CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

06A.h3 Bijlage 3 Historisch bodemonderzoek

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het weigeren van een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen voor de 24-uurs zorgaccommodatie op de locatie Op den Bergen 6 te Sevenum17.001 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM OP DEN BERGEN 6 TE SEVENUM

Rapportage milieuhygiënisch vooronderzoek bodem Op den Bergen 6 te Sevenum

Opdrachtgever

Beusmans en Jansen Adviseurs Steeg 12 5975 CE Sevenum

Rapportnummer Versienummer

15680.001 D1

Status

Eindrapportage

Datum

22 april 2021

Vestiging

Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl

Opsteller

Mevrouw F.M.W.G. Kiggen

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer drs. E. Hartingsveld

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Opgemerkt wordt dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK ................................................ 1

3

GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................. 1

4

HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE ............................................... 2

5

TOEKOMSTIGE SITUATIE ........................................................................................................ 3

6

CALAMITEITEN .......................................................................................................................... 3

7

UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE..................... 4

8

AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN .................................................................... 4

9

INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN ........................................ 4

10

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................................................... 5

11

TERREININSPECTIE ................................................................................................................. 5

12

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ......................................................................................... 6

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Verleende en vervallen vergunningen - Uitgevoerd bodemonderzoek

1

INLEIDING

Beusmans en Jansen Adviseurs heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem op de locatie Op den Bergen 6 te Sevenum. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem heeft tot doel te bepalen of er aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en/of NEN 5707, door middel van een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar/gebruiker, een terreininspectie en een zintuiglijk bodemonderzoek. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek".

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 2.150 m²) richt zich enkel op de locaties waar de toekomstige nieuwbouw (wooncomplex) is gepland en de oostelijke delen van de te slopen drietal stallen. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Op den Bergen 6 te Sevenum (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het perceel die kadastraal bekend is als gemeente Sevenum, sectie V, nummer 447. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 30,0 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 198.280, Y = 378.780.

3

GERAADPLEEGDE BRONNEN

In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen.

Rapport 15680.001 versie D1

Pagina 1 van 6

Tabel 1.

Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever / Eigenaar (contactpersoon de heer Verstegen), d.d. 15 april 2021

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Gemeente Horst aan de Maas (contactpersoon mevrouw Jenniskens), d.d. 12 april 2021

Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion

Terreininspectie

Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 15 april 2021

4

HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE

Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het perceel waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt tot omstreeks het jaar 1970 in agrarisch gebruik is geweest. Het woonhuis dateert uit het jaar 1970. Omstreeks 1979 zijn twee stallen zichtbaar op de historische kaarten. Rond het jaar 1993 is de middelste veestal afgebeeld en rond het jaar 1998 de tuinderskast die is gelegen ten noorden van de veestallen.

Figuur 1. Historische kaarten van het perceel op den berg (bron: topotijdreis.nl)

Momenteel is het perceel waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, bebouwd met een tuinderskas, een drietal stallen (voormalige varkensstallen) en een woonhuis. Op het perceel is sinds 2013 zorgboerderij gasterij “Bergerbaan” gevestigd. Sindsdien zijn alle activiteiten op het perceel gericht op de zorgboerderij. De zorgboerderij biedt dagbesteding aan ouderen en licht dementerenden. In 2013 en 2017 zijn de voorste gedeeltes van de 3 stallen gerenoveerd waarbij leefruimtes voor de dagbesteding zijn gecreëerd.

Rapport 15680.001 versie D1

Pagina 2 van 6

Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. Volgens aangeleverde gegevens van de gemeente Horst aan de Maas heeft in het verleden, ter plaatse van de huidige middelste loods, een bovengrondse propaantank (1.600 liter) gestaan. Ook blijkt uit de gegevens dat er ter plaatse van het woonhuis twee ondergrondse olietanks aanwezig zijn geweest (woonhuis is gelegen buiten de onderzoekslocatie). Volgens de eigenaar zijn deze tanks in het verleden al verwijderd. Tijdens de terreininspectie is de bovengrondse tank niet aangetroffen. Gegevens van een eventuele sanering van deze tanks zijn bij Econsultancy niet bekend. In bijlage 3 is een overzicht gegeven van de verleende bouw- en milieuvergunningen, de aanwezige boven- en ondergrondse tanks, alsmede een overzicht van de uitgevoerde milieucontroles op de onderzoekslocatie. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.

5

TOEKOMSTIGE SITUATIE

De initiatiefnemer is voornemens de locatie te herontwikkelen. Bij de herontwikkeling worden de achterste gedeeltes (oostelijke deel) van de drie stallen gesloopt. Deze staldelen zijn momenteel in gebruik voor opslag van materiaal en machines. Tevens worden bij de voorgenomen herontwikkeling de aanwezige betonverharding zowel inpandig in de achterste staldelen, alsmede op het buitenterrein verwijderd. Verder wordt ter plaatse van de huidige siertuin waar in 2012 reeds een verkennen bodemonderzoek is uitgevoerd (zie hoofdstuk 7), nieuwbouw ontwikkeld (wooncomplex) waarbij in totaal 29 slaapkamers en een gezamenlijke huiskamer wordt gerealiseerd.

Figuur 2. Ontwerptekening toekomstige situatie

6

Figuur 3. Sfeerimpressie toekomstige situatie

CALAMITEITEN

Voor zover bij de opdrachtgever en bij de gemeente bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Horst aan de Maas lijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.

Rapport 15680.001 versie D1

Pagina 3 van 6

7

UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE

In 2012 heeft het Öko Care adviesbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de onderzoekslocatie (rapportnummer RS10488B.DOC, d.d. 5 juni 2012). Aanleiding van dit onderzoek was de functiewijziging van de bedrijfsactiviteiten op de locatie. Destijds zijn op het terrein (ca. 4.500 m2) 15 boringen gezet zowel in de klinkers (westzijde van de veestallen) als in de tuin, waarvan 3 boringen inpandig in de tuinderskassen. Het maaiveld in de tuinderskas was destijds braakliggend. Zintuiglijk zijn destijds in één boring in de bovengrond (0,4-0,5 m -mv) resten baksteen aangetroffen. Deze boring bevond zich buiten onderhavige onderzoekslocatie. In de overige boringen is destijds geen bodemvreemd materiaal aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat er zowel in de boven- als in de ondergrond geen van de onderzochte stoffen in verhoogde gehalten zijn aangetoond. Het grondwater bleek destijds licht verontreinigd te zijn met naftaleen. Destijds is geconcludeerd dat er geen belemmeringen van milieukundige aard bestonden voor de functiewijziging en het voorgenomen gebruik van de onderzoekslocatie.

8

AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN

In hoofdstuk 3 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt: Aan de westzijde van de onderzoekslocatie bevinden zich de 3 gerenoveerde veestallen en tuinderskas, deze blijven bij de toekomstige situatie gehandhaafd en ongewijzigd. Ten noorden grenst de onderzoekslocatie aan siertuinen. Ten westen en zuiden grenst de onderzoekslocatie aan een agrarisch perceel. Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen te verwachten zijn.

9

INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN

Volgens de ontgravingskaart boven- en ondergrond van “Nota Bodembeheer Limburg Noord 20202029” is de onderzoekslocatie gelegen binnen klasse “Landbouw/natuur. Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland verdacht op het voorkomen van deze stoffen. Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. De provincie Limburg heeft specifieke beleidslijnen geformuleerd met betrekking tot deze regionaal verhoogde concentraties van metalen in het grondwater (zie “Beleidskader bodem, actualisatie 2016”, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 26 juli 2016).

Rapport 15680.001 versie D1

Pagina 4 van 6

10

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een hoge zwarte enkeerdgronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 28,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in oostelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied.

