06c Nota ambtshalve wijzigingen Bosstraat ong. Hegelsom
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan “Bosstraat ong. Hegelsom”
- Ambtshalve wijzigingen -
Team Omgeving
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 2 van 26
INLEIDING Het TAM Omgevingsplan “Bosstraat ong. Hegelsom” met IMRO-identificatie NL.IMRO.1507.HSbosstraat36BPC1, betreft een wijziging van het Omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas om de realisatie van een woning op een perceel landbouwgrond (naast Bosstraat 36) mogelijk te maken. Het ontwerpwijzigingsplan heeft op grond van het bepaalde in artikel 16.30 Omgevingswet en artikel 10.3c Omgevingsbesluit gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen met ingang van 17 december 2025. De periode waarbinnen zienswijzen konden worden ingediend eindigde op 27 januari 2026. Zienswijzen Er is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Ambtshalve wijzigingen Bij de vaststelling van het TAM-omgevingsplan is het noodzakelijk om enkele wijzigingen in het plan door te voeren. De vaststelling dient gebaseerd te zijn op een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering van de belangenafweging die heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van het gemeentelijk beleid is in de toelichting van het ontwerp TAM-omgevingsplan niet ingegaan om de Omgevingsvisie (vastgesteld) en het programma Erfgoed. In samenhang met het beleidsprogramma Erfgoed dienen de regels ten aanzien van Archeologie aangepast te worden overeenkomstig de nieuwe standaarden.
De formulering van de planregels dient ook op verschillende punten aangepast te worden om beter aan te sluiten op de Omgevingswet. Het gaat daarbij in het bijzonder om de ‘afwijkingsbevoegdheden’ die zijn overgenomen uit het bestemmingplan Buitengebied Horst aan de Maas (onderdeel van het tijdelijk deel van Omgevingsplan). Daarnaast worden enkele randvoorwaarden die voortvloeien uit de ETFAL-analyse ook opgenomen in de planregels. Het gaat daarbij om de aanleg en instandhouding van voldoende hemelwaterberging en de landschappelijke inpassing. Aanpassingen zijn ondergeschikt van aard en leiden niet tot een wezenlijk ander plan. Het is daarom mogelijk deze aanpassingen bij de vaststelling door te voeren, zonder daarvoor een nieuwe procedure te doorlopen. In het onderstaande is meer specifiek aangegeven welke aanpassingen in het plan worden doorgevoerd.
Pag. 3 van 26
I
OVERZICHT VAN DE WIJZIGINGEN IN HET PLAN
A. Ambtshalve wijzigingen
Toelichting Hoofdstuk 3 Aan de tekst is een extra regel toegevoegd. (laatste alinea, laatste regel) ‘In dit specifieke geval wordt een grotere afstand (minimaal 5 meter) tot de voorste perceelgrens aangehouden’ Motivatie Standaard afstand van een woning tot de perceelsgrens bedraagt 2,5 meter. In het akoestisch onderzoek is een grotere afstand als uitgangspunt voor de berekeningen gehanteerd (5 meter). Deze afstand dient als minimumafstand tot de voorste perceelsgrens te worden aangehouden.
