CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06c.2 Bijlagen bij Toelichting

Gemeenteraad 10 september 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Aan de Kabroeksebeek.26.311 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aan de Kabroekse Beek te Horst

Inhoudsopgave

Bijlagen bij T oelichting

3

Bijlage 1

Definitief ontwerp buitenruimte

4

Bijlage 2

Ladderonderbouwing

6

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

22

Bijlage 4

Nader bodemonderzoek

126

Bijlage 5

Bodemonderzoek Almeweg 14

278

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai

347

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek industrielawaai openbaar kindcentrum

469

Bijlage 8

Watertoets

530

Bijlage 9

Infiltratieonderzoek Almeweg 14

550

Bijlage 10

Quickscan flora en fauna

556

Bijlage 11

Vervolgonderzoek flora en fauna deel 1

609

Bijlage 12

Vervolgonderzoek flora en fauna deel 2

635

Bijlage 13

Stikstofdepositieberekening

674

Bijlage 14

Archeologisch onderzoek

722

Bijlage 15

Adviesbrief Archeologie

788

Bijlage 16

Vooronderzoek explosieven

791

Bijlage 17

Proces-verbaal oplevering OOO

851

2

Bestemmingsplan "Aan de Kabroekse Beek te Horst" (vastgesteld)

Bijlagen bij T oelichting

Bestemmingsplan "Aan de Kabroekse Beek te Horst" (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Definitief ontwerp buitenruimte

4

Bestemmingsplan "Aan de Kabroekse Beek te Horst" (vastgesteld)