11

TERREININSPECTIE

Op 15 april 2021 is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4 en 7. De achterste delen van de daken van de stallen zijn voorzien van asbestverdachte golfplaten. Volgens de eigenaar worden deze asbestverdachte golfplaten bij de voorgenomen sloop gesaneerd. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen. Wél zijn inpandig op de betonnen vloeren op een enkele plekken (kleine) olie- en/of vetsporen waargenomen (zie bijlage 2b, foto’s 8, 9 en 10). Volgens de eigenaar is de aanwezige betonverharding gefundeerd op gele zand. Uit de terreininspectie blijkt dat er, ten opzichte van het voorgaand verkennend bodemonderzoek uit 2012, geen wezenlijke veranderingen hebben plaatsgevonden die mogelijk geleid kunnen hebben tot verslechtering van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De voorgenomen nieuwbouw wordt ontwikkeld ter plaatse van de tuin die in 2012 is onderzocht.

Rapport 15680.001 versie D1

Pagina 5 van 6

12

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

Beusmans en Jansen Adviseurs heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem op de locatie Op den Bergen 6 te Sevenum. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de terreininspectie wordt geadviseerd na verwijdering van de aanwezige betonverharding, zowel inpandig als op het buitenterrein) middels een verkennend bodemonderzoek te verifiëren of de bodem eenzelfde milieuhygiënische kwaliteit heeft als het overige gedeelte welke in het jaar 2012 is onderzocht middels een verkennend bodemonderzoek. Het verkennend bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is Verder kan gesteld worden dat er geen milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan ter plaatse van de voorgenomen nieuwbouw (wooncomplex) op de onderzoekslocatie. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Rapport 15680.001 versie D1

Pagina 6 van 6

Bijlage 1

Topografische ligging van de locatie

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 1.

Foto 2.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 3.

Foto 4.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 5.

Foto 6.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 7.

Foto 8.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 9.

Foto 10

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 11.

Foto 12.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 13

Bijlage 3

Verleende en vervallen vergunningen

Datum 26 november 1965 1 april 1970

Verleende vergunningen Vergunning verleend tot het bouwen van een varkensstal. Onderzoekslocatie was voorheen bekend als adres Op den Bergen 10 Vergunning verleend tot het bouwen van een varkensstal Onderzoekslocatie was voorheen bekend als adres Op den Bergen 10

7 april 1970

Vergunning verleend tot het bouwen van een woning. Onderzoekslocatie was voorheen bekend als adres Op den Bergen 10

30 augustus 1973

Vergunning verleend tot het bouwen van een opslagloods voor bloembollen

8 september 1976

Vergunning verleend tot het vergroten van de loods

28 november 1984

Vergunning verleend voor het bouwen van een tuiderskas

16 mei 1988 30 maart 2016 1 juni 2017

Vergunning verleend tot het oprichten van een bedrijfsloods Verleende vergunning voor het veranderen van de voorgevel en het oprichten van een overkapping Verleende omgevingsvergunning voor het oprichten van een kookstudio

Datum 22 februari 1973

Vervallen milieuvergunningen vervallen Hinderwet vergunning Milieuvergunning tot het oprichten van een inrichting (veehouderij) waar mest en meststoffen, annex propaangasinstallatie aangesloten wordt op een propaangastank met een waterinhoud van circa 1.600 liter

4 oktober 1974

vervallen Hinderwet vergunning Varkensmesterij, waar mest en meststoffen worden bewaard, en voor de verwarming propaan wordt gebruikt.

7 augustus 1987

vervallen Hinderwet vergunning Vergunning tot het opslag/ sortering van bloemen en bloembollen, waarbij gebruikt wordt gemaakt van elektromotoren met een gezamenlijk vermogen groter dan 1,5 kw.

Datum 27 september 1994

Overig beschikbare informatie Milieucontrole uitgevoerd ter plaatse van het Bloembollenberdrijf. Tijdens deze controle is opgemerkt dat ter plaatse van de onderhoudswerkplaats afgewerkte olie niet in vloeistofdichte bakken is opgeslagen. Installatiecertificaat KIWA van bovengrondse tank inhoud 1,2 m3 en 2 bakken van 1,32 m3

15 juni 2015 8 augustus 2017

Melding van het verwijderen van asbesthoudende golfplaten op de 3 loodsen. Bij deze melding bevindt zich ook een inspectierappor van Roba Inspecties (inspectierapport nummer 17-2742). Daaruit blijkt de voorste helft van het golfplaten dak van loods 2 is verwijderd. De achterste helft en het golfplaten dak van loods 1 en 3 worden in een volgende fase verwijderd.

Bijlage 4

Uitgevoerd bodemonderzoek

Ö k d ^ ? C a r e adviesbureau voor milieumanagement

Verkennend Bodemonderzoek v o o r d e locatie O p d e n B e r g e n 6 te S e v e n u m (BRL-SIKB 2000 volgens VKB-protocol 2001 en 2002)

Cvl Certificaatnummer K41895/03

Rapportnummer RS10488B.DOC

5 juni 2012

Verkennend bodemonderzoek voor de locatie Op den Bergen 6 te Sevenum (BRL-SIKB 2000 volgens VKB-protocol 2001 en 2002) Opdrachtgever

Beusmans & Jansen T.a.v. Mw. J . Beusmans van Vlattenstraat 159 5975 S E S E V E N U M

Steller

ing. H.D.M. van Hellemondt Öko-Care B.V. Adviesbureau voor milieumanagement Veldweg 11 5447 B H R I J K E V O O R T telefoon 0 4 8 5 - 3 7 1 7 4 7 telefax

0485-371879

Website www.milieumanaqement.nl E-mail Rapportnummer

H.van.Hellemondt@.milieumanaqement.nl

RS10488B.DOC

Paraaf projectleider*

Paraaf controle en vrijgave*

Ing. H.D.M. van Hellemondt

Dr. A . J . Klarenberg

Datum : 5 juni 2012

Datum : 5 juni 2012

* Hiermee wordt verklaard dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de gehanteerde protocollen (voor gekwalificeerde monsternemers zie Monsternemingsfomiulieren in Bijlagen).

Cs? Hew

Öko-Care B.V. is een door Bodem+ (Agentschap N L , Den Haag) aangewezen instantie voor de milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden, de monsterneming bij partijkeuringen grond, en de monsterneming van bodem en grondwater in het kader van het Besluit en de Regeling Bodemkwaliteit.

© Öko-Care B.V. Veldweg 11, 5447 B H Rijkevoort 2012. Internet: www.milieumanagement.nl Auteursrecht voorbehouden. Behoudens uitzonderingen door de W e t gesteld mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende(n) op het auteursrecht niets uit d e z e uitgave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins, hetgeen ook van toepassing is op de gehele of gedeeltelijke bewerking. D e uitgever is met uitsluiting van ieder ander gerechtigd de door derden verschuldigde vergoedingen van kopiëren, als bedoeld in artikel 17 lid 2, Auteurswet 1912 en in het K . B . van 20 juni 1974 ( S T B . 351) ex artikel 16-b Auteurswet 1912, te innen en/of daartoe in en buiten recht op te treden. Copyright reserved. Subject to the exceptions provided for by law, no part of this publication may be reproduced and/or published in print, by photocopying, on microfilm or in any other way without the written consent of the copyright-holder(s): the s a m e applies to whole or partial adaptions. The publisher retains the sole right to collect from third parties fees payable in respect of copying and/or take legal or other action for this purpose. hi

Oko

Care

Verkennend Bodemonderzoek

Rapport R S 1 0 4 8 8 B . D O C

Pagina 2 van 13

INHOUDSOPGAVE

BLZ

SAMENVATTING

4

1.

INLEIDING EN DOELSTELLING

5

1.1.

Inleiding

5

1.2.

Doelstelling

5

2.

3.

VOORONDERZOEK

5

2.1.

Algemene informatie

5

2.2.

Geografische locatie

5

2.3.

Voormalig, huidig en toekomstig bodemgebruik

5

2.4.

(Financieel-)juridische aspecten

5

2.5.

Bodemopbouw en geohydrologie

6

2.6.

Hypothese

6

BODEMONDERZOEK

6

3.1.

Algemeen

6

3.2.

Veldwerk

7

3.3.

Chemisch onderzoek

7

4.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

12

5.

