bijlage 9

Ecologisch onderzoek Horsterweg

Bijlage 10

Akoestisch onderzoek wegverkeer Hamweg 6

Bijlage 11

Aeriusberekening Hamweg 6

Bijlage 12

Aeriusberekening Sintelweg

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

129 129 129 130 131

132 132

134 134 134 135 135 135 137

138 138 138 138 138 138 138 139

Pagina | 5

Bijlage 13

Luchtkwaliteitsonderzoek Horsterweg

Bijlage 14

Bodemonderzoek Hamweg 6

Bijlage 15

Bodemonderzoek Hamweg ong.

Bijlage 16

Bodemonderzoek Horsterweg

Bijlage 17

Bodemonderzoek Sintelweg 4

Bijlage 18

Akoestisch onderzoek Horsterweg

Bijlage 19

Geuronderzoek Hamweg 6

Bijlage 20

Memo wateropgave Klaver 11

Bijlage 21

Afwateringsplan

Bijlage 22

Aanmeldnotitie Horsterweg

Bijlage 23

Besluit MER-beoordeling

Bijlage 24

Aanmeldnotitie Sintelweg 4

Bijlage 25

Nota van zienswijzen

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 6

Motivering Hoofdstuk 1 AANLEIDING EN DOEL 1.1

Aanleiding

Driessen Grondwerken BV (hierna ook: 'Driessen') is al bijna 80 jaar een gespecialiseerd grondverzetbedrijf met een ruime ervaring in de utiliteitsbouw, woningbouw, weg- en waterbouw en civieltechnische werken en afvalrecycling. Van een eenmanszaak in 1942 in Sevenum is Driessen uitgegroeid tot een bovenregionaal grondverzet- en afvalrecyclingonderneming met diverse vestigingen in de gemeente Horst aan de Maas. Driessen heeft een onafhankelijke milieustraat en verricht calamiteitenwerkzaamheden op snelwegen in Noord-Limburg Inmiddels dient zich bij Driessen de 4e generatie aan en de focus is nu gericht op toekomstbestendig maken van het bedrijf. Het bedrijf heeft de laatste jaren steeds meer te maken gekregen met aangescherpte wet- en regelgeving en de klimaatdoelstellingen. Zo heeft de Nederlandse overheid zich als doel gesteld om in 2030 voor 50% en in 2050 volledig circulair te zijn. Dit heeft ook gevolgen voor Driessen. In de toekomst moeten alle materialen en grondstoffen hergebruikt of gerecycled kunnen worden, zodat er geen grondstoffen uit de kringloop verloren gaan. Om een invulling te geven aan deze doelstelling zal Driessen Grondwerken BV op korte termijn de bedrijfsactiviteiten en processen in lijn met deze nieuwe doelstellingen moeten brengen.

Om hieraan te kunnen voldoen en perspectief voor de volgende generatie veilig te kunnen stellen zal geïnvesteerd moeten worden in onder andere modernisering en duurzaamheid, nog meer gebruik maken van de huidige en toekomstige innovatieve ontwikkelingen, procesmatige aanpak bij inname en scheiding van de afvalstromen en een verantwoorde en gecontroleerde afzet van hun half- en eindfabricaten. De aard en omvang van deze ontwikkelingen met bijbehorende investeringen vragen om een toekomstgericht plan met een meerjarig perspectief.

Driessen is een voornamelijk regionale onderneming met lokale werknemers. Het bedrijf is in de gemeente Horst aan de Maas op 4 locaties gehuisvest: Handelstraat 5 Dijkerheideweg 2 locaties aan de Hamweg De Handelstraat 5 is op dit moment in gebruik als opslag van diverse grondstromen ten behoeve van de grondbank, stalling en onderhoud van auto's en overig materieel en tevens is hier het hoofdkantoor van Driessen gevestigd. Verder mag op de Handelstraat 12x per jaar gedurende een periode puin gebroken worden. De Dijkerheideweg is in gebruik als opslag diverse schone grond- en zandsoorten. Aan de Hamweg 6 is het afvalinnamestation en hier wordt puin gebroken. Het innamestation is bedoeld voor zowel particulieren als bedrijven. Aan de Hamweg kan bouw- en sloopafval, glas, bitumineuze producten, asbest, hout en diverse gradaties van bedrijfsafval ingeleverd worden. Naast inname kan men ook containerbakken op locatie laten bezorgen en ophalen. Verder werkt

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 7

Driessen samen met lokale ondernemers voor het innemen van groenafval. De Hamweg ong. is in gebruik als opslag van diverse grondstromen ten behoeve van de grondbank. Vanaf eind jaren negentig van de vorige eeuw heeft Driessen samen met de gemeente Horst aan de Maas gezocht naar ruimte en mogelijkheden voor doorontwikkeling van de onderneming op een duurzame locatie. Ook verplaatsing van activiteiten naar andere locaties is meerdere malen onderzocht maar heeft tot op heden voor partijen niet kunnen leidden tot een verantwoorde oplossing. Om richting te kunnen geven aan de gewenste samenvoeging van de vier bedrijfslocaties op een toekomstbestendige locatie en om de gemeente Horst aan de Maas en haar inwoners en bedrijven de noodzakelijke en gewenste service te kunnen blijven bieden, is er een oplossing gevonden aan de Horsterweg te Grubbenvorst, gelegen binnen de Structuurvisie Klavertje 4, meer specifiek Klaver 11. Voor de locatie aan de Handelstraat 5 zal worden uitgesloten dat hier in de toekomst puinbreekactiviteiten mogen plaatsvinden. Onderdeel van de integrale overeenkomst is dat de locatie Sintelweg 4 wordt meegenomen in onderhavige wijziging van het omgevingsplan en hierin een bedrijfsfunctie krijgt. Driessen Grondwerken BV is initiatiefnemer van onderhavig project en acteert hierin samen met de B.V. Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo.

In het collegeprogramma van de gemeente Horst aan de Maas wordt aangegeven dat doorstromers naar de Klavers kansen bieden voor revitalisering van bestaande bedrijventerreinen en omvorming van vrijkomende (solitaire) bedrijfslocaties richting woningbouw, akkerbouw of natuur. Vooral de beide bedrijfslocaties aan de Hamweg met een steenbreker in de directe omgeving van een stiltegebied nopen tot een evenwichtigere toedeling van functies en dus verplaatsing van deze activiteiten naar een hiervoor geschiktere locatie. Een centralisering van activiteiten, en dus het samenvoegen van activiteiten van de 4 locaties, zou een oplossing kunnen bieden voor de geschetste omgevingsproblemen en ruimte en mogelijkheden bieden voor het realiseren van de gestelde natuur- en klimaatdoelstellingen; tevens wordt op deze manier ervoor gezorgd dat het bedrijf vanuit bedrijfseconomisch oogpunt toekomstbestendig wordt.

Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas heeft medewerking toegezegd aan de samenvoeging en het toekomstbestendig maken van de bedrijfsactiviteiten van Driessen Grondwerken BV aan de Horsterweg te Grubbenvorst en aan een herbestemming van de overige betrokken locaties. Om ook deze vertreklocaties een passende functie te kunnen geven, dient voor deze ontwikkeling een wijziging van het omgevingsplan te worden vastgesteld.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 8

1.2

Het plangebied

Het plangebied is verdeeld over 6 locaties binnen de gemeente Horst aan de Maas: vier te beëindigen of af te schalen locaties, één nieuwe locatie waar alle grondwerk- en recyclingactiviteiten samen zullen worden gevoegd en één locatie welke passend zal worden herbestemd en daarmee wordt toegevoegd aan Klaver 11. De af te schalen locaties betreffen: Dijkerheideweg ong., kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie T perceelnummers 2000, 2003 en 2018 (ged.). De locatie kent de bestemming Bedrijf, met uitzondering van perceel 2003 welke de bestemming Verkeer heeft en ook de bestemming Bedrijf krijgt in verband met de verplaatsing van het elektriciteitshuisje. Dit deel van het plangebied ligt in het buitengebied ten zuidoosten van de kern Horst en ten zuiden van de A73. De omvang van dit deel van het plangebied bedraagt circa 5677 m2. Op onderstaande luchtfoto en uitsnede uit de kadastrale kaart is de ligging van de locatie (blauw omlijnd) weergegeven:

Figuur 1: LuchtfotoDijkerheideweg

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 9

Figuur 2: kadastrale kaart Dijkerheideweg

Op deze locatie komt de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - grondverzetbedrijf' te vervallen en de vergunning die ziet op de grondverzetactiviteit wordt ingetrokken. Wel wordt het mogelijk gemaakt om ten behoeve van de bedrijfsbestemming (milieucategorie 1 en 2) nieuwe bebouwing op te richten met een totaal bebouwingsoppervlak van maximaal 2270 m2. Hamweg 6 en tegenover gelegen perceel, kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie T perceelnummers 658, 1687, 1688, 1689 en 4897. Dit deel van het plangebied ligt eveneens in het buitengebied ten zuidoosten van de kern Horst en ten zuiden van de A73. De omvang van dit deel van het plangebied bedraagt 17.063 m2. Vanwege het feit dat er ten behoeve van de nieuwe woning aan de Hamweg 6 een spuitvrije zone opgenomen dient te worden, worden tevens delen van de gronden kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie T perceelnummer 2040 en sectie C perceelnummer 2534 meegenomen in de wijziging van het omgevingsplan. Op onderstaande luchtfoto en uitsnede uit de kadastrale kaart is de ligging van de locatie (blauw omlijnd) weergegeven:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 0

Figuur 3: LuchtfotoHamweg

Figuur 4: kadastrale kaart Hamweg

Aan de Hamweg 6 komt de bestemming Bedrijf met de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf' en 'specifieke vorm van bedrijf - puinbrekeractiviteiten' te vervallen en wordt herbestemd ten behoeve van de realisatie van één woning op een bestemmingsvlak Wonen van 750 m2, welke woning in de plaats komt van de bedrijfswoning welke binnen de vigerende bestemming is toegestaan; de resterende gronden krijgen de functie Natuur , evenals perceel T 1687 en de delen van de percelen T 2040 en C 2534 welke binnen een afstand van 50 m

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 1

rondom de woonfunctie liggen. Dit laatste heeft te maken met het waarborgen van een spuitvrije zone van 50 m.

De overzijde van de Hamweg 6 krijgt eveneens de functie Natuur. Handelstraat 5, kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie T perceelnummers 783, 784, 1324, 1899 en 4627. Dit deel van het plangebied ligt op het bedrijventerrein Hoogveld. De omvang van dit deel van het plangebied bedraagt 26.019 m2. Op onderstaande luchtfoto en uitsnede uit de kadastrale kaart is de ligging van de locatie (blauw omlijnd) weergegeven:

Figuur 5: LuchtfotoHandelstraat 5

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 2

Figuur 6: kadastrale kaart Handelstraat 5

De bedrijfsbestemming op deze locatie wordt beperkt afgeschaald in die zin dat hier het breken en opslaan van puin niet meer is toegestaan. Hiertoe is in de regels een bepaling opgenomen. Overige bedrijven van categorie 3.1 tot en met categorie 3.2, die zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage bij de regels) en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of activiteiten blijven hier toegestaan. Ontwikkellocatie Horsterweg ongenummerd te Grubbenvorst, kadastraal bekend als gemeente Grubbenvorst, sectie L perceelnummer 1034 (ged.). Dit deel van het plangebied ligt eveneens in het buitengebied ten zuidoosten van de kern Horst en ten zuiden van de A73. De omvang van dit deel van het plangebied bedraagt 70.010 m2. Op onderstaande luchtfoto en uitsnede uit de kadastrale kaart is de ligging van de locatie (blauw omlijnd) weergegeven:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 3

Figuur 7: luchtfotoHorsterweg, nieuwe locatie

Figuur 8: kadastrale kaart Horsterweg, nieuwe locatie

Op deze locatie worden de bedrijfsactiviteiten van Driessen Grondwerken BV samengevoegd. Sintelweg 4 te Grubbenvorst, kadastraal bekend als gemeente Grubbenvorst, sectie L perceelnummer 944, 946, 330 (ged.) en 364. Dit deel van het plangebied ligt eveneens in het buitengebied ten zuidoosten van de kern Horst, ten zuiden van de A73 en grenst aan de bedrijfsbestemmingen binnen het plangebied Klaver 11. De omvang van dit deel van het plangebied bedraagt 37.268 m2. Op onderstaande luchtfoto en uitsnede uit de kadastrale kaart is de ligging van de locatie (blauw omlijnd) weergegeven:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 4

Figuur 9: luchtfotoSintelweg 4

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 5

Figuur 10: kadastrale kaart Sintelweg 4

Op onderstaande afbeelding zijn de locaties op één overzichtskaart in beeld gebracht:

Figuur 11: overzichtskaart

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 6

1.3

Het omgevingsplan

Voor de delen van het plangebied vigeren de volgende (tijdelijke delen van het) omgevingsplan: Naam omgevingsplan

Bestemming en aanduidingen

Vaststelling Raad

Bestemmingsplan Buitengebied Dijkerheideweg : 19 december 2017 Horst aan de Maas -Bedrijf - bouwvlak gelijk aan bestemmingsvlak (bestaande bebouwingsoppervlakte is toegestaan) -Waarde - Archeologie 3 -Specifieke vorm van bedrijf grondverzetbedrijf -Overige zone - heideontginning -Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol - Overige zone - Beekdal Percelen C2534, C 4897, T 1687 en T2040 -Agrarisch met waarden -Waarde - Archeologie 3 -Overige zone - beekdal -Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol Hamweg 6, Horst

