06c.29 Bijlage 12-Aanvullende memo flora fauna
Tekst van het document
Bijlage 12 Aanvullende memo flora en fauna
omgevingsvergunning Uitbreiding zonnepark Vinkenpeelweg, Grubbenvorst
353
Aanvullende memo flora en fauna Zonnepark Vinkenpeelweg te Horst aan de Maas Datum
: 15 oktober 2020
Projectnummer
: P20-0339
Opdrachtgever
: Pouderoyen Tonnaer
Opgesteld door
: M.A. den Otter
Kwaliteitscontrole
: N. Arts-Smits
Kader De initiatiefnemer is voornemens een zonnepark aan te leggen in het gebied Californië te Horst aan de Maas. Voor deze ontwikkeling zijn eerder twee quickscans uitgevoerd door Staro Natuur en Buitengebied voor het originele plan en voor een uitbreiding (P19-0252 en P19-0451). In deze memo worden het onderzoek en de resultaten weergegeven van een derde onderzoek in verband met een extra uitbreiding van het plangebied, zie figuur 2. Plangebied en voorgenomen plannen Het plangebied bestaat voor een groot deel uit maïsakker en daarnaast uit ruigtevegetatie met kleine slootjes (vrijwel geheel droogstaand tijdens het veldbezoek), zie figuur 1. In de stukken met ruigtevegetatie en vrijwel droge slootjes zijn hoogte verschillen aanwezig door de aanwezigheid van grote hopen met houtsnippers. Figuur 2 op de volgende pagina geeft de voorgenomen plannen en de begrenzing van het plangebied en de eerder onderzochte gedeelten weer.
Figuur 1. Globale begrenzing plangebied (bron: Google Maps)
Figuur 2. Voorgenomen plannen en onderzochte delen beoogd zonnepark; geel en blauw zijn reeds onderzocht, rood is nu nader onderzocht (bron: Pouderoyen Tonnaer)
Het voornemen is het reeds vergunde zonnepark (ca 12,1 ha) uit te breiden met circa 3,6 ha zonnepanelen, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met aanwezige fauna. Het zonnepark komt er dan als volgt uit te zien, zie figuur 3 op de volgende pagina: + + + + + + + + +
rond het zonnepark komt een hekwerk; aan de noordoost- en zuidkant van het zonnepark komt aanplant van een nieuwe (gemengde) houtsingel; rond de panelenvelden komt een onderhoudspad van 3 meter breed; tussen de panelenvelden wordt inheems kruidenrijk grasland ingezaaid; De aanleg van enkele toegangspaden en transformatorhuisjes; de vochtige zone ten westen van het Tennet-Enexis-station blijft zoveel mogelijk behouden; het pad zuidelijk van het Tennet-Enexis-station vervallen, zodat amfibieën vrij kunnen bewegen; De groenstrook/vegetatie tussen de camping en het Tennet-Enexis-station is reeds verwijderd en wordt ingericht met kruidenrijk grasland; Ten zuiden van het panelenveld komt een nieuwe watergang.
Figuur 3. Voorgenomen plannen en landschappelijke inpassing zonnepark
Veldbezoek Het veldbezoek is uitgevoerd op 30 september 2020 in de middag onder de volgende weersomstandigheden: half bewolkt, droog, windkracht 3 en circa 19 °C. Hieronder is een fotoimpressie van het plangebied opgenomen.
Foto 1. Noordwesten van het plangebied, kruidachtige
Foto 2. Noorden van het plangebied, ruigtevegetatie en
vegetatie en maïsakker
maïsakker
Foto 3. Midden van het plangebied, grens tussen twee
Foto 4. Ruigtevegetatie, vochtig, vrijwel droge slootjes en
akkers
hoogteverschillen in het midden van het plangebied, op de grens met Enexisstation
Foto 5. Ruigtevegetatie, vrijwel droge slootjes en hoogte-
Foto 6. Zuidoosten van het plangebied, maïsakker
verschillen in het midden van het plangebied
Resultaten Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied niet de juiste habitats gezien voor het voorkomen van beschermde flora, vlinders, libellen, vissen, kevers en weekdieren. Het plangebied is grotendeels in gebruik als maïsakker en derhalve is de bodem zeer voedselrijk en ongeschikt voor beschermde flora. In het plangebied zijn geen waardplanten aangetroffen van beschermde vlindersoorten. De vrijwel geheel droogliggende slootjes bieden voor beschermde libelsoorten, vissen, waterkevers en weekdieren niet het juiste (voortplantings-)habitat. Ook voor beschermde houtkevers ontbreekt geschikt habitat, zoals oude en grote bomen. Grenzend aan het Tennet-Enexis-station is een
vochtigere ruigtevegetatie aanwezig. Deze blijft in de voorgenomen plannen zoveel mogelijk behouden voor eventueel aanwezige fauna. Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied bruine kikker en gewone pad waargenomen. Het plangebied kan als voortplantingshabitat en als land- en overwinteringshabitat worden gebruikt door de algemene en niet-kritische amfibieën: Alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. De slootjes in en om het plangebied kunnen door deze soorten worden gebruikt als voortplantingshabitat. De ruigtevegetatie en de hopen houtsnippers kunnen worden gebruikt als land- en overwinteringshabitat. Ook voor de meer kritische en zeldzame soorten kamsalamander en poelkikker kan het plangebied dienen als land- en overwinteringshabitat. Deze soorten planten zich niet voort in het water in het plangebied. Mogelijk maken deze soorten gebruik van de poelen op het terrein van de camping of een andere poel in de omgeving. Ook deze soorten kunnen de ruigtevegetatie en de hopen houtsnippers gebruiken als land- en overwinteringshabitat. De akkers bieden geen geschikt habitat voor de amfibieën. Effectbeoordeling Bij het dempen van de slootjes kan voortplantingshabitat verloren gaan voor Alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander, en kunnen individuen worden verstoord.