LITERATUURLIJST

13

B I J L A G E N uit document ZS10488B 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Geografische ligging locatie en kadastrale situatie Situering boringen en peilbuis Boorstaten Analysecertificaten grondmonsters Analysecertificaten grondwatermonster Kopieën monsternemingsformulieren Geraadpleegde informatiebronnen Recente overzichtsfoto's onderzoeksgebied

Ki

Verkennend Bodemonderzoek

RapportRS10488B.DOC

Pagina 3 van 13

SAMENVATTING In verband met geplande functiewijziging van de activiteiten op de locatie Is (Inclusief vooronderzoek volgens NEN 5725) op de locatie Op den Bergen 6 te Sevenum een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN-5740. De onderzoekslocatie beslaat een oppervlakte van circa 4.500 m . Op de onderzoekslocatle zijn 15 boringen verricht waarvan 3 boringen zijn doorgezet tot 2 meter beneden maaiveld. Eén boring is doorgezet tot 1,5 meter beneden de heersende grondwaterspiegel en voorzien van een peilbuis. De overige boringen zijn doorgezet tot 0,5 meter beneden maaiveld. Het opgehaalde bodemmateriaal is beschreven en hiervan zijn mengmonsters samengesteld. Het grondwater is eveneens bemonsterd. De grondmeng- en grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de componenten zoals voorgeschreven in de NEN 5740. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen beschreven in de BRL-SIKB 2000 / VKB-protocol 2001 en 2002. 2

Op grond van de analyseresultaten van het grondwatermonster, wordt de hypothese 'niet-verdachte locatie' formeel verworpen. Er mag echter worden aangenomen, dat er geen sprake is van een verontreinigingssituatie op de onderzoekslocatie. Op basis van deze aanname kan worden geconcludeerd, dat er geen belemmeringen van milieukundige aard bestaan voor de functiewijziging en het voorgenomen gebruik van de onderzoekslocatie.

hi

Verkennend Bodemonderzoek

Rapport R S 1 0 4 8 8 B . D O C

Pagina 4 van 13

1.

INLEIDING EN DOELSTELLING

1.1.

Inleiding In verband met de voorgenomen functiewijzing van de bedrijfsactiviteiten op de locatie, heeft Beusmans & Jansen aan Öko-Care B.V. uit Rijkevoort opdracht gegeven om op de locatie Op den Bergen 6 te Sevenum een verkennend bodemonderzoek uit te voeren.

1.2.

Doelstelling Doel van het onderzoek is om op korte termijn voldoende zekerheid te verkrijgen betreffende de eventuele aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem (grond en grondwater), welke vanuit het oogpunt van volksgezondheid en milieuhygiëne een belemmering zouden kunnen vormen voor het bij de bestemming behorende (toekomstige) gebruik van de locatie.

2.

VOORONDERZOEK

2.1.

Algemene informatie In het standaard vooronderzoek conform de NEN 5725 voor verkennend bodemonderzoek is informatie verzameld over het voormalige, huidig en toekomstig bodemgebruik, de bodemopbouw en geohydrologie en over (financieel-)juridische aspecten. Met de informatie verkregen van opdrachtgever, de gemeente en archiefonderzoek, zoals opgenomen in Bijlage 7, wordt per (deel-)locatie een hypothese opgesteld voor het verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740.

2.2.

Geografische locatie Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie Op den Bergen 6 te Sevenum en de direct aangrenzende percelen, over een afstand van 25 m vanaf de grens van de onderzoekslocatie. De totale onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 4.500 m . De kadastrale kenmerken van de onderzoekslocatie zijn: gemeente Sevenum, sectie V, nummer 116. De maaiveldhoogte bedraagt ca. NAP + 30,0 m. De topografische coördinaten zijn X = 198,280 en Y = 378,760. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de contouren van een grondwaterbeschermingsgebied. 2

2.3.

Voormalig, huidig en toekomstig bodemgebruik Op de betreffende locatie is een agrarisch bedrijf (gladiolenkwekerij) gevestigd. Momenteel zijn de bedrijfsactiviteiten gestaakt. Voor het bedrijf is in 1988 een vergunning conform de toenmalige Hinderwet afgegeven. In 1994 is door het bedrijf een melding gedaan in het kader van het Besluit Akkerbouwbedrijven. In het bedrijfspand bevindt zich een bovengrondse opslagtank voor dieselolie en een stalen kast voor de opslag van bestrijdingsmiddelen. De onderzoekslocatie betreft het bedrijfsgebouw, een deel van de kas en een deel van het buitenterrein (aan de westzijde verhard met klinkers en aan de oostzijde een grasveld). In de nabije toekomst zal het bedrijf als zorgboerderij gaan functioneren. Er zijn bij de gemeente Horst aan de Maas en de opdrachtgever geen gegevens bekend die zouden kunnen duiden op een historische bodembelasting ter plaatse van de onderzoekslocatie en/of de directe omgeving. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie was in het verleden in gebruik als landbouwgrond. Met betrekking tot het huidige gebruik is een terreininspectie uitgevoerd. Gegevens van bodemonderzoek op de locatie of in de directe omgeving zijn niet voorhanden. De onderzoekslocatie bevindt zich op circa 2,0 kilometer ten zuidwesten van de rand van de bebouwde komgrens van Sevenum. In de omgeving is het gebruik voornamelijk agrarisch en wonen.

Ca. 400 meter ten westen van de onderzoekslocatie bevindt zich bosrijk gebied. Voor recente foto's zie Bijlage 8.

2.4.

(Financieel-)juridische aspecten Voor zover bekend hebben er in het verleden geen bodembedreigende activiteiten of calamiteiten plaatsgevonden op de onderzoekslocatie. Bij het vooronderzoek naar asbest is rekening gehouden met de richtlijnen van de NEN-5707. In de Bijlagen 1 en 2 is een overzicht van de onderzoekslocatie opgenomen en in Bijlage 8 zijn overzichtfoto's van de onderzoekslocatie opgenomen.

hé

Verkennend Bodemonderzoek

Rapport R S 1 0 4 8 8 B . D O C

Pagina 5 van 13

2.5.

Bodemopbouw en geohydrologie Geologie Ter plaatse van de onderzoekslocatie (De Peelhorst) bestaat de aanwezige deklaag uit een pakket fijne tot matig grove zanden. Strategrafisch gezien behoren deze afzettingen grotendeels tot de Nuenen Groep en afzettingen met een Holocene ouderdom. Onder deze deklaag bevindt zich het eerste watervoerend pakket. Dit pakket is voornamelijk opgebouwd uit matig tot zeer grove grindrijke zanden. Op de Peelhorst wordt het eerste watervoerend pakket in het algemeen gevormd door de Formaties van Kreftenheye, Eindhoven, Veghel, Tegelen en de Kiezeloölietformatie. De formatie van Eindhoven heeft betrekking op het eerste watervoerend pakket voor zover het grove afzettingen betreft. Onder dit eerste watervoerend pakket bevindt zich de hydrologische basis. De slecht doorlatende basis is voornamelijk opgebouwd uit fijne slib- en kleihoudende zanden van tertiaire ouderdom. Hydrologie Het freatisch grondwater bevindt zich op een diepte van circa 2,0 m-mv. Omtrent de verticale doorlatendheid of hydraulische weerstand van de deklaag zijn weinig gegevens bekend. De transmissiviteit van het eerste watervoerend pakket bedraagt ongeveer 1.500 - 2.500 m /dag. Omtrent de doorlatendheid van de slecht doorlatende basis staan geen gegevens ter beschikking. Uit de monsterbeschrijvingen kan worden afgeleid dat de k-waarde minder bedraagt dan 8 meter/etmaal.

Op basis van de isohypsen van zowel het freatische grondwater als het grondwater uit het eerste watervoerend pakket (d.d. 28 augustus 1971) kan gesteld worden dat het grondwater een noordoostelijke stromingscomponent bezit. 2

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland, Eindhoven/Venlo, kaartblad 52 west en 51 oost, welke door de Dienst Grondwaterverkenning (DGV) van TNO in december 1972 is uitgebracht.