Hoofdstuk 4 Paragraaf 4.4.1. Structuurvisie Horst aan de Maas en Nota Kostenverhaal wordt vervangen door: 4 4.1 Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 Op 16 december 2025 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de omgevingsvisie Horst aan de Maas vastgesteld. De gemeente heeft de ambitie om in 2040 een groene, gezonde woongemeente te zijn met een duurzame, schone en innovatieve economie en agrarische sector, een herkenbaar en aantrekkelijk landschap en een sterk recreatief profiel. Gezondheid, veiligheid, groen, economie en wonen zijn belangrijk voor de toekomst van de gemeente. Aan de hand van 8 thema’s wil de gemeente de ambitie tot een succes maken, deze worden hieronder kort toegelicht. 1. De leefomgeving is gezond en veilig De gemeente wil inzetten op een gezond en veilig gemeente, waar iedereen kan wonen, werken, ondernemen, sporten, bewegen, spelen en recreëren in een prettige en veilige omgeving. 2. Woningen en voorzieningen naar behoefte De gemeente wil voldoende woningen bouwen en bestaande woningen aanpassen om op de demografische veranderingen aan te sluiten. 3. De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving De gemeente wil inzetten op werk en groei voor ondernemers. Hierbij is het van belang om bedrijventerreinnen te realiseren die circulair, groen en duurzaam zijn. De gemeente focust zich voornamelijk op lokale mkb
Pag. 4 van 26
bedrijven en agribusiness keten. Echter blijft vrijetijdseconomie en de zorg belangrijke sectoren in de lokale economie en wil de gemeente deze sectoren ruimte geven in dorpen en het buitengebied. Zo wil de gemeente flexibele bedrijventerreinen inrichten, waar groei en ontwikkeling centraal staat. Daarnaast wordt er gezorgd voor ‘schuifruimte’. Op deze wijze kunnen bedrijven bij groei verhuizen. Als laatst is er aandacht voor revitalisering van bedrijventerreinen, waar de gemeente zich richt op de indeling van een vrijgekomen locatie om ruimte te creëren voor startende en groeiende lokale bedrijven. Slim en dubbel ruimtegebruik wordt hierbij gestimuleerd. 4. Toekomstbestendige agrarische sector De gemeente wil zich inzetten op toekomstgerichte, duurzame en innovatieve landbouwgebieden. Hier is een goede balans nodig tussen landbouw, natuur, water, bodem en een gezonde leefomgeving. Ze willen hun goede balans van hun agrarische sector vasthouden en verder versterken. Daarnaast is het van belang om een diverse agrarische sector te creëren voor een sterkere en minder kwetsbare economie. 5. Een sterk toeristisch-recreatief profiel voor rust- en plezierzoekers De gemeente wil goed ingericht zijn voor recreatie en toerisme. De gemeente wil dit behalen door zich in te zetten op een mooie, rustige omgeving waar genoeg recreatiemogelijkheden zijn.
De ontwikkelingen richten zich op het aantrekken van meer bezoekers, maar houdt rekening met de capaciteit van de wegen, natuur en dorpen. 6. Identiteit door herkenbare landschappen en erfgoed De gemeente wil zich inzetten op het behouden en versterken van de eigenheid en kwaliteit van dorpen en linten. Daarnaast worden cultuurhistorische gebouwen, gebieden en landschappen behouden. Erfgoed moet beleefbaar en toegankelijk gemaakt worden voor iedereen. De gemeente kijkt naar de omgeving waarin het erfgoed ligt, waarbij kennis en maatwerk is hier van groot belang is. Als laatst is het van belang om herken bare en aantrekkelijke landschappen te realiseren. 7. Horst aan de Maas is groen en duurzaam De gemeente Horst aan de Maas wil in 2040 zoveel als mogelijk klimaatneutraal, klimaatbestendig en natuurinclusief zijn. Dit doen ze door zelf duurzame energie op te wekken en willen een slim energiesysteem dat opwekking, gebruik, opslag en omslag met elkaar verbindt. Het reizen moet hierbij ook groener worden. De natuurgebieden zijn met elkaar verbonden en kwetsbare natuur wordt extra goed beschermd door middel van natuurbuffers. Het bodem -en watersysteem moet hierbij goed gebalanceerd zijn. 8. Onze mobiliteit is op orde De gemeente streeft naar goed en veilig bereikbare gebieden. Er zijn minder verkeersslachtoffers en men sen voelen zich veiliger in het verkeer.
Zowel in als buiten de dorpen zoeken ze steeds een goede balans tussen bereikbaarheid en leefbaarheid, voor alle vormen van vervoer. Daarnaast richten ze zich op duurzamere mobiliteit, sterkere vervoersknoop Horst-Sevenum en een betere bereikbaarheid van bedrijventerreinen.
Pag. 5 van 26
De locatie aan de Bosstraat valt net buiten de kernrandzone rond de kern Hegelsom. Ten aanzien van woningbouw is in de visie aangegeven dat verdichting binnen de bestaande dorpsstructuren de voorkeur heeft. Buiten de kernrandzones worden geen nieuwe (solitaire) woningen meer toegestaan. Alleen in specifieke gevallen (bij het oplossen van grote ruimtelijke knelpunten) wordt een uitzondering gemaakt. Doorwerking plangebied Ontwikkeling past niet binnen de kaders van de Omgevingsvisie omdat de woning buiten de kernrandzone wordt opgericht. Principemedewerking is echter al geruime tijd geleden toegezegd op basis van de structuurvisie die eerder gold. Gelet op de gemaakte afspraken (overeenkomst) met initiatiefnemer en de ligging van het perceel is het evenwel niet bezwaarlijk om op deze locatie een woning mogelijk te maken, Stedenbouwkundig is een vrijstaande woning goed inpasbaar in het bebouwingslint en is geen sprake van aantasting van een waardevol doorzicht. Conclusie Onderhavige aanpassing van het omgevingsplan past binnen de gemeentelijke doelstellingen en het gemeentelijke beleid, deze aspecten vormen derhalve geen belemmering voor het plan.’