In het plangebied wordt een nieuwe watergang gegraven in het zuiden van het plangebied, zie figuur 3, waardoor voortplantingsgebied aanwezig blijft voor amfibieën. Ook hebben de voorgenomen plannen geen effect op de poelen op de camping ten zuiden van het plangebied. De ruigtevegetatie en de hopen houtsnippers kunnen land- en overwinteringsverblijfplaatsen van Alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, kamsalamander en poelkikker herbergen. De ruigtevegetatie blijft grotendeel behouden in de voorgenomen plannen, waardoor geen negatief effect wordt verwacht op aanwezige amfibieën. Het verwijderen van een deel van de ruigtevegetatie en de hopen houtsnippers kan bij uitvoering een negatief effect hebben op aanwezige individuen. Mitigerende maatregelen In 2006 is voor de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied Californië een ontheffing verkregen van de Flora- en faunawet voor kamsalamander die in de omgeving van het plangebied voorkomt. Net buiten het glastuinbouwgebied is een kleine populatie kamsalamanders aanwezig. In het kader van de ontheffing is ter compensatie een voormalige voortplantingsplaats op de Reulsberg hersteld. Voor bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander geldt bij ruimtelijke ingrepen in provincie Limburg een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming.
Voor het verstoren van deze soorten en het vernietigen van leefgebied hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt altijd de Algemene zorgplicht. Het dempen van de sloten dient te worden uitgevoerd buiten de voortplantingsperiode van amfibieën; dus het dempen mag plaatsvinden gedurende de periode begin oktober tot eind februari. Of eerder als de sloten geheel droog zijn gevallen. Verwijderen van takkenhopen, ruigtevegetatie en hopen houtsnippers dient buiten de winterperiode plaats te vinden en mag dus in de periode maart t/m oktober worden uitgevoerd. Reptielen Uit gegevens van de NDFF blijkt dat op minder dan twee kilometer van het plangebied is enkele keren levendbarende hagedis is waargenomen. De ruigtevegetatie bij de slootjes kan door levendbarende hagedis worden gebruikt als onderdeel van het leefgebied. De akkers bieden geen geschikt leefgebied.
Effectbeoordeling Doordat de ruigtevegetatie grotendeels behouden blijft en tevens verbindingsroutes behouden blijven en worden gecreëerd, zullen de voorgenomen plannen geen negatief effect hebben op eventueel voorkomende levendbarende hagedissen. Mitigerende maatregelen Voor levendbarende hagedis geldt een vrijstelling in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober. Dit houdt in dat in deze periode bij werkzaamheden aan het landhabitat, zoals het verwijderen van ruigte geen extra rekening gehouden hoeft te worden met deze soorten. Wel geldt altijd de algemene zorgplicht; als je kan weten dat een handeling een negatief effect kan hebben, mag je de handeling niet uitvoeren. Vogels De bomen en struiken in het plangebied zijn momenteel te klein om te dienen als nestgelegenheid voor vogels. Wel kunnen deze bomen, struiken en ruigtevegetatie door vogels worden gebruikt als dekking en foerageergebied. Effectbeoordeling Het kappen van de bomen en struiken heeft geen significant negatief effect op vogels, omdat in de omgeving (met name de camping) voldoende geschikt foerageergebied aanwezig is en blijft. Vleermuizen Vleermuizen kunnen het plangebied gebruiken als foerageergebied. In het plangebied zijn voor vleermuizen geen verblijfplaatsen aanwezig vanwege het ontbreken van geschikte bomen of gebouwen.