2.6.

Hypothese Op basis van de informatie in het NEN 5725 vooronderzoek van de onderzoekslocatie en de direct aangrenzende percelen vanaf de grens van de onderzoekslocatie tot 25 m buiten de onderzoekslocatie, wordt uitgegaan van een niet-verdachte locatie. Het verkennend bodemonderzoek moet uitgevoerd worden conform de strategie ONV zoals opgenomen in de NEN 5740. Voor deze strategie is gekozen ondanks de aanwezigheid van een bovengrondse dieseltank een kast voor opslag van bestrijdingsmiddelen. Deze verdachte deellocaties bevinden zich weliswaar binnen de onderzoekslocatie, maar de geplande functiewijziging valt buiten dit deel van de locatie. Daarnaast wordt het onderzoek uitpandig uitgevoerd.

3.

BODEMONDERZOEK

3.1.

Algemeen Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen beschreven in de BRL-SIKB 2000 / VKBprotocol 2001 en 2002. De veldwerkzaamheden, evenals het chemisch onderzoek zijn uitgevoerd conform de Nederlandse Praktijkrichtlijnen (NPR 5741) voor bemonstering en analyse bij bodemverontreinigingsonderzoek van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) of volgens de, op onderdelen, uitgebrachte normen van het NEN (Nederlands Normalisatie-instituut). Öko-Care B.V. is een door Bodem+ (Agentschap NL, Den Haag) aangewezen instantie voor onderzoek en monsterneming in het kader van het Besluit en de Regeling Bodemkwaliteit. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens het VKB-protocol 2001 en 2002 en de Beoordelingsrichtlijn monsterneming voor Bodemonderzoek (BRL-SIKB 2000) en conform de Regeling Bodemkwaliteit. Onder deze BRL is ÖkoCare B.V. gecertificeerd door KIWA N.V. Certificatie en Keuringen voor de genoemde VKB-protocollen. Bij de bespreking van de analyseresultaten van de grondmonsters wordt regelmatig gebruik gemaakt van een tweecijferige monstercode (bijvoorbeeld 1.1). Het eerste cijfer verwijst hierbij naar het nummer van de boring, terwijl het tweede cijfer de bemonsterde bodemlaag aangeeft.

k Verkennend Bodemonderzoek

Rapport R S 1 0 4 8 8 B . D O C

Pagina 6 van 13

3.2.

Veldwerk Op 16 maart 2012 zijn op de onderzoekslocatie de grondmonsters met een Edelmanboor verzameld. Onder de (grond)waterspiegel is, in het zandige profiel, een zuigerboor toegepast. De peilbuis is voorzien van 1,0 m filter en afgewerkt met grind en bentoniet. In totaal zijn op de onderzoekslocatie 15 boringen verricht. Boring 1 is doorgezet tot 1,5 meter beneden de heersende grondwaterspiegel (1 meter minus maaiveld) en voorzien van een peilbuis. Boringen 2 tot en met 4 zijn doorgezet tot 2,0 m-mv. De overige boringen (5 tot en met 15) zijn doorgezet tot 0,5 m-mv (de locatie van de boringen is aangegeven in Bijlage 2). Het opgehaalde bodem materiaal van de boringen is zintuiglijk onderzocht, bemonsterd en beschreven. Bemonstering heeft per te onderscheiden bodemlaag plaatsgevonden. Daar waar geen bodemlagen zijn te onderscheiden, is (alleen boven de grondwaterspiegel) per 0,5 meter boordiepte een representatief grondmonster genomen. Algemeen bestaat de grond ter plaatse van de onderzoekslocatie tot een diepte van circa 0,9 meter minus maaiveld uit matig fijn, zwak siltig, zwak humushoudend zand. Vanaf 0,9 tot circa 1,3 m-mv wordt matig fijn, zwak siltig zand aangetroffen. Vanaf 1,3 tot circa 3,2 m-mv wordt zeer fijn, matig siltig zand aangetroffen. In Bijlage 3 zijn de boorstaten opgenomen. De boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie uitgevoerd.

Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn ter plaatse van boring 4, in het traject van 0,2 tot 0,6 m-mv, baksteenresten aangetroffen. Verder zijn zintuiglijk geen relevante bijzonderheden waargenomen. Hierbij is in het bijzonder aandacht besteed aan het voorkomen van asbest in (beoordeling opgehoord bodemmateriaal) of op (inspectie maaiveld) de bodem en zijn de richtlijnen van de NEN 5707 opgevolgd. Na plaatsing van de peilbuis is deze volgens VKB-protocol 2002 afgepompt. Op 23 maart 2012 is het grondwater ter plaatse van peilbuis PB-1 volgens de NEN 5744 bemonsterd. In Tabel 1 zijn de gegevens van de metingen in het veld opgenomen. Tabel 1. Overzicht grondwatergegevens, gemeten in het veld N u m m e r Peilbuis PB-1

Grondwaterstand (m-mv) 1,80

Onderkant Peilfilter (m-mv) 3,20

EC (mS/cm) 0,336

PH 5,75

De in het veld gemeten pH- en EC-waarden (respectievelijk zuurgraad en elektrisch geleidingsvermogen) liggen binnen de normale variaties van de natuurlijke achtergrondwaarden. Niet onderzochte verdachte deellocaties Binnen de onderzoekslocatie bevinden zich twee verdachte deellocaties. Te weten de opslag van bestrijdingsmiddelen en een bovengrondse opslagtank voor dieselolie (zie bijlage 2) in de werkplaats. Ter plaatse van deze beide deellocaties is geen onderzoek uitgevoerd, omdat door de getroffen voorzieningen (opslag bestrijdingsmiddelen in een stalen kast en de dieselolietank in een vloeistofdichte lekbak) de risico's van een bodemverontreiniging ten gevolge van deze activiteiten vrijwel nihil zijn. Daarnaast is met het bestuur van de gemeente Horst afgesproken het onderzoek, vanwege de doelstelling "Functiewijziging", zoveel mogelijk uit te voeren op de plaatsen waar de wijziging gaat plaatsvinden. Dit zal overwegend buiten het pand zijn. De werkplaats zal ook in de toekomst deze functie behouden. Het veldwerk is uitgevoerd door voor de VKB-protocollen 2001 en 2002 gecertificeerde en hiervoor door Bodem+ erkende monsternemers: Dhr. H.D.M. van Hellemondt en Dhr. A.G. Coenen.

3.3.

Chemisch onderzoek De chemische analyses zijn onder AS3000 uitgevoerd door het laboratorium van AL-West B.V. te Deventer. Dit is een geaccrediteerd Testlaboratorium. De door AL-West B.V. gehanteerde methoden staan onder een constante kwaliteitsbewaking: de zogenaamde ringonderzoeken, die worden uitgevoerd in het kader van de accreditatie voor TESTEN (zie ook website RvA: www.rva.nl). Toetsing van de analyseresultaten heeft plaatsgevonden aan de hand van het vernieuwde toetsingskader, zoals gepubliceerd in de Circulaire Bodemsanering 2009 (Wijziging 2009; Staatscourant april 2009) en de Regeling Bodemkwaliteit (Staatscourant nr. 247 / pag. 67; 13 december 2007).

Verkennend Bodemonderzoek

Rapport R S 1 0 4 8 8 B . D O C

Pagina 7 van 13

De toetsingswaarden, A-waarde en l-waarde, zijn afhankelijk van het gehalte aan lutum en organisch stof in de betreffende bodem. De betekenis van de gebruikte richtwaarden luidt als volgt: A-waarde Achtergrondwaarde. Deze waarde geeft het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van de bodem aan. Indien de A-waarde niet wordt overschreden, is er geen sprake van verontreiniging van de grond; S-waarde Streefwaarde. Deze waarde geeft het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van het grondwater aan. Indien de S-waarde niet wordt overschreden, is er geen sprake van verontreiniging van het grondwater; T-waarde Tussenwaarde. Indien het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde [(S+l)/2 ] door één of meerdere van de geanalyseerde stoffen wordt overschreden, zal in de meeste gevallen een nader onderzoek gewenst zijn; l-waarde Interventiewaarde. Indien de l-waarde wordt overschreden, kan er sprake zijn van een ernstige bodemverontreiniging en/of grondwaterverontreiniging. Bij een ernstige bodemverontreiniging is in de meeste gevallen een nader onderzoek en mogelijk een saneringsonderzoek vereist.