Hamweg 6: -Bedrijf -Waarde - Archeologie 3 -Specifieke vorm van bedrijf aannemersbedrijf -Specifieke vorm van bedrijf puinbrekeractiviteiten -Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol -Maatvoering: oppervlakte 1608 m2

6 februari 2017

Werkgelegenheidsgebieden I

Handelstraat 5: -Bedrijventerrein -Waarde - Archeologie -Bouwvlak -Functieaanduiding: bedrijfscategorie 4.2 en klein deel categorie 2

10 september 2013

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 7

Klaver 11

Horsterweg ong.: 16 december 2014 -Bedrijventerrein - Agribusiness 2 -Leiding - Hoogspanningsverbinding -Bouwvlak -Functieaanduiding: bedrijf tot en met categorie 4.2 -Maatvoeringen: maximum bouwhoogte (m): 12 maximum bebouwingspercentage (%): 40 -Gebiedsaanduiding: vrijwaringszone - weg milieuzone - geurzone Sintelweg 4: -Wonen -Bouwvlak -Agrarisch -Functieaanduiding: Groen -Gebiedsaanduiding: vrijwaringszone - weg

Bestemmingsplan 'Parapluplan Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021' (geldt voor alle delen van het plangebied)

uitbreiding algemene mogelijkheden tot huisvesting van internationale werknemers

20 april 2021 (NB: op 22 april 2025 is een voorbereidingsbesluit genomen, waardoor dit parapluplan maximaal 1,5 jaar buiten werking is gesteld.)

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 8 Figuur 12: uitsnede vigerend omgevingsplan Dijkerheideweg

Figuur 13: uitsnede vigerend omgevingsplan rondom en tegenover Hamweg 6 (C2534, C 4897, T 1687 en T2040

)

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 1 9

Figuur 14: uitsnede vigerend omgevingsplan Handelstraat 5

Figuur 15: uitsnede vigerend omgevingsplan Horsterweg

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 0

Figuur 16: uitsnede vigerend omgevingsplan Sintelweg 4

Voor de ontwikkellocatie aan de Horsterweg ong. bepaalt het bestemmingsplan Klaver 11 dat de voor 'Bedrijventerrein - Agribusiness 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor uitsluitend agribusinessbedrijven met dien verstande dat deze bedrijven moeten passen binnen ten hoogste milieucategorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Onder 'agribusiness 2' worden bedrijfsmatige activiteiten verstaan die een ondersteunende, toeleverende, verwerkende of dienstverlenende functie hebben voor agrarische bedrijvigheid. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om bedrijven die zich bezighouden met vervaardiging en verwerking van agrarische grondstoffen, halffabricaten en reststromen, industriële bedrijven in de machinebouw en metaalconstructie. De verplaatsing van Driessen Grondwerken BV past maar ten dele binnen deze bestemming omdat het bedrijf zich niet alleen richt op verwerking van agrarische grondstoffen maar van goederenstromen in zijn algemeenheid. Derhalve zal voor de nieuwe ontwikkeling een passende functietoedeling dienen plaats te vinden. Alle locaties zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in die zin dat de ontwikkellocatie pas kan worden ontwikkeld als de vertreklocaties een passende herbestemming krijgen; andersom zullen de vertreklocaties niet eerder een passende herbestemming krijgen, voordat de verplaatsing naar de Horsterweg planologisch is geregeld.

Deze exercitie kan uitsluitend via een wijziging van het omgevingsplan gerealiseerd worden.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 1

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteiten en functies die mogelijk wordt gemaakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk- functionele situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 6 gaat in op de vraag of er sprake is van een beperkingengebied. In hoofdstuk 7 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde, waarna de conclusie in hoofdstuk 8 volgt. Per onderdeel zal een uitsplitsing per locatie worden gemaakt.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 2

Hoofdstuk 2 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie van het plangebied en de omgeving ervan. Dit dient als basis voor de voorgenomen ontwikkeling.

2.1

Ruimtelijke en functionele structuur

Hamweg en Dijkerheideweg De beide locaties aan de Hamweg en de locatie aan de Dijkerheideweg liggen in het buitengebied ten zuidoosten van de kern Horst. Tussen beide straten in bevindt zich natuurgebied de Reulsberg. Het gebied is 105 ha groot en bestaat uit een stuifzandduin dat, teneinde het zand te beteugelen, met naaldhout werd bebost. Er zijn enkele heide- en stuifzandrelicten. De Reulsberg is een wandelgebied, deels in eigendom van de gemeente Horst aan de Maas, deels in handen van particulieren. Binnen de Reulsberg ligt ook een motorcrossterrein. Het gebied is gelegen tussen het dal van de Groote Molenbeek met natuurgebied 't Ham, en het dal van de Langevense Loop. Beide waterlopen lopen in noordoostelijke richting.

Handelstraat De locatie Handelstraat 5 ligt op bedrijventerrein Hoogveld in Horst. Het betreft een bedrijventerrein voor bedrijven tot en met de milieucategorie 3.2 waarbij het zuidelijke deel voornamelijk bestemd is voor de zwaardere bedrijven tot milieucategorie 4.2 en het noordoostelijke deel voor lichtere bedrijven tot de milieucategorie 2. Het bedrijventerrein kent weinig tot geen uitbreidingsmogelijkheden.

Horsterweg en Sintelweg 4 De ontwikkellocatie aan de Horsterweg is, evenals de Sintelweg 4, gelegen in het gebied van Klaver 11 dat wordt begrensd door de A73 in het noordoosten, de Dijkerheideweg in het noorden en de Horsterweg/Venloseweg in het zuidwesten. In het uiterste noorden van Klaver 11 naderen de A73 en de Venloseweg elkaar en lopen parallel in de richting van Horst. Aan de zuidzijde van Klaver 11 ligt het bedrijf BVB-Euroveen. Binnen Klaver 11 bestaat verder een gevarieerd patroon aan bedrijven. In het zuidelijk deel zijn de bedrijven Kurstjens en AgXeed gevestigd. Deze bedrijven behoren tot de categorie 'agribusiness'. In het midden en noorden zijn Carrier Transicold (gekoeld transport), I.R.F. en TIP (transportbedrijven), Walkro (productielocatie voor champignonteelt en compostering) en ARCO Solutions (assemblage en toelevering voor logistieke processen voor de voedselindustrie) gevestigd. In de noordwestelijke hoek van Klaver 11 bevinden zich nog twee agrarische bedrijven (glastuinbouw en pluimveehouderij) en een tweetal burgerwoningen Venloseweg 113 en Sintelweg 4). Aan de overzijde van de Horsterweg ligt het glastuinbouwgebied Californië en aan de overzijde van de A73 ligt landbouwontwikkelingsgebied Witveldweg.