Pag. 6 van 26
Motivatie Bij de vaststelling dient te worden uitgaan van het geldende beleid op dat moment, in de toelichting dient daarom verwezen te worden naar de Omgevingsvisie.
Paragraaf 5.9.3 Water in relatie tot de ontwikkeling (nieuwe situatie) Aan de laatste alinea is een extra regel toegevoegd: ‘In de regels bij dit TAM-omgevingsplan is een voorwaardelijk verplichting opgenomen waarmee is geborgd dat een hemelwaterberging dient te worden aangelegd en in stand worden gehouden. Motivatie Naleving van deze randvoorwaarde kan alleen worden afgedwongen als deze als regel (voorwaardelijke verplichting) in het plan is opgenomen. Deze ontbrak nog in het ontwerpplan, deze toelichting en regels dienen op dit punt bij de vaststelling aangepast te worden.
5.12.1 Archeologie 3e alinea ‘Conform t/m bedraagt’ wordt vervangen door
Conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart zoals opgenomen in het programma Erfgoed is het plangebied gelegen in een gebied met een lage kans op vindplaatsen. Dit betekent dat bij een bodemingreep waarbij de bodem dieper dan 40 cm geroerd dient van tevoren onderzocht te worden op archeologische waarden indien het te verstoren oppervlakte meer dan 10.000 m² bedraagt. Motivatie Met het programma Erfgoed is ook een nieuwe archeologische beleidskaart vastgesteld. Regels voor deze locatie zijn op dit punt versoepeld, toelichting (en regels) worden op dit punt aangepast.
5.13 Landschap Aan de eerste alinea is een extra regel toegevoegd: ‘In de regels is een voorwaarde verplichting opgenomen waarmee het aanleggen en in stand houden van het landschappelijk inpassingplan is geborgd. Motivatie Naleving van deze randvoorwaarde kan alleen worden afgedwongen als deze als regel (voorwaardelijke verplichting) in het plan is opgenomen. Deze ontbrak nog in het ontwerpplan, deze toelichting en regels dienen op dit punt bij de vaststelling aangepast te worden.
Pag. 7 van 26
6.3.2 zienswijzen ‘Het ontwerp tam-imro plan heeft van XX tot en XX voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn tegen het ontwerp tam-imro plan geen zienswijzen ingediend. Wordt vervangen door: ‘Het ontwerp tam-imro plan heeft van 17 december 2025 tot en met 27 januari 2026 voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn tegen het ontwerp tam-imro plan geen zienswijzen ingediend’
Regels Artikel 1 Begripsbepalingen Verwijderd Artikel 1.3 Driftgevoelige functie Motivatie Begrip komt niet voor in de regels van het plan.
Toegevoegd Gewasbeschermingsmiddelen Gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309); Motivatie Begrip ontbrak in ontwerp
Artikel 5 Agrarisch met waarden 5.4. maatwerkvoorschriften Verwijderd Motivatie Artikel heeft geen toegevoegde waarde gelet op beperkte bouwmogelijkheden binnen de agrarische bestemming. Formulering was daarnaast onvoldoende afgestemd op de omgevingswet.