Een eventuele overschrijding van de diverse waarden door de gemeten componenten wordt in de tabellen als volgt aangegeven: * ** ***

geeft overschrijding van de A-waarde (voor grond) of S-waarde (voor grondwater) aan, geeft overschrijding aan van de T-waarde, en geeft een overschrijding aan van de l-waarde.

Grond Ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn op het laboratorium van AL-West B.V. drie grondmengmonsters samengesteld uit de in het veld genomen separate grondmonsters (gescheiden voor grondlaag en grondsoort). De samenstelling hiervan is als volgt in de onderstaande tabel weergegeven: Tabel 2. Overzicht samenstelling grondmengmonsters Grondmengmonster GM-1

Onder Bovengrond Bovengrond

Laagdikte (m)

Boringen

Grondmonsters

0 , 0 - 0 , 5 m-mv

GM-2

Bovengrond

0,0 - 0,5 m-mv

GM-3

Ondergrond

0 , 5 - 2 , 0 m-mv

1, 2, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 3, 4, 11, 12, 13, 14 en 15 1 tot en met 4

1.1, 2.1, 5.1, 6.1, 7.1, 8.1, 9.1 en 10.1 3.1, 4 . 1 , 11.1, 12.1, 13.1, 14.1 en 15.1 1.3, 1.4, 2.2, 2.3, 2.4, 3.3, 3.4, 4.2, 4.3 en 4.4

De grondmengmonsters zijn geanalyseerd op het analysepakket voor grond voorverkennend bodemonderzoeken conform de NEN-5740. Conform het Besluit Bodemkwaliteit worden in het standaardpakket voor landbodem naast organische stof (gloeiverlies) en lutum (fractie < 2 urn) de volgende parameters geanalyseerd: droge stof, 9 metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), Som-PCB's, Som PAK's en minerale olie (GC). De analyseresultaten, zoals gerapporteerd door het laboratorium van AL-West B.V. zijn opgenomen in Bijlage 4 en in de Tabellen 3 en 4. In deze Tabellen zijn tevens de toetsingswaarden uit de Circulaire Bodemsanering 2009 (wijziging 2012; Staatscourant april 2012) en de Regeling Bodemkwaliteit (Staatscourant nr. 247 / pag. 67;13 december 2007) opgenomen.

hé

Verkennend Bodemonderzoek

Rapport R S 1 0 4 8 8 B . D O C

Pagina 8 van 13

Tabel 3.

Analyseresultaten grondmengmonster GM-1 (bovengrond; boringen 1, 2, 5, 6, 7, 8, 9 en 10) en grondmengmonster GM-2 (bovengrond; boringen 3, 4,11,12,13,14 en 15). De gemeten gehalten zijn uitgedrukt in mg/kg droge stof.

Parameter

GM-1

A-waarde

l-waarde

GM-2

A-waarde

I-waarde

2,8

-

-

2,8

2,4

2,5

-

-

Barium (Ba)*

<20

51,48

249,3

<20

52,10

252,3

Cadmium (Cd)

<0,20

0,36

7,9

0,20

0,36

7,9

3,6

4,45

56,4

3,5

4,50

57,0

Koper (Cu)

11

20,13

95,6

9,3

20,20

96,0

Kwik (Hg)

<0,05

0,11

25,4

<0,05

0,11

25,4

Lood (Pb)

13

32,47

344,2

15

32,53

344,8 190,0

BODEM % organische stof (humus) % lutum

1

1

METALEN

Kobalt (Co)

Molybdeen (Mo)

<1,5

1,50

190,0

<1,5

1,50

Nikkel (Ni)

<4,0

12,40

35,4

<4,0

12,50

35,7

Zink (Zn)

31

61,40

315,8

24

61,70

317,3

Pak-totaal (10 van VROM) bij org.stofgehalte < 10%

0,35

1,50

40,0

0,35

1,50

40,0

PCB's (som 7)t

n.a.

0,006

0,28

n.a.

0,006

0,28

Minerale olie $

38

53,20

1400,0

30

53,20

1400,0

ORGANISCHE STOFFEN

1) t) t) n.a. *

Voor bodem met een gemeten lutum- en/of organisch stofgehalte < 2% wordt met een gehalte van 2% gerekend, Som PCB's (= som polychloorbifenylen PCB 28, 52,101,118,138,153,180). Indien minerale olie de bepalingsgrens overschrijdt, moet het chromatogram bij de analyseresultaten worden gevoegd, Niet aantoonbaar = kleiner dan rapportagegrens. Per 2 april 2009 is de Interventiewaarde van Barium voor grond tijdelijk ingetrokken; indien de oorzaak een antropogene bron is, dan kan de voormalige interventiewaarde van 920 mg/kg d.s. wel worden gehanteerd. Bij een %lutum < 10% wordt voor thermisch gereinigde grond en baggerspecie met een organisch stof gehalte van 10% gerekend.

De grondmengmonsters GM-1 en GM-2 bevatten voor geen der onderzochte parameters (ten opzichte van de A-waarde) verhoogde gehalten.

Verkennend Bodemonderzoek

Rapport RS10488B.DOC

Pagina 9 van 13

Tabel 4.

Analyseresultaten grondmengmonster GM-3 (ondergrond; boringen 1 tot en met 4). De gemeten gehalten zijn uitgedrukt in mg/kg droge stof.

Parameter

GM-3

A-waarde

l-waarde

2,0 2,7

-

-

Barium (Ba)*

<20

53,32

258,2

Cadmium (Cd)

<0,20

0,35

7,6

3,0

4,59

58,2

Koper (Cu)

<5,0

19,80

94,1

Kwik (Hg)

<0,05

0,11

25,3

Lood (Pb)

<10

32,18

341,1

Molybdeen (Mo)

<1,5

1,50

190,0

Nikkel (Ni)

<4,0

12,70

36,3

Zink (Zn)

<20

61,10

314,2

ORGANISCHE STOFFEN Pak-totaal (10 van VROM) bij org.stofgehalte < 10%

0,35

1,50

40,0

PCB's (som 7)t

n.a.

0,004

0,20

Minerale olie t

<20

38,00

1000,0

BODEM % organische stof (humus) % lutum

1

1

METALEN

Kobalt (Co)

1) t) t)

Voor bodem met een gemeten lutum- en/of organisch stofgehalte < 2% wordt met een gehalte van 2% gerekend. Som PCB's (= som polychloorbifenylen PCB 28, 52,101,118,138,153,180). Indien minerale olie de bepalingsgrens overschrijdt, moet het chromatogram bij de analyseresultaten worden gevoegd. Niet aantoonbaar = kleiner dan rapportagegrens. Per 2 april 2009 is de Interventiewaarde van Barium voor grond tijdelijk ingetrokken; indien de oorzaak een antropogene bron is, dan kan de voormalige interventiewaarde van 920 mg/kg d.s. wel worden gehanteerd. Bij een %lutum < 10% wordt voor thermisch gereinigde grond en baggerspecie met een organisch stof gehalte van 10% gerekend.

Grondmengmonster GM-3 bevat voor geen der onderzochte parameters (ten opzichte van de A-waarde) verhoogde gehalten.