Aan de overzijde van de Horsterweg zijn een tiental burgerwoningen gesitueerd, twee niet-agrarische bedrijven, één sportfunctie en één huisvestingslocatie voor arbeidsmigranten. | bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 3

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 4

Hoofdstuk 3 VOORGENOMEN ONTWIKKELING 3.1

Initiatief

Zoals in paragraaf 1.1 al aan de orde is gekomen, is het bedrijf Driessen momenteel op 4 locaties gehuisvest: Handelstraat 5 Dijkerheideweg 2 locaties aan de Hamweg De Handelstraat 5 zal de huidige bedrijfsbestemming voor bedrijven tot en met de milieucategorie 4.2 behouden, waarbij op de verbeelding en in de planregels een aanduiding zal worden toegevoegd waarmee wordt voorkomen dat er nieuwe puinbreekactiviteiten zullen mogen plaatsvinden. De voor de puinbreekactiviteiten vigerende vergunningen zullen geheel worden ingetrokken.

De Dijkerheideweg zal de huidige bestemming Bedrijf behouden, doch de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - grondverzetbedrijf' zal komen te vervallen.

De Hamweg 6 heeft nu de bestemming Bedrijf met de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf' en 'specifieke vorm van bedrijf - puinbrekeractiviteiten'. Deze bedrijfsbestemming met de mogelijkheid voor een bedrijfswoning zal komen te vervallen, alle opstallen worden gesloopt en bedrijfsactiviteiten beëindigd en hiervoor in de plaats komt de bestemming Wonen ten behoeve van de realisatie van één burgerwoning (ter vervanging van de mogelijkheid voor de realisatie van een bedrijfswoning) waarbij de woonfunctie in totaal circa 750 m2 groot zal worden en de overige gronden de bestemming Natuur krijgen en zullen worden voorzien van een landschappelijke inpassing.

De Hamweg ong. zal eveneens worden verkocht aan het Ontwikkelbedrijf en zal in dit omgevingsplan van de bestemming Agrarisch met waarden naar de bestemming Natuur gaan. Om deze locatie passend te laten aansluiten op het aangrenzend natuurgebied de Reulsberg en zo een ecologische verbindingszone tot stand te brengen tussen de Reulsberg en het dal van de Groote Molenbeek, zal een landschappelijk inpassingsplan worden opgesteld.

De Sintelweg 4, gelegen in het Ontwikkelingsgebied Agribusiness zoals bedoeld en omschreven in de Intergemeentelijke Structuurvisie Klavertje 4-gebied, en nu bestemd als Wonen en Agrarisch, zal worden meegenomen in onderhavige wijziging van het omgevingsplan en zal hierin tot een maximale omvang van 31.561 m2 worden bestemd als bedrijf. De twee stroken aan de noord- (A73) en zuidzijde (Sintelweg 4) van de locatie, worden bestemd als Groen. De huidige opstallen zullen geheel worden gesloopt.

Alle bedrijfsactiviteiten van Driessen Grondwerken BV zullen worden samengevoegd op de nieuwe locatie aan de Horsterweg ongenummerd. Aan die locatie zal een passende functie worden toegekend waarbinnen de huidige en voorgenomen activiteiten van Driessen een plek | bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 5

kunnen krijgen; dit betekent met name dat de bedrijfsactiviteiten geen link meer behoeven te hebben met agrarische bedrijvigheid en dat de puinbreker in de gewenste omvang een plek krijgt binnen de bedrijfsfunctie. Voor het overige zijn bedrijfsactiviteiten tot en met de milieucategorie 4.2 nu reeds toegestaan. Op deze locatie zullen, naast het bijbehorende kantoor, in- danwel uitpandig de volgende activiteiten plaatsvinden: a. aanvoer, opslag en overslag van los gestorte bouwstoffen zoals zand, grond, grind en (puin)granulaat en daarmee vergelijkbare stoffen; b. aanvoer, opslag, be- en verwerking van materialen die vrijkomen bij de bouw en sloop van gebouwen en terreinen zoals puin, asfalt, hout, glas, asbest, groenresten en daarmee vergelijkbare stoffen; c. het verwerken en opwaarderen van ingenomen bouw- en grondstoffen als genoemd onder a. en b., maar niet beperkt tot het breken van puin en asfalt; d. het reinigen en verwerken van bijvoorbeeld plastics en daarmee vergelijkbare activiteiten en de opslag en overslag van aldus geproduceerde nieuwe producten en nieuwe grondstoffen; e. de inname van afval en te recycleren producten en materialen van particulieren en bedrijven; f. voorzieningen voor het be- en verwerken van de onder a en b genoemde producten ten bate van het hergebruik hiervan of van onderdelen hiervan; g.

stalling, opslag en beheer van materiaal en materieel benodigd voor het (incidenten)beheer van wegen zoals gladheidbestrijding maar ook calamiteitenvoorkoming en -bestrijding; h. stalling, opslag en beheer van eigen materiaal en eigen materieel benodigd voor de uitvoering van infrastructurele, bouw, cultuur- en civieltechnische werken; i. voorzieningen voor het onderhoud, stalling, reparatie en beheer van bij bovengenoemde activiteiten noodzakelijke machines, vervoersmiddelen en installaties.

3.2

Stedenbouwkundig

Handelstraat 5 Op deze locatie zullen er in beginsel geen stedenbouwkundige wijzigingen plaatsvinden. De puinbreekactiviteiten komen hier niet meer terug hetgeen gewaarborgd wordt middels toevoegen van een bepaling in de planregels, en het perceel zal gebruikt worden voor overige bedrijfsactiviteiten in maximaal de milieucategorie 4.2.

Dijkerheideweg Op deze locatie zullen geen stedenbouwkundige wijzigingen plaatsvinden. De grondverzetactiviteiten worden beëindigd en het perceel kan gebruikt worden voor overige bedrijfsactiviteiten in maximaal de milieucategorie 2.