MS

LEGENDA MS

ALGEMEEN

GROEN

LS ZIGGO

LS MS MS REGGEFIBER

MS

DWA

MS

GAS LD

95

DWA

DWA

69

TE PLANTEN BOOM

93

LOCATIE INDICATIEF 65

67 73

VERKANTINGSSYMBOOL

2

ZIGGO

GAS LD

MS LS

AAN TE BRENGEN ONDERHOUDSPAD

55

4

WML

DWA

MS LS

BESTAANDE SITUATIE

61

63

75

77

LS

MS

MS

71

79

WML LS ZIGGO

MS

MS

S LD LSGA LS

LS MS

81

89

LS ZIGGO

MS

DWA

REGGEFIBER

LS

GAS LD

AAN TE BRENGEN BERM/GROENSTROOK

59

GAS LDWML

GAS LD

KADASTRALE GRENS 85 99

WML

LD

LS ZIGGO

MS

S GA

LS MS

MS

GAS LD

DWA

WML ZIGGO

LS

DW

DWA

DWA

DWA LS

MeteriksewegA

LS

Meterikseweg

NIEUWE BEEKLOOP

AAN TE BRENGEN VERHARDING RIJBAAN

45

6

ZIGGO LS

43

ZIGGO

GAS LD

LS LS

GAS LD

AAN TE BRENGEN VERHARDING RIJBAAN

MS

O LS ZIGG DWA

AAN TE BRENGEN VERHARDING RIJBAAN 7a

ZIGGO

LS

AAN TE BRENGEN VERHARDING PARKEERPLAATS

WML

O A LS ZIGGDW MS

O

DWA LS GGZIOGGO ZILS

G ZIG

MS

7

AAN TE BRENGEN VERHARDING FIETSPAD

LS

WML

ZIGGO

WML

WML

WML

WML

DWA O ZIGGZIOGG LS

DP-1

GAS HD

GAS HD

GAS HD

GAS HD

GAS HD

ONDERHOUDSPAD

GAS H

D

1

4.00

20

HD

S GA

DWA DWA

DWA

DWA

5.00

DWA

Weltersweide

18.80

4.00

DWA

5.00

ZIGGO

ZIGGO

EFIBE

R

5

raat

ZZIG IGGGOO ZRIG EGGGO EFIBZIG ERGO

R LS

GGE FIBE

R LS E

LS

10

37

O

ZIGG

ZIGG

26 66 52

50

48

46

44

42

40

38

36

34

32a

32

30

58

62

64

68

METERIKSEWEG 99 95

81

89

71

79

77

59

69

75

61

63

93 67

14

65

73

2

109 111 55

4

45 3 6 43

3

7a

10

ZIGG O

5

12 7

16 9-9b

DP-1

14

16

O

1

6 2

LS

15a

10

37

39

35

31

5

7

eide

4

Weltersw

WELT

G WE

LS

AL ME

26

7

33 6

9 35

11

13

10

37

12 39

14

16

41

4a 43

18 20

4 36

22 34

24 Schansstr

29

33

2

8

LS LS

LD

1

27

29

31

4b

LS

GAS

ERSW

27

26

28

28

ZIG GO

ZI

EIDE

raat nsst Scha

26

11

24

3

25

6

30

32 30

28 26

33

31

5 33

53 51

47

45 43 41

39

45

53 37

51

35

51

49

0

1

LS LS

eg Almew

3

GAS

LD

49 49

ngel Westsi

53

31

50

100

150

200m

55 2a Van

den

Bekeromst

23.021 23.392

22.219

21.702

21.411

56

64

52

50

48

46

58

60

62

54

74 66

72

13

70

OVERZICHTSKAART

68

Schoolstraat

92

35

37

11

Schoolstra

33

at

33

31

90

63

39

61 1

35a

78a

Grad Roosenstraat

21.438

sstr aat

22.097

22.470

O

ZIGG

ZIGRG EOGG GAS EFIB LD ER

Scha n

57

3

23.293

raat

88

86c

43

45

41

86b 45a 59

47

86a

Schools

Schaal 1:5.000

traat

86

57

84

82

47

22.938

22.882

22.838

21.273

21.273

21.273

53

22.500

23.155

80

23.500

ZIG GO

LS

ZZIGIGGG OO GA S LD

15

LS

23.500

WM L

LS

LS

ZIGG O

LS

ZIGG

15b

32

ZZIGIGG GOO

12

30

Tuinderslaan

4c

O

DP-2

4d

GG

32

15c

LS

DP-2 34

13

LS

38

24

24

WML

LS LS

40

28

34

47a

versie

omschrijving

datum

getekend

vrijgegeven

5

Diverse parkeerplaatsen toegevoegd

24-07-2024

LSN

MNN

4

Locatie terreinkast (data) en OV-masten toegevoegd

02-07-2024

LSN

MNN

3

Voetpad toegevoegd

18-06-2024

LSN

MNN

2

Opmerkingen opdrachtgever verwerkt

19-04-2024

LSN

MNN

1

Eerste uitgave

08-03-2024

LSN

MNN

49 47

49

45 43 41

39

53

ZIGG

37

IGGO

Z

51 35

51

49

LS LS

LS WML

LS

GO ZIG

REGG GAS EFZIBIGEGR LD O

LS

WML

LS W ML

WMLSL

ZIG

Voetpad

Fietspad

LS

GO

Geonius Infra 53

WML

GASZIGRGEOG LD GWEFIB ML ER

Onderhoudspad

GO ZIG

LS

LS

LS

LS

GAZSIGGO LDWMREGG L E

FIBEZR IGGO GA SW LDML

De Asselen Kuil 10 6161 RD Geleen

LS

WML Z GAS IGGO LD

LS

LS

LS

AANSLUITING FIETSPAD OP ROTONDE NADER AF TE STEMMEN MET INFRA 20

+31 (0) 88 1300 600 55

REGG ZEIGFGIB GAWSOMER LD

52

23.144

22.957 50

48

Voorlopig Ontwerp Situatietekening 23.005

22.969

22.846

22.688

22.353

21.925

21.830

22.230

22.981

getekend

LS REGGEF IB

ER

LS

EFZIBE IGGRO

ZIGG O

REGG LSEFIBER

LS LS 72

M. Niessen

66 VB

VB

VB

VB

VB

24-07-2024

schaal

blad

1:500 paraaf

L. Sijben vrijgegeven

74

datum uitgave

Definitief

1 / 1

46

58

60

24.000

24.350

VB

VB

62

64

23.075

54

23.385

23.324

56

ZIG

VB

GO

23.884

Hoogte Bestaand Hoogte Ontwerp

status

onderdeel

57

L S REG G

ER LS

GAS LD

ZIGGO

LS REZGIGG GEOFIB

LD

ZIG

LS

GAS

Gemeente Horst aan de Maas Postbus 6005, 5960 AA Horst

Gebiedsontwikkeling Aan de Kabroeksebeek

Dwarsprofiel DP-2 Schaal 1:100 20.000m t.o.v. NAP 23.414

ER

23.887

EFIB

23.890

REGG

raat

GO

Beke roms t

VB

den

opdrachtgever

project

LS

Van

13

42

9

LS

LS

Onderhoudspad

22

44

48

15d

36

DWA

EK

14

17

46

48a

28

EFIBZ EIGRG W LSMLO

LS

20

22b

aat

ZIGG OGO LS ZIG REG G

GEFIB GASER ZIG LD GO

WGMAL ZIG S LD GO

20m

9

DWA

DWA

D ZIGGROEG

bk

15

E BE

22a

O

GAS L

10

OEKS

7

19

21.418

LS

LS

Almeweg

KABR

11

15

17

3

O

l

inge

19

21

5

DWA

LS

ZIGG

23 25

18

ZIGGO

sts

We

13

43

Schansstr

ZIGGO

st We

12

47

ZIGGO

el sing

7

8

4 10

51

O

ZIGG

5

20

45

DWA

DWA

Hoogte Ontwerp

O

ZIGG

3

18

41

35

LS

GO

1

8

2a

Beekstraat

LS

LS LS REG WMGL EFIB ER

DWA

Dwarsprofiel DP-1 Schaal 1:100 20.000m t.o.v. NAP ZIG

Schaal 1:500

62a 70

85

ZIGG O

DWA

DWA

Hoogte Bestaand

BLAD 01

54

72

Meterikseweg

22

4

5

56

74

78

ZIGG O

ZIGRG EGOG EFZIBIG EGRO

68a

80-80a

84

Janssenweg

4a

0

84a

Weltersweid e

WM L

LS

82

86d

39

23.104

LS

WM L

L

O

12

LS

21.418

LD WM L

GA S

WM

LD LS R

LS

13

11

DP-1

GA S W LDM L LS

GO

8

ZIGG ZOIGG O

ZIG

9

35

LS

DWA

LS

GAS W LDML

3.70

6

GAS

EGG EFIB GAERS LD

DWA

GAS L WMLD

LS

2.50

nsst

DW A

GG EF IB LS ZGEIZGARI GSOG HOD

O ZIGG

DW A

RE

ZZIGIGG ZGOIG O GO

DW A

GZAIZG LSSIGHOGO D

ZIGG

ZIGG O ZZIG IGGGOO

DW A

R

Hoewel de ligging van de kabels en leidingen zo nauwkeurig mogelijk is weergegeven, geschiedt de beschikbaarstelling van deze kabels en leidingen en de daaruit blijkende gegevens, onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat door ons generlei aansprakelijkheid of verantwoordelijkheid wordt aanvaard, voor eventueel blijvende onvolledigheden of on-juistheden de verkrijger ons vrijwaart tegen alle aanspraken van derden. Wij verzoeken nadrukkelijk, bij werkzaamheden in de nabijheid van kabels en leidingen, tijdig met het desbetreffende nutsbedrijf overleg te plegen, omdat tussentijdse wijziging van de situatie of de kabel of de leiding mogelijk is en mede omdat de huisaansluitingen niet op deze tekening zijn weergegeven.

ZZIGIGG ZGOIG O GO

LD

IBE

4

6

LD 4c

4b

2

GAS

IBER

LS

GA S

4d

Maten in meters, tenzij anders vermeld Materiaalmaten in mm, tenzij anders vermeld Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Diameters in mm, tenzij anders vermeld