5.5 Beoordelingsregels voor afwijken bouwactiviteiten 5.5.1. Hoogte erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak
Pag. 8 van 26
Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.3 ten behoeve van het ophogen van de maximale hoogte voor erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak, onder de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 2 m; b. de grotere hoogte is noodzakelijk in verband met de agrarische functie; c. de erf- en terreinafscheidingen mogen niet dusdanig gesloten zijn dat kleine dieren zoals de das er niet doorheen kunnen; d. bij het realiseren van de erf- of terreinafscheiding mag geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden of natuurwaarden optreden , zoals onder meer uiteen zijn gezet in artikel 11. Vervangen door: 5.4. Toegestaan met vergunning 5.4.1 Toegestaan met vergunning hogere erfafscheiding buiten bouwvlak Het oprichten van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak met een bouwhoogte van meer dan 1 meter is met vergunning toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 2 meter; b. de grotere hoogte is noodzakelijk in verband met de agrarische functie; c. de erf- en terreinafscheidingen mogen niet dusdanig gesloten zijn dat kleine dieren zoals de das er niet doorheen kunnen; d. bij het realiseren van de erf- of terreinafscheiding mag geen onevenredige aantasting Motivatie Afwijkingsbevoegdheden zoals in bestemmingsplannen werden opgenomen onder de Wet ruimtelijke ordening zijn niet meer toegestaan onder de Omgevingswet. Formulering is hierop aangepast.
Verwijderd 5.5.2 Bouwwerken ten behoeve van schuilgelegenheden dan wel kleinschalige opslag Het bevoegd gezag kan door middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.3 ten behoeve van de bouw van bouwwerken, met dien verstande dat: a. er niet meer dan 1 schuilgelegenheid dan wel bouwwerk ten behoeve van kleinschalige opslag per bouwperceel is toegestaan; b. een bouwwerk ten behoeve van kleinschalige opslag uitsluitend is toegestaan grenzend aan een functievlak dan wel bouwvlak waarbinnen een (bedrijfs)woning is gesitueerd; c. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 18 m2; d. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m; e. er een kapconstructie mogelijk is, evenals een platte afdekking;
Pag. 9 van 26
f. het bouwwerk dient te worden omsloten met tenminste drie wanden; g. er geen sprake mag zijn van een onevenredige aantasting van aanwezige landschapswaarden, zoals onder meer uiteen zijn gezet in artikel 11; h. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden.
Motivatie Formulering voldoet niet aan omgevingswet. Eventuele aanpassing van deze regels dient in een bredere context beschouwd te worden bij de aanpassing van het Omgevingsplan voor het buitengebied.
Verwijderd 5.5.3 Bouwwerken ten behoeve van paardenbakken buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.3 ten behoeve van de bouw van bouwwerken ten behoeve van bestaande dan wel middels omgevingsvergunning als bedoeld in 5.7.1 toegestane paardenbakken buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van de omheining van paardenbakken maximaal 1,3 m bedraagt; b. het aantal lichtmasten ten behoeve van paardenbakken maximaal 4 per paardenbak bedraagt, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedraagt.
Motivatie Formulering voldoet niet aan omgevingswet. Eventuele aanpassing van deze regels dient in een bredere context beschouwd te worden bij de aanpassing van het Omgevingsplan voor het buitengebied.
Verwijderd 5.7 Beoordelingsregels voor het afwijken van de gebruiksactiviteiten 5.7.1 Paardenbakken Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 ten behoeve van het realiseren van paardenbakken buiten het bouwvlak bij een (bedrijfs)woning, met dien verstande dat: a. het bouwperceel een omvang van ten minste 2.500 m2 heeft; b. per woning ten hoogste één paardenbak is toegestaan; c. de oppervlakte van een paardenbak niet meer bedraagt dan 1.200 m2; d. de afstand van de paardenbak tot het bouwperceel ten hoogste 50 m bedraagt; e. de afstand tussen een paardenbak en een (bedrijfs)woning van derden ten minste 50 m bedraagt, tenzij deze afstand niet mogelijk is in welk geval de afstand ten minste 25 m bedraagt en door middel van te treffen maatregelen geen hinder is te verwachten voor omwonenden; f. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie.
Pag. 10 van 26
Motivatie Formulering voldoet niet aan omgevingswet. Eventuele aanpassing van deze regels dient in een bredere context beschouwd te worden bij de aanpassing van het Omgevingsplan voor het buitengebied
Artikel 6 Wonen Toevoeging 6.2 functieomschrijving Aan sub a ‘wonen in een woning; wordt toegevoegd door ‘één huishouden’
Toevoeging 6.3.2. Hoofdgebouwen Aan de tabel wordt een extra regel toegevoegd voor het bouwen van hoofdgebouwen Afstand tot de weg
5 meter
n.v.t.
Motivatie Het akoestisch onderzoek is uitgegaan van deze afstand in de berekeningen. Dit dient daarom als voorwaarde opgenomen te worden in de planregels.