Hamweg 6 Na sloop van alle bedrijfsopstallen, sanering van de locatie en intrekking van alle vergunningen, zal binnen een oppervlak van 750 m2 een nieuwe woning worden gerealiseerd ter vervanging van de bestaande mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning. Hoe deze woning zal worden vormgegeven is op voorhand niet bekend, maar voorwaarde is dat deze een maximaal volume krijgt van 750 m3 en zal bestaan uit één bouwlaag met een hellende kap. Aan de toe te

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 6

delen functie Wonen zullen bouwregels worden gekoppeld welke, behoudens het noodzakelijke maatwerk, in de lijn liggen met de bouwregels die binnen de bestemming Wonen gelden in het Bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas 2017, waarmee zoveel mogelijk een uniforme regeling voor woningen in het buitengebied wordt beoogd. De nieuwe bebouwing en landschappelijke inpassing dient te voldoen aan het bepaalde in het aan de planregels gekoppelde beeldkwaliteitsplan. De globale indeling van het perceel en de situering van de bestemming Wonen en het bouwvlak ten behoeve van de woning is op de volgende schets weergegeven:

Figuur 17: inrichting Hamweg 6

Hamweg ong. Op deze locatie zal in het geheel niet worden gebouwd, zoals voorgaande schets ook laat zien. Deze gronden krijgen een natuurfunctie.

Sintelweg 4 Na sloop van alle opstallen zullen hier nieuwe bedrijven gevestigd kunnen worden. Welke bedrijven dit zullen zijn en hoe ze worden vormgegeven is op voorhand niet bekend. Aan de nieuw toe te delen functie Bedrijventerrein ten behoeve van agribusiness -2 zullen bouwregels worden gekoppeld welke vergelijkbaar zijn met de bouwregels binnen het Bestemmingsplan Klaver 11, waarmee een uniforme regeling voor bedrijven in dit gebied wordt beoogd. De nieuwe bebouwing en landschappelijke inpassing dient te passen binnen de kaders van het beeldkwaliteitsplan, bijgevoegd als Bijlage 2 bij de planregels. De bouwhoogte wordt gemaximeerd op 12 m. Uit de bezonningsstudie (bijgevoegd als Bijlage 4) blijkt dat de belangen

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 7

van het nabijgelegen glastuinbouwbedrijf niet worden geschaad bij deze maximale bouwhoogte.

Horsterweg ongenummerd Bij de inrichting van het nieuwe bedrijfsperceel van Driessen wordt rekening gehouden met invloeden vanuit de omgeving. Zo dient het gebied onder de hoogspanningsmasten vrij te zijn van bebouwing en gelden er beperkingen vanwege het magnetisch veld. Een strook van 100 m vanuit de as van de buitenste rijbaan van de A73 valt binnen de vrijwaringszone van de weg. In de zone tussen de 50 en 100 meter kunnen bouwwerken worden gerealiseerd, indien er geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen van het wegverkeer en mits hiervoor instemming is verkregen van Rijkswaterstaat. Binnen deze 50-100 m vanuit de A73 zijn de keerwanden (legioblokken met een hoogte van circa 4 m) ten behoeve van de inname en opslag van goederen gepland, alsmede de weegbruggen met een kantoortje (hoogte van circa 3 m). Om het zicht op opgeslagen goederen vanaf de A73 te beperken, zal parallel aan de A73 de grondwal worden verhoogd van 2 m (voor en voorbij het plangebied) tot een hoogte van circa 4 m ter plaatse van het plangebied, welke grondwal voorzien wordt van beplanting. De doorsnede van het hoogste deel van deze grondwal, met aan de linkerzijde de bedrijfslocatie en aan de rechterzijde de A73, laat zich als volgt schetsen:

Figuur 18: doorsnede van grondwal

Langs de Gekkengraaf zal, daar waar geen bedrijfsgebouw wordt gerealiseerd, een damwand 'fop-gevel' met een hoogte van 4 m en een lengte van circa 110 m worden gerealiseerd; deze gaat schuil achter de bomenrij die tussen deze wand en de Gekkengraaf staat. Door de situering van de fop-gevel op de erfgrens wordt de bedrijfsvoering niet gehinderd en kan het interne bedrijfsverkeer geheel achter deze wanden manoeuvreren. Op onderstaande tekening is deze dwarsdoorsnede gevisualiseerd:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 8

Figuur 19: fopgevel langs Gekkengraaf

Buiten de opslag van grond, zand, teelaarde, beton-, meng- en asfaltgranulaat, puin, de innameplekken van stoffen en de weegbruggen, zullen er tussen het tracé van de hoogspanningsleidingen en de vrijwaringszone van de A73 enkele bedrijfsgebouwen worden gerealiseerd. Het betreft een kantoor ten behoeve van het bedrijf, een werkplaats,een sorteerhal met milieustraat en een opslaghal. Op figuur 20 (en als separate bijlage 1) is de inrichtingsschets alsmede een 3D-visualisatie van de massa's weergegeven:

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 2 9

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 0

Figuur 20: impressie nieuwbouw(plattegrond en in vogelvlucht)

Op figuur 21 is een impressie weergegeven van het kantoor met omliggende bebouwing:

Figuur 21: impressie kantoor

De bouwhoogte van het kantoor bedraagt maximaal 11 m en de goothoogte maximaal 7,5 m. De voorgevel van het representatieve kantoor zal op de nieuw te realiseren interne ontsluitingsweg worden georiënteerd. De nieuwe bebouwing en landschappelijke inpassing dient te passen binnen de kaders van het beeldkwaliteitsplan, bijgevoegd als Bijlage 2 bij de planregels.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 1

3.3

Duurzaamheid

Op 15 december 2020 is door de gemeenteraad het 'Kader Opwekking Duurzame Elektriciteit vastgesteld (KODE). In KODE zijn kaders opgesteld over de manier waarop de gemeente duurzame elektriciteit willen gaan opwekken. Hierbij gaat het over mogelijke toekomstige plaatsen, koppelkansen, inpassing, hinder en participatie en de voorwaarden hiervoor. De gemeente Horst aan de Maas wil in 2050 klimaatneutraal zijn en al in 2030 35% minder energie verbruiken en 30% van de rest van de energie die nodig is duurzaam en lokaal opwekken. Ter plaatse van de nieuwe bedrijfslocaties aan de Horsterweg ong, de Sintelweg en ook bij de nieuwe woning aan de Hamweg 6 welke in de plaats komt van de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning, zal de nieuwbouw zoveel als mogelijk energieneutraal zijn, door het opwekken van eigen zonne-energie, het gebruik van warmtepompen en indien mogelijk het hergebruik van hemelwater. Voor het bedrijf Driessen zal dit betekenen dat met de opgewekte zonne-energie ook (een deel van) het wagenpark kan rijden door daar waar bedrijfstechnisch mogelijk en bedrijfseconomisch haalbaar is, gebruik te maken van elektrische voertuigen en machines.

3.4

Landschappelijk

Handelstraat 5 Doordat deze locatie de bedrijfsbestemming behoudt, is op voorhand niet bekend hoe het perceel gebruikt zal gaan worden en of hiermee sprake kan zijn van een gewijzigde inrichting. Het is en blijft een bedrijfsperceel waarbij de mate van landschappelijke inpassing gering is. Tussen het bedrijfsperceel en de Hesselenweg ligt een groenstrook met bomen en struiken welke zorgt voor een landschappelijke afscheiding tussen het bedrijventerrein Hoogveld en het beekdal van de Groote Molenbeek.

