06c Nota van zienswijzen (geanonimiseerd)
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan “Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg ong. Grubbenvorst”
-Nota van zienswijzen-
Team Omgeving
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 2 van 5
INLEIDING Het TAM Omgevingplan “Hoofdstuk 22k Driessen Grondwerken Horsterweg ong. Grubbenvorst” met IMROidentificatie NL.IMRO.1507.GRHORSTERWEG-ON01. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling rondom Driessen Grondwerken bestaat uit een zestal locaties. De huidige locaties waar Driessen Grondwerken momenteel actief is, zijn: hoofdlocatie Hamweg 6, Hamweg ong. (tegenover de Hamweg 6), Dijkerheideweg 1a, Handelstraat 5 en de nieuwe locatie aan de Horsterweg ong. De eerder beoogde locatie aan de Sintelweg wordt ook ontwikkeld, zodat deze kan worden omgezet van de huidige agrarische functie naar een bedrijfsfunctie. Het ontwerp TAM Omgevingsplan heeft op grond van het bepaalde in artikel 16.30, lid 1 van de Omgevingswet gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen met ingang van 16 december 2025. De periode waarbinnen zienswijzen konden worden ingediend eindigde op 26 januari 2026. Er is gedurende deze periode één zienswijze ingediend. Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn ingediend en derhalve ontvankelijk. Indeling van deze nota Hieronder is de ingediende zienswijze samengevat en direct aansluitend, per onderdeel, (in cursief) beantwoord (deel I). Per zienswijze is afgesloten met een conclusie, waarin ook de consequenties voor het TAM Omgevingsplan zijn aangegeven.
Vervolgens volgt een overzicht van de wijzigingen in het plan (deel II), waarbij onderscheid is gemaakt naar wijzigingen in de toelichting, regels en op de verbeelding na zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. Tenslotte zijn de zienswijzen anoniem toegevoegd aan de bijlage van dit rapport.
Pag. 3 van 5
I
SAMENVATTING VAN DE INGEDIENDE ZIENSWIJZEN
Reclamant 1; Venloseweg 106, 5961 JD Horst, d.d. 6 januari 2026, ontvangen 6 januari 2026 Samenvatting De zienswijze van reclamant heeft betrekking op de volgende punten. a. Indieners stellen dat het college zich in de afweging uitsluitend zou hebben laten leiden door het bedrijfseconomisch belang van Driessen, hetgeen zij als willekeurig ervaren; b. Indieners stellen dat de huidige en toekomstige planregeling voor de Dijkerheideweg onzorgvuldig en onvoldoende duidelijk is, mede vanwege het vervallen van de specifieke aanduiding grondverzetbedrijf; c. Indieners bepleiten een natuurbestemming voor (onder meer) de locatie Dijkerheideweg, mede in relatie tot natuurgebied De Reulsberg en natuurcompensatieopgaven;
Reactie: a. Uit het collegevoorstel, de planmotivering en de onderliggende onderzoeken blijkt dat de planologische keuze integraal is afgewogen en is gebaseerd op: verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied (Hamweg, Dijkerheideweg); beëindiging van hinderlijke en buitengebiedsvreemde activiteiten; concentratie van milieubelastende functies op een daarvoor aangewezen bedrijventerrein (Klaver 11); versterking van natuurwaarden (o.a. ecologische verbindingszone Reulsberg – Groote Molenbeek); gemeentelijke, provinciale en rijksdoelstellingen op het gebied van circulaire economie en duurzaamheid. Dat hierbij ook rekening wordt gehouden met de continuïteit van een lokaal geworteld en maatschappelijk relevant bedrijf, maakt dit niet willekeurig, maar past binnen de vereisten van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Omgevingswet). b. De gemeente is van oordeel dat juist sprake is van een duidelijke, juridisch zorgvuldige en rechtszekere regeling. De huidige aanduiding specifieke vorm van bedrijf – grondverzetbedrijf wordt bewust beëindigd. Daarmee wordt een milieubelastende activiteit met aantoonbare hinder planologisch uitgesloten. De resterende bestemming Bedrijf (milieucategorie 1 en 2) is helder begrensd en sluit aan bij de VNG-systematiek en gemeentelijk beleid.
Deze bestemming is vergelijkbaar met de planologische mogelijkheden die ook elders in de gemeente als aanvaardbaar worden geacht in overgangszones. Het omgevingsplan laat geen planologische ruimte voor voortzetting van grondverzet- of opslagactiviteiten met een hogere milieubelasting. Daarmee neemt de rechtszekerheid voor omwonenden toe. c.
De wens tot natuurontwikkeling is begrijpelijk, maar leidt niet tot een ander oordeel. De gemeente maakt in dit project een gedifferentieerde afweging per locatie.
Pag. 4 van 5
Op de locaties Hamweg 6 en Hamweg ong. wordt juist substantieel ingezet op natuurontwikkeling, inclusief een ecologische verbindingszone. Voor de Dijkerheideweg is gekozen voor een tussenoplossing: beëindiging van zwaar milieubelastende activiteiten, zonder het perceel geheel “op slot” te zetten. Een volledige natuurbestemming is hier beleidsmatig niet afdwingbaar, mede gezien eigendomsverhoudingen en het ontbreken van een directe verplichting tot natuurcompensatie op deze exacte locatie. Daarmee wordt voldaan aan het proportionaliteits- en evenredigheidsbeginsel zoals vereist onder de Omgevingswet.
Conclusie De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot wijzigingen in het TAM-Omgevingsplan.
II
SAMENVATTEND OVERZICHT VAN DE WIJZIGINGEN IN HET PLAN
A. Wijzigingen n.a.v. ingebrachte zienswijzen De ingediende zienswijze heeft geen consequenties gehad voor de regels, toelichting of verbeelding van het omgevingsplan en bijbehorende bijlagen.
B. Ambtshalve wijzigingen Nog aan te vullen
Pag. 5 van 5
III BIJLAGEN 1. Zienswijze reclamant 1.