Verwijderd 6.4 Beoordelingsregels voor afwijken bouwactiviteiten 6.4.1 Verhogen goot- en bouwhoogte hoofdgebouwen Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 ten behoeve van een grotere goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen, onder de volgende voorwaarden: a. de hoogte mag met maximaal 20% worden verhoogd; b. de cultuurhistorische en architectonische waarden moeten behouden blijven; c. de landschappelijke en natuurwaarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
Motivatie Formulering voldoet niet aan omgevingswet. Eventuele aanpassing van deze regels dient in een bredere context beschouwd te worden bij de aanpassing van het Omgevingsplan voor het buitengebied
6.5 Beoordelingsregels voor het afwijken van de gebruiksactiviteiten
Pag. 11 van 26
6.5.1 Aan huis verbonden bedrijf In afwijking van artikel 6.2, kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels, specifieke aan huis verbonden bedrijf/kleine economie, toch worden verleend als: a. Er mag geen onevenredige hinder worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu, de maximaal toelaatbare categorie is 2; b. Door de uitoefening van de activiteit mag het uiterlijk aanzien van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen niet zodanig veranderen, dat de woning inclusief bijgebouwen het karakter van een (bedrijfs)woning geheel of gedeeltelijk verliest; reclame-uitingen zijn niet toegestaan behoudens beperkte naamsaanduidingen aan of bij de bedrijfswoning; c. de oppervlakte van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt mag 30% van het totale vloeroppervlak van de (bedrijfs)woning en de bijgebouwen bedragen; de totale oppervlakte van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m2. Het te gebruiken oppervlak dient op een tekening te worden aangegeven die bij het besluit wordt gevoegd; d. Degene die het aan huis gebonden bedrijf uitoefent, is tevens één van de bewoners van de woning, met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; e.
Er dient sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat in de (bedrijfs)woning; f. De activiteit mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; g. In de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; h. Buitenopslag ten behoeve van het bedrijf op het perceel is niet toegestaan. Stalling van maximaal twee bedrijfsvoertuigen met een maximale lengte van 5 meter is toegestaan, tenzij dit leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving; i. Er mag geen sprake zijn van een seksinrichting;
Vervangen door: 6.4.1. vergunningplicht aan huis geboden bedrijf Het is verboden om zonder omgevingsvergunning ter plaatse van de functie Wonen een aan huis gebonden bedrijf te exploiteren. 6.4.2 beoordelingsregels aan huis gebonden bedrijf. De omgevingsvergunning voor aan huis gebonden bedrijf wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
a. er mag geen onevenredige hinder worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu, de maximaal toelaatbare categorie is 2; b. door de uitoefening van de activiteit mag het uiterlijk aanzien van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen niet zodanig veranderen, dat de woning inclusief bijgebouwen het karakter van een (bedrijfs)woning geheel of gedeeltelijk verliest; reclame-uitingen zijn niet toegestaan behoudens beperkte naamsaanduidingen aan of bij de bedrijfswoning;
Pag. 12 van 26
c. de oppervlakte van de (bedrijfs)woning inclusief bijgebouwen welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt mag 30% van het totale vloeroppervlak van de (bedrijfs)woning en de bijgebouwen bedragen; de totale oppervlakte van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m2; d. degene die het aan huis gebonden bedrijf uitoefent, is tevens één van de bewoners van de woning, met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; e. er dient sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat in de (bedrijfs)woning; f.
de activiteit mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing;
g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; h. buitenopslag ten behoeve van het bedrijf op het perceel is niet toegestaan. Stalling van maximaal twee bedrijfsvoertuigen met een maximale lengte van 5 meter is toegestaan, tenzij dit leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving; i.
er mag geen sprake zijn van een seksinrichting;
j.
detailhandel is niet toegestaan, behoudens ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten.
6.4.3. Aanvraagvereisten aan huis gebonden bedrijf In aanvulling op paragraaf 22.5.2 levert aanvrager de volgende gegevens en bescheiden aan bij een aanvraag om een vergunningplichtige gebruiksactiviteit in deze paragraaf: a. het te gebruiken oppervlak dient op een tekening te worden aangegeven die bij het besluit wordt gevoegd. Motivatie Opgenomen ‘afwijkingsbevoegdheid’ voldeed niet aan de Omgevingswet en het gemeentelijke beleid voor aan huis verbonden bedrijvigheid. Regels zijn hierop aangepast.