Dijkerheideweg Indien deze locatie door een nieuwe gebruiker in gebruik zal worden genomen voor bedrijfsactiviteiten in maximaal de milieucategorie 2, is het aan deze nieuwe gebruiker of en op welke wijze zijn bedrijfsactiviteiten landschappelijk zullen worden ingepast. Op voorhand kan hiervoor geen plan worden opgesteld.

Hamweg 6 Het perceel rondom de nieuw te realiseren woning zal geheel landschappelijk worden ingepast en samen met de nieuwe natuur op het tegenover liggende perceel Hamweg ong. zal er een ecologische verbindingszone tot stand komen tussen natuurgebied de Reulsberg en het beekdal van de Groote Molenbeek. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat als figuur 21 is opgenomen en tevens als Bijlage 6 is bijgevoegd. Het plangebied wordt ingericht met verschillende natuurtypen.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 2

Figuur 22: impressie landschappelijke inpassing Hamweg

Het woonperceel behoort niet tot deze ecologische verbindingszone maar zal ook passend worden aangeplant. Hiertoe kan eerst een inrichtingsplan worden opgesteld zodra bekend is hoe de woning zal worden vormgegeven.

Sintelweg 4 Na sloop van alle opstallen zullen hier nieuw bedrijven gevestigd kunnen worden. De niet tot bedrijf te bestemmen gronden, zijnde twee stroken aan de noord- (A73) en zuidzijde (Sintelweg 4) van de locatie met een totale omvang van 5.208 m2, worden bestemd als Groen en zullen derhalve landschappelijk worden ingepast conform het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan.

Horsterweg ong. De nieuwe bedrijfslocatie van Driessen ligt midden op het bedrijventerrein Klaver 11 en zal aan de zijde van de A73 ingekleed worden met een landschappelijk inpassingsplan conform het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan.

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 3

Hoofdstuk 4 BELEID EN REGELGEVING In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de activiteiten toegelicht en worden de activiteiten hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in hoofdstuk 5 van deze wijziging van het omgevingsplan gemotiveerd getoetst aan de activiteit. Er wordt per deellocatie getoetst aan de beleidsmatige uitgangspunten.

4.1

Rijksbeleid en Rijksregels

4.1.1

Nationale omgevingsvisie

Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Nederland gaat voor een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. In het landelijk gebied spelen veel nationale belangen die ruimte vragen, waaronder de ontwikkeling van een | bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 4

duurzame (kringloop)landbouw voor voedsel en agroproductie, het waarborgen van de waterveiligheid en klimaatbestendigheid, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende zoetwater en een goede kwaliteit van oppervlakte- en grondwater. Maar ook het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten, de productie en transport van hernieuwbare energie en het verbeteren en beschermen van de biodiversiteit hebben ruimte nodig. Het versterken van de natuur is mede vanwege de stikstofcrisis een urgente opgave. Deze verschillende, toenemende en deels strijdige claims op de fysieke leefomgeving vragen om nadere afweging zowel nationaal als in regionale en lokale gebiedsprocessen. In de omgevingsvisie is Venlo en omgeving aangewezen als stedelijke regio met een concentratie van topsectoren: Logistiek, Tuinbouw en uitgangsmaterialen en Agro & food. De opgave is te zorgen voor een excellent vestigingsklimaat met optimale (internationale) bereikbaarheid, een aantrekkelijke, groene, veilige en gezonde leefomgeving, en op de vraag afgestemd aanbod van ruimte voor bedrijvigheid, waarbij overschotten en tekorten worden voorkomen.

4.1.2

Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

Op 3 februari 2023 is het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE) vastgesteld. Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn. De milieueffecten van grondstoffengebruik in een circulaire economie, dus van alle Nederlandse productie en consumptie, vallen dan binnen de 'planetaire' grenzen. Het Rijk werkt aan een concretisering van de planetaire grenzen en de daaruit volgende 'veilige operationele ruimte' voor het grondstoffengebruik door Nederland en zet zich ook op Europees niveau in om dit verder te operationaliseren. Daarnaast zijn er op productgroepniveau circulariteitsdoelen uitgewerkt die betrekking hebben op het grondstoffengebruik. Het circulaire-economiebeleid is tot op heden vooral gericht op vrijwilligheid en vrijblijvendheid. Om de ambitie van volledige circulariteit te verwezenlijken zijn meer richtinggevende en dwingende maatregelen nodig. Daarom wordt ingezet op een mix van beprijzende, normerende en stimulerende maatregelen. In het NPCE wordt ingegaan op de verdere uitwerking van het ambitieuze klimaatdoel voor de circulaire economie. Door het sturen en faciliteren van (internationale) duurzame, circulaire ketens draagt beleid voor de circulaire economie immers bij aan de klimaatopgave. In het NPCE is een paragraaf gewijd aan hoogwaardige verwerking, afvalscheiding en recycling.

Als een product of materiaal wordt weggegooid of afgedankt, wordt gesproken over afval. Ook in een circulaire economie, waarin producten en materialen zo lang mogelijk worden gebruikt, zal er nog sprake zijn van afval: er zijn altijd producten en materialen die voor de gebruiker geen nut meer hebben en waar hij vanaf wil. In een goed werkende circulaire economie kan dat afval steeds vaker opnieuw worden gebruikt; het wordt in de economie gehouden. Als een product echt niet meer in de oorspronkelijke staat en voor hetzelfde doel kan worden gebruikt, worden de materialen zo goed mogelijk verwerkt, zodat ze toch weer in een andere hoedanigheid gebruikt kunnen worden. Alleen wanneer recycling vanwege technische of economische redenen niet meer tot de mogelijkheden behoort, zullen afval verbrand of gestort worden. Dat zal eveneens gebeuren met materialen die vanwege de milieu-impact of vanwege de impact op de volksgezondheid niet geschikt zijn om in te zetten om andere materialen te maken. Hergebruik van materialen met bescherming van mens en milieu staat bij het afvalstoffenbeheer voorop. Het Landelijk Afvalbeheerplan beschrijft de algemene wijze van afvalstoffenbeheer in

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 5

Nederland. Voor specifieke materialen beschrijft het wat de minimumstandaard van verwerking is. Goed afvalbeheer begint bij een goede scheiding en inzameling van afgedankte producten en materialen. Met het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) wordt gewerkt aan het meer en beter scheiden van huishoudelijk afval en afval uit de kantoor-, winkel- en dienstensector. Door afval meer en beter te scheiden, neemt de kwaliteit van de verschillende afvalstromen toe. Dit leidt tot het langer gebruiken van materialen en grondstoffen, hoogwaardige recycling en minder restafval. Zo wordt voorkomen dat waardevolle grondstoffen in het afval worden verbrand of gestort. Daarnaast wordt getracht de hoeveelheid afval te beperken met preventie. Zowel burgers als de diensten-, winkel- en kantoorsector leveren daar een bijdrage aan door het afval zo goed mogelijk gescheiden aan te bieden. Gemeenten stimuleren inwoners het afval goed te scheiden, door het aanbieden van passende inzamelmethoden en door communicatie, gedragsbeinvloeding en financiële prikkels. Inzamelaars zorgen voor het inzamelen van zo goed mogelijk gescheiden afvalstromen met zo min mogelijk vervuiling. De kans dat de stromen in de economie kunnen worden behouden, is dan het grootst.