Verkennend Bodemonderzoek

Rapport R S 1 0 4 8 8 B . D O C

Pagina 10 van 13

Grondwater Het grondwatermonster uit de peilbuis PB-1 is geanalyseerd op het NEN 5740 analysepakket voor grondwater (standaardpakket grondwater vanaf 1 juli 2008). Het standaardpakket grondwater omvat de volgende parameters: 9 metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), minerale olie, vluchtige aromatische koolwaterstoffen (de som van benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen [som o,m,p], styreen en naftaleen) en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (de som van vinylchloride, 1,1dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som 1,2dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform). De analyseresultaten, zoals gerapporteerd door het laboratorium van AL-West B.V. zijn opgenomen in Bijlage 5 en in Tabel 5. In deze Tabel zijn tevens de toetsingswaarden uit de Circulaire Bodemsanering 2009 (wijziging 2012; Staatscourant april 2012) en de Regeling Bodemkwaliteit (Staatscourant nr. 247 / pag. 67; 13 december 2007) opgenomen. Tabel 5.

Analyseresultaten grondwatermonster PB-1 (concentratie in ng/liter) voor ondiep (< 10 m-mv) grondwater.

Parameter

PB-1

S-waarde

I-waarde

barium (Ba)

<50

50,0

625

cadmium (Cd)

<0,80

0,4

6

<20

20

100

Metalen

kobalt (Co) koper (Cu)

<15

15

75

kwik (Hg)

<0,05

0,05

0,3

lood (Pb)

<15

15

75

molybdeen (Mo)

<5,0

5

300

nikkel (Ni)

<15

15

75

zink (Zn)

<65

65

800

Vluchtige aromatische koolwaterstoffen benzeen

<0,20

0,2

30

tolueen

<0,50

7

1000

ethylbenzeen

<0,50

4

150

naftaleen

0,07

styreen (vinylbenzeen)

*

0,01

70

<0,50

6

300

n.a.

0,2

70

1,1,1-trichloorethaan

<0,10

0,01

300

1,1,2-trichloorethaan

<0,10

0,01

130

1,1-dichloorethaan

<0,50

7

900

1,1-dichlooretheen

0,10

0,01

10

1,2-dichloorethaan

<0,50

7

400

tetrachlooretheen (Per)

0,10

0,01

40

tetrachloormethaan (Tetra)

0,10

0,01

10

trichlooretheen (Tri)

<0,50

24

500

vinylchloride (monochloormethaan)

<0,20

0,01

5

dichloormethaan

<0,20

0,01

1000

chloroform (trichloormethaan)

som -xylenen Vluchtige gechlooreerde koolwaterstoffen

<0,50

6

400

som 1,2-dichlooretheen

n.a.

0,01

20

som dichloorpropanen

n.a.

0,8

80

minerale olie

<100

50

600

<0,50

-

630

Vluchtige gebromeerde koolwaterstoffen tribroommethaan (bromoform) n.a.

Niet aantoonbaar = kleiner dan rapportagegrens.

Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater ter plaatse van peilbuis PB-1 de concentratie naftaleen verhoogd is ten opzichte van de betreffende S-waarde.

Verkennend Bodemonderzoek

Rapport R S 1 0 4 8 8 B . D O C

Pagina 11 van 13

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Op basis van het hiervoor beschreven verkennend bodemonderzoek voor de locatie Op den Bergen 6 te Sevenum wordt het volgende vastgesteld zoals in de onderstaande Tabel 5 is weergegeven: Tabel 5. Samenvatting resultaten grondmengmonsters en peilbuis/zen verkennend bodemonderzoek Grondmengmonster GM-1 GM-2 GM-3 Peilbuis

Laagdikte (m) 0,0 - 0,5 m-mv 0,0 - 0,5 m-mv 0,5 - 2,0 m-mv

Boringen 1,2, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 3, 4, 11, 12, 13, 14 en 15 1 tot en met 4

Grondwaterstand (m-mv)

Onderkant Peilfilter (m-mv)

1,80

3,20

PB-1

Vastgestelde overschrijdingen geen geen geen

Vastgestelde overschrijdingen Naftaleen > S

Op grond van de analyseresultaten van het grondwatermonster, wordt de hypothese 'niet-verdachte locatie' formeel verworpen. Er mag echter worden aangenomen, dat er geen sprake is van een verontreinigingssituatie op de onderzoekslocatie. Op basis van deze aanname kan worden geconcludeerd, dat er geen belemmeringen van milieukundige aard bestaan voor de functiewijziging en het voorgenomen gebruik van de onderzoekslocatie. Bij eventuele afvoer van uitkomende grond dient rekening gehouden te worden met het Besluit Bodemkwaliteit. Hergebruik van de grond buiten de onderzoekslocatie is afhankelijk van de kwaliteit van de partij ontgraven grond en de gemeente waar deze wordt toegepast. Voor de verwerking van partijen grond (> 50 m ) als bodem of een grootschalige bodemtoepassing buiten de onderzoekslocatie geldt een meldingsplicht van minimaal 5 dagen voor toepassing bij het bevoegd gezag. Bij hergebruik als bodem wordt de partij grond getoetst aan de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem. 3

De (eventueel) aangetroffen (halfjverhardingslagen maken geen onderdeel uit van dit bodemonderzoek en zijn niet onderzocht. Onderzoek naar de kwaliteit van deze (bouw)stoffen vallen buiten de scope van dit bodemonderzoek. Bij de afvoer van het puin en hergebruik buiten de onderzoekslocatie dient het puin conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit te worden onderzocht. Bij hergebruik van het gebroken steenpuin op locatie of buiten de onderzoekslocatie dient o.a. in verband met de mogelijke aanwezigheid van o.a. asbest zowel met de eisen van de Wet Milieubeheer als ook die van de Arbeidsomstandighedenregeling rekening te worden gehouden. Zo mag het gehalte aan asbest in het (on)gebroken steenpuin de wettelijke norm niet overschrijden. Het onderzochte perceel is geen eigendom van Öko-Care B.V., noch heeft zij belangen in de aankoop of verkoop hiervan.

Verkennend Bodemonderzoek

Rapport R S 1 0 4 8 8 B . D O C

Pagina 12 van 13

Besluit Bodemkwaliteit, 1 april 2007. Besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem (Besluit bodemkwaliteit), Staatsblad 469:1-173, inclusief wijzigingen. Bodemkaart van Nederland (STIBOKA, Wageningen 1976). BRL-SIKB 2000, 17 december 2009 Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek. Circulaire Bodemsanering 2009, 3 april 2012. Staatscourant 2012 nr. 6563. Grondwaterkaart van Nederland, Eindhoven/Venlo, Dienst Grondwaterverkenning (DGV) van TNO, december 1972. NEN 5707 Bodem- Inspectie, monsterneming en analyse van asbest en bodem (ICS 13.080.01), Nederlands Normalisatie-instituut, mei 2003. NEN 5725: 2009 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Nederlands Normalisatie-instituut. NEN 5740 (nl) Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederlands Normalisatie-instituut, januari 2009. NEN 5744 (nl) Bodem - Monsterneming van grondwater, Nederlands Normalisatie-instituut, maart 2011. Regeling Bodemkwaliteit. Regeling van 13 december 2007, houdende de uitvoering kwaliteit van de bodem (Besluit bodemkwaliteit), Staatscourant nr. 247 / pag. 67, inclusief wijzigingen. Topografische kaart van Nederland Blad 52D (ISBN 90-350-0523-6), Topografische Dienst Nederland, 1991.

VKB-protocol 2001, 13 maart 2007 Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen. VKB-protocol 2002, 13 maart 2007 Het nemen van grondwatermonsters, inclusief wijzigingen.

hi

fel

Verkennend Bodemonderzoek

Rapport R S 1 0 4 8 8 B . D O C

Pagina 13 van 13

BIJLAGE 1 GEOGRAFISCHE LIGGING LOCATIE EN KADASTRALE SITUATIE

hi

Oko

Verkennend Bodemonderzoek

Bijlagen Z S 1 0 4 8 8 B . D O C

Legenda - Pijl geeft de globale ligging aan van de locatie

Geografische ligging locatie O k o

C a r e

fótofesburaatt VOCP" mi N^urruii,cement

Adviesbureau voor milieumanagement V

e

l

d

w

e

g

1

1

5447 B H R I J K E V O O R T

Geografische aanduiding locatie op de topografische kaart nr. 52D Schaal 1-25 000 ^

Ö

C

n

a

a

l

1 1

U

U

U

hi

Oko Ifere.