Verwijderd 6.5.2 Paardenbakken Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 ten behoeve van het realiseren van paardenbakken buiten het bouwvlak bij een woning, met dien verstande dat: a. het bouwperceel een omvang van tenminste 2.500 m2 heeft;
Pag. 13 van 26
b. c. d. e.
per woning ten hoogste één paardenbak is toegestaan; de oppervlakte van een paardenbak niet meer bedraagt dan 1.200 m2; de afstand van de paardenbak tot het bouwperceel ten hoogste 50 m bedraagt; de afstand tussen een paardenbak en een woning van derden of andere geurgevoelige objecten van derden ten minste 50 m bedraagt, tenzij deze afstand niet mogelijk is in welk geval de afstand ten minste 25 m bedraagt en door middel van te treffen maatregelen geen hinder is te verwachten voor omwonenden; f. paardenbakken niet mogen worden opgericht op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone of Waarde - Zone zilvergroene natuurzone; g. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie. Formulering voldoet niet aan Omgevingswet, daarnaast is de oppervlakte van functie ‘Wonen’ te klein om aan de voorwaarden te voldoen. Het opnemen van regels voor paardenbakken heeft in deze situatie geen meerwaarde.
Toegevoegd 6.5 Specifieke gebruiksregels 6.5.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing, gebruik Voor het gebruik van gronden, gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, ter plaatse van de voor 'Wonen' aangewezen gronden, geldt de voorwaardelijke verplichting dat, uiterlijk 1 jaar na gereed melding of de in gebruik neming van de woning, het gebruik alleen is toegestaan als op eigen terrein, de landschappelijke inpassing is uitgevoerd, duurzaam beheerd en in stand wordt gelaten, conform het 'Landschappelijk inpassingsplan Bosstraat ong. Hegelsom’ zoals opgenomen in Bijlage 1 behorende bij deze regels. 6.5.2 Voorwaardelijke verplichting infiltratie Het gebruiken of het (doen) laten gebruiken van bebouwing en gronden is alleen toegestaan indien de totale waterbergingsvoorziening ten minste 0,1 m3 per 1 m2 toegevoegd bebouwd oppervlak of verharding bedraagt en duurzaam in stand wordt gehouden. Motivatie (6.5.1. en 6.5.2) Voorwaardelijke verplichtingen ontbraken in het ontwerpplan en dienen vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te worden toegevoegd aan de regels.
Artikel 7 Waarde – Archeologie 4 7.1 Functieomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden.
Pag. 14 van 26
7.2 Bouwactiviteiten Op en in de gronden als bedoeld in lid 7.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.500 m² wordt uitgebreid; c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit omgevingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere functie(s), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Zie artikel 13. Vervangen door: Artikel 7 Waarde archeologie-6 7.1 Functieomschrijving De voor ‘Waarde – Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede aangewezen voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. Artikel 7.2 Bouwen Artikel 7.2.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten in ‘Waarde – Archeologie 6’. Artikel 7.2.2 Uitzonderingen In afwijking van artikel 7.2.1 (vergunningsplicht) geldt geen vergunningsplicht voor een bouwactiviteit indien de aanvraag betrekking heeft op:
Pag. 15 van 26
a. de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwactiviteit die betrekking hebben op een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 10.000 m²; of c. een bouwactiviteit waarvan de graafwerkzaamheden of bodemverstoring niet dieper reiken dan een diepte van 40 cm. d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen. Artikel 7.2.3 Beoordelingsregels 1. Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 6’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. Artikel 7.2.4 Aanvraagvereisten 1.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 6’ worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op: i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving; b. funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de bouwactiviteit; c. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek; e. als sprake is van een archeologische (verwachtings)waarde onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2.
Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. Artikel 7.3 Uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Pag. 16 van 26
Artikel 7.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor ‘Waarde – Archeologie 6' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden te verrichten: a. het afgraven van gronden; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; c. het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen en onderhouden van infrastructurele werken, zoals (spoor)wegen, tunnels, viaducten, rioleringen; e. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; f. het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden; g. het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; i. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; j. het baggeren, waaronder begrepen saneren en onderzuigen; k. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; l. het aanplanten of verwijderen van diepwortelende bomen, hakhout en andere houtopstanden; m.
winnen van grondstoffen; n. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. Artikel 7.3.2. Uitzonderingen 1. In afwijking van artikel 7.3.1 (vergunningsplicht) geldt geen vergunningsplicht voor werken of werkzaamheden: a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. die worden uitgevoerd binnen de bestaande diepte en oppervlakte van een bestaand cunet van een weg of leiding; of c. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek volgens een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen of, in geval van een booronderzoek, plan van aanpak. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht als: a. de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 10.000 m 2; of b. de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden plaatsvinden op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. Artikel 7.3.3 Beoordelingsregels 1. Omgevingsvergunning voor de werken en werkzaamheden in ‘Waarde – Archeologie 6’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a.
er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of
Pag. 17 van 26
c.
de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. Artikel 7.3.4. Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of bouwwerk in ‘Waarde – Archeologie 6’ worden, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid, met vermelding van: i. de omvang in vierkante meters; en ii. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op i. een bureauonderzoek; ii. zo nodig een booronderzoek; en iii.
zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; en iv. zo nodig een opgraving e. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het bevoegd gezag, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; en f. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor een booronderzoek; en g. als sprake is van een (te verwachten) archeologisch monument onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; b. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of c. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. Artikel 7.4. Slopen Artikel 7.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten in ‘Waarde – Archeologie 6’. Artikel 7.4.2 Uitzonderingen 1.
In afwijking van artikel 7.4.1(vergunningplicht) geldt geen vergunningplicht voor een sloopactiviteit waarbij de oppervlakte onder maaiveld niet wordt verstoord.
Pag. 18 van 26
2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht op de locatie ‘Waarde - Archeologie 6’ als: a. de aanvraag betrekking heeft op het slopen van een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 10.000 m2; of b. een sloopactiviteit plaatsvind op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. Artikel 7.4.3 Beoordelingsregels 1. Omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 6’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden, bij voorkeur in situ Artikel 7.4.4 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 6’ worden aanvullend op het bepaalde in artikel 7.4.1 (vergunningsplicht) de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 1.
een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waaruit de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag, in voldoende mate blijkt; en 2. voor zover deze beschikbaar zijn: bestaande funderingstekeningen, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de sloopactiviteit. Artikel 7.5 Voorschriften aan vergunning 1. Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van activiteiten, als bedoeld in 7.2, 7.3 en 7.4 (bouwen, werken en werkzaamheden, slopen) in een gebied met ‘Waarde – Archeologie 6’ in het belang van de archeologische monumentenzorg, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. e.
het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; f. het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden; g. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; h. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften;
Pag. 19 van 26
i.
het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; en j. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen. 2. De voorschriften als bedoeld in het derde lid, onder a, kunnen worden gesteld over de wijze van slopen.
Motivatie Regels zijn aangepast op grond van het programma erfgoed en de nieuwe archeologisch beleidskaart met de daarbij horende regels.
10.3 Aan huis verbonden beroep In woningen en/of bijbehorende bouwwerken is het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep mag niet meer bedragen 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximale oppervlakte van 100 m²; b. degene die het aan huis verbonden beroep uitoefent, is tevens de bewoner van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de gebruik(st)er door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; c. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; d. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen.
Vervangen door: 10.3 Aan huis verbonden beroep In woningen en/of bijbehorende bouwwerken is een beroep aan huis toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de totale oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep mag niet meer dan 30% van het totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen bedragen tot een maximale oppervlakte van 100 m2. b. degene die het aan huis gebonden beroep uitoefent, is tevens één van de bewoners van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de bewoner door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; c. de activiteit mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; d. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen;
Pag. 20 van 26
e. detailhandel is niet toegestaan, behoudens ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdend met de activiteiten.
Motivatie Regels zijn aangepast op het beleid van de gemeente voor aan huis verbonden beroepen. Het verbod op detailhandel is toegevoegd.
11.2 Milieuzone – spuitvrije zone 11.2.1 Omschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ zijn mede aangewezen als spuitvrije zone vanwege de bescherming van de gezondheid als gevolg van het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. Op deze gronden is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verboden. Vervangen door 10.2 milieuzone – spuitvrije zone 10.2.1 Omschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ zijn mede aangewezen als spuitvrije zone vanwege de bescherming van de gezondheid als gevolg van het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. 10.2.2 Gebruiksregel Op de gronden is het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan
Motivatie Formulering is aangepast naar de standaarden die de gemeente op dit punt hanteert.