31

LS

LS

LS

WML

DWA WMGLAS L D

WM L

LS

7

Scha

HD

OREGG

eide ersw

Welt

S LD

DWA

LSREGGEF

28

UDS PA D

WM L

DWA

GAS WML LD

OND ERH O

29

ZIGZG IG O GO

LS

GO

ZIG

LD

LS ZIZG GIGAO GSO HD LS

ER

ZIG LSGAOS

LS

REG GEF IB

HD LS

O

LSZIGG

D

WML GA SL

ZIGMS GGOA S

MS

ZGIGA GSO H LS D

3

LS LS

GO

LS ZIG GGO AS

GAS HD

LS GAS HD LS

LS

LS LS

HZD LIGSGO

W

GA ZSIG HGD LOS

LD

GA S

ZIG

IBE R

EF I B ER G ZAIGS MS GLOD

RE GG

WM ZIGZ GIZGOIG L Z LS OIGZOGIG OG GAO S WM LD Z IGZ L LS GIZGOIGZ OIGZOGI GOG O GA S

LS LS LSLS

LS

O

GA SL Z SHIDG G

WM L

M ZGIAGSS GROEL GDG EF

ZIG GO

LS

LS

LSGA

WM L

WM L

ZIGGO

LS

SZIG HDG O

WM L

ZIZG IGGOG AOS LS HD

LS

WM L

GO

LS

LS

GA

LS

GAZ SIGG HDO

L WM

WM L

ZIG

LS

LS

GO

LD GA S

O

SZ LHSDIG G

LS

GA

eg ew

ZIG

HD

Alm

GA S

GA LSS L D

LS

ZIG GO

L WM

ZIGGO

ZIGGO

LD

LS LS

LS

LS

LS

LS

LS

LS

ONDE

GAS

SZ H IGDG O

WML

ZIGGO

ZIG GAGO S

ZIGGO

WML

LS LD ZIZ GIG OGO

ZIGGO

ZIGGO

ZIGGO

ZIGGO

ZIGGO

DWA

LS

O LD

LS

GAS HD

GAS HD

HDLS

ZIGG

O

WML

ZIGG O

ZIGGZOIG GO

LS

S

33

31

WML

ZIGGO

ZIGGO GA

LS

GAS HD

1.80

PAD RHOU DS

GAS HD

LS

GAS HD

GAS HD

5.40

LS LS ZIGG

ER LS

GAS HD

LS LS WML

REGG EFIB

ZIGGO

GAS HD

LS LS

W ML GAS LS LD

ZIGG O

LS

GAS HD LS

LLSDZIGZ GIZGOIG ZOIG ZOGIG OGO GLA SS Z L L IG WM D GZOIZGIG ZOGIG OG LS O GA S L M

ZIGG O

LD LS

ZIGG OGA

LD

GAS LD LS

GAS HD

LS

GAS HD

5.40

LD

REGG WML E F IB ER LS GA WMLS LD

GAS HD

ZIGGZOIG GO

HD

G GAS

GAS HD

LS

LS 35

37

33

DWA GAS WMLLD

GA S

R

EFIBE

REGG

LS

LS

GAS LSLD

ZIGG WMLO

DWA

WML

L

LD

FIBER

REGG E

GAS HD

LS

GAS HD

AS L D

REGG E

GAS HD

LS

LS

GAS

R

EFIBE

FIBER

WML

D

1 39

REG LS GGAEFIBER S LD GAS

LD

L

WM

OSS CHA GE

WM

GA S

W REGGMLLSSL GAS LD EFIB ER

REGG

LS

MSZI GGO

ZIGGO

D LS

OWM ZLIG GO

DWA WML GAS

26

DE B

MS WML ZIGGO

27

LS GA SL

DWA

WZM IGLG O

DWA

ZWIG MGL O

ZIG GO

ZIG G

AAN

A

DW

DW A

D

A

GG EF

LS

AS L D REGG LS EFLIB SER

WM GAS L L D L REGLGSS EFIB W ER ML G

WGAS REGGML LD EFIB LLSS ER

GAS HD

ZIGGO

REGGGAS ELFSIB LD E LS R

REGG E LS FIBER

REGGEFIB ER

WML

GAS L

WML WML

GASZIG WLMDLGO

O

DW A

DW A

BES T

DWA

LS

3.50

WM L

DW A

DW

RE

MS

REGGEFIBER

MS

REGGEFIBER

GAW LSSML LD

REGGEFIBER

MS

ZIGGO ZIGGO DWA bk

DWA

LD

LD

4.00

DWA

DWA

WML GAS

6

D A W GAS WLMDL ZIG GO

BES NAD TAAN ER D GR IN T OE EP N ASS EN

DW A

MS MS ZZIG LSIGGOO

ZIGMS GO MS MS

ZIGGO MS DWA

ZIGGMS O

DWA DWA

WGMALS LD

ZIG ZGIGO GO

GO

ZIG G

MS

MS

MS

MS

WA

MS

bk

DWA

WML GAS LD

ZIG ZGIGO GO

A

24

GO

ZIG

A

GWAM SL

MS

GO

10

ZIG

ZIWG GMOL

DW

HD

WM L

LS

LS

ZIG ZGIGO GO

DW A

A

MS

WGM ALS

DWA

12

WM L

ZIG GO

LS

DW

HD

DWA

DP-2

WML GAS LD

ZIG

A

LS

DW A

ZIGMS GO DWA

DP-2

ZIG ZGIGO GO

A

DW

DW

DW A

MS

A

DW

GA S

MS

DW A

ZIG GO

MS

R

O

LS

ZIGGO

GO

MS

HD MS

IBE

GE F

WM GAL S

ZIG G

DW A

RE G

MS

A

LS

WML

LS GAS LD

MS

ZIGGO MS DWA

WML

TOEKOMS OPENBAA TIG R KINDCE NTRUM

ZIGGO GAS LD WML

LS GAS LD

WML

WML

LD

WML

ZIGGO

LS WM GALS LD

L

WML

LS

LD

F

GO

GAW SML HLD S

ZIG

DW

IBE R

13

ZIG GO

ZIG

MS

GE

MLSGW ASML HD A

RE G

ZIG GO

MS

ZIG WGMO GAL MLSS H D

DW

MS

15

DW A

MS

15 a 28

DW

FIB ER

15 b

WML

LS GAS LD

WM

MS

RE MSGGE

15 c

GAS

ZIGG O

LS

WM LS L

WZMIGG LO

DW A

ZIGG O 15 d

S

WML

22b

14

D

GA

MS

ZIGG O

LS WMLLD GAS

LS

GAS LD

WML

ZIGGO

LS

0

2.5

1.80

GAMS SL

17

MS

DWA MS ZIGGO DWA MS

WML

4.00

LS

GAS LD

GAS MS LD

3.25

DWA

DW A

LS

GAS LD

bk

LS

22a

4.00

12

DWA

MS ZIGGO MSREGGEFIBER MS

LS

0

2.5

5.40

WML LS 19

MS ZIGGO MS

1.50

4.00

1.80

WML

LS LD GAS

WMGA L S LD

5.40

5.80 2.00

WML LS

WML

4.00

1.80

2.00

3.25 2.50 3.25

3.50

NIEUWE LICHTMAST 10

DWA

22

D

LS

DWA

LS

1.80

WML

GAS L

HD

WML

WML

3

2.50

DWA

TO AP EKO PA MS RT TIG EM EN TE NC OM

PL EX

MS

GAS LD WML LS

LS

HD

GAS

WML

MS

WML

GAS

WML

Almeweg

MS

GAWSMLLD LS LS

HD

2.00

WML

Almeweg

LS LS

WML

MS

WML

HD

8

4

WML

DWA

HD

WML

2

DWA

HD

6

MS ZIGGO MS

GAS

LS GAS HD LS

HD

WML

MS

5

LS

DWA

DP-1

HD

GAS

2.50

BESTAANDE LICHTMAST WML

GAS HDWML

MS

LS

HD

LLSS

GAS HD

MS

HD

HD

GAS HD

HD

GAS

TOEKOMSTIG APPARTEMENTENCOMPLEX

LAGE DRUK

LOCATIE TERREINKAST ZIGGO

GAS

LS

HD

GAS

1.80

BESTAANDE WATERLEIDING WML

BESTAANDE LICHTMAST VERPLAATSEN

Janssenweg

WML

7

INRICHTINGSELEMENTEN

HD

GAS HD MS

GWALMSSLZL IGDGO

ZIG GASLSL GO D

GAS L D

7

18

HD

GAS

DWA

5

GAS H D

GAS

DWA

3

GAS H D

GAS

DWA

HOGE DRUK

GAS HD

GAS H D

GAS

LS

BESTAANDE GASLEIDING

AANBRENGEN BETONKOKER, AFMETINGEN N.T.B.

GAS HD

LAGE DRUK

GAS LD

AAN TE BRENGEN GRASBETONTEGELS

GAS HD

GAS

DWA

GAS HD

GAS HD

GAS HD

GAS HD

GAS HD

GAS HD

GAS HD

SH D

LS

GO DWA ZIG

MS GAS HD

GAS HD

GAS HD

GAS HD

GAS HD

GAS HD

GAS HD

16

GAS HD

LS

DWA

WML

LS

MS

ZIGGO

GA

LS

S ZIGGMO

ZIGGO

DWA

WMGA L S LS LD

BESTAANDE GASLEIDING

BETONTEGELS, KLEUR GRIJS

DWA

LS

AAN TE BRENGEN VERHARDING TROTTOIR

14

1.80

GAML S LD W

MIDDENSPANNING

LS

LS

WML

MS 9-9b

GAS

LS

BESTAANDE ELEKTRICITEITSKABEL

KLEUR ROOD

GAS

GAW S ML LD

LAAGSPANNING

LS

12

ZI

GAS

WMGLAS L D

BESTAANDE ELEKTRICITEITSKABEL

BETONSTRAATSTENEN, KLEUR ANTRACIET

GAS

WMOL ZIGG

REGGEFIBER

REGGEFIBER

10

0 2.00 4.8 GGO

GA WMSL LD

BESTAANDE DATAKABEL

BETONSTRAATSTENEN, KLEUR ROOD

WML

5

1.80

ZIGGO

ZIGGO

WML

LSLS

DWA

at Beekstra

ZIGGO

aat Beekstr

2a

BESTAANDE DATAKABEL

BETONSTRAATSTENEN, KLEUR GRIJS

3

traat

DWA

KLIC-MELDING D.D. 19-12-2023

1

8

MS MS LS

KABELS EN LEIDINGEN

ASFALTVERHARDING

LS

Schanss

LS

LS

3

Welte rswe ide

LS

ZIOGGO WML ZIGG

MS

LS

LS

MS

DWA

LS

WML

aat

MSLS

MS LS

D GAS L

DWA

VERHARDING

VB

© 2024 - www.geonius.nl

paraaf

formaat

A0

projectnummer

documentsoort

CA230134

TEKENING

tekening nummer

versie

CA230134-VO-SIT-T02

5.0

CA230134-VO-SIT-T02_Woonrijp_v5.0.dwg

Bijlage 2 Ladderonderbouwing

6

Bestemmingsplan "Aan de Kabroekse Beek te Horst" (vastgesteld)

advies

projectnaam Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek datum 20 april 2023 projectnummer P06489 opdrachtgever Gemeente Horst aan de Maas

BRO projectleider SSh

Inleiding

Het planinitiatief bestaat volledig uit appartementen. Voor de segmenten

1.1 Aanleiding

is het Masterplan Wonen van de gemeente Horst aan de Maas aange-

Aan de Almeweg te Horst zijn 50 woningen in een gedifferentieerd pro-

houden (tabel 1). Op dit moment zijn er kassen en een bedrijfswoning

gramma beoogd. Op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking

aanwezig binnen het projectgebied. Deze zullen ten behoeve van het

moet worden onderzocht of het plan voorziet in een behoefte en of er

initiatief worden gesloopt.

sprake is van duurzaam ruimtegebruik.

1.2 Toepassing Ladder voor Duurzame Verstedelijking

Tabel 1: Woningbouwprogramma

Het plan betreft een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ en moet daarom

Segment

worden getoetst aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna:

Sociale huur

30%

15

Vrije sector huur

30%

15

Koop, diverse prijscategorieën

40%

20

Totaal

100%

50

‘Ladder’ zie ook blauw kader).

projectteam IMo, DBo, SJo

1.3 Planinitiatief

Per 1 juli 2017 luidt het tweede lid van art. 3.1.6. als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”

Aandeel

Absoluut aantal

Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk be-

Bosscheweg 107

lang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvor-

5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

ming bij ruimtelijke besluiten.

info@bro.nl www.bro.nl Figuur 1: Luchtfoto met ligging planlocatie (rood omlijnd)

1/15

1.4 Opzet onderzoek Voor het initiatief wordt onderzocht of en op welke manier de toevoeging van 50 appartementen te verantwoorden is vanuit de methodiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Voorziet het initiatief in een (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte en is er sprake van duurzaam ruimtegebruik binnen het verzorgingsgebied? Om een antwoord te geven op de hoofdvraag onderzoeken we zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling binnen het verzorgingsgebied. Ook wordt een locatieafweging gemaakt over de ligging binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Bovendien worden de te verwachten effecten van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. Met de resultaten van het onderzoek is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen. Voor het onderzoek is gekeken naar: 

Omgevingsvisie Limburg (2021)

Omgevingsverordening Limburg 2014 (in werking)

Omgevingsverordening Limburg 2021 (nog niet in werking)

Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 (2020)

Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024

Structuurvisie Horst aan de Maas 2013

Masterplan Wonen 2021-2025

Prestatieafspraken 2022

Dorpsplan Horst (2022)

Woningmarktonderzoek STEC (2020)

Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek

2/15

2.2 Toets Ladder voor Duurzame Verstedelijking

Conclusie: Het initiatief geldt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling

Eindconclusie

omdat de beoogde functie niet is toegestaan in het huidige bestem-

2.1 Passend binnen beleidskaders

De ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

mingsplan, er een functiewijziging nodig is en er 12 of meer woningen

Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij

Het initiatief voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.

worden toegevoegd.

De locatie valt binnen bestemming ‘Agrarisch’, maar is omsloten

2 Conclusies

aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente: 

Provinciaal, regionaal en gemeentelijk wordt benadrukt dat doorstro-

door stedelijke functies (Bedrijf en Wonen) en is daarmee onderdeel

Binnen bestaand stedelijk gebied:

ming van belang is om een toekomstbestendige woningmarkt te cre-

van het stedelijk gebied.

Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming

Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het initiatief onaan-

‘Agrarisch’ en is onderdeel van het uitbreidingsgebied De Afhang.

woningen beschikbaar en betaalbaar zijn. Het initiatief zet in op een

vaardbare leegstandseffecten zullen optreden. De woningbehoefte

Rondom de agrarische kavel is het aan alle kanten woonwijk geworden.

programma met verschillende prijssegmenten en levensfasebesten-

is immers dusdanig groot dat ook na het realiseren van het planiniti-

Bovendien ligt de functieaanduiding ‘glastuinbouw’ op de planlocatie. Dit

dige woningen.

atief behoefte blijft bestaan voor het realiseren van nieuwe wonin-

betekent dat het plangebied geen stedelijke functie heeft. In de directe

Tevens voldoet het initiatief aan de instructieregel voor de planvoor-

gen.

omgeving zijn echter stedelijke functies gelegen. Op de aangrenzende

eren met voldoende woningen van de juiste kwaliteit, waarvan de

raad wonen in de omgevingsverordening Limburg 2014. 