Verkennend Bodemonderzoek

Bijlagen Z S 1 0 4 8 8 B . D O C

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: S-10488

\

279

281

355 114

401 402

116

117

Deze kaart is noordgericht 12345 25 •

Perceelnummer Huisnummer Kadastrale grens Voorlopige grens Bebouwing Overige topografie

Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 12 maart 2012 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

S c h a a l 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

SEVENUM V 116

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

BIJLAGE 2 SITUERING BORINGEN EN PEILBUIS

hi

Oko

Verkennend Bodemonderzoek

Bijlagen Z S 1 0 4 8 8 B . D O C

Legende i

i Onderzoekslocatie

- Numm srs geven de boorpunten aan - Numm ir met P B geeft de boring met pE ilbuis aan i * « «i Gras Verharding

Situering boorpunten en peilbuis

Ö k o - C a r e Adviesbureau voor milieumanagement Veldweg

11

5447 B H

Rijkevoort

B V

Verkennend bodemonderzoek voor de locatie Op den Bergen 6 te Sevenum Opdrachtgever: Beusmans & Jansen Schaal 1:800 Rapportnr.: RS10488B

BIJLAGE 3 BOORSTATEN

hi

Oko

Verkennend Bodemonderzoek

Bijlagen Z S 1 0 4 8 8 B . D O C

02

01 0-120: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, grijs

0-20: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, grijs 20-70: zand, matig fijn, zwak siltig, grijs

70-100: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, grijs

100-130: zand, matig fijn, zwak siltig, grijs

120-160: zand, zeer fijn. matig siltig, geel, grijs 130-160: zand, zeer fijn, matig siltig, grijs

160-320: zand, zeer fijn, matig siltig, grijs, gael

1

160-200: zand, zeer fijn, matig siltig, grijs, oranje

RD-coordinaat 198316.000, 378756.000 (m-Parijs) Datum 16-03-2012 Boormeester A.G. Coenen en H.D.M. van Hellemondt

RD-coordinaat 198326.000, 378806.000 (m-Parljs) Datum 16-03-2012 Boormeester A.G. Coenen en H.D.M. van Hellemondt

04

03

klinkers

0-80: zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs

0-20: zand, matig grof, zwak siltig, geel

20-40: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, grijs 4C

A

40-50: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, grijs, resten baksteen 50-60: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, grijs 60-100: zand, matig fijn, zwak siltig, geel

60-100: zand, zeer fijn, zwak siltig, bruin

I

100-150: zand, matig fijn, matig siltig, grijs, geel

100-150: zand, matig fijn, zwak siltig, grijs, geel

150-200: zand, matig fijn, matig siltig, grijs, bruin

150-200: zand, zeer fijn, matig siltig, grijs, geel

200 —

1

RD-coordlnaat 198270.000, 378784.000 (m-Parijs) Datum 16-03-2012

RD-coordlnaat 198253.000, 378768.000 (m-Parijs) Datum 16-03-2012

Boormeester A.G. Coenen en H.D.M. van Hellemondt

Boorprofielen

Boormeester A.G. Coenen en H.D.M. van Hellemondt

Getekend conform N E N 5104

Projectnaam

Beusmans & Jansen

Projectnummer

S-10488

Adres

Op den Bergen 6

Plaats

Sevenum

Opdrachtgever

zie projectnaam

Pagina

1 van 4

ÖköVCare adviesbureau voor milieumanagement

05

06 0-30: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin grijs

0-50: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, grijs

30-50: zand, matig fijn, zwak siltig, geel Q

5

[-••••••••••••^

-

RD-coordinaat 198325.000, 378765.000 (m-Parijs)

-

J50

RD-coordinaat 198323.000, 378776.000 (m-Parijs)

Datum 16-03-2012

Datum 16-03-2012

Boormeester A G. Coenen en H.D.M. van Hellemondt

Boormeester A.G. Coenen en H.D.M. van Hellemondt

07

08 0-50: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin grijs

50

I

0-50: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, grijs

Kt=

isa

RD-coordinaat 198321.000, 378791.000 (m-Parijs) Datum 16-03-2012

-

RD-coordinaat 198318.000, 378808.000 (m-Parijs) Datum 16-03-2012

Boormeester A . G . Coenen en H.D.M. van Hellemondt

Boorprofielen

Boormeester A . G . Coenen en H.D.M. van Hellemondt

Getekend conform N E N 5104

Projectnaam

Beusmans & Jansen

Projectnummer

S-10488

Adres

Op den Bergen 6

Plaats

Sevenum

Opdrachtgever

zie projectnaam

Pagina

2 van 4

ÖköVCare adviesbureau voor milieumanagement

09

10 0-50: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin grijs

0-30: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, grijs

30-50: zand, matig fijn, zwak siltig, geel, grijs 50

'

50-

RD-coordinaat 198306.000, 378808.000 (m-Parijs)

RD-coordinaat 198306.000, 378793.000 (m-Parijs)

Datum 16-03-2012

Datum 16-03-2012

Boormeester A G. Coenen en H.D.M. van Hellemondt

Boormeester A.G. Coenen en H.D.M. van Hellemondt

11

12

braak

0-50: zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs

50

i

RD-coordinaat

0-50: zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs

ki=

-

iso

198276.000, 378786.000 (m-Parijs)

Datum 16-03-2012

RD-coordinaat 198256.000, 378780.000 (m-Parijs] Datum 16-03-2012

Boormeester A . G . Coenen en H.D.M. van Hellemondt

Boorprofielen

Boormeester A . G . Coenen en H.D.M. van Hellemondt

Getekend conform N E N 5104

Projectnaam

Beusmans & Jansen

Projectnummer

S-10488

Adres

Op den Bergen 6

Plaats

Sevenum

Opdrachtgever

zie projectnaam

Pagina

3 van 4

ÖköVCare adviesbureau voor milieumanagement

13

14

klinkers 0-50: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin

50

'

0-40: zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, grijs

40-50: zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs,

J50

50-

RD-coordinaat 198252.000, 378775.000 (m-Parijs)

RD-coordinaat 198269.000, 378751.000 (m-Parijs)

Datum 16-03-2012

Datum 16-03-2012

Boormeester A G. Coenen en H.D.M. van Hellemondt

Boormeester A.G. Coenen en H.D.M. van Hellemondt

15 0-50: zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, grijs

RD-coordinaat 198287.000, 378750.000 (m-Parijs) Datum 16-03-2012 Boormeester A . G . Coenen en H.D.M. van Hellemondt

Boorprofielen

Getekend conform N E N 5104

Projectnaam

Beusmans & Jansen

Projectnummer

S-10488

Adres

Op den Bergen 6

Plaats

Sevenum

Opdrachtgever

zie projectnaam

Pagina

4 van 4

ÖköVCare adviesbureau voor milieumanagement

LEGENDA BOORPROFIELEN

PEILBUIS

OLIE O P W A T E R R E A C T I E

BORING

bodemmonster, geroerd

a Geen

(OW)

w t l |~h I I I I I 1 LJJ L+T WU t f J Zwak

Matig

Sterk

Uiterst

bodemlaag

G E U R INTENSITEIT

(Gl)

Geen

Matig

bodemmonster, ongeroerd

Zeer zwak

Zwak

bodemlaag filler

ir

grondwaterstand grondwalers and tijdens boren

o ooo oooo oooooooo oooooooo oooooooo

GRONDSOORTEN

MATE VAN

BIJMENGING

Grind, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

Zand, zandig (Z.z)

matig - (5-15%)

Leem, siltig (L,s)

sterk -(15-50%)

Klei, kleiig (K,k)

uiterst - (>50%)

Veen, humeus (V,h) /

/

/

/

/

/

Slib

VERHARDINGEN

GRADATIE ZAND

Asfalt, beton, klinkers, tegels stelconplaat. ondoordringbare I

uf = uiterst fijn (63-105 urn) zf = zeer fijn (105-150 um) mf = matig fijn (150-210 um) mg = matig grof (210-300 um) zg = zeer grof (300-420 um) ug = uiterst grof (420-2000 um)

OVERIG

G R A D A T I E GRIND

Bodemvreemde bestandsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 mm) mg = matig grof (5.6-16 mm) zg = zeer grof (16-63 mm)

Water

kiw

Öko Care

<j>

******

1

Verkennend Bodemonderzoek

Bijlagen Z S 1 0 4 8 8 B . D O C

Sterk

Zeer sterk

BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN

GRONDMONSTERS

hi

Care

Verkennend Bodemonderzoek

Bijlagen Z S 1 0 4 8 8 B . D O C

AGROLAB group

AL-West B.V. Handelskade 39, 7417 D E Deventer Postbus 693, 7400 A R Deventer Tel. +31 (0)570 788110, Fax +31 (0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

ÖKO-CARE V E L D W E G 11 5447 B H R I J K E V O O R T Datum

23.03.2012

Relatienr

35004449

Opdrachtnr.