Verwijderd Artikel 12 Algemene vergunningplicht voor afwijken 12.1.1 Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning afwijken van het plan ten behoeve van het vergroten van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, met uitzondering van oppervlakteen inhoudsmaten, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, voor zover hiervoor niet reeds op een andere wijze afwijking is verleend; b. van de functieregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geven;
Pag. 21 van 26
c.
teneinde de op de verbeelding ingetekende begrenzingen, niet zijnde functiegrenzen, met maximaal 10 m te verschuiven; d. van de functieregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; e. van de functieregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; f. van de functieregels voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwtjes van openbaar nut, zoals telefooncellen, wachthuisjes, gasreduceerstations en schakelstations, mits de inhoud niet meer dan 50 m3 de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat-, bebouwings- en landschapsbeeld; 2. de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid;
Motivatie Formulering voldoet niet aan omgevingswet. Gelet op de aard van het TAM-omgevingsplan voor deze locatie heeft het geen meerwaarde om voor deze onderwerpen regels op te nemen. Het artikel is geheel verwijderd.
Artikel 13 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 13.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de hierna genoemde functies of aanduidingen de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren: Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden* Ter plaatse van de functie
a
Agrarisch met waarden (voor zover gelegen buiten bouwvlakken)
a
Waarde - Archeologie 41
a
overige zone - kampen
b
c
d
e
f
g
h
b
c
d
e
f
g
h
g
1 noten, zie artikel 13.2 onder a.
* de onderstaande letters geven aan dat een omgevingsvergunning is vereist (activiteit onder voorwaarden mogelijk). De letters worden hierna verklaard:
Pag. 22 van 26
Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 13.2 Uitzonderingen vergunningplicht Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. in de situaties genoemd in de tabel in lid 13.1 bij de volgende cijfers: 1.
op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende functie(s); c. op de gronden gelegen binnen bouwvlakken; d. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 13.3 Afwegingskader beoordelingsregels Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.1 alleen indien door de in lid 13.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 13.4 Procedure a.
De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.1 op of in gronden met de hierna genoemde functies legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad:
Pag. 23 van 26
1. Waarde - Archeologie 4; b. Voordat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.1 verleent, wordt bij de volgende bestemmingen en aanduidingen schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap en wordt de Keur van het waterschap in acht genomen: 1. Overige zone – kampen; Vervangen door
Artikel 12 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 12.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de hierna genoemde functies of aanduidingen de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren:
Ter plaatse van Agrarisch met waarden (voor zover gelegen buiten bouwvlakken) overige zone - kampen 1 noten, zie artikel 13.2 onder a.
Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden* a b c d e f
g
h
a g
* de onderstaande letters geven aan dat een omgevingsvergunning is vereist (activiteit onder voorwaarden mogelijk). De letters worden hierna verklaard: Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden:
a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. Het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap;
Pag. 24 van 26
f.
het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen
g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 12.2 Uitzonderingen vergunningplicht Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden:
a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van gronden en de daaraan toegekende functie(s); b. op de gronden gelegen binnen (agrarische) bouwvlakken danwel binnen voor ‘Wonen’ aangewezen gronden; c. de op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 12.3 Afwegingskader beoordelingsregels Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.1 alleen indien door de in lid 12.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.
Motivatie Formulering van de regels is verbeterd. Daarnaast zijn de regels ten aanzien van archeologie verwijderd aangezien deze zijn opgenomen in artikel 7 Waarde- Archeologie 6.
Verwijderd 14.2.3 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.2.1 en 14.2.2 indien het voldoen aan die bepalingen: a. op overwegende bezwaren stuit; b. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
Pag. 25 van 26
Motivatie Formulering voldoet niet aan omgevingswet. Bepaling heeft geen meerwaarde gelet op de aard van het plan.
15.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Vervangen door 14.2 Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM omgevingsplan Bosstraat ong. Hegelsom en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het TAM-omgevingplan Bosstraat ong. Hegelsom strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen op gronden ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ en het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Motivatie Overgangsbepalingen zijn aangepast in relatie tot het opgenomen verbod ten aanzien van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen.
Pag. 26 van 26
Bijlagen bij de regels Bijlage 1: landschappelijk inpassingsplan Motivatie Aan de regels is een voorwaarde verplichting toegevoegd welke verwijst naar deze bijlage.