In de paragrafen hierna lichten we deze conclusie toe.

kent dat het gebied wordt omsloten door stedelijke functies. Gezien het

dien past de ontwikkeling binnen de huidige maatschappelijke con-

Nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied

en is een verder motivering op dit punt niet nodig.

text, waarin sprake is van een significante woningbehoefte, onder

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ‘ladderplichtig’ is.

Het initiatief draag bij aan de provinciale ambitie van voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. Boven-

meer voor de doelgroepen starters, ouderen, evenals het levensloopbestendig maken van woningen. De beoogde appartementen voldoen aan levensloopbestendig en betaalbaar wonen. 

Regionaal en gemeentelijk wordt aandacht besteed aan de leefbaarheid van kleine kernen en daar de doorstroming op gang te laten komen. Specifiek moet in de kernen gebouwd worden naar behoefte. Voor de kern Horst geldt dat de kern bouwt naar eigen woningbe-

De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de functie niet is toegestaan binnen het huidige bestemmingsplan en er een functiewijziging nodig is.

hoefte aangezien zij getypeerd wordt als ‘centrumdorp’. Doorstroming op de woningmarkt staat centraal en om dit voor elkaar te krijgen is actie nodig: versnellen, versterken en doorzetten. De toevoeging van 50 woningen draagt nadrukkelijk bij aan dit doel. 

percelen zijn de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Wonen’ vigerend. Dat bete-

Tot slot geldt dat woningbouw plaats dient te vinden binnen of direct aansluitend aan het bestaande dorpsgebied. Hiervan is sprake bij het initiatief Aan de Kabroekse Beek.

Bij de afweging over de ligging binnen of buiten bestaand stedelijk gebied gaat het er om of de planlocatie al een stedelijke bestemming heeft. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

voorgaande is sprake van een ligging ‘binnen bestaand stedelijk gebied’

Ruimtelijk verzorgingsgebied Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan het woningbouwprogramma bevatten. De behoefte wordt bepaald binnen het ruimtelijk relevante verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang hiervan zijn leidend voor het ruimtelijke verzorgingsgebied. Verhuisbewegingen binnen en tussen gemeenten geven hiervoor een goede indicatie.

Conclusie: Voor dit onderzoek is de gemeente Horst aan de Maas beschouwd als het primair verzorgingsgebied. In de kwantitatieve en kwalitatieve analyse is daarom primair gekeken naar de eigen gemeente. De gehele woonregio Venray (Horst aan de Maas, Venray) en de woonregio Venlo (Venlo, Peel en Maas, Beesel) vormen het secundaire verzorgingsgebied.

Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek

3/15

Kwantitatieve behoefte aangetoond

Kwalitatieve behoefte aangetoond

siteit in de kern). Met dit initiatief zullen appartementen worden gerealiseerd, hierdoor wordt er voor een deel bijgedragen aan de kwa-

Bij de kwantitatieve behoefte gaat het om aantallen benodigde woningen. De behoefte aan een woningbouwontwikkeling wordt bepaald door de langetermijnprognose van de vraag naar woningen af te zetten tegen de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. In veel provincies en regio's zijn prognosemodellen beschikbaar die bruikbaar zijn om de behoefte te bepalen.

De kwalitatieve behoefte gaat over specifieke woningtypen, eigendomssituaties, segmenten, doelgroepen en woonmilieus. De kwalitatieve behoefte volgt onder andere uit de planinformatie, de lokale vraag-aanbodstructuur, trends en ontwikkelingen en beleidskaders. Kortom: de kwalitatieve ‘meerwaarde’ van het plan. Vooral in krimpgebieden is er soms geen kwantitatieve behoefte, maar is vaak wel sprake van kwalitatieve behoefte aan bepaalde typen woningen. Denk aan levensloopbestendige woningen en betaalbare woningen.

Conclusie: De beoogde ontwikkeling van maximaal 50 woningen voorConclusie: Het initiatief om 50 appartementen te realiseren in het seg-

toe in zowel gemeente Horst aan de Maas als de secundaire regio.

ment sociale huur, vrije sector huur en koopsegment voor de doelgroep

Het aantal huishoudens groeit iets sneller, door de alsmaar kleinere

voorziet in een kwalitatieve behoefte:

 

Door de demografische ontwikkeling (vergrijzende bevolking en af-

Als de harde plancapaciteit wordt afgetrokken van de benodigde

name van jongeren en huishoudens zonder kinderen) is in de regio

woningvoorraad is in gemeente Horst aan de Maas sprake van een aanvullende woningbehoefte van circa 522 woningen.

Noord-Limburg én specifiek in de kleine kernen een nadrukkelijke

Volgens onderzoek van STEC (2020) groeit de kern Horst het

en gezinnen. Horst groeit de komende tien jaar het hardst van alle

hardst van alle kernen in de gemeente Horst aan de Maas. Daarom

kernen in de gemeente Horst aan de Maas.

zal een groot deel van de resterende behoefte ook ingevuld moeten

behoefte aan woningen welke geschikt zijn voor ouderen, jongeren

Van belang is dat de toekomstbestendigheid en leefbaarheid van

worden in de kern Horst.

kernen en woningen in acht wordt genomen. Kernpunten zijn om le-

In de secundaire regio is sprake van een aanvullende woningbe-

vensloopbestendig te bouwen en de doorstroming op de woning-

hoefte van circa 4.255 woningen.

markt te bevorderen. Het initiatief geeft hier invulling aan door le-

Dus er is zowel een kwantitatieve behoefte in de regio, gemeente en

vensfasebestendige woningen (appartementen) toe te voegen aan

de kern Horst.

de woningvoorraad. 

Er is behoefte aan een mix van woontypologieën en segmenten. Enerzijds is er behoefte aan levensloopbestendige woningen voor ouderen, en indirect zodat hierdoor woningen voor starters vrijkomen (doorstroming). Anderzijds is er behoefte aan een mix van typologieën om de leefbaarheid van de kern op peil te houden (diver-

1

De behoefte aan levensloopbestendige woningen (appartementen) wordt meermaals benadrukt. Bij nieuwbouw is het van belang om in te zetten op woningen die qua omvang en uitstraling interessant zijn voor starters, maar tegelijkertijd volledig geschikt zijn (of geschikt te maken) voor ouderen.

Tot slot is er de behoefte om nieuwbouwplannen toekomstbestendig te ontwikkelen. De gemeente hanteert een beleid voor nieuwbouw-

ziet in een kwantitatieve behoefte:  Zowel het aantal inwoners als het aantal huishoudens neemt nog

huishoudens.

litatieve behoefte.

plannen dat moet bestaan uit 30% sociale huur, 30% vrije sector huur en 40% koop, met ruimte voor maatwerk. Het initiatief Aan de Kabroekse Beek wordt gerealiseerd volgens deze verdeling. Geen onaanvaardbare leegstandseffecten Tot slot mag een planontwikkeling niet tot onaanvaardbare (leegstands)effecten leiden. Oftewel: dusdanige leegstand dat dit het goede woon-, leef- en ondernemersklimaat aantast. In de praktijk gebeurt dit zelden, ook vanwege de grote woningnood in Nederland.

Conclusie: Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van 50 woningen onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden. De woningbehoefte is immers dusdanig groot dat ook na het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan voor het realiseren van nieuwe woningen. Bovendien heeft een gezonde woningmarkt 2 procent leegstand volgens het Planbureau voor de Leefomgeving 1. De gemeente Horst aan de Maas had in 2022 een woningleegstand van 2%. Bovendien zal van de gemeente de kern Horst naar verwachting de

https://vastgoedactueel.nl/in-veel-gemeenten-nauwelijks-langdurige-woningleegstand/

Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek

4/15

sterkste stijging in bevolking en huishoudens doormaken tot 2030, waar-

Tabel 2: Verhuisbewegingen gemeente Horst aan de Maas

door zeker in deze kern de kans op onaanvaardbare leegstand zeer

Verhuisbewegingen

klein zal zijn.

Gemeenten

Binnen gemeente Horst a/d Maas

Relatief

B1.2 Kwantitatieve behoefte

60%

In deze paragraaf is de kwantitatieve behoefte in beeld gebracht. In taVanuit woonregio Venray (excl.