298402

Blad 1 van 4

ANALYSERAPPORT Opdracht 298402

B o d e m / Eluaat

Opdrachtgever

35004449 ÖKO-CARE

Referentie

S-10488 Beusmans & Jansen

Opdrachtacceptatie

16.03.12

Monsternemer

Opdrachtgever

Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij U de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Indien u gegevens wenst over de meetonzekerheden van een methode, kunnen wij u deze op verzoek verstrekken. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen U met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet, A L - W e s t B.V. Dhr. L a u r e n s v a n O e n e , T e l . +31/570788121 Klantenservice Distributeur

O K O - C A R E , H. van Hellemondt

AGROLAB group

AL-West B.V. Handelskade 39, 7417 D E Deventer Postbus 693, 7400 A R Deventer Tel. +31 (0)570 788110, Fax +31 (0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 298402

Blad 2 van 4

B o d e m / Eluaat

Monsternr.

Monstername

Monsteromschrijving

681423

16.03.2012

1.1 +2.1 +5.1 +6.1 +7.1 +8.1 +9.1 +10.1 /GM-1

681432

16.03.2012

3.1 +4.1+11.1 +12.1 +13.1 +14.1 +15.1/GM-2

681440

16.03.2012

1.3 + 1.4 + 2.2 + 2.3 + 2.4 + 3.3 + 3.4 + 4.2 + 4.3 + 4.4 / GM-3

Eenheid

681423

681432

681440

1.1 +2.1 +5.1 +6.1 + 3.1 +4.1 + 11.1 + 12.1 1.3 + 1.4 + 2.2 + 2.3 + .1 +8.1 +9.1 + 10.1 / G + 13.1 + 14.1 + 15.1 / G 2.4 + 3.3 + 3.4 + 4.2 + 4

Algemene monstervoorbehandeling Voorbehandeling conform AS3000

++

++

++

Koningswater ontsluiting

++

++

++

Droge stof

%

86,6

91,0

86,5

Uzer (Fe203)

%Ds

<5,0

<5,0

<5,0

Organische stof

%Ds

2,8"

2,8"

0,8"

Carbonaten dmv asrest

%Ds

0,4

0,3

0,4

%Ds

2,4

2,5

2,7

Klassiek Chemische Analyses

Fracties (sedigraaf) Fractie < 2 urn Metalen Barium (Ba)

mg/kg Ds

<20

<20

<20

Cadmium (Cd)

mg/kg Ds

<0,20

0,20

<0,20

Cobalt (Co)

mg/kg Ds

3,6

3,5

3,0

Koper (Cu)

mg/kg Ds

11

9,3

<5,0

Kwik (Hg)

mg/kg Ds

<0,05

<0,05

<0,05

Lood (Pb)

mg/kg Ds

13

15

<10

Molybdeen (Mo)

mg/kg Ds

<1,5

<1,5

<1,5

Nikkel (Ni)

mg/kg Ds

<4,0

<4,0

<4,0

Zink (Zn)

mg/kg Ds

31

24

<20

Anthraceen

mg/kg Ds

<0,050

<0,050

<0,050

Benzo(a)anthraceen

mg/kg Ds

<0,050

<0,050

<0,050

Benzo(ghi)peryleen

mg/kg Ds

<0,050

<0,050

<0,050

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg Ds

<0,050

<0,050

<0,050

Benzo-(a)-Pyreen

mg/kg Ds

<0,050

<0,050

<0,050

Chryseen

mg/kg Ds

<0,050

<0,050

<0,050

Fenanthreen

mg/kg Ds

<0,050

<0,050

<0,050

Fluorantheen

mg/kg Ds

<0,050

<0,050

<0,050

PAK

lndeno-( 1,2,3-c,d)pyreen

mg/kg Ds

<0,050

<0,050

<0,050

Naftaleen

mg/kg Ds

<0,050

<0,050

<0,050

Som PAK (VROM)

mg/kg Ds

n.a.

n.a.

n.a.

Som PAK (VROM) (Factor 0,7)

mg/kg Ds

0,35*

0,35 •

0,35*

Koolwaterstoffractie C10-C40

mg/kg Ds

38

30

<20

Koolwaterstoffractie C10-C12

mg/kg Ds

<4,0

<4,0

<4,0

Koolwaterstoffractie C12-C16

mg/kg Ds

<4,0

<4,0

<4,0

Koolwaterstoffractie C16-C20

mg/kg Ds

2,4

2,3

2,3

Koolwaterstoffractie C20-C24

mg/kg Ds

3,9

<2,0

<2,0

Minerale olie

AGROLAB group

AL-West B.V. Handelskade 39, 7417 D E Deventer Postbus 693, 7400 A R Deventer Tel. +31 (0)570 788110, Fax +31 (0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht

298402

Blad 3 van 4

B o d e m / Eluaat Eenheid

681423

681432

681440

1.1 +2.1 +5.1 +6.1 + 3.1 +4.1 + 11.1 + 12.1 1.3 + 1.4 + 2.2 + 2.3 + .1 +8.1 +9.1 + 10.1 / G + 13.1 + 14.1 + 15.1 / G 2.4 + 3.3 + 3.4 + 4.2 + 4

Minerale olie Koolwaterstoffractie C24-C28

mg/kg Ds

Koolwaterstoffractie C28-C32

mg/kg Ds

Koolwaterstoffractie C32-C36

mg/kg Ds

Koolwaterstoffractie C36-C40

mg/kg Ds

PCB 28 PCB 52

6,6

4,6

<2,0

12

12

<2,0

8,0

3,8

<2,0

<2,0

<2,0

<2,0

mg/kg Ds

<0,0010

<0,0010

<0,0010

mg/kg Ds

<0,0010

<0,0010

<0,0010

PCB 101

mg/kg Ds

<0,0010

<0,0010

<0,0010

PCB 118

mg/kg Ds

<0,0010

<0,0010

<0,0010

PCB 138

mg/kg Ds

<0,0010

<0,0010

<0,0010

PCB 153

mg/kg Ds

<0,0010

<0,0010

<0,0010

PCB 180

mg/kg Ds

«0,0010

<0,0010

<0,0010

Som PCB (7 Ballschmiter)

mg/kg Ds

n.a.

n.a.

n.a.

Som PCB (7 Ballschmiter) (Factor 0,7)

mg/kg Ds

0,0049*

0,0049 *

0,0049 *

Polych loorbif enylen

|

Verklaring:"<" of na betekent dat het gehalte van de component lager is dan de rapportagegrens. x) Gehaltes beneden de rapportagegrens zijn niet mee inbegrepen. #) Bij deze som zijn resultaten "<rapportagegrens" vermenigvuldigd met 0,7; indien een som is berekend uit minimaal één verhoogde dan dient voor het resultaat "<" gelezen te worden.

rapportagegrens,

Het organische stof gehalte wordt gecorrigeerd voor het lutum gehalte, als geen lutum bepaald is wordt gecorrigeerd als ware het lutum gehalte 5,4% Toelichting 681423 681432 681440

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12135020/1