Om de kwaliteit van gescheiden afvalstromen te verbeteren, stelt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat uniforme lijsten op voor wat wel en niet in gescheiden afvalstromen terecht mag komen. In Nederland wordt zo'n zestig miljoen ton afval per jaar geproduceerd. Ongeveer 80 procent daarvan wordt gerecycled. Tegelijkertijd zijn er nog flinke uitdagingen op het gebied van recycling, waaronder toewerken naar meer hoogwaardige recycling en de recycling van stedelijk afval (huishoudelijk afval plus het afval uit de kantoor-, winkel- en dienstensector). De Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen stelt dat lidstaten in 2035 65 procent van hun stedelijk afval moeten recyclen, oplopend van 55 procent in 2025 en 60 procent in 2030. Nederland recyclede in 2020 ongeveer 50 procent van het stedelijk afval. Maar er wordt nog best veel afval verbrand dat in potentie geschikt is voor recycling en we willen graag meer verwerkingscapaciteit voor recycling in Europa. Om ervoor te zorgen dat meer grondstoffen in de keten blijven voor recycling en niet worden verbrand of als zwerfvuil in het milieu komen, wordt het instrument 'uitgebreide producentenverantwoordelijkheid' (UPV) gebruikt. Met de UPV worden per productgroep producenten verantwoordelijk gemaakt voor (de kosten van) het inzamelen en recyclen van gebruikte producten.

In de UPV kunnen ook minimumdoelstellingen voor bijvoorbeeld inzameling, recycling en/of hergebruik worden opgenomen. Er geldt al een wettelijk verplichte UPV voor de productgroepen auto's, autobanden, verpakkingen, batterijen en accu's, en elektronische en elektrische apparaten. In 2023 geldt ook UPV voor verpakkingen uit de KWD-sector, wegwerpplastics en textiel. Ook worden UPV's ontwikkeld voor luiers en incontinentiemateriaal. Tevens worden de mogelijkheden verkend voor de productgroepen meubels, landbouwfolies en vloerbedekkingen. Voor een aantal stromen hebben producenten zonder dat er een wettelijk opgelegde UPV geldt, zelf een producentenverantwoordelijkheid ingericht, die vervolgens algemeen verbindend is verklaard (dit geldt voor vlakglas, papier en karton, en matrassen). UPV kan er ook aan bijdragen dat producenten alternatieven gaan zoeken voor het gebruik van gevaarlijke stoffen in producten, als die stoffen de recycling bemoeilijken. Dit is met name van belang voor zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Het productontwerp is bij uitstek het moment om ervoor te zorgen dat ZZS niet meer worden verwerkt in nieuwe producten (minimaliseren en voorkomen). Echter, ZZS zijn vaak pas als zodanig erkend nadat ze al op uitgebreide schaal in producten waren verwerkt. Deze producten blijven nog de komende decennia in de afvalfase terechtkomen.

Afvalstromen met deze erfenis-stoffen moeten zorgvuldig gerecycled worden. Daarbij moeten de ZZS zo mogelijk verwijderd worden. Als dat niet lukt en de materialen in de

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 6

kringloop blijven, mag de aanwezigheid van de ZZS hooguit een verwaarloosbaar risico vormen voor mens en milieu. Recycling kent meer en minder hoogwaardige vormen. Bij hoogwaardige recycling worden kwaliteitsproducten op de markt gebracht die zelf ook weer hoogwaardig verwerkt en toegepast kunnen worden. Het materiaal wordt dan grotendeels behouden voor de keten. Recycling is minder hoogwaardig wanneer de mogelijkheden om materialen te behouden voor de keten niet optimaal worden benut. Soms worden materialen en producten op zo'n manier toegepast dat ze snel, soms al na eenmalig gebruik, vernietigd worden. Er wordt gestreefd naar een zo hoogwaardig mogelijke recycling van materialen en producten. In het Circulair MaterialenPlan wordt specifiek aandacht geschonken aan het onderscheid tussen hoogwaardige en laagwaardige recycling en het kiezen voor recycling met een stortresidu in plaats van het volledig verbranden van een materiaalstroom. Hierbij helpt een goede bronscheiding en goede sortering van afvalstromen. Ook op Europees en internationaal niveau wordt ingezet op hoogwaardige verwerking. Met de herziening van de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA) kan worden gestuurd op een zo hoogwaardig mogelijke verwerking van al het afval binnen de EU.

Denk hierbij aan het alleen nog toestaan van afvalexport uit de EU als dat afval aantoonbaar volgens EU-eisen kan worden verwerkt. Bij afvaltransporten binnen de EU wordt gestuurd op hoogwaardige verwerking van afval aan de hand van nationale minimumstandaarden, om zo innovatieve verwerkingsmethoden een kans te geven.

4.1.3

Van Landelijk Afvalbeheerplan naar Circulair Materialenplan

Het beleid voor veilige en hoogwaardige verwerking van afvalstoffen in Nederland is opgenomen in het Landelijk AfvalbeheerPlan3. Maar een circulaire economie vraagt niet alleen om goed afvalbeheer aan het eind van de keten. Met het Circulair Materialenplan zal de reikwijdte van het huidige LAP uit worden gebreid, met meer sturing op de hogere treden van de afvalhiërarchie die van belang zijn voor een circulaire economie, zoals hergebruik en preventie. Daarnaast moet het Circulair Materialenplan een stevige juridische basis krijgen, zonder flexibiliteit te verliezen, zodat het vaker direct juridisch bindend is. Ook moet het Circulair Materialenplan bedrijven ondersteuning bieden voor de hoogwaardige verwerking van materialen en daarmee ook een stimulans bieden voor innovatie.