Bijlage 1: Onderbouwing woningbouwbehoefte

Venray

6%

Horst a/d Maas)

bod en de nog te ontwikkelen woningen (harde plancapaciteit). Door de

Vanuit woonregio Venlo (excl. Horst

Venlo, Peel en Maas,

a/d Maas)

Beesel

Totaal aantal verhuisbewegingen

bel 2 is de vraagbehoefte aan woningen afgezet tegen het huidige aan-

11%

woningbehoefte te verminderen met de harde plancapaciteit blijkt of er nog extra kwantitatieve behoefte is aan extra woningen. Uit de kwantita-

77%

B1.1 Afbakening verzorgingsgebied Het verzorgingsgebied is het gebied waarbinnen vraag en aanbod van

wegingen is afkomstig uit de woonregio Venlo. Het primaire en secun-

woonruimte plaatsvindt, ook wel de woningmarkt. De woningmarktafba-

daire verzorgingsgebied samen zijn goed voor circa 77% van alle ver-

kening verschilt per initiatief en valt niet per definitie samen met een be-

huisbewegingen binnen en naar de gemeente Horst aan de Maas.

stuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor het functioneren van de regionale woningmarkt is het aantal verhuisbewegingen/migratiestromen

Daarnaast zijn er nog verhuisbewegingen uit diverse andere gemeenten

binnen en naar de betreffende gemeente/woonplaats.

in Nederland, dit aandeel is echter zeer beperkt. De overige verhuisbe-

tieve behoefteraming uit tabel 2 blijkt van boven naar beneden het volgende:  Zowel het aantal inwoners als het aantal huishoudens neemt nog toe in zowel gemeente Horst aan de Maas als de secundaire regio. Het aantal huishoudens groeit iets sneller, door de alsmaar kleinere 

digde woningvoorraad3 (zie rij C). Kijkend naar de rest van regio Noord-Limburg valt op dat de regionale bevolkings- en huishou-

wegingen zijn in het vervolg van deze analyse daarom buiten beschouIn de gemeente Horst aan de Maas betreft 60% van de verhuisbewegin-

huishoudens2. Het toekomstig aantal huishoudens bepaalt grotendeels de beno-

densgroei verhoudingsgewijs kleiner is dan in de gemeente Horst

wing gelaten.

aan de Maas.

gen bewegingen binnen de eigen gemeente. Daarmee wordt de gemeente Horst aan de Maas gezien als het primaire verzorgingsge-

In zowel gemeente Horst aan de Maas als het secundair verzorgingsgebied is sprake van een groei van de benodigde woningvoor-

bied. In de kwantitatieve en kwalitatieve analyse wordt daarom primair

raad (zie rij C). De woningbehoefte in de gemeente Horst aan de

gekeken naar de eigen gemeente.

Maas wordt onderschreven door het onderzoek van Stec (2020), waarin voor de periode 2020-2030 een woningbehoefte van 1.385

De gehele woonregio Venray (Horst aan de Maas, Venray) en de woonregio Venlo (Venlo, Peel en Maas, Beesel) vormen het secundaire ver-

woningen wordt genoemd voor de gemeente en 395 woningen voor de kern Horst. Ook het gemeentelijke Masterplan Wonen onder-

zorgingsgebied. Beide woonregio’s behoren tot de regio Noord-Lim-

schrijft de behoefte aan woningen. Daarin wordt alleen al tot 2025

burg en worden doorgaans gezien als één subregio vanwege de sterke

ingezet op circa 1.000 extra woningen.

regionale samenhang. In totaal vindt circa 6% van de verhuisbewegin-

gen plaats binnen de woonregio Venray en circa 11% van de verhuisbe-

er volgens onderzoek van STEC een bouwopgave van 8.605 woninFiguur 2: Verhuisbewegingen overzicht

2 3

In heel regio Noord-Limburg (incl. gemeente Horst aan de Maas) is gen (figuur 3). Als hiervan de behoefte vanuit de gemeente Horst

Dataportaal Wonen en Demografie, Provincie Limburg. (2022) Woonmonitor Provincie Limburg (2022).

Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek

5/15

aan de Maas wordt afgetrokken geldt voor de rest van de regio een

sprake van een aanvullende woningbehoefte van circa 4.255 wonin-

woningbehoefte van 7.220 woningen.

gen (zie rij F). Dit is de ruimte die nog kan worden ingevuld met

De plancapaciteit4 zijn woningen die zijn voorzien in alle woningbouwplannen. Hierin maken we onderscheid in harde en zachte

(harde) woningbouwplannen.

plancapaciteit. De handreiking bij de Ladder schrijft voor dat we de harde plancapaciteit doorrekenen in de behoefteraming. Dit zijn plannen in een vergevorderd stadium. De zachte plancapaciteit is minder relevant. Deze plannen bevinden zich nog in de idee- of ontwerpfase. Ervaring leert dat diverse zachte plannen uiteindelijk niet tot uitvoering worden gebracht. 

De provincie Limburg gaat ervan uit dat gemeenten 130% plancapaciteit nodig hebben voor 100% realisatie. Dat betekent ca. 1.885 woningen in Horst aan de Maas. Met een huishoudensgroei van ca. 1.450 huishoudens tot 2030 past deze plancapaciteit daar bij.

De totale plancapaciteit in gemeente Horst aan de Maas is 1.737 woningen, waarvan 863 woningen behoren tot de harde plancapaci-

Tabel 3: Kwantitatieve behoefteraming woningen in verzorgingsgebied

teit5. Als de harde plancapaciteit (rij D) wordt afgetrokken van de be-

Gemeente Horst aan de Maas

nodigde woningvoorraad (rij C) is in gemeente Horst aan de Maas sprake van een aanvullende woningbehoefte van circa 522 woningen (zie rij F). Dit is de ruimte in de gemeente die nog kan worden ingevuld met (harde) woningbouwplannen. 

Overig regio Noord-Limburg

2022

2030

Ontwikkeling

2022

2030

Ontwikkeling

A. Inwonertal

42.574

43.689

+2,6%

241.031

243.867

1,2%

B. Huishoudens

18.368

19.529

+6,3%

109.229

113.869

4,3%

De totale plancapaciteit in de rest van Noord-Limburg en omstreken is 5.851 woningen, waarvan 2.965 woningen behoren tot de harde

C. Benodigde wo-

plancapaciteit (rij D). Als de harde plancapaciteit wordt afgetrokken

ningvoorraad

van de benodigde woningvoorraad (rij C) is in de secundaire regio

D. Harde plancapaci-

+1.385

+7.220

863

2.965

874

2.886

teit tot 2032 E. Zachte plancapaciteit tot 2032 F. Aanvullende wo-

+522

+4.255

ningbehoefte = C-D Figuur 1: Bouw- en sloopopgave t/m 2030 per regio. 4 5

Dataportaal Wonen en Demografie, Provincie Limburg. (2022) Plancapaciteitsmonitor Limburg.

Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek

6/15

B1.3 Kwalitatieve behoefte In deze paragraaf is de kwalitatieve behoefte in beeld gebracht. Dit is onder andere gedaan aan de hand van woningmarktonderzoek voor de gemeente Horst aan de Maas door STEC Groep (2020). Daarmee is ook het bestaande kwalitatieve aanbod en vraag betrokken in het onderzoek en is het initiatief op basis van deze resultaten afgewogen, conform de richtlijnen van de ladder. Trends en ontwikkelingen In figuur 5 zijn de belangrijkste trends en ontwikkelingen geschetst ten aanzien van de Nederlandse woningmarkt. Er zijn drie verschillende doelgroepen te onderscheiden in de woningmarkt: starters, gezinnen en ouderen. Deze doelgroepen hebben verschillende wensen en knelpunten die van belang zijn. Voor het initiatief is het van belang om de beoogde doelgroep inzichtelijk te hebben. Op deze manier kan worden gekeken of het initiatief aansluit op de wensen van de doelgroep. Er zullen 50 appartementen gebouwd worden in verschillende segmenten (sociale huur, vrije sectorhuur en koopwoningen in verschillende prijssegmenten). Hiermee geeft het invulling aan zowel de vraag vanuit starters (betaalbare en kleine woningen) en senioren (levensloopbestendige woningen).

Figuur 5: Trends Nederlandse woningmarkt

Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek

7/15

Kwalitatief aanbod

De gemeente Horst aan de Maas had in 2022 een woningleegstand

Kwalitatieve behoefte

De gemeente Horst aan de Maas beschikt over circa 18.101 woningen6.

van 2%. Dit ligt gelijk met het landelijk (2%) en onder het provinciaal

Provinciale behoefte

Hiervan is 88% eengezinswoning en 12% een meersgezinswoning7.

gemiddelde (3%). Dit betekent dat er in de gemeente sprake is van

Provinciaal wordt een tekort geconstateerd in de specifieke segmenten

Daarbij is 76% van de woningvoorraad een koopwoning en 24% een

een gezonde woningmarkt.

voor ouderen, (sociale) huurders, middeninkomens, kwetsbare groepen

Gezien de beperkte leegstand en de krapte op de woningmarkt is

en spoedzoekers9. Daarnaast is de doorstroming beperkt. De vergrijzing

het reëel om te veronderstellen dat het effect van het beoogde initia-

in Limburg en het rijksbeleid om het zelfstandig wonen te bevorderen,

tief beperkt zal zijn. Te meer aangezien de behoefte groot is.

heeft grote gevolgen gehad voor de doorstroming. De behoefte aan zelf-

huurwoning. Van de huurwoningen is 15% in bezit van een woningbouwcorporatie en de overige 9% zijn particuliere huurwoningen.