Effectbeoordeling Het kappen van de bomen en struiken heeft geen significant negatief effect op vleermuizen, omdat in de omgeving (met name de camping) voldoende geschikt foerageergebied aanwezig is en blijft. Grondgebonden zoogdieren In het plangebied zijn reeën gezien en holen van konijnen en algemene spits-, woel- en ware muizensoorten. Ook van egel en haas kunnen verblijfplaatsen aanwezig zijn. De sloten en de ruigtevegetatie kunnen door marterachtigen worden gebruikt als migratieroute. Het plangebied is geschikt als (onderdeel van het) leefgebied voor algemene muizensoorten, egel, konijn en haas. Voor das, damhert, ree, vos, steenmarter en bunzing kunnen de akkers onderdeel zijn van het grotere leefgebied. Effectbeoordeling De werkzaamheden en de herinrichting van het plangebied hebben mogelijk een (tijdelijk) negatief effect op het leefgebied van algemene muizen, egel, konijn en haas, en op migratieroutes van bunzing en steenmarter tijdens de werkzaamheden. In de gebruiksfase is het plangebied weer geschikt als leefgebied voor deze soorten, door het behouden van de vochtige ruigtevegetatie en de ruigte tussen het Enexis-Tennet-station en de camping, de migratieroute ten zuiden van het energiestation en de aanplant van de houtzingel en aanleg van het kruidenrijk grasland.
Een voorwaarde daarvoor is wel dat het zonnepark toegankelijk wordt gemaakt voor grondgebonden zoogdieren door openingen voor fauna te realiseren in het hek. Het plangebied is na herinrichting niet meer geschikt als onderdeel van het leefgebied van het ree en damhert.
Mitigerende maatregelen Voor algemene muizen, egel, konijn en haas geldt in provincie Limburg een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt altijd de Algemene zorgplicht. Om het verwonden van dieren te voorkomen kan bij het verwijderen van de vegetatie en bij graaf- en maaiwerkzaamheden in één richting worden gewerkt, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten. Voor bunzing geldt deze vrijstelling in Limburg ook het gehele jaar. Voor steenmarter geldt deze vrijstelling van 15 augustus tot 1 maart. Voor het verstoren van deze soorten hoeft daarom, mits in de juiste periode wordt gewerkt bij het verwijderen van ruigtevegetatie, geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt altijd de Algemene zorgplicht. Door faunapassages te creëren in het hekwerk kunnen kleine grondgebonden zoogdieren door het plangebied migreren en het zonnepark als onderdeel van het leefgebied gebruiken. Tevens kan voor deze soorten dekking worden gerealiseerd in het zonnepark, door kruidachtige vegetatie te laten ontstaan en behouden en inheems bloemrijk/kruidenrijk grasland in te zaaien, takkenrillen te plaatsen en struweel aan te planten (of te behouden).
Conclusie Deze memo is een aanvulling op de twee eerder uitgevoerde quickscans voor het zonnepark aan de Vinkepeelweg. De conclusies en mitigerende maatregelen uit de drie onderzoeken dienen te worden gecombineerd en nageleefd om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. De volgende maatregelen dienen te worden genomen om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming wordt overtreden in het plangebied: + Indien delen van de ruigtevegetatie en niet behouden kunnen blijven, dient ook rekening gehouden te worden met de mogelijke aanwezigheid van levendbarende hagedis en met steenmarter door deze te verwijderen tussen 15 augustus en 15 oktober. + Het dempen van de sloten dient te worden uitgevoerd in de periode begin oktober tot eind februari. Of eerder als de sloten geheel droog zijn gevallen. + Het zonnepark wordt ingezaaid met een inheems bloemrijk kruidenrijkmengsel, waardoor het plangebied beschikbaar blijft als leefgebied en migratieroute voor insecten, amfibieën en kleine zoogdieren. + Door faunapassages te creëren in het hekwerk kunnen kleine grondgebonden zoogdieren door het plangebied migreren en het zonnepark als onderdeel van het leefgebied gebruiken.
Tevens kan voor deze soorten dekking worden gerealiseerd in het zonnepark, door kruidachtige vegetatie zoveel mogelijk te behouden en aan te leggen, inheems bloemrijk/kruidenrijk grasland in te zaaien, takkenrillen te plaatsen en struweel aan te planten.
Literatuur + Staro Natuur en Buitengebied, Quickscan flora en fauna Zonnepark Californië te Horst aan de Maas, P19-0252
+ Staro Natuur en Buitengebied, Quickscan flora en fauna en voortoets Uitbreiding zonnepark Californië te Horst aan de Maas, P19-0451
+ Nationale Databank Flora en Fauna 05-10-2020 10:16:13