4.1.4

Instructieregels Rijk (AMvB's)

Bij het wijzigen van het omgevingsplan wordt het beoordelingskader gevormd door de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele andere instructies. Aan al deze aspecten genoemd in de instructieregels zal getoetst worden in hoofdstuk 5 van onderhavige motivering. De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. Bij een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient toetsing aan de ladder plaats te vinden (regionale behoefte, mogelijkheid realisatie in bestaand stedelijk gebied, multimodale ontsluitingsmogelijkheden). Uit uitspraken van de ABRvS blijkt dat een bestemmingsplan (lees: omgevingsplan) dat ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan geen uitbreiding

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 7

van het maximaal toegelaten oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet, tenzij de planologische functiewijziging van een zodanige aard en omvang is dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

4.1.5

Conclusie

Het project richt zich op per locatie op de volgende projecten: Handelstraat 5: De puinbreker verdwijnt en het perceel kan binnen de resterende bedrijfsbestemming gebruikt worden voor overige bedrijfsactiviteiten. Dit is geen activiteit die een rijksbelang raakt. Dijkerheideweg: De grondverzetactiviteiten worden beëindigd en het perceel kan binnen de resterende bedrijfsbestemming gebruikt worden voor overige bedrijfsactiviteiten. Hamweg 6: De bedrijfsactiviteiten worden geheel beëindigd en de locatie wordt gesaneerd. Er zal hiervoor in de plaats één woning worden gerealiseerd ter vervanging van de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfswoning, omringd door nieuwe natuur welke doorloopt over de Hamweg ong. Dit is geen activiteit die een rijksbelang raakt. Sintelweg 4: Na sloop van alle opstallen zullen hier nieuwe bedrijven gevestigd kunnen worden, omgeven door een groene inpassing. Er is naast ruimte voor grootschalige economische activiteiten ook behoefte aan ruimte voor meer kleinschalige bedrijvigheid. Het terrein van Greenport Business Park is hiervoor uitermate geschikt. Daarbij wordt aangesloten op de bestaande infrastructuren die mede van belang zijn voor de totale doorontwikkeling van Greenport Venlo.

Toetsend aan de ladder voor duurzame verstedelijking is gekeken naar de regionale behoefte, mogelijkheid voor realisatie in bestaand stedelijk gebied en de multimodale ontsluitingsmogelijkheden. Behoefte: Op 22 november 2024 is een behoefteonderzoek uitgevoerd door Buck Consultants International (zie Bijlage 3 van de motivering). Hierin is vermeld dat Klaver 11 en Klaver 14 binnen de Greenport-regio twee bedrijventerreinen zijn die zich richten op agri- activiteiten. Klaver 11 heeft een 'agri-gerelateerd' profiel, voor Klaver 14 is dit 'maak-agro- logistiek'. Op deze terreinen is respectievelijk 21,8 en 7,5 hectare beschikbaar. Uit de inventarisatie door Greenport Venlo komt naar voren dat er in de gemeente Horst aan de Maas vraag is naar in totaal 36 hectare aan bedrijfslocaties. 13 hectare hiervan (36%) komt vanuit 16 bedrijven met een behoefte van minder dan 2 hectare. Dit varieert van kavels van 5.000 m2 tot 15.000 m2, met een gemiddelde van circa 8.000 m2. Onderhavig omgevingsplan leidt tot een relatief gezien minimale wijziging in het aantal vierkante meters bedrijventerrein (circa 2,5 ha) waartoe een burgerwoonbestemming zal worden opgeheven. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is reeds circa 63 hectare als bedrijventerrein bestemd.

Realisatie in bestaand stedelijk gebied: op de bestaande bedrijventerreinen is onvoldoende ruimte, zoals blijkt uit het behoefteonderzoek. Multimodale ontsluitingsmogelijkheden: Afgezien van transport over de weg, zijn er, mocht de vraag hiernaar zich voordoen, ook mogelijkheden om transport via het spoor te laten verlopen, waarbij het laatste fase van het transport naar de Sintelweg via de weg dient plaats te vinden. Personen zijn aangewezen op de auto of fiets; de fietsverbindingen naar de Sintelweg zijn goed

| bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg | status: vastgesteld |

Pagina | 3 8

te noemen, nu er langs de Horsterweg en Venrayseweg sprake is van een vrijliggend fietspad.

Horsterweg ongenummerd: Op deze locatie worden alle bedrijfsactiviteiten van Driessen samengevoegd tot één nieuwe bedrijfslocatie. De bedrijfsactiviteiten richten zich primair op grondwerken en recycling. Recycling van materialen is van groot belang voor de toekomst. In de NOVI wordt dit zeer nadrukkelijk onderkend en is een hoofdstuk gewijd aan circulaire economie; verder ziet het NPCE op circulaire economie. Uitgangspunt is dat gebruikte grondstoffen en materialen in gebouwen, wegen, en objecten hun waarde behouden, zodat na de gebruiksfase geen afvalstromen overblijven. Dit vraagt enerzijds een andere manier van ontwerpen: veilige materialen, producten en processen die in de gehele levenscyclus geen schadelijke emissies of andere risico’s meer veroorzaken en dus verwaarloosbare gezondheidsrisico’s met zich meebrengen (safe-by-design). Maar het vraagt ook nieuwe logistieke concepten en bedrijven die kansen zien in het opnieuw in de markt zetten van afvalstromen als nieuwe grondstoffen door afvalstoffen op een juiste manier te scheiden, demonteren en recyclen. Zo zal Driessen zich onder andere gaan voorbereiden op de inzameling en scheiden van afgedankte zonnepanelen. De panelen, maar ook de omvormers, aansturing, constructie en bekabeling horen bij de markt voor circulaire zon-PV-systemen.

De verantwoordelijkheid voor inzameling en recycling van zonnestroominstallaties ligt bij Stichting OPEN die hiervoor samenwerk met partners in de markt, zoals Driessen. Een belangrijk onderdeel van het organiseren van de inzameling is het goed inregelen van het financieringsmechanisme voor het Circulariteitsfonds zonnepanelen. Daarnaast ziet Stichting OPEN kansen om de ingeregelde infrastructuur te benutten voor het opschalen van de circulaire ambities in de zonnesector. In samenwerking met alle relevante partijen zal bekeken worden welke ketenprojecten kans van slagen hebben. Een onderdeel van een ketenproject kan zijn het ontwikkelen van de juiste contractvoorwaarden rondom hoogwaardige recycling van PV. Idealiter worden de teruggewonnen grondstoffen ingezet voor hoogwaardige nieuwe producten, liefst nieuwe zonnepanelen, die in Europa worden geproduceerd. Voor zonnepanelen die voortijdig vrijkomen (dus niet end-of-life zijn) is een tweede inzet te prefereren, mits dit nog zinvol is. Om veilig hergebruik mogelijk te maken, zal Stichting OPEN tenminste de CENELEC-reuse standaard verplicht stellen (Europese standaard voor de verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparaten (e-waste)).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17078358/1