De dataportaal Wonen en Demografie van de provincie Limburg maakt

standige woningen en nieuwe woonconcepten voor ouderen is daarom

tevens een onderscheid naar type woningen8.

groot. Op dit moment geldt dat ouderen noodgedwongen in hun (vaak te

Ruim 35% van de woningen betreft vrijstaande woningen, ruim 28%

grote) woning blijven wonen, vanwege het ontbreken van een alterna-

betreft twee-onder-een-kapwoningen, ruim 21% rijwoningen en ruim

tief. Als dat alternatief er wel is, komen bovengenoemde woningen eer-

10% betreft appartementen. De rest betreft overige woonvormen.

der vrij en wordt de doorstroom op de woningmarkt bevorderd.

Deze verdeling kan worden verwacht in een landelijke gemeenten als Horst aan de Maas en woonkernen met relatief veel ruimte.

Figuur 6 toont een globaal beeld van de toekomstige ontwikkeling van Limburgse Huishoudens10. In lijn met de eerdergenoemde vergrijzing

De plancapaciteit (excl. tijdelijke woningen) van de gemeente Horst aan

volgt ook uit de figuur dat het aantal huishoudens ouder dan 75 de ko-

de Maas laat een gevarieerde verdeling tussen segmenten zien:

mende jaren stevig zal toenemen. Het aantal huishoudens met kinderen

25% sociale huur

blijft redelijk stabiel, maar onverminderd op een hoog niveau. De overige

4% middeldure huur

28% betaalbare koop

0% dure huur

17% dure koop

27% onbekend

Leegstand Een gezonde woningmarkt kent een leegstand van circa 2%. Deze frictieleegstand is van belang om de dynamiek binnen de woningmarkt op te kunnen vangen.

6 7

De Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant 2020 CBS-Statline (2022) Kerncijfers wijken en buurten

8

Provincie Limburg, Dataportaal Wonen en Demografie, geraadpleegd in februari 2022 Provincie Limburg (2020), Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 10 Provincie Limburg (2021), Woonmonitor 2021

Figuur 2: Woningtypen en segmenten in gemeente Horst aan de Maas.

Figuur 6: Kwalitatieve woonopgave (Woonmonitor)

9

Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek

8/15

In algemene zin is veel behoefte aan woningen voor starters en ou-

Lokale behoefte

in de leeftijdscategorie tussen 35 en 75 jaar desondanks het hoogst

deren. Meer woningen voor ouderen zijn niet alleen een directe in-

De structuurvisie Horst aan de Maas 2013 (opnieuw vastgesteld in

blijft.

vulling van een behoefte door ouderen, maar het bevordert tevens

2019) stelt ten aanzien van kwalitatieve woningmarktaspecten dat:

de doorstroming op de woningmarkt.

huishoudens nemen af, waarbij het aantal huishoudens zonder kinderen

De kwalitatieve behoeftevraag is tevens vertaald naar specifiek woon-

Doelgroepen die bijzondere aandacht krijgen zijn senioren en, in

Gelet op de aanzienlijk behoefte aan woningen voor ouderen, wordt

mindere mate, starters. De verdeling van nieuwbouw over de dor-

segmenten. In Noord-Limburg is sprake van een tekort aan sociale huur,

bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet op levensloopbestendige wonin-

pen is op hoofdlijnen: 20% starters, 30% gezinnen (doorstromers)

vrije sector huur en koopwoningen, met nadrukkelijk de focus op appar-

gen.

en 50% senioren, een en ander in overleg met de dorpsraden. 

tementen en nultredenwoningen (levensloopbestendig). Dit beeld geldt voor de regio als geheel, lokaal kunnen er verschillen optreden.

Bij uitbreidingslocaties voor woningbouw is de ambitie 30% van de

De regio kiest ervoor om te werken met een kwalitatieve richtlijn. Hier-

nieuw te bouwen woningen in de sociale (huur- en/of koop)sector te

mee wordt bedoeld dat Progneff/Etil de basis vormt, maar dat (indien

realiseren.

Regionale behoefte

kwalitatief wenselijk) er ruimte blijft om de ‘goede dingen’ te blijven reali-

In de regionale Woonvisie Noord-Limburg wordt op hoofdlijnen tevens

seren. Relevante uitgangspunten voor de kwalitatieve richtlijn:

De gemeentelijke woonvisie is het meest concreet ten aanzien van de

aandacht besteed aan kwalitatieve behoeften op de woningmarkt11.

Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen. Gelet op

kwalitatieve woningbehoefte12.

Anno 2020 hebben mensen verschillende woonwensen en willen ze op

de toekomstige samenstelling van onze bevolking streven we ernaar

verschillende manieren met elkaar samenleven. De tijd van het (stan-

om woningen dichtbij voorzieningen te realiseren.

daard) rijtjeshuis of de (standaard) twee-onder-een-kapwoning is voorbij.

-

30% van alle nieuwbouw betreft woningen voor sociale huur. Dit zijn woningen bestemd voor allerlei huishoudens: jongeren, gezinnen en

Ook in kleine kernen biedt de gemeente mogelijkheden om wo-

senioren met een laag inkomen. De behoefte naar sociale huur ver-

Steeds vaker zijn er initiatieven voor het transformatie van bestaand

ningen toe te voegen ten behoeve van de leefbaarheid. Door de

schilt sterk per kern. Daar houdt de gemeente Horst aan de Maas

vastgoed, waarbij doorgaans appartementen worden gerealiseerd. Een

juiste woningen (levensloopbestendige woningen) toe te voegen

van de centrale opgaven in de regionale woonvisie is de kwalitatieve

aan de voorraad, komen bestaande woningen vrij voor starters

mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande

en/of (jonge) gezinnen. Bij nieuwbouw is het dus essentieel de

ment is vooral interessant voor senioren (zij verkiezen in toene-

woningvoorraad:

toekomstbestendigheid van die woningen in het oog te houden.

mende mate huur boven koop) of voor starters en jonge gezinnen

 

Bij nieuwbouw gaat de voorkeur uit naar toekomstbestendige en

rekening mee. 

30% van de nieuwbouw worden vrije sector huurwoningen. Dit seg-

Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve

met een middeninkomen. Een ander argument voor huur in deze ca-

flexibele woonconcepten.

behoefte. Alleen woningen toevoegen waaraan behoefte is, nu en in

tegorie is ‘flexibiliteit’. Steeds meer mensen willen de vrijheid heb-

Doordat er verschuivingen plaatsvinden in de demografische sa-

de toekomst. Denk hierbij aan een mix van sociale- en middenhuur,

ben om makkelijk te kunnen verhuizen, zonder de risico’s van een

menstelling van de bevolking (o.a. vergrijzing) verandert ook de

levensloopbestendige woningen en andersoortige toekomstbesten-

koopwoning.

kwalitatieve woonbehoefte. Er is een toenemende behoefte aan (le-

dige woonconcepten.

De overige 40% worden koopwoningen en dan vooral betaalbare

vensloopbestendige) nultredenwoningen en appartementen. Er ont-

Er zijn diverse redenen om aan te nemen dat de behoefte aan vrijesec-

(starters) woningen en nultredenwoningen zoals appartementen,

staan op termijn overschotten in de niet-levensloopbestendige

torhuur aanwezig is en blijft in Noord-Limburg. Hierbij ligt de nadruk op

grondgebonden woningen met badkamer en slaapkamer op de be-

grondgebonden huur-, goedkope koop- en ruime, dure koopseg-

het middensegment. Er is geen landelijke eenduidige definitie van mid-

gane grond en eengezinswoningen die later relatief eenvoudig ge-

ment.

denhuur. Als ondergrens kan de liberalisatiegrens van de sociale huur-

transformeerd kunnen worden tot nultredenwoningen. De vraag

sector worden gehanteerd (> € 737,- /prijs per 01-07-2019). Als boven-

naar traditionele eengezinswoningen in het duurdere koopsegment

grens wordt vaak circa € 1.000,- gebruikt. 11 12

Atrivé (2020), Regionale Woonvisie 2020-2024 Gemeente Horst aan de Maas (2021), Masterplan Wonen 2021-2025

Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek

9/15

zal op termijn stabiliseren of zelfs dalen. Bestaande woningen voorzien al grotendeels in deze behoefte. Daarom wordt terughoudend omgegaan met de nieuwbouw van dit segment. In 2020 heeft de gemeente Horst aan de Maas een woningbehoefteonderzoek laten uitvoeren door Stec Groep13. Ten aanzien van de kwalitatieve behoefte wordt geconcludeerd: 

De sterkste groei zal plaatsvinden onder huishoudens ouder dan 65. Dit heeft alles te maken met vergrijzing en dit vertaalt zich in een sterke vraag naar nultredenwoningen (levensloopbestendig). Deze vraag is het grootst in het koopsegment, maar in minder mate ook in de vrije- en sociale huursector.

Tegelijkertijd is (in mindere mate) ook sprake van een aanhoudende vraag naar reguliere grondgebonden woningen. Deze vraag komt met name van jonge huishoudens en gezinnen, die naar verwachting tot 2030 blijven toenemen. Bovendien is ook een deel van de groeiende groep ouderen nog vitaal en wil graag in een reguliere grondgebonden woning blijven wonen.

Tot 2025 is nog sprake van vraag naar grondgebonden woningen in Figuur 7: Ontwikkeling behoefte woonsegmenten Horst aan de Maas

alle segmenten, sociale huur, vrije sector huur en koopwoningen (figuur 7). Vanaf 2025 is naar verwachting geen vraag meer naar

De vraag naar sociale huurwoningen is in de meeste kernen relatief

licht. Er is een sterke vraag naar nultredenwoningen en grondge-

grondgebonden koop en omstreeks 2030 is naar verwachting uitslui-

beperkt. Alleen in de grootste kernen, Horst en Sevenum, is sprake

bonden koopwoningen. Daarnaast willen ze in een reguliere grond-

tend nog behoefte aan grondgebonden sociale huurwoningen.

van een substantiële vraag naar sociale huur.

gebonden (sociale) huurwoning (blijven) woningen. Binnen de vraag

In vrijwel alle kernen is de vraag naar levensloopbestendige nultre-

naar nultredenwoningen gaat het voor een belangrijk deel om koop,

De behoefte aan appartementen en nultredenwoningen (levensloop-

bestendig) binnen de vrije huursector en koopsector blijft de ko-

denwoningen dominant en dan met name in de koopsector. Dit komt

mende jaren redelijk stabiel (zie de groene en paarse staven in fi-

doordat het aantal 65-plushuishoudens in elke kern fors toeneemt.

guur 7). Tegelijkertijd neemt de behoefte aan sociale huurapparte-

maar daarnaast ook om vrijesector huur en sociale huur. 

De Dorpsplannen Wonen gaan hier verder op in.

Specifiek voor de kern Horst is er behoefte aan nultreden (koop)wo-

menten en nultredenwoningen (levensloopbestendig) tot 2030 stevig

ningen met daarnaast sociale huur grondgebonden. Horst groeit de

Een belangrijke conclusie uit het onderzoek van Stec Groep (2020) is

toe.

komende tien jaar het hardst van alle kernen in de gemeente Horst

om in te zetten op levensloopbestendig bouwen en het bevorderen van

aan de Maas. Primair zijn dit de 65-plussers. Ouderen willen deels

de doorstroming op de woningmarkt.

Daarnaast is in het onderzoek van Stec Groep (2020) een onderscheid

doorstromen en de alleenstaanden en stellen 35 t/m 65 jaar krimpen

gemaakt op kernniveau. Daaruit komt het volgende naar voren: 13

Stec Groep (2020), Woningbehoefte per kern Horst aan de Maas

Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek

10/15

Op korte termijn is nog vraag vanuit starters en gezinnen voor reguliere grondgebonden koopwoningen, maar dit slaat op termijn om in overschotten.

Door woningen voor ouderen te realiseren wordt enerzijds de doelgroep direct bedient, maar indirect bevordert het ook de doorstroom op de woningmarkt. Ouderen die verhuizen laten weer een andere (doorgaans grondgebonden) woning achter enzovoort. Op die manier ontstaat een langere verhuisketen dan wanneer uitsluitend starterswoningen worden gerealiseerd.

Bij nieuwbouw moet goed worden ingezet op écht levensloopbestendige woningen. Woningen die qua omvang en uitstraling interessant zijn voor starters, maar tegelijkertijd ook volledig geschikt zijn (of geschikt te maken) voor ouderen.

De grootste toename van huishoudens tot 2030 betreft suburbane senioren. Deze groep heeft behoefte aan een dorps woonmilieu en beschikt doorgaans over een relatief laag inkomen. Ook de groep ruim(t)e genieters / zilveren rand neemt stevig toe. Deze groep heeft eveneens behoefte aan een dorps woonmilieu, maar beschikt over een gemiddeld tot hoog inkomen.

Twee andere doelgroepen die aanzienlijk toenemen zijn landelijke eenvoud en landelijke luxe. Beide doelgroepen zijn op zoek naar een landelijk woonmilieu, waarbij landelijke eenvoud over een relatief laag inkomen beschikt en landelijke luxe over een gemiddeld tot hoog inkomen.

Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek

11/15

Bijlage 2: Beleidskaders In deze bijlage is het kaderstellend beleid van provincie, regio en gemeente in beeld gebracht. Op basis van dat beleid wordt voorliggend initiatief afgewogen.

Provincie Limburg Omgevingsvisie Limburg (2021) Op 1 oktober 2021 is de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) vastgesteld. Deze is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL 2014). In de POVI Limburg geeft de provincie haar visie op de fysieke leefomgeving. De provinciale ambitie ten aanzien van wonen is een voortreffelijk woon- en leefklimaat waar mensen zich prettig voelen, met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. Grootste opgave omtrent woningbouw is het toekomstgeschikt maken van de huidige woningvoorraad. Deze woningen zijn verouderd of sluiten onvoldoende aan op de huidige vraag. Hierdoor is er op korte termijn een vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen, terwijl er naar verwachting ook overschotten zullen ontstaan van andere type woningen. De provincie Limburg richt zich dus hoofdzakelijk op het passend maken van de woningvoorraad aan de woonbehoefte. De hoofdlijnen binnen het thema ‘wonen en leefomgeving’ zijn als volgt. 

Een woningaanbod/planvoorraad waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. Dit betekent voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek.

Woningbouwontwikkelingen worden bekeken vanuit een brede

2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling

maatschappelijke context. Verduurzaming en levensloopbestendig

mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenut-

maken van bestaande en nieuwe woningen wordt gestimuleerd.

ting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebou-

Het op orde brengen van de kwaliteit van bebouwd gebied heeft

wen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht.

voorrang. Dat betekent dat eerst leegstaand vastgoed wordt herge-

3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording

bruikt en herbestemd en dat wonen in principe alleen toegestaan is

over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in

in daarvoor bestemde woongebieden. Hierop kunnen uitzonderin-

het eerste en tweede lid.

gen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Artikel 2.4.2 Bestuursafspraken wonen In de provinciale woonmonitor komt naar voren dat er woningtekorten

In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) zijn, na een

zijn in de sociale- en middeldure huur, voor eenpersoonshuishoudens,

proces van co-creatie, eind 2014 de hoofdlijnen voor de ambities, opga-

zorgbehoevenden en senioren. Daarnaast streeft de provincie ernaar

ven, rolopvatting en aanpak vastgesteld door Provinciale Staten. Samen

om op wijkniveau en in samenhang naar sociale en fysieke woonopga-

met stakeholders hebben de gemeenten en provincie geconstateerd dat

ven te kijken, waaronder dus wonen en zorg. Het doel hiervan is om se-

voor diverse thema’s meer uitvoeringsgerichte regionale bestuursafspra-

gregatie tussen groepen te voorkomen, inbreiding te stimuleren en de

ken nodig en wenselijk zijn. Het gaat om 8 thema's: wonen, detailhan-

leefbaarheid van wijken te verbeteren.

del, bedrijventerreinen, kantoren, energie, land- en tuinbouw, vrijetijdseconomie en Nationaal Landschap Zuid-Limburg.

Omgevingsverordening Limburg 2014 (in werking) De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de Omgevingsveror-

De bestuursafspraken maken onderdeel uit van het samenwerkingsmo-

dening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn

del gemeenten – provincie dat de afgelopen jaren op het gebied van

om het omgevingsbeleid uit het voormalige Provinciaal Omgevingsplan

omgevingsbeleid is gegroeid. Het POL2014 schetst de ambities, opga-

Limburg 2014 (POL2014) juridische binding te geven.

ven, aanpak op hoofdlijnen en principes. Het is in co-creatie met de gemeenten tot stand gekomen. De gemeenten nemen vervolgens het

Het POL2014 is inmiddels komen te vervallen, maar de in 2014 vastge-

stokje over en stellen regionale uitwerkingen op in de vorm van struc-

stelde omgevingsverordening blijft van kracht totdat een nieuwe omge-

tuurvisies, visies of anderszins. De provincie is partner in die regiopro-

vingsverordening op grond van de nieuwe POVI in werking treedt.

cessen en faciliteert deze. Vanuit de regierol ziet de provincie toe op de samenhang tussen de aanpak per regio en die in aangrenzende gebie-

Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking

den.

In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de ver-

Meer specifiek ten aanzien van het thema wonen hebben de bestuursaf-

ordening het navolgende bepaald:

spraken geresulteerd in de vaststelling van een drietal woonvisies voor

1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling moge-

respectievelijk Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.

lijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.

Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek

12/15

In artikel 2.4.2 is een instructieregel opgenomen voor de nieuwe plan-

voldoen (2x meer planvoorraad dan de vraag). Of met deze bestaande

Omdat de Omgevingswet diverse keren is uitgesteld zijn deze nieuwe

voorraad wonen. Hierin is het volgende opgenomen:

planvoorraad voldaan kan worden aan de kwalitatieve vraag is niet altijd

onderwerpen en aanvullende regels inmiddels juridisch verankerd in de

De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie

duidelijk. Daarbij zijn veel gemeenten na de vaststelling van het bestem-

vigerende Omgevingsverordening Limburg 2014, zodat ook al vóór de

van een of meerdere woningen beschrijft dat:

mingsplan sterk afhankelijk van de bereidheid van de ontwikkelaar/initia-

inwerkingtreding van deze nieuwe ‘Omgevingsverordening Limburg

a) rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse princi-

tiefnemer om tot realisatie van de woningen te komen. Maar in papieren

2021’ gebruik kan worden gemaakt van de nieuwe instructieregels.

pes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van

plannen kan niemand wonen. Om van de woningen op papier echte wo-

de provinciale omgevingsvisie;

ningen te maken, om te stimuleren dat plannen worden gerealiseerd, in

Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 (2020)

heel Limburg, in steden en op het platteland, is er een realisatietermijn

De Limburgse Agenda Wonen bouwt voort op de Limburgse ambitie en

voor woningbouwplannen in de omgevingsverordening opgenomen.

geeft richting aan activiteiten. Doorstroming op de woningmarkt staat

b) sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c) over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeen-

Alle onherroepelijke en niet gerealiseerde plannen van vóór

daarbij centraal en om dit voor elkaar te krijgen is actie nodig: versnel-

stemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-

2015, dienen vóór 2025 te zijn gerealiseerd. Indien realisatie

len, versterken en doorzetten. Het doel van de agenda is om een bij-

Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de

niet plaatsvindt, dan zal de gemeente deze plannen voor die ter-

drage te leveren aan een gezonde woningmarkt. Daarbij is het van be-

regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale

mijn heroverwegen. Alle woningbouwplannen die tussen 2015

lang dat mensen kunnen wonen in een woning en woonomgeving waar

overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies

en 2021 onherroepelijk zijn geworden, zullen voor 2029 gereali-

ze zich thuis voelen. Een gezonde woningmarkt heeft aanbod dat goed

en regionale onderzoeken;

seerd moeten worden

inspeelt op de volgende aspecten:

Nieuwe woningbouwplannen vanaf 2022 die door de gemeente

De huidige en toekomstige woningbehoeften;

worden vastgesteld zullen binnen 5 jaar gerealiseerd moeten

Mogelijkheid tot doorstroming en wooncarrière maken;

worden.

Voor iedereen toegankelijke en betaalbare woningen;

Er zijn geen overschotten die leiden tot leegstand (met uitzondering

d) het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. e) realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vast-

stelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze

Omgevingsverordening Limburg 2021 (nog niet in werking)

woningen komt te vervallen.

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverorde-

van 2% frictieleegstand); 

ning nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Naar alle waarschijnlijkheid treedt op 1 januari 2024 de nieuwe Omge-

Omgevingswet.

Flexibiliteit is noodzakelijk voor mensen die snel huisvesting nodig hebben;

vingswet in werking.

Eigen keuze is van belang. Een woning past bij de leefstijl van een bewoner die tot op zekere hoogte ook kan bepalen hoe, in welke sa-

Provinciale Staten hebben op 17 december 2021 de Omgevingsveror-

menstelling en waar hij of zij wil wonen; 

Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet, en

dening Limburg 2021 vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op

daarmee ook de inwerkingtreding van een nieuwe omgevingsverorde-

het moment dat ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden.

De woonomgeving is minstens zo belangrijk, net als de mogelijkheden die bewoners hebben om hier invloed op uit te oefenen.

De wijzigingsverordening met betrekking tot het onderwerp ‘wonen’ is

Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021)

Urgent te realiseren woningen betreffen segmenten als seniorenwonin-

vastgesteld op 30 september 2022 en maakt sindsdien onderdeel uit

hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverorde-

gen, woningen voor bijzondere doelgroepen en woningen in de (sociale

van de Omgevingsverordening Limburg 2014.

ning Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerke-

en middeldure) huursector. Er is een grote behoefte aan zelfstandige

lijk gewijzigde onderwerpen in, waaronder ook voor het aspect wonen.

woningen en nieuwe woonconcepten voor ouderen. Realisatie in dit

ning, zijn een tweetal wijzigingsverordeningen in procedure gebracht.

Uit de wijzigingsverordening volgt dat de provincie Limburg over meer

segment bevordert de doorstroming. Op dit moment geldt, dat ouderen

dan genoeg planvoorraad beschikt om aan de kwantitatieve vraag te

in hun (vaak te grote) woning noodgedwongen blijven wonen, vanwege

Laddertoets Wonen Aan de Kabroekse Beek

13/15

het ontbreken van een alternatief. Als dat alternatief er wél is, komen

meer woningen van ouderen vrij voor een doorstromer. Deze maakt op

Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijke, regionale en lo-

Gemeente Horst aan de Maas

kale duurzaamheidsdoelen.

De Structuurvisie Horst aan de Maas 2013 (opnieuw vastgesteld in

zijn beurt een (betaalbare) woning vrij voor een starter.

Regio Noord-Limburg

2019) bevat de hoofdlijnen van de voorgenomenontwikkeling van dat Aanvullend wordt het volgende benoemd: 

gebied, evenals de hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren

Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie

ruimtelijk beleid. Ten aanzien van wonen en woonomgeving wordt gere-

In de Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 geven de ge-

van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veran-

fereerd aan het gemeentelijk beleid:

meenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Midde-

derende (kwalitatieve) behoefte.

De dorpen Grubbenvorst, Horst en Sevenum getypeerd zijn als

Ook dient aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doel-

‘centrumdorp’. Deze dorpen hebben een bovenlokaal voorzienin-

markt. Een van de centrale opgaven is de kwalitatieve mismatch tussen

groepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doel-

genniveau. In deze dorpen wordt gebouwd voor de eigen woningbe-

de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad.

groepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte wonin-

hoefte. De overige 13 dorpen zijn getypeerd als ‘woondorp’, waar de

Daarover staat aangegeven: Bij nieuwbouw dient bij voorkeur ingezet te

gen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt be-

woningsamenstelling zich zo levensloopbestendig mogelijk moet

worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonseg-

vorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woning-

kunnen ontwikkelen.

menten. De huishoudprognose van E’til (Progneff) dient als referentie-

markt.

laar, Venlo, Venray en Peel en Maas richting aan de regionale woning-

Locaties voor woningbouw liggen deels binnen de begrenzingen van

Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te

de plattelandskernen, maar deels ook buiten de contouren rondom

ningen. Echter is de kwalitatieve toets leidend. Progneff /Etil wordt daar-

zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande wo-

de plattelandskern, omdat binnen de contour de ruimte ontbreekt.

door als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk)

ningvoorraad.

Het bouwen binnen de contouren is het uitgangspunt, maar ziet de

Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van wo-

gemeente niet als vereiste, daar waar de ruimte binnen de contou-

ningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbete-

ren ontbreekt. Bouwen buiten de contouren acht de gemeente

ren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.

daarom mogelijk, mits kwaliteit verbeterende maatregelen worden

prognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwo-

ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren.

Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: 

Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen;

Gekeken dient te worden naar koppelkansen, denk hierbij aan het

In de woonvisie is het woningmarktonderzoek Noord-Limburg (2019) als

oplossen van leegstand, herstructurering ‘rotte plekken’, invulling

bijlage toegevoegd. Hieruit blijkt het volgende:

cultuurhistorisch waardevolle panden etc.;

 

getroffen. 

De gemeente geeft de hoogste prioriteit aan locaties die al gemeentelijk eigendom zijn.

Komende tien tot ruim twintig jaar netto bijna 5.000 extra huishou-

Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwets-

dens, groei zit op regioniveau volledig en vooral in de 65-plus doel-

In 2021 is het nieuwe Masterplan Wonen 2021-2025 vastgesteld door

bare woningoverschot;

groep.

de gemeenteraad van Horst aan de Maas. Daarin is aangegeven dat de

We zien een netto behoefte aan toevoeging van ruim 4.300 wonin-

woningmarkt onder druk staat, dat de vraag naar woningen vele malen

behoefte. Denk hierbij aan een mix van sociale- en middenhuur, le-

gen, in lijn met de ontwikkeling van reguliere huishoudens de ko-

groter is dan het aanbod (zowel in de huur- als de koopsector) en dat de

vensloopbestendige woningen en andersoortige toekomstbesten-

mende tien jaar. Het gaat bijna uitsluitend om appartementen/

betaalbaarheid onder druk staat. De gemeente Horst aan de Maas zet

dige woonconcepten;

nultredenwoningen.

daarom in op de vergunning van circa 1.000 woningen in de periode

Mede door krimp van doelgroepen jonger dan 65 jaar ontstaan over-

2021-2025.

schotten in reguliere grondgebonden huur-, goedkope koop- en

Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve

De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na, met woon-

concepten die een bijdrage leveren aan ‘het zorgen voor elkaar’;

ruime, dure koopsegment. 

De gemeente wil bouwen naar behoefte. Dit betekent concreet dat de nieuwbouwopgave bestaat uit een gevarieerde opbouw, namelijk

Ruim 3.000 woningen zitten in kwetsbare woningsegmentenwaar ook theoretische overschotten in ontstaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